Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

TOELICHTING OP DE BELASTINGONTVANGSTEN

1. Inleiding

Deze internetbijlage behorende bij de Miljoenennota geeft een toelichting op de raming van de belastingontvangsten voor 2005 en 2006 en gaat vervolgens dieper in op de ontwikkeling van enkele grote belastingsoorten. Dit zijn achtereenvolgens de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting, de omzetbelasting en de accijnzen.


Voorheen was deze bijdrage opgenomen in de Rijksbegroting Financiën (Begroting IX B). Op verzoek van de Tweede Kamer is sinds de Rijksbegroting 2005 de toelichting op de belastingontvangsten gecentraliseerd in de Miljoenennota.


Zoals bepaald in de Comptabiliteitswet worden de belastingontvangsten op kasbasis gepresenteerd. De raming komt overeen met bijlage 3 van de Miljoenennota.

2. De belastingramingen voor 2005 en 2006

De volgende twee tabellen geven de opbouw weer van de belastingramingen. Tabel 1 toont de ontwikkeling van de realisaties in 2004 naar de Vermoedelijke Uitkomsten in 2005. Tabel 2 toont vervolgens de ontwikkeling van de Vermoedelijke Uitkomsten in 2005 naar de Ontwerpbegroting 2006. Per belastingsoort is hierbij een opsplitsing gemaakt van de verandering van de ontvangsten naar autonome mutatie en endogene mutatie1.

Tabel 1: Belastingopbrengsten en autonome en endogene mutaties 2005 per belastingsoort op kasbasis (x € miljoen)
 2004autonome mutatieendogene mutatie (x € miljoen)endogene mutatie (in %)2005
Kostprijsverhogende belastingen59 6662 6451 0861,8%63 396
Invoerrechten1 4690946,4%1 563
Omzetbelasting35 3481 7123761,1%37 436
Belasting op personenauto's en motorrijwielen3 012250672,2%3 328
Accijnzen9 34661180,2%9 425
– Accijnsvan lichte olie3 89912150,4%3 926
– Accijnsvan minerale oliën, anders dan lichte olie2 5680331,3%2 601
– Tabaksaccijns1 92449– 9– 0,5%1 963
– Alcoholaccijns3970– 18– 4,5%379
– Bieraccijns3240– 5– 1,6%319
– Wijnaccijns236010,6%237
Belastingenvan rechtsverkeer4 741– 152555,4%4 981
– Overdrachtsbelasting3 758– 152466,6%3 989
– Assurantiebelasting742071,0%749
– Kapitaalsbelasting241010,6%242
Motorrijtuigenbelasting2 222153974,4%2 472
Belastingenop een milieugrondslag3 2694841785,4%3 931
– Grondwaterbelasting1680– 1– 0,7%167
– Afvalstoffenbelasting880– 1– 0,7%87
– Regulerende energiebelasting2 8924841816,2%3 556
– Waterbelasting1210– 1– 0,7%120
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten1490– 10,7%148
Belasting op zware motorrijtuigen110022,1%113
      
Belastingenop inkomen, winst en vermogen46 6024 6952550,5%51 552
Loon- en inkomstenbelasting26 4932 814– 1 141– 4,3%28 167
Dividendbelasting3 388051815,3%3 906
Kansspelbelasting171021,0%173
Vennootschapsbelasting14 9941 9437855,2%17 722
– Gassector kas1 750000,0%1 750
– Niet-gassector kas13 2441 9437855,9%15 972
Vermogensbelasting440– 24 20
Successierechten1 511– 621157,6%1 564
      
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten– 19000,0%– 19
Totaal belastingen106 2497 3401 3411,3%114 930

Tabel 2: Belastingopbrengsten en autonome en endogene mutaties 2006 per belastingsoort op kasbasis (x € miljoen)
 2005autonome mutatieendogene mutatie (x € miljoen)endogene mutatie (in %)2006
Kostprijsverhogende belastingen63 396– 1 2901 7522,8%63 858
Invoerrechten1 56301056,7%1 668
Omzetbelasting37 436– 1 5541 2343,3%37 116
Belasting op personenauto's en motorrijwielen3 32859541,6%3 441
Accijnzen9 425431391,5%9 607
– Accijnsvan lichte olie3 926– 118772,0%3 886
– Accijnsvan minerale oliën, anders dan lichte olie2 6010622,4%2 662
– Tabaksaccijns1 96316110,1%2 126
– Alcoholaccijns3790– 9– 2,5%370
– Bieraccijns31900– 0,1%318
– Wijnaccijns237073,1%245
Belastingenvan rechtsverkeer4 981– 194701,4%4 857
– Overdrachtsbelasting3 989– 14812,0%4 057
– Assurantiebelasting7490223,0%772
– Kapitaalsbelasting242– 180– 34– 14,0%28
Motorrijtuigenbelasting2 472141963,9%2 709
Belastingenop een milieugrondslag3 931215491,2%4 195
– Grondwaterbelasting167021,2%169
– Afvalstoffenbelasting87– 111,2%87
– Regulerende energiebelasting3 556216441,2%3 817
– Waterbelasting120011,2%122
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten148021,2%149
Belasting op zware motorrijtuigen113043,5%117
      
Belastingenop inkomen, winst en vermogen51 552– 1 1858661,7%51 234
Loon- en inkomstenbelasting28 1671 914– 90,0%30 073
Dividendbelasting3 9060140,3%3 920
Kansspelbelasting173053,0%178
Vennootschapsbelasting17 722– 3 0968294,7%15 455
– Gassector kas1 7500– 50– 2,9%1 700
– Niet-gassector kas15 972– 3 0968795,5%13 755
Successierechten1 564– 3473,0%1 609
      
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten– 19000,0%– 19
Totaal belastingen114 930– 2 4752 6182,3%115 073

3. Nadere toelichting

De raming voor de totale belastingontvangsten in 2005 komt 8,7 miljard euro hoger uit dan de realisatie van de totale belastingontvangsten in 2004. Deze stijging bestaat uit een autonome toename van 7,3 miljard euro en een endogene toename van 1,3 miljard euro. Voor 2006 bedraagt de geraamde toename van de totale belastingontvangsten 0,1 miljard euro ten opzichte van 2005. Dit is het saldo van een autonome daling van -2,5 miljard euro en een endogene stijging van 2,6 miljard euro. De hierna volgende paragrafen geven een nadere toelichting op deze autonome en endogene mutaties.

3.1. Autonome mutaties

De belastingontvangsten in 2005 nemen toe met 7,3 miljard euro als gevolg van autonome maatregelen. De internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2005 geeft een gedetailleerd overzicht van de verschillende maatregelen die de opbrengst van 2005 beïnvloeden. De totale autonome mutatie die daarin staat vermeldt, komt echter niet overeen met de mutatie die hier wordt gepresenteerd. In tabel 3 staat aangegeven welke wijzigingen sindsdien hebben plaatsgevonden.

Tabel 3 effecten autonome maatregelen op belastingontvangsten in 2005 op kasbasis (x € miljoen)
 Kas 2005
Totaal maatregelen, zoals gemeld in Miljoenennota 20054 086
  
Amendementen BP 2005– 38
Totaal maatregelen Motie Verhagen– 128
Gasgebouw3 836
Overige maatregelen (met name nabetalingen)– 415
Totaal maatregelen7 340

De behandeling van het Belastingplan 2005 in de Tweede Kamer heeft geleid tot een kleine neerwaartse bijstelling van de autonome mutatie. De Motie Verhagen heeft de opbrengsten in 2005 verder neerwaarts beïnvloed. Hier tegenover staat de aankoop van het gastransportnetwerk door het Rijk die in 2005 heeft plaatsgevonden. Van het bruto aankoopbedrag vloeit 3,8 miljard euro terug naar de overheid in de vorm van extra VPB en BTW ontvangsten. De overige maatregelen hebben voornamelijk betrekking op nabetalingen tussen belastingen en premies.


Voor 2006 bedraagt de geraamde autonome mutatie van de belastingontvangsten -2,5 miljard euro. Paragraaf 3.3 toont per belastingsoort een overzicht van de verschillende maatregelen. Een beleidsmatige clustering en toelichting is te vinden in bijlage 3 van de Miljoenennota.

3.2. Endogene mutaties

De belastingontvangsten nemen in 2006 met 2,6 miljard toe als gevolg van de endogene ontwikkeling. Dit betekent een groei van 2,3 procent. Bijlage 3 van de Miljoenennota bevat een toelichting van de endogene ontwikkeling voor het totaal van de belastingontvangsten. Deze paragraaf geeft voor enkele specifieke belastingsoorten een nadere toelichting op de endogene ontwikkeling. De meeste aandacht gaat hierbij uit naar de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting, die bij elkaar meer dan 70 procent van de totale belastingontvangsten vormen. Ook de endogene ontwikkeling van de accijnzen komt kort aan bod.

3.2.1. Vennootschapsbelasting

Bij de vennootschapsbelasting wordt onderscheid gemaakt in een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de gassector en een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de niet-gassector. Voor de vennootschapsbelasting afkomstig uit de gassector wordt een aparte raming opgesteld op basis van de winstontwikkeling in die sector, die in belangrijke mate afhangt van de olieprijs en de ontwikkeling van de dollarkoers. Voor een toelichting op de aardgasbatenraming, inclusief de VPB-afdracht uit de gassector, wordt verwezen naar de begroting van Economische Zaken (Begroting XIII). Deze internetbijlage bespreekt alleen de ontwikkeling van de VPB-opbrengst in de niet-gassector.


De endogene mutatie in 2006 van de VPB-ontvangsten in de niet-gassector bedraagt 5,5 procent. Daarmee overtreft de endogene groei de groei van het nominale BBP van 3½ procent. Dit is het gevolg van het feit dat de VPB-ontvangsten in 2005 nog sterk gedrukt werden door de verliesverrekening vanuit de jaren 2002 en daarvoor, waarin veel slechte resultaten zijn behaald. Naar mate de slechtere jaren langer geleden zijn, raakt dit effect steeds verder uit beeld en maken de VPB-ontvangsten een inhaalslag.

Aanslagoplegging

Voor een nader inzicht in de ontwikkeling van de kasontvangsten volgt eerst een korte toelichting op het proces van aanslagoplegging. De heffing van de vennootschapsbelasting vindt in eerste instantie plaats via voorlopige aanslagen. In januari wordt aan het begin van een transactiejaar een inschatting gemaakt van de winst voor dat jaar op basis van winsten uit de afgelopen twee jaren eventueel gecorrigeerd voor verwachtingen omtrent de winsten van dat jaar zelf. Op basis hiervan worden voorlopige aanslagen verstuurd. Vervolgens geven bedrijven in juli of augustus van datzelfde jaar T een eerste voorlopige inschatting van de winstontwikkeling. Op basis van deze voorlopige schatting kan een bijstelling van de voorlopige aanslag plaatsvinden. In juli / augustus van het daaropvolgende jaar (T+1) vindt vervolgens de voorlopige aangifte plaats en dit kan wederom leiden tot een nadere voorlopige aanslag. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de aard van de aangifte vindt in een van de daaropvolgende jaren de definitieve vaststelling van de winst plaats.


De aanslagoplegging is dus verspreid over meerdere jaren. In figuur 1 wordt een overzicht gegeven van het verloop van het totale nettobedrag aan aanslagen per transactiejaar. Via de voorlopige aanslagen wordt een groot deel van de uiteindelijke aanslagoplegging (ongeveer 70 procent) reeds in het eerste jaar ontvangen. In de figuur is de aankoop van het gasgebouw in 2005 duidelijk zichtbaar. De aanslag voor 2,3 miljard aan VPB-opbrengsten die terugvloeien van het bruto aankoopbedrag veroorzaken een scherpe stijging in juni 2005.

Figuur 1 Totale aanslagoplegging naar transactiejaar (x € miljoen)



kst1812_01.gif

Tabel 4 toont de ontwikkeling van de totale kasopbrengst per jaar met een opsplitsing naar transactiejaar. Ook hieruit blijkt duidelijk dat het grootste deel van de opbrengst in een bepaald jaar voortkomt uit de voorlopige aanslagen over dat jaar zelf. Deze opbrengst stijgt nog door bijstellingen in de voorlopige aanslagen over voorgaande jaren, maar als gevolg van verliesverrekening is de bijdrage van jaar T-3 en ouder over het algemeen negatief. In de raming is zichtbaar dat de totale ontvangsten in 2005 gedrukt worden door de nog relatief grote verliesverrekeningen over de jaren 2002 en ouder . Daartegenover staat dat de totale ontvangsten in 2005 sterk zijn vertekend door de aankoop van het gasgebouw, waardoor de opbrengst over jaar T ongeveer 2,3 miljard hoger uitvalt. De geraamde endogene stijging van de ontvangsten bedraagt 0,8 miljard in 2005 en 0,9 miljard euro in 2006.

Tabel 4 opbrengst en ontwikkeling VPB niet-gas op kasbasis naar transactiejaar (x € miljoen)
 200120022003200420052006
T10 94911 13210 30510 77612 9579 971
T-13 6712 4141 9433 0703 4973 461
T-21 275850616635621716
T-3– 5341– 200– 47– 263– 86
T-4 en ouder– 31– 893– 823– 1 189– 839– 307
Totaal kasopbrengst VPBniet-gas15 81013 54411 84213 24415 97213 755

3.2.2. Loon- en inkomstenbelasting

De loonbelasting is een voorheffing van de inkomstenbelasting. Voor particulieren geldt in veel gevallen dat de voorheffing via de loonbelasting gelijk is aan de eindheffing, zodat de verschuldigde inkomstenbelasting gelijk is aan 0. In gevallen waar dit niet zo is, kan zowel sprake zijn van een heffing of van een teruggave via de inkomstenbelasting. Hierdoor zijn per saldo de opbrengsten van de inkomstenbelasting relatief gering in vergelijking met de ontvangsten bij de loonbelasting. Voor de hiernavolgende analyse wordt gekeken naar de ontwikkeling van de loon- en inkomstenheffing. Dit betreft naast de belasting tevens de ontvangsten premies volksverzekeringen welke geïntegreerd worden geheven.

Loonheffing

De raming van de loonheffing vindt net als bij de vennootschapsbelasting op transactiebasis plaats. Het ontvangstpatroon van de transactieopbrengst in de kas is bij de loonheffing echter veel stabieler dan bij de VPB. Daarnaast geldt dat de transactieopbrengst ook veel sneller wordt ontvangen en binnen 3 maanden na afloop van het jaar bijna volledig gerealiseerd is. Hierdoor treden minder grote verschillen op tussen de ontwikkeling van de transactieopbrengst en de kasopbrengst dan bij de VPB.

Tabel 5 Opbrengst en ontwikkeling loonheffing op transactiebasis (x € miljoen)
 200420052006
opbrengst op transactiebasis67 13469 62670 617
    
mutatie1 9742 492991
– wv autonoom1 3352 832– 1 753
– wv endogeen639– 3402 744
    
endogene groei in %1,0%– 0,5%3,9%

De endogene groei van de loonheffing is afhankelijk van het totale belastbare inkomen. Deze wordt bepaald door de groei van de werkgelegenheid, de stijging van de contractlonen, de hoogte van verschillende premies en de ontwikkeling van uitkeringen en pensioenen. Tabel 6 geeft een overzicht van enkele gegevens uit de Macro Economische Verkenning van het CPB.

Tabel 6 Relevante economische variabelen voor de loonheffing (in %)
 20052006
Arbeidsvolume in arbeidsjaren– ½%1¼%
Contractloonstijging bedrijven¾%1½%
Incidentele loonstijging– ¼%– ½%
Tabelcorrectiefactor1,4%0,9%
Arbeidsinkomensquote marktsector81%79%

bron: Macro-Economische Verkenning 2006, CPB


In 2005 is nog sprake van een daling van de werkgelegenheid. In combinatie met een lage groei van de lonen als gevolg van de ongunstige arbeidsmarktsituatie en het beleid van loonmatiging alsmede een relatief hoge indexatie van de schijflengtes, waardoor burgers pas bij een hoger loonniveau in het een hogere belastingschijf terechtkomen, verklaart dit waarom de loonheffing een lichte daling laat zien van -0,5 procent.


In de raming voor 2006 is weer sprake van een duidelijke positieve endogene ontwikkeling van de loonheffing. Dit wordt verklaard door verschillende factoren. Ten eerste neemt de heffingsgrondslag toe door de aantrekkende arbeidsmarkt en de licht stijgende contractlonen. Ten tweede leidt de indexatie van de belastingschijven en heffingskortingen aan de inflatie nu tot een relatief lage tabelcorrectiefactor, wat een impuls voor de ontvangsten betekent. Dit heeft tevens tot gevolg dat de verdeling tussen premies en belastingen verschuift ten gunste van de belastingopbrengsten, omdat per schijf het aandeel belasting toeneemt.

Inkomensheffing

De inkomsten bij de inkomensheffing zijn het saldo van de belastingontvangsten van particulieren en zelfstandige ondernemers. Voor de particulieren geldt de loonheffing als voorheffing. Bij de inkomensheffing voor particulieren hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.

Figuur 2 Cumulatieve kastontvangsten inkomensheffing per belastingjaar t/m juli 2005 (x € miljoen)



kst1812_02.gif

Figuur 2 geeft de ontwikkeling van de kasontvangsten naar transactiejaar weer. In deze figuur vallen drie zaken op. Ten eerste is zichtbaar dat het patroon van de opbrengsten van de inkomstenheffing gedurende jaar T geleidelijk vervlakt sinds de belastingherziening van 2001. De inkomstenheffing in jaar T betreft voornamelijk de afdrachten van zelfstandigen en de voorlopige teruggaven aan particulieren. Ten tweede vindt jaarlijkse een scherpe daling plaats van de opbrengsten in jaar T+1, die hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door de teruggaven van inkomensheffing aan particulieren in verband met hun aangifte over het afgelopen belastingjaar. Deze aangifte moeten zij steeds voor 1 april van het jaar T+1 doen. Ten derde valt op dat de uiteindelijke transactieopbrengst van de inkomensheffing jaarlijks lager ligt. Dit is het gevolg van de ontwikkeling van de grondslag (bijtel- en aftrekposten en winstontwikkeling zelfstandigen) en fiscaal beleid (bijv. tariefsmaatregelen).


De raming van de ontvangsten van de inkomensheffing is opgesteld op basis van de autonome maatregelen, de geraamde endogene ontwikkeling en de kasrealisaties tot en met juli.

Tabel 7 Opbrengst en ontwikkeling inkomstenheffing op transactiebasis (x € miljoen)
 200420052006
opbrengst op transactiebasis– 4 323– 4 791– 4 945
    
mutatie – 468– 154
– wv autonoom – 691629
– wv endogeen 223– 783

De vertraging in het automatiseringssysteem bij de belastingdienst in 2004 (toegelicht in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2004) heeft tot een eenmalige hogere opbrengst in 2005 geleid, zodat de endogene groei van de ontvangsten inkomensheffing op transactiebasis 0,4 miljard euro bedraagt. Voor 2006 wordt een endogene daling van 0,8 miljard euro geraamd. Deze endogene ontwikkeling is het gevolg van de geraamde ontwikkeling van de grondslagen, de groei van de verschillende aftrekposten en de verdeling over belastingen en premies.

3.2.3. Omzetbelasting

De omzetbelasting is de grootste belastingsoort en verantwoordelijk voor circa 30 procent van de totale belastingontvangsten. De endogene groei van de omzetbelasting wordt vooral bepaald door de waardeontwikkeling van de bestedingen waarop BTW rust, met name de particuliere consumptie, de overheidsinvesteringen en de investeringen in woningen. De ramingen van het CPB voor deze bestedingscategorieën zijn samengevat in onderstaande tabel.

Tabel 8 Raming van de procentuele ontwikkeling van bestedingen in 2005 en 2006
 20052006
particuliere consumptie, waardemutatie1%3%
investeringen in woningen, waardemutatie5%4¾%
overheidsinvesteringen, waardemutatie– ¾%¼%

bron: Macro-Economische Verkenning 2006, CPB


Bij de particuliere consumptie speelt ook de samenstelling van de consumptie een rol, omdat er verschillende bestedingscategorieën zijn waarvoor een verschillend BTW-tarief geldt. Bij laagconjunctuur is het bijvoorbeeld geen ongebruikelijk verschijnsel dat er een verschuiving plaatsvindt van consumptie waarvoor een hoog BTW-tarief geldt («luxe goederen») naar consumptie waarvoor een lager tarief geldt. Hierdoor daalt het gemiddelde BTW-tarief over de totale particuliere consumptie.

Tabel 9 Opbrengst en ontwikkeling omzetbelasting op transactiebasis (x € miljoen)
 200420052006
opbrengst op transactiebasis35 47837 46337 262
    
mutatie6561 984– 201
– wv autonoom881 719– 1 557
– wv endogeen5682651 356
endogene groei in %1,6%0,7%3,6%

De raming van de endogene groei van de BTW-opbrengst op transactiebasis bedraagt 0,7 procent in 2005. De groei van de transactieopbrengst blijft daarmee nog achter bij de groei van de particuliere consumptie. Voor 2006 wordt geraamd dat de BTW-opbrengst op transactiebasis een endogene groei van 3,6 procent laat zien, wat in lijn met het verwachte economische herstel iets hoger is dan de groei van de particuliere consumptie.

3.2.4. Accijnzen

De accijnzen laten een bescheiden endogene groei zien van 0,2 procent in 2005 en 1,5 procent in 2006. Deze groei komt vrijwel volledig voort uit de stijging van de accijnzen van lichte olie en minerale oliën die het gevolg is van een lichte groei in het wagenpark personenvoertuigen. Tegenover deze endogene toename staat de daling bij de accijnzen op tabak, bier en wijn. Hieraan ligt met name een meerjarige afnemende trend ten grondslag, in 2005 nog versterkt door de daling van -¾ procent in het volume van de particuliere consumptie.

3.3. Overzichtstabellen autonome mutaties per belastingsoort

De onderstaande tabellen geven een overzicht van de effecten van de beleidsmaatregelen en de overige maatregelen op de ontvangsten per belastingsoort. Daarbij is aangegeven welk deel van de maatregelen al in de internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2005 is verantwoord.

Tabel 10: Effecten autonome maatregelen op de omzetbelasting in 2005 en 2006 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2005 kastrans2006 kastrans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN20056976  
BP05: Verhoging Energiebelasting  3 
BP05: Aanpak BTW-constructiebestrijding roerende zaken  5050
Totaal Fiscaal69765350
     
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN20056060– 24– 24
Aankoop Gasgebouw1 5831 583– 1 583– 1 583
     
Totaal Overig1 6431 643– 1 607– 1 607

Tabel 11: Effecten autonome maatregelen op de BPM in 2005 en 2006 op kasbasis (x € miljoen)
 2005 kas2006 kas
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005301 
Aanpassing lastenverlichting auto (motie Hofstra/Crone) 2
BP 2003: Afschaffen regeling schoon en zuinig – 6
BP05: Verlaging tarief BPM met € 600 voor dieselauto's met roetfilter – 11
BP05: Aanpassen accessoireregeling BPM 15
BP05: Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens 200
Motie Verhagen: Vervallen BPM accessoires364
Motie Verhagen: tegenboeking Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens– 180– 200
Motie Verhagen: Gelijktrekken BPM en MRB voor bestel- en personenauto's267302
Motie Verhagen: Invoering teruggaafregeling BPM bestelauto's voor ondernemers– 175– 248
Totaal Fiscaal25059

Tabel 12: Effecten autonome maatregelen op de accijnzen in 2005 en 2006 op kasbasis (x € miljoen)
 2005 kas2006 kas
Accijns op lichte oliën  
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005– 1 
Motie Verhagen: Accijns kerosine binnenlandse vluchten131
BP 2006: Achterwege laten indexering brandstofaccijnzen – 57
BP 2006: Stimulering biobrandstoffen – 63
Totaal Fiscaal12– 119
   
   
Tabaksaccijns  
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN200549 
Totaal Fiscaal49 
Bekorten krediettermijn accijnszegels 160
Totaal Overig 160

Tabel 13: Effecten autonome maatregelen op de overdrachtsbelasting in 2005 en 2006 op kasbasis (x € miljoen)
 2005 kas2006 kas
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005– 15 
BP 2006: Vrijstelling overdrachtsbelasting WOM – 9
BP 2006: Vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsoverdracht – 5
Totaal Fiscaal– 15– 14

Tabel 14: Effecten autonome maatregelen op de kapitaalsbelastingin 2005 en 2006 op kasbasis (x € miljoen)
 2005 kas2006 kas
BP 2006: Afschaffen kapitaalsbelasting – 180
Totaal Fiscaal -180

Tabel 15: Effecten autonome maatregelen op de motorrijtuigenbelasting in 2005 en 2006 op kasbasis (x € miljoen)
 2005 kas2006 kas
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005494 
Automatische indexatie MRB 42
BP05: Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens 138
BP05: Compensatie gehandicapten voor grijze kentekens – 2
Motie Verhagen: tegenboeking Vervallen vrijstelling BPM en MRB voor grijze kentekens– 432– 138
Motie Verhagen: Gelijktrekken BPM en MRB voor bestel- en personenauto's259292
Motie Verhagen: Verlaagd tarief MRB bestelauto's voor ondernemers– 217– 196
Motie Verhagen: Beperkte verhoging MRB grijs kenteken per 1 januari 2005506
Totaal Fiscaal153141

Tabel 16: Effecten autonome maatregelen op de regulerende energiebelasting in 2005 en 2006 op kasbasis (x € miljoen)
 2005 kas2006 kas
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005664 
SA gv: defiscalisering diverse faciliteiten art 36 WBM 11
NvW BP 2003: aanpassing defiscalisering diverse faciliteiten art 36 WBM – 20
SA gv: verlagen nihiltarief groene stroom 27
Afschaffing verlaagd tarief groene stroom icm verhoging belastingvermindering REB (buitenlandlek) – 4
BP05: Verhoging Energiebelasting 133
Motie Verhagen: Geringere verhoging EB i.v.m. MKB– 90– 10
BP 2005: Gedeeltelijke uitstel verhoging Energiebelasting– 9080
Totaal Fiscaal484216

Tabel 17: Effecten autonome maatregelen op de Inkomstenbelasting in 2005 en 2006 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2005 kastrans2006 kastrans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005– 135– 272  
Euro 3 vrachtwagens onder VAMIL (IB-deel)  – 7– 7
SA gv: aanpassing MIA/VAMIL (ib)  – 1– 2
SA lv: Beperken EWF tot betaalde hypotheekrente (Hillen)  – 97 
Uitbreiding regeling groen beleggen en VAMIL (structureel -60 mln)  – 22
WBK: Afschaffen aftrekpost «uitgaven voor kinderopvang»  7 
overwaarderegeling eigen woning  6363
verhoging combinatiekorting voor werkende partners: € 290 in 2004; € 93 in 2005; € 58 in 2006;€ 80 in 2007  – 1– 1
Aanpassing ouderenkorting  – 2– 2
BP 2003: Witteveenkader  14 
Tegenboeking Financiële enveloppe Najaarsakkoord  289321
BP05: Verhoging algemene heffingskorting met € 43  – 30
BP05: Verhogen ouderenkorting met € 30  – 1 
BP05: Verruiming doorschuifregeling  – 3 
BP05: Verhoging zelfstandigenaftrek  – 85– 73
BP05: Verruiming milieu-investeringsaftrek  – 3– 3
BP05: Vervallen Farbo-regeling  22
Motie Verhagen: Terugboeken compensatie via verlagen zelfstandigenaftrek61684340
Motie Verhagen: Aftrekbaarheid gemengde kosten van 90% naar 75%  7483
Beperking aftrek gemengde kosten cfm motie Verhagen al per 20057483– 66– 83
Uitbreiding tonnagebelasting kraanschepen, surveyschepen en kabelleggers– 5– 5– 1 
BP 2006: verhoging gerichte combinatiekorting  – 98– 108
BP 2006: verhoging ouderenkorting  – 85– 95
BP 2006: verlaging alleenstaande ouderenkorting  2932
BP 2006: verhoging alleenstaande ouderenkorting onbegrensd  – 41– 46
Compensatie zorgstelsel ouderen- en combinatiekorting  217241
Kinderkorting  34
correctie: filmstimuleringsregeling uit BP2005450 
Wetsvoorstel versterking fiscale rechtshandhaving  3235
Totaal Fiscaal0– 122279400
     
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005744– 423  
Nabetaling rijk aan fondsen over 2001 in 2005  – 744 
Nabetaling rijk aan fondsen over 2002 in 2006  813 
spaartegoedenrichtlijn  7070
Correctie nabetaling over 2004 in 2008 427  
Correctie nabetaling over 2000 in 2004– 443   
Correctie nabetaling over 2001 in 200541 – 41 
Correctie nabetaling over 2005 in 2009 221 – 221
Totaal Overig34222598– 151

Tabel 18: Effecten autonome maatregelen op de loonbelasting in 2005 en 2006 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2005 kastrans2006 kastrans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN20052 2322 520  
SA gv: afschaffen afdrachtskorting langdurig werklozen (VLW)  2323
SA gv: gefaseerde afschaffing SPAK  241241
SA lv: gefaseerde verhoging arbeidskorting  – 50– 50
veegwet IB 2001:amendement verhoging afdrachtsvermindering ouderschapsverlof  66
veegwet IB 2001: afdrachtsverminderingen ouderschapsverlof  – 13– 13
WBK: Afschaffen afdrachtvermindering kinderopvang  20 
afschaffen fiscale faciliëring prépensioen  5650
afschaffen fiscale faciliëring vut  3131
aanpassing overgangsregeling VUT/prepensioen  208195
Fasering WBSO  – 26– 26
Ramingsbijstelling levensloop  – 17– 20
Lastenschuif 2004 – 2007: tarief 1e schijf (fasering)  – 430– 598
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen fiscale faciliëring VUT/prepensioentot 1–1-2006 (tegenboeking)  – 296– 277
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen fiscale faciliëring VUT/prepensioen tot 1–1-2006 (invoering)  600667
NvW BP 2004: Uitstellen invoeren levensloopregeling tot 1–1-2006 (tegenboeking)  1410
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof (tegenboeking overgangsregeling))  – 6 
NvW BP 2004: Uitstellen invoeren levensloopregeling tot 1–1-2006 (invoering)  – 94– 105
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof tot 1–1-2006  6471
NvW BP 2004: Uitstellen afschaffen afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof tot 1–1-2006 (overgangsregeling)  – 40– 44
NvW BP 2004: Nieuwe fiscale faciliëring VUT/prepensioen/levensloop (financiële enveloppe)  – 289– 321
Premieverhoging AWBZ per 1/7/2004 (incidenteel)  – 21 
Niet doorgaan verlagen maximum opbouw OP naar 70%  – 81– 90
Vervallen deeltijdeis bij levensloop  – 68– 76
Gefaseerde heffing  22
Overgangsrecht VUT en PP  – 72– 80
kosten extra storting levensloop  – 4– 4
BP05: Vervallen dubbel spaarloon  3 
BP05: Vervallen pc-privé regeling  71
BP05: Verlengen eerste schijf met € 400  – 6– 1
BP05: Verhogen belastingtarief tweede schijf met 0,6%  425
BP05: Afschaffen keuzeregime aandelenoptierechten  – 2 
BP05: Verhoging eindheffing spaarloon bij werkgevers  10 
BP05: Omzetting AWBZ-verhoging tarief eerste en tweede schijf met 0,3%  63 
Motie Verhagen: Eindheffing spaarloon verhogen met 5% naar 25%9010010 
Motie Verhagen: Overgangsmaatregel VUT en PP  – 11– 13
SpaarVUT en deeltijdpensioen verplicht voor overgangsregelingen  1315
Spaarloon deblokkeren voor kinderopvang per 1–1-2005– 4– 4  
Overgangsrecht VUT en prepensioenregelingen  44
Extra stortingsmogelijkheid werknemers 50–57  22
Aanpassing heffingssystematiek omslaggefinancierde regelingen  – 2– 2
Heffingskorting  – 62– 69
40 dienstjaren 63 jaar  – 28– 31
keuzemenu-franchise verlaging naar E9400  – 15– 17
levensloop 210%  – 30– 34
verhoging TES/TTS  366407
tegenboeking fasering lastenbeeld  538598
Verhoging TES/TTS met 0,1% ivm verlaging AWBZpremie  183203
Verhoging TES/TTS met 0,1% ivm rijksbijdrage kinderen in zorgstelsel  183203
Verhoging alg heffingskorting met €10  – 44– 49
correctie: verhoging algemene heffingskorting met €10  89
correctie: verhogen aanvullende ouderenkorting met €105  1112
correctie: verlagen ouderenkorting met €60  – 14– 15
verhoging algemene heffingskorting met €78  – 48– 53
Verhogen aanvullende ouderenkorting met € 272 en onbegrensd maken  – 3539
Verlagen ouderenkorting met €80, verhogen inkomensgrens met €200  1820
Verhoging tarief eerste schijf met 0,25%  343381
Vrijwilligersregeling  – 2– 2
BP2006: Grondslageffect ZVW premie en Awf premie  185205
Totaal Fiscaal2 3182 6161 4471 334
     
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005150764  
BP 2003: fraudebestrijding  3939
nabetaling LB aan fondsen over 2003 in 2005  515 
nabetaling over 2003 in 2005  45 
nabetaling over 2004 in 2005  – 545 
nabetaling over 2002 in 20043   
nabetaling over 2004 in 2006 – 167  
Motie Verhagen: Autokostenfictie onder de LB  3640
nabetaling over 2005 in 2007 244 – 244
Totaal Overig15384190– 165

Tabel 19: Effecten autonome maatregelen op de Vennootschapsbelasting in 2005 en 2006 op kasen transactiebasis (x € miljoen)
 2005 kastrans2006 kastrans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005– 656– 1 161  
BP 2003 – ramingsbijstelling afschaffen faciliteiten vervroegde afschrijving  – 10– 10
Euro 3 vrachtwagens onder VAMIL (VPB-deel)  – 28– 29
SA gv: aanpassing EIA/MIA/VAMIL (VPB)  – 8– 9
SA gv: Vpb over comm. Activiteiten pensioenfondsen  52 
NvW BP 2004: Amendement 91 Giskes VPB vrijstelling beperken tot BBSH (irt beperking vrijstelling vrijstelling woningcorporaties)  5 
BP05: Belastingplicht voor Bank voor Nederlandse Gemeenten en Waterschapsbank  39 
BP05: Verlaging algemene tarief en tariefopstapje Vpb  – 666– 420
BP05: Verruiming WBSO  – 8 
Motie-Verhagen: EIA versoberen5010050 
Evenwichtiger gemengde kostenaftrek  108120
Verlagen VPB-tarief  – 324– 360
Afschaffen afwaarderingsverliezen VPB  162180
Verhoging plafond giftenaftrek VPB  – 1– 1
Verlagen tariefopstapje VPB met 0,5% naar 25,5%  – 14– 15
Totaal Fiscaal– 606– 1 061– 642– 544
     
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN 2005173– 400  
Gerechtelijke uitspraak Bosal  – 100– 100
Aankoopkosten deelnemingen wel aftrekbaar  60 
Motie-Verhagen: Verhoging AVAR-percentage ondernemingen met 1%140140– 140– 140
vervallen CFA regime– 18– 25– 22– 20
Gasgebouw2 2532 253– 2 253– 2 253
Totaal Overig2 5491 968– 2 455– 2 513

Tabel 20: Effecten autonome maatregelen op de Successierechten in 2005 en 2006 op kas- en transactiebasis (x € miljoen)
 2005 kastran2006 kastrans
Verantwoord in internetbijlage behorend bij MN2005– 44– 49  
BP05: Verruiming bedrijfsopvolging successierecht  – 3 
BP05: Verlaging tarief Successierecht voor algemeen nut beogende instellingen  – 2 
Uitstelfaciliteit betaling belasting over stakingswinst bij bedrijfsoverdracht– 32– 3515
Niet doorgaan verkorting uitstelfaciliteit van 3 naar 2 jaar27303 
Verruiming bedrijfsopvolging succ.recht (2005 en 2006 60%, v.a. 2007 75%)– 14– 15– 2 
Totaal Fiscaal– 62– 69– 35

1  Autonome mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van fiscale maatregelen of van overige maatregelen. Alleen mutaties als gevolg van fiscale maatregelen zijn relevant voor de microlastenontwikkeling. Voorbeelden van overige maatregelen zijn maatregelen in de uitvoeringssfeer van de Belastingdienst en nabetalingen van belastingen en premies tussen Rijk en sociale fondsen.Endogene mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van de economische ontwikkeling.