Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

HORIZONTALE TOELICHTING 2005–2010

Per begroting (of begrotingsfonds dan wel aanvullende post) wordt in deze bijlage een toelichting gegeven op het verloop van de uitgaven en niet-belastingontvangsten vanaf 2005 tot en met 2010 volgens de huidige inzichten. Ook het verloop van de meerjarencijfers van de sectoren Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt en het Budgettair Kader Zorg wordt op hoofdlijnen toegelicht.


De uitgaven voor internationale samenwerking worden separaat als totaal gepresenteerd. De totalen per begroting zijn derhalve exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen.

De cijfers van de afzonderlijke begrotingen luiden in constante prijzen van het jaar 2005. De bedragen luiden in miljoenen euro's. Via aanvullende posten voor loon- en prijsbijstelling wordt een reservering opgenomen voor toekomstige loon- en prijsstijgingen.

Huis der Koningin

I Huis der Koningin

 200520062007200820092010
totaal uitgaven totaal niet-belastingontvangsten5,65,75,75,75,75,7
1 Uitkering leden koninklijk huis      
Uitgaven5,65,75,75,75,75,7

Staten-Generaal

IIA Staten-Generaal

 200520062007200820092010
totaal uitgaven119,4113,3113,1112,0111,5111,0
totaal niet-belastingontvangsten2,12,12,11,91,91,9
       
1 Wetgeving en controle Eerste Kamer      
Uitgaven9,08,38,48,48,48,3
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
2 Uitgaven tbv van (oud) leden Tweede Kamer en leden EP      
Uitgaven31,630,931,931,931,430,9
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3
       
3 Wetgeving en controle Tweede Kamer      
Uitgaven76,972,171,069,969,869,8
Ontvangsten1,71,71,71,61,61,6
       
4 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer      
Uitgaven1,91,91,91,91,91,9
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0

De uitgaven en ontvangsten van de Staten-Generaal worden volledig gescheiden van de overige Hoge Colleges van Staat gepresenteerd.


De hogere uitgaven in 2005 op het artikel Wetgeving en controle Tweede Kamer worden verklaard uit het feit dat een deel van de middelen die in het kader van ondersteunende activiteiten( onder andere beveiliging) in 2004 niet tot besteding zijn gekomen, zijn meegenomen naar 2005.

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

IIB Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

 200520062007200820092010
totaal uitgaven94,289,789,284,584,584,4
totaal niet-belastingontvangsten3,32,82,82,82,82,8
       
1 Raad van State      
Uitgaven50,748,348,543,843,843,8
Ontvangsten1,91,51,51,51,51,5
       
2 Algemene Rekenkamer      
Uitgaven27,026,025,725,725,725,7
Ontvangsten1,21,21,21,21,21,2
       
3 De Nationale Ombudsman      
Uitgaven9,18,58,28,28,28,2
Ontvangsten0,10,00,00,00,00,0
       
4 Kanselarij der Nederlandse Orden      
Uitgaven3,23,13,03,03,03,0
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
5 Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen      
Uitgaven2,62,52,52,52,52,5
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba      
Uitgaven1,61,21,21,21,21,2

De hogere uitgaven van de Raad van State tot en met 2007 hangen samen met nieuwe huisvesting voor de Raad van State die in die jaren wordt gerealiseerd.

Algemene Zaken

III Algemene Zaken

 200520062007200820092010
totaal uitgaven51,344,343,243,042,942,9
totaal niet-belastingontvangsten4,44,44,44,44,44,4
       
1 Bevorderen eenheid regeringsbeleid      
Uitgaven48,441,140,039,839,839,8
Ontvangsten4,44,44,44,44,44,4
       
4 Kabinet der Koningin      
Uitgaven2,22,22,22,22,22,2
       
5 Commissie van toezicht inlichtingen- en veiligheidsdiensten      
Uitgaven0,81,01,01,01,01,0

Op het artikel Bevorderen eenheid regeringsbeleid houden de hogere uitgaven in 2005 verband met de door het Nationaal Comité georganiseerde festiviteiten rond het Zilveren Regeringsjubileum van H.M. Koningin Beatrix en met de uitgaven voor de bijzetting van Z.K.H. Prins Bernhard.


Bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten vindt vanaf 2006 een structurele verhoging van de uitgaven plaats door het toegenomen toezicht vanwege de uitbreiding bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Koninkrijksrelaties

IV Koninkrijksrelaties

 200520062007200820092010
totaal uitgaven197,5173,0166,2165,2157,9142,4
totaal niet-belastingontvangsten36,815,913,015,316,316, 1
       
1 Waarborgfunctie      
Uitgaven57,734,744,745,146,046,0
Ontvangsten17,64,54,54,54,54,9
       
2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners      
Uitgaven138,6137,0120,2118,8110,695,2
Ontvangsten19,211,48,510,811,811,2
       
3 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven1,31,31,31,31,31,3

De uitgaven verband houdende met de waarborgfunctie zijn in 2006 eenmalig lager dan in andere jaren. Dit wordt verklaard doordat de middelen voor de luchtverkenningcapaciteit van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba incidenteel zijn overgeboekt naar Defensie. Door vertraging in de verwerving van alternatieve luchtverkenningcapaciteit worden de uitgaven in 2006 nog door Defensie gedaan. In 2005 zijn de uitgaven hoger als gevolg van een intertemporele compensatie van middelen, onder andere bestemd voor de kustwacht en rechtshandhaving.


Het verloop van de uitgaven in het kader van de bevordering autonomie Koninkrijkspartners hangt samen het Veiligheidsplan Nederlandse Antillen waarvoor in 2005 en 2006 additioneel 22 miljoen euro wordt uitgetrokken.

Buitenlandse Zaken

V Buitenlandse Zaken

 200520062007200820092010
totaal uitgaven6 600,56 851,86 989,17 140,37 310,77 454,3
totaal niet-belastingontvangsten464,2494,8521,1531,5542, 1552,9
       
23 Versterkte Europese samenwerking      
Uitgaven6 600,56 851,86 989,17 140,37 310,77 454,3
Ontvangsten464,2494,8521,1531,5542,1552,9

Relatie begroting Buitenlandse Zaken en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

Er zijn twee soorten uitgaven op de begroting van Buitenlandse Zaken: HGIS en niet-HGIS. Niet-HGIS uitgaven zijn uitgaven ten behoeve van de Europese Unie. HGIS-uitgaven zijn alle andere buitenlanduitgaven. De HGIS-uitgaven worden elders toegelicht; hier worden alleen de EU-afdrachten toegelicht.


De totale afdrachten aan de Europese Unie op het artikel Versterkte Europese samenwerking laten een stijgend verloop zien. De stijging in 2006 wordt voornamelijk veroorzaakt door toenemende uitgaven door de EU. Omdat de onderhandelingen over de nieuwe meerjarencijfers nog niet afgerond zijn, zijn er nog geen nieuwe afdrachtencijfers beschikbaar vanaf 2007. De afdrachten voor 2007 en verder zijn derhalve voor prijsontwikkeling gecorrigeerde stelposten.

Justitie

VI Justitie

 200520062007200820092010
totaal uitgaven5 570,95 394,05 287,65 178,95 191,25 192,4
totaal niet-belastingontvangsten1 073,81 016,11 055,31 071,21 084,51 087,5
       
11 Nederlandse rechtsorde      
Uitgaven13,715,910,710,410,410,4
       
12 Rechtspleging en rechtbijstand      
Uitgaven1 254,21 209,61 193,01 191,91 191,51 191,5
Ontvangsten230,8178,6177,8178,0177,6177,6
       
13 Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding      
Uitgaven2 032,42 080,82 157,22 153,62 157,22 160,4
Ontvangsten693,9707,8721,3732,5733,2733,2
       
14 Jeugd      
Uitgaven719,5754,2754,7769,6769,2769,2
Ontvangsten12,312,312,312,312,312,3
       
15 Vreemdelingen      
Uitgaven1 084,9831,3650,3523,0525,6524,4
Ontvangsten115,3103,7108,997,997,997,9
       
16 Integratie      
Uitgaven257,2318,8323,1300,9296,9296,9
Ontvangsten0,55,226,542,555,558,5
       
17 Internationale rechtsorde      
Uitgaven1,81,81,71,81,81,8
       
91 Algemeen      
Uitgaven205,4180,4195,7226,6237,4236,6
Ontvangsten21,08,58,57,97,97,9
       
92 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven – 0,9– 0,9– 0,9– 0,9– 0,9
       
93 Geheim      
Uitgaven2,02,02,02,02,02,0

Het uitgavenpatroon van Justitie wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een daling van de uitgaven op het artikel Vreemdelingen. De lagere bezetting in de opvangfaciliteiten en een vermindering van de procedures zorgen voor een afname van de uitgaven met ruim 500 miljoen euro tussen 2005 en 2010. Tegenover deze dalende uitgaven voor asiel staan investeringen op het terrein van de Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, Jeugd en Integratie.


De uitgaven aan Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding lopen op als gevolg van de doelstellingen uit het Veiligheidsprogramma. De hieraan gekoppelde investeringen maken het mogelijk dat in 2006 ten opzichte van 2002 40 000 extra zaken door het Openbaar Ministerie worden aangeleverd aan de rechtbanken. Tevens is er sprake van een forse uitbreiding van de capaciteit in het gevangeniswezen. Doel van het Veiligheidsprogramma is om in de periode 2008 tot 2010 te komen tot een vermindering van criminaliteit en overlast met 20–25 procent in vergelijking met het jaar 2002. De uitgaven voor TBS vertonen een oplopend beeld tussen 2005 en 2007. Dit is met name het gevolg van de uitbreiding van long-stay plaatsen. Er worden in 2006 70 longstay plaatsen gecreëerd en vanaf 2007 140 plaatsen. De ontvangsten van artikel 13 «Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding» nemen de komende jaren licht toe, doordat de handhavingsambities uit het Veiligheidsprogramma ook gevolgen zullen hebben voor de opbrengsten uit boeten en transacties.


De oploop van de uitgaven voor het artikel Jeugd is het gevolg van intensiveringen in de jeugdketen. Bij Hoofdlijnenakkoord zijn er oplopende middelen beschikbaar gesteld voor o.a. het versterken van de kwaliteit en de uitvoering van de voogdij, nazorg na een sanctie (jeugdreclassering) en opvoedingsondersteuning. Daarnaast zijn de stijgende uitgaven ook veroorzaakt door de groei van het aantal beschermingszaken bij de gezinsvoogdij en de raad voor de kinderbescherming. Tevens zijn er extra middelen toegevoegd voor de landelijke invoering van het deltaplan gezinsvoogdij. Hiermee wordt de kwaliteit van de gezinsvoogdij verbeterd en de caseload verlaagd.


Het niveau van de uitgaven aan Vreemdelingen neemt de komende jaren af door een lagere bezetting in de opvangfaciliteiten en een vermindering van de procedures. Dit is het gevolg van een restrictief toelatingsbeleid waardoor de instroom van vluchtelingen die asiel aanvragen is gedaald van omstreeks 40 duizend in 2000 naar een raming van 10 duizend voor 2005 en verder. Ook de instroom van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) daalt sterk, van 1 200 in het jaar 2003 tot 600 in 2005 en latere jaren. De uitstroom van asielzoekers en amv's loopt vertraging op ten opzichte van eerdere ramingen, waardoor de daling van het budget in de komende drie jaren minder sterk is dan eerder werd verwacht. Verder krijgen vluchtelingen sneller duidelijkheid over de vraag of hun asielverzoek voldoet aan de criteria van de vreemdelingenwet. De IND krijgt hierdoor minder aanvragen te verwerken, het COA hoeft minder opvangplaatsen aan te houden en bij de Vreemdelingenkamers vinden minder procedures plaats.


Op het artikel Integratie vertonen de uitgaven de eerstvolgende jaren een stijgend verloop als gevolg van een versnelde en additionele inburgeringsimpuls voor allochtone vrouwen in 2006 en 2007 (commissie Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen). Daarnaast vertonen de uitgaven aan de kredietfaciliteit ten behoeve van inburgering een oplopend patroon. Ook de ontvangsten nemen, met een vertraging, toe doordat de cursisten de lening na een aantal jaren dienen af te lossen.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

 200520062007200820092010
totaal uitgaven5 482,05 477,15 553,45 549,45 558,05 369,5
totaal niet-belastingontvangsten578,4486,8506,2526,4526,4306,2
       
1 Grondwet en democratie      
Uitgaven12,511,99,24,96,67,7
       
2 Politie      
Uitgaven4 152,24 248,64 334,04 378,64 411,74 443,4
Ontvangsten206,2210,0221,2231,2231,2231,2
       
4 Partners in veiligheid      
Uitgaven173,371,062,357,357,357,3
Ontvangsten0,9     
       
5 Nationale Veiligheid      
Uitgaven113,3126,1170,9146,9150,9151,0
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
6 Functioneren Openbaar Bestuur      
Uitgaven46,439,037,537,638,739,3
Ontvangsten0,20,20,20,20,20,2
       
7 Informatiebeleid Openbare Sector      
Uitgaven94,9170,1155,5140,1141,6137,5
Ontvangsten40,860,268,478,678,672,9
       
9 Grotestedenbeleid      
Uitgaven444,2351,2353,1346,2340,7125,9
Ontvangsten327,6214,5214,5214,5214,5 
       
10 Arbeidszaken overheid      
Uitgaven66,560,555,059,557,055,1
Ontvangsten0,90,60,60,60,60,6
       
11 Kwaliteit Rijksdienst      
Uitgaven95,1108,989,779,179,179,1
Ontvangsten0,5     
       
12 Algemeen      
Uitgaven89,387,891,0112,988,788,7
Ontvangsten1,01,01,01,01,01,0
13 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven6,014,07,1– 2,2– 2,9– 3,9
       
14 Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid      
Uitgaven11,312,912,813,213,213,2
       
15 Crises- en rampenbeheersing      
Uitgaven39,935,135,235,235,235,2
       
16 Brandweer en GHOR      
Uitgaven137,1140,1140,0140,0140,0140,0
Ontvangsten0,30,30,30,30,30,3

Een aanzienlijk deel van de uitgaven en ontvangsten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is gerelateerd aan taken op het gebied van openbare orde en veiligheid. In 2010 daalt het begrotingstotaal doordat een Brede Doel Uitkering van het Grotestedenbeleid (GSB) eind 2009 afloopt.


De hogere uitgaven in het kader van grondwet en democratiein de jaren 2005 tot en met 2007 zijn het gevolg van intensiveringen op het gebied van democratische vernieuwing, met name het instellen van een burgerforum en een nationale conventie. Het forum zal een voorstel voor een nieuw kiesstelsel aan het kabinet presenteren. De Nationale Conventie heeft als doel richting te geven aan het bredere debat over de inrichting van ons staatsbestel.


Het uitgavenniveau voor de politie stijgt doordat in het kader van het Veiligheidsprogramma extra gelden zijn uitgetrokken voor sterkte-uitbreiding, kwaliteitsimpuls en politieonderwijs. Daarnaast nemen de totale middelen toe als gevolg van de uittredingsregeling politie en de jaarlijkse groei van het politiebudget samenhangend met de bevolkingsgroei. Voorts wordt het verloop van de uitgaven verklaard door oplopende middelen die zijn toegevoegd ten behoeve van terreurbestrijding.


De uitgaven voor partners in veiligheid dalen sterk in verband met het gereedkomen van het project C2000 in 2005.


De uitgaven voor nationale veiligheid stijgen in meerjarig perspectief in het kader van terrorismebestrijding en als gevolg van de capaciteitsuitbreiding van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst waartoe het kabinet heeft besloten naar aanleiding van de bestuurlijke evaluatie. De piek in 2007 houdt verband met de nieuwe huisvesting van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst.


Het hogere uitgavenniveau voor functioneren openbaar bestuur in 2005 hangt samen met de vertraging van het wetsvoorstel subsidiering politieke partijen. Het budget voor subsidiëring politieke partijen is in de begroting 2004 verhoogd. Het wetsvoorstel dat onder andere deze verhoging van het subsidiebudget regelt is niet aanvaard in 2004. BZK kon daarom nog niet tot uitbetaling aan de politieke partijen overgaan. Omdat de subsidie met terugwerkende kracht wordt verhoogd zijn de middelen (6 miljoen euro) via de eindejaarsmarge toegevoegd aan het budget van 2005.


De hogere uitgaven en ontvangsten vanaf 2006 voor het Informatiebeleid Openbare Sector hangen samen met de invoering van biometrie op de Nederlandse reisdocumenten. Daarnaast worden de hogere uitgaven vanaf 2006 veroorzaakt door twee projecten in het kader van de elektronische overheid. Het gaat om de Gemeenschappelijke Beheer-organisatie en het opnemen van de e-functionaliteit op de Nederlandse identiteitskaart en paspoort. De meest betrokken departementen hebben voor deze projecten een bijdrage overgeboekt naar de BZK-begroting.


Conform begin dit jaar gemaakte afspraken worden de inburgeringsmiddelen (verantwoord op de begroting van Justitie) voor de G30 in 2005 ondergebracht in de Brede Doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid (BDU SIV) van het Grotestedenbeleid (GSB). Dit verklaart de hogere uitgaven en ontvangsten voor het grotestedenbeleid in 2005. De BDU-SIV loopt in 2009 af. Daardoor dalen de uitgaven en ontvangsten aan GSB per 2010 aanzienlijk.


De uitgaven voor kwaliteit rijksdienst zijn in 2006 hoger onder andere in verband met investeringen in Rijksnet en uitgaven voor de campagne Werken bij het Rijk.

Onderwijs, Cultuur, Wetenschap

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

 200520062007200820092010
totaal uitgaven27 179,027 814,528 106,428 113,128 243,028 330,8
totaal niet-belastingontvangsten1 281,91 335,51 210,91 080,91 132,61 172,1
       
1 Primair onderwijs      
Uitgaven7 716,67 796,57 818,07 809,57 805,27 794,6
Ontvangsten53,523,319,75,25,25,2
       
3 Voortgezet onderwijs      
Uitgaven5 446,05 686,65 737,85 569,95 521,95 513,5
Ontvangsten3,4151,4151,41,41,41,4
       
4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie      
Uitgaven2 783,02 886,12 809,92 810,82 812,12 807,4
Ontvangsten 81,0    
       
5 Technocentra      
Uitgaven9,2     
Ontvangsten9,1     
       
6 Hoger beroepsonderwijs      
Uitgaven1 791,71 820,01 895,71 912,51 928,81 924,8
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
7 Wetenschappelijk onderwijs      
Uitgaven3 267,63 311,83 380,23 430,73 459,23 473,8
Ontvangsten1,41,41,41,41,41,4
       
8 Internationaal onderwijsbeleid      
Uitgaven17,115,815,816,416,316,3
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid      
Uitgaven168,4217,0311,0310,9310,9311,2
       
10 ICT      
Uitgaven51,533,730,729,730,730,7
Ontvangsten49,847,847,847,847,847,8
       
11 Studiefinanciering      
Uitgaven2 872,03 085,13 165,73 269,23 371,83 464,5
Ontvangsten381,8363,8385,0412,6442,9474,9
12 Tegemoetkoming studiekosten      
Uitgaven303,0311,3313,6313,5311,5309,3
Ontvangsten13,213,213,213,213,213,2
       
13 Lesgelden      
Uitgaven7,17,27,27,27,27,2
Ontvangsten221,7191,8204,8210,8213,7219,3
       
14 Cultuur      
Uitgaven884,4768,9794,4799,9801,6806,3
Ontvangsten104,53,57,50,50,50,5
       
15 Media      
Uitgaven854,3795,0791,7810,5810,4815,3
Ontvangsten319,9264,8256,8271,1266,1266,1
       
16 Onderzoek en wetenschappen      
Uitgaven832,9868,9860,8852,9876,6878,4
Ontvangsten120,9150,9122,7116,3139,8141,7
       
17 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 21,033,311,09,816,216,4
Ontvangsten 42,0    
       
18 Ministerie algemeen      
Uitgaven137,1124,1110,4107,5110,5108,8
Ontvangsten2,60,60,60,60,60,6
       
19 Inspecties      
Uitgaven50,446,545,945,645,545,5
       
20 Adviesraden      
Uitgaven7,66,76,66,66,66,6

De begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap groeit met 1,2 miljard euro tussen 2005 en 2010. Deze oploop wordt voor een groot deel veroorzaakt door een grotere deelname aan het beroeps, hoger en wetenschappelijk onderwijs (zowel grotere aantallen studenten als langere studieduur). Daarnaast vloeit de groei van de uitgaven voort uit intensiveringen van het kabinet in de onderwijssectoren uit hoofde van het Strategisch en het Hoofdlijnenakkoord. Dit extra geld zal worden besteed aan het verbeteren van de kennisinfrastructuur, het terugdringen van het lerarentekort en aan het stimuleren van een grotere onderwijsdeelname. Tegenover deze groei van de uitgaven door de deelname aan het onderwijs en genoemde intensiveringen staan diverse efficiency taakstellingen.


Er is een eenmalige stijging van de uitgaven 2006 met 0,6 miljard euro. Dit heeft voornamelijk te maken met uit het FES betaalde investeringen in praktijklokalen, voortgezet speciaal onderwijs en brede scholen, lesmateriaal voor het beroepsonderwijs dat aansluit op de modernisering van de kwalificatiestructuur, en in verbeteringen van de Nederlandse onderzoeksinfrastructuur.


In het primair onderwijs groeit het aantal leerlingen maar beperkt en zal richting 2010 dalen. Ten gevolge van het aanscherpen van bevoegdheidseisen voor onderwijs in allochtone levende talen (OALT) zullen er meer ontvangsten zijn via terugvorderingen van onterecht uitgekeerde middelen in 2005. Deze teruggevorderde middelen worden na 2005 aangewend voor flankerend beleid voor voormalige OALT-leraren. Tot slot stijgen uitgaven aan de versterking van bestuur en management relatief snel tussen 2005 en 2006 in verband met de invoering van lumpsumfinanciering in het PO.


In het voortgezet onderwijs vindt op termijn een daling van leerlingaantallen plaats. Niettemin groeien de totale uitgaven aan voortgezet onderwijs nog licht. Dit is het gevolg van bijvoorbeeld extra leerlingbegeleiding en de mogelijkheid die steeds meer scholen hun leerlingen bieden maatschappelijke stages te volgen. In 2006 en 2007 zijn de uitgaven aan voortgezet onderwijs hoger dan in latere jaren als gevolg van de eerder genoemde eenmalige investeringen in huisvesting en inrichting van praktijklokalen.


Binnen het artikel Arbeidsmarkt en personeelsbeleid worden de ziektekostenregeling voor onderwijs- en onderzoekspersoneel (ZVOO) en het arbeidsmarktbeleid verantwoord. Voor het arbeidsmarktbeleid zijn zoals afgesproken bij Strategisch en Hoofdlijnenakkoord extra middelen beschikbaar de komende jaren. Met deze middelen wordt werken in het onderwijs aantrekkelijker gemaakt.


In de afgelopen jaren is geïnvesteerd om ICT binnen scholen te versterken. Na 2005 liggen de ICT-uitgaven op een lager structureel niveau. Tot en met 2005 was er bijvoorbeeld een regeling om internet voor scholen in gebieden waar internetvoorzieningen duur waren te ontsluiten («onrendabele gebieden»). Daarnaast lopen eind 2005 enkele tijdelijke innovatieprojecten af. Vanaf 2006 is de relatief vlakke reeks basissubsidies voor ICT zichtbaar.


De toename van studentenaantallen voor hoger en wetenschappelijk onderwijs heeft ook zijn weerslag op de studiefinanciering. De oploop in de uitgaven (0,6 miljard euro over 5 jaar) is nog groter dan de groei in de uitgaven aan hoger en wetenschappelijk onderwijs omdat wordt verwacht dat studenten ook meer gaan bijlenen (0,15 miljard euro meer over 5 jaar dan nu). Daarnaast worden studenten gecompenseerd voor het koopkrachtverlies als gevolg van het nieuwe zorgstelsel.


Het lesgeld voor het voortgezet onderwijs en voor 16- en 17-jarigen in het middelbaar beroepsonderwijs is afgeschaft. Hoewel dit in 2005 gebeurt laat 2006 nog een extra daling van lesgeldontvangsten zien. Het afschaffen van het lesgeld krijgt in het najaar 2005 zijn beslag. Voor het eerste deel van het jaar hebben ouders al lesgeld (ten behoeve van) schooljaar 2004–2005 betaald. De daling is dus minder sterk in 2005. De oploop in latere jaren wordt veroorzaakt door indexatie en ontwikkelingen van de leerlingen.


Bij het Hoofdlijnenakkoord is een taakstelling op subsidies afgesproken. Deze heeft vanaf 2005 gevolgen voor de subsidies bij cultuur. Voor latere jaren worden ook nieuwe uitgaven voorzien. Dit betreft bijvoorbeeld bibliotheekvernieuwing en het op scholen stimuleren van culturele participatie door jongeren.


De uitgaven aan media kennen een grillig verloop vanwege de inschatting van de reclame-ontvangsten in de toekomst. Deze zijn afhankelijk van programmering en grote evenementen.


De toename van het beschikbare budget voor onderzoek en wetenschappen is met name het gevolg van de extra investeringen in kennis en innovatie conform het Hoofdlijnenakkoord. Deze middelen worden ingezet voor projecten in de kennisinfrastructuur en via een verhoging van het NWO-budget voor de versterking van excellent onderzoek.


De uitgaven op het artikel Ministerie Algemeen nemen fors af als gevolg van de efficiency- en volumetaakstellingen. Invulling van deze taakstellingen krijgt zijn beslag voor een groot deel in 2005 en 2006 waarna de apparaatsuitgaven zich op een structureel lager niveau zullen stabiliseren.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA Nationale Schuld (Transactiebasis)

 200520062007200820092010
totaal uitgaven12 897,613 186,114 593,015 511,016 849,818 129,1
totaal niet-belastingontvangsten2 526,81 681,64 072,06 626,49 233,612 102,8
       
1 Financiering staatsschuld      
Uitgaven9 651,29 571,710 732,911 723,012 414,413 051,7
Ontvangsten79,791,8133,9119,9104,3104,3
       
2 Kasbeheer      
Uitgaven3 246,43 614,43 860,13 788,04 435,45 077,4
Ontvangsten2 447,11 589,83 938,16 506,59 129,311 998,5

Hoofdstuk Nationale Schuld betreft het in- en uitlenen van gelden van en aan derden en aan de Staat gelieerde instellingen ten behoeve van de financiering van de staatsschuld. Bovenstaande cijfers zijn exclusief de aflossingen op en de uitgifte van staatsleningen.


Het artikel Financiering Staatsschuld heeft betrekking op de extern gefinancierde staatsschuld. De omvang van de uitgaven en ontvangsten wordt vooral bepaald door de ontwikkeling van het feitelijke tekort en het herfinancieringspatroon van de staatsschuld. De uitgaven bestaan uit de rentelasten van zowel de vaste als de vlottende schuld. Deze rentelasten stijgen geleidelijk, voornamelijk als gevolg van de absolute stijging van het verwachte kapitaalmarktberoep door de Staat. Dit hangt enerzijds samen met de jaarlijkse toename van de vaste schuld en anderzijds met de heruitgifte van de schuld vanaf 2006. Zo worden de in 2003 en 2004 tegen lage rentes uitgegeven 3-jarige leningen tegen naar raming hogere rentepercentages geherfinancierd in 2006 en 2007.

De ontvangsten bestaan uit de renteopbrengsten over het positieve schatkistsaldo en uit het positieve saldo van opbrengsten en kosten van rente-swaps. Dit saldo varieert van jaar tot jaar afhankelijk van de afgesloten swapcontracten.


Op het artikel Kasbeheer staan de geldstromen, die betrekking hebben op het betalingsverkeer van de rijksoverheid en van de aan de schatkist gelieerde instellingen. De uitgaven bestaan enerzijds uit de rentevergoeding over de saldi, die in de schatkist worden aangehouden door baten-lastendiensten, RWT's (Rechtspersoon met een Wettelijke Taak) en sociale fondsen. Deze rentelasten stijgen geleidelijk door de toenemende saldi en door de renteontwikkeling. Anderzijds bestaan de uitgaven uit verstrekte leningen aan baten-lastendiensten en RWT's en, in sommige jaren, uit een afname van het rekening-couranttegoed van deze instellingen of van de sociale fondsen. Het hogere niveau van de uitgaven in 2005 wordt met name veroorzaakt doordat de sociale fondsen in dat jaar interen op hun rekening-courantsaldi. De ontwikkeling in de uitgaven na 2005 hangt samen met de eerder genoemde stijgende rentelasten in combinatie met een dalende tendens in de leningverstrekking aan batenlastendiensten en RWT's.

De ontvangsten bestaan uit rentebaten en aflossingen op leningen aan baten-lastendiensten en RWT's. Daarnaast maken positieve mutaties van de rekening-couranttegoeden van deze instellingen of van de sociale fondsen deel uit van de ontvangsten. Het verloop van de ontvangsten vanaf 2005 wordt vooral bepaald door toenemende rekening-courantsaldi van de sociale fondsen.

Financiën

IXB Financien

 200520062007200820092010
totaal uitgaven13 894,93 787,73 776,03 801,03 814,93 808,0
totaal niet-belastingontvangsten6 209,53 482,53 331,73 178,93 099,63 106,3
       
1 Belastingen      
Uitgaven3 351,73 366,43 344,33 372,53 386,83 386,2
Ontvangsten1 219,71 364,81 470,01 520,01 540,01 540,0
       
2 Financiele Markten      
Uitgaven43,632,631,931,831,831,8
Ontvangsten586,7672,5530,5501,5483,5532,5
       
3 Financiële activiteiten Publiek-Private sector      
Uitgaven10 086,616,419,118,217,617,1
Ontvangsten3 135,7967,0933,0899,0865,0816,0
       
4 Internationale Financiële Betrekkingen      
Uitgaven2,62,42,42,42,42,4
Ontvangsten1,21,01,00,90,90,9
       
5 Exportkredietverzekering en Investeringsgaranties      
Uitgaven138,0138,0147,9147,9147,9147,9
Ontvangsten808,4262,3117,4116,695,3105,0
       
7 Beheer materiële activa      
Uitgaven110,298,698,390,891,091,0
Ontvangsten447,9205,0269,9130,9104,9102,0
       
8 Financieel economisch beleid van de overheid      
Uitgaven28,324,123,223,023,023,0
Ontvangsten2,62,62,62,62,62,6
       
9 Algemeen      
Uitgaven128,4103,0102,4109,4109,7103,9
Ontvangsten7,37,37,37,37,37,3
       
10 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven5,46,36,45,04,84,8

Kerntaken van het ministerie van Financiën zijn een optimale vormgeving en uitvoering van de fiscale politiek, het bevorderen van goed functionerende financiële markten en een efficiënte vormgeving van het financieel-economische beleid dat gericht is op doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de collectieve uitgaven.


Ten gevolge van de Motie Verhagen zijn de ramingen voor heffings- en invorderingsrente zowel aan uitgaven- en ontvangstenkant bij het artikel Belastingen omhoog bijgesteld. Per saldo zijn de ontvangsten hierbij toegenomen en vallen daarom erg op. De uitgaven op artikel 1 zijn ook structureel hoger door de overheveling van onder andere de uitvoering van premies werknemersverzekeringen, de zorgtoeslag en de huursubsidie. De bijstelling aan de uitgavenkant is echter minder zichtbaar omdat de Motie Verhagen ook efficiencytaakstellingen met zich meebracht die voornamelijk in de apparaatsuitgaven van de Belastingdienst zijn neergeslagen (oplopend tot 50 miljoen euro in 2007 en verder).


Op het artikel Financiële Markten hangen de hogere uitgaven in 2005 samen met de uitbreiding van het toezicht op de financiële instellingen, als gevolg van nieuwe toezichtstaken. De daling vanaf 2006 is een gevolg van de toenemende bijdragen in de kosten door de banken.

De ontvangsten, bestaande onder andere uit de winstafdracht van De Nederlandsche Bank, fluctueren door een aanzienlijk tegenvallende geraamde winstontwikkeling. Oorzaak hiervan is de terugstorting door DNB van reeds ontvangen dividend en van een deel van het monetair inkomen aan de ECB. Daarnaast is de waarde van de SDR-portefeuille gedaald, is een voorziening getroffen voor de reorganisatie van de bankbiljettensector en zijn de realisaties van koerswinsten op vastrentende europortefeuilles uitgesteld.


De uitgaven en ontvangsten op het artikel Financiële activiteiten publiek-private sector zijn in 2005 fors hoger door de verwerving van het transportbedrijf Gasunie. Tegenover de bruto-aankoopprijs staan belastingen (Vpb en BTW) en heffingen (aardgasbaten) die terugvloeien naar de Staat. De dalende ontvangsten in latere jaren hangen samen met de geleidelijke terugloop van de dividenduitkering van het transportbedrijf gasunie.


De ontvangsten bij het artikel Exportkredietverzekeringen en Investeringsgaranties worden beïnvloed door vervroegde aflossingen van een aantal landen op basis van afspraken in de Club van Parijs. Dit leidt tot een positieve bijstelling van de provenuontvangsten in 2005 en 2006 en een negatieve bijstelling voor latere jaren.


De ontvangsten bij het artikel Beheer Materiële Activa liggen in 2005 aanzienlijk hoger door met name de (deels ook vervroegde) verkopen agrarische gronden. Daarnaast wordt tevens verwacht dat niet verkochte erfpachtgronden in 2004 alsnog in 2005 worden verkocht.

Defensie

X Defensie

 200520062007200820092010
totaal uitgaven7 498,67 534,57 602,97 483,27 431,27 399,0
totaal niet-belastingontvangsten395,2361,3396,9389,9326,4271,2
       
21 Commando Zeestrijdkrachten      
Uitgaven634,5629,4605,3602,7599,1602,5
Ontvangsten25,022,822,322,323,922,3
       
22 Commando Landstrijdkrachten      
Uitgaven1 482,71 470,81 461,71 436,21 419,81 414,4
Ontvangsten37,537,337,337,337,337,3
       
23 Commando Luchtstrijdkrachten      
Uitgaven614,3609,4590,4577,4581,3579,1
Ontvangsten14,114,28,78,78,78,7
       
24 Koninklijke marechaussee      
Uitgaven373,7370,7357,0351,2349,5347,5
Ontvangsten8,08,08,08,08,08,0
       
25 Defensie Materieelorganisatie      
Uitgaven1 926,82 190,32 288,32 268,62 160,22 224,9
Ontvangsten52,060,560,654,654,654,6
26 Commando Dienstencentra      
Uitgaven662,4635,6644,2578,5636,8600,8
Ontvangsten26,627,727,527,527,427,4
       
70 Geheime uitgaven      
Uitgaven1,81,81,81,81,81,8
       
80 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven183,7– 24,413,662,9111,561,1
       
90 Algemeen      
Uitgaven1 618,71 651,01 640,51 603,71 571,21 567,0
Ontvangsten231,9190,8232,4231,5166,5112,9

Binnen Defensie ondergaat de krijgsmacht een reorganisatie die een nieuw evenwicht tot stand moet brengen tussen de taken van de krijgsmacht en de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Vanaf 2006 zal Defensie en de begroting ingericht zijn conform de nieuwe en gewenste organisatievorm.


De uitgavenreeksen op de artikelen Commando Zeestrijdstrijdkrachten, Commando Landstrijdkrachten en Commando Luchtstrijdkrachten en de Koninklijke Marechaussee hebben voornamelijk betrekking op militair- en burgerpersoneel en opleidingen. De aflopende uitgavenbudgetten zijn het gevolg van een aanzienlijke personeelsreductie en de aan het personeel gerelateerde uitgaven zoals opleidingsbudgetten. Mede door de reorganisatie vindt bij de Koninklijke Marechaussee een afname plaats van de verrichte activiteiten voor militaire politietaken.


Op het artikel Defensie Materieel Organisatie zijn als gevolg van de reorganisatie de Defensiebrede investeringsbudgetten ondergebracht. De ontwikkeling en productie van de opvolger van de F-16 verklaren grotendeels het oplopende niveau de komende jaren. Verdere centralisatie van de ondersteunende diensten vindt plaats op het artikel Commando Diensten Centra, waar de Defensiebrede investerings- en exploitatiebudgetten voor ICT en infrastructuur zijn ondergebracht.


Op het artikel Nominaal en onvoorzien worden de loon- en prijsbijstelling ontvangen en vindt verwerking plaats naar de diverse begrotingsartikelen. Voor 2005 en verdere jaren zijn diverse mutaties geboekt die op dit artikel tijdelijk worden gestald. Het betreft onder meer de salderingen die voortvloeien uit de verwerking van de migratieplannen en het reorganisatietraject naar het nieuwe evenwicht tussen taken en middelen in termen van personeel.


Het artikel Algemeen omvat de ontvangsten en uitgaven van de Bestuursstaf, de MIVD en alle niet nader toe te delen departementsbrede uitgaven. De omvangrijkste post betreft pensioenen en uitkeringen. De uitgaven vertonen een neerwaartse reeks als gevolg van afnemende milieu-uitgaven en uitgaven aan wacht- en ouderdomsgelden en pensioenen. De ontvangstenreeks vertoont een grillig karakter als gevolg van de geraamde verkoopopbrengsten van defensiematerieel en -terreinen. Deze ramingen zijn gebaseerd op de uitstroom van overtollig materieel en zijn gebaseerd op het tijdstip van buitengebruikstelling en de mogelijkheid tot daadwerkelijke verkoop.

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

XIA Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

 200520062007200820092010
totaal uitgaven3 344,43 367,83 388,63 463,73 523,23 478,8
totaal niet-belastingontvangsten177,0411,1511,9623,4646, 4691,4
       
1 Bevorderen van een goed werkende woningmarkt      
Uitgaven15,617,414,716,316,112,3
       
2 Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus      
Uitgaven567,9472,7461,4517,6564,9406,7
Ontvangsten2,80,10,10,10,10,1
       
3 Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt      
Uitgaven1 732,51 929,51 990,92 076,02 123,52 207,7
Ontvangsten100,8376,1483,7597,4623,0671,9
       
4 Optimaliseren van de ruimtelijke afweging      
Uitgaven16,612,010,89,79,19,1
Ontvangsten1,1     
       
5 Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur      
Uitgaven26,242,433,126,518,718,2
Ontvangsten2,710,32,22,2  
       
6 Beperken van Klimaatveranderingen en grootschalige luchtverontreiniging      
Uitgaven50,641,444,238,040,434,6
Ontvangsten      
       
7 Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem      
Uitgaven136,9137,5156,3168,1167,8203,3
Ontvangsten0,5     
       
8 Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving      
Uitgaven41,540,741,736,935,535,5
       
9 Verminderen van risico's van afvalstoffen, afval, straling en GGO's      
Uitgaven43,840,240,834,629,629,6
       
10 Versterken van het (inter)nationale milieubeleid      
Uitgaven103,285,981,382,482,181,9
Ontvangsten6,30,9    
       
11 Vergroten van de externe veiligheid      
Uitgaven34,114,510,38,18,36,0
       
12 Handhaving en toezicht      
Uitgaven68,463,662,562,061,861,7
Ontvangsten0,90,90,90,90,90,9
       
13 Rijkshuisvesting en architectuur      
Uitgaven92,497,888,964,344,740,9
Ontvangsten0,40,42,60,40,40,4
       
14 Algemeen      
Uitgaven413,8370,5354,0344,5340,9339,0
Ontvangsten61,522,422,422,422,118,2
       
15 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,81,8– 2,3– 21,2– 20,1– 7,8

Het begrotingstotaal van de begroting van VROM wordt voor een belangrijk deel bepaald door de middelen bij de huursubsidie dan wel huurtoeslag (vanaf 2006). Deze middelen worden verantwoord op het artikel Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt. De raming loopt op vanaf 2006 als gevolg van de harmonisatie van inkomensafhankelijke regelingen (de AWIR). De invoering van deze wet leidt zowel tot meer uitgaven als tot meer ontvangsten, vooral omdat gebruik zal worden gemaakt van het (geschat) actueel inkomen ter bepaling van het recht op huursubsidie. Dit leidt naar verwachting vaker tot het verstrekken van te hoge voorschotten. De grote oploop bij de ontvangsten vanaf 2006 wordt vooral veroorzaakt doordat de verhuurders jaarlijks een bijdrage aan de financiering van de huursubsidie gaan leveren.


Op het artikel Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus staan met name de middelen voor ISV (investeringsbudget stedelijke vernieuwing) en BLS (besluit locatiegebonden subsidies). Uit 2006 en 2007 zijn middelen van het ISV-budget naar 2005 gehaald. Dit is gedaan mede op verzoek van de grote steden. Het budget in 2010 is lager, omdat ISV2 betrekking heeft op de periode van 2005 tot en met 2009.


Zowel bij de ontvangsten als bij de uitgaven is in 2006 sprake van incidenteel hoger budget bij Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. Dit is het gevolg van ontvangsten uit verkoop van gronden en gebouwen in het kader van het bufferzonebeleid.


Het hogere uitgavenniveau bij beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreinigingin 2005 wordt verklaard door een eerdere verschuiving van de kasbedragen van 2004 naar 2005. Tevens zijn gereserveerde klimaatmiddelen overgeheveld van de aanvullende post Algemeen naar de begroting van VROM.


Op het artikel Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem is een grillig verloop te zien. Dit wordt voornamelijk verklaard door overboekingen naar andere begrotingen en herschikkingen binnen de VROM-begroting. Het gaat om middelen voor milieumaatregelen in landelijk gebied die overgeboekt zijn naar het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarnaast zijn middelen van het instrument «vitaal platteland» ingezet ter financiering van de energiepremieregeling (EPR). Een deel van de subsidies voor bodemsanering wordt uitgekeerd via het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV 2) en is daarom overgeboekt naar artikel 2. Voor 2010 is dat niet het geval, omdat ISV 2 tot en met 2009 loopt. Daardoor is het budget in 2010 hoger.


De daling in het uitgavenniveau bij verminderen van risico's van stoffen, afval, straling en GGO's wordt verklaard doordat ten behoeve van de Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA) een bedrag is overgeheveld naar artikel 6. In latere jaren is een verdere daling zichtbaar. Deze wordt mede verklaard door de afloop van de saneringsregeling voor asbestbevattende wegen.


In 2005 ligt het uitgavenniveau hoger bij Versterken van het (inter)nationale milieubeleid voornamelijk als gevolg van de vertraging van de bijdrage aan het RIVM (Rijksinstituut voor Volkgezondheid en Milieu) uit 2004 en als gevolg van een toevoeging van budget uit het FES ten behoeve van subsidies voor duurzame energie. Dit laatste verklaart ook de hogere ontvangstenstand in 2005.


Voor 2005 staat er budget voor externe veiligheidal wel op de VROM-begroting. Vanaf 2006 staat nog een groot deel van deze middelen gereserveerd op de aanvullende post Algemeen in afwachting van concrete bestedingsvoorstellen.


Sinds 1999 is voor het grootste deel van de rijkshuisvestingsprake van een huur-verhuurrelatie. Dat geldt niet voor het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken. Deze uitgaven lopen in de tijd af doordat enkel de onder handen zijnde en reeds geplande investeringsprojecten zijn opgenomen.


Het niet-beleidsartikel Algemeen bevat enerzijds apparaatsuitgaven voor met name de Gemeenschappelijke Dienst, die facilitaire diensten levert aan het departement, en de huisvestingsuitgaven. Anderzijds bevat dit artikel de programma-uitgaven die enkel nog worden uitgefinancierd. De dalende lijn van het artikel wordt vooral verklaard doordat een deel van deze programma-uitgaven geleidelijk afloopt.


Een deel van de loon- en prijsbijstelling is nog niet verdeeld op de VROM-begroting, maar staat nog op artikel Nominaal en onvoorzien. Ook is de inkooptaakstelling nog niet volledig ingevuld. Ten slotte staat op dit artikel een taakstellende onderuitputting omdat VROM thans meer uitgaven raamt dan waarvoor dekking binnen de begroting is voorzien.

Verkeer en Waterstaat

XII Verkeer en Waterstaat

 200520062007200820092010
totaal uitgaven6 494,57 082,26 980,86 970,87 085,17 282,1
totaal niet-belastingontvangsten106,9106,7104,2106,3104, 881,2
       
31 Integraal waterbeleid      
Uitgaven57,255,355,354,651,851,0
Ontvangsten0,50,50,50,50,50,5
       
32 Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit      
Uitgaven31,932,728,829,229,129,1
       
33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's      
Uitgaven28,121,420,320,618,815,0
       
34 Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijd realiseren      
Uitgaven308,8247,6199,8171,4150,2150,2
Ontvangsten0,10,10,10,10,10,1
       
35 Mainport en logistiek      
Uitgaven66,163,159,659,760,559,7
Ontvangsten5,45,35,35,35,35,3
       
36 Bewerken, waarborg en verbeteren van kwaliteit leefomgeving      
Uitgaven86,8103,896,189,789,677,9
Ontvangsten48,657,058,760,462,642,6
       
37 Weer, klimaat, seismologie ruimtevaart      
Uitgaven48,041,040,640,941,641,6
Ontvangsten0,50,50,50,50,50,5
38 Inspectie Verkeer en Waterstaat      
Uitgaven110,4102,199,1101,494,597,0
Ontvangsten28,529,025,024,623,729,1
       
39 Bijdragen aan het Infrafonds en BDU      
Uitgaven5 500,86 214,86 179,66 207,46 350,16 559,3
       
40 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven17,81,02,33,00,64,8
       
41 Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat      
Uitgaven238,6199,4199,4193,1198,5196,6
Ontvangsten23,314,414,115,012,03,1

De aan de uitvoering gerelateerde beleidsdoelstellingen van Verkeer en Waterstaat zijn in de Infrafondsbegroting opgenomen. De uitgaven die op de Infrastructuurfonds begroting worden geraamd, worden in de horizontale toelichting van het Infrafonds toegelicht. Het Infrastructuurfonds wordt behalve uit de begroting van Verkeer en Waterstaat ook uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) gevoed, waarop eveneens een aparte horizontale toelichting is.


Het verloop van de uitgaven op de begroting van V&W bestaat voor een belangrijk deel uit het artikel Bijdrage aan het Infrastructuurfonds en de BDU (Brede Doel Uitkering). De toename in 2006 wordt vooral verklaard door toevoeging van het «Kwartje van Kok» (een structurele intensivering van 530 miljoen euro per jaar via de begroting van Verkeer en Waterstaat) en de intertemporele compensatie die hierop bij het Hoofdlijnenakkoord is toegepast. Vanaf 1 januari 2006 zal Rijkswaterstaat een batenlastendienst zijn. De budgettaire gevolgen hiervan zijn zichtbaar op het artikel Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat. De overhead die aan de beheer en onderhoudsprojecten kan worden toegerekend wordt vanaf 2006 verwerkt op het infrafonds (in de agentschapsbijdrage Rijkswaterstaat).


De afname over de jaren op het artikel Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's wordt met name veroorzaakt doordat het areaal aan veiligheidssloopzones bij Schiphol dat wordt aangekocht, jaarlijks afloopt. In 2010 zijn hiervoor geen uitgaven meer geraamd.


In het Openbaar Vervoer wordt de OV-chipkaart geïntroduceerd. Hiermee kunnen reizigers met één kaart met zowel het stads- en streekvervoer als met de trein reizen. Na een proef in de regio Rotterdam zal de kaart landelijk worden ingevoerd. Het budget dat op het artikel Betrouwbare netwerken en acceptabel reistijden wordt verantwoord neemt na de impuls vanwege de invoering van de OV-Chipkaart geleidelijk af.

Economische Zaken

XIII Economische Zaken

 200520062007200820092010
totaal uitgaven1 560,81 488,31 543,71 491,81 521,01 423,5
totaal niet-belastingontvangsten7 121,74 137,63 402,62 464,72 181,22 141,1
       
1 Goed functionerende economie en markten Nederland en Europa      
Uitgaven70,866,165,565,465,765,3
Ontvangsten114,969,954,959,950,935,9
       
2 Bevorderen van innovatiekracht      
Uitgaven489,6550,7611,0554,1549,7508,8
Ontvangsten138,8182,9191,1136,8141,266,7
       
3 Een concurrerend ondernemingsklimaat      
Uitgaven294,7250,8258,9269,8272,3233,8
Ontvangsten55,134,134,240,644,648,8
       
4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding      
Uitgaven284,6277,2302,2302,1322,6306,5
Ontvangsten6 762,33 829,63 115,62 221,31 938,81 984,7
       
5 Internationale economische betrekkingen      
Uitgaven9,39,09,09,09,09,0
       
8 Economische analyses en prognoses      
Uitgaven11,711,211,211,211,211,2
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
9 Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken      
Uitgaven180,2169,0164,6164,1164,0164,0
Ontvangsten15,0     
       
10 Elektronische communicatie en post      
Uitgaven99,777,854,949,348,948,9
Ontvangsten27,513,30,40,40,40,2
       
21 Algemeen      
Uitgaven112,196,295,192,193,492,0
Ontvangsten4,75,54,84,44,44,1
       
22 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven4,0– 23,7– 32,5– 28,8– 18,8– 18,4
       
23 Afwikkeling oude verplichtingen      
Uitgaven4,23,93,93,53,02,5
Ontvangsten3,22,21,61,20,90,6

Het verloop van de uitgaven op de begroting van EZ vloeit voor uit de eerder aangegane verplichtingen en de hieruit voortvloeiende kasbehoefte. Dit betekent dat de uitgaven in enig jaar kunnen fluctueren zonder dat hier een beleidsmatige beslissing aan vooraf is gegaan. EZ zorgt er wel voor dat de uitgaven altijd binnen de gestelde kasplafonds blijven.


Een van de belangrijkste beleidsmatige wijzigingen in de uitgaven ten opzichte van de begroting 2005 betreft de invulling van de taakstelling op de ondernemerssubsidies. De dekking voor de taakstelling wordt gevonden door diverse ondernemerssubsidies te beperken (op artikel 3) dan wel om te zetten in een kredietfaciliteit (op artikel 2). Tevens wordt een deel van de exportsubsidies beperkt dan wel omgezet in garanties (op artikel 5). De belangrijkste wijziging in de ontvangsten houdt verband met de ontvangsten uit het Gasgebouw en uit de aardgasbaten (artikel 4).


De hogere uitgaven in 2005 op het artikel Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa worden veroorzaakt door de inzet van extra personeel voor de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) met het oog op onder andere de afhandeling van de clementieverzoeken rondom de bouwfraude. De piek in de ontvangsten in 2005 hangt samen met de boetes die door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Dienst uitvoering en toezicht energie (DTe) zijn opgelegd.


Het verloop van de uitgaven en ontvangsten op het artikel Bevorderen van innovatiekracht houdt verband met de middelen die uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) naar de EZ-begroting zijn overgeboekt. Deze middelen worden ingezet voor de technostarters (TechnoPartner) en de versterking van de technologische kennis van bedrijven en kennisinstellingen. Daarnaast heeft het kabinet besloten om uit de FES-meevallers de innovatiekracht en het onderzoeksvermogen in Nederland een extra impuls te geven. De terugval in 2010 is gerelateerd aan de afronding van projecten en de daarmee samenhangende afgenomen ontvangsten uit het FES.


De piek in de uitgaven in 2005 op het artikel Een concurrerend ondernemingsklimaat hangt samen met de afloop in 2005 van de Tijdelijke Regeling Ondersteuning Scheepsbouwsector (TROS). De oploop in de uitgaven vanaf 2006 is voor een groot deel het gevolg van de uitvoering van het Grote Stedenbeleid (GSB). Het budget van het GSB wordt verdeeld over de 30 grote steden in de periode 2005 t/m 2009. De hogere ontvangsten in 2005 hangen samen met de ontvangsten uit het Noorden des Lands in verband met de afrekening van het Integraal Structuur Plan Noorden des Lands (ISP) en de Investeringspremieregeling (IPR). De oploop in de ontvangsten na 2005 hangt samen met de meerjarige stijging van het garantieplafond uit de groeifinancieringsfaciliteit. Deze faciliteit biedt garanties ter dekking van risicodragend kapitaal aan Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Tegenover het verlenen van garanties ontvangt EZ een bepaalde vergoeding.


Het wisselende patroon van de uitgaven op het terrein van doelmatige en duurzame energiehuishouding is voornamelijk het gevolg van de geraamde uitgaven voor het CO2-reductieplan en voor Joint Implementation. Het verloop van de ontvangsten hangt samen met de herstructurering van het Gasgebouw en de raming van de aardgasbaten. De verwachte opbrengsten van de aardgasbaten zijn opwaarts bijgesteld als gevolg van de meest recent becijferde ontwikkelingen voor 2005 en 2006 van de olieprijs en dollarkoers. Voor de jaren 2007 en verder zijn deze effecten op basis van de huidige veronderstellingen van het Centraal Plan Bureau over die jaren conform bestaande systematiek verwerkt.

De piek in 2005 op het artikel Maatschappelijke behoefte aan statistieken betreft de financiële afwikkeling van het tot zelfstandige bestuursorgaan (ZBO) omgevormde Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).


De hogere uitgave en ontvangst in 2005 en 2006 op het artikel Elektronische communicatie en post heeft voornamelijk te maken met de bijdrage uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) onder andere ten behoeve van het project Kenniswijk.


De negatieve raming van de uitgaven op het artikel Nominaal en onvoorzien betreft voornamelijk een restant van de taakstelling ondernemingssubsidies. Deze wordt op een later moment ingevuld.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

 200520062007200820092010
totaal uitgaven2 011,92 109,42 139,82 114,82 112,02 092,5
totaal niet-belastingontvangsten477,1478,0403,2393,5391, 9392,3
       
21 Duurzaam ondernemen      
Uitgaven253,3292,2246,2214,3201,7196,2
Ontvangsten47,836,617,014,212,612,2
       
22 Agrarische ruimte      
Uitgaven49,551,757,763,068,156,1
Ontvangsten67,567,562,762,762,762,7
       
23 Natuur      
Uitgaven390,5433,7426,1455,7464,6473,2
Ontvangsten36,237,611,113,113,114,1
       
24 Landschap en Recreatie      
Uitgaven139,9141,6146,4147,4147,5146,5
Ontvangsten1,70,80,80,80,80,8
       
25 Voedselkwaliteit en Diergezondheid      
Uitgaven105,9105,986,477,778,478,4
Ontvangsten12,532,913,05,05,05,0
       
26 Kennis en Innovatie      
Uitgaven844,8859,9874,0871,8870,2870,0
Ontvangsten17,014,314,313,413,413,2
       
27 Reconstructie      
Uitgaven48,351,2135,2117,2111,1102,1
Ontvangsten3,63,7    
       
28 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 4,4– 9,1– 13,1– 13,1– 13,2– 13,2
       
29 Algemeen      
Uitgaven184,2182,4180,8180,7183,5183,3
Ontvangsten290,8284,5284,3284,3284,3284,3

Het budget van het artikel Kennis en innovatie is het grootste van de LNV-begroting. LNV is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, verspreiding en toepassing van kennis voor het agrofoodcomplex en de groene ruimte.


De uitgaven op het artikel Duurzaam ondernemen laten ten opzichte van 2005 een oploop zien in 2006 en een daling in de jaren daarna. De piek in 2006 is met name het gevolg van de extra werkzaamheden van het agentschap Dienst Regelingen die voortvloeien uit de implementatie van het nieuwe Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid en het nieuwe mestbeleid, met tegelijkertijd een uitfasering van de werkzaamheden ten behoeve van de «oude» regelingen. Daarnaast leidt de uitbetaling van de subsidieregeling voor jonge agrariërs in 2006 tot hogere uitgaven, waar een bijdrage van de EU aan de ontvangstenzijde tegenover staat.


In het Hoofdlijnenakkoord is een intensivering opgenomen voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De uitgaven op het artikel Natuur, waarop verwerving, inrichting en beheer van de EHS worden verantwoord, hebben als gevolg daarvan een stijgend verloop. De uitgaven voor de Reconstructie nemen vanaf 2007 toe in verband met de oploop van de uitgaven voor de uitvoering van reconstructieplannen in Zuid en Oost Nederland en de flankerende maatregelen voor de EHS die met reconstructie verband houden.


Het Rijk levert in 2006 een bijdrage aan de destructiekosten van kadavers. Dat leidt in 2006 tot hogere uitgaven op het artikel Voedselkwaliteit en diergezondheid. Het destructiebestel zal in 2005 worden herzien. De ontvangsten op dit artikel zijn in 2006 hoger door betaling uit Brussel van de voorgefinancierde middelen voor de bestrijding van de vogelpest.

De negatieve stand op het artikel Nominaal en onvoorzienwordt met name veroorzaakt door de taakstelling professioneel inkopen en aanbesteden (PIA), welke nog niet is verdeeld over de artikelen.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 200520062007200820092010
totaal uitgaven24 182,724 366,624 549,224 694,824 834,425 008,9
totaal niet-belastingontvangsten619,1596,1465,0465,0445, 1445,1
       
21 Inkomensbeleid      
Uitgaven0,80,7    
       
22 Activerend arbeidsmarktbeleid      
Uitgaven19,421,50,00,00,00,0
       
23 Reïntegratie      
Uitgaven12,27,94,84,84,84,8
Ontvangsten4,40,00,00,00,00,0
       
24 Sociale werkvoorziening      
Uitgaven0,61,00,00,00,00,0
       
25 Arbeid en zorg      
Uitgaven1,92,00,00,00,00,0
       
26 Overlegstruct., coll. arbeidsvoorw.vorming en medezeggensch.      
Uitgaven3,83,80,20,20,20,2
       
27 Regulering van individuele arbeidsrelaties      
Uitgaven2,32,20,00,00,00,0
       
28 Pensioenbeleid      
Uitgaven1,11,50,00,00,00,0
       
29 Arbeidsomstandigheden, arbozorg en verzuim      
Uitgaven49,548,21,41,41,41,4
Ontvangsten4,14,14,14,14,14,1
       
30 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven3,96,90,00,00,00,0
       
31 Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid      
Uitgaven1,44,20,00,00,00,0
       
32 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven0,70,80,00,00,00,0
       
33 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven0,51,30,00,00,00,0
Ontvangsten      
34 Rijksbijdragen aan Sociale fondsen en Spaarfonds AOW      
Uitgaven8 194,78 648,98 978,59 157,29 278,49 399,5
Ontvangsten0,0     
       
35 Emancipatie      
Uitgaven13,113,010,310,310,310,3
Ontvangsten0,1     
       
97 Aflopende regelingen      
Uitgaven0,10,00,00,00,00,0
       
98 Algemeen      
Uitgaven201,4186,5274,0273,7274,8274,8
Ontvangsten5,35,05,05,05,05,0
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven0,00,00,10,10,00,0
       
Begrotingsgefinancierde SZA regelingen      
Uitgaven15 675,515 416,015 279,915 247,215 264, 515 317,9
Ontvangsten605,2587,0455,9455,9436,0436,0

Op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegendheid staan zowel middelen die tot het SZA-kader worden gerekend als middelen die onder het kader Rijksbegroting-eng vallen. Ook bevat de SZW-begroting uitgaven die Niet -relevant zijn voor enig kader. De begrotingsgefinancierde Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA) regelingen worden niet hier maar in de Horizontale Toelichting SZA toegelicht. De oploop van de totale uitgaven op de SZW-begroting wordt met name verklaard door een stijging van de Rijksbijdragen aan de sociale fondsen.


De Rijksbijdragen aan de sociale fondsen en spaarfonds AOW nemen toe. Deze bedragen bestaan uit de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) en de bijdrage aan het spaarfonds AOW. De BIKK compenseert de fondsen voor een daling van de premie-inkomsten als gevolg van de Wet Inkomstenbelasting 2001 en stijgt in de periode 2004–2009. Het AOW-spaarfonds is ingesteld in 1998 om de financierbaarheid van de AOW op langere termijn zeker te stellen. Het fonds wordt gevoed door bijdragen vanuit de begroting van SZW. De rijksbijdrage dient conform de Wet Premiemaximering AOW en introductie spaarfonds AOW jaarlijks met minimaal 113,4 miljoen euro te stijgen.


Op het artikel Algemeen worden de apparaatuitgaven en subsidie-, voorlichtings-, onderzoeks- en handhavingsbudgetten verantwoord die niet direct kunnen worden toegerekend aan één van de beleidsartikelen. De reeksen voor de jaren 2005 en 2006 wijken af van de latere jaren. Reden hiervoor is dat de apparaatskosten in deze jaren zoveel mogelijk zijn toegerekend aan de beleidsartikelen.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

 200520062007200820092010
totaal uitgaven11 719,212 653,313 299,913 701,814 087,214 200,6
totaal niet-belastingontvangsten32,821,621,621,621,621, 6
       
21 Preventie en gezondheidsbescherming      
Uitgaven564,7688,6681,9664,0663,7694,3
Ontvangsten10,18,68,68,68,68,6
       
22 Curatieve zorg      
Uitgaven56,952,248,147,747,347,3
Ontvangsten1,11,11,11,11,11,1
       
23 Geneesmiddelen en medische technologie      
Uitgaven23,022,221,921,921,921,9
Ontvangsten1,6     
       
25 AWBZ-brede zorg      
Uitgaven178,1164,8149,8149,7149,7149,7
       
26 Gehandicapten- en hulpmiddelenbeleid      
Uitgaven14,716,315,716,516,016,1
Ontvangsten0,20,20,20,20,20,2
       
27 Verpleging, verzorging en ouderen      
Uitgaven75,124,512,112,212,612,6
       
28 Wet Voorzieningen Gehandicapten      
Uitgaven89,390,382,372,272,272,2
       
29 Arbeidsmarktbeleid      
Uitgaven38,433,032,432,332,332,3
Ontvangsten0,10,00,00,00,00,0
       
30 Markt, consument, kwaliteit, informatie en opleidingen      
Uitgaven265,7340,0321,4301,2300,9300,6
Ontvangsten7,41,11,11,11,11,1
       
31 Zorgverzekeringen      
Uitgaven20,44,51,01,01,01,0
       
32 Rijksbijdrage volksgezondheid      
Uitgaven8 186,36 605,07 055,47 246,77 344,37 448,6
       
33 Jeugdbeleid      
Uitgaven919,8956,8968,1960,8960,7960,8
Ontvangsten9,27,57,57,57,57,5
       
34 Maatschappelijke ondersteuning      
Uitgaven286,1278,4279,5278,7278,8278,8
       
35 Sportbeleid      
Uitgaven67,498,298,4100,9100,9100,9
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
36 Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II      
Uitgaven416,5413,5393,7375,4360,6346,3
       
37 Inspecties      
Uitgaven43,142,341,241,140,740,7
Ontvangsten0,50,50,50,50,50,5
       
38 Tegemoetkomingen in zorgkosten      
Uitgaven299,62 692,02 966,43 245,93 549,23 537,0
98 Algemeen      
Uitgaven168,7138,3135,4134,2134,2134,5
Ontvangsten2,72,52,52,52,52,5
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven5,5– 7,5– 4,8– 0,70,14,9

De uitgaven op de begroting vertonen een stijgende lijn, met name veroorzaakt door een toename bij de Tegemoetkomingen in zorgkosten. De enorme toename van de uitgaven op dit artikel wordt veroorzaakt doordat de op de aanvullende post geraamde middelen voor de zorgtoeslag zijn overgeheveld naar de begroting van VWS.


In de komende jaren worden met de middelen bij Preventie en gezondheidsbescherming antivirale middelen ter voorbereiding op een mogelijke grieppandemie en pneumokokkenvaccins voor de noodzakelijke bestrijding van infectieziekten aangekocht. Voor de antivirale middelen worden de eerste jaren investeringen gedaan, daarna hoeven er pas in 2010 vervangingsinvesteringen gedaan te worden (dat verklaart de «dip» in 2008 en 2009). Daarnaast zijn enkele subsidies die op de premiesector stonden overgeheveld naar de begroting (bevolkingsonderzoeken, onder andere borstkanker).


Op het artikel AWBZ-brede zorg staan de uitgaven die verband houden met de modernisering van de AWBZ (onder andere indicatiestelling, prestatiebekostiging, persoonsgebonden budgetten). In 2005 en 2006 worden extra middelen uitgetrokken voor de centralisatie van de indicatiestelling voor AWBZ-zorg.


In 2005 en 2006 worden extra uitgaven gedaan ten behoeve van verpleging, verzorging en ouderen. Zo worden extra middelen uitgetrokken voor de kwaliteit in verpleeghuizen. Daarnaast is de oploop in de uitgaven in 2005 voor een groot deel te verklaren door de invoerings- en implementatiekosten van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) per 1 juli 2006.


De stijging van het niveau van de uitgaven bij Markt, consument, kwaliteit, informatie en opleidingen wordt grotendeels verklaard door de overheveling van de beheerskosten van zbo's van de premiesector naar de begroting. Dit gebeurt omdat is afgesproken dat premiegefinancierde zorg (het BKZ) alleen betrekking moet hebben op zorgverlening, en daar vallen beheerskosten niet onder. Daarnaast worden de komende jaren (met de nadruk op 2006 en 2007) extra middelen uitgetrokken voor opleidingen en activiteiten ter vermindering van de administratieve lasten in de zorgsector (onder andere Burger Service Nummer, elektronisch patiëntendossier, Unieke Zorgverleners Identificatieregister).


De budgetten in 2005 bij Zorgverzekeringen houden verband met de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006.


De rijksbijdrage volksgezondheid dient tot medebekostiging van sociale ziektekostenverzekeringen (ziekenfonds en AWBZ) om de premiedruk van deze verzekeringen binnen maatschappelijk aanvaardbare grenzen te houden. Het verloop van de uitgaven wordt vooral verklaard doordat aan de ene kant de rijksbijdrage voor de ziekenfondsverzekering wordt afgeschaft met de komst van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006. Aan de andere kant wordt een rijksbijdrage ziektekosten voor kinderen ingevoerd, zodat in de standaard zorgverzekering kinderen geen premie hoeven te betalen.


De forse oploop bij de uitgaven voor het Jeugdbeleid heeft meerdere oorzaken. Zo is de indicatiestelling voor de jeugd geestelijke gezondheidszorg van de ggz overgegaan naar bureaus jeugdzorg en is er van het ministerie van Justitie budget overgeheveld voor opvoedingsondersteuning en voor civielrechtelijk geplaatste jongeren in Justitiële Jeugd Inrichtingen (JJI's). Daarnaast wordt de komende jaren flink geïntensiveerd in het jeugdbeleid. Reeds in het Hoofdlijnenakkoord is er extra geld naar het jeugdbeleid gegaan (enveloppe jeugd/preventie). Dit jaar heeft het kabinet wederom besloten tot een extra intensivering in het jeugdbeleid (circa 60 miljoen euro). Dit mede naar aanleiding van enkele recente incidenten. Er wordt nu sneller ingegrepen in gezinnen, waardoor het aantal kinderbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen toeneemt. Dit heeft een groter beroep op de jeugdzorg tot gevolg.


De oploop van de uitgaven bij Sportbeleid wordt veroorzaakt door de uitvoering van de kabinetsnota «Tijd voor sport; bewegen, meedoen, presteren».


De uitgaven op het artikel Oorlogsgetroffenen en Herinneringen WO II dalen omdat de doelgroep van de wetten en regelingen voor oorlogsgetroffenen afneemt.


De enorme toename van de uitgaven op het artikel Tegemoetkomingen in zorgkosten worden veroorzaakt doordat de op de aanvullende post geraamde middelen voor de zorgtoeslag zijn overgeheveld naar de begroting van VWS.


De dalende uitgavenreeks op het artikel Algemeen is te verklaren doordat via dit artikel diverse taakstellingen worden ingevuld.

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

 200520062007200820092010
totaal uitgaven59 175,258 575,158 591,259 302,160 242,961 293,7
totaal niet-belastingontvangsten1 153,21 233,01 133,91 13 9,51 130,61 135,4
       
22 Activerend arbeidsmarktbeleid      
Uitgaven387,8341,3337,1310,3309,3308,3
Ontvangsten11,514,614,614,614,614,6
       
23 Reïntegratie      
Uitgaven2 307,92000,41 915,61 850,11 849,21 845,8
Ontvangsten78,3146,620,520,50,50,5
       
24 Sociale werkvoorziening      
Uitgaven2 222,02 210,62 210,62 210,62 210,62 210,6
Ontvangsten444,6417,7417,7417,7417,8417,8
       
25 Arbeid en zorg      
Uitgaven1 582,41 826,21 860,31 902,11 920,21 943,4
Ontvangsten25,85,00,00,00,00,0
       
26 Overlegstruct., coll. arbeidsvoorw.vorming en medezeggensch.      
Uitgaven0,30,30,30,30,30,3
27 Regulering van individuele arbeidsrelaties      
Uitgaven0,50,40,30,40,40,4
Ontvangsten1,81,81,81,81,81,8
       
29 Arbeidsomstandigheden, arbozorg en verzuim      
Uitgaven51,244,233,122,519,819,8
Ontvangsten1,01,01,01,01,01,0
       
30 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven10 681,09 775,29 249,99 179,49 015,88 919,7
Ontvangsten575,7642,2667,8667,0671,4669,6
       
31 Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid      
Uitgaven13 201,012 573,112 397,912 365,912 392,612 494,0
Ontvangsten0,50,00,00,00,00,0
       
32 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven25 487,526 143,526 766,827 483,028 334,129 186,6
Ontvangsten1,30,00,00,00,00,0
       
33 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven3 326,13 299,43 276,63 243,83 206,13 170,0
Ontvangsten4,70,30,30,30,30,3
       
97 Aflopende regelingen      
Uitgaven7,60,20,20,20,20,2
Ontvangsten8,00,00,00,00,00,0
       
98 Algemeen      
Uitgaven33,431,932,031,931,931,9
Ontvangsten0,00,00,00,00,00,0
       
99 Nominaal en onvoorzien0,00,00,00,10,10,1
Uitgaven      
       
Nominale ontwikkeling      
Uitgaven0,0180,5410,6651,5902,41 162,6
Ontvangsten0,03,810,216,623,229,8
       
Aanvullende post Algemeen– 113,7148,0100,050,050,00,0

De uitgaven in de budgetdisciplinesector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (SZA) kennen een gematigd verloop. Enerzijds is er sprake van een oploop als gevolg van demografische ontwikkeling, anderzijds hebben genomen maatregelen in de WAO en WW een drukkend effect. Daarnaast draagt het verwachte economische herstel aan het einde van deze kabinetsperiode bij aan de stabiele uitgavenontwikkeling.


Het dalend verloop van de uitgaven op het beleidsterrein Reïntegratie wordt met name veroorzaakt door de stroomlijning en afbouw van de REA-budgetten, zoals afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord.


De uitgaven op het artikel Arbeid en zorg nemen na 2005 toe, omdat het kabinet heeft besloten om vanaf 2006 200 miljoen euro extra uit te trekken voor de kinderopvang.


Op het artikel Arbeidsomstandigheden, arbozorg en verzuim is zichtbaar dat de uitgaven afnemen. Belangrijke oorzaak is het aflopende budget voor arboconvanten, die uiterlijk in 2007 aflopen.


De uitgaven gerelateerd aan de Inkomensbescherming met activering betreffen met name de Wet Werk en Bijstand (WWB) en de WW-uitgaven. Wegens het veronderstelde herstel van de economie vanaf 2005 en de hiermee samenhangende verbetering van arbeidsmarktperspectieven, daalt het macrovolume van de WWB en WW. Verder zorgen de voorgenomen ingrepen in de WW, zoals de aanscherping van de wekeneis en de inperking van de maximum WW-duur van 5 jaar naar 3 jaar en 2 maanden, per saldo voor een daling van de WW-uitgaven.


Het beleidsartikel Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid bundelt alle uitgaven en beleid rond arbeidsongeschiktheid en ziekte: de WAO, Wajong, de WAZ en het vangnet ZW. De uitgaven op dit artikel dalen vanwege onder andere de introductie van de WIA en de afschaffing van de WAZ. Bovendien worden de uitgaven voor 2005 en 2006 neerwaarts beïnvloed door de herbeoordelingsoperatie die in 2004 is gestart aan de hand van het aangescherpte schattingsbesluit, en de dalende instroomcijfers die samenhangen met de effectiviteit van de Wet Verbetering Poortwachter en de inmiddels volledig tot effect gekomen Pemba-prikkel.

De introductie van de WIA beoogt een bestendiger en meer activerend systeem op te leveren, door middel van afschaffing van de laagste arbeidsongeschiktheidsklassen, het invoeren van de activerende WGA-regeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten, en het terugbrengen van de instroom van volledig en duurzaam arbeidsongeschikten tot minder dan 25 duizend.


Het artikel Overige inkomensbescherming omvat de wetten AOW, ANW en de Toeslagenwet. De uitgaven voor de AOW stijgen als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing).


Op de aanvullende post Nominale ontwikkeling WKA/AKW zijn de uitgaven geraamd in het kader van de indexering van de begrotingsgefinancierde uitkeringen (WKA). Vanaf 2006 geldt weer de oorspronkelijke WKA-koppeling: de uitkeringen bewegen dan weer mee met het minimumloon. De post Nominale ontwikkeling bevat ook de loon- en prijsbijstelling voor de andere regelingen.

Premiegefinancierd Budgettair Kader Zorg

Premiegefinancierd Budgettair Kader Zorg

 200520062007200820092010
totaal uitgaven45 937,247 637,750 221,552 716,155 315,758 072,1
totaal niet-belastingontvangsten3 830,23 856,93 885,73 94 9,94 056,44 164,3
       
21 Preventie en gezondheidsbescherming      
Uitgaven202,661,860,260,260,360,2
       
22 Curatieve zorg      
Uitgaven17 606,118 710,719 171,519 271,119 355,119 465,1
Ontvangsten494,50,00,00,00,00,0
       
23 Geneesmiddelen en medische technologie      
Uitgaven4 553,74 903,25 347,25 352,85 352,35 352,2
Ontvangsten92,10,00,00,00,00,0
       
25 AWBZ-brede zorg      
Uitgaven1 412,31 908,12 632,22 678,02 678,42 678,4
25 Ggz, verslavingszorg en maatschappelijke opvang      
Uitgaven3 655,83 721,13 775,53 802,33 819,23 833,0
Ontvangsten93,193,193,193,193,193,1
       
26 Gehandicapten- en hulpmiddelenbeleid      
Uitgaven6 118,36 189,26 323,26 365,36 404,46 389,7
Ontvangsten264,9264,9264,9264,9264,9264,9
       
27 Verpleging, verzorging en ouderen      
Uitgaven11 293,911 465,611 563,011 594,411 597,711 622,9
Ontvangsten1 412,61 412,61 412,61 412,61 412,61 412,6
       
31 Zorgverzekeringen      
Uitgaven1 326,2230,1219,5219,0219,3221,0
Ontvangsten13,013,013,013,013,013,0
       
99 Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven– 231,4447,91 129,43 373,15 829,08 449,6
Ontvangsten1 460,02 073,32 102,02 166,42 272,62 380,6

De raming van de zorguitgaven vertoont een stijgende lijn. Deze wordt verklaard uit de toegekende compensatie voor loon- en prijsstijging en de volumegroei voor de zorgsector (2,5 procent over het totaal). Bovendien heeft het kabinet bij het Hoofdlijnenakkoord extra middelen beschikbaar gesteld, oplopend tot 1 miljard euro in 2007.


Het kabinet heeft maatregelen genomen om de groei van de uitgaven voor curatieve zorg te beheersen: met de ziekenhuizen en de verzekeraars is een convenant gesloten en in 2005 is een aantal kleinere zaken (medisch niet-noodzakelijke behandelingen) uit het verplichte pakket gehaald.


In verband met de sterke stijging van de kosten voor geneesmiddelen en medische technologie in het verleden is voor deze sector rekening gehouden met een relatief forse groei.


Het kabinet kiest voor een beheerste groei van de uitgaven in de AWBZ. Voor 2005 en verder wordt vastgehouden aan beheersing van de uitgaven maar tegelijkertijd ruimte geboden voor groei en het oplossen van specifieke knelpunten. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door binnen het beschikbare budget voor de AWBZ-zorg vanaf 2005 extra productie te realiseren, zoals in het convenant met de organisaties van aanbieders van zorg is afgesproken. In verband met deze beleidskeuze is de ruimte voor groei en het oplossen van specifieke knelpunten op het terrein van geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenbeleid en verpleging, verzorging en ouderen gereserveerd op het artikel AWBZ-brede zorg. De lichte oploop die op deze hiervoor genoemde artikelen resteert, wordt veroorzaakt door oplopende budgetten voor bouw.

De zorguitgaven voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zijn apart opgenomen op het artikel AWBZ-brede zorg. De curatieve ggz maakt per 1 januari 2007 geen deel meer uit van de AWBZ, maar wordt onderdeel van de Zorgverzekeringswet (ZVW). Alle extramurale geneeskundige ggz en de intramurale ggz korter dan één jaar gaat over naar de ZVW. De langdurige ggz, intramurale ggz langer dan één jaar, blijft in de AWBZ. In de Miljoenennota 2007 zullen zorguitgaven ggz over de relevante artikelen verdeeld worden.


Jaarlijks wordt loon- en prijsbijstelling uitgekeerd om de zorguitgaven op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De loon- en prijsbijstelling 2005 is aan de afzonderlijke artikelen toebedeeld. De reservering voor latere jaren is geboekt op het artikel Nominaal en onvoorzien. Voor de jaren 2008 tot en met 2010 is sprake van een technische raming van de uitgavengroei, aangezien deze jaren na de huidige kabinetsperiode liggen. Ook deze uitgavengroei is voorlopig geboekt op het artikel Nominaal en onvoorzien. De oploop bij dat artikel aan de ontvangstenkant wordt vooral veroorzaakt door de introductie van de Zorgverzekeringswet. Voor 2005 staat de opbrengst van de no-claim teruggaveregeling in de Ziekenfondswet op het artikel Nominaal en onvoorzien, terwijl de eigen betalingen particuliere verzekering op de diverse beleidsartikelen zijn opgenomen. Vanaf 2006 staan alle eigen betalingen Zorgverzekeringswet op het artikel Nominaal en onvoorzien.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING

 200520062007200820092010
totaal uitgaven5 067,64 970,25 052,25 417,45 592,35 822,9
totaal niet-belastingontvangsten109,296,697,0101,3101,3101,3
       
Buitenlandse Zaken      
Uitgaven4 331,94 321,84 383,84 664,04 814,45 014,7
Ontvangsten106,093,493,898,098,098,0
       
Versterkte interne rechtsorde en eerbiediging mensenrechten      
Uitgaven92,871,067,467,067,067,0
       
Grotere veiligheid en stabil., effect. hum. hulpv. en goed bestuur      
Uitgaven768,2659,2595,7551,1531,1521,1
Ontvangsten0,20,20,20,20,20,2
       
Versterkte Europese samenwerking      
Uitgaven178,1171,6171,6150,6150,6150,6
       
Meer welvaart en minder armoede      
Uitgaven857,3730,9692,11 006,81 148,91 317,3
Ontvangsten16,014,614,517,717,717,7
       
Toegenomen menselijke en sociale ontwikkeling      
Uitgaven1 242,81 414,31 566,41 584,71 584,71 584,7
       
Beter beschermd en verbeterd milieu      
Uitgaven308,8340,3335,5375,3375,3375,3
       
Welz. en veiligh. Van Ned. In het buitenland en regul. van pers. Verkeer      
Uitgaven117,1122,9123,1112,1112,1112,1
Ontvangsten23,227,027,528,528,528,5
       
Versterkt cultuurprofiel en pos. Beeldvorming en buiten Ned      
Uitgaven88,173,773,173,172,872,8
Ontvangsten0,80,80,80,80,80,8
       
Nominaal en onvoorzien      
Uitgaven13,081,6101,4103,4130,6172,5
       
Algemeen      
Uitgaven665,7656,3657,5640,0641,2641,2
Ontvangsten65,850,850,850,850,850,8
       
Justitie      
Uitgaven7,817,015,127,318,018,0
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties      
Uitgaven0,30,30,30,30,30,3
       
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen      
Uitgaven61,860,860,860,860,860,8
       
Financien      
Uitgaven180,096,3130,0182,8219,4250,1
       
Defensie      
Uitgaven243,5234,2234,2234,2234,2234,2
Ontvangsten1,41,41,41,41,41,4
       
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer      
Uitgaven30,848,747,951,451,951,9
       
Verkeeren Waterstaat      
Uitgaven18,117,015,615,615,115,1
       
Economische Zaken      
Uitgaven163,1142,7131,2147,7144,9144,6
Ontvangsten1,81,81,81,81,81,8
       
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit      
Uitgaven26,825,825,825,825,825,8
       
Sociale Zaken en Werkgelegenheid      
Uitgaven0,70,70,70,70,70,7
       
Volksgezondheid, Welzijn en Sport      
Uitgaven2,84,86,86,86,86,8

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie waarin de uitgaven aan Internationale Samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt aangepast voor macro-economische ontwikkelingen. Het ODA-deel van de HGIS komt overeen met 0,8 procent van het bruto nationaal product (BNP) en wordt dus gecorrigeerd voor veranderingen van het BNP. Het non-ODA deel van de HGIS kent een vaste omvang dat gecorrigeerd wordt voor prijsveranderingen.


De piek bij Versterkte internationale rechtsorde in 2005 en 2006 wordt veroorzaakt door uitgaven voor nieuwbouw en beveiliging van het Vredespaleis. Daarnaast wordt voor de tijdelijke huisvesting van het Internationaal Strafhof nog een betaling aan de RGD gedaan.


Voor het artikel Veiligheid en stabiliteit, humanitaire hulpverlening en goed bestuur wordt in 2005 het noodhulpbudget extra verhoogd voor de gevolgen van tsunami en voor een aantal crises in Afrika. Verder zijn in Atjeh en Sri Lanka eerder dan verwacht middelen nodig voor de wederopbouw na de tsunami. Ten slotte is geld beschikbaar voor wederopbouw van Soedan en de verkiezingen in Afghanistan.


Vanwege succesvolle inspanningen van de Europese Commissie om de aanbestedingsprocedures vlotter te laten verlopen valt de bijdrage aan het 9e Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) hoger uit. Omdat het 9e EOF tot 2007 loopt, leidt dit tot hogere uitgaven in 2005–2007 op het artikel Versterkte Europese samenwerking.


De fluctuatie op meer Welvaart en minder armoede komt grotendeels doordat op dit artikel de verandering van het ODA-budget wordt verwerkt. De verandering van het ODA-budget wordt voornamelijk veroorzaakt door fluctuaties van het bruto nationaal product en door ramingsbijstellingen van de kwijt te schelden exportkredietverzekeringsschulden (EKI). Doordat in 2005 veel minder EKI-schulden kwijt worden gescholden dan verwacht zijn er veel extra ODA-middelen beschikbaar. Verder wordt in 2005 tot 2007 de schuldkwijtschelding van Nigeria aan het ODA-budget toegerekend. Vanaf 2008 is deze kwijtschelding volledig toegerekend waardoor dit artikel weer een sterke stijging laat zien.


Op het artikel Menselijke en sociale ontwikkeling worden de uitgaven van de medefinancieringsorganisaties en de uitgaven voor de prioriteiten HIV/aids en onderwijs begroot. De stijging hangt met name samen met de groeipaden voor onderwijs en HIV/aids.


De oploop bij Beter beschermd en verbeterd milieuis een gevolg van het streven van het kabinet om in 2007 0,1 procent van de BNP te besteden aan milieu en water.


De fluctuatie op het artikel Regulering personenverkeer wordt veroorzaakt door de toerekening eerstejaarsasielopvang.


De HGIS kent een eigen systematiek voor loon- en prijsbijstellingen, de HGIS-indexering. De post Nominaal en onvoorzien wordt gebruikt als reservering om toekomstige stijgingen van lonen en prijzen mee op te vangen. Aangezien lonen en prijzen jaar op jaar stijgen kent de reeks een oplopend verloop.


De uitgavenpiek bij Justitie in 2006 wordt veroorzaakt door de bijdrage aan de kosten voor tijdelijke huisvesting van Europol. De piek in 2008 wordt veroorzaakt door de oplevering van de nieuwbouw in dat jaar.


De uitgaven van Financiën worden sterk beïnvloed door kapitaalafdrachten aan de Wereldbank en aan de fondsen van de regionale ontwikkelingsbanken. Doordat in 2004 vervroegde kapitaalafdrachten hebben plaatsgevonden is er een sterke daling in de jaren 2006 en 2007.


De hogere uitgaven van Defensie in 2005 worden verklaard door hogere uitgaven voor de inzet in Afghanistan en hogere VN-contributies. De stijging van de uitgaven van VROM wordt verklaard door een stijging van de uitgaven aan het klimaatinstrument Clean Development Mechanism.


De uitgaven van Economische Zaken laten eerst een dalend verloop zien doordat een aantal exportsubsidies wordt geschrapt als dekking voor de taakstelling ondernemingssubsidies. Vanaf 2008 stijgen de uitgaven weer door hogere uitgaven voor CO2-reductie (Joint Implementation).

Gemeentefonds

Gemeentefonds

 200520062007200820092010
totaal uitgaven totaal niet-belastingontvangsten11 980,413 032,413 013,312 975,013 024,713 024,7
1 Gemeentefonds      
Uitgaven11 980,413 032,413 013,312 975,013 024,713 024,7

Het gemeentefonds is een belangrijke inkomstenbron waarmee gemeenten hun uitgaven kunnen bekostigen. De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de gemeenten verdeeld dat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren. De ontwikkeling van het gemeentefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek en de toevoegingen en/of onttrekkingen vanwege specifieke taakmutaties.

Vanaf 2006 neemt de omvang van het gemeentefonds per saldo toe. Dit is grotendeels te verklaren door de compensatie die gemeenten vanaf dat jaar ontvangen voor het afschaffen van het gebruikersdeel van de OZB (Onroerende Zaakbelasting).

In 2006 en 2007 is 27 miljoen euro toegevoegd vanuit het kinderopvangbudget van SZW ter bekostiging van de kinderopvangregeling voor sociaal-medisch geïndiceerden, die gemeenten uitvoeren. Tevens is voor 2006 56 miljoen euro en structureel 36 miljoen euro toegevoegd omdat de bij Hoofdlijnenakkoord ingeboekte besparing uit hoofde van uitvoeringskosten WOZ niet volledig door het Rijk gerealiseerd wordt.

De groei van het Gemeentefonds hangt samen met de normeringssystematiek. Deze wordt apart zichtbaar gemaakt en toegelicht bij Accres Gemeente/Provinciefonds.

Provinciefonds

Provinciefonds

 200520062007200820092010
totaal uitgaven totaal niet-belastingontvangsten1 000,31 052,51 052,51 052,51 052,51 052,5
1 Provinciefonds      
Uitgaven1 000,31 052,51 052,51 052,51 052,51 052,5

Het provinciefonds is een belangrijke inkomstenbron waarmee provincies hun uitgaven kunnen bekostigen. De beschikbare financiële middelen worden zodanig over de provincies verdeeld dat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren. De ontwikkeling van het provinciefonds wordt bepaald door de normeringssystematiek en de toevoegingen en/of onttrekkingen vanwege specifieke taakmutaties. Er zijn dit begrotingsjaar geen specifieke mutaties geweest die het verloop van de uitgaven over de jaren wijzigen. De groei van het Provinciefonds hangt samen met de normeringssystematiek. Deze wordt apart in beeld gebracht en toegelicht bij Accres Gemeente/Provinciefonds.

Infrastructuurfonds

Infrastructuurfonds

 200520062007200820092010
totaal uitgaven5 781,76 352,56 645,36 545,06 631,16 812,7
totaal niet-belastingontvangsten5 573,66 420,36 645,96 54 2,46 631,16 812,7
       
11 Hoofdwatersystemen      
Uitgaven557,5473,6516,3590,8637,3632,1
Ontvangsten12,66,21,31,00,10,1
       
12 Hoofdwegennet      
Uitgaven2 030,22 543,02 784,92 918,42 686,22 798,0
Ontvangsten5,332,826,494,522,07,7
13 Railwegen      
Uitgaven1 528,01 775,82 021,91 911,01 942,61 912,0
Ontvangsten10,138,280,0101,0123,0131,0
       
14 Regionaal, lokale infra      
Uitgaven230,6327,1457,3327,8251,9294,9
       
15 Hoofdvaarwegennet      
Uitgaven450,1452,2536,4587,3592,6642,2
Ontvangsten19,722,713,512,612,914,3
       
16 Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer      
Uitgaven109,786,171,2148,5257,3281,4
       
17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer      
Uitgaven869,8644,6206,413,0216,6222,3
Ontvangsten38,834,0    
       
18 Overige uitgaven en ontvangsten      
Uitgaven55,250,150,848,346,629,9
Ontvangsten40,140,240,240,140,323,9
       
19 Bijdrage andere begrotingen Rijk      
Ontvangsten5 496,46 246,26 484,56 293,26 432,86 635,7

Op het Infrastructuurfonds worden de producten op het gebied van infrastructuur verantwoord. Het Infrastructuurfonds wordt gevoed vanuit de begroting van Verkeer en Waterstaat en vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). De bijdrage aan het Infrastructuurfonds wordt jaarlijks met 2,8 procent geëxtrapoleerd. Het verloop van de raming van de uitgaven van het Infrastructuurfonds wordt beïnvloed door onder meer de intensiveringen van het Hoofdlijnenakkoord, intertemporele verschuivingen waartoe in het verleden besloten is en extensiveringen zoals de korting op de prijsbijstelling.


Het verloop van dit budget op het artikel Hoofdwatersystemenwordt verklaard door verlaging van het budget voor aanleg waterkeren in 2006 in samenhang met de verwerking van het voordelig saldo 2004, terwijl de oploop na 2006 wordt verklaard door het eerder beschikbaar stellen van middelen voor het aanpakken van de zwakke schakels in de kustverdediging vanaf 2007.


Met betrekking tot de budgetten voor het Hoofdwegennet is de grote toename van het beschikbare budget (met name van 2005 op 2006) voornamelijk het gevolg van de toevoeging van het «Kwartje van Kok» (bij Strategisch Akkoord) en de intertemporele schuif die hierop in voorgaande jaren is toegepast. De extra middelen komen vooral ten goede aan de onderhoudsbudgetten, hetgeen ook het geval is bij de Railwegen. Ook zijn de budgettaire consequenties van de problematiek inzake luchtkwaliteit verwerkt. Diverse planstudies, met name bij wegenprojecten, zijn door de uitspraak van de Raad van State ten aanzien van het besluit Luchtkwaliteit vertraagd.


Het budget voor Regionale en lokale infrastructuurloopt op richting 2007 en daarna weer af. Dit betreft uitgaven (subsidies) voor grote infrastructuurprojecten die door andere overheden worden aangelegd. Momenteel zijn dit vooral projecten voor openbaar vervoer, met name over rails; onder andere de Noord-Zuidlijn, Beneluxmetro en Randstadrail.


De budgetontwikkeling weerspiegelt het aflopen van de uitgaven voor de Megaprojecten Verkeer en VervoerBetuweroute en de HSL-Zuid. De oploop in 2009 betreft de reservering Zuiderzeelijn.


Van 2005 op 2006 wordt de toename van de Ontvangsten andere begrotingen Rijk vooral verklaard door toevoeging van het «Kwartje van Kok» (een structurele intensivering van 530 miljoen euro per jaar via de begroting van Verkeer en Waterstaat) en de intertemporele compensatie die hierop bij het Hoofdlijnenakkoord is toegepast (waardoor de totale intensivering het volgende kasverloop kende; 330 miljoen euro in 2004, 230 miljoen euro in 2005, 830 miljoen euro in 2006 en 730 miljoen euro in 2007). De verdere toename van 2006 op 2007 wordt grotendeels gefinancierd uit het Fonds Economische Structuurversterking.

Fonds Economische Structuurversterking

Fonds Economische Structuurversterking

 200520062007200820092010
totaal uitgaven2 113,02 482,42 882,02 471,92 600,63 578,8
totaal niet-belastingontvangsten2 990,53 295,42 789,42 152,01 963,22 047,5
       
1 Bijdragen van het fonds      
Uitgaven2 113,02 482,42 882,02 471,92 600,63 578,8
1 Bijdragen aan het Infrafonds252,8277,5250,8214,0213,0212,0
2 Bijdragen in het kader van bodemsanering0,5     
3 Bijdragen voor kennisinfrastructuur22,612,9    
4 Overige bijdragen289,698,9    
5 Investeringsimpuls 2004117,4107,3108,786,6146,256,3
7 Projecten in voorbereiding253,6436,4519,3531,9590,51 554,4
8 Investeringsimpuls 1998169,7495,41 104,4983,61 067,11 064,0
9 Investeringsimpuls 2001905,8728,7661,3605,3540,8620,5
10 Investeringsimpuls 2005101,0325,2237,450,443,071,6
       
3 Ontvangsten van het fonds      
Ontvangsten2 990,53 295,42 789,42 152,01 963,22 047,5
1 Overige ontvangsten uit aardgas2 480,42 756,02 226,01 568,81 356,81 399,2
2 Besparingen uit incidentele baten510,1539,4563,4583,2606,4648,3

Het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is een verdeelfonds; de feitelijke projectuitgaven worden onderbouwd, geraamd en verantwoord op de andere begrotingshoofdstukken. Het kasritme van de FES-uitgaven wordt bepaald door de financieringsbehoefte van de goedgekeurde FES-projecten, passend binnen de budgettaire randvoorwaarden van de FES-wet.


Op het artikel Bijdragen aan het infrafonds worden bijdragen geraamd aan het Infrastructuurfonds voor de Betuweroute en de Hogesnelheidslijn. De hogere uitgaven in 2006 worden verklaard door de bijdrage aan de HSL, welke aansluit bij de kasbehoefte voor de uitvoering van dit project.


Op het artikel Investeringsimpuls 2004 worden de middelen ten behoeve van het programma ICES-KIS III verantwoord. Het verloop van dit artikel wordt verklaard doordat de onderliggende projecten op verschillende momenten ten uitvoering zullen komen.


De uitgaven van het artikel Projecten in voorbereidingzijn vanaf 2006 hoger, omdat de nog niet in uitvoering zijnde onderdelen van de Investeringsimpuls 2005 op dit artikel worden geraamd. In 2010 staan middelen ten behoeve van het Waddenfonds en de Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) voor de periode na 2010 gereserveerd.


De oploop van de Investeringsimpuls 1998 is het gevolg van stijgende uitgaven aan het Infrastructuurfonds voor het pakket bereikbaarheid.


Op het artikel Investeringsimpuls 2005 worden projecten geraamd uit de Investeringsimpuls 2005 die voldoende zijn uitgewerkt en derhalve zijn uitgedeeld naar andere begrotingshoofdstukken. Het verloop van het artikel wordt verklaard door verschillende kasritmes van onderliggende projecten.


De voeding van het FES bestaat onder meer uit een vast percentage (42,4 procent) van de totale aardgasbaten. De aardgasbaten zijn opwaarts bijgesteld als gevolg van nieuwe ramingen van olieprijs en dollarkoers.


Daarnaast wordt het FES gevoed uit vrijvallende rentelasten en annuïteiten die het gevolg zijn van het verlagen van de staatsschuld met de opbrengst van verkoop staatsdeelnemingen (gecorrigeerd voor dividendderving) respectievelijk van veilingen van rechten. Deze ontvangsten worden verwerkt op het artikel Besparingen uit incidentele baten.

AOW-Spaarfonds

AOW-spaarfonds

 200520062007200820092010
totaal uitgaven      
totaal niet-belastingontvangsten3 696,23 939,04 210,04 533,94 874,15 252,9
       
1 Rijksbijdrage AOW-spaarfonds      
Ontvangsten2 745,42 858,82 972,33 085,73 199,23 312,6
       
2 Rentebijdrage over AOW-spaarfonds      
Ontvangsten950,81 080,21 237,81 448,21 674,91 940,3

Het AOW-spaarfonds is ingesteld in 1998 om de financierbaarheid van de AOW op langere termijn zeker te stellen. Het fonds wordt gevoed door bijdragen vanuit de begroting van SZW. De Rijksbijdragen dienen conform de wet Premiemaximering AOW en introductie spaarfonds AOW jaarlijks met minimaal 113,4 miljoen euro te stijgen. Het fonds ontvangt daarnaast Rente over het totaal opgebouwde vermogen. De rente wordt aan het fondsvermogen toegevoegd.

Diergezondheidfonds

Diergezondheidfonds

 200520062007200820092010
totaal uitgaven13,96,86,86,86,86,8
totaal niet-belastingontvangsten5,26,86,86,86,86,8
       
1 Bewaking en bestrijding van dierziekten      
Uitgaven13,96,86,86,86,86,8
Ontvangsten5,26,86,86,86,86,8

Op de begroting van het Diergezondheidfonds worden meerjarig de reguliere uitgaven voor bewaking en bestrijding van dierziekten opgenomen. Dekking vindt plaats door bijdragen van het bedrijfsleven, de EU en de overheid. Door toevoeging van het positieve eindsaldo 2004 zijn de uitgaven in 2005 hoger.

BTW-compensatiefonds

BTW-compensatiefonds

 200520062007200820092010
totaal uitgaven totaal niet-belastingontvangsten1 842,11 884,51 956,82 042,32 113,22 174,5
1 BTW-compensatiefonds      
Uitgaven1 842,11 884,51 956,82 042,32 113,22 174,5

Gemeenten, provincies en kaderwetgebieden kunnen de betaalde BTW voor hun niet-ondernemersactiviteiten in beginsel gecompenseerd krijgen uit het BTW-compensatiefonds. De oplopende reeks van 2005 tot en met 2010 betreft een ramingsbijstelling als gevolg van hogere declaraties over 2004. Voorzichtigheidshalve is de meerjarenraming met hetzelfde bedrag opgehoogd. In het kader van de lopende evaluatie van het BTW-compensatiefonds wordt momenteel onderzocht waardoor de groei over 2004 (en over 2003) wordt veroorzaakt en welke gevolgen dat heeft voor de definitieve uitname uit het gemeente- en provinciefonds.

Accres Gemeentefonds/Provinciefonds

Accres Gemeentefonds/Provinciefonds

 200520062007200820092010
totaal uitgaven 83,1651,01 168,41 648,52 077,6
60 Accres Gemeentefonds 78,2604,01 082,91 527,41 924,5
       
61 Accres Provinciefonds 4,947,085,4121,1153,0

De accressen volgen uit de normeringssystematiek die geldt voor het gemeente- en provinciefonds. Volgens deze systematiek is de ontwikkeling van de omvang van de fondsen gekoppeld aan de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. De accressen zijn bedoeld als compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen evenals volume-ontwikkelingen in de uitgaven van gemeenten en provincies.


Op basis van de huidige inzichten in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven zijn de accressen berekend. De accressen 2005 en 2006 (grotendeels) zijn structureel overgeboekt naar het gemeente- en provinciefonds.

Arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaarden

 200520062007200820092010
totaal uitgaven totaal niet-belastingontvangsten483,51 054,51 838,52 734,53 621, 14 561,0
1 arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn RB-eng      
Uitgaven483,5993,11 681,92 459,33 225,04 041,3
       
2 arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn SZ      
Uitgaven 42,9107,7183,0259,8338,3
       
4 indexering rijksbijdragen      
Uitgaven 18,548,992,2136,3181,5

Op de aanvullende post arbeidsvoorwaarden worden de middelen gereserveerd die nodig zijn om de loongevoelige uitgaven op de Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat jaarlijks een structurele reservering wordt opgenomen teneinde de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen.

Koppeling Uitkeringen/Nominale Bijstelling AKW

Koppeling Uitkeringen/Nominale Bijstelling AKW

 200520062007200820092010
totaal uitgaven 101,5239,6384,3531,7684,7
totaal niet-belastingontvangsten 3,810,216,623,229,8
       
       
23 Reïntegratie      
Uitgaven 0,30,71,11,52,0
       
24 Sociale werkvoorziening      
Ontvangsten 3,810,216,623,229,8
       
30 Inkomensbescherming met activering      
Uitgaven 47,8109,7177,0245,9320,5
       
31 Inkomensbescherming en arbeidsongeschiktheid      
Uitgaven 11,337,064,192,9122,3
       
32 Overige inkomensbescherming      
Uitgaven 2,97,210,914,618,0
       
33 Tegemoetkoming specifieke kosten      
Uitgaven 39,185,0131,2176,7221,9

Op de aanvullende post koppeling uitkeringen/nominale bijstelling Algemene Kinderbijslagwet (AKW) worden de uitgaven voor de indexering van de begrotingsgefinancierde sociale zekerheidsuitgaven geraamd. De mutaties in uitgaven op dit artikel komen tot stand door aanpassingen van de WKA en AKW index en door grondslageffecten bij de uitkeringen. Aanpassing van de Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden (WKA) en AKW index vindt plaats op basis van CPB cijfers over respectievelijk contractloon- en prijsontwikkeling. Vanaf 2006 wordt de WKA en AKW-koppeling weer hersteld.

Prijsbijstelling/Indexering WSF

2 Prijsbijstelling/Indexering WSF

 200520062007200820092010
totaal uitgaven0,1591,51 199,21 799,72 446,93 062,5
80 Prijsbijstelling 550,41 129,01 691,42 299,02 872,6
       
84 Indexering WSF0,141,170,2108,2148,0189,9

Op de aanvullende post Prijsbijstelling en Indexering WSF zijn de meest actuele raming van de prijsstijgingen opgenomen die zich voordoen op de rijksbegroting en de normbedragen in de studiefinanciering. Als gevolg van de tranchegewijze opbouw ontstaat in de tijd een oplopend uitgavenniveau. De prijsbijstelling voor 2006 wordt naar verwachting in het voorjaar 2006 toegedeeld aan de departementale begrotingen.

Algemeen

Algemeen 2005

 200520062007200820092010
totaal uitgaven114,41 173,11 240,51 141,61 068,3953,3
totaal niet-belastingontvangsten174,01 515,11 666,2541,2527,0562,0
       
2 Uitvoeringskosten fiscale wetsvoorstellen      
Uitgaven4,313,028,533,333,333,3
       
3 Verkoop staatsdeelnemingen      
Ontvangsten 1 350,01 550,0458,0458,0458,0
       
4 Eindejaarsmarge      
Uitgaven– 716,0– 73,1– 62,4– 2,6  
       
7 Dividend      
Ontvangsten– 36,8– 88,2– 137,2– 170,2– 184,4– 149,4
       
10 NBO-taakstelling      
Ontvangsten40,8253,3253,4253,4253,4253,4
       
17 Behoedzaamheidsreserve GF/PF      
Uitgaven 126,4226,9226,9226,9226,9
       
35 BTW Openbaar Vervoer      
Uitgaven512,1533,9537,4487,2459,0459,0
       
43 Reservering SZA      
Uitgaven42,7148,0100,050,050,0 
       
53 Strategisch Akkoord 2002: Mobiliteit      
Uitgaven33,050,050,050,050,050,0
       
55 Diversen      
Uitgaven238,3374,9360,1296,8249,1184,1
Ontvangsten170,0     

Op de aanvullende post Algemeen staan middelen waarvan op het moment van reservering nog niet expliciet kan worden aangegeven op welke begroting(en) zij uiteindelijk worden verantwoord, of waarvan de exacte omvang nog niet kan worden aangegeven. Daarnaast staan op deze aanvullende post taakstellingen geparkeerd die uiteindelijk door de diverse begrotingen ingevuld worden (bijvoorbeeld de ramingstechnische veronderstelling in = uit bij de eindejaarsmarge).


De (negatieve) omvang van de raming op deze aanvullende post wordt in 2005 bepaald door de ramingstechnische veronderstelling rond de eindejaarsmarge 2004. Hiermee wordt verondersteld dat het gebruik van de eindejaarsmarge in 2005 even groot is als in 2004. Verder staan middelen gereserveerd voor de uitvoering fiscale wetsvoorstellen, behoedzaamheidsreserve GF/PF enBTW-compensatie Openbaar Vervoer. Tevens is voor SZA een reservering getroffen voor frictiekosten UWV. De resterende middelen uit het SA voor mobiliteit hebben betrekking op externe veiligheid en zullen nog overgeheveld worden naar de begroting van VROM. De uitgaven en ontvangsten in de post Diversen betreffen reserveringen voor lopende onderhandelingen uit hoofde van het transitietraject ROC's, kokkelvisserij en common area baten. Tevens is hierin een meerjarige rijksbijdrage aan de MEP (Milieukwaliteit Electriciteitsproductie) opgenomen. Deze middelen zullen nog overgeboekt worden naar de begroting van EZ. De rijksbijdrage wordt verstrekt om te voorkomen dat het aansluittarief voor electriciteit voor huishoudens fors zal stijgen.


Bij de ontvangsten is op deze aanvullende post een actuele inschatting opgenomen voor de verkoopopbrengsten van staatsdeelnemingen. Voor 2005 is de taakstelling reeds gerealiseerd en in de jaren 2008 en verder is deze aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren. Op de aanvullende post is, in samenhang met de taakstelling verkoop staatsdeelnemingen, een reservering opgenomen voor dividendderving. De daadwerkelijke ontvangsten uit hoofde van verkoop staatsdeelnemingen en dividendderving worden geboekt op de begroting van Financiën. Aan de ontvangstenkant is tevens de taakstelling op de niet-belastingontvangsten opgenomen.

Consolidatie

Consolidatie

 200520062007200820092010
totaal uitgaven– 6 510,0– 7 581,5– 7 742,4– 7 355,2– 7 540,8– 7  723,8
totaal niet-belastingontvangsten-6 510,0– 7 581,5– 7 742,4– 7 355,2– 7 540,8– 7 723,8

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen door het «bruto-boeken» van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat de betaling verricht als het departement dat bijdraagt, de uitgaven in de begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Door de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen via de begrotingen van Verkeer en Waterstaat en het FES aan het Infrastructuurfonds.