Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2006
  • Download PDF

Wijziging begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2006 (Voorjaarsnota)

30560 XIII 2 Memorie van toelichting

Vergaderjaar 2005-2006

Nr. 2

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2006 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken.


De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

In maart 2005 is door de Minister van Financiën met de Tweede Kamer overleg gevoerd over de uitkomsten van het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) regeldruk en controletoren en de naar aanleiding daarvan door het kabinet in december 2004 gedane voorstellen. Tijdens het algemeen overleg op 2 en 3 maart 2005 en in de brief van 9 maart 2005 (Kamerstukken II, 29 949 en 29 950, nr. 5) is toegezegd de getrouwbeeldverklaring van de departementale auditdiensten parallel aan de gewijzigde bedrijfsvoeringsparagraaf over het verslagjaar 2006 in te voeren. De departementen hebben sindsdien belangrijke voortgang geboekt met het treffen van de hiervoor noodzakelijke maatregelen. Om op het ingroeitraject naar met name de getrouwbeeldverklaring geen wettelijke obstakels te laten ontstaan, dienen enkele bepalingen in de Comptabiliteitswet 2001 (CW 2001) te worden aangepast. Dat zal regulier gebeuren via het moderniseringsproject van die wet dat thans gaande is. Om de getrouwbeeldverklaring al over het jaar 2006 te kunnen toepassen is echter een tijdelijke – op het jaar 2006 gerichte – afwijking van de wet nodig. Dat gebeurt via het onderhavige wetsartikel. Het betreft concreet de aanpassing van artikel 66, vijfde en zesde lid, van de CW 2001. De gewijzigde insteek voor de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag leidt niet tot een aanpassing van de CW 2001. De inhoud van die paragraaf wordt in de Rijksbegrotingsvoorschriften geregeld.


Samengevat komen de wijzigingen in de bedrijfsvoeringsparagraaf en in de accountantsverklaring op het volgende neer.

Over eventuele rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden die de terzake gestelde artikelsgewijze tolerantiegrenzen te boven gaan, zal door de betrokken minister in de bedrijfsvoeringsparagraaf van zijn departementaal jaarverslag worden gerapporteerd. De departementale auditdienst verstrekt bij het aldus opgestelde jaarverslag (en saldibalans) een getrouwbeeldverklaring in plaats van een zogenaamde eisenverklaring. De getrouwbeeldverklaring heeft betrekking op de elementen die onder a tot en met d van het nieuwe zesde lid van artikel 66 in de CW 2001 zijn opgenomen. Daarbij beoordeelt de auditdienst op grond van onderdeel b of de rapportage over de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering klopt en op grond van onderdeel d of er in het jaarverslag eventueel sprake is van strijdigheid tussen de gepresenteerde financiële informatie en de opgenomen beleidsinformatie.

Om aan te sluiten bij de in artikel 58 gehanteerde terminologie wordt in lid 6 van artikel 66 gesproken van deugdelijke weergave in plaats van de in accountantskring gebruikelijke formulering van getrouwe weergave. Daarmee wordt echter hetzelfde bedoeld. Het is geen bezwaar dat de accountant in zijn verklaring het begrip getrouwe weergave gebruikt.


De oordeelsvorming van de Rekenkamer blijft ten opzichte van het verleden ongewijzigd.


In het oude vijfde lid van artikel 66 kan de reikwijdte van de accountantsverklaring (een verklaring omtrent de financiële informatie in het jaarverslag en de saldibalans) worden geschrapt. De reikwijdte staat thans geheel in het zesde lid.


De formulering van de aanhef van het onderhavige wetsartikel luidende: «....komt voor de accountantsdienst van het ministerie van Economische Zaken voor het jaar 2007 als volgt te luiden» is zodanig gekozen, dat de accountantsdienst de gewijzigde reikwijdte van de verklaring zowel dient toe te passen met betrekking tot het departementale jaarverslag van het betrokken departement als met betrekking tot een eventueel niet-departementaal jaarverslag waarvoor de betrokken minister verantwoordelijk is (zoals bijvoorbeeld een jaarverslag van een begrotingsfonds of van een van de begrotingshoofdstukken I, II, IV of IXA).

Er wordt in de wettekst nog gesproken van accountantsdienst in plaats van auditdienst, omdat die terminologie in de Comptabiliteitswet 2001 nog wordt gehanteerd. Bij de voorziene modernisering van de Comptabiliteitswet zal accountantsdienstworden vervangen door auditdienst.


De Minister van Economische Zaken,
L. J. Brinkhorst

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Algemeen

Uitgaven (bedragen x € 1 mln)
1. Aangekondigde verhoging in de Voorjaarsnota 2006 627,4
Hoofdstuk XIII:  
2. Mutatie onderhavig wetsvoorstel 627,4
Verschil 0

Na het onderhavige wijzigingsvoorstel komt het totaal van de uitgavenbegroting 2004 van EZ er als volgt uit te zien:

Vastgestelde begroting 2006 1 631,0
Bij: Eerste suppletore begroting 2006 627,4
Totaal beschikbaar 2 258,4
     
Ontvangsten(bedragen x € 1 mln)  
1. Aangekondigde verhoging in de Voorjaarsnota 2006  
Hoofdstuk XIII: 788,9
2. Mutatie onderhavig wetsvoorstel 788,9
Verschil 0

Na het onderhavige wijzigingsvoorstel komt het totaal van de ontvangstenbegroting 2006 van EZ er als volgt uit te zien:

Vastgestelde begroting 2006 4 139,4
Bij: Eerste suppletore begroting 2006 788,9
Totaal beschikbaar 4 928,3

2 Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

De eerste suppletore begroting bevat mutaties op de vastgestelde begroting 2006. In deze suppletore begroting wordt voorgesteld de uitgaven- en ontvangstenraming voor 2006 met respectievelijk € 627,4 mln en € 788,9 mln te verhogen. De grootste en/of beleidsmatig meest relevante mutaties zijn in onderstaande tabel gespecificeerd. Voor een uitgebreidere toelichting op de afzonderlijke verplichtingenmutaties wordt verwezen naar de toelichting per begrotingsartikel. De betreffende artikelnummers zijn in de tabel vermeld.

    Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten
  Stand vastgestelde begroting 2006 2 917,5 1 631,0 4 139,4
Artikel 2      
1 SKE 5,5 0,8  
2 Seed faciliteit 6,1    
3 Bijdrage aan Syntens 21,4    
4 Holstcentrum (Fes) 12,0 – 9,0 – 9,0
5 Smartmix 34,8    
6 Internationale ruimtevaart 45,3 35,3  
7 Civiele luchtvaartontwikkeling 5,0    
Artikel 3      
8 Centraal deel IPR 8,8    
9 Ontvangsten ruimtelijk economisch beleid     19,0
Artikel 4      
10 Compensatie Demkolec/stadsverwarming – 10,0 – 10,0 35,0
11 MEP 509,0 509,0 2,7
12 Joint Implementation 32,0    
13 Aardgasbaten     691,8
Artikel 5      
14 Eindejaarsmarge non-ODA 6,5 6,5  
Artikel 10      
15 Zero-base afwikkeling schadeclaim 8,3 8,3  
16 Ontvangsten uit het fes   11,4 11,4
17 Ontvangsten OPTA     17,0
Diversen      
18 Loon- en prijsbijstelling 2006 17,9 17,9  
19 Invulling taakstelling CBS 7,4 7,4  
20 Invulling Vpb-taakstelling 17,8 17,8  
21 Kenniscentrum aanbesteden (PIANOo) 4,6 4,2  
22 Onderzoeksbudget Kenniscentrum aanbesteden 4,0 3,4  
Overige mutaties 53,1 24,4 21,0
  Stand eerste suppletore begroting 2006 3 707,0 2 258,4 4 928,3

Toelichting belangrijkste mutaties

1) Deze mutatie betreft de verschuiving van het SKE-budget 2007 naar 2006 om diverse kwalitatief goede projecten te kunnen uitvoeren.

2) Een deel van de Fes-middelen t.b.v. de Seed-faciliteit wordt in 2006 verplicht in plaats van 2005.

3) De opdrachtverlening aan Syntens zal in 2006 worden verstrekt.

4) Een deel van de ten behoeve van het Holst Center beschikbare Fes-middelen wordt in 2006 besteed in plaats van in 2005.

5) Betreft het doorschuiven van de Smartmix-middelen 2005 naar 2006.

6) Deze mutatie heeft twee oorzaken: ten eerste komt de in Nederland opgebouwde kennis en ervaring op het gebied van ruimtevaart in het gedrang. Om deze trend te keren is het voor internationale ruimtevaart beschikbare budget in 2006 opgehoogd. Ten tweede zijn er hogere uitgaven in 2006 op projecten waar Nederland op heeft ingeschreven en lagere uitgaven in latere jaren.

7) Betreft ophoging van het verplichtingenbudget voor CVO, zodat committeringen voor de CVO-regeling in 2006 kunnen worden verricht in plaats van in 2007.

8) Deze mutatie wordt veroorzaakt door het doorschuiven naar 2006 van de in 2005 niet gebruikte IPR-middelen conform de Langman-afspraken.

9) De terugontvangst van het niet bestede deel van de middelen voor het Noorden t/m 1999 (ISP-V/IPR) zal naar verwachting in 2006 worden gerealiseerd.

10) Mede naar aanleiding van de vermoedelijk realisatie over 2001 t/m 2004 is het budget, dat beschikbaar is voor de Overgangswet elektriciteitproductiesector (OEPS), naar beneden bijgesteld met € 10 mln per jaar. Daarnaast wordt naar verwachting € 35 mln terugbetaald in verband met de afrekening van de jaartranches 2001 t/m 2004 van de OEPS.

11) Deze mutatie heeft betrekking op de compensatie voor de afschaffing van het afnemerstarief en op de compensatie voor de dreigende tekorten op de regeling MEP.

12) Betreft de aanvulling van het JI-budget i.v.m. hogere prijs voor aankoop van rechten.

13) Deze mutatie wordt veroorzaakt door de aanpassing van de aardgasbatenraming in het kader van het CEP 2006 van het CPB en door de schikking Common Area baten.

14) Betreft de eindejaarsmarge voor het HGIS-deel van de EZ-begroting voor wat betreft de non-ODA.

15) Als gevolg van een rechterlijke uitspraak moet het Rijk aan Sky Radio, het via het financieel instrument ontvangen bedrag ad € 8,3 mln terugbetalen

16) Deze mutatie wordt veroorzaakt door tragere uitfinanciering van het project Kenniswijk. De Fes-middelen schuiven daarom door naar 2006.

17) Deze ontvangst is het gevolg van een aan KPN opgelegde boete door OPTA.

18) Het Ministerie van Financiën heeft bij Voorjaarsnota 2006 loon-en prijsbijstelling uitgedeeld.

19) Om nadelige gevolgen van de eerder opgelegde CBS-apparaattaakstellingen voor de statistiekvoorziening te voorkomen, worden extra middelen toegevoegd.

20) Betreft het restant van de Vpb-kastaakstelling uit 2004.

21) Betreft de bijdrage van het Ministerie van VROM ter financiering van PIANOo en een deel van het budget 2005 bestemd voor PIANOo, dat in 2006 worden besteed.

22) Betreft de overheveling van middelen van het personeelsbudget van PIANOo naar het onderzoeksbudget van PIANOo.


In de navolgende toelichting op de beleidsartikelen wordt steeds aangesloten bij de tabel «budgettaire gevolgen van beleid» zoals opgenomen in de begroting 2006. De hier opgenomen tabellen laten op artikelsubniveau zien welke mutaties zich hebben voorgedaan. Het uitgangspunt daarbij is dat alleen de beleidsmatig relevante mutaties worden toegelicht.

Zoals reeds in de begroting 2006 is aangegeven, specificeert EZ de verplichtingenramingen in plaats van de uitgavenramingen omdat de verplichtingenramingen het meeste inzicht geven in het actuele beleid. Beleidsbeslissingen, zoals het introduceren of het beëindigen van subsidieregelingen, zijn in de verplichtingenramingen immers direct traceerbaar. Vanwege de doorlooptijden en betalingsschema’s van subsidies, bieden de uitgavenramingen in dat opzicht minder informatie.


Onlangs is een voortgangsrapportage over de vernieuwing van het EZ-instrumentarium naar de Tweede kamer gestuurd. Over de gevolgen van die vernieuwing voor de inrichting van de EZ-begroting ontvangt u binnenkort een separate brief.

2.2 De beleidsartikelen

Artikel 1: Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 66,0 6,7 72,6 6,4 3,8 3,8 3,8
Programma-uitgaven 22,1 2,6 24,6 2,8 3,0 3,0 3,0
Operationeel doel C: Optimale marktordening en mededinging bevorderen              
Bijdrage aan het NMI 14,4   14,4        
Bijdrage diverse instituten 1,3 0,4 1,7        
Operationeel doel D: Positie van de consument versterken              
Toezichthouder consumenten 1,8 2,4 4,2 3,0 3,1 3,1 3,1
Algemeen              
Onderzoek en Opdrachten DG Economische Politiek (DG EP) 4,1   4,1        
NL voorzitterschap EU 2004              
Onderzoek en Opdrachten Kenniscentrum Ordeningsvraagstukken 0,4 – 0,2 0,2 – 0,2 – 0,2 – 0,2 – 0,2
                 
Apparaatuitgaven 43,9 4,1 48,0 3,6 0,9 0,9 0,9
Personeel DG EP 8,0 0,3 8,3 0,3 0,3 0,3 0,3
Apparaatuitgaven NMa/Dte 35,9 3,8 39,7 3,3 0,6 0,6 0,6
                 
Uitgaven (totaal) 66,1 6,3 72,4 6,4 3,8 3,8 3,8
Waarvan programma-uitgaven 21,5            
Waarvan juridisch verplicht1 20,3            
                 
Ontvangsten (totaal) 69,9 – 0,2 69,7 – 0,2 – 0,2 – 0,2 – 0,2
Ontvangsten NMa 65,0   65,0        
Ontvangsten Dte 4,7   4,7        
Diverse Ontvangsten DG EP 0,2 – 0,2   – 0,2 – 0,2 – 0,2 – 0,2

1 Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2005 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten. Inmiddels zijn uiteraard ook in de eerste maanden van 2006 uitgaven juridisch verplicht.

Toezichthouder consumenten

De consumentenautoriteit komt voort uit een EU-verordening. De reeds beschikbare middelen zijn onvoldoende om alle structurele kosten te dekken. Daarom worden extra middelen beschikbaar gesteld.

Tijdelijk extra capaciteit NMa

Deze mutatie wordt veroorzaakt door de afwikkeling van de bouwfraudezaken door de NMa. Om de sanctiebesluiten binnen de verjaringstermijn af te kunnen ronden is tijdelijk extra capaciteit vereist.

Artikel 2: Een sterk innovatievermogen (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 540,7 143,6 684,3 – 4,8 23,1 1,6 25,8
Programma-uitgaven 490,4 134,0 624,4 – 10,1 17,8 – 3,8 20,4
Operationeel doel B: Meer starters die technologische kennis ontwikkelen en benutten              
TechnoPartner algemeen 1,3 2,3 3,6 – 2,3      
Subsidieregeling Kennisexploitatie 7,3 5,3 12,6 – 5,5      
Seed-faciliteit 24,0 6,1 30,1        
Operationeel doel C: Meer toepassing van kennis in het MKB              
Bijdrage aan Syntens 32,0 21,4 53,4        
SKO en SKB/Kennisoverdracht 7,0 – 7,0          
Innovatievouchers/IPC’s 31,6 6,3 37,9        
Operationeel doel D: Meer ontwikkeling en benutting van Technologische kennis door bedrijven              
Innovatiesubsidie Samenwerkingsprojecten 100,7 – 2,6 98,1 – 2,8 – 3,0 – 3,3 – 3,5
Kredietregeling IS   – 9,7 – 9,7 – 9,6 – 9,5 – 9,4 – 9,4
Uitdagersfaciliteit   12,3 12,3 12,5 12,8 13,0 13,3
Operationeel doel E: Versterken kennisbasis door samenwerking van bedrijven en kennisinstellingen              
Bijdrage aan TNO 28,0   28,0        
Bijdrage aan Technologische Topinstituten 29,1   29,1        
Bijdrage aan STW 19,2   19,2        
Innovatiegerichte onderzoeksprogramma’s 17,8   17,8        
Kennisimpuls actielijn 1         – 4,6 – 4,5  
Bijdrage aan NIVR (inclusief Revolving Fund) 9,1 0,1 9,2 0,1 0,1 0,1  
Bijdrage aan NLR 2,1 2,4 4,5        
Bijdrage aan Marin 2,4   2,4        
Bijdrage aan WL/Hydrolics 1,5   1,5        
Bijdrage aan overige instituten 0,2   0,2        
Holst Centrum 20,0 12,0 32,0        
Micro-elektronicastimulering 43,1   43,1        
ICT-kennis en -innovatie 1,8   1,8        
Katalyse 0,1   0,1        
Smart mix 35,0 34,8 69,8        
Internationale ruimtevaart 47,0 45,3 92,3 – 2,6 22,0 0,3 20,0
Civiele luchtvaartontwikkeling   5,0 5,0        
Pilots sleutelgebieden 20,0   20,0        
Algemeen              
Onderzoek innovatie 4,4   4,4        
Voorzitterschap EU en Eureka   0,1 0,1        
Beleidsexperimenten innovatie 5,8 – 0,5 5,3 – 0,5 – 0,5 – 0,5 – 0,5
Incidentele uitgaven   0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
Apparaatuitgaven 50,3 9,7 60,0 5,2 5,3 5,4 5,4
Personeel innovatie 8,3 0,1 8,4 0,1 0,1 0,1 0,1
Bijdrage aan Octrooicentrum Nederland 14,1 1,0 15,1 1,0 1,0 1,0 1,0
Bijdrage aan WIPO via Octrooicentrum Nederland 0,3   0,3        
Bijdrage Pensioenen Europees Octrooibureau 3,1   3,1        
Uitgaven TWA-netwerk 3,1 0,1 3,2 0,1 0,1 0,1 0,1
Bijdrage aan SenterNovem 20,6 8,4 29,0 4,1 4,1 4,2 4,2
Adviesraad WT en Eureka-secretariaat 0,8   0,8        
                 
Uitgaven (totaal) 559,9 29,1 589,0 18,9 44,7 35,4 31,2
Waarvan programma-uitgaven 508,8   508,8        
Waarvan juridisch verplicht1 393,7   393,7        
                 
Ontvangsten (totaal) 182,9 – 5,3 177,6 8,3 7,8 5,2 8,5
Ontvangsten Rijksoctrooiwet 25,4   25,4        
Ontvangsten TOP 18,8   18,8        
Ontvangsten uitdagersfaciliteit           0,4 1,3
Ontvangsten uit het Fes 130,1 – 5,3 124,8 8,3 7,8 4,8 7,2
Ontvangsten EET 7,0   7,0        
Diverse ontvangsten innovatie 1,6   1,6        

1 Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2005 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten. Inmiddels zijn uiteraard ook in de eerste maanden van 2006 uitgaven juridisch verplicht.

Technopartner

De committering voor TechnoPartner voor het jaar 2007 zal eind 2006 plaatsvinden. In verband hiermee wordt voorgesteld het verplichtingenbudget van € 2,3 mln te verschuiven van 2007 naar 2006.

Subsidieregeling Kennisexploitatie

Met de nu voorliggende projecten zou het budget 2006 voor SKE geheel worden uitgeput. In 2006 zullen nog diverse andere kwalitatief goede aanvragen volgen. Daarom wordt voorgesteld € 5,5 mln uit 2007 te verschuiven naar 2006.

Seed-faciliteit

Het budget voor de TechnoPartner Seed Faciliteit is in 2005 door toevoeging van Fes-gelden verdubbeld tot € 24 mln. Een deel van de toegevoegde Fes-middelen zal echter pas in 2006 in plaats van 2005 worden verplicht.

Syntens

De opdrachtverlening aan Syntens voor het jaar 2006 is eind 2005 niet verstrekt omdat aan Syntens aanvullende informatie op het businessplan 2006 is gevraagd, met name over de exacte prestaties in 2006 en de onderbouwing van de daarvoor benodigde subsidies. De opdrachtverlening zal nu in 2006 moeten plaatsvinden.

SKO en SKB; Innovatievouchers/IPC’s

In navolging van de kritische evaluatie in 2003 en voortvloeiend uit de brief Sterke basis voor topprestaties (Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800, nr. 73) zijn de regelingen SKO en SKB stopgezet. De beleidsdoelstellingen van deze regelingen worden gerealiseerd door middel van de innovatievouchers en innovatieprestatiecontracten (IPC’s). De budgetten voor de SKO en SKB, respectievelijk € 5 mln en € 2 mln, worden ingezet ten behoeve van innovatievouchers en IPC’s.

Kredietregeling IS/Uitdagersfaciliteit

De mutaties betreffen de Uitdagersfaciliteit, die bekostigd wordt uit ruimte, die binnen de IS-regeling beschikbaar is voor nieuwe kredietregelingen.

Kennisimpuls

Reeds in 2005 is een bedrag van € 9,1 mln voor Genomics overgeheveld naar OCW.

Bijdrage aan het NLR

In 2004 is € 3,7 mln gereserveerd voor de reorganisatie van het NLR. Hiervan is in 2005 € 1,3 mln overgeheveld naar het Ministerie van V&W (penvoerend ministerie), als bijdrage in de kosten van het sociaal plan. Hangende de implementatie van het regeringsstandpunt TNO/GTI’s is het vervolg van de reorganisatie van het NLR aangehouden. Voorgesteld wordt het in 2005 nog gereserveerde budget voor NLR door te schuiven naar 2006 ten behoeve van de reorganisatie.

Holst Center

Het Holst Center moet uitgroeien tot een internationaal erkend centrum op het gebied van polymeren, elektronica en microsystemen. Een deel van de voor het Holst Center beschikbare Fes-middelen wordt pas in 2006 besteed in plaats van in 2005.

Smartmix

De Smartmix-middelen 2005 en 2006 worden ingezet voor drie innovatieprogramma’s. Gezien de onzekerheid over mogelijke aanvullende financiering vanuit het Fes en vertraging van de businessplannen van Scheidingstechnologie en Food & Nutrition, kon in 2005 nog niet voor de gehele looptijd van de programma’s worden gecommitteerd. Na de zomer 2006 zal meer duidelijkheid komen over deze eventuele aanvullende financiering zodat zo mogelijk in één keer de volledige looptijd kan worden gecommitteerd. Daarom wordt voorgesteld de benodigde middelen door te schuiven naar 2006.

Internationale Ruimtevaart

De ophoging van het budget voor internationale ruimtevaart heeft twee oorzaken. Ten eerste is deelname van Nederland aan programma’s van de ESA de laatste jaren substantieel lager dan internationaal is afgesproken. Dit leidt onder meer tot minder opdrachten voor het Nederlandse bedrijfsleven. Door de systematiek van just return zal ESA namelijk werk uit Nederland moeten verplaatsen naar lidstaten met een hogere bijdrage. De in Nederland opgebouwde kennis en ervaring op het gebied van ruimtevaart komt daarmee in het gedrang. Om deze trend te keren is een forse structurele injectie gegeven oplopend tot € 20 mln structureel. Ten tweede heeft eind 2005 een ESA-ministersconferentie plaatsgevonden. De projecten waar Nederland op ingeschreven heeft, leiden in 2006 tot hogere uitgaven en in latere jaren tot lagere uitgaven. Voorgesteld wordt om het in dit kader voor internationale ruimtevaart beschikbare budget in 2006 op te hogen met € 25,3 mln.

Civiele luchtvaartontwikkeling (CVO)

De committeringen voor de CVO-regeling voor 2007 zullen reeds eind 2006 worden verricht, zodat op 1 januari 2007 kan worden begonnen met de uitvoering. Voorgesteld wordt daaorm het verplichtingenbudget 2006 met € 5,0 mln te verhogen. Ook in de daaropvolgende jaren zal de commitering in het voorgaande jaar plaatsvinden.

Bijdrage aan SenterNovem

Deze mutatie wordt voornamelijk veroorzaakt doordat SenterNovem i.p.v. de Belastingdienst de WBSO gaat uitvoeren. Het hiervoor benodigde uitvoeringsbudget wordt overgeboekt door de Belastingdienst. Verder is een bedrag van € 2,4 mln uit 2005 doorgeschoven. Dit bedrag is bestemd voor de uitvoering van een aantal nieuwe regelingen (b.v. Omnibus, Innovatievouchers/IPC, Projectdirectie en groeifaciliteit BBMKB).

Ontvangsten uit het Fes

De Fes-middelen voor Sleutelgebieden en het Holst Center zijn pas nodig in latere jaren. Daarnaast verlopen de kasuitgaven voor de diverse projecten in het kader van ICES/KIS-3 en de kasuitgaven IS-regeling minder snel dan geraamd en schuiven daarom door naar latere jaren.

Artikel 3: Een concurrerend ondernemingsklimaat (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 1 647,0 21,9 1 668,9 1,3 1,0 0,4 0,3
Waarvan garantieverplichtingen 1 469,5   1 469,5        
                 
Programma-uitgaven 1 632,2 21,7 1 653,9 1,1 0,8 0,1 0,1
Operationeel doel A: Aantrekkelijke regio’s en steden om te kunnen ondernemen              
Bedrijventerreinen 22,9 4,5 27,4        
Gebiedsgerichte regionale stimulering 87,3   87,3        
Centraal deel IPR 14,1 7,8 21,9 – 1,0 – 1,0    
Cofinanciering EZ in EFRO-projecten 1,2   1,2        
Bijdrage NBTC 18,8   18,8        
Bijdrage WTO en EVD 0,2   0,2        
Overig Toerisme 1,0   1,0        
Bijdrage aan apparaatkosten ROM’s 7,1   7,1        
Stadseconomie 1,0 0,2 1,2 0,2 0,2 0,2 0,2
Operationeel doel B: Meer en beter ondernemerschap              
Borgstellingen MKB (garantieverplichting) 384,5   384,5        
Groeifinancieringfaciliteit (garantieverplichting) 85,0   85,0        
Actieplan veilig ondernemen   2,0 2,0 2,0 1,7    
Bijdragen aan instituten 4,9 1,5 6,4 0,4 0,4 0,4 0,4
Bevorderen Ondernemerschap 0,5 4,1 4,6 – 0,5      
Projectdirectie Vergunningen   1,3 1,3 0,5      
Operationeel doel C: Bevorderen Level Playing Field              
Bijdrage Scheepsbouwindustrie              
Garantieregeling Scheepsbouw (garantieverplichting) 1 000,0   1 000,0        
Algemeen              
Opdrachten & Onderzoek 0,3 0,1 0,4        
Algemene crisesbeheersing 0,2   0,2        
Bijdragen aan NML en NDL 0,4   0,4 0,2 0,2 0,2 0,2
Vernieuwingsprogramma’s 2,6 – 0,3 2,3 – 1,2 – 1,2 – 1,2 – 1,2
Incidentele uitgaven   0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
                 
Apparaatuitgaven 14,8 0,2 15,0 0,2 0,2 0,2 0,2
Personeel Ondernemingsklimaat 12,4 0,2 12,6 0,2 0,2 0,2 0,2
Bijdrage aan Agentschappen 2,4   2,4        
Personeel ACTAL              
                 
Uitgaven (totaal) 251,0 16,2 267,2 – 4,3 7,2 5,2 1,7
Waarvan programma-uitgaven 230,5   230,5        
Waarvan juridisch verplicht1 180,1   180,1        
                 
Ontvangsten (totaal) 34,1 21,7 55,8 0,4 0,6 0,2  
Terugontvangsten agentschappen              
Ontvangsten ruimtelijk economisch beleid   19,0 19,0        
Provisie kredieten 10,8   10,8        
Terugbetalingen verliesdeclaraties 4,1 0,1 4,2 0,4 0,6 0,2  
Rente KMKB 0,1   0,1        
Groeifinancieringsfaciliteit 2,0   2,0        
Garantieregeling scheepsbouw 10,0   10,0        
Ontvangsten uit Fes (O) 4,8 2,6 7,4        
Diverse Ontvangsten O 2,4   2,4        

1 Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2005 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten. Inmiddels zijn uiteraard ook in de eerste maanden van 2006 uitgaven juridisch verplicht.

Bedrijventerreinen

Deze mutatie heeft de volgende oorzaken:

• Bij 2e suppletore begroting 2005 was € 2,1 mln van de niet gebruikte ruimte voor procesgeld doorgeschoven naar 2006 ter financiering van de EZ-bijdrage in het jaar 2006 aan het project Mainport Rotterdam.

• Daarnaast is de committering van het 8e Topperproject in 2005 als gevolg van ontbrekende informatie niet meer rond gekomen. Hiervoor wordt € 2,4 mln doorgeschoven naar 2006.

Centraal deel IPR

Deze mutatie wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het doorschuiven naar 2006 van de in 2005 niet gebruikte IPR-middelen conform de Langman-afspraken.

Actieplan veilig ondernemen

Deze mutatie heeft voornamelijk betrekking op de overheveling van de bijdragen van de ministeries van BZK en Justitie aan het Actieplan veilig ondernemen.

Programma ondernemerschap

De mutatie betreft hoofdzakelijk een versnelling van € 3,2 mln uit 2008 en 2009, zodat in 2006 een vervolg kan worden gegeven aan het programma Ondernemerschap.

Ontvangsten ruimtelijk economisch beleid

De terugontvangst van het niet-bestede deel van de middelen voor het Noorden t/m 1999 (ISP-V/IPR) zal naar verwachting in 2006 worden gerealiseerd.

Scheepsbouw

Het kabinet heeft bij de besprekingen over de Voorjaarsnota besloten de wens van de Tweede Kamer, om de scheepsbouw tegemoet te komen (motie Slob), mee te nemen in de procedure voor de invulling van de extra Fes-middelen, waarover in de zomer wordt besloten. De resultaten hiervan worden op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Ontvangsten uit het Fes

De Fes-middelen voor Bedrijventerreinen zijn in 2005 niet volledig betaald en schuiven door naar 2006.

Artikel 4: Doelmatige en duurzame energiehuishouding (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 237,3 530,3 767,5 461,8 543,4 638,4 689,4
Waarvan garantieverplichtingen 76,0   76,0        
                 
Programma-uitgaven 210,7 530,8 741,5 463,2 544,8 639,8 690,8
Operationeel doel A: Optimale ordening en werking energiemarkten              
Compensatie Demkolec/stadsverwarming 29,5 – 10,0 19,5 – 10,0 – 10,0 – 10,0 – 10,0
Operationeel doel B: Duurzame energiehuishouding              
Programma energie-efficiency 7,1   7,1        
Programma efficiency DGO-deel 2,9   2,9        
Programma duurzame energie 6,2   6,2        
Bijdrage MEP   509,0 509,0 469,0 555,0 650,0 701,0
Overige uitgaven duurzame energie 1,3   1,3        
Joint Implementation 3,6 32,0 35,6 4,4      
Energie-onderzoek 47,1   47,1        
Bijdrage aan ECN 30,5   30,5        
Operationeel doel C: Handhaving niveau voorzieningszekerheid              
Doorsluis COVA-heffing (garantieverplichting) 76,0   76,0        
Beheer Mijnschadestichtingen 0,1   0,1        
O&O Bodembeheer 2,2   2,2        
Bijdrage aan diverse instituten 1,1   1,1        
Algemeen              
Bijdrage Algemene energie Raad 0,1   0,1        
O&O energie 3,0 – 0,2 2,8 – 0,2 – 0,2 – 0,2 – 0,2
                 
Apparaatuitgaven 26,6 – 0,5 26,0 – 1,4 – 1,4 – 1,4 – 1,4
Personeel energie 7,4   7,4        
Bijdrage DGE aan Agentschappen 11,2 – 0,6 10,6 – 1,4 – 1,4 – 1,4 – 1,4
Uitvoeringskosten Agentschappen DGO 4,1   4,1        
Apparaatuitgaven SodM 3,9 0,1 4,0        
                 
Uitgaven (totaal) 289,7 485,6 775,3 460,0 538,4 640,0 695,1
Waarvan programma-uitgaven 263,2   263,2        
Waarvan juridisch verplicht1 174,8   174,8        
                 
Ontvangsten (totaal) 3 829,6 744,3 4 573,9 1 797,7 1 654,8 491,5 208,9
Ontvangsten COVA 76,0   76,0        
Aardgasbaten 6 499,8 1 107,0 7 606,8 3 000,4 2 700,4 650,0 71,2
Bijdrage aan het Fes – 2 755,8 – 415,2 – 3 171,0 – 1 239,4 – 1 119,6 – 260,2 – 29,0
Ontvangsten zoutwinning 1,8   1,8        
Ontvangsten Fes 7,7 3,5 11,2 36,7 74,0 101,7 166,7
Diverse ontvangsten energie 0,2 49,0 49,2        

1 Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2005 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten. Inmiddels zijn uiteraard ook in de eerste maanden van 2006 uitgaven juridisch verplicht.

Compensatie Demkolec/stadsverwarming

Mede naar aanleiding van de vermoedelijk realisatie over 2001 t/m 2004 is het budget voor de Overgangswet elektriciteitproductiesector (OEPS) naar beneden bijgesteld met € 10 mln per jaar.

Rijksbijdrage Milieukwaliteit electriciteitsproductie (MEP)

Deze mutatie bestaat uit de volgende twee delen:

– Het afnemerstarief voor de MEP zal per 1 januari 2007 worden afgeschaft. Met het oog op de inkomensontwikkeling zal reeds in 2006 een tegemoetkoming ter hoogte van het afnemerstarief worden gegeven. Dit betekent een gunstig effect van € 52 per aansluiting. Deze maatregel vergt € 375 mln structureel.

– Bij Miljoenennota 2006 is besloten om de dreigende tekorten op de regeling MEP te compenseren door middel van een Rijksbijdrage voor de periode 2005–2013, zodat een forse verhoging van de afnemerstarieven voorkomen kon worden. Deze middelen waren tijdelijk op de aanvullende post (AP) geplaatst. Naast deze middelen waren er ook middelen in het Fes gereserveerd. Bij Najaarsnota 2005 is reeds€ 176 mln aan de EZ-begroting toegevoegd, ter compensatie van de tekorten 2003 t/m 2005. Nu worden deze middelen – na een ramingsbijstelling – aan de EZ-begroting toegevoegd.

Joint Implementation (J.I.)

Betreft de aanvulling van het JI-budget i.v.m. de hogere prijs voor aankoop van rechten. Dit geldt zowel voor «nieuwe» aankoop als voor aankoop van rechten ter vervanging van uitval van reeds verworven rechten.

Aardgasbaten

De mutatie wordt veroorzaakt door:

• De bijstelling van de raming in het kader van het CEP 2006 van het CPB. Deze wordt met name veroorzaakt door stijging van de olieprijs.

• De bereikte finale overeenkomst over de arbitrage uitspraak inzake Common Area gas. Dit heeft ertoe geleid dat NAM in aanvulling op eerder aan de Staat verrichtte betalingen, nog eens een bedrag van € 40 mln netto zal afdragen (zie Kamerstukken II, 2005–2006, 21 563, nr. 13). NAM zal ter uitvoering hiervan EUR 56,8 miljoen betalen. Na verrekening met vennootschapsbelasting resteert EUR 40 miljoen netto.

Ontvangsten uit het Fes

Deze mutatie heeft twee oorzaken:

• Een bijdrage vanuit het Fes ter compensatie van tekorten op de MEP-regeling (€ 2,7 mln in 2006).

• De kasuitgaven voor de diverse projecten in het kader van ICES/KIS-3 lopen minder snel dan geraamd en schuiven daarom door naar latere jaren.

Diverse ontvangsten energie

Deze mutatie heeft twee oorzaken:

• Op basis van ramingen van SenterNovem wordt een terugbetaling geraamd van € 35 mln in verband met de afrekening van de jaartranches 2001 t/m 2004 m.b.t. de Overgangswet elektriciteitproductiesector (OEPS).

• Er wordt € 14 mln aan terugontvangsten verwacht op in het verleden verstrekte leningen door Novem BV ten behoeve van energiebesparingprojecten.

Artikel 5: Internationale economische betrekkingen (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 115,8 14,3 130,1 13,4 6,9 0,5 0,5
Waarvan garantieverplichtingen              
                 
Programma-uitgaven 77,3 11,8 89,1 10,8 4,4 – 2,0 – 2,0
Operationeel doel B: Het internationale handels- en investeringsverkeer verder vrijmaken en de internationale economische rechtsorde versterken              
Bijdrage aan diverse organisaties (o.m. WTO) 3,9 0,1 4,0 0,1 0,1 0,1 0,1
Operationeel doel C: Internationaal ondernemen bevorderen              
PESP 7,4   7,4        
PSB 8,5   8,5        
Bijdrage aan EVD voor instrumentele uitgaven 7,5 – 2,0 5,5 – 2,0 – 2,0 – 2,0 – 2,0
Exportfin ODA   1,4 1,4        
TA-OM 0,3   0,3        
PSOM 34,8 12,3 47,1 12,8 6,4    
Managementtraining 2,4 0,1 2,5 0,1 0,1 0,1 0,1
Operationeel doel D: Investeringen van buitenlandse bedrijven bevorderen              
Uitgaven CBIN-netwerk 6,7   6,7        
Suppletieinstrument Infra/Kennis 2,4 0,2 2,6        
Algemeen              
Beleidsondersteuning 3,4 – 0,2 3,2 – 0,1 – 0,1 – 0,1 – 0,1
NL voorzitterschap EU 2004              
                 
Apparaatuitgaven 38,4 2,6 41,0 2,5 2,5 2,5 2,5
Personeel BEB 9,0 0,4 9,4 0,4 0,4 0,4 0,4
Bijdrage DGBEB aan EVD voor deelopdrachten 20,0 2,1 22,1 2,1 2,1 2,1 2,1
Bijdrage DGBEB aan EVD voor financiële instrumenten 9,4 0,1 9,5 0,1 0,1 0,1 0,1
                 
Uitgaven (totaal) 127,6 14,2 141,8 16,4 8,2 1,5 1,4
Waarvan programma-uitgaven 94,5   94,5        
Waarvan juridisch verplicht1 88,0   88,0        
                 
Ontvangsten (totaal) 1,8   1,8        
Ontvangsten gemengde kredieten 0,7   0,7        
Diverse ontvangsten DG BEB 1,1   1,1        

1 Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2005 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten. Inmiddels zijn uiteraard ook in de eerste maanden van 2006 uitgaven juridisch verplicht.

Bijdrage aan EVD voor instrumentele uitgaven/Bijdrage DGBEB voor deelopdrachten

Omdat het onderdeel promotionele projecten (PPP) vanaf 2006 verantwoord wordt onder het onderdeel «Bijdrage DGBEB voor deelopdrachten», dient ook het budget te worden verschoven.

PSOM

Een aantal verplichtingen voor de PSOM zal in 2006 in plaats van in 2005 worden aangegaan. Voorgesteld wordt de middelen hiervoor door te schuiven naar 2006. Daarnaast is op dit artikel de eindejaarsmarge non-ODA HGIS geraamd (€ 6,5 mln).

Artikel 8: Economische analyses en prognoses (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 11,2 0,3 11,5 0,1 0,1 0,1 0,1
Apparaatuitgaven CPB 11,2 0,3 11,5 0,1 0,1 0,1 0,1
                 
Uitgaven (totaal)1 11,2 0,2 11,4 0,1 0,1 0,1 0,1
                 
Ontvangsten (totaal)              

1 De raming bestaat uitsluitend uit apparaatuitgaven van het CPB. Deze uitgaven zijn in bestuurlijk opzicht slechts in beperkte mate flexibel.

Artikel 9: Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 164,5 3,8 168,3 3,0 2,2 2,2 2,0
Bijdrage aan CBS 164,5 3,8 168,3 3,0 2,2 2,2 2,0
                 
Uitgaven (totaal)1 169,0 3,8 172,8 3,0 2,2 2,2 2,0
                 
Ontvangsten (totaal)              

1 De raming bestaat uitsluitend uit apparaatuitgaven van het CBS. Deze uitgaven zijn in bestuurlijk opzicht slechts in beperkte mate flexibel.

Bijdrage aan het CBS

Deze mutatie heeft voornamelijk betrekking op de volgende punten:

• Een bedrag van € 1,5 mln, dat bij de financiële afhandeling van de openingsbalans van het CBS is gereserveerd voor herhuisvesting. Deze uitgave zal in 2006 worden gedaan.

• Nieuwe EU-verordeningen, die in 2006 en verder van kracht worden, leiden tot een noodzakelijke uitbreiding van werkzaamheden bij het CBS. Hiervoor is een bedrag benodigd van € 1,1 mln in 2006.

• Voorheen werd de gegevensverzameling voor de statistiek van het wegvervoer uitgevoerd door de Stichting Inschrijving Eigen Vervoer (SIEV). De SIEV is echter opgeheven per 1 januari 2006. De werkzaamheden in het kader van de Europese verplichting om vervoersstatistieken samen te stellen worden overgenomen door CBS. In 2006 is hiervoor € 0,6 mln nodig.

Artikel 10: Elektronische communicatie en post (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 69,4 16,2 85,6 0,2 0,1 0,1 1,2
Programma-uitgaven 54,4 15,0 69,5 – 1,0 – 1,1 – 1,1  
Operationeel doel A: Efficiënt werkende communicatie- en postmarkt              
Bijdrage Internationale organisaties 2,3 3,3 5,6 – 1,0 – 1,1 – 1,1  
Bijdrage aan OPTA 3,5   3,5        
Operationeel doel B: Waarborg publieke belangen              
Operationeel doel C: Stimuleren voorzieningen, producten en diensten              
Nationaal Actieplan Electronische snelwegen 20,1   20,1        
ICT-flankerend beleid en administratieve lasten 6,0 0,8 6,8        
Demonstraties/pilots (Kenniswijk) 10,2 – 0,6 9,6        
Algemeen              
Beleidsvoorbereiding en evaluatie 12,4 11,6 24,0        
                 
Apparaatuitgaven 14,9 1,2 16,1 1,2 1,2 1,2 1,2
Personeel DGTP 9,1 0,2 9,3 0,2 0,2 0,2 0,2
Toezicht Agentschap AT   1,9 1,9 1,9 1,9 1,9 1,9
Bijdrage agentschap Telecom 5,8 – 0,9 4,9 – 0,9 – 0,9 – 0,9 – 0,9
                 
Uitgaven (totaal) 80,1 19,1 99,2 1,3 1,3 1,2 1,3
Waarvan programma-uitgaven 65,1            
Waarvan juridisch verplicht1 35,9            
                 
Ontvangsten (totaal) 13,3 28,4 41,7        
Personeel DGTP 0,2   0,2        
Kenniswijk 12,9 11,4 24,3        
Ontvangsten OPTA 0,2 17,0 17,2        

1 Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2005 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten. Inmiddels zijn uiteraard ook in de eerste maanden van 2006 uitgaven juridisch verplicht.

Bijdrage aan internationale organisaties

In 2006 wordt in internationaal verband de bijdrage aan de International Telecommunication Union (ITU) voor de jaren 2008–2011 bepaald. Op basis hiervan dient in 2006 de verplichting voor de gehele periode te worden vastgelegd. Omdat de verplichting eerder plaatsvindt dan oorspronkelijk geraamd, dient de nu nog in 2007–2009 beschikbare verplichtingenruimte te worden verschoven naar 2006.

Beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie

Deze mutatie heeft twee oorzaken:

• De committering en betaling van een meerjarig onderzoeksprogramma t.b.v. het Antennebeleid wordt in 2006 in plaats van in 2005 gerealiseerd. Reden hiervoor is dat momenteel een internationaal onderzoek naar de gezondheidseffecten van de straling van antennes afgerond wordt, dat mede van invloed is op de invulling van het onderzoeksprogramma. Daarom wordt voorgesteld de middelen ad € 3,3 mln t.b.v. het antennebeleid te verschuiven van 2005 naar 2006.

• In 2003 heeft een verdeling van commerciële FM-frequenties plaatsgevonden. Bij deze verdeling is gebruik gemaakt van het zogenaamde Financieel Instrument. Als gevolg van een rechterlijke uitspraak moet het Rijk aan Sky Radio, het via het financieel instrument ontvangen bedrag ad € 8,3 mln terugbetalen.

Kenniswijk

Deze mutatie wordt veroorzaakt door tragere uitfinanciering van het project Kenniswijk. De Fesmiddelen schuiven daarom door naar 2006.

Ontvangsten OPTA

Deze mutatie is het gevolg van een aan KPN opgelegde boete door OPTA.

2.3 De niet-beleidsartikelen

Artikel 21: Algemeen (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) 85,5 9,5 95,0 3,5 0,8 – 0,9 – 0,9
Personeel stafdienst 30,9 2,0 32,9 1,0 1,0 1,0 1,0
PIA   2,2 2,2        
Centraal Personeel P&O 4,4   4,4        
Personeel Centraal EZ 8,3 0,1 8,4 0,1 0,1 0,1 0,1
Wachtgeld 5,6   5,6        
Sociaal Plan 3,1   3,1        
Kenniscentrum Aanbesteden 0,8 4,6 5,4 4,4 1,7    
ICT 12,7 0,2 12,9        
Inhuur Auditdienst 0,2   0,2        
Materieel Diversen 0,2   0,2        
Materieel Communicatie 3,3 – 0,1 3,2        
Materieel kernministerie 17,2 2,6 19,8        
Materieel WJZ 1,5   1,5        
Parkeerpost – 2,9 – 2,1 – 5,0 – 2,1 – 2,1 – 2,1 – 2,1
                 
Uitgaven (totaal) 96,2 9,9 106,1 4,0 1,2 – 0,9 – 0,9
                 
Ontvangsten (totaal) 5,5   5,5        
Diverse Ontvangsten Personeel 4,3   4,3        
Diverse ontvangsten (buiten)diensten 1,2   1,2        

PIA

Een deel van het budget 2005 voor de interdepartementale projectdirectie PIA zal in 2006 worden besteed. Voorgesteld wordt de benodigde middelen door te schuiven van 2005 naar 2006.

Kenniscentrum aanbesteden (PIANOo)

Deze mutatie wordt veroorzaakt door het volgende:

• Een deel van het budget 2005 bestemd voor de interdepartementale projectdirectie PIANOo, wordt in 2006 besteed.

• Het Ministerie van VROM draagt bij aan de financiering van PIANOo.

Materieel kernministerie

Voorgesteld wordt om een deel van het herhuisvestingsbudget door te schuiven van 2005 naar 2006, vanwege uitgestelde besluitvorming aangaande publiek private samenwerking (PPS) en tijdelijke herhuisvesting van een deel van het Ministerie. Daarnaast is het materiële budget van het kernministerie gecompenseerd voor diverse materiële kosten, die in 2006 gemaakt worden, bijvoorbeeld voor PIANOo, PIA en de accomodatie Duijngheest.

Parkeerpost

Betreft verwerkte loonbijstelling en incidentele loonontwikkeling ten behoeve van de personeelsbudgetten van de DG’s, Stafdirecties en de Diensten, in afwachting van de interne verdeling van de loonbijstelling 2006.

Artikel 22: Nominaal en onvoorzien (in € mln)

    Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties 1e suppletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie2010
    (1) (2) (3) = (1) + (2)        
Verplichtingen (totaal) – 23,7 42,9 19,2 25,2 26,2 26,7 27,4
Loonbijstelling   11,0 11,0 10,2 10,3 10,4 10,6
Prijsbijstelling   6,9 6,9 8,2 9,0 9,5 10,1
Budget onvoorzien 0,4   0,4        
Nog te verdelen posten – 24,1 24,9 0,8 6,9 6,8 6,8 6,8
                 
Uitgaven (totaal) – 23,7 42,9 19,2 25,2 26,2 26,7 27,4

Loon- en prijsbijstelling

Betreft de uitdeling door het ministerie van Financiën van de compensatie voor de loonontwikkeling en de prijsontwikkeling van EZ-uitgaven.

Nog te verdelen posten

Deze mutatie betreft:

• Vpb-taakstelling: betreft het restant van de Vpb-kastaakstelling uit 2004, dat via de terugontvangsten uit het noorden (zie art. 3) wordt ingevuld.

• Taakstelling CBS: om nadelige gevolgen van de eerder opgelegde CBS-apparaattaakstellingen voor de statistiekvoorziening te voorkomen, worden extra middelen toegevoegd.

Baten-lastendiensten

SenterNovem

Balans per 1 januari 2006

De openingsbalans van SenterNovem per 1 januari 2006 is afkomstig uit de jaarrekening 2005 en is gelijk aan de slotbalans 2005.

(vòòr resultaatsbestemming 2005, in € 1 000) Balans 1-1-2006
Activa  
Immateriele activa
Materiele activa  
– grond en gebouwen
– installaties en inventarissen 8 101
– overige materiele vaste activa
Onderhanden Werk 8 110
Debiteuren 6 263
Nog te ontvangen 5 623
Liquide middelen* 3 699
Totaal activa 31 796
   
Passiva  
Eigen vermogen  
– exploitatiereserve 4 259
– verplichte reserve
– onverdeeld resultaat 465
Leningen bij MvF
Egalisatierekening 2 148
Voorzieningen 9 004
Crediteuren 5 723
Nog te betalen 10 197
Totaal passiva 31 796

* Het saldo liquide middelen per 1 januari 2006 bedraagt volgens het saldobiljet RHB 3.620. Het verschil wordt verklaard door de ultimo 2005 ontvangen rente (79) op de RHB.