Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2006
  • Download PDF

Wijziging begrotingsstaat van het provinciefonds voor 2006 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

30560 C 2 Memorie van toelichting

Vergaderjaar 2005-2006

Nr. 2

A. Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2006 te wijzigen.


Het in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 3 (verplichtingenbedrag bedoeld in artikel 5 van de Financiële-verhoudingswet)

Ingevolge artikel 5, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet juncto artikel 6, vierde lid van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet, hebben de provincies gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Een toelichting op het bedrag van € 971 905 000, dat is vermeld in wetsartikel 3 wordt gegeven in § 2.2 in de tekst die volgt na tabel B.3.


De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes

De Staatssecretaris van Financiën,
J. G. Wijn

De Minister van Financiën,
G. Zalm

Inhoudsopgave blz.

1 Leeswijzer 3
     
2 Het beleid 3
2.1 Overzicht uitgaven- en ontvangstenmutaties 3
2.2 Het beleidsartikel 6

B Begrotingstoelichting

1 Leeswijzer

Bij de eerste suppletore begroting ligt de nadruk niet op de beleidsprioriteiten, zoals in de ontwerpbegroting 2006, maar op de mutaties ten opzichte van deze ontwerpbegroting. De terugkoppeling over het gevoerde beleid in relatie tot de beleidsprioriteiten, zal centraal staan in de financiële verantwoording over 2006.

De indeling van deze suppletore begroting is als volgt. Paragraaf 2.1 start met het beschrijven van de beleidsmutaties. Kort zal worden toegelicht wat de omvang en de reden van de uitgavenmutaties is. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 («het beleidsartikel»), ingegaan op de «budgettaire gevolgen van beleid». Deze paragraaf geeft inzicht in de integrale uitgaven die samenhangen met de hoofdbeleidsdoelstelling. Hierin worden de veranderingen op artikelonderdeel-niveau belicht.

2 Het beleid

2.1 Overzicht uitgavenmutaties

In de onderstaande overzichtstabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zich in de periode vanaf de ontwerpbegroting 2006 tot en met de eerste suppletore begroting 2006 hebben voorgedaan in de uitgaven. De weergegeven mutaties (€ 28 488 000 in totaliteit) worden onder de tabel afzonderlijk toegelicht.

Tabel B1: Overzichtstabel suppletore uitgavenmutaties (EUR 1 000)

  Uitgaven
Stand ontwerpbegroting 2006 1 052 492
   
Mutaties eerste suppletore begroting:  
1) Uitkering behoedzaamheidsreserve/nacalculatie 2005 + 8 293
2) Bijstelling accres 2005/2006 + 14 018
3) Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2005 + 1 500
4) Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet + 9 050
5) Apparaatskosten bodemsanering – 5 213
6) Kenniscentrum verkeer en vervoer – 161
7) Loon- en prijscompensatie regionale omroepen + 557
8) Overdracht specifieke uitkering Friese Taal en Cultuur (cultuur) + 444
9) Mutatie integratie-uitkering t.b.v. afschaffing provinciale omroepbijdrage +/– 33 890
Stand 1ste suppletore begroting 2006 1 080 980

Toelichting op de mutaties:

1) Uitkering behoedzaamheidsreserve 2005/nacalculatie 2005

De fondsbeheerders streven een adequate omvang van het provinciefonds na. Het belangrijkste instrument om dit streven te verwezenlijken is de normeringssystematiek. Onderdeel van deze normeringssystematiek is de nacalculatie gebaseerd op de realisatie van de netto-gecorrigeerde rijksuitgaven in de Voorlopige Rekening. Voor 2005 komt het nagecalculeerde accrespercentage van 1,64 (positief) overeen met een accres van € 16 356 000 (positief). Ten tijde van de voorjaarsnota 2005 werd op grond van de toen beschikbare gegevens een accres verwacht van € 26 215 000 (positief). Het negatieve verschil van € 9 859 000 is de omvang van de nacalculatie over het uitkeringsjaar 2005. Het resultaat van de nacalculatie wordt verrekend met de behoedzaamheidsreserve die in 2005 is ingehouden. Op grond hiervan is het uit keren bedrag van de behoedzaamheidsreserve 2005 € 8 293 000 (€ 18 152 000 min€ 9 859 000). De feitelijke uitbetaling vindt plaats in het uitkeringsjaar 2006.

2) Bijstelling accres 2005/2006

Evenals de nacalculatie accres 2005 vloeit het accres 2006 voort uit de normeringssystematiek. Als gevolg van mutaties in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven wordt het accres per saldo verhoogd met € 14 018 000. Dit bedrag is opgebouwd uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel betreft een verhoging van € 23 877 000 die is gebaseerd op een accrespercentage voor 2006 van 4,48. Bij het tweede onderdeel gaat het om de negatieve nacalculatie van 2005, waarvoor in deze begroting een structurele doorwerking naar de jaren 2006 en volgende van € 9 859 000 (negatief) is opgenomen.

3) Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2005

Bij Voorlopige Rekening 2005 is vastgesteld hoe de in 2005 gerealiseerde uitbetalingen aan de provincies zich verhouden tot het bedrag dat bij de 2de begroting 2005 voor de uitbetalingen is geraamd. Daarbij is gebleken dat lagere uitbetalingen zijn gedaan dan bij Najaarsnota 2005 werden verwacht. Het betreft een verschil van € 1 500 000 en heeft volledig betrekking op de bescherming archeologisch erfgoed (Valetta). Dit komt doordat deze middelen pas na de septembercirculaire 2005 ter beschikking zijn gekomen. Omdat voor het provinciefonds de verplichtingen leidend zijn, wordt geld dat in enig jaar nog niet aan provincies wordt uitgekeerd, aan het volgende begrotingsjaar toegevoegd.

4) Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet

Met ingang van 2006 tot en met 2010 wordt € 9 050 000 toegevoegd aan het provinciefonds. In de wijziging van de begrotingsstaat bij najaarsnota heeft ook een toevoeging plaatsgevonden, maar had slechts betrekking op het jaar 2005.

De toevoeging vindt enerzijds plaats in verband met de provinciale taakuitvoering met betrekking tot ontheffingsverlening die samenhangt met de Flora- en Faunawet en anderzijds in verband met de provinciale taakuitoefening met betrekking tot de vergunningverlening die samenhangt met de Natuurbeschermingswet. Bij de eerstgenoemde taakuitvoering gaat het om een toevoeging van € 2 050 000; bij de laatstgenoemde om € 7 000 000.

5) Apparaatskosten bodemsanering

Met ingang van 2006 wordt € 5 213 000 structureel uitgenomen uit het provinciefonds ten behoeve van de begroting van VROM. In de wijziging van de begrotingsstaat bij najaarsnota heeft ook een uitname plaatsgevonden, maar had slechts betrekking op het jaar 2005.

Op 1 januari 2000 is de Wet stedelijke vernieuwing in werking getreden. Hiermee zijn de zogenoemde rechtstreekse gemeenten verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de bodemsanering in het stedelijk gebied. Vanaf 1 januari 2001 hebben 28 van de G30-gemeenten aangegeven bevoegd gezag Wet bodembescherming te willen worden; met ingang van de nieuwe investeringsperiode stedelijke vernieuwing per 1 januari 2005 gaat het om 29 van de G30-gemeenten.

In de periode 1995 t/m 1998 zijn middelen aan het provinciefonds toegevoegd als vergoeding voor de apparaatskosten die samenhangen met de taken en bevoegdheden van provincies vanwege de Wet bodembescherming. Aangezien in de periode rond de inwerkingtreding van de Wet stedelijke vernieuwing de beleidsvernieuwing bodemsanering nog in volle gang was en nog niet duidelijk uitgekristalliseerd was wat dit voor de provincies betekende, heeft de overdracht van taken en bevoegdheden van provincies naar de betrokken gemeenten toen niet tot een uitname uit het provinciefonds geleid. Afgesproken is dat in 2004 een evaluatie van de apparaatskostenvergoeding zou plaatsvinden. Tot die tijd ontvangen de gemeenten een generieke apparaatskostenvergoeding (per gemeente per jaar de «tegenwaarde» van 3 fte). De resultaten van dit onderzoek zijn inmiddels beschikbaar en zijn tussen de provincies en VROM besproken. Naar aanleiding daarvan is het uitnamebedrag vastgesteld op€ 5 213 000 miljoen.

6) Kenniscentrum verkeer en vervoer

Met ingang van 2006 wordt € 161 000 structureel uitgenomen uit het provinciefonds. In de wijziging van de begrotingsstaat bij najaarsnota heeft ook een uitname plaatsgevonden, maar had slechts betrekking op het jaar 2005.

De uitname vindt plaats op verzoek van het IPO en in overleg met het ministerie van Verkeer en Waterstaat in verband met de bekostiging van het Kenniscentrum Verkeer en Vervoer. Dit bedrag wordt overgeboekt naar de begroting van Verkeer en Waterstaat en wordt vanuit die begroting beschikbaar gesteld aan het Kenniscentrum. De provincies hebben het kenniscentrum al een aantal jaren medebekostigd vanuit hun algemene middelen. Door de uitname uit het provinciefonds wordt de medebekostiging van het Kenniscentrum naar de opvatting van de provincies op een eenvoudiger wijze gecontinueerd. Wij merken op dat het bedrag uit het provinciefonds verdwijnt en naar de begroting van Verkeer en Waterstaat gaat. De minister van VenW is uiteraard de eerstverantwoordelijke voor de begroting van VenW; de beheerders van het provinciefonds hebben in dat verband geen verantwoordelijkheid. Voor wat betreft de verantwoordelijkheidsverdeling is er – in ieder geval formeel – dus sprake van een verschuiving van de eigen provinciale verantwoordelijkheid naar een verantwoordelijkheid voor de minister van VenW.

7) Loon- en prijscompensatie regionale omroepen

Met ingang van 2006 wordt € 557 000 structureel toegevoegd aan het provinciefonds in verband met de nagekomen loon- en prijscompensatie voor de regionale omroepen. Deze middelen waren reeds bij ontwerpbegroting 2006 overgeheveld, maar waren nog niet voorzien van loon- en prijscompensatie. Daar de accressystematiek een andere dynamiek kent dan de reguliere loonen prijscompensatie, zou zonder deze overheveling het jaar 2006 voor de middelen ten behoeve van regionale omroepen gepaard gaan zonder loon- en prijscompensatie middels welke systematiek dan ook.

8) Overdracht specifieke uitkering(en) Friese Taal en Cultuur (cultuur)

Naar aanleiding van het kabinetsstandpunt Brinkman worden de middelen voor de specifieke uitkeringen ten behoeve van Friese Taal en Cultuur met ingang van 2006 overgeheveld naar het provinciefonds. Het betreft hier specifiek de middelen ten behoeve van Cultuur ter hoogte van € 444 000. In navolging van deze middelen worden bij ontwerpbegroting 2007 en najaarsnota 2006 de middelen ten behoeve van materiële instandhouding onderwijs en kwaliteitsbevordering onderwijs voor Friese Taal overgeheveld.

9) Mutatie integratie-uitkering t.b.v. afschaffing provinciale omroepbijdrage

Vanuit de algemene uitkering wordt € 33 890 000 overgeheveld naar de integratie-uitkering afschaffing provinciale omroepbijdrage.

2.2 Het beleidsartikel

In onderstaande tabel worden voor de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds weergegeven. Hiermee worden de integrale uitgaven die samenhangen met de samengestelde beleidsdoelstelling (het nastreven van een adequate omvang van het provinciefonds en het nastreven van een adequate verdeling van de middelen over de provincies) inzichtelijk gemaakt.

Tabel B2: Budgettaire gevolgen van beleid (EUR 1 000)

  Stand ontwerp-begroting 2006 (1) Mutaties 1ste suppletore begroting 2006 (2) Stand 1ste suppletore begroting 2006 (3)=(1+2) Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen 1 070 643 18 696 1 089 339 18 696 18 696 18 696 18 696
Uitgaven: 1 052 492 28 488 1 080 980 18 695 18 695 18 695 18 695
               
Programma-uitgaven              
1. Algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen 968 948 – 5 402 963 546 22 421 60 037 60 037 60 037
2. Integratie-uitkeringen 83 544 33 890 117 434 – 3 726 – 41 342 – 41 342 41 342
               
Ontvangsten 1 052 492 28 488 1 080 980 18 695 18 695 18 695 18 695

Toelichting

Mutaties 1ste suppletore begroting

Verplichtingen

Het verplichtingenbedrag is € 8 359 000 hoger dan het uitgavenbedrag.

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen van het provinciefonds voor het jaar 2006 met € 18 696 000 te verhogen en te brengen op € 1 089 339 000. De toelichting bij de mutaties die onderdeel vormen van het totaalbedrag van € 18 696 000 dat in deze tabel is vermeld, is reeds gegeven in § 2.1.

Tabel B3: Verplichtingenbedrag provinciefonds 2006 (bedragen * € 1000)

Stand verplichtingenbedrag bij oorspronkelijk vastgestelde begroting 2006   1 070 643
Voorgestelde mutaties sinds oorspronkelijke vastgestelde begroting 2006:    
Bijstelling accres 2005/2006 + 14 018  
Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet + 9 050  
Apparaatskosten bodemsanering – 5 213  
Kenniscentrum verkeer en vervoer – 161  
Loon- en prijscompensatie regionale omroepen + 557  
Overdracht specifieke uitkering Friese Taal en Cultuur (cultuur) + 444  
Technische mutatie + 1  
Mutatie integratie-uitkering t.b.v. afschaffing provinciale omroepbijdrage +/– 33 890  
     
Totaal mutaties:   + 18 696
Stand verplichtingenbedrag bij 1ste suppletore begroting 2006   1 089 339
Waarvan verplichtingenbedrag algemene uitkering   971 905
Waarvan integratie-uitkeringen   117 434

Het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag voor de integratie-uitkeringen (zie voor het uitgavenbedrag tabel B.2) zijn voor het uitkeringsjaar 2006 aan elkaar gelijk. Het verplichtingenbedrag voor de algemene uitkeringen, zoals opgenomen in artikel 3 van dit wetsvoorstel, is € 971 905 000. Dit bedrag is het verschil tussen het verplichtingenbedrag provinciefonds van € 1 089 339 000 en het verplichtingenbedrag integratie-uitkeringen.

Uitgaven

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de uitgaven van het provinciefonds met € 28 488 000 te verhogen en te brengen op € 1 080 980 000. Deze verhoging wordt hierin in tabel B.4 toegelicht. De mutaties die plaatsvinden met betrekking tot de verplichtingen zijn ook van toepassing op de uitgaven, behalve de technische mutatie. Er zijn echter nog twee mutaties, die wel effect hebben op het uitgavenbedrag 2006, maar niet op het verplichtingenbedrag 2006. Het gaat om de uitkering behoedzaamheidsreserve/ nacalculatie 2005 en wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2005.

Tabel B4: Uitgaven provinciefonds 2006 (bedragen * € 1000)

Stand uitgavenbedrag bij oorspronkelijk vastgestelde begroting 2006   1 052 492
Voorgestelde mutaties sinds oorspronkelijke vastgestelde begroting 2006:    
Saldo mutaties in de verplichtingen (zie tabel B.3) minus de technische mutatie + 18 695  
Uitkering behoedzaamheidsreserve/nacalculatie 2005 + 8 293  
Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2005 + 1 500  
     
Totaal mutaties:   + 28 488
Stand verplichtingenbedrag bij 1ste suppletore begroting 2006   1 080 980

Ontvangsten

Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten op grond van artikel 4 van die wet over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting van het provinciefonds voor 2006 worden de ontvangsten, analoog aan de uitgaven, met € 28 488 000 verhoogd tot € 1 080 980 000.