Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

VOORWOORD


Na jaren van kwakkelen lijkt de economie nu echt aan te trekken. Voor volgend jaar rekent het Centraal Planbureau op een groei van 2½ procent.

Ook structureel gezien staat het er halverwege de kabinetsperiode beter voor dan aan het begin. Door de loonmatiging en de structurele hervormingen herstelt de concurrentiepositie ten opzichte van omliggende landen. Daardoor groeit voor het eerst sinds 2002 de werkgelegenheid weer. De inflatie bevindt zich op een historisch laag niveau. En ook de financiële positie van de overheid is verbeterd. In 2003 lag het overheidstekort nog boven de 3 procent, nu bevinden wij ons in veiliger vaarwater met een verwacht tekort voor 2006 van 1,8 procent.


Ik begrijp dat dit alles voor de burger niet direct een reden is om te juichen. Die heeft tot nu toe vooral de last van de tegenzittende conjunctuur gevoeld en is onzeker over de veranderingen die op hem of haar afkomen: van een nieuwe zorgverzekering tot een nieuwe pensioenregeling. Het geduld wordt nog even op de proef gesteld, want met een groei in 2005 van gemiddeld slechts ½ procent is 2005 nog een van de magere jaren.


Het jaar 2006 ziet er gelukkig een stuk beter uit. Het kabinet komt met een pakket lastenverlichting en koopkrachtbevorderende maatregelen van ruim 2½ miljard euro. Dat pakket is nodig om de invoering van het nieuwe zorgstelsel te ondersteunen en het biedt tegenwicht aan de gestegen energieprijzen. Zo wordt een deel van de OZB afgeschaft, de rijksbijdrage aan de kinderopvang verhoogd, de ww-premie verlaagd. De kapitaalbelasting wordt afgeschaft en de vennootschapsbelasting wordt verlaagd. Bovendien trekt het kabinet extra geld uit voor kinderopvang, voor jeugdhulpverlening en verpleeghuizen. Verder wordt ruim 2,3 miljard euro van de extra aardgasopbrengsten – verspreid over een aantal jaren – aangewend voor structuurversterkende maatregelen voor verbetering van schoolgebouwen, voor kennis, milieu, mobiliteit en voor monumenten.


Met dit pakket aan maatregelen levert het kabinet een ondersteuning van de koopkracht, terwijl de concurrentiekracht van de Nederlandse economie wordt versterkt en er uitzicht blijft op houdbare overheidsfinanciën.

Het kabinet wil bij de uitvoering van de hervormingsagenda het breder perspectief niet uit het oog verliezen. Wetten en stelsels worden nu gewijzigd opdat ze in de toekomst nog steeds bruikbaar zijn voor de jongere generaties. Het gaat erom dat jongeren straks ook een goed pensioen kunnen hebben; dat als zij oud zijn ook die gezondheidszorg kunnen kiezen die ze nodig hebben; dat als ze zonder werk komen, er nog steeds een vangnet is.


Gerrit Zalm

Minister van Financiën