Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

4.2 Uitgaven in de pas met Hoofdlijnenakkoord

In 2006 lopen de totale uitgaven in de pas met de afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord. In de vorige Miljoenennota was er nog een onderschrijding van het totale kader, ook omdat het tekort in de gevarenzone was gekomen. De eerdere ruimte binnen het uitgavenkader is benut voor het opvangen van tegenvallers (onder andere Revisie Nationale Rekeningen, CBS) en gewenste intensiveringen.

Rijksbegroting in enge zin

Tabel 4.2.1 schetst de wijzigingen in het beslag op het uitgavenkader voor de rijksbegroting in enge zin ten opzichte van de vorige Miljoenennota.

Tabel 4.2.1 Uitgaven rijksbegroting in enge zin (x € miljard)
 200520062007
Uitgavenniveau Miljoenennota 200592,696,7100,5
 
Macrobijstellingen0,1– 0,9– 1,0
w.v. Louter nominale bijstellingen (kaderaanpassing)0,1– 0,3– 0,3
w.v. Reële loon- en prijsbijstelling (ruilvoetontwikkeling)0,10,50,5
w.v. Rentelasten– 0,6– 1,4– 1,3
w.v. Ontwikkelingshulp (incl. CBS-revisie)0,20,20,2
w.v. EU-afdrachten (incl. CBS-revisie)0,60,20,0
Overige mee- en tegenvallers0,3– 0,00,2
w.v. Dividendbijstellingen0,10,00,1
w.v. Opvang asielzoekers0,10,20,1
w.v. GF/PF-accres– 0,1– 0,20,0
w.v. Overig0,2– 0,10,0
Beleid0,31,51,4
w.v. Veiligheid (incl. terrorisme en Havermans)0,20,20,2
w.v. Afschaffen lesgeld 0,10,20,2
w.v. VWS (o.a. infectieziektebestrijding/verpleeghuizen)0,10,20,1
w.v. Leerlingenaantallen0,00,30,2
w.v. Uitvoering motie-Verhagen (incl. allochtone vrouwen)0,00,10,1
w.v. Dekking MEP via rijksbijdrage0,20,30,3
w.v. Schuldaflossing (Nigeria, Rusland en Peru)– 0,3– 0,10,0
w.v. Overboekingen (o.a. stelselherzieningzorg)0,00,30,3
Uitgavenniveau Miljoenennota 200693,497,3101,2
UitgavenkaderRBG in lopende prijzen94,797,5100,9
Over-/onderschrijding– 1,2– 0,20,3

Macrobijstellingen

Het nominale kader is in 2006 en 2007 met circa 0,3 miljard euro neerwaarts aangepast ten opzichte van de vorige Miljoenennota, omdat het Centraal Planbureau een lagere prijsontwikkeling van de nationale bestedingen (pNB) raamt. Verder tekent zich vanaf 2006 een ongunstiger ruilvoetontwikkeling af van 0,5 miljard euro, doordat de prijzen van de overheidsuitgaven voor goederen en diensten minder neerwaarts zijn bijgesteld dan de pNB. De rentelasten vertonen een meevaller van 1,4 miljard euro, omdat nu wordt uitgegaan van een lagere rentevoet en lagere financieringsbehoefte. In de afdrachten aan Europa vinden mee- en tegenvallers plaats. In de huidige raming wordt uitgegaan van een structureel lagere Europese begroting (Voorontwerp). Ook hoeft Nederland 150 miljoen euro minder af te dragen in 2005 omdat er geld overblijft van de Europese begroting 2004. Daartegenover staat dat het CBS het niveau van het Nationale inkomen over de periode 2001–2004 naar boven heeft bijgesteld (box 4.2.1). Deze bijstelling leidt tot extra afdrachten aan Europa. Door de koppeling van de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking aan het Nationaal inkomen komen ook deze uitgaven hoger uit vanaf 2005.


Box 4.2.1 Revisie van de Nationale Rekeningen


Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs de Nationale Rekeningen gereviseerd. De resultaten hiervan voor de periode 2001–2004 zijn recent beschikbaar gekomen. De gereviseerde cijfers uit de Nationale Rekeningen zijn in deze Miljoenennota verwerkt. De Nationale Rekeningen worden normaal gesproken elke vijf à zes jaar fundamenteel herzien. In de huidige revisie heeft het CBS nieuwe concepten doorgevoerd, nieuwe meetmethoden ingevoerd en verbeterde bronnen toegepast. De belangrijkste conceptuele wijziging betreft het toerekenen van de rentemarge van het bankwezen aan de gebruikers (onder andere de gezinnen), in lijn met de Europese afspraken. De verbeterde bronstatistieken betreffen vooral de betalingsbalansstatistiek, de statistieken over de arbeidsmarkt, de productiestatistieken en de in- en uitvoerstatistieken van diensten. De revisie resulteert per saldo in een forse opwaartse bijstelling van het Bruto Binnenlandse Product (BBP) met circa 20 miljard euro, zo'n 4 procent van het totale BBP. De uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking zijn gekoppeld aan het Bruto Nationaal Product (BNP). Nederland geeft jaarlijks 0,8 procent BNP aan ontwikkelingssamenwerking uit. Met ingang van 2005 wordt als gevolg van de revisie jaarlijks circa 0,2 miljard euro aan het ontwikkelingssamenwerkingsbudget toegevoegd. Er vindt conform de begrotingsregels geen nacalculatie plaats van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. De revisie heeft ook gevolgen voor afdrachten aan de Europese Unie omdat Nederland een relatief groter aandeel in de Europese economie heeft (zogenoemde Bruto Nationaal Inkomen-afdrachten). De afdrachten aan Brussel nemen hierdoor met jaarlijks circa 0,2 miljard euro toe. Omdat het loket in Brussel voor enige oude jaren nog openstaat, kan Nederland in 2005 ook nog een naheffing voor de verslagjaren 2001 – 2004 verwachten van circa 0,6 miljard euro. De extra uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking en voor afdrachten aan Brussel zijn op basis van de begrotingsregels in de uitgavenkaders ingepast. De Revisie Nationale Rekeningen heeft ook gevolgen voor het EMU-saldo en de EMU-schuld als percentage van het BBP. Het EMU-saldo in 2004 verbetert met circa 0,1 procentpunt BBP en de EMU-schuld verbetert met ruim 2 procentpunten BBP.

Overige mee- en tegenvallers

De dividendontvangsten op deelnemingen vallen tegen vooral door de neerwaartse aanpassing van de dividendraming door de verkoop van aandelen TNT Post Groep N.V. De begroting voorziet in 2006 circa 160 miljoen euro aan hogere opvangkosten voor asielzoekers. Mede door vertrekmoratoria voor Liberia, Soedan en Ethiopië kunnen minder asielzoekers terugkeren. Overigens vallen de kosten voor de opvang van minderjarige asielzoekers iets lager uit dan geraamd vanwege de lage instroom. Per saldo is er echter sprake van een tegenvaller.

Beleid

Het kabinet geeft 0,2 miljard euro extra uit aan veiligheid. Vanaf 2005 worden de Defensie- en de Financiënbegroting in totaal met circa 30 miljoen euro structureel opgehoogd. Dit ter financiering van extra marechaussee en douane-inzet bij de grensbewaking. Op Schiphol vindt vanaf dit jaar volledige drugscontrole plaats. Extra middelen (0,1 miljard euro) komen ter beschikking voor terrorismebestrijding en opnemen van een gezichtsscan in reisdocumenten. Vanaf 2006 krijgen jongeren die veertien jaar worden een gratis identiteitspas. De uitvoering van het veiligheidsprogramma vergt onder andere langere vrijheidsstraffen. In de TBS-sector worden 170 extra plaatsen gecreëerd in 2006, oplopend tot 260 plaatsen vanaf 2007 en verdere jaren. Er wordt mede hiervoor 50 miljoen euro structureel aan de Justitie-begroting toegevoegd. Bovenop de intensivering in veiligheid uit de motie-Verhagen krijgt de politie in 2006 incidenteel 15 miljoen euro ter beschikking voor extra personeel. In 2006 en 2007 samen is 45 miljoen euro beschikbaar voor een inburgeringsprogramma voor allochtone vrouwen. Vanuit de Europese begroting komt eenzelfde bedrag ter beschikking.


Voor het zojuist begonnen schooljaar 2005–2006 is het lesgeld afgeschaft voor leerlingen in het voortgezet onderwijs en leerlingen van 16 en 17 jaar in het MBO. Met het afschaffen van het lesgeld, waartoe al eerder is besloten, is structureel circa 160 miljoen euro gemoeid. Uit de meevallers in de railprojecten worden investeringen in het spoor en een bijdrage in de schuldaflossing van Prorail (railbeheerder) gefinancierd. De taakstellende bezuiniging op ondernemerssubsidies wordt beperkt teneinde innovatie en onderzoek te ontzien. Het gaat daarbij om een bedrag van structureel 60 miljoen euro. Het kabinet trekt circa ¼ miljard euro uit ter financiering van de groei van het aantal leerlingen en studenten (Paasakkoord). Er zijn voornamelijk meer voltijdstudenten in het middelbare beroepsonderwijs, HBO en WO.


Een stijging van het afnemerstarief voor de elektriciteit voor ieder huishouden – in het kader van de Regeling milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (MEP) – wil het kabinet voorkomen door een rijksbijdrage van 350 miljoen euro. Gemeenten ontvangen een extra vergoeding van 85 miljoen euro voor het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting (OZB) zodat compensatie kan plaatsvinden op basis van de tarieven 2005 (in plaats die van 2002).


Onderhandelingen tussen Rusland, Peru en de Club van Parijs hebben geleid tot een multilaterale overeenkomst op hoofdlijnen over het aflossingsritme van schulden. In het kader van deze overeenkomst lost Rusland zijn schulden vroegtijdig af. Met Peru is een vergelijkbare overeenkomst aangegaan. Voor Nigeria is sprake van kwijtschelding, onder de voorwaarde dat Nigeria achterstanden betaalt en het IMF het economische programma goedkeurt. Vooruitlopend op een besluit in de Club van Parijs zijn de verwachte gevolgen voor de rijksbegroting reeds opgenomen. Voor Nederland leidt dit per saldo tot een positieve bijstelling van de ontvangsten in 2005 en 2006. De voorziene schuldkwijtschelding legt beslag op de begroting van ontwikkelingssamenwerking. Om negatieve gevolgen voor de continuïteit van hulpprogramma's te voorkomen, wordt de voorziene schuldkwijtschelding van Nigeria gespreid over de begrotingsjaren 2005–2007.

Structuurversterkende projecten

Hogere aardgasbaten maken een nieuwe investeringsimpuls in de economische structuur mogelijk. In totaal zet het kabinet 2,33 miljard euro (inclusief Paasakkoord) in voor kennis, onderwijs en innovatie, milieu en duurzaamheid, mobiliteit, ruimte en monumenten. In 2006 wordt van de 2,3 miljard euro naar verwachting 0,6 miljard euro besteed. Tabel 4.1.1 beschrijft de verdeling en concrete besteding van de FES-impuls (Fonds Economische Structuurversterking). Tevens is besloten om de hogere kosten als gevolg van het succes van de bevordering van de productie van duurzame energie – regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) – niet door te laten werken in hogere afnemerstarieven voor elektriciteit per aansluiting voor de burger, maar deze deels te financieren uit het FES (circa 1 miljard euro tot en met 2013) en deels binnen het uitgavenkader op te vangen (circa 2 miljard euro tot en met 2013). Projecten die in principe FES-waardig zijn, maar nu buiten het FES om worden gefinancierd (bijvoorbeeld windmolens op zee), zullen ten laste van het FES worden gebracht. Het bedrag van 1 miljard uit het FES komt gespreid over de komende jaren tot betaling.


Het kabinet wil dat projecten effectief, efficiënt, in de tijd begrensd en zo veel mogelijk structuurversterkend zijn. Daar waar mogelijk en zinvol worden projecten beoordeeld op efficiëntie zoals onlangs door het Centraal Planbureau33. De bestemde bedragen worden over meerdere jaren gespreid. Permanente uitgaven kunnen niet ten laste komen van het FES. De onderstaande tabel 4.2.2 beschrijft de verdeling en de besteding van middelen die beschikbaar komen voor de versterking van de Nederlandse economische structuur.

Tabel 4.2.2. Structuurversterkende projecten (x € miljard)
A. Kennis, onderwijsen innovatie1,06
w.v. Praktijklokalen en brede scholen0,30
w.v. Voor- en vroegschoolse educatie (vve), beroepskolom MBO0,10
w.v. Innovatievouchers en -prestatiecontracten MKB0,06
w.v. Grootschalige onderzoeksinfrastructuur0,10
w.v. Innovatieprogramma's en toponderzoek0,50
B. Milieu en duurzaamheid0,73
w.v. Luchtkwaliteit (o.a. roetfilters, knelpunten bij wegen of woningbouw)0,40
w.v. Duurzaamheid (o.a. bodemsanering en verdubbeling CO2-effect)0,33
C. Mobiliteit, ruimte en monumenten0,34
w.v. Bijdrage systeemkosten tol0,10
w.v. Zuidas Amsterdam0,10
w.v. Wegwerken restauratieachterstand monumenten0,11
w.v. Bescherming belangrijke infrastructuur0,03
Subtotaal2,13
Reservering prijscompensatie infrastructuur0,20
Totale FES-impuls*2,33

* Dit bedrag wordt gespreid over verschillende jaren uitbetaald. De verdeling van iedere impuls is afgebakend in de tijd.

A. Kennis, onderwijs en innovatie

De helft van de extra gelden voor het Fonds Economische Structuurversterking (FES) is bestemd voor kennis, onderwijs en innovatie. Het gaat vooral om extra middelen voor onderwijs(lokalen), innovatie en de financiering van toponderzoek. Naast de impuls voor de ontwikkeling van zogenoemde brede scholen en scholingsprogramma's voor docenten wordt geïnvesteerd in werkplekken en werkpleksimulaties in het praktijkgerichte onderwijs. Dit past in de nieuwe opzet voor het verkrijgen van kennis en vergaren van vaardigheden in techniekopleidingen, door de lokalen in te richten op basis van werkprocessturing, afgeleid van de situatie in het bedrijfsleven. Om onder meer het functioneren van de beroepskolom (een betere aansluiting van VMBO naar MBO en van MBO naar HBO) te verbeteren is 0,1 miljard euro gereserveerd. In het MBO wordt geïnvesteerd in een flexibeler en eenvoudiger kwalificatiestructuur, in het voorkomen van het voortijdig schoolverlaten van leerlingen, en in kennis van docenten over het bedrijfsleven. De kwalificatiestructuur wordt beter afgestemd op datgene wat het bedrijfsleven en het beroepsonderwijs beide nodig vinden.


Met kennisbonnen (vouchers) kan een ondernemer op een eenvoudige manier bij een publieke kennisinstelling kennis inkopen en onderzoeksvragen uitzetten bij bijvoorbeeld hoge scholen of andere (grote) bedrijven. Dit stimuleert innovatie.


Geïnvesteerd wordt in projecten en onderzoeksgroepen van «wetenschappelijke excellentie» en met economische en maatschappelijke relevantie. Er komt meer samenwerking met (risicodragende) private partijen bijvoorbeeld bij het oprichten van een topinstituut voor farmaceutisch onderzoek. Daarin moet onderzoek worden gedaan naar nieuwe geneesmiddelen.

B. Milieu en duurzaamheid

Het kabinet zet 0,73 miljard extra middelen in voor het verbeteren van het milieu en duurzaamheid. Een bedrag van 400 miljoen euro wordt ingezet voor de verbetering van luchtkwaliteit. Er komen stimuleringsmaatregelen voor inbouw van roetfilters en om schone vrachtauto's sneller de weg op te krijgen. Roetfilters worden beschikbaar gesteld voor bestaande (vracht)auto's, maar ook voor bijvoorbeeld binnenvaartschepen. Extra aandacht komt er voor het wegwerken van knelpunten bij wegenaanleg, woningbouw en bedrijventerreinen in relatie tot luchtkwaliteit.


Verder wordt extra geïnvesteerd in een duurzamere energiehuishouding om in de toekomst minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen en om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Een bedrag van 250 miljoen euro is gekoppeld aan de besluitvorming over het openhouden van de kerncentrale Borssele, die eind van dit jaar moet worden afgerond. De middelen worden ingezet voor energiebesparing, schoon fossiel (CO2-opslag) en hernieuwbare energiebronnen (waaronder innovatieve biobrandstoffen). Beoogd wordt het klimaatvoordeel – beperking van CO2 uitstoot – van het openhouden van Borssele te verdubbelen. Als onderdeel van deze besluitvorming voert het kabinet gesprekken met energiebedrijven over een substantiële bijdrage van hun kant.

C. Mobiliteit, ruimte en monumenten

Er wordt 100 miljoen euro aangewend voor het vermijden van latere aanpassingskosten in de spoorinfrastructuur rond de Zuidas in Amsterdam. Verder is 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de bijdrage in de systeemkosten van tolheffing en 30 miljoen euro voor de bescherming (onder andere tegen terroristische aanslagen) van vitale infrastructuur. Rijksmonumenten zijn karakteristiek voor de Nederlandse historie en cultuur. Daarom komt 110 miljoen euro extra beschikbaar om de restauratieachterstand bij rijksmonumenten in te lopen. Tot slot is 0,2 miljard euro gereserveerd voor de prijsstijging voor projecten waarvan de middelen nog niet naar de relevante begrotingen worden overgeboekt. Dit voorkomt dat projecten niet volledig kunnen worden uitgevoerd als gevolg van prijsstijgingen.

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

De ruimte onder het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt vertoont een onderschrijding van 0,3 miljard euro in 2006 en 0,8 miljard euro in 2007.

Tabel 4.2.3 Uitgaven Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (x € miljard)
 200520062007
Uitgavenniveau Miljoenennota 200558,257,558,1
 
Macrobijstellingen– 0,5– 0,7– 0,7
w.v. Louter nominale bijstellingen (pNB)0,0– 0,2– 0,2
w.v. Reële loon- en prijsbijstelling (ruilvoetontwikkeling)0,10,10,1
w.v. Volume SZA (o.a. WW en WWB)– 0,5– 0,6– 0,7
Overige mee- en tegenvallers– 0,3– 0,8– 1,1
w.v. Uitvoering WAO0,0– 0,3– 0,6
w.v. Uitvoering gemeenten(WWB)– 0,1– 0,4– 0,4
w.v. Overig*– 0,2– 0,1– 0,1
Beleid0,51,31,1
w.v. Verhoging AOW-toeslag0,10,10,1
w.v. Sociaal Akkoord0,20,00,1
w.v. SER-advies WW0,10,40,4
w.v. Frictiekosten UWV0,00,10,1
w.v. Kinderopvang0,00,20,2
w.v. Uitstel invoering kinderalimentatie0,10,10,0
w.v. Motie Verhagen0,10,10,1
w.v. Overig0,00,10,1
Uitgavenniveau Miljoenennota 200658,057,357,5
UitgavenkaderSZA in lopende prijzen58,357,758,2
Over-/onderschrijding– 0,3– 0,3– 0,8

* Inclusief uitgaven die gepaard gaan met een ophoging van het uitgavenkader.

Macrobijstellingen

Het nominale kader is in 2006 en 2007 met 0,2 miljard euro neerwaarts aangepast vanwege de bijstelling van de geraamde prijsontwikkeling van de nationale bestedingen (pNB) ten opzichte van de vorige Miljoenennota. Er doet zich daarnaast onder het uitgavenkader een ongunstiger ruilvoetontwikkeling voor, van 0,1 miljard euro in 2005–2007. Er is sprake van een gunstiger volumeontwikkeling in de regelingen Werkloosheidswet (WW) en Wet Werk en Bijstand (WWB) dan eerder verwacht.

Overige mee- en tegenvallers

De meevaller in de WAO-uitgaven wordt veroorzaakt door minder arbeidsongeschiktheidsuitkeringen dan oorspronkelijk geraamd. Mede door de goede werking van de WWB is er een structurele meevaller van circa 70 miljoen euro vastgesteld, op basis van uitvoeringsgegevens over het jaar 2004. Daarnaast is er sprake van een meevaller van 235 miljoen euro vanaf 2006 naar aanleiding van lagere voorlopige realisatiecijfers in 2005.

Beleid

Met ingang van 2005 is een jaarlijkse AOW-toeslag van 100 euro (per persoon per jaar) ingevoerd voor verbetering van de koopkracht van ouderen, ook in verband met de zogenoemde verzilveringsproblematiek bij de ouderenkorting in de belastingen. Volgend jaar wordt de AOW-toeslag wederom met 15 euro verhoogd. In totaal zal de toeslag dan uitkomen op 115 euro per persoon per jaar.


In het Sociaal Akkoord zijn afspraken gemaakt met de sociale partners over de modernisering van de sociale zekerheid. Ten opzichte van het oorspronkelijke kabinetsbeleid leidt het Sociaal Akkoord tot besparingsverliezen van circa 165 miljoen euro in 2005 tot circa 70 miljoen in 2007. In dit Sociaal Akkoord is verder afgesproken dat de SER met voorstellen zou komen tot hervorming van de WW. Inmiddels heeft de SER een advies gegeven en het kabinet neemt dit SER-advies in belangrijke mate over. Hierdoor ontstaan verdere besparingsverliezen van circa 400 miljoen euro in 2006 en 2007 en 85 miljoen euro structureel, onder andere door een minder vergaande aanpassing van de wekeneis (het aantal weken dat iemand gewerkt moet hebben om in aanmerking te komen voor een uitkering) en de verhoging van de eerste twee maanden werkloosheidsuitkering tot 75 procent.


Het UWV (de uitvoerder van de sociale werknemersverzekeringen) raamt 0,1 miljard euro meer kosten in 2006 als gevolg van zogenoemde frictiekosten. Deze houden verband met uitstel in het reorganisatieproces, met een toegenomen leegstand van kantoorpanden en een vermindering van het personeelsbestand. Een en ander hangt samen met de invoering van de nieuwe arbeidsongeschiktheidswetgeving.


Er wordt 200 miljoen euro extra uitgetrokken voor kinderopvang. Dit bedrag wordt voor ten minste 100 miljoen ingezet voor een verlaging van de eigen bijdrage voor met name de middeninkomens, omdat zij door de invoering van de Wet Kinderopvang duurder uit zijn, terwijl lagere inkomens een voordeel hebben gerealiseerd. Een hogere tegemoetkoming voor kinderopvang maakt (meer) werken eerder lonend en vormt daarmee een stimulans voor de arbeidsparticipatie. Het restant gaat naar andere knelpunten in de kinderopvang. De invoering van een nieuw kinderalimentatiestelsel is vertraagd. Dit leidt in 2005 en 2006 tot besparingsverliezen van circa 0,1 miljoen euro in de bijstand.

Zorg

In de zorgsector is sprake van een aanhoudende druk op de uitgaven, vooral vanwege onvermijdelijke tegenvallers uit de doorwerking van de afrekening 2004. De overschrijding van het zorgkader komt dit jaar uit op 0,4 miljard euro, aflopend naar 0,3 miljard euro in 2007. Het nieuwe zorgstelsel (stelselherziening) zal per 1 januari 2006 worden ingevoerd. In het nieuwe stelsel vervalt het onderscheid tussen ziekenfonds en particuliere verzekering.

Tabel 4.2.4 Uitgaven Zorg (x € miljard)*
 200520062007
Uitgavenniveau Miljoenennota 200541,844,146,6
 
Macrobijstellingen0,30,30,0
w.v. Louter nominale bijstellingen (kaderaanpassing)0,0– 0,10,2
w.v. Reële loon- en prijsbijstelling (ruilvoetontwikkeling)0,10,40,2
w.v. Financieringsmutaties0,10,00,0
Overige mee- en tegenvallers0,10,10,2
w.v. Doorwerking afrekening 20040,20,20,2
w.v. Ramingsbijstelling Bouw– 0,2– 0,2– 0,1
w.v. Overig0,10,10,1
Beleid0,0– 0,7– 0,6
w.v. Maatregelen zorg0,0– 0,2– 0,2
w.v. Intensiveringen zorg0,00,10,1
w.v. Stelselherziening en overboekingen0,0– 0,6– 0,5
Uitgavenniveau Miljoenennota 200642,143,846,3
BKZ in lopende prijzen41,743,446,0
Over-/onderschrijding0,40,30,3

* Door de afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Macrobijstellingen

De neerwaartse aanpassing van het uitgavenkader vindt plaats, doordat het CPB de raming van de prijsontwikkeling bijstelt (pNB-bijstelling). Bij de zorg doet zich een ongunstige ruilvoetonwikkeling voor van 0,4 miljard euro in 2006. In deze post is de toename van de overheidsbijdrage ter financiering van de arbeidskosten in de zorg met circa 0,1 miljard euro verwerkt. Bijstellingen op eerdere ramingen voor het inhalen van financieringsachterstanden leiden tot een mutatie van 0,1 miljard euro in 2005.

Overige mee- en tegenvallers

Tegenvallers (0,2 miljard euro) doen zich voornamelijk voor bij de doorwerking van de afrekening 2004. Het gaat hier om volumetegenvallers bij de afrekening geneesmiddelen, hulpmiddelen en de curatieve zorg. Bij de geneesmiddelen is bijvoorbeeld meer geld uitgegeven, doordat een vijftal duurdere geneesmiddelen vanaf dit jaar weer in het pakket voor chronisch zieken is ondergebracht. Hierdoor valt de ingeschatte besparing structureel tegen. Ook is meer uitgegeven dan verwacht voor hulpmiddelen zoals orthopedisch schoeisel, hoortoestellen en dergelijke. De extra uitgaven in de curatieve zorg zijn te wijten aan hogere kosten voor fysiotherapie en tandheelkundige hulp. Tot slot doet zich een tegenvaller voor bij de eigen bijdragen in de AWBZ. Tegenover deze (structurele) tegenvallers bij de afrekening 2004 staat een meevaller in de bouwraming van circa 0,2 miljard euro.

Beleid

Volgend jaar worden besparende maatregelen in de sector Zorg genomen voor 0,2 miljard euro. Deze maatregelen betreffen met name geneesmiddelen, hulpmiddelen en compensatie voor de tegenvallers in de eigen bijdrage AWBZ. In het kader van het nieuwe zorgstelsel is ook een nieuwe bekostigingssystematiek voor huisartsen overeengekomen (intensiveringen zorg). Een deel van het inkomen wordt afhankelijk van het aantal consulten en een ander deel van de omvang van het patiëntenbestand.

Vanaf 2006 is 80 miljoen euro beschikbaar voor zorgzwaartefinanciering en kwaliteitsverbetering in verpleeghuizen. De helft hiervan is gereserveerd binnen de groeiruimte AWBZ, de andere helft is aan de AWBZ-uitgaven toegevoegd. In het stelsel van zorgzwaartefinanciering wordt het budget individueel meer afgestemd op de persoonlijke situatie van de cliënt. Deze wijze van bekostiging is vooral beter voor mensen die intensieve zorg nodig hebben. Aan zorgaanbieders kan genoeg worden betaald om de benodigde zorg te kunnen leveren.


In verband met de stelselherziening heeft een herdefiniëring van het Budgettaire Kader Zorg plaatsgevonden. De herdefiniëring leidt tot een technisch neerwaartse aanpassing van circa 0,3 miljard euro. Ten slotte vinden overboekingen plaats van het zorgkader naar de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Hierbij gaat het vooral om het overhevelen van een premiesubsidie naar de begroting.

Totaal uitgavenkader

Tabel 4.2.5 toetst de uitgaven aan het uitgavenkader van iedere budgetsector. Het reële vaste uitgavenkader is de hoeksteen van het trendmatige begrotingsbeleid. Over de hoogte van de kaders zijn afspraken gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord. De feitelijke uitgavenontwikkeling wordt continu getoetst aan de kaders.

Tabel 4.2.5 Het uitgavenkader 2005–2007 naar budgetdisciplinesector (x € miljard)
 200520062007
UitgavenkaderRBG94,797,5100,9
Uitgavenniveau RBG93,497,3101,2
Onder-/overschrijding– 1,2– 0,20,3
UitgavenkaderSZA58,357,758,2
Uitgavenniveau SZA58,057,357,5
Onder-/overschrijding– 0,3– 0,3– 0,8
UitgavenkaderZorg(BKZ)41,743,446,0
Uitgavenniveau Zorg(BKZ)42,143,846,3
Onder-/overschrijding0,40,30,3
Uitgavenreserve0,20,2
Totale Over-/onderschrijding Miljoenennota 2006– 1,20,00,0

De verwachte uitgavenontwikkeling in 2006 en 2007 sluit op het totale kader zoals afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord. Vanwege de tekortproblematiek is het totaal van de uitgaven in de vorige Miljoenennota beneden het kader gehouden (onderschrijding). Vanaf 2006 is binnen de totale plafonds een reserve van 200 miljoen euro opgenomen om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen.

Reële uitgavenontwikkeling

De reële uitgaven geven een indicatie van de volumeontwikkeling en de loonsverhogingen (en prijsstijgingen) die uitgaan boven de algemene inflatie. De groeicijfers van de verschillende uitgavenclusters zijn zodoende goed onderling vergelijkbaar. Nagenoeg alle prioritaire uitgaven (zorg, onderwijs en veiligheid) nemen toe, met uitzondering van de infrastructuuruitgaven. Het beeld van de infrastructuuruitgaven is vertekend, omdat er rekening wordt gehouden met aanbestedingsmeevallers en de afloop van grote infrastructurele projecten zoals de Betuweroute.

Tabel 4.2.6 Ontwikkeling van de reële collectieve uitgaven (% mutatie per jaar)*
 20052006
Totaal collectieve uitgaven½
w.v. Sociale Zekerheid¼–¼
w.v. Rentelasten– 3
Collectieve uitgaven excl. SZ en rente1
w.v. Zorg
w.v. Onderwijs
w.v. Veiligheid3
w.v. Infrastructuur– 2– 1½
w.v Overig¼
BBP½

* Bron: Berekening op basis MEV 2006

33  Centraal Planbureau, Document 86, Leren van investeren: analyse van investeringsvoorstellen in kennis, milieu en ruimtelijke economie, ISBN 90–5833–221–7.