Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

3.1 De belasting- en premieontvangsten in 2005

In tabel 3.1.1 wordt de nieuwe raming voor 2005 vergeleken met de raming ten tijde van de Voorjaarsnota. In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste ramingsbijstellingen.

Tabel 3.1.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2005 op EMU-basis (x € miljoen)
 Voorjaarsnota 2005Vermoedelijke Uitkomsten 2005Verschil
Kostprijsverhogende belastingen63 64763 396– 281
Omzetbelasting37 74937 436– 313
Belasting op personenauto's en motorrijwielen3 2823 32846
Accijnzen9 5679 425– 142
Belastingenvan rechtsverkeer4 8184 981162
Overig8 2318 226– 5
    
Belastingenen premies volksverzekeringen op inkomen, winst en vermogen88 20788 634427
Loonheffing69 69069 512– 178
Inkomensheffing– 3 917– 4 244– 327
Dividendbelasting3 3873 906519
Vennootschapsbelasting17 41417 722308
Overig1 6331 738105
Totaal belastingen en premies volksverzekeringen (kasbasis)151 855152 030176
    
Aansluiting op EMU-basis– 43152482
Premieswerknemersverzekeringen28 63028 68959
Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis)180 053180 772719

* Zie voetnoot vorige pagina.


Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2005 is de raming voor de totale belasting- en premieontvangsten op kasbasis met 0,2 miljard euro opwaarts bijgesteld. De ramingsbijstelling op EMU-basis bedraagt 0,7 miljard euro. De bijstelling van de aansluiting op EMU-basis is veroorzaakt door verbeterde inzichten in het specifieke patroon van de EMU-relevante ontvangsten in de maand januari. Bij het opstellen van de raming is de ontwikkeling betrokken van het economisch beeld, van de aanslagoplegging en van de realisatiecijfers tot en met juli dit jaar.


Sinds de Voorjaarsnota is het economisch beeld verslechterd. Zo is bijvoorbeeld de volumegroei van het BBP gehalveerd tot ½ procent, is de groei van de particuliere consumptie bijgesteld van – ½ procent naar – ¾ procent en is de werkgelegenheid verslechterd. Daarnaast is de inflatieraming en de contractloonstijging opwaarts bijgesteld. De hogere verwachte inflatie is voornamelijk het gevolg van de hogere olieprijs en de goedkopere euro.

De onderliggende factoren die bepalend zijn voor de ontvangsten vallen op basis van het economisch beeld uiteindelijk ongunstiger uit. De realisatiecijfers tot en met juli laten daarentegen juist een gunstiger ontwikkeling zien zodat de raming per saldo beperkt opwaarts is bijgesteld.

De neerwaartse bijstellingen zijn met name gelokaliseerd bij de inkomensheffing, omzetbelasting en accijnzen, terwijl de belangrijkste opwaartse bijstellingen betrekking hebben op de dividendbelasting, vennootschapsbelasting en belastingen op rechtsverkeer.

De neerwaartse bijstelling bij de omzetbelasting en accijnzen is in lijn met de verdere verslechtering van de particuliere consumptie, waarbij de omzetbelasting relatief minder sterk daalt door de hogere prijsontwikkeling. De neerwaartse bijstelling bij de inkomensheffing volgt op tegenvallende kasrealisaties. De opwaartse bijstelling van de dividendbelasting houdt voor een substantieel deel verband met gewijzigd dividendbeleid van een beursgenoteerde onderneming, waardoor in plaats van halfjaarlijks, vier keer per jaar dividend wordt uitgekeerd. Dit leidt in 2005 tot een incidenteel hogere opbrengst in de dividendbelasting. Bij de belastingen op rechtsverkeer laat de overdrachtsbelasting een gunstigere ontwikkeling zien dan bij de Voorjaarsnota werd verwacht. Deze gunstige kasontwikkeling is het gevolg van een meevallende prijsontwikkeling op de markt voor onroerend goed.


Voor de overige ontvangsten geldt dat de bijstellingen in het economisch beeld in samenhang met de realisatiecijfers per saldo weinig invloed hebben op de ontvangstenraming. Zo leidt de minder gunstige winstontwikkeling dan eerder voorzien niet tot een lagere raming van de vennootschapsbelasting, aangezien de realisatiecijfers dit beeld niet ondersteunen.