Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

1.2 Terug in het spoor

Herstel conjunctuur

Voor 2005 wordt een groei van een ½ procent geraamd: bescheiden maar positief. Kijkend naar de onderliggende economische trends is het beeld aanmerkelijk gunstiger. Er heeft zich een aantal belangrijke aanpassingsprocessen voltrokken. De vermogensposities van gezinnen en pensioenfondsen zijn versterkt, een matiging van de arbeidskosten is ingezet en de winstgevendheid van het bedrijfsleven is verbeterd.


Voor 2006 wordt de economische groei geraamd op 2½ procent, het hoogste groeicijfer sinds 2000. De motor achter dit herstel is de stijging van de export. Daarnaast geven de verbeterde winstgevendheid van het Nederlandse bedrijfsleven en de hogere bedrijfsinvesteringen een positieve impuls aan het herstel. De particuliere consumptie neemt toe, mede dankzij de koopkrachtondersteuning van het kabinet. Dit alles leidt ertoe dat ook de werkloosheid weer afneemt ten opzichte van 2005.

Overheidsfinanciën weer in het spoor

Het kabinet heeft snel ingegrepen toen aan het begin van de kabinetsperiode de overheidsfinanciën onverwacht sterk waren verslechterd. Het kabinet nam de maatregelen in het besef dat de kosten van de vergrijzing al zichtbaar zijn en bovendien snel toenemen. De ingrepen waren soms pijnlijk en hebben de koopkracht van de burgers aangetast. De maatregelen waren echter noodzakelijk en effectief. De buitensporig tekortprocedure is inmiddels opgeheven door de Raad van Ministers van Europa. Ook het IMF heeft in zijn jaarlijkse rapport Nederland geprezen voor de snelle reactie op de budgettaire problemen. Het ziet daarin een goede basis om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën verder te waarborgen, ook op langere termijn.


Voor 2006 heeft het kabinet gezocht naar een balans tussen begrotingsconsolidatie, economische structuurversterking, ondersteuning van inkomens en conjunctureel herstel. Nu de dreigende ontsporing van de overheidsfinanciën is afgewend, vindt er geen nieuwe bezuinigingsronde plaats. De eerdere ingrepen bieden de ruimte voor een lastenverlichting en voor uitgaven die de koopkracht ondersteunen. Dit alles binnen de financiële kaders van het Hoofdlijnenakkoord. Bovendien is een pakket investeringen vastgesteld, gefinancierd uit het FES. Het EMU-saldo blijft constant op het niveau van 2005. Voor alle jaren valt het EMU-tekort lager uit dan een jaar geleden nog werd gevreesd (tabel 1.2.1). Tussen 2003 en 2006 verbetert het structurele saldo, afhankelijk van de gehanteerde methode voor berekening, met gemiddeld 0,5 tot 0,8 procent BBP per jaar. Bij beide methoden geldt dat de doelstelling voor het structurele tekort voor het einde van de kabinetsperiode (0,5 procent BBP) binnen bereik is.

Tabel 1.2.1 EMU-saldo 2003–2006 (in % BBP)
 2003200420052006
Stand Miljoenennota 2005– 3,2– 3,0– 2,6– 2,1
Stand Miljoenennota 2006– 3,2– 2,1– 1,8– 1,8