Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

5.4 Evaluatie van belastinguitgaven

De evaluatie van belastinguitgaven op effectiviteit en doelmatigheid valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën en de departementen, op wier beleidsterrein de belastinguitgaven betrekking hebben. Het ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor het budgettaire aspect en voor het opstellen en uitvoeren van de fiscale regelgeving. De beleidsdepartementen worden volgens VBTB-voorschriften geacht belastinguitgaven die op hun beleidsdoelstellingen betrekking hebben in hun begroting te vermelden en indien zinvol en mogelijk toe te lichten met prestatiegegevens. Op de website van het ministerie van Financiën wordt voor elke belastinguitgave afzonderlijk vermeld wat de beleidsdoelstelling is, welke ministeries in VBTB-termen verantwoordelijk zijn en welke evaluaties zijn afgerond of gepland.


De belastinguitgaven worden door de betrokken departementen in samenwerking met het ministerie van Financiën geëvalueerd. In deze bijlage wordt jaarlijks aandacht besteed aan de conclusies en eventuele beleidsconsequenties van uitgevoerde evaluaties.

Evaluatieprogrammering 2005

Voor 2005 is de evaluatie van de willekeurige afschrijving Continentaal Plat gerealiseerd en aan de Tweede Kamer aangeboden. De evaluaties van de durfkapitaal- en ondernemersregelingen zullen in het najaar aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Deze regelingen hebben alle betrekking op het beleidsterrein van het ministerie van EZ. In opdracht van dit ministerie zijn de evaluaties door externe bureaus uitgevoerd.


In 2003 is de Willekeurige Afschrijving Continentaal Plat (WACP) afgeschaft onder toezegging de effecten van de afschaffing te monitoren en te evalueren. Het Centraal Planbureau heeft in document nr. 66 de effecten onderzocht van de introductie, de afschaffing en een eventuele herintroductie van de WACP op de gasproductie, de overheidsinkomsten en de werkgelegenheid in de gasindustrie.


Het CPB concludeert dat de langetermijnolieprijs de belangrijkste determinant is voor investeringen in exploratie en ontwikkeling van gasvelden op het Continentaal Plat. De WACP heeft geleid tot een vergroting van het aantal exploitatieboringen in de periode 1996–2002 en mogelijk tot het naar voren halen van exploratieboringen. De WACP beïnvloedt de winstgevendheid van alle projecten. Uit de analyse blijkt dat 60 tot 70 procent van de projecten ook zonder de WACP rendabel is. Bij een langetermijnolieprijs van 25 dollar zijn er, zonder WACP, nog 125 tot 250 rendabele projecten op de Noordzee. Het is niet realistisch te veronderstellen dat deze allemaal op korte termijn worden uitgevoerd. In het afgelopen decennium lag het jaarlijkse aantal exploratieboringen op circa 15. Bij de hoge olieprijs die volgens het CPB voor de toekomst wordt voorzien, heeft verdere stimulering via fiscale faciliteiten geen invloed meer. De maatregel zal alleen de winstgevendheid vergroten van de projecten die toch wel uitgevoerd worden. In de uitkomsten van dit evaluatieonderzoek heeft het kabinet geen aanleiding gezien om het besluit tot afschaffing van de mogelijkheid tot willekeurig afschrijven te heroverwegen.


De durfkapitaalregeling is in 1996 als Tante Agaathregeling ingevoerd. Met ingang van de Wet IB 2001 is de regeling vervangen door de durfkapitaalregeling. De durfkapitaalregeling kent een directe variant, waarbij particulieren rechtstreeks geld lenen aan startende ondernemers, en een indirecte variant waarbij particulieren geld beleggen in een door de overheid erkend durfkapitaalfonds. Vanuit dit fonds worden vervolgens startende ondernemingen gefinancierd.


De durfkapitaalregeling bestaat uit een drietal fiscale instrumenten, namelijk:


• Een (gemaximeerde) vrijstelling voor box 3 voor directe en indirecte beleggingen in durfkapitaal;

• De persoonsgebonden aftrek voor verliezen op directe beleggingen in durfkapitaal;

• Heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal.

De indirecte variant kende ook een heffingskorting, maar die is per 1 januari 2003 afgeschaft. De evaluatie van deze regeling is afgerond en zal naar de Tweede Kamer worden verzonden.


De evaluatie van de ondernemersregelingen omvatte de zelfstandigenaftrek, de extra zelfstandigenaftrek voor starters, de willekeurige afschrijving voor starters, de meewerkaftrek, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en de FOR, voorzover deze uiteindelijk niet wordt aangewend voor een lijfrente. De evaluatie wordt in het najaar naar de Tweede Kamer verzonden.


Voor 2005, met een mogelijke uitloop naar 2006, staat de afronding van de volgende evaluaties nog op het programma:

• De aftrek voor scholingsuitgaven in de inkomensheffing

• De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk in de loonheffing

• Vrijstellingen en bijzondere tarieven in de motorrijtuigenbelasting en overeenkomstige regelingen in de BPM

• Vrijstellingen in de overdrachtsbelasting

• Heffingskorting en vrijstelling in box 3 voor groen beleggen

• Milieu-investeringsaftrek

• Vrije afschrijving milieu-investeringen

• De afdrachtverminderingen onderwijs

• Teruggaafregelingen REB

De evaluatie van belastinguitgaven in box 3, met name de algemene vrijstelling, de kindertoeslag, de ouderentoeslag en de vrijstelling voor rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden, zullen bij de evaluatie van de belastingherziening IB 2001 worden gevoegd.

Evaluatieprogrammering 2006

Voor 2006 staan de evaluaties van de volgende belastinguitgaven op het programma:

• Giftenaftrek

• Energie-Investeringsaftrek (EIA)

• De BTW-vrijstelling voor post

• De BTW-vrijstelling voor sportclubs

• De kleine ondernemersregeling in de BTW

• De landbouwregeling in de BTW

• De vrijstelling van accijns op minerale oliën voor raffinaderijen, luchtvaart, scheepvaart over communautaire wateren

• De tarieven voor de accijns op minerale oliën voor tractoren en ov-autobussen en huisvuilauto's

• Het verlaagde tarief voor bieraccijns voor kleine brouwerijen

• In de inkomensheffing: de landbouwvrijstelling, de bosbouwvrijstelling en de vrijstelling van aangewezen subsidieregelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur.