Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

1.3 Een steuntje in de rug

De moeilijke economische omstandigheden van de afgelopen jaren hebben de koopkracht van vrijwel iedereen onder druk gezet. Door de verbeterde budgettaire positie van de overheid is er nu ruimte om de koopkracht van de mensen te ondersteunen. Door de hoger dan eerder verwachte inflatie (hogere olieprijs, lagere euro) is daar ook extra aanleiding voor. Hierbij is vooral ingezet op het beschermen van kwetsbare groepen en het ontlasten van de middeninkomens met kinderen. De koopkracht van die laatste groep is sterk verslechterd de afgelopen jaren. Ook wordt in 2006 de koppeling van de uitkeringen aan de contractloonstijging hersteld.


In totaal wordt voor ruim 2xxx miljard euro aan maatregelen genomen ter ondersteuning van de koopkracht. Box 1.3.1 geeft een overzicht.


Box 1.3.1 Koopkrachtondersteuning


In totaal wordt er in 2006 voor ruim 2½ miljard euro aan koopkrachtondersteunende maatregelen genomen, ruim 2 miljard euro via lastenverlichting en ruim een ½ miljard euro via uitgaven. De meest in het oog springende maatregelen worden hieronder besproken.


Alle belastingbetalers profiteren van de verhoging van de algemene heffingskorting met 78 euro. Voor werknemers daalt de premie voor de werkloosheidswet met ruim een ½ procentpunt, en voor deeltijders zelfs wat meer. Ook schaft het kabinet in 2006 het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting (OZB) af.


In 2006 wordt het nieuwe zorgstelsel ingevoerd. Naar verwachting ruim 6 miljoen huishoudens ontvangen een inkomensafhankelijke zorgtoeslag ter compensatie van de hogere nominale premies voor de zorgverzekering. Dit geldt vooral voor de huidige ziekenfondsverzekerden. Per saldo betalen de meeste huishoudens ten hoogste 5 procent van het inkomen aan zorg.


De accijns op autobrandstoffen blijft in 2006 op hetzelfde peil en wordt niet – zoals gebruikelijk – verhoogd met de inflatie. Daarnaast stelt het kabinet het bedrag dat ieder huishouden jaarlijks moet betalen voor het aansluittarief voor elektriciteit vast op het niveau van 2005. Door het toenemend gebruik van de subsidieregeling voor duurzame energie, die uit het aansluittarief wordt betaald, dreigde het tarief vrijwel te verdubbelen van 52 euro naar 100 euro. Door een rijksbijdrage van 350 miljoen euro wordt dit voorkomen (zie ook 1.4).


Enkele maatregelen zijn in het bijzonder gericht op de mensen met een middeninkomen en kinderen. In het voorjaar heeft het kabinet al besloten om het lesgeld voor leerlingen in het voortgezet onderwijs en leerlingen van 16 en 17 jaar in het MBO af te schaffen. Vanaf 2006 wordt daarnaast 200 miljoen euro extra uitgetrokken voor kinderopvang en de tussen- en naschoolse opvang. Dit maakt werken lonender en stelt bovendien ouders in staat om arbeid en zorg makkelijker te combineren.