Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

1.4 Investeren in een sterkere economie

Er wordt extra geld geïnvesteerd in het verder versterken van de Nederlandse economie. Daarvoor worden de middelen gebruikt uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Het FES is opgericht vanuit de filosofie: ondergronds vermogen aanwenden voor bovengronds vermogen. 42½ procent van de aardgasbaten vloeit in het fonds. De opbrengsten moeten zodanig worden ingezet dat ook de toekomstige generaties ervan profiteren.


Er wordt 2,3 miljard euro uitgetrokken voor investeringen in kennis, onderwijs en innovatie, milieu en duurzaamheid, mobiliteit, ruimte, fysieke infrastructuur en monumenten (zie box 1.4.1). De besteding van dit bedrag vindt plaats over een reeks van jaren, zonder een permanent beslag op de begroting te leggen.


Tevens is besloten om subsidies voor windmolens op zee te financieren uit het FES. Het gaat om een bedrag van in totaal 1 miljard euro aan investeringen dat gespreid wordt uitbetaald over de komende jaren. Dit voorkomt, samen met de rijksbijdrage uit de algemene middelen, dat het aansluittarief voor de elektriciteit dat burgers jaarlijks betalen, in de komende jaren omhooggaat (zie box 1.3.1).


Box 1.4.1 Fonds Economische Structuurversterking


Bij de inzet van de FES-middelen gaat het niet alleen om harde infrastructuur, maar ook om investeringen die het vermogen van de samenleving in bredere zin versterken. De bestemde bedragen worden veelal over een reeks van jaren uitgegeven en hebben een eindig karakter. Dit betekent dat vanuit het FES geen permanente uitgaven worden gefinancierd. In 2006 wordt van de 2,3 miljard euro naar verwachting 0,6 miljard besteed.

Tabel Fonds Economische Structuurversterking (x € miljoen)
Kennis/onderwijs/innovatie1060
Milieu/duurzaamheid730
Mobiliteit/ruimte/monumenten340
Prijscompensatie200
Totaal2330

Kennis, onderwijs en innovatie

In het praktijkgericht onderwijs wordt geïnvesteerd in praktijklokalen. Hierbij wordt de situatie in het bedrijfsleven zo veel mogelijk nagebootst. Dit helpt het voortijdig schoolverlaten te verminderen en verbetert de aansluiting met het MBO. In het MBO wordt geïnvesteerd in het moderniseren van het lesmateriaal, waaronder ICT en andere apparatuur, en in de kennis van docenten over het bedrijfsleven. De ontwikkeling van brede scholen, waarin schoolkinderopvang en zorgtaken in één gebouw zijn gecombineerd, wordt bevorderd. Dit zal bijdragen aan een hogere arbeidsparticipatie.


Hoogwaardig onderzoek vereist een goede infrastructuur zoals laboratoria en simulatieruimten op universiteiten en technologische instituten. Het kabinet heeft geld vrijgemaakt voor de totstandkoming van deze relatief dure infrastructuur. Ook is geld beschikbaar voor projecten en onderzoeksgroepen van wetenschappelijke excellentie en met hoge economische en maatschappelijke relevantie. Daarbij wordt samengewerkt met (risicodragende) private partijen, zoals bij het oprichten van een topinstituut voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.


De investeringen sluiten aan bij de Europese Lissabon-strategie, de strategie om het groeipotentieel van Europa duurzaam te verhogen. Kennis, onderwijs en innovatie zijn daarbij essentieel. Ook in de EU wordt veel nadruk gelegd op innovatiebevordering en samenwerking tussen universiteiten en private partijen.


Milieu en duurzaamheid

Het kabinet investeert in de verbetering van de luchtkwaliteit, onder meer via stimuleringsregelingen voor de inbouw van roetfilters. De regelingen zijn beschikbaar voor nieuwe en bestaande (vracht)auto's, maar ook voor andere bestaande vervoersmiddelen zoals binnenvaartschepen. Met het pakket aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en de invoering van de Wet luchtkwaliteit in 2006 creëert het kabinet een gezonder leefklimaat en kunnen ruimtelijke projecten doorgang vinden, zoals de bouw van woningen, wegen en bedrijven.


Verder wordt extra geïnvesteerd in een meer duurzamere energiehuishouding om in de toekomst minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen en om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Een bedrag van 250 miljoen euro is gekoppeld aan de besluitvorming over het openhouden van de kerncentrale Borssele, die eind van dit jaar moet worden afgerond. De middelen worden ingezet voor energiebesparing, schoon fossiel (CO2-opslag) en hernieuwbare energiebronnen (waaronder innovatieve biobrandstoffen). Beoogd wordt het klimaatvoordeel – beperking van CO2-uitstoot – van het openhouden van Borssele te verdubbelen. Als onderdeel van deze besluitvorming voert het kabinet gesprekken met energiebedrijven over een substantiële bijdrage van hun kant.


Mobiliteit, ruimte en monumenten

Om toekomstige aanpassingen in de spoorlijnvoorzieningen rond de Zuidas in Amsterdam te voorkomen, wordt 100 miljoen euro geïnvesteerd. Voor de invoering van tolsystemen bij versneld op te lossen fileknelpunten heeft het kabinet 100 miljoen euro gereserveerd. Verder is er extra geld vrijgemaakt om de restauratieachterstand bij rijksmonumenten in te lopen.