Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2006
  • Download PDF

1.5 Op volle kracht vooruit

Het kabinet gaat door met de uitvoering van de hervormingsagenda uit het Hoofdlijnenakkoord. Met de hervormingsagenda wordt ingespeeld op de mondialisering van de economie en de vergrijzing van onze samenleving. De draagkracht en het concurrerend vermogen van de Nederlandse economie worden versterkt door de hervormingen van de sociale zekerheid en vervroegde uittredingsregelingen die de arbeidsparticipatie bevorderen. De beheersbaarheid van de overheidsfinanciën en zorgkosten wordt ook voor de langere termijn verbeterd. Alleen zo kunnen essentiële sociale voorzieningen duurzaam in stand worden gehouden. Het afwentelen van de kosten op toekomstige generaties is sterk noch sociaal.

Meer werk

Het kabinet stimuleert het arbeidsaanbod via de hervorming van de sociale zekerheid. Met de nieuwe Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) worden werknemers die nog kunnen werken gestimuleerd daadwerkelijk aan de slag te gaan. Werknemers die duurzaam in het geheel niet meer in staat zijn om te werken, krijgen een volledige uitkering. Met de WIA wordt een jarenlange discussie over de hervorming van de WAO afgerond.


In 2006 wordt het systeem van WW-uitkeringen hervormd, conform het unanieme advies van de Sociaal-Economische Raad (SER). Kern van de nieuwe Werkloosheidswet (WW) is dat werklozen worden gestimuleerd om weer aan het werk te gaan. Oneigenlijk gebruik van WW als uittreedroute voor oudere werknemers wordt bestreden. De maximale uitkeringsduur van de WW wordt verkort van vijf jaar naar drie jaar en twee maanden. Daar staat tegenover dat de uitkering de eerste twee maanden 75 procent van het laatstverdiende loon zal bedragen en daarna 70 procent (nu begint de uitkering op 70 procent).


De fiscale subsidiëring van vervroegde uittreding wordt beëindigd. Hierdoor blijft waardevolle kennis en ervaring langer behouden voor de arbeidsmarkt. Bovendien groeit met deze maatregel het draagvlak voor de kosten die de vergrijzing met zich meebrengt.

Meedoen

Het kabinet werkt aan de integratie van nieuwkomers. In 2006 treedt het nieuwe inburgeringstelsel in werking. Met dit stelsel worden de rechten en plichten voor de inburgeraar duidelijker. Iedereen moet de Nederlandse taal leren en zich verdiepen in de Nederlandse samenleving. Mensen die dat niet doen, krijgen geen permanente verblijfsvergunning. Daarbij is er speciale aandacht voor de inburgering van allochtone vrouwen, omdat zij een cruciale rol spelen in de opvoeding van hun kinderen. Door voorschoolse educatie wordt ook rechtstreeks geïnvesteerd in kinderen in een achterstandspositie.


Hoogwaardige zorg moet voor iedereen toegankelijk blijven. De kosten van de gezondheidszorg nemen sterk toe en zullen naar verwachting de komende decennia blijven stijgen. Het kabinet voert in 2006 een nieuw zorgstelsel in dat de tweedeling tussen particulierverzekerden en ziekenfondsverzekerden opheft. Elke inwoner van Nederland is op dezelfde wijze verplicht verzekerd. Verzekeraars zijn verplicht elke verzekerde die zich bij hen meldt, te accepteren zonder premieverschillen. Voor kinderen is geen premie verschuldigd en er is een zorgtoeslag ter compensatie van de negatieve inkomenseffecten van het nieuwe zorgstelsel. De concurrentie tussen verzekeraars prikkelt hen om doelmatigheid af te dwingen bij de zorgaanbieders. En doelmatigheid moet bijdragen aan het betaalbaar houden van de zorg. Het kabinet stelt extra middelen beschikbaar voor de kwaliteit van zware zorg in verpleeghuizen. Voor jeugdzorg is extra geld uitgetrokken om een stijging van het aantal uithuisplaatsingen te financieren.

Minder regels

De overheid moet zich blijven bezinnen op haar rol in de samenleving. De burger is steeds beter opgeleid en steeds mondiger. De tijd waarin de overheid paternalistisch over de hoofden van de burgers en professionals heen beslissingen kon nemen, is voorbij.


De professionals in het onderwijs, de leraren, moeten zich kunnen richten op hun kerntaak: het geven van goed onderwijs. Niet alle problemen kunnen vanuit Den Haag worden opgelost. Daarom krijgen onderwijsinstellingen meer ruimte om zelf te bepalen hoe het onderwijs wordt ingericht. Dit betekent dat veel centrale regelgeving wordt geschrapt en dat scholen een grotere verantwoordelijkheid krijgen bij de besteding van financiële middelen. De overheid blijft wel toezicht houden op de kwaliteit van de scholen.


Overvloedige en te gedetailleerde wet- en regelgeving frustreert burgers en bedrijven en berokkent economische schade. Daarom pakt het kabinet de administratieve lasten aan. In 2007 moeten de administratieve lasten voor bedrijven met een kwart zijn verminderd. In 2006 staan verschillende maatregelen op stapel. Twee concrete voorbeelden zijn de uniformering van het loonbegrip (Wet Walvis) en vereenvoudiging van de wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden. Ook voor de burgers zijn maatregelen genomen om de administratieve lasten te verminderen. Zo is bijvoorbeeld de automatische verlenging van de voorlopige teruggaaf van de inkomstenbelasting ingevoerd.