Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2007

30800 XVI 21 Verslag van een algemeen overleg

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 21 Vastgesteld 12 oktober 2006

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 heeft op 13 september 2006 overleg gevoerd met minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:

– de brief van de minister van 24 mei 2005 over de stand van zaken reorganisatie IGZ (30 300-XVI, nr. 141).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Van Heteren (PvdA) wijst op het grote belang van een kwaliteitsbeleid, maar ook van een kwaliteitswaakhond, zeker in een omgeving waar steeds meer aan partijen zelf wordt overgelaten. In de afgelopen jaren is er vaak over die kwaliteitswaakhond gesproken, maar eigenlijk wordt er pas sinds oktober 2004 expliciet over de IGZ als IGZ gesproken. Dit leidt er toe dat er nu documenten als jaarverslagen en jaarprogramma’s voorliggen die al in gang zijn gezet. Zij zal zich daarom beperken tot de toekomst van de IGZ, omdat zij groot belang hecht aan de functie van de IGZ als kwaliteitswaakhond op niveau.

De afgelopen jaren is er weliswaar veel lippendienst gewijd aan de kwaliteit, maar de uitbreiding van functie van de IGZ tot een evenwaardige speler in het veld van kwaliteitsbewaking is maar traag van de grond gekomen. Dit doet niets af aan de inspanningen die de medewerkers van de IGZ hebben geleverd en van de «troubleshooters» die soms nodig waren om een en ander op gang te helpen. De IGZ is op dit moment echter nog onvoldoende toegerust op een omgeving waar kwaliteit de kern van beleid zal moeten zijn.

In de loop van 2005 is het budget voor de IGZ met 1,5 mln. verhoogd. De Kamer heeft de afgelopen kabinetsperiode verschillende moties ingediend waarin wordt aangedrongen op een reële capaciteit van de IGZ die past bij de nieuwe functies en taken en op een reëel budget. Welke verwachting heeft de minister voor de komende jaren? Hoe ziet hij de financiële positie van de IGZ?

De IGZ was in de afgelopen tijd sterk betrokken bij de ontwikkeling van prestatie-indicatoren. Mevrouw Van Heteren is van mening dat deze belangrijke functie in de toekomst nog verstevigd kan worden.

In de werkprogramma’s wordt hier wel op ingegaan, maar zij vraagt om meer inzicht. Welke doelstellingen staan de minister voor ogen?

In de loop van de tijd zijn er diensten bij de IGZ wegbezuinigd zoals het toezicht op de geneesmiddelenreclame die door de recente veranderingen en het vrije marktspel mogelijkerwijs toch weer nodig zijn. Zal de minister consequenties verbinden aan de recente berichten die hierop wijzen?

Naarmate de IGZ meer gezicht krijgt in de samenleving, vragen steeds meer mensen of zij direct met de IGZ in contact kunnen treden. Dit is wel mogelijk, maar de IGZ reageert vaak afhoudend. Is het mogelijk om bij de IGZ een soort ombudsfunctie in het leven te roepen voor patiënten en burgers die hun zorg en bekommernis over kwaliteit willen uiten?

Het is goed dat er een Kenniscentrum kwaliteitstoezicht is, maar ook dit verdient nog wel enige versterking, mede met het oog op de ontwikkeling van het toezicht op de kwaliteit van producten en geneesmiddelen. Het is belangrijk dat die kennis breder wordt verspreid.

Een van de pijnpunten die blijven terugkeren, is het feit dat de inspectie weinig armslag heeft bij niet-BIG-geregistreerde professionals of andere mensen die op allerlei manieren disfunctioneren. Het is goed dat de IGZ in de afgelopen periode haar tanden heeft laten zien bij een aantal zorginstellingen en het zou interessant om te onderzoeken of de inspectie zo ook te werk kan gaan bij mensen die zichtbaar en structureel disfunctioneren. Zou het mogelijk zijn dat de IGZ hen op non-actief stelt?

In de verslagen wordt ingegaan op de bestuurlijke instrumenten van de IGZ die nog verder zullen worden ontwikkeld. Kan de Kamer daar een uitgebreider overzicht van ontvangen? De IGZ moet ook op dit punt meer slagkracht krijgen.

In de marktomgeving die nu ontstaat, kunnen nieuwe toetreders en nieuwe arrangementen het spel gaan beheersen. Zij dringt erop aan dat het kwaliteitstoezicht wordt uitgebreid tot al die instellingen en de groepen «practitioners» en klinieken die nu een beetje buiten het gezichtsveld van de IGZ vallen. Kan de minister zijn plannen voor dit nieuwe grijze zich nog ontwikkelende gebied toelichten?


Mevrouw Schippers (VVD) stelt voorop dat kwaliteit een overheidstaak is en blijft en dat het toezicht daarop uitermate belangrijk is. De reorganisatie van de IGZ was noodzakelijk en heeft tot meer eenheid, structuur, uniformiteit, samenwerking en effectiviteit geleid. Dit alles moet nu wortel schieten in de praktijk. Zij steunt de omslag naar gelaagd en gefaseerd toezicht en complimenteert de IGZ met haar inzet voor de ontwikkeling van prestatie-indicatoren. De recente zorgwekkende berichten over de ondervoeding van bewoners van instellingen maken nog eens duidelijk dat de kwaliteit inzichtelijk moet zijn. De IGZ speelt hier een belangrijke rol in.

De geestelijke gezondheidszorg dreigt door deze reorganisatie tussen de wal en het schip terecht te komen. Door het werken met programma’s raakt de ggz versnipperd en daarmee dreigt ook de deskundigheid te versnipperen. In de Programmaraad is nog steeds een ggz-vacature. Die kan er de oorzaak van zijn dat niemand de vinger legt bij dit probleem. Het toezicht op de geestelijke gezondheidszorg vergt een «focus point». Door de fusies van de afgelopen jaren zijn er grote instellingen ontstaan die veel macht hebben ten opzichte van de patiënt. Het is extra belangrijk dat de inspectie hier goed toezicht op houdt.

Maatregelen die in het kader van de BOPZ worden genomen, kunnen diep ingrijpen in het leven van betrokkenen. Nu de dwangbehandeling eerder mag worden toegepast, moet het toezicht op de uitvoering van deze maatregelen intensief en van hoge kwaliteit zijn. In plaats daarvan komen er nu signalen uit het veld dat het toezicht compleet is ingezakt. Uit de stukken blijkt dat het kabinetsbeleid is gericht op intensivering. Kan de minister dit toelichten?

De Tweede Kamer heeft meermalen gevraagd of de inspectie meer mogelijkheden kan krijgen om effectief te kunnen optreden. Differentiatie van het handhavinginstrumentarium tussen waarschuwing en sluiting is cruciaal. Wordt hieraan gewerkt? Wat staat de minister voor ogen? Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?

De reorganisatie van de inspectie staat niet op zich; er wordt ook gewerkt aan stroomlijning van de kennisinstituten. Zo is het voornemen geuit om het Centrum gezond leven onder te brengen bij het RIVM. Mevrouw Schippers pleit voor bundeling en effectiviteit, maar vreest voor nieuwe kathedralen in de gezondheidszorg. Hoe denkt de minister hierover?

De Tijdelijke Raad van Advies heeft een belangrijke en goede rol vervuld. Zo’n buitenboordmotor is belangrijk voor de inspectie en daarom lijkt verlenging van de ambtsperiode van de raad geboden. Zij betwijfelt echter of de raad een eigenstandig communicatie moet onderhouden. Zij hecht wel waarde aan het verslag dat nu op de agenda staat, want dit geeft veel inzicht in de werkwijze en de resultaten.


De heer Buijs (CDA) zegt dat hij vooral vooruit wil kijken naar de plaats en de functie van de IGZ in het Nederlandse zorgbestel. Hij zal zich daarbij baseren op de adviezen van de commissie-Abelen die destijds door regering en parlement zijn overgenomen en op de bevindingen van de Tijdelijke Raad van Advies. Als gevolg van de stelselwijzigingen in de cure en de care door bijvoorbeeld de marktwerking en de WMO zal er vaker en directer een beroep worden gedaan op de inhoudelijke kwaliteit en het organiserende vermogen van de inspectie. De raad spreekt zijn zorg uit over de beperkte omvang van de inspectie. De heer Buijs neemt dit als zwaartepunt van zijn inbreng.

In 2001 luidt het advies van de commissie-Abelen dat de inspectie in drie tot vijf jaar moet groeien van 142 inspecteurs naar 250 tot 400 fte’s met een doorgroei naar 500 tot 600 fte’s. Met de bestaande capaciteit van 142 inspecteurs zal de IGZ niet in staat zijn om het algemeen toezicht naar behoren uit te voeren, aldus de commissie. Het is jammer dat de minister in zijn brief van 24 mei niet ingaat op de gewenste personeelscapaciteit. Ook de Tijdelijke Raad van Advies noemt geen getallen. In het jaarverslag over 2005 staat dat er 330 fte’s in dienst zijn, maar hieruit blijkt niet hoeveel inspecteurs er aan het werk zijn. In het jaarverslag wordt gemeld dat er mede als gevolg van de Remkes-regeling sprake is geweest van een grote uitstroom. De heer Buijs vindt dit verontrustend. In 2005 hebben 27 inspecteurs gebruik gemaakt van de Remkes-regeling en waren er in totaal 46 vacatures. Kan de goede opvatting van taak en functie van de inspectie waar ook de Kamer aan hecht, worden waargemaakt met de huidige bezetting? In de begroting van het ministerie voor 2001 was al voorzien in een formatie van 404 fte, veel meer dan nu. Kan de minister dit toelichten?

In 2005 was het ziekteverzuim gemiddeld 6,5%. Kan er inzicht worden verschaft in de directe oorzaken van dit verzuim? Was de reorganisatie hier debet aan? Een dergelijk ziekteverzuim verergert het personeelsprobleem.

De Tijdelijke Raad van Advies komt tot de conclusie dat de effectiviteit van zijn bijdrage aan de reorganisatie beperkt was. Hij geeft een aantal aanbevelingen om de adviesfunctie te versterken en voorts om de functie van de Tijdelijke Raad van Advies met vier jaar te verlengen en zo nodig een wettelijke basis te geven. Neemt de minister dit advies van de raad over?

Dit alles laat onverlet dat de inspectie waardering verdient voor de vele rapporten en adviezen die zij heeft uitgebracht. Het is uitstekend werk van een hoge kwaliteit dat tot stand is gekomen in een periode waarin zich de nodige reorganisatieproblemen hebben voorgedaan. Een compliment is dan ook zeker op zijn plaats.

De heer Buijs zegt dat een sterke inspectie noodzakelijk is en blijft in de veranderende structuur van de volksgezondheid. Dit is nog eens neergelegd in een motie die op 9 maart 2006 is ingediend tijdens de behandeling van de Wet marktordening gezondheidszorg.

Antwoord van de minister

De minister stelt vast dat de rol van de inspectie in de afgelopen jaren sterk is veranderd. Die lijn zal in de komende jaren worden voortgezet. De klassieke taak van de inspectie is en blijft de handhaving van wet- en regelgeving en het opsporen van misstanden. De inspectie heeft die taak in de afgelopen periode met hernieuwde kracht ter hand genomen.

Betrekkelijk nieuw is dat de inspectie ook een aanjaagfunctie in het zorgveld heeft gekregen om normen voor verantwoorde zorg en prestatie-indicatoren te ontwikkelen. Die stimulerende en regisserende rol geldt ook voor het kwaliteitsbeleid.

De werkwijze van de inspectie is ook veranderd. Er wordt nu gewerkt met risicoanalyses, ook in de wetenschap dat de inspectiecapaciteit hoe dan ook altijd enigszins beperkt zal zijn. Er worden indicatoren opgesteld om de prestaties van het veld te kunnen volgen. De capaciteit van de inspectie wordt vervolgens ingezet op die plaatsen waar die indicatoren daar aanleiding toe geven. Uit de recente rapportage blijkt dat deze werkwijze op onderdelen tot verbeteringen heeft geleid, maar ook dat hier een stevige rol voor de inspectie is weggelegd. Dankzij deze werkwijze zal de effectiviteit van het toezicht door de inspectie verder toenemen, zeker ook nu de reorganisatie op hoofdlijnen is voltooid. Overigens zal die reorganisatie naast de gemiddeld hoge leeftijd van het personeel ook invloed hebben gehad op het hoge ziekteverzuim.

De inspectie hanteert nu de methode van gefaseerd en gelaagd toezicht. Zij is hiermee begonnen in de verpleeg- en verzorgingsinstellingen, snel gevolgd door de curatieve zorg. Deze werkwijze wordt ook in andere sectoren ingevoerd. Eerst worden samen met het veld prestatie-indicatoren vastgesteld en daarna wordt er informatie verzameld op grond van die indicatoren. In fase 2 worden op grond van een risicoanalyse toezichtbezoeken afgelegd. Dit moet uiteindelijk uitmonden in het opsporen van misstanden en in handhaving.

In het rapport-Abelen werd een forse uitbreiding van de capaciteit van de inspectie voorgesteld. Inmiddels is er wel het een en ander veranderd in de capaciteit, maar de middelen zijn natuurlijk beperkt. Uit de verkiezingsprogramma’s voor de komende vier jaar blijkt duidelijk dat er in die periode een zware druk zal worden gelegd op de rijksdienst. Iedere intensivering bij de inspectie zal ten koste gaan van andere diensten die waarschijnlijk toch al gekort zullen worden. De minister gaat er daarom van uit dat de mogelijkheden voor groei van de inspectie beperkt zullen zijn. Dit neemt niet weg dat hij met de inspectie van mening is dat versterking van de inspectiecapaciteit noodzakelijk is.

Tijdens de afgelopen reorganisatie is geprobeerd de effectieve inspectiecapaciteit te verbeteren door een betere verhouding aan te brengen tussen de overhead en de inspectiecapaciteit. In 2002 was de verhouding tussen primair proces en overhead 45%:55%; er was dus meer overhead dan primair proces. In 2007 zal die verhouding aanzienlijk zijn gewijzigd, namelijk 60% primair proces, 10% directe ondersteuning van het primair proces en nog maar 30% overhead. Er zijn dan 112 inspecteurs in dienst, 52 programmamedewerkers en 51 toezichtmededewerkers. Er is dus sprake van een forse verschuiving. De overhead omvat de gebruikelijke functies als personeelszaken, financiën, administratie, enz. Omdat er verwarring ontstaat over de personeelsbezetting, zegt de minister toe dat hij de juiste cijfers in een brief aan de Kamer zal voorleggen.

Naast verbetering van de interne organisatie zijn er ook middelen vrijgemaakt om de inspectiecapaciteit te versterken. In 2006 is er al 1 mln. extra uitgetrokken voor kwaliteit en patiëntveiligheid. Naar verwachting is er in 2007 en verdere jaren nog enige ruimte voor intensivering van de indicatoren. De indicatoren zijn inmiddels het brandpunt van de IGZ geworden. De nieuwe Inspecteur die in oktober zal aantreden, heeft veel ervaring met gezondheidsindicatoren.

In de afgelopen jaren was er sprake van een forse, effectieve intensivering van de inspectiecapaciteit en ook volgend jaar mag een verdere intensivering worden verwacht. Hij betwijfelt of daarmee alle doelstellingen van het rapport-Abelen kunnen worden behaald, maar het is niet anders; de komende jaren zal er waarschijnlijk niet veel geld extra kunnen worden vrijgemaakt.

Desgevraagd merkt de minister op dat de NZa en de inspectie onvergelijkbare grootheden zijn. De IGZ is driemaal zo groot als de NZa en terecht, want de NZa houdt zich vooral bezig met de werking van het systeem terwijl de inspectie veel lijfelijke bezoeken aan instanties moet brengen. De IGZ is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de gezondheidszorg en zal zich dus op geen enkel moment ondergeschikt aan de NZa hoeven te weten.

De pure inspectiecapaciteit van de IGZ is in de afgelopen periode ondanks de reorganisatie aanzienlijk groter geworden. Nu de rust is teruggekeerd en er een nieuwe Inspecteur is aangesteld, lijkt de verwachting gerechtvaardigd dat de inspectie de komende jaren goed vooruit kan.


Op verzoek van de minister geeft de heer N.C. Oudendijk een kort overzicht van het aantal personeelsleden van de inspectie. In totaal zijn 350 mensen in dienst. Van de genoemde 142 inspecteurs waren er destijds 100 effectief in het werkplan. In 2006 zijn er naast 103 inspecteurs effectief in het werkplan, 50 toezichtmedewerkers en 50 programmamedewerkers die in de eerste fase informatie verzamelen, enz. De zuivere toezichtcapaciteit die in het werkplan kan worden ingezet, is na taakherschikking ruim 203. De administratieve ondersteuning is daarentegen fors teruggebracht. De inzet in het werkplan 2007 is dus aanzienlijk toegenomen ten opzichte van het werkplan 2005.


De minister zegt toe dat hij de ontwikkeling 2005/2006/2007 in termen van overhead versus inspectiecapaciteit, verdeeld over de verschillende gebieden in een brief aan de Kamer zal toelichten. Hierbij zal ook aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van de vacatures. De begrotingsbehandeling lijkt het aangewezen moment om van gedachten te wisselen over de vraag of dit voldoende is of dat er nog verschuivingen gewenst zijn.

Mede als gevolg van de Remkes-regeling zijn er behoorlijk wat vacatures ontstaan; de leeftijd van veel personeelsleden van de IGZ was hoger dan het gemiddelde van de ambtenaren in rijksdienst. Die plaatsen zullen worden opgevuld.

Het instrumentarium van de IGZ vertoont een lacune. Daarom wordt gestreefd naar de invoering van een bestuurlijke boete, de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen. Dit zal worden neergelegd in wetgeving in aansluiting op de vierde tranche Algemene wet bestuursrecht die thans wordt voorbereid en naar verwachting per 1 januari 2008 in werking kan treden.

Met ingang van 15 oktober aanstaande zal het IGZ-loket worden geopend. Dit biedt toegang aan burgers, beroepsbeoefenaren en bedrijven, informatie verstrekt en kan dienen als meldpunt voor burgers en beroepsbeoefenaren.

Het is waar dat de IGZ geen specifieke hoofdinspecteur meer heeft voor de ggz. Op het departement is er ook geen specifieke directie meer voor de ggz. Dit deel van de gezondheidszorg is ondergebracht bij de Directie curatieve zorg. Parallel hieraan is de Hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg verantwoordelijk voor de ggz. De filosofie achter deze wijziging is dat de ggz moet worden ingebed in de reguliere curatieve zorg, ook in de zorgverzekering en in het toezicht. De ggz is een deelprogramma van het integraal inspectieprogramma specialistische, somatische en psychiatrische zorg met de expertise die daarvoor vereist is. De minister is het ermee eens dat deze tak van de curatieve zorg niet veronachtzaamd mag worden. Het wegvallen van de functie van Hoofdinspecteur ggz betekent echter niet dat er bij de inspectie minder aandacht is voor de ggz. Integendeel, dit maakt nu onderdeel uit van het totale toezicht.

Ook op het terrein van de ggz worden prestatie-indicatoren ontwikkeld. Daarbij zal specifiek aandacht worden besteed aan de BOPZ. Het beeld dat alle taken over de inspectie versnipperd zijn, is niet correct. Hij zegt toe dat hij aan de hand van een organogram zal laten zien hoe een en ander in elkaar steekt.

De functie van de Tijdelijke Raad van Advies zal met vier jaar worden verlengd, want hij heeft een nuttige rol vervuld. Als de reorganisatie helemaal is uitgewerkt, is het de vraag of er nog een raad van advies nodig is. Na die periode moet worden besloten of de raad een meer permanent karakter moet krijgen of kan worden opgeheven.

Met de Kamer is al gesproken over het toezicht op de geneesmiddelen. Dit beleid wordt in 2007 geëvalueerd. Daarna wordt er een definitief besluit genomen.

De IGZ kan optreden als een arts bijvoorbeeld tevens als gebedsgenezer gaat optreden en zegt dat bepaalde behandelingen niet meer nodig zijn. Dergelijke ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd, maar de inspectie kan niet alles aanpakken.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Van Heteren (PvdA) herhaalt haar vraag wat de inspectie kan doen tegen wanpresterende beroepsbeoefenaren. Zoals de inspectie de afgelopen tijd wel is overgegaan tot het sluiten van afdelingen, zou het ook denkbaar zijn dat zij dergelijke beroepsbeoefenaren op non-actief stelt, niet in de rechterlijke sfeer, maar door een duidelijk signaal af te geven dat zo’n «practitioner» niet meer kan functioneren.

In de nieuwe markt van nieuwe zorgarrangementen zou de inspectie ook een rol moeten spelen, niet alleen voor die instellingen die onder de Kwaliteitswet zorginstellingen vallen, maar ook voor instellingen daarbuiten die mensen soms toch ernstig kunnen schaden.


Mevrouw Schippers (VVD) zegt voor alle duidelijkheid dat de toegezegde brief van de minister betrekking moet hebben op de periode na 2005. Door de wetswijziging zal de dwangbehandeling in het kader van de BOPZ eerder worden toegepast. De nadere informatie van de minister moet daarop betrekking hebben.

Het is jammer dat de differentiatie pas in 2008 van kracht kan worden. Als kabinet en Kamer het erover eens zijn dat dit moet gebeuren, zou dit toch sneller geregeld moeten kunnen worden. Daar zou in ieder geval naar moeten worden gestreefd.


De heer Buijs (CDA) herinnert aan zijn compliment dat in een organisatie die zo sterk in verandering is, toch nog werk van zo’n hoge kwaliteit is geleverd. Dit moet zo blijven en zelfs beter worden, want de kwaliteit van de zorg en de vraag en de invloed van de cliënt veranderen sterk en hij verwacht een verdere toename van het beroep op de inspectie, ook door de samenleving. De uitvoering van wettelijke taken van de inspectie en het toezicht vergen al een behoorlijke capaciteit. Hij wil een duidelijk antwoord op de vraag of de huidige en voorziene capaciteit van de inspectie voldoende is om al die taken uit te oefenen.


De minister heeft begrip voor de zorg van de heer Buijs, maar wijst erop dat de IGZ heeft een moeilijke tijd achter de rug heeft. Toch heeft zij in die tijd goed gepresteerd. Daarom is hij van mening dat er alle reden is om optimistisch te zijn, mede gelet op de wending die nu is gemaakt naar een betere inzet van mensen, uitbreiding van de capaciteit, het afronden van de reorganisatie en de start van een nieuwe Inspecteur per 1 oktober. Hij gaat ervan uit dat de prestaties in de komende jaren worden opgeschroefd. De wereld van de zorg is na de invoering van de Zorgverzekeringswet wel veranderd, maar het is niet waar dat het onderzoeksveld er nu heel anders uitziet dan vijf jaar geleden. Daarom kan de inspectie met de middelen die zij nu heeft, veel meer rendement behalen dan tot op heden. Er is een moderne inspectiemethode opgebouwd; elders in Europa wordt nog nauwelijks met prestatie-indicatoren gewerkt.

Natuurlijk zou het beter zijn als de inspectie nu al over het instrument van de bestuurlijke boete zou kunnen beschikken, maar als er nu een wet wordt ingediend, kan die waarschijnlijk niet eerder dan 1 januari 2008 in werking treden. Iedere mogelijkheid voor een eerdere inwerkintreding zal echter worden aangegrepen.

Individuele beroepsbeoefenaren kunnen nu al op hun functioneren worden aangesproken en op non-actief gesteld. Als de inspectie signalen ontvangt dat dit nodig is, zal zij dit zeker toen.

Het is ingewikkeld om toezicht te houden op nieuwe vormen van zorg. Als de inspectie toezicht zou houden op alternatieve geneeswijzen zonder in te grijpen, zou de indruk ontstaan dat die alternatieve geneeswijzen worden goedgekeurd. Dit is niet de bedoeling. Alleen daar waar voorbehouden handelingen worden verricht door onbevoegden, schade wordt aangericht aan individuen of artsen, die ook alternatieve geneeswijzen beoefenen, hun patiënten de gebruikelijke zorg onthouden, kan de inspectie optreden. De inspectie kan niet optreden tegen acupunctuur of reisjes naar Lourdes. Dergelijke zaken spelen zich af buiten het bereik van de inspectie, aldus de minister.


De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Blok

Adjunct-griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Clemens

1  Samenstelling:Leden: Van der Vlies (SGP), Kalsbeek (PvdA), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Kant (SP), Blok (VVD), voorzitter, Smits (PvdA), Örgü (VVD), Verbeet (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), ondervoorzitter, Vergeer (SP), Vietsch (CDA), Joldersma (CDA), Varela (LPF), Van Heteren (PvdA), Smilde (CDA), Nawijn (LPF), Van Dijken (PvdA), Timmer (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Hermans (LPF), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA), Azough (GroenLinks), Koşer Kaya (D66), Van der Sande (VVD) en Van Oudenallen (Groep Van Oudenallen).Plv. leden: Rouvoet (ChristenUnie), Verdaas (PvdA), Ferrier (CDA), Çörüz (CDA), Blom (PvdA), Halsema (GroenLinks), Gerkens (SP), Veenendaal (VVD), Hamer (PvdA), Weekers (VVD), Tjon-A-Ten (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Ormel (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Waalkens (PvdA), Mosterd (CDA), Bussemaker (PvdA), Heemskerk (PvdA), Oplaat (VVD), Van Egerschot (VVD), Eski (CDA), Van Gent (GroenLinks), Bakker (D66) en Nijs (VVD).