Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting van het BTW-compensatiefonds voor het jaar 2007

30800 G 3 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 3 Vastgesteld 2 oktober 2006

De vaste commissie voor Financiën1 , belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.


Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.


De voorzitter van de commissie,
Tichelaar

De waarnemend griffier van de commissie,
Nava

1

Waarom bevat de begroting van het BTW-compensatiefonds geen informatie over de relatie tussen de uitgaven van dit fonds en de daarvoor gepleegde uitnamen uit het Gemeente- en Provinciefonds? Impliceert het feit dat een lopend onderzoek van Cebeon uitsluitsel moet geven of de gehanteerde verdeelformule nog steeds juist is, dat er wellicht met terugwerkende kracht nog correcties zullen plaatsvinden?


Het BTW-compensatiefonds (BCF) is in 2003 budgettair neutraal ingevoerd. Hierbij is destijds een schatting gemaakt voor de uitname uit het gemeenteen provinciefonds. Daarbij is tevens vastgelegd dat de groei van het fonds als gevolg van meer uitbesteden door gemeenten, provincies en kaderwetgebieden gefinancierd wordt uit de hogere BTW-ontvangsten van het Rijk. Onlangs is de uitname uit het gemeente- en provinciefonds nagecalculeerd op basis van realisatiecijfers over 2003. Daarmee is de uitname definitief vastgesteld op circa 1,5 miljard euro. Dit bedrag zal niet meer worden aangepast en is daarom ook niet meer opgenomen in de begroting.


Doelstelling was om het onderzoek van Cebeon in het voorjaar van 2006 af te ronden, zodat de nieuwe verdeelformule ook kon worden toegepast voor de jaren 2006 en 2007. Door tegenvallende respons van gemeenten en provincies is dit echter niet gelukt. Verwachting is dat eind november de resultaten van het onderzoek bekend zijn. De nieuwe verdeelformule zal echter niet met terugwerkende kracht worden ingezet. Tijdens het bestuurlijk overleg van 4 april jl. is afgesproken voor de jaren 2006 en 2007 de oude verdeelformule te hanteren. In de meicirculaire 2006 van het gemeente- en provinciefonds is vastgelegd dat de nieuwe verdeelformule met ingang van 2008 inwerking treedt.

2, 3 en 4

Is becijferd wat de jaarlijkse doelmatigheidswinsten zijn die zijn toe te schrijven aan invoering van het BTW-compensatiefonds?

Op welke wijze en op welke termijn wordt 25% reductie van administratieve lasten van het BTW-compensatiefonds gerealiseerd? Mag op basis van het EIM-rapport geconcludeerd worden dat 25% reductie van administratieve lasten een meevaller voor het Rijk oplevert van circa 2½ miljoen euro vanwege lagere compensatieverplichtingen?

Op welke wijze wordt de € 9 miljoen ter compensatie van administratieve lasten aan provincies en gemeenten teruggegeven? Hoe wordt bewerkstelligd dat de compensatie ook bij die gemeenten terecht komt die de meeste administratieve lasten hebben? Betekent de door het Rijk verstrekte compensatie van € 9 miljoen voor administratieve lasten van het BTW-compensatiefonds dat de invoering van dit fonds niet budgettair neutraal is voor de schatkist, maar jaarlijks € 9 miljoen kost?


In het Bestuurlijk Overleg financiële verhouding van 4 september jl. is met de VNG, het IPO en het ministerie van BZK afgesproken om vereenvoudigingen door te voeren in het BCF, zodat de administratieve lasten met circa 40% worden gereduceerd. Zo vervalt de uitzondering op personeelsverstrekkingen, komen de kwartaalopgaven aan de belastingdienst te vervallen en wordt de voorlichting verbeterd. Op welk moment de vereenvoudigingen kunnen worden ingevoerd is mede afhankelijk van lopend (bijna afgerond) onderzoek door het onderzoeksbureau Cebeon. Hiervoor zijn eind 2005 vragenlijsten uitgezet bij gemeenten en provincies. Door tegenvallende respons zijn de benodigde gegevens later dan gepland bekend geworden. De uitkomsten van het bestuurlijk overleg en het onderzoek van Cebeon zullen worden verwerkt in de meicirculaire van 2007.


Het onderzoeksbureau EIM heeft berekend dat de administratieve lasten als gevolg van het BCF 9 miljoen euro bedragen. Voor de compensatie voor administratieve lasten is bij de start van het fonds een bedrag van structureel 25 mln. euro toegevoegd aan het gemeente- en provinciefonds. Op basis van het onderzoek van EIM is deze vergoeding neerwaarts bijgesteld tot 9 mln. euro. Dit bedrag is volgens de verdeelformule die is vastgesteld door onderzoeksbureau Cebeon verdeeld over de gemeenten (deze verdeelformule is beschreven in de circulaire BTW-compensatiefonds van 16 mei 2003). Het ligt voor de hand dat bij een reductie van de administratieve lastenverlichting de compensatie voor deze lasten ook naar beneden wordt bijgesteld. Mochten deze middelen inderdaad vrijvallen, dan is dat een meevaller.


Doel van de lopende evaluatie van het BTW-compensatiefonds is het definitief vaststellen van de hoogte van de uitname uit het gemeente- en provinciefonds en het aanbrengen van vereenvoudigingen rond de uitvoering. In een later stadium zal de vraag naar de effectiviteit van het fonds aan de orde komen (Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 G, nr. 1 en 2). Het is aannemelijk dat daarbij ook zal worden gekeken naar de behaalde doelmatigheidswinsten voor gemeenten en provincies.

1  Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Bakker (D66), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), Bussemaker (PvdA), Vendrik (GL), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Smits (PvdA), Herben (LPF), Tichelaar (PvdA), voorzitter, Koopmans (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée tot Babberich (CDA), Fierens (PvdA), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Heemskerk (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Omtzigt (CDA), Van Egerschot (VVD), Irrgang (SP) en Willemse-van der Ploeg (CDA).Plv. leden: Rouvoet (CU), Koenders (PvdA), Dittrich (D66), Balemans (VVD), Kortenhorst (CDA), Vacature (PvdA), Duyvendak (GL), Van Gent (GL), Vacature (algemeen), De Krom (VVD), Atsma (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Vacature (LPF), Noorman-den Uyl (PvdA), Mosterd (CDA), De Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), Stuurman (PvdA), Schippers (VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), De Vries (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Van Beek (VVD), Gerkens (SP) en Rambocus (CDA).