Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting van het Ministerie van VROM (XI) voor het jaar 2007

30800 XI 4 Verslag van een algemeen overleg

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 4 Vastgesteld 2 oktober 2006

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1 heeft op 6 september 2006 overleg gevoerd met minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over:

– de brief van de minister d.d. 10 mei 2006 inzake beantwoording vragen van de commissie voor VROM over de brief aan de Stichting Platform Fundering Nederland (beantwoording van 23 schriftelijke vragen over funderingsproblematiek) (30 300 XI, nr. 117).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Van Lith (CDA) stelt vast dat in een aantal steden het paalrotprobleem is aangepakt, maar dat er nog veel werk valt te doen. Becijferingen van de TUD laten zien dat het probleem groter is dan wel eens wordt gedacht: 500 000 woningen hebben paalrotprolemen (gehad); 80 000 daarvan zijn inmiddels afgebroken en 20 000 zijn hersteld. Dat zou dan inhouden dat ongeveer 400 000 woningen nog paalrotproblemen hebben. Kan de ministers deze cijfers bevestigen? Als zij daarin geen inzicht kan geven, is het raadzaam om te inventariseren hoe groot het probleem precies is. Om welke aantallen het ook gaat, er schuilt wel een drama achter. Paalrot heeft diverse oorzaken en leidt tot veel overlast, in sommige gevallen zelfs tot onbewoonbaarheid.

De huiseigenaar is primair verantwoordelijk voor zijn huis en haard en in principe dus ook voor het oplossen van de paalrotproblemen. De overheid mag die problemen echter niet negeren, want er is nog steeds zoiets als een maatschappelijke zorgplicht om mensen te helpen bij het vinden van goede huisvesting. Gemeenten hebben soms moeite om bewoners mee te krijgen bij het vervangen van palen in verband met de hoge kosten. Enkele gemeenten bieden bepaalde faciliteiten aan en de vraag is nu of die voldoende zijn om het probleem uit de wereld te helpen. Wel is duidelijk dat voorkomen ook in dit geval beter is dan genezen. Bij de voorbereiding en realisatie van bouwprojecten moet inzicht bestaan in de gevolgen voor de kwaliteit van de constructie. Is er op dit punt sprake van duidelijke normering, monitoring en toezicht? Zal de nieuwe Waterwet ook een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het paalrotprobleem?

Wordt in alle gevallen van huisverkoop de juiste informatie verstrekt aan de aspirant-koper? Werkt de meldingsplicht aan het kadaster? Zo niet, moet dan het sanctie-instrument worden gehanteerd?

Paalrotproblemen zijn niet altijd direct zichtbaar. Mede daarom staat deze problematiek te laag op de politieke agenda. Daarin moet verandering komen. Als mensen in de kou komen te staan, moeten zij geholpen worden. Hier heeft de gemeente de eerste verantwoordelijkheid.

Ten slotte vraagt de heer Van Lith of er ruimte is binnen de huidige ISV-afspraken om gemeenten en hun inwoners die paalrotproblemen hebben te helpen.


De heer Boelhouwer (PvdA) merkt op dat veel mensen paalrotproblemen hebben zonder dat zij daaraan iets konden doen. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat de aansprakelijkheid slecht is geregeld, terwijl er toch zo’n 200 000 woningen in het geding zijn. Gemiddeld kost herstel zo’n € 50 000. Gelukkig doen die problemen zich niet op al te korte termijn voor, maar er zal wel een oplossing voor moeten worden gevonden. Nu blijkt een noodfonds voor paalrotgedupeerden niet zo’n goede oplossing omdat de problemen te divers zijn. Bovendien moet de eigenaar van een woning kunnen aantonen dat het geen kwestie van nalatigheid is geweest. Verder is niet altijd goed vast te stellen wanneer het probleem is ontstaan en of de eigenaar er zelf weet van had. Er moet dus naar een andere oplossing worden gezocht. Een oplossing zou kunnen zijn het inschakelen van gecertificeerde bedrijven die nagaan of er sprake is van schade aan funderingen of dat de kans daarop aanwezig is. Het ministerie van VROM zou bij die certificering een belangrijke rol kunnen spelen, maar dient de verdere gang van zaken geheel over te laten aan de markt.

Voor wat betreft de «oude» problemen zou kunnen worden bezien of er een regeling kan worden getroffen, analoog aan die voor monumenten. Te denken valt aan gedeeltelijke belastingaftrek, een soort van hypotheekgarantie waardoor tegen lagere rente een lening kan worden afgesloten en het hanteren van het lage btw-tarief. Met het oog op de waardestijging van hun huis, is het niet onredelijk om de mensen zelf ook een deel te laten betalen.


Mevrouw Gerkens (SP) wijst erop dat zich niet alleen in de Randstad paalrotproblemen voordoen. De minister is volstrekt duidelijk als zij zegt dat dit niet haar verantwoordelijkheid is: de eigenaar is in de eerste plaats verantwoordelijk voor zijn huis en de provincies gaan over de peilbesluiten, terwijl de gemeenten over de riolering gaan. Als de eigenaar er met die instanties niet uitkomt, kan hij volgens haar altijd nog naar de rechter gaan. Een dergelijke duidelijkheid zal een bewoner die wordt geconfronteerd met paalrotproblemen niet erg plezierig in de oren klinken. In veel gevallen worden de problemen echter veroorzaakt door bewust of onbewust provinciaal of gemeentelijk beleid.

Mevrouw Gerkens merkt vervolgens op dat, toen de Maas buiten zijn oevers trad, de overheid een uitgebreid programma heeft opgesteld om herhaling te voorkomen. Ook naar aanleiding van de bodemdaling in het noorden van het land is de overheid handelend opgetreden. Zij vindt dat ook in dit geval de rijksoverheid een zekere verantwoordelijkheid heeft. Allereerst moet op nationaal niveau worden onderzocht hoe groot het paalrotprobleem is en of er succesvolle strategieën zijn om oplossingen te ontwikkelen. Ook in een land als Canada doen zich funderingsproblemen voor en wellicht is het mogelijk dat Nederland in het kader van het innovatieplatform een voorlopersrol gaat vervullen.

Verder dient de schadevergoeding aan woningeigenaren die getroffen zijn door een peilverlaging, beter te worden geregeld. Procederen is kostbaar en heeft in het algemeen een onzekere uitkomst. Hiervoor zou de planschaderegeling van de WRO of een vergelijkbare regeling kunnen worden gebruikt. Wil de minister het laten bij de constatering dat de nieuwe Waterwet waarschijnlijk een ruimere verhaalmogelijkheid zal kennen? Wanneer zal die nieuwe mogelijkheid er zijn? Als het te lang gaat duren, zou er een tijdelijke voorziening moeten worden getroffen voor de huidige knelpuntgevallen.

Wat denkt het kabinet te gaan doen voor mensen die de nieuwe palen niet kunnen betalen? Probleem is dat de eigenaar met problemen afhankelijk is van het beleid van de gemeente waarin hij woont. Kan de minister toezeggen dat alle eigenaren die aan de inkomensvereisten voldoen, voor dit doel gebruik kunnen maken van de SVn-regeling, ook als de gemeente waarin ze wonen niet bij die regeling is aangesloten?


De heer Hofstra (VVD) wil een onderscheid maken tussen nieuwe en oude gevallen. Hij merkt op dat de eigenaar in de eerste plaats verantwoordelijk is. Als er een huis wordt gekocht, zal de aspirant-koper zelf moeten nagaan of er problemen zijn. Als dat het geval is, zal er een regeling moeten worden getroffen tussen koper en verkoper en daarbij hoeft de overheid geen rol te spelen. De verkoper dient alle bekende informatie te verschaffen maar de koper heeft ook een verantwoordelijkheid in die zin dat er een bouwkundige keuring moet plaatsvinden.

Ook in de oude gevallen moet zo lang mogelijk worden vastgehouden aan een heldere verdeling van verantwoordelijkheden. Als de problemen worden veroorzaakt door peilverlaging of rioleringsperikelen dienen provincies of gemeenten aansprakelijk te worden gesteld. Hoe is precies de 20 mln. besteed die aan een zestal gemeenten ter beschikking is gesteld? Kan zonder veel problemen een beroep worden gedaan op de SVn-regeling?

Antwoord van de minister

De minister wijst erop dat in veel probleemgevallen de verandering van het grondwaterpeil een rol speelt. De eigenaren zijn verantwoordelijk voor de staat van de bij hen in eigendom zijnde gebouwen, inclusief de fundering. Indien nodig moeten zij maatregelen nemen om problemen als gevolg van een gewijzigde grondwaterstand te voorkomen. De aansprakelijkheid voor aan het grondwater gerelateerde problemen wordt geregeld in het Burgerlijk Wetboek.

De minister schetst vervolgens in het kort de voorgeschiedenis van de paalrotproblematiek die zich concentreert bij woningen van voor 1945, vooral in de westelijke provincies. Er is een knelpuntenbudget voor de bekostiging van excessieve problemen in het leven geroepen. Daarvan is sprake als een gemeente het funderingsherstel niet uit het reguliere ISV-budget of anderszins kan bekostigen. Het gaat hierbij om zes gemeenten en heeft betrekking op 3189 woningen. Toen het eerste ISV-programma ten einde liep, bleek dat Haarlem, Zaanstad en Waddinxveen het programma binnen de geplande termijn konden afdoen. Dordrecht, Gouda en Schiedam zijn nog bezig en bezien wordt of de termijn voor deze gemeenten kan worden verlengd.

Het KPMG schat dat zo’n 260 000 woningen last hebben van een te hoge grondwaterstand en ongeveer 100 000 van een te lage grondwaterstand. Lang niet al die woningen hebben houten paalfunderingen. Naar schatting zijn er in Nederland ongeveer 540 000 woningen met een dergelijke fundering. Het is erg moeilijk te bepalen hoeveel van die woningen nu echt te kampen hebben met funderingsproblemen als gevolg van een afwijkend grondwaterpeil. Een andere bron is de VNG-enquête over de grondwaterproblematiek in 2006. Opvallend is dat 5 van de 248 gemeenten aangeven te maken te hebben met funderingsschade. In 3 van die 5 gemeenten waren de problemen gerelateerd aan de grondwaterstand.

De minister merkt vervolgens op dat zal worden nagegaan hoe de door haar genoemde zes gemeenten te werk zijn gegaan, hoe zij het geld hebben besteed en wat de resultaten zijn van hun antipaalrotbeleid. Uitdie evaluatie zou dan een stappenplan kunnen resulteren. Vooralsnog voelt zij weinig voor de suggestie van de heer Boelhouwer om gecertificeerde onderzoeksbedrijven in te schakelen voor nieuwe gevallen. Het lijkt haar beter om eerst aard en omvang van de problemen in kaart te brengen. TNO zou kunnen worden gevraagd naar de beste beschikbare technieken om paalrot te bestrijden. Dan kunnen gemeenten en andere belanghebbenden worden geïnformeerd over de manier waarop het probleem het beste kan worden aangepakt. Daarnaast verdient het ook aanbeveling om de makelaarswereld te informeren over aard en omvang van het probleem plus de daarbij behorende aanpak.

Uit het feit dat de rijksoverheid een eenmalige impuls heeft gegeven, blijkt dat zij niet wegloopt voor haar verantwoordelijkheid, maar het zal duidelijk zijn dat gemeenten ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen als het gaat om het vullen van het SVn-budget. De minister voegt hieraan toe, geen voorstander te zijn van een nieuw fonds.

Het hanteren van een lager btw-tarief voor werkzaamheden ten behoeve van aangetaste funderingen zal op onoverkomelijke bezwaren stuiten bij Financiën. Een gemeente kan uit haar ISV-budget onder het kopje «woningverbetering» geld uittrekken voor funderingsherstel.

De vraag over de plicht om het kadaster te informeren, zal schriftelijk worden beantwoord.

De eigenaar moet weten wat hij verkoopt en de aspirant-eigenaar moet weten wat hij koopt. Beiden hebben rechten en plichten en mondige burgers kunnen heel goed afspraken maken zonder dat daarvoor wetgeving nodig is.

Nadere gedachtewisseling

De heer Boelhouwer (PvdA) wijst er nog op dat de kopende partij geen poot heeft om op te staan als het bouwtechnisch rapport niet klopt. Mede daarom pleit hij er nogmaals voor om voor nieuwe gevallen gecertificeerde onderzoeksbedrijven in te schakelen.

Het is, onder andere met het oog op de kosten, van groot belang om een geactualiseerd inzicht te krijgen in aard en omvang van de problematiek. Dan zouden ook de gevolgen van een eventuele btw-verlaging of aftrekbaarheid van belastingen in kaart kunnen worden gebracht. Ten slotte zou hij ook graag de analogie met de Rijksmonumentenwet in beeld zien gebracht.


Mevrouw Gerkens (SP) hoopt dat de door de minister toegezegde evaluatie bij de zes gemeenten alsnog zal leiden tot een landelijke inventarisatie van de omvang van het probleem. Nu in Haarlem het gerucht gaat dat ook geld is besteed aan woningen die geen paalrotproblemen kenden, verdient de suggestie om gecertificeerde onderzoeksbedrijven in te schakelen inderdaad aandacht.

Ten slotte vraagt mevrouw Gerkens hoeveel gemeenten zijn aangesloten bij de SVn. Er dient ook oog te zijn voor eigenaren met paalrotproblemen in gemeenten die niet zijn aangesloten bij die regeling.


De heer Hofstra (VVD) kan zich vinden in de door de minister geschetste verantwoordelijkheidsverdeling en in de door haar aangekondigde evaluatie. Het is terecht dat er geen rijksfonds komt. Het zijn in de eerste plaats gemeenten, waterschappen en eventueel provincies die hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Om te voorkomen dat eigenaren van het kastje naar de muur worden gestuurd, zou er onder regie van de minister een soort van bestuurlijk convenant kunnen worden gesloten tussen de hierbij betrokken overheidslagen.


De minister zegt op zich geen bezwaren te hebben tegen certificering, al was het maar omdat op die manier de kwaliteitseisen worden verankerd. Zij geeft er echter de voorkeur aan, eerst TNO de stand van de technologie te laten bepalen en vervolgens de suggestie om gecertificeerde onderzoeksbedrijven in te schakelen te bezien. Hetzelfde geldt voor de suggestie om aansluiting te zoeken bij de Rijksmonumentenwet.

De vraag hoeveel gemeenten zijn aangesloten bij de SVn-regeling zal worden betrokken bij de toegezegde evaluatie. Uit die evaluatie zal ook moeten blijken of een bestuurlijk convenant wenselijk is en welke partijen daarbij dan zouden moeten worden betrokken.


De voorzitter van de vaste commissie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Buijs

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Van der Leeden

1  Samenstelling: Leden: Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Van Gent (GroenLinks), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van den Brink (LPF), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Spies (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Fierens (PvdA), ondervoorzitter, Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA), Samsom (PvdA), Hermans (LPF), Veenendaal (VVD), Lenards (VVD) en Krähe (PvdA).Plv. leden: Dezentjé Hamming (VVD), Mastwijk (CDA), Ormel (CDA), Halsema (GroenLinks), Örgü (VVD), Dubbelboer (PvdA), Hessels (CDA), Knops (CDA), Vendrik (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Vergeer (SP), Sterk (CDA), Haverkamp (CDA), Koşer Kaya (D66), Boelhouwer (PvdA), Verbeet (PvdA), Balemans (VVD), Waalkens (PvdA), Van Heteren (PvdA), Roefs (PvdA), Varela (LPF), Oplaat (VVD), Van der Sande (VVD) en Crone (PvdA).