Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting provinciefonds voor het jaar 2007

30800 C 6 Brief van de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 6

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 12 december 2006


Gelijktijdig met het indienen van het wetsvoorstel wijziging toezichtsbepalingen Gemeentewet (Provinciewet) bij de Raad van State heb ik u bij brief van 13 december 2004, (29 800 C, nr. 5), het nieuwe gemeenschappelijk financieel toezichtskader «zichtbaar toezicht» aangeboden.


Het commentaar van de Raad van State op dit wetsvoorstel was aanleiding om aan het Interprovinciaal Overleg drie varianten van een pilot voor het financiële toezicht van mijn ministerie op de provincies voor te stellen. Het IPO heeft echter bij brief van 12 juli1 meegedeeld niet te kiezen voor deze pilots, omdat op basis van voortschrijdend inzicht de pilots niet meer opportuun zijn.


In mijn reactie aan het IPO1 concludeer ik dat voor het financiële toezicht van mijn ministerie op de provincies en van de provincies op de gemeenten kan worden volstaan met de twee lopende pilots in de provincies Noord-Brabant en Limburg en dat de uitkomsten van deze pilots zullen worden betrokken bij de beantwoording van de vraag over toekomstige opzet en invulling van het financiële toezicht. Voor het financiële toezicht van mijn ministerie op de provincies betekent de beslissing van IPO dat vooralsnog gekozen wordt voor voortzetting van de huidige vorm van regulier toezicht. Afschrift van mijn brief aan IPO heb ik ook verzonden aan VNG en Rfv.1


Nu het IPO besloten heeft niet te kiezen voor een pilot financieel toezicht op de provincies zal verdere behandeling van het wetsvoorstel worden opgeschort tot de uitkomsten van de pilots in de provincies Noord-Brabant en Limburg bekend zijn en de doorlichting zoals bepaald in het kabinetsstandpunt Interbestuurlijk Toezicht is afgerond.


Aanhouden van het wetsvoorstel hoeft mijns inziens geen gevolgen te hebben voor het nieuwe toezichtskader omdat een groot deel van dit kader ook onder de huidige wetgeving van toepassing is. Bovendien wordt met dit toezichtskader het duurzaamheidsaspect (de kern van het vernieuwde toezicht) bevorderd.


De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes

1  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.