Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting van het Ministerie van VROM (XI) voor het jaar 2007

30800 XI 86 Verslag van een algemeen overleg

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 86 Vastgesteld 13 maart 2007

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1 en de vaste commissie voor Financiën2 hebben op 7 februari 2007 overleg gevoerd met viceminister-president, minister Zalm van Financiën en minister Winsemius van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over:

– de brief van de minister van VROM van 21 december 2006 inzake het Verslag van de werking van de Huursubsidiewet en de Wet bevordering eigenwoningbezit (30 800 XI, nr. 70);

– de brief van de minister van Financiën van 26 januari 2007 over de uitvoering van de huurtoeslag door de Belastingdienst (30 800 XI, nr. 77);

– de brief van de minister van VROM van 26 januari 2007 over de reactie op het rapport «Van huursubsidie naar huurtoeslag» van de Nationale Ombudsman (30 800 XI, nr. 78).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Depla (PvdA) wijst erop dat in de brieven aan en in de antwoorden op vragen van de Kamer steeds wordt gesteld dat de uitvoering van de huurtoeslag goed verloopt. Zijn waarneming is echter anders. In 1000 gevallen zou er nog iets mis zijn en die problemen worden automatisch verholpen. De werkelijkheid is weerbarstiger, zo blijkt onder meer uit het rapport van de Nationale Ombudsman en uit een kleine enquête die hij zelf heeft gehouden onder 200 ouderverenigingen naar de klachten die zij ontvangen. De leden van de Kamer ontvangen ook veel e-mailberichten van mensen die problemen ondervinden bij de aanvraag en de uitbetaling van huurtoeslag. Die berichten staan natuurlijk voor veel andere klachten die niet worden gemeld. Nog in november jongstleden meldde de Belastingdienst aan mensen die telefonisch naar hun aanvraag informeerden, dat er nog achterstanden van 2006 moesten worden weggewerkt. Eind 2006 kwamen er bij de Woonbond, bij de Nationale Ombudsman en bij de Tweede Kamer nog klachten binnen van mensen die maanden moeten wachten voordat zij een formulier thuiskrijgen. De Belastingdienst bleek inde tweede helft van 2006 bovendien niet in staat om desgewenst wijzigingsformulieren huurtoeslag toe te sturen. De situatie is dus niet zo rooskleurig.

Er kan op verschillende momenten in het proces iets fout gaan. Volgens de procedure moet een aanvrager binnen acht weken na het indienen van zijn aanvraag antwoord krijgen en een huurtoeslag als hij daarvoor in aanmerking komt. Als die termijn zonder enig bericht is verlopen, neemt betrokkene contact op met de Belastingdienst. Als dan blijkt dat zijn aanvraag niet is ontvangen, moet hij een nieuwe aanvraag indienen en gaat er opnieuw een wachttijd van acht weken in. Zo kan het vele maanden duren voordat mensen de huurtoeslag krijgen. Gelukkig is inmiddels het systeem van spoedbetaling geïntroduceerd, maar dat is toch niet de koninklijke weg. Uit het rapport van de Nationale Ombudsman blijkt overigens dat de termijn van acht weken pas begint als de aanvraag bij de Belastingdienst is geregistreerd. Tussen het moment van ontvangst en de registratie kunnen soms enkele weken verstrijken.

Ook bij de behandeling van wijzigingen en bezwaarschriften gaat er wel eens iets mis. In sommige gevallen bleek een bezwaarschrift te zijn zoekgeraakt en dan moet de aanvrager opnieuw bezwaar aantekenen. Toch meldt de minister dat de bezwaarschriften snel worden afgehandeld.

Bij de behandeling van bijzondere situaties lijkt er structureel iets mis te gaan, in ieder geval als er sprake is van een hardheidsclausule of fiattering van de gemeente. Die afwijkingen zijn niet in het computersysteem opgenomen en daarom wordt er automatisch een afwijzing gegeven. De aanvrager moet daartegen bezwaar indienen en krijgt dan alsnog een beslissing. Voor 2007 is een automatische continuering ingevoerd, maar in dit systeem wordt teruggegrepen op de gegevens die begin 2006 zijn ingediend. Alle mensen die toen zijn afgewezen vanwege de hardheidsclausule en pas na een bezwaarprocedure de huurtoeslag hebben gekregen, hebben nu een brief ontvangen dat zij moeten terugbetalen en dat zij in 2007 geen recht hebben op huurtoeslag. Zo begint het hele circus weer van voren af aan. Wanneer kan dit probleem worden opgelost?

Ook de overdracht van gegevens van het ministerie van VROM aan de Belastingdienst is niet vlekkeloos verlopen. Daardoor zijn er aanvragen uit het systeem verdwenen of bestanden opgeschoond. Nu er bij de automatische continuering met oude gegevens wordt gewerkt, ontstaan er opnieuw problemen. Die kunnen er ook toe leiden dat mensen die onterecht een huurtoeslag ontvangen en dit ook hebben gemeld, hemel en aarde moeten bewegen om dit terug te draaien. Hoe en wanneer zijn de toeslag moeten terugbetalen, is niet altijd even duidelijk. Dit is exemplarisch voor de werkwijze van de Belastingdienst. De telefonisten beheersen de etiquette tot in de puntjes, maar ook hun baas blijkt bij verder doorvragen alleen heel veel van de telefoonetiquette te weten.

Kunnen de bewindslieden verklaren waarom in hun brieven zo weinig doorklinkt van al die klachten? Ook de HIPS klagen dat de telefoondienst van de Belastingdienst niet adequaat werkt; ze hebben de indruk dat zij iets moeten uitleggen aan de Belastingdienst in plaats van andersom. Bovendien krijgen ze te horen dat er nog steeds achterstanden zijn. Verder lijkt het erop dat veel applicaties nog niet zijn aangepast. De speciale procedure voor spoedbetalingen lijkt in individuele gevallen in negen van de tien keer niet te werken.

Mensen krijgen twee maanden de tijd om een onterecht verstrekte huurtoeslag terug te betalen. De heer Depla dringt erop aan dat er meer coulance wordt betoond, ook omdat de verantwoordelijkheid voor de problemen voor een deel bij de overheid ligt. Bij grotere bedragen zou een iets langere termijn mogelijk moeten zijn en ook zou er iets soepeler moeten worden beslist over het rentepercentage.

Het Landelijk Overleg Sociaal Raadsliedenwerk (LOSR) heeft een brief aan de Kamer gestuurd waarin een waslijst van technische knelpunten is opgenomen. Het is niet aan de Kamer om zich in de technische details te verdiepen, maar zij moet wel controleren of de uitvoering van de wet goed verloopt, te meer omdat tijdens de behandeling van de wet is geopperd dat het wellicht beter zou zijn om twee jaar de tijd te nemen voor de invoering van de wijziging. Hij vraagt om een schriftelijke reactie van de bewindslieden op de punten in de genoemde brief.

Dankzij het initiatiefwetsvoorstel Wolfsen kan de overheid een boete worden opgelegd als zij een termijn overschrijdt. Die wet ligt nu bij de Eerste Kamer en zal naar verwachting op 1 januari 2009 van kracht worden. Er is een ruime overgangstermijn gekozen opdat alle overheidsorganisaties zich op die werkwijze kunnen voorbereiden. De heer Depla dringt erop aan dat deze wet voor de Belastingdienst/Toeslagen al op 1 januari 2008 wordt ingevoerd. Als dit verzoek niet wordt gehonoreerd, zal hij hiertoe een initiatief indienen om duidelijk te maken dat het de overheid menens is en dat zij zelf op de blaren moet zitten.

Nu die verandering met stoom en kokend water moest worden doorgevoerd, zijn ook de ambtenaren van de Belastingdienst de dupe geworden. Zij hebben weekeinden overgewerkt, maar zij krijgen als dank voor die inzet voortdurend ontevreden mensen aan de telefoon. Het kabinet zou zich dit moeten aantrekken en moeten erkennen dat het een foute inschatting heeft gemaakt, want zij is ervoor verantwoordelijk dat deze mensen een opdracht hebben gekregen die zij niet kunnen uitvoeren.

Bij de najaarsnota is een overzicht verstrekt van de tegenvallers bij de afhandeling van de huursubsidie. Zijn er nog meer lijken in de kast of blijft het hierbij?


De heer Jansen (SP) meent dat iedereen die betrokken is bij de uitvoering van de huurtoeslag, ervan doordrongen moet zijn dat het merendeel van de aanvragers geen enkele financiële ruimte heeft. Twee derde van de mensen die huurtoeslag ontvangen, heeft een inkomen op het niveau van het wettelijk minimumloon of lager. Zij krijgen gemiddeld € 150 huurtoeslag en als dit een of meer maanden uitblijft, missen zij 15 tot 20% van hun inkomen. Ondanks de vriendelijke woorden in de brief van 26 januari jongstleden betwijfelt hij of dit gevoel van urgentie wel bij alle betrokkenen, inclusief de bewindslieden, aanwezig is. De stroom e-mailberichten en brieven is in ieder geval niet opgedroogd na 1 januari.

De grootste problemen lijken te worden veroorzaakt doordat aanvragen zoek raken, het callcenter als afpoeiercentrum fungeert in plaats van als aanspreekpunt en de doorlooptijden van aanvragen regelmatig te veel tijd vergen. De brief van het LOSR voegt hier nog heel wat details aan toe. Willen de bewindslieden hierop reageren?

De grootste knelpunten treden op in de volgende situaties: bij een eerste aanvraag, bij mutaties gemeld door de aanvrager bijvoorbeeld bij verhuizing en bij fouten in digitaal aangeleverd mutaties door verhuurders, gemeenten e.d. De continuering lijkt gelukkig wel goed te verlopen. Overigens vormen de verschillende peildata voor belastingjaren en huurverhogingen een bron van extra problemen. Kunnen deze data per 1 januari 2008 gelijk worden getrokken?

De heer Jansen doet een aantal concrete voorstellen om de uitvoeringspraktijk te verbeteren. Hij verwijst naar een aangehouden motie waarin wordt gevraagd om een boeteclausule voor het overschrijden van termijnen. De minister van Financiën heeft hierover opgemerkt dat de Belastingdienst dan moet gaan jakkeren wat de kwaliteit niet ten goede zal komen. Dit is wat merkwaardig, want als het probleem echt zo klein is als hij schetst, is er weinig aan de hand. Overigens merkt de heer Jansen op dat het hem niet uitmaakt of de boete tot stand komt door uitvoering van de motie of door een initiatiefwetsvoorstel. Hij pleit voor de kortste weg.

De kwaliteit van het callcenter voor aanvragers en het loket voor professionals en hulpverleners moet dringend worden verbeterd. Het is typisch dat een aantal professionals niet eens op de hoogte is van het bestaan van een speciaal loket.

Hij dringt erop aan dat de Kamer tot het moment dat de uitvoering goed verloopt, iedere drie maanden een overzicht ontvangt met kengetallen van de productie zoals het aantal nieuwe aanvragen, mutaties, afgehandelde aanvragen, doorlooptijden, e.d. Dit kan gecombineerd worden met informatie over de uitvoering van de zorgtoeslag en de kinderopvangtoeslag, want ook op dit punt is extra aandacht wenselijk.

De woningcorporaties zouden met ingang van het subsidiejaar 2008 de mogelijkheid moeten hebben om medewerkers te laten certificeren voor een functie front office huurtoeslag met een on line aansluiting op de centrale database van de Belastingdienst, een soort turboversie van de HIPS. Zo kunnen de praktische problemen bij aanvragen en mutaties dicht bij de klant worden afgehandeld, terwijl tegelijkertijd de voordelen van de integratie in de Belastingdienst gehandhaafd blijven. De heer Jansen wijst erop dat het voor juli 2002 toen de huursubsidie gecentraliseerd werd, gebruikelijk was dat een huurder de eerste maand dat hij zijn woning betrok al subsidie kreeg via de woningcorporatie.

Het rapport van de Nationale Ombudsman en de brief van de minister van VROM hebben vooral betrekking op de oude huursubsidiegevallen van voor 1 januari 2006 die nog steeds niet zijn afgehandeld. De terugvorderingen over deze periode worden afgehandeld door het ministerie van VROM, terwijl vrijwel alle deskundige medewerkers in juli 2005 zijn overgegaan naar de Belastingdienst. De minister noemt dit in zijn brief een duivels dilemma. Dit dilemma is veroorzaakt door zijn ambtsvoorganger, maar de mensen om wie het gaat, moeten op de blaren zitten. Kan de minister meer inzicht verstrekken over de lijken in de kast en een toezegging doen voor de afhandelingstermijn? Is hij bereid wat meer coulance te tonen bij het terugvorderen in die gevallen waar delen van dossiers zijn verdwenen?

Uit het laatste jaarverslag over de werking van de Huursubsidiewet blijkt dat de huurquotes gestegen zijn. Dit is een logisch gevolg van de verhoogde normhuur. Het gevolg is dat sommige categorieën huishoudens met huursubsidie in de laatste helft van 2005 meer dan 30% van hun besteedbare inkomen kwijt waren aan huur. Het record wordt gevestigd door alleenstaande uitkeringsgerechtigden zonder kind die 38,9% van hun netto-inkomen kwijt waren aan huur. Hoe denken de woordvoerders van de nieuwe coalitiepartijen hierover? Vinden zij het acceptabel dat minima na aftrek van hun huurtoeslag, in dit geval nog huursubsidie, bijna 40% van hun inkomen moeten inleveren bij de huisbaas? Zo nee, hoe hoog zullen zij de lat dan in de komende jaren leggen?

Blijkens het overzicht in het verslag zijn de rekenhuren in de tijdvakken 2002–2003, 2003–2004 en 2004–2005 gestegen met respectievelijk 3,6, 3,9 en 2,2%. Dit is meer dan de gemiddelde huurstijging in deze periode. Hoe kan dit worden verklaard? Verhogen de verhuurders de huur van huurders met huursubsidie meer dan gemiddeld omdat die vergoed wordt door het Rijk?

Het ministerie van VROM vordert nog steeds huursubsidie terug van voor 1 januari 2006 bij huurders waarvoor bij een definitieve belastingaanslag een inkomen is vastgesteld. Wordt er automatisch extra subsidie uitgekeerd indien het definitieve inkomen lager blijkt dan ten tijde van de aanvraag? Dezelfde vraag kan worden gesteld voor de huurtoeslag. Krijgen de aanvragers van huurtoeslag automatisch een nabetaling indien blijkt dat hun definitieve inkomen lager is dan bij de eerste toekenning?

In het verslag wordt ook ingegaan op de redelijkheid van de huurprijs. In het verslagjaar 2004–2005 was in 16% van de 16 000 gevallen de huur niet redelijk en boven het wettelijk maximum. Dit is een onthutsend resultaat en onderstreept het pleidooi voor het strafbaar stellen van het herhaaldelijk vragen van bovenwettelijke huren. Sinds 1 juli 2004 is overgeschakeld op een steekproefsgewijze controle van dit soort gevallen. Is hierdoor de pakkans toegenomen of lopen er juist minder huisjesmelkers tegen de lamp? In het laatste geval zou de oude werkwijze moeten worden hervat.


Mevrouw Van der Burg (VVD) stelt vast dat de afhandeling van de huursubsidie goed is verlopen sinds het rapport van de Algemene Rekenkamer en het implementatievoorstel ter verbetering. Zij deelt de analyse van de minister dat er een duivels dilemma is ontstaan. Een vertragingsmarge van 3% bij de brieven is echter redelijk hoog, gelet op de doelgroep. Een punt van zorg is dat er geen terugkoppeling was met de individuele aanvragers die daardoor in grote onzekerheid komen te verkeren. Inmiddels zijn er wel maatregelen genomen, maar die komen als mosterd na de maaltijd. In hoeverre worden de lessen die uit dit soort grote operaties kunnen worden getrokken, gedeeld met andere ministeries met andere beleidsterreinen opdat fouten in de toekomst kunnen worden vermeden?

Een mediacampagne om slechts 3% van de aanvragers te bereiken, lijkt niet zo’n goede actie. Zo’n campagne schept alleen maar onrust en levert onnodig veel telefoongesprekken op waardoor het apparaat overbelast kan raken. Het zou beter zijn geweest om die aanvragers direct te benaderen, wat inmiddels ook gebeurt.

De uitvoering van de huurtoeslag heeft tot veel problemen geleid. In de brief van 26 januari jongstleden wordt een aantal maatregelen aangekondigd zoals het automatisch continueren. Mevrouw Van der Burg onderschrijft die maatregel ook omdat die zal bijdragen aan het verminderen van de druk op de organisatie en het terugdringen van de administratieve lasten.

De minister maakt bezwaar tegen het hanteren van kortere dan de huidige wettelijke termijnen. Zij heeft daar begrip voor mede gelet op het feit dat het de Belastingdienst al moeite genoeg kost om aan de termijnen te voldoen en te reageren op de klachten die daarover worden geuit. De minister stelt voor om de komende periode de gerealiseerde afdoeningstermijnen te monitoren en waar mogelijk aanvullende maatregelen te treffen. Welke aanvullende maatregelen staan hem voor ogen? Welke intentie hebben die maatregelen?

De minister schrijft dat het loket voor professionele partijen goed werkt. Die partijen geven echter aan dat bepaalde zaken niet mogelijk zijn zoals het werken met digitale certificaten. Mevrouw Van der Burg verwijst in dit verband naar de schriftelijke vragen die zij samen met mevrouw Dezentjé over dit onderwerp heeft gesteld en vraagt de minister om een reactie.


De heer Van Bochove (CDA) leidt uit het voorwoord bij het verslag van de werking van de Huursubsidiewet af dat de gegevens over de uitvoering voortaan worden aangeleverd in het Beheersverslag van de Belastingdienst, terwijl het ministerie van VROM jaarlijks verslag zal doen van de beleidseffecten van de wet. Hij dringt erop aan dat beide soorten gegevens worden samengevoegd in één verslag. Alleen op die manier kunnen de effecten van het beleid worden beoordeeld. Bovendien blijft het dossier huurbeleid op deze manier compleet en voor iedereen leesbaar en bruikbaar.

In het voorwoord staat ook dat het mogelijk is gebleken de uitvoering van het laatste tijdvak van de huursubsidie door VROM naar behoren te laten verlopen en dat het beoogde doel, een nagenoeg vlekkeloze uitvoering, is bereikt. Dit staat haaks op de conclusie van de Nationale Ombudsman dat er nog veel mis is en dat de werkvoorraden oplopen. Een belangrijk verwijt is dat de voorbereiding van het veranderingsproces onvoldoende zorgvuldig was. Toch werd de Kamer verzekerd dat het allemaal wel kon in de tijd die ervoor was uitgetrokken. Bovendien is er onvoldoende met de huurders gecommuniceerd over de achterstanden. Het is verbazingwekkend dat een ministerie dat al in 2002–2003 ervaring had opgedaan met vergelijkbare problemen, zo slecht was voorbereid op deze megaoperatie. Hoe is dit toch mogelijk? In de toekomst zal hier bij grootschalige veranderingen op het ministerie beter op worden ingespeeld, aldus de minister. Welke grootschalige veranderingen zijn er nog te verwachten op een ministerie dat na het vertrek van de verwerking van de huurtoeslag feitelijk het grootste deel van zijn budget kwijt is? Kan de minister niet veel beter bevorderen dat bij dit soort veranderingsprocessen binnen de totale rijksoverheid dergelijk slecht voorbereide operaties worden voorkomen?

Voor de problemen bij de uitvoering van de huurtoeslag is de minister van Financiën verantwoordelijk. De heer Van Bochove herhaalt een zin die hij in de periode 2002–2003 al heeft uitgesproken: er gaat heel veel goed. Van de een miljoen mensen die huurtoeslag ontvangen, krijgt het merendeel de toeslag op tijd. Het probleem is echter dat de mensen die de toeslag niet tijdig ontvangen, die zo dringend nodig hebben dat zij in de problemen komen. In deze categorie mogen er eigenlijk geen fouten worden gemaakt. Toch waren er 17 000 spoedbetalingen en 28 500 superspoedbetalingen nodig om de huurders met financiële problemen adequaat en op maat te helpen. De uitdrukking: redden wat er te redden valt, lijkt hier beter op zijn plaats. Wanneer is dit probleem eindelijk eens opgelost?

De Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën hier meermalen op aangesproken en gevraagd om maatregelen. Toch zijn er nog steeds veel knelpunten. In een brief van het LOSR worden die samengevat. De heer Bochove vraagt om een reactie op die brief ook al is hij het niet eens met ieder punt in die brief. Zo wordt voorgesteld dat de fiattering automatisch is verleend als een gemeente niet binnen een bepaalde tijd heeft gereageerd op een verzoek daartoe. Daardoor kunnen huurders met een laag inkomen ook in de problemen komen, omdat zij die fiattering nodig hebben vanwege de hogere huur. Er is dus wel enige zorgvuldigheid geboden.

De vangnetregeling huursubsidie is afgeschaft, omdat die na de overgang naar de huurtoeslag overbodig leek. Toch worden hier nog veel vragen over gesteld. In voorkomende gevallen kan het maanden duren voordat er op een aanvraag wordt beschikt. In de tussentijd kan met spoedbetalingen en superspoedbetalingen de ergste nood worden gelenigd, als mensen al van die regelingen op de hoogte zijn. De vangnetregeling maakte het mogelijk dat mensen bij de gemeente aanklopten met hun probleem en dan acuut werden geholpen. Het doet er niet toe of dit via gecertificeerde mensen bij de corporaties of via de medewerkers van de sociale dienst zal verlopen, maar de mensen die financiële steun en zorg nodig hebben, moeten adequaat en tijdig worden geholpen.

Antwoord van de bewindslieden

De minister van Financiën wijst erop dat de brief van 26 januari jongstleden er een is in een lange reeks brieven aan de Kamer. Daarnaast is er verschillende malen met de Kamer van gedachten gewisseld over de problemen die zich in het invoeringsjaar hebben voorgedaan en over de noodverbanden die zijn aangelegd om een en ander in goede banen te leggen zoals de spoedbetalingen en de superspoedbetalingen. De brief van 26 januari is geschreven in antwoord op de vraag naar de vooruitzichten voor 2007.

Het automatisch continueren is vrij goed verlopen. In circa 1000 gevallen niet, maar dit aantal moet worden afgezet tegen de totale populatie van ruim een miljoen. Daarnaast zijn er nog steeds problemen met eerste aanvragen en mutaties in wel meer dan 1000 gevallen. Deze problemen ontstaan doordat het systeem nog steeds niet stabiel is. De Belastingdienst werkt er hard aan om de systemen te verbeteren en stabiel te houden en maken, maar hij ondervindt de gevolgen van de wet van de remmende voorsprong. De dienst heeft een geavanceerd automatiseringssysteem dat bestaat uit heel veel systemen naast elkaar. Het koppelen van systemen van verschillende jaargangen is dan erg complex. Onder het motto Complexiteitsreductie wordt in de komende jaren een geheel nieuw automatiseringssysteem ingevoerd dat minder complex is en daardoor stabieler.

De Nationale Ombudsman heeft de Kamer vooral geïnformeerd over de gang van zaken in 2006. Zij werd daarover ook regelmatig op de hoogte gebracht door de staatssecretaris van Financiën en heeft met hem regelmatig gesproken over de problemen die zich voordeden bij de uitvoering. Uit het rapport van de Nationale Ombudsman komen dan ook geen echt nieuwe feiten naar voren. Dat de invoering moeizamer verliep dan was verwacht, heeft de staatssecretaris al eerder erkend. Daarom zijn in overleg met de Kamer noodvoorzieningen getroffen. De Algemene Rekenkamer zal zich hier ongetwijfeld kritisch over uitlaten, omdat er onverschuldigde betalingen zijn gedaan en voorschotten zijn verstrekt zonder deugdelijke onderbouwing. Die kritiek geldt dan de Kamer en het kabinet, omdat zij in onderling overleg onorthodoxe maatregelen hebben getroffen ter wille van mensen met weinig inkomen.

De medewerkers van de Belastingtelefoon, de klantenbalies en de HIPS kunnen niet altijd alles overzien in hun systemen. In de toekomst moet de inzage in het systeem beter worden opdat er adequater kan worden gereageerd.

De minister heeft de brief van het LOSR nog niet onder ogen gehad, maar hij zegt toe dat hij hier binnen een week op zal reageren.

Hij wil geen toezegging doen voor een financiële compensatie bij overschrijding van termijnen. Het is geen kwestie van onwil als de Belastingdienst de termijnen overschrijdt, het kan soms niet anders. Hij voelt zich niet vrij om nu een toezegging te doen, terwijl de financiële gevolgen van zo’n maatregel door zijn ambtsopvolger moeten worden opgelost.


Op verzoek van de minister voegt mevrouw J. Thunnissen (DG Belastingen) hieraan toe dat het overschrijden van de termijn de schuld is van de Belastingdienst, maar dat de dienst hier niets aan kan doen. De Belastingdienst heeft in de afgelopen jaren een volmaakt automatiseringssysteem opgebouwd waarin alle uitzonderingen zijn opgenomen. Dit systeem wordt nu met noodsystemen overeind gehouden opdat de burger kan worden bediend. Dat is het enige en belangrijkste uitgangspunt. Zij dringt er daarom op aan dat iedere burger die zich bij de Kamer meldt met een klacht of verzoek, wordt doorgestuurd naar de Belastingdienst want er zijn voorzieningen om hem of haar te helpen.

Het systeem is niet stabiel. In het kader van het project Complexiteitsreductie wordt het toeslagensysteem als eerste zo gereduceerd dat het hanteerbaar is en dat de gesignaleerde problemen tot het verleden gaan behoren. Alle kritiek op de dienst heeft geen invloed op het systeem, maar wel op de medewerkers die zich te kort gedaan voelen. Naar verwachting is er twee jaar nodig om het systeem volledig op orde te hebben. In de tussentijd neemt de omvang van de problemen wel af naarmate er meer mutaties en eerste aanvragen in het reguliere systeem zijn opgenomen. Het aantal eerste aanvragen en mutaties neemt onder andere af door het automatisch continueren. Bij de invoering van de eerste bijna zes miljoen aanvragen is het in een miljoen gevallen misgegaan. Die aanvragen sleept de dienst nog steeds met zich mee, maar hun aantal neemt natuurlijk wel af. Overigens zal deze reductie dienen als model voor alle andere systemen.


De minister zegt dat de problemen die zich bij de uitvoering zouden kunnen voordoen, zijn onderschat. De aandacht van de Belastingdienst is in de eerste plaats uitgegaan naar de individuele aanvragers die geholpen moeten worden. Dit kreeg en krijgt terecht de hoogste prioriteit. Daarnaast wordt ernaar gestreefd dat er binnen enkele jaren een zodanig stabiel systeem is dat de huidige knelpunten uit de wereld zijn geholpen. Overigens heeft het kabinet hier wel lering uitgetrokken. Zo is op het verzoek van de Kamer om op korte termijn een inkomensafhankelijke kindertoeslag in te voeren geantwoord met een invoeringstermijn die redelijk ver weg ligt, overigens tot ongenoegen van de politiek. De Belastingdienst is misschien iets te welwillend geweest in de richting van de «politieke bazen», maar de termijnen worden nu heel strak gesteld.

De mensen die toch tussen de wielen dreigen te komen, kunnen altijd een beroep doen op de spoedbetaling of de superspoedbetaling, maar dit zijn natuurlijk noodmaatregelen. Overigens is aan de vragenlijst van de telefonisten een vraag toegevoegd waardoor zij de mensen herkennen die recht hebben op een spoedbetaling.

Nadat het inkomen definitief is vastgesteld, wordt de huurtoeslag eventueel aangepast. Bij een hoger inkomen dan verondersteld, wordt er teruggevorderd, bij een lager inkomen dan verondersteld, wordt er automatisch een aanvulling op de toeslag verstrekt. Deze operatie is dus tweezijdig net als de inkomstenbelasting. Dit geldt overigens ook voor de zorgtoeslag. Voor de terugvordering geldt een termijn van twee maanden, maar als dit problemen oplevert, kan er een betalingsregeling worden getroffen. Betrokkene moet zich dan wel melden, want anders wordt er een invorderingsmaatregel getroffen en wordt er na twee maanden rente geheven.

Het verbaast hem dat het loket onbekend zou zijn bij de professionals, omdat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen de woningbouwcorporaties en de Belastingdienst.

Een van de lessen die uit de gang van zaken kan worden getrokken, is dat een systeem ook te perfect kan zijn. Het systeem van de Belastingdienst omvat alle uitzonderingen, maar daardoor is het groot, complex en instabiel.


Mevrouw Thunnissen zegt dat het een misverstand is dat het steeds dezelfde mensen zijn die problemen ontmoeten bijvoorbeeld doordat er sprake is van een hardheidsclausule. Het zijn steeds weer andere mensen waarbij het niet goed gaat. Daarom is er geen vangnetregeling nodig. Als het goed is, wordt ieder individueel probleem opgelost. Overigens vraagt zij of de heer Depla bereid is om de voorbeelden die hem ter beschikking staan met de Belastingdienst door te nemen. Dan kan worden vastgesteld of er sprake is van toeval of van een systeemfout. In theorie kan er geen sprake zijn van een systeemfout, maar het is goed om dit ook zo vast te stellen. Dan kan ook duidelijk worden gemaakt hoe de Belastingdienst een financieel probleem in voorkomende gevallen oplost. De Belastingdienst kan ambtshalve betalen en daarom is er geen vangnetregeling nodig.


De minister voegt hieraan toe dat zal worden nagegaan welke lessen hieruit kunnen worden getrokken en of er nog aanpassingen nodig zijn.

In de najaarsnota is er een tegenvaller gemeld en nu wordt gekeken naar de doorwerking daarvan. Doordat er sprake is van royale bevoorschotting en nog niet alle terugvorderingen zijn afgerond, kan de doorwerking naar latere jaren wellicht kleiner zijn. Dit vergt een nadere analyse die in de voorjaarsnota wordt opgenomen.

De bewindspersoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering moet daarover verantwoording afleggen aan het parlement en de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleid, legt daarover verantwoording af. De Belastingdienst legt in zijn jaarverslag soms ook verantwoording af op andere terreinen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het onderdeel Douane dat ook betrekking heeft op bijvoorbeeld vogels of cultureel erfgoed. Zo wordt voorkomen dat er allerhande geïntegreerde rapporten moeten worden uitgebracht met andere ministeries als er een stukje van hun taak wordt uitgevoerd, Voor zover de uitvoering echter relevante gegevens oplevert die ook voor de beoordeling en vorming van het beleid van belang zijn, horen die ook thuis in de rapportage van de minister van VROM. Dit gaat iets minder ver dan een volstrekte integratie, maar de minister van VROM ontvangt natuurlijk ook de rapportage over de uitvoering van de huurtoeslag. Hij kan daaruit afleiden wat relevant is voor de vormgeving van de toeslag of voor het beleid in het algemeen. Zo is er dus geen sprake van volstrekt gescheiden rapportages, maar een volledig geïntegreerde rapportage zou ook onduidelijkheden kunnen opleveren, bijvoorbeeld over de ministeriële verantwoordelijkheid.

De minister zegt toe dat er een driemaandelijkse rapportage zal worden uitgebracht over de voortgang van de uitvoering van de huurtoeslag.


De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zegt dat hij waar mogelijk graag gegevens zal integreren. Op dit moment lopen ze wat uit de pas, maar samen met de Belastingdienst zal worden geprobeerd tot een duidelijke samenhang te komen.

Het is waar dat er een aantal dingen verkeerd is ingeschat. Zo is er een groot aantal brieven ontvangen naar aanleiding van de scherpere controlemethoden. Die kwamen onverwacht en hebben behoorlijk wat werk opgeleverd. Dit komt dan bovenop de verandering van organisatie die toch al ingewikkeld was.

Er staat nog een terugvordering open van 90 mln. Dit zijn geen oude lijken, maar reguliere terugvorderingen die tot vijf jaar mogelijk zijn. De uitvoering levert geen problemen meer op voor de oude huursubsidie. Er zijn nog wel wat problemen met de correspondentie beroep en bezwaar, maar daarover is al eerder gerapporteerd.

Het klopt dat de rekenhuren meer dan gemiddeld zijn gestegen. In de kengetallen zijn echter ook de doorwerking van woningverbetering, nieuwe verhuringen, e.d. meegenomen en niet alleen de gewone jaarlijkse huurverhoging.

Het systeem van de huursubsidie is tweezijdig net als de huurtoeslag, dat wil zeggen dat er ook wordt terugbetaald indien wordt vastgesteld dat het inkomen lager was dan verondersteld.

Naast de afhandeling van de huursubsidie wordt er gewerkt aan de omvorming van huurgeschillen. Daar werken zo’n 150 mensen aan en natuurlijk wordt bij de uitvoering van deze taken rekening gehouden met de lessen die uit deze operatie kunnen worden getrokken.

Nadere gedachtewisseling

De heer Van Bochove (CDA) stelt vast dat het proces voor het overgrote deel van de ontvangers van een huurtoeslag goed verloopt. Alleen een klein deel van de mutaties en nieuwe aanvragen levert nog problemen op, maar dit is slechts een klein deel van het totaal dat bovendien steeds kleiner wordt doordat de Belastingdienst die steeds beter kan verwerken.

Hij weerspreekt dat de Kamer de medewerkers van de Belastingdienst te kort zou willen doen, integendeel zelfs. Hij hoopt echter dat zij zich van hun kant realiseren dat de leden gehouden zijn om op te komen voor de mensen die problemen ondervinden.

Hij noteert de toezegging van de minister dat er toch nog eens zal worden gekeken naar de mogelijkheid van een vangnetconstructie. Uit het antwoord kan worden afgeleid dat er geen probleem zou hoeven te zijn door de mogelijkheid van spoedbetaling en superspoedbetaling, maar de mensen die het aangaat, kunnen vaak moeilijk de weg vinden. Bovendien hebben zij moeite met het overbrengen van hun verhaal, wat ook weer fricties en problemen kan oproepen.


De heer Jansen (SP) vraagt of in de reactie op de brief van het LOSR ook kan worden ingegaan op de suggestie van een front office voor huurtoeslagen dicht bij de mensen.


De heer Depla (PvdA) benadrukt dat de Kamer bij de behandeling van de Awir (Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen) een inschattingsfout heeft gemaakt; zij heeft onderschat wat deze operatie met zich meebracht. Aan de andere kant zei de staatssecretaris van Financiën in mei 2006 dat de kinderziekten waren opgelost en dat de uitvoering naar behoren kon plaatsvinden. De gesprekken en correspondentie hebben alle betrekking op de politieke verantwoordelijkheid voor de uitvoering en zijn zeker niet bedoeld als kritiek op de medewerkers van de Belastingdienst die onder grote druk hun werk moeten doen. Het lijkt erop dat de politiek te veel haast heeft gemaakt en dat het politieke prestige belangrijker was dan de uitvoeringskwaliteit.

Helaas zal het nog twee jaar duren voordat de systemen op orde zijn. Hij neemt de uitnodiging aan om in een onderling gesprek de klachten en opmerkingen die hem bereiken door te nemen. Hij suggereert om ook de heer Jansen daarbij te betrekken die ook veel berichten heeft ontvangen.

Kan de minister een inschatting geven van de kosten die zullen zijn gemoeid met de invoering van een financiële compensatie bij overschrijding van de termijnen?

In aansluiting op de opmerking van de heer Van Bochove over een onderzoek naar de mogelijkheid van een vangnetregeling voor mensen die de weg naar de Belastingdienst moeilijk of niet kunnen vinden, vraagt de heer Depla of in dit kader ook aandacht kan worden geschonken aan de positie van de zaakgelastigden van mensen die proberen om een probleem op te lossen.


De minister van Financiën is erkentelijk voor de opmerkingen over de Belastingdienst. Het is geen kwestie van onwil, maar van onvermogen om alles goed te laten verlopen.

Aan de hand van de voorbeelden van incidenten waarover de Kamer beschikt, zal worden nagegaan of er wellicht nog een andere voorziening nodig is. Tussen de Kamer en het kabinet bestaat geen enkel verschil van mening over het doel van deze regeling, namelijk om iedereen zo goed en zo snel mogelijk te bedienen. Alles wat daarbij dienstig en praktisch kan zijn, is welkom. Tot nu toe werd gedacht dat weer een aparte regeling niet het doel dient, maar als dit wel het geval blijkt te zijn, zal dit pragmatisch en niet principieel worden benaderd.

In de reactie op de brief van het LOSR zal ook worden ingegaan op de mogelijkheden van een front office dicht bij de mensen. Verder zal worden ingegaan op de kwestie van de zaakgelastigden. Daarbij moeten natuurlijk de nodige zorgvuldigheidseisen in acht worden genomen, want iedereen kan zich als zodanig voordoen. Bovendien spelen privacyaspecten hierbij een rol.

De minister zegt dat hij graag de heren Depla en Jansen ontvangt voor een analyse van de brieven die de Kamer ontvangt. De brieven die de Belastingdienst ontvangt worden ook geanalyseerd om te ontdekken of daar een bepaalde lijn in zit. Vergelijking met de brieven van de Kamer levert misschien nog meer duidelijkheid op en misschien ook wel verbeterpunten.

Het is nu niet te voorspellen wat de introductie van een boetesysteem zal kosten. Het initiatiefwetsvoorstel lijkt vooral bedoeld als een stimulans voor de betrokken diensten om de termijnen niet onnodig te overschrijden. Het introduceren van boetes heeft nu niet zo veel zin, omdat de omstandigheden ervoor zorgen dat de termijnen niet kunnen worden gehaald en niet de inzet of betrokkenheid van de medewerkers.

Toezeggingen

De voorzitter vat de toezeggingen als volgt samen:

– de Kamer ontvangt binnen een week een reactie op de brief van het LOSR. Daarin zal ook worden ingegaan op de vragen over een front office en de positie van zaakgelastigden.

– de Kamer ontvangt een driemaandelijkse rapportage over de uitvoering van de huurtoeslag;

– relevante uitvoeringsgegevens zullen in de jaarlijkse rapportages worden gekoppeld aan de beleidsgegevens;

– de woordvoerders worden ontvangen voor een technisch overleg over incidentele en individuele gevallen om die te relateren aan de systeemmogelijkheden en -onmogelijkheden;

– de Kamer wordt geïnformeerd over de mogelijkheden van een vangnetregeling.


De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Koopmans

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Tichelaar

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Van der Leeden

1  Samenstelling:Leden: Schreijer-Pierik (CDA), Van Gent (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koopmans (CDA), voorzitter, Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Roefs (PvdA), ondervoorzitter, Neppérus (VVD), Van Leeuwen (SP), Jansen (SP), Jacobi (PvdA), Jules Kortenhorst (CDA), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV) en Ouwehand (PvdD).Plv. leden: Sterk (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Remkes (VVD), Crone (PvdA), Hessels (CDA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Koppejan (CDA), Ormel (CDA), Koşer Kaya (D66), Leijten (SP), Kamp (VVD), Smeets (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Zijlstra (VVD), Langkamp (SP), Gerkens (SP), Waalkens (PvdA), Haverkamp (CDA), Van Beek (VVD), Mastwijk (CDA), Dijksma (PvdA), Agema (PVV) en Thieme (PvdD).

2  Samenstelling:Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Tichelaar (PvdA), voorzitter, Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Smeets (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (ChristenUnie), Jules Kortenhorst (CDA), Van der Burg (VVD), Tony van Dijck (PVV), Heerts (PvdA), Vermeij (PvdA), Gesthuizen (SP) en Ouwehand (PvdD).Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Van Dam (PvdA), Halsema (GroenLinks), Remkes (VVD), Koopmans (CDA), Aptroot (VVD), Van der Veen (PvdA), Van Gerven (SP), Jan de Vries (CDA), Roland Kortenhorst (CDA), Koenders (PvdA), De Krom (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP), Ulenbelt (SP), Haverkamp (CDA), Rouvoet (ChristenUnie), Mastwijk (CDA), Schippers (VVD), De Roon (PVV), Kalma (PvdA), Spekman (PvdA), Van Gijlswijk (SP) en Thieme (PvdD).