Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2007

30800 VII 39 Verslag van een algemeen overleg

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 39 Vastgesteld 28 februari 2007

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1 heeft op 1 februari 2007 overleg gevoerd met minister Remkes van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over:

– het Jaarverslag 2005 van de AIVD (30 300 VII, nr. 59);

– de lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag van de AIVD over 2005 (30 800 VII, nr. 4);

– het Jaarverslag 2005 van de Commissie van toezicht AIVD (BZK060238);

– het onderzoeksrapport democratische controle inlichtingen- en veiligheidsdiensten (29 876, nr. 8);

– de rapportage van de werkgroep Gegevensverstrekking – lokaal bestuur (29 876, nr. 9);

– de lijst van vragen en antwoorden over de brief van de minister van 21 juni 2006 over de uitspraak in het kort geding dat door de Telegraaf tegen de Staat der Nederlanden is aangespannen (29 876, nr. 18);

– het toezichtsrapport CTIVD inzake het onderzoek van de AIVD naar het uitlekken van staatsgeheimen van 6 december 2006 (29 876, nr. 19);

– de brief van de minister van 8 december 2006 inzake ontwikkelingen rond extreemrechtse groepen (28 684, nr. 106);

– de brief van de minister van 20 december 2006 over de resultaten van de onderzoeken naar aanleiding van de Telegraafpublicaties (29 876, nr. 20).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA) merkt op dat optimalisering van de werkwijze van de AIVD blijvend aandacht zal verdienen. Een van de doelstellingen van het beleid is het zo transparant mogelijk opereren van deze dienst. Is die doelstelling bereikt?

In het algemene deel van het Jaarverslag 2005 van de AIVD staat dat jihadistisch terrorisme steeds vaker een product van eigen bodem is. Gematigde krachten binnen de moslimgemeenschap geven echter in toenemende mate voorzichtig tegengas aan de opvattingen van extremistische moslims. Dat is hoopgevend. Deze ontwikkeling verdient meer aandacht. Een weerbare samenleving roept burgers namelijk op tot het geven van tegengas aan radicaliserende en extremistische tendensen. Een open democratie heeft behoefte aan bewaking van die openheid.

Mevrouw De Pater signaleert voorts dat het aantal A-onderzoeken van de AIVD met 41% is gestegen. Welke verklaring is hiervoor te geven? Worden meer functies als vertrouwelijk aangemerkt en dus als A-functies bestempeld? Gelden daarvoor duidelijke criteria? Is de AIVD inmiddels in staat om meer A-onderzoeken uit te voeren?

De Werkgroep gegevensverstrekking lokaal bestuur – burgemeesters heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gerapporteerd met betrekking tot de verstrekking van veiligheidsgegevens door landelijke diensten aan het lokale bestuur. De minister neemt alle aanbevelingen van de werkgroep over. Kennelijk is het de minister gebleken dat een verdere optimalisatie niet een kwestie van regelgeving is, maar van cultuur. Hij zou echter niet de illusie moeten hebben dat bij een volgend incident niet opnieuw de vraag aan de orde komt of de informatie wel op tijd en met de juiste personen is gedeeld.

Terecht is onlangs de basisstructuur van de informatiehuishouding van de regionale politiekorpsen versterkt met 150 fte’s. Daarmee is echter ook het risico toegenomen van het lekken van informatie. Daarom mag alertheid op dit punt niet verslappen.

Mevrouw De Pater herinnert eraan dat naar het oordeel van de rechter journalisten niet gevrijwaard zijn van onderzoeken door de AIVD. Tegen deze uitspraak is men in cassatie gegaan. Op basis van het oordeel van de Hoge Raad kan worden bezien of de wetgeving aanpassing behoeft. De minister heeft aangekondigd dat hij overweegt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zodanig te wijzigen dat het ook voor de burgerlijke rechter mogelijk wordt om vertrouwelijk kennis te nemen van zaken die in het belang van de nationale veiligheid niet publiekelijk behandeld kunnen worden. Het is echter nog te vroeg om te besluiten het wetboek te wijzigen en de burgerlijke rechter deze bevoegdheid te geven. Daarmee doorkruist de minister namelijk het publieke debat.

De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten constateert dat de AIVD een telefoon heeft getapt voordat de minister daartoe toestemming had gegeven. Men besloot de telefoon te tappen in de veronderstelling dat de minister zijn toestemming zou geven. Bij die tap ging het overigens niet om vitale informatie en men heeft duidelijk te voortvarend gehandeld. Daarnaast is getapt op telefoons die niet behoorden tot de kring van de targets. De informatie van die taps bevatte geen relevante informatie. Het is merkwaardig dat men nog een tijdje is doorgegaan met het tappen van deze telefoons nadat men constateerde dat niet de juiste telefoons werden afgeluisterd.

Mevrouw De Pater zegt tot slot dat de AIVD-onderzoeken zich niet kunnen richten op het verzamelen van bewijs voor een strafproces. Zij vindt het terecht dat daarop nog eens wordt gewezen. Elke instantie heeft een eigen rol. Het OM verzamelt het bewijs en die informatie is toegankelijk voor alle partijen.


Mevrouw Kuiken (PvdA) vraagt zich af of de AIVD wel voldoende in staat is om grip te krijgen op de terroristische netwerken in Nederland. De radicaliserende jongeren zijn namelijk niet onder een bepaalde noemer te rangschikken en zij bevinden zich verspreid over het land. Deze radicaliserende jongeren lijken te handelen uit boosheid op de gehele Westerse wereld. Ook de omstandigheden waaronder terroristen hun activiteiten voorbereiden, geven de AIVD weinig houvast. Al deze factoren maken het voor de AIVD moeilijk om radicaliserende jongeren aan te pakken. Deze analyse wordt gedeeld door de heer Bakker van het Clingendael Centrum voor Strategische Studies. Is de minister het met die analyse eens?

Juist vanwege de ongrijpbaarheid van terroristische netwerken is het belangrijk om de onvrede in de samenleving tijdig op te sporen. Tijdige en actieve informatie-uitwisseling tussen overheden is erg belangrijk. Vooral de informatie die op lokaal niveau wordt verkregen, is nuttig. Een buurtrechercheur kan namelijk veel eerder verkeerde ontwikkelingen signaleren dan de AIVD. Daarom is het belangrijk dat burgemeesters en andere lokale bestuurders goed worden geïnformeerd. Het is dan ook opmerkelijk dat burgemeesters onvoldoende werden betrokken bij de werkzaamheden van de Werkgroep gegevensverstrekking lokaal bestuur. Zijn de aanbevelingen van deze werkgroep opgevolgd? Klopt het dat de VNG en het Genootschap van burgemeesters onvoldoende zijn betrokken bij deze werkgroep? Zo ja, waarom is dat niet gebeurd?

Mevrouw Kuiken herinnert eraan dat een persoon die betrokken was bij de aanslag in Londen een groot bedrag op zijn rekening had staan. Het hebben van een extreem hoog bedrag op een persoonlijke rekening kan dus een indicatie zijn. Wordt zoiets in Nederland op grond van de Wet melding ongebruikelijke transacties gesignaleerd?

De PvdA-fractie vindt ook dat het proces tegen de journalisten die hun bron wilden beschermen afgewacht moet worden. Een werkgroep van de Kamer gaat na of de wet op dit punt lacunes kent. Op een ander moment zal dit onderwerp nader besproken kunnen worden.

Mevrouw Kuiken spreekt tot slot haar zorg uit over het oprukkend rechts extremisme in Nederland. Angela Merkel heeft zich onlangs uitgelaten over het rechts extremisme in Duitsland. De minister zegt in antwoord op vragen van de fractie van de PvdA dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor bedreiging vanuit rechts extremistische hoek. De bevindingen van de monitor racisme en extremisme van de Universiteit van Leiden en de Anne Frankstichting zijn daarmee in tegenspraak. Wat vindt de minister van die bevindingen?


Mevrouw Griffith (VVD) is blij dat in 2005 de AIVD zijn aandacht niet alleen heeft gericht op jihadistische, terroristische groeperingen, maar ook aandacht heeft gehad voor links en rechts extremisme alsmede voor dierenrechtenactivisten. Wat heeft die aandacht voor links en rechts extremisme en met name voor dierenrechtenactivisme concreet opgeleverd? Het aantal activiteiten bij beide groeperingen en zeker bij dierenrechtenactivisten is de afgelopen tijd sterk toegenomen. Heeft de minister vanwege de aandacht van de AIVD voor deze toename concrete acties voor ogen? Welke informatie kan hij de Kamer hierover verschaffen?

De AIVD constateert dat er zowel bij de overheid als bij het bedrijfsleven sinds enige jaren een verlaagd niveau van bewustzijn is voor het gevaar van buitenlandse inlichtingendiensten. Daarom luidt de AIVD de alarmbel en spreekt van een aanzienlijk veiligheidsrisico. Verschillende buitenlandse inlichtingendiensten zijn namelijk op tal van terreinen in Nederland heimelijk actief. Welke landen laten hier hun inlichtingendiensten informatie verzamelen? Wat doen die inlichtingendiensten precies? Is hierover gesproken met vertegenwoordigers van buitenlandse inlichtingendiensten? Wat betekenen de activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten in Nederland voor de samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten bij het bestrijden van de grensoverschrijdende criminaliteit en het terrorisme? Hebben de Nederlandse inlichtingendiensten nog vertrouwen in de buitenlandse inlichtingendiensten?

In het jaarverslag van de AIVD staat dat islamitische huwelijken vaak een indicatie zijn voor radicalisering. Juist omdat men voorzichtig moet zijn met stigmatisering, gaat men met een dergelijke opmerking nogal ver. Vindt de minister deze opmerking ook niet ongenuanceerd?

De hoogleraar terrorisme De Graaff stelt dat de taakopvatting van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten te beperkt is. Volgens deze hoogleraar moet er een kamer komen voor de rechtmatigheidstoets en een kamer voor de doelmatigheidstoets. Wat vindt de minister hiervan?

De CTIVD doet in haar rapporten regelmatig aanbevelingen. De commissie zegt bijvoorbeeld dat nadrukkelijker moet worden aangegeven in welke fase van het onderzoek van de AIVD de landelijke officier van justitie betrokken moet worden bij het onderzoek. Daarvoor zouden dus nadere richtlijnen moeten komen. Neemt de minister die aanbeveling over? Zo ja, zijn deze richtlijnen reeds opgesteld? De commissie zegt ook dat er voor het werk van journalisten regels moeten komen. Gaat de minister die aanbeveling eveneens overnemen?

De commissie heeft verder gewezen op de bijzondere positie van klassieke verschoningsgerechtigden, zoals advocaten en artsen. De minister kan nu de AIVD evenwel toestemming verlenen om gedurende drie maanden bijzondere bevoegdheden in te zetten. Na die drie maanden moet de dienst om verlenging vragen. De commissie vindt dat die termijn van drie maanden verkort moet worden tot één maand en dat de minister meer zijn politieke verantwoordelijkheid moet invullen. Neemt de minister deze aanbeveling ook over? Wil hij met een schematisch overzicht aangeven welke aanbevelingen hij wel overneemt en welke niet?

Mevrouw Griffith sluit zich aan bij de vragen van de fractie van de PvdA over de betrokkenheid van het lokaal bestuur bij de werkzaamheden van de Werkgroep gegevensverstrekking aan het lokaal bestuur. Deze werkgroep zou eind 2006 aan de minister rapport uitbrengen. Kan de Kamer dat rapport ontvangen?

Uit de stukken blijkt dat naar het lekken van staatsgeheimen naar De Telegraaf vijf onderzoeken zijn ingesteld. Het rapport van een van deze onderzoeken is geagendeerd. Kan de minister iets zeggen over de andere onderzoeken?


De heer Brinkman (PVV) vindt dat het jaarverslag van de AIVD, dat evenals het jaarverslag van de CTIVD op een te laat tijdstip wordt besproken, een schokkende mededeling bevat. Daarin wordt namelijk gesteld dat een klein aantal stichtingen en moskeeën van salafitische signatuur reeds jaren sterk anti-integratieve opvattingen uitdraagt. Zij zouden trachten de salafitische invloed te vergroten door onder andere zendingsbijeenkomsten te organiseren. De AIVD onderzoekt wat er op deze bijeenkomsten gebeurt, omdat de diensten een intolerant, onverdraagzaam, isolationistisch en antiwesters karakter dragen dat een risico voor de democratische rechtsorde met zich meebrengt. De AIVD stelt ook dat deze sterk anti-integratieve en antiwesterse boodschap in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de radicalisering van sommige moslimjongeren. Om welke moskeeën en stichtingen gaat het hier? Hoeveel imams, bestuurders of andere oproerkraaiers die aan deze moskeeën en stichtingen verbonden zijn, zijn het land uitgezet? Wanneer worden deze moskeeën gesloten en deze stichtingen verboden? De AIVD stelt wel dat een kentering bij deze centra waarneembaar lijkt, maar de dienst zet terecht vraagtekens bij de oprechtheid van bezoekers van de centra die over deze kentering spreken. De imam van de as Soennah moskee weigert bijvoorbeeld geweld tegen makers van grappen over de islam af te zweren.

De heer Brinkman meent dat het op grond van deze berichten tijd is om de koers te wijzigen en om de samenleving te ontdoen van deze invloeden. Blijkens het antwoord op vraag 22 is vanuit de salafitische centra en vanwege de dawa’s daar een toename van het aantal anti-integratieve lessen te verwachten. Dat is reden te meer om iets tegen deze centra te doen en natuurlijk ook tegen alle andere centra waar een antiwesterse en een anti-integratieve boodschap wordt verkondigd. Dat betekent dat ook maatregelen tegen Turkse moskeeën aan de orde kunnen zijn.

In het jaarverslag van de AIVD staat dat deze dienst een ambtsbericht heeft doen uitgaan over een illegaal in Nederland verblijvende godsdienstleraar die vanwege zijn radicale gedachtegoed een gevaar voor de nationale veiligheid vormt. Deze man is definitief naar Turkije uitgezet. Vormt niet elke godsdienstleraar die een radicaal gedachtegoed uitdraagt een gevaar voor de nationale veiligheid? Zo neen, waarom niet en, zo ja, waarom worden deze personen niet allemaal uitgezet?

De AIVD stelt dat inlichtingendiensten van vreemde mogendheden een groeiende belangstelling voor Nederland aan de dag leggen. Welke landen zijn die vreemde mogendheden? Heeft de minister de ambassadeurs van deze landen op het matje geroepen. Zo neen, waarom niet?

Het verheugt de fractie van de PVV dat de AIVD in zijn onderzoek naar het uitlekken van staatsgeheimen op volgens het CTIVD een drietal kleine omissies na zijn werk goed heeft gedaan. Kennelijk heeft de AIVD de criteria noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit telkens goed gehanteerd en de juiste beslissingen genomen. Die constatering is niet te rijmen met het advies van de CTIVD om de termijn voor het inzetten van bijzondere bevoegdheden tegen personen met al dan niet een beperkt verschoningsrecht te verkorten van drie maanden tot één maand. De AIVD heeft immers bewezen de criteria goed toe te passen. Daarom zou deze termijn dan ook niet verkort moeten worden. Wel moet het advies van de CTIVD opgevolgd worden om nadere, interne richtlijnen voor de AIVD op te stellen voor de terughoudendheid bij de inzet van bijzondere bevoegdheden tegen personen die op grond van de wet en/of rechtspraak een al dan niet beperkt verschoningsrecht hebben. De minister zou moeten nagaan of een en ander met wetgeving kan worden vastgelegd. Daarbij zou de jurisprudentie van het EHRM over het journalistieke recht op bronbescherming in aanmerking kunnen worden genomen.


De heer Van Raak (SP) mist in het jaarverslag van de AIVD een verklaring voor de vele lekken. Is er geen analyse gemaakt van het ontstaan van die lekken? Het lekken bij de AIVD duidt overigens op structurele problemen, want zij worden veroorzaakt door AIVD’ers. Volgens de minister gaat het bij de AIVD om een restrisico, maar de commissie-Havermans constateerde reeds in 2004 in het rapport De AIVD in verandering structurele tekortkomingen bij de verantwoording van de inlichtingendiensten. Ook de commissie voor de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten controleerde niet voldoende grondig en het kwam niet tot fundamentele discussies over het functioneren van de AIVD. De Kamercommissie zou verder een te beperkte rol hebben.

Opvallend is dat de minister de AIVD geen integriteitsonderzoeken meer wil laten uitvoeren. Die zouden niet passen bij de taakomschrijving van deze dienst. Er wordt wel een meldpunt Integriteitsaantastingen ingesteld. Wat is de reden dat de minister niet wil doorgaan met integriteitsonderzoeken?

De heer Van Raak wijst erop dat de AIVD door toedoen van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten de facto meer bevoegdheden heeft gekregen. Die commissie heeft het langdurig aftappen van telefoons van journalisten van De Telegraaf immers goedgekeurd. Voor deze bevoegdheid van de AIVD gelden echter beperkingen. In het algemeen moet men terughoudend zijn met het tappen van telefoons van journalisten en men mag niet tappen om alleen een bron te achterhalen. In het geval van de klassieke geheimhouders met een verschoningsrecht moet een nog zorgvuldiger afweging worden gemaakt. Aanbevolen wordt om niet langer dan één maand te tappen en er moeten nieuwe, duidelijke eisen worden geformuleerd. Wanneer kan de Kamer kennisnemen van die nieuwe, duidelijke eisen? Wat gebeurt er zolang die eisen er nog niet zijn? De minister zegt alle aanbevelingen van de commissie over te nemen. Blijft hij daar bij en, zo neen, welke neemt hij niet over?

De minister stelt in zijn reactie op het rapport van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten dat hij het inzetten van bijzondere opsporingsbevoegdheden van de veiligheidsdiensten vaker in het geheim door de rechter wil laten toetsten. Dit is verontrustend. De minister zou heel zorgvuldig moeten opereren, zeker als het om de media gaat. Kan de minister iets meer zeggen over de omgang met het verschoningsrecht, in het bijzonder dat van journalisten?

De heer Van Raak stelt verder dat de minister in het verleden op vragen van de Kamer over de AIVD vaak de gewenste informatie niet kon verschaffen vanwege het vertrouwelijke karakter ervan. Daarmee deed zich een dilemma voor. Enerzijds was er de wens om een goede controle van het werk van de AIVD en anderzijds de noodzaak van het in acht nemen van bescherming van gegevens. Daardoor moest de Kamer blindelings vertrouwen hebben in het handelen van de minister. De kans blijft bestaan dat ook in de toekomst de Kamer de minister op zijn woord moet geloven.

Het Clingendael Centrum voor Strategische Studies constateerde in augustus 2005 aan de hand van een internationaal vergelijkend onderzoek grote verschillen tussen landen in het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Sommige landen hebben een meer sterke en meer democratische controle op de veiligheidsdiensten dan andere landen. De situatie in Duitsland laat zien dat een sterke geheime dienst kan samengaan met een bijbehorende sterke controle.

De heer Van Raak meent dat de werkwijze in Nederland voor verbetering vatbaar is. Samen met de minister wil hij zoeken naar een betere manier voor de controle van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Hij erkent dat bij die controle altijd een afweging gemaakt moet worden tussen enerzijds het belang van een democratische beoordeling en anderzijds de noodzaak van vertrouwelijkheid. Dit laat onverlet dat de huidige controle beter en efficiënter kan, vooral op het vlak van operationele zaken. Betere controle zal in kleine stapjes gestalte moeten krijgen. De commissie-Havermans heeft daartoe behartigenswaardige aanbevelingen gedaan. Zij stelt een bredere controle op de inlichtingendiensten voor en bij die controle zullen alle organen, de organisatie en de rechtmatigheid kunnen worden getoetst.

De heer Van Raak stelt voor om niet de fractievoorzitters, maar de fractiespecialisten van alle politieke partijen zitting te laten nemen in de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Is de minister ook van mening dat deze specialisten meer specifieke kennis kunnen hebben en dat die meer tijd voor de controle kunnen vrijmaken? Wellicht kan daardoor de controle iets verbeteren. De commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten zou ook meer mogelijkheden voor onderzoek en het horen van deskundigen kunnen krijgen. Daardoor zou een meer volwaardige controle ontstaan die deelneming van de SP-fractie aan deze commissie mogelijk maakt. Nu kan de minister nog te vaak een beroep doen op vertrouwelijkheid. Wat is de mening van de minister op dit punt? Heeft hij voorstellen tot verbetering van de werkwijze van de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten?

In reactie op een opmerking van mevrouw Griffith dat bij de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten de deur voor de SP-fractie altijd heeft open gestaan, antwoordt de heer Van Raak dat het zijn bedoeling is het huis van de controle zodanig in te richten dat het zinnig is daar naar binnen te gaan.


Mevrouw Azough (GroenLinks) meent dat de gedegen en zorgvuldige analyses van de AIVD duidt op het gevaar van het zich verder ontwikkelen van een tegencultuur onder orthodoxe, jonge moslims. Het ontstaan van de tegencultuur onder jonge moslims vloeit met name voort uit internationale spanningen. Het kabinet heeft echter onvoldoende gedaan om deze ontwikkeling tegen te gaan en dat is betreurenswaardig. Wat is de opvatting van de minister op dit punt?

Mevrouw Azough is het ook opgevallen dat de AIVD ongewenste bemoeienis door inlichtingendiensten van vreemde mogendheden signaleert. Om welke mogendheden gaat het hier en welke activiteiten ontplooien zij in Nederland? Wat denkt de minister tegen deze activiteiten te doen?

In het tijdschrift van het Nederlands juristencomité voor de mensenrechten van augustus 2006 staat dat in Nederland verstoringsacties worden uitgevoerd zonder enige wettelijke grondslag. Die verstoringsacties zouden volgens het artikel veel weg hebben van bestuurlijk pesten. Waarom worden mensen die als een potentieel risico voor de veiligheid moeten worden aangemerkt niet gewoon door de AIVD in de gaten gehouden? Hoe vaak is in de afgelopen periode sprake geweest van verstoringsacties?

Mevrouw Azough sluit zich aan bij de opmerkingen van de heer Van Raak over de noodzaak van een betere democratische controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Zij vindt het shockerend dat gevoelige informatie van de AIVD door de eigen ambtenaren is gelekt. Er is naar aanleiding van dit lekken een aantal maatregelen aangekondigd. Zijn die maatregelen al genomen? Wat zijn de gevolgen van het lekken van AIVD-informatie voor de samenwerking met andere internationale diensten geweest?

De fractie van GroenLinks vindt het recht op vrije nieuwsgaring een meer duidelijke bescherming behoeft. De CTIVD stelt voor interne richtlijnen op te stellen voor het tappen van telefoons van mensen met een verschoningsrecht. Is bekend wat die richtlijnen zullen behelzen? Wanneer zijn zij te verwachten? In België geldt inmiddels een duidelijke bronbescherming voor journalisten. De Kamer is naar aanleiding hiervan een brief toegezegd. Kan de minister hierover al iets meer zeggen?

Antwoord van de minister

De minister zegt dat het aan de Kamer is om een oordeel te geven over de parlementaire controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Hij wijst er evenwel op dat het internationaal vergelijkend onderzoek van Clingendael naar de verschillende manieren van parlementaire controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten tot de conclusie leidde dat in Nederland de parlementaire controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten fatsoenlijk is geregeld. De doelstelling van voldoende transparantie is ook gehaald. Hij acht het verder nuttig dat de commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een bezoek brengt aan de AIVD om zich over de diverse veiligheidsaspecten te laten inlichten.

De minister erkent dat de parlementaire controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan beperkingen onderhevig is. Soms nopen bronbescherming, actuele situaties en de relatie met buitenlandse diensten tot een terughoudend optreden. Dit doet zich vooral gevoelen bij operationele informatie. Het is dan ook te betreuren dat een enkele fractie vanwege die beperkingen haar verantwoordelijkheid niet neemt en weigert zitting te nemen in de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

De minister wijst er voorts op dat bij de AIVD geen sprake is van het structureel lekken van informatie. Een totale beveiliging op lekken is overigens niet mogelijk, omdat die het bedrijfsproces van de AIVD in gevaar kan brengen. Er zijn en er worden veel maatregelen genomen om het risico op lekken zo klein mogelijk te maken. De beveiliging van informatie heeft dus permanent de aandacht. Het lekken van informatie door de ambtenaren van de AIVD heeft overigens geen negatieve gevolgen gehad voor de relatie met buitenlandse diensten.

Het toetsten van de doelmatigheid van de AIVD is in de eerste plaats een taak van de Algemene Rekenkamer. De CTIVD kan daar wel opmerkingen over maken, maar zij controleert vooral de rechtmatigheid. Verder behandelt de Nationale ombudsman eventuele klachten. De minister ziet ook zelf toe op het doelmatig functioneren van de AIVD. Uitbreiding van de taakstelling van de CTIVD is dan ook niet nodig. De doelmatigheidstoets waarop de hoogleraar terrorisme doelde, betrof het totale instrumentarium van terreurbestrijding. Een evaluatie van deze doelmatigheid kan uiteraard op een gegeven moment aan de orde komen. De Kamercommissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten krijgt kwartaaloverzichten waaruit het een en ander blijkt. Die commissie kan met het oog op de parlementaire controle haar behoefte om meer informatie naar voren brengen en verder wordt aan de hand van een jaarplan aangegeven op welke manier de beschikbare middelen worden ingezet. Het plan voor 2007 zal de Kamer binnenkort ontvangen.

Het aantal vertrouwensfuncties bij de AIVD is in 2005 heel weinig gestegen. Het aantal veiligheidsonderzoeken is in 2005 met 5% gestegen. Dat is het gevolg van de stijging van het aantal personen belast met veiligheidsonderzoeken. Deze stijging hangt samen met de uitbreiding van de AIVD en de KLPD. Er worden echter geen andere criteria gehanteerd.

De AIVD is niet belast met persoonsgericht verstoren. De acties op dit gebied vallen onder de verantwoordelijkheid van de lokale overheden en de NCTB (Nationaal coördinator terrorismebestrijding). De juridische gronden ervoor staan in de Politiewet en de Gemeentewet. Bij twee kortgedingprocedures naar aanleiding van persoonsgericht verstoren bleek voor de verstoringsacties een valabele juridische grondslag te bestaan.

De minister merkt verder op dat de AIVD in 2005 zijn taken op het gebied van de integriteitsbevordering binnen het openbaar bestuur wel verder heeft afgebouwd, maar dat dit niet betekent dat er niets meer gebeurt op dit vlak. Op het ministerie van BZK is het Bureau Integriteitsbevordering voor de Openbare Sector opgericht. In 2007 wordt definitief besloten over de positionering van Mepia (Meldpunt integriteitsaantastingen).

De minister erkent dat de VNG geen vertegenwoordiging had in de Werkgroep gegevensverstrekking – burgemeesters, maar dat daarin wel korpsbeheerders zitting hadden. Van de kant van de VNG zijn geen klachten geuit over de samenstelling van deze werkgroep. Overigens is de werkgroep niet opgeheven. De uitwisseling van informatie tussen de AIVD en de G4 is intensief. Met de G4 is gesproken over de informatiebehoefte en het resultaat is in het plan voor 2007 verwerkt.

De AIVD heeft voor relevante gemeenten een groot aantal presentaties verzorgd over radicalisering en deze dienst heeft een aantal notities over dreiging van de nationale veiligheid voor het lokaal bestuur opgesteld. De nodige informatie wordt soms rechtstreeks ter kennis van de burgemeesters gebracht en soms verstrekt via de regionale inlichtingendiensten. Er wordt ook gecommuniceerd via de Raad van hoofdcommissarissen en het Strategisch Beraad Veiligheid.

De minister wijst er voorts op dat bij het tappen van telefoons vaak een afweging moet worden gemaakt. Om afluisteren te voorkomen gebruiken sommige personen namelijk een groot aantal telefoons die niet op de eigen naam staan. Een verkeerde keus is dan soms onvermijdelijk, maar als blijkt dat de tap overbodig is, wordt die gestopt. In een enkel geval is de AIVD wellicht te voortvarend tewerk gegaan, maar daarbij dient men de omstandigheden waarin deze dienst handelde in aanmerking te nemen.

Als een target een gevaar oplevert voor de nationale veiligheid kan de AIVD de financiële gegevens van die target onderzoeken. Daarvoor is bij deze dienst expertise aanwezig. Op grond van de Wet MOT zal allereerst de politie en justitie kunnen optreden.

De AMvB die het plegen van strafbare feiten door een agent van de AIVD regelt, zal naar verwachting in 2007 verschijnen. Deze maatregel kan in het kader van het zogenaamde post-Madrid-wetsvoorstel worden behandeld. Door de Kamer zijn naar aanleiding van de aanslagen in Madrid inmiddels voorstellen gedaan voor wijziging van de WIV (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten).

De minister zegt voorts in reactie op de opmerkingen over het islamitisch huwelijk dat een dergelijke verbintenis slechts een informele overeenkomst is. Op grond daarvan kan men dus geen rechten ontlenen. Het jaarverslag van de AIVD vermeldt het islamitisch huwelijk, omdat het kan samengaan met groepsdwang en intimidatie. In een enkel geval is ook sprake van radicalisering.

Een islamitische godsdienstleraar hoeft uiteraard geen gevaar voor de nationale veiligheid te zijn, omdat hij radicale uitspraken doet. Bovendien is radicaal denken iets anders dan oproepen tot geweld of haat. Als de AIVD echter merkt dat iemands optreden daarvoor wel een gevaar vormt voor de samenleving, wordt het OM of de IND in staat gesteld om op te treden.

De minister zegt voortaan meer expliciet te zullen aangeven welke aanbevelingen hij van de CTIVD overneemt. Hij herhaalt dat hij de aanbevelingen die de CTIVD thans doet, zal overnemen, dus ook de aanbeveling om de termijn voor het inzetten van bijzondere bevoegdheden voor personen met een verschoningsrecht te beperken. In de praktijk betekent dit slechts dat de minister vaker geraadpleegd wordt voor het inzetten van bijzondere bevoegdheden.

De minister zegt niet in het openbaar mededelingen te kunnen doen over de activiteiten van buitenlandse mogendheden in Nederland. De activiteiten kunnen politieke spionage betreffen, maar ook wetenschappelijke en bedrijfsspionage. Zij kunnen ook bestaan uit ongewenste beïnvloeding van mensen. In samenwerking met de MIVD (Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) is een geactualiseerde versie van de brochure Spionage en veiligheidsrisico’s uitgebracht. Daarin wordt een overzicht gegeven van mogelijke spionageactiviteiten en daarin staan ook actuele voorbeelden. Met die voorlichting aan bedrijven en overheidsinstellingen en soms met actief ingrijpen heeft de AIVD spionageactiviteiten helpen voorkomen of beëindigen. Als er buitenlandse diensten in Nederland actief zijn zonder goedkeuring van de AIVD, wordt actie genomen.

De minister merkt voorts op dat het huidige kabinet zich veel inspanningen heeft getroost om het lokale bestuur op zijn verantwoordelijkheid te wijzen bij het tegengaan van radicalisering. Het lokale bestuur heeft namelijk contacten in het onderwijs en in het buurt- en jongerenwerk. Dat bestuur moet dan ook in de onderhavige gevallen actie nemen. In sommige gemeenten kan het beleid van het lokale bestuur op dit punt verbeterd worden. In de halfjaarlijkse rapportage terrorismebestrijding staan tientallen maatregelen om radicalisering tegen te gaan.

De AIVD heeft geconstateerd dat de bestaande salafitische centra in Nederland aan invloed winnen. Vanuit deze centra worden sterk antiwesterse, antidemocratische en anti-integratieve boodschappen verkondigd. Deze centra blijven in gedrag en woord echter vaak binnen de grenzen van de wet, maar verwerpen wel de fundamenten van de Nederlandse rechtsstaat. Door de overheid wordt deze ontwikkeling tegengegaan door bestuursleden en imams van radicale moskeeën aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en door aan te geven dat bepaalde zaken in onze samenleving niet acceptabel zijn. Zolang men echter de grenzen van de wet in aanmerking neemt, kan de overheid niet strafrechtelijk optreden.

Er zijn signalen dat autonome, jihadistische netwerken zich internationaal oriënteren, onder andere via internet. De Kamer wordt met de halfjaarlijkse voortgangsrapportage terrorismebestrijding over dergelijke, zorgelijke ontwikkelingen geïnformeerd.

De minister zegt voorts dat niet alle dierenactivisten direct als extremisten worden aangemerkt. Wel wordt tegen hen opgetreden als zij geweld gebruiken.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA) merkt op dat de doelstelling van openheid en transparantie meer betrof dan het werk van de CTIVD en het uitbrengen van een openbaar jaarverslag. De commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten zou in besloten sfeer informatie over operaties van de AIVD kunnen krijgen. Het zou goed zijn als alle fracties in deze commissie zitting namen en zouden nagaan welke deskundigheid zij kunnen inbrengen. Op die manier zou een democratisch recht daadwerkelijk gestalte krijgen.


Mevrouw Kuiken (PvdA) herhaalt haar zorg voor oprukkend rechts extremisme. Zij waarschuwt voor versnippering van overheidstaken en wijst er in dat verband op dat in alle gevallen de minister verantwoordelijk blijft.


Mevrouw Griffith (VVD) wil meer duidelijkheid over de uitspraak van de hoogleraar terrorisme dat aparte kamers nodig zijn voor de doelmatigheidsen rechtmatigheidstoets op het werk van de AIVD. Ook blijft zij vragen houden over de spionageactiviteiten in Nederland. Wat wordt bijvoorbeeld precies bedoeld met politieke en wetenschappelijke spionage?

Mevrouw Griffith heeft nota genomen van de toezegging van de minister om voortaan meer gericht aan te geven welke aanbevelingen hij overneemt. Zij merkt tot slot op dat de VVD-fractie opkomt voor het welzijn van de dieren en dat haar opmerking over dierenactivisten alleen de extremisten onder die groep betrof.


De heer Brinkman (PVV) wijst erop dat de overheid meer mogelijkheden heeft om salafitische centra aan te pakken dan alleen het strafrecht. Er zijn bijvoorbeeld bestuurlijke maatregelen mogelijk en verder kan men subsidies inhouden. Wat vindt de minister daarvan?


De heer Van Raak (SP) heeft eveneens nog vragen over spionageactiviteiten van vreemde mogendheden. Welke landen en diensten zijn daarbij betrokken? Op welke Nederlandse doelen richten zij zich? Wat zijn de gevolgen van die activiteiten voor de internationale samenwerking van inlichtingen- en veiligheidsdiensten bij de bestrijding van het internationaal terrorisme?


Mevrouw Azough (GroenLinks) zegt dat haar fractievoorzitter in de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten opmerkingen zal maken over de activiteiten van buitenlandse mogendheden in Nederland. Zij onderstreept nog eens het belang van het stimuleren van weerbaarheid. Blijft de minister bij zijn overweging om de burgerlijke rechter vertrouwelijk kennis te laten nemen van zaken die in het belang van de nationale veiligheid niet publiekelijk kunnen worden behandeld?


De minister zegt dat het onderwerp van de laatste vraag op een ander tijdstip behandeld zal worden.

Hij wijst er voorts op dat de Kamer op 8 december een brief heeft gekregen over rechts extremisme. De AIVD heeft zijn aandacht voor dit fenomeen verscherpt. Daarover is een passage opgenomen in het jaarplan van de AIVD voor 2007.

Bij ongewenste activiteiten kan ook sprake zijn van haardgericht verstoren. Daarbij hoeft het niet alleen te gaan om moskeeën. Bij de Kamer is het ontwerp voor de Wet bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid ingediend. Ook daaruit blijkt dat de regering uitingen in bepaalde centra serieus neemt.

De minister zegt tot slot dat voorkomen moet worden dat toezicht op toezicht wordt gestapeld. Als een betere doelmatigheids- of rechtmatigheidstoets van de AIVD gewenst is, zou eerst aangeven moeten worden waaraan het op dit punt nog ontbreekt.


De voorzitter merkt op dat de minister in het vervolg meer expliciet zal aangeven welke aanbevelingen van de CTIVD hij zal opvolgen.


De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Leerdam

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Gier

1  Samenstelling:Leden: Van Beek (VVD), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Blok (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Slob (ChristenUnie), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Gerkens (SP), Spies (CDA), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, Griffith (VVD), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Jacobi (PvdA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Heerts (PvdA), Van Raak (SP), Kuiken (PvdA) en Leijten (SP).Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP) Weekers (VVD), Van de Camp (CDA), Cramer (ChristenUnie), Ormel (CDA), Van Gent (GroenLinks), Polderman (SP), Van Haersma Buma (CDA), Van Heugten (CDA), Koşer Kaya (D66), Van Hijum (CDA), Wolbert (PvdA), Zijlstra (VVD), Van Gerven (SP), Van der Veen (PvdA), Çörüz (CDA), Albayrak (PvdA), Ten Broeke (VVD), De Roon (PVV), Koenders (PvdA), Van Bommel (SP), Bouchibti (PvdA) en De Wit (SP).