Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2007

30800 VII 40 Verslag van een algemeen overleg

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 40 Vastgesteld 6 maart 2007

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1 heeft op 8 februari 2007 overleg gevoerd met minister Nicolaï voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties over:

– de brief van de minister d.d. 20 december 2006 over de toekomst van het verkiezingsproces (30 800-VII, nr. 24);

– de brief van de minister d.d. 17 januari 2007 over de stemmachines (30 800-VII, nr. 26).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Gerkens (SP) spreekt allereerst de hoop uit dat de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 7 maart aanstaande veilig en correct zullen verlopen.

Zij meent dat de hele gang van zaken rond de stemcomputers tot nu toe niet transparant, rommelig en verwarrend is geweest. Ook de Sdu is niet tevreden over het verloop van een en ander en heeft een kort geding aangespannen omdat gewekte verwachtingen niet zijn ingelost. Waarom heeft de minister op 1 januari – de uiterste datum waarop Amsterdam uitsluitsel moest hebben – niet de knoop doorgehakt en de Sdu-stemmachines uitgesloten van de Statenverkiezingen? Waarom heeft hij in zijn brief van 2 januari aan de gemeenten gesuggereerd dat het wel goed zou komen met die NewVote-stemmachine van de Sdu? In de brief wordt meegedeeld dat de aangepast NewVote-stemmachine waarbij het stralingsprobleem is opgelost, alleen nog de reguliere keuringsprocedure hoef te doorlopen. Hiermee werd de suggestie gewekt dat het slechts om een formaliteit ging. De SP was onaangenaam verrast door deze brief. Er was immers nog wel meer kritiek op de NewVote-stemmachine. Konden de problemen met de wireless modem wel worden ondervangen? Was deze machine wel grondig getest op beveiliging tegen inbraken? Dankzij de actiegroep «Wij vertrouwen stemcomputers niet» wordt er nu niet doorgerommeld met onveilige stemcomputers. Haar werk is van onschatbare waarde gebleken voor het verkiezingsproces.

Na aanpassing van de NewVote-stemmachine om de leesbaarheid van de schermen voor de kiezer te verbeteren, bleek de straling wederom te ver te reiken. Dit was reden om de schorsing van de NewVote te handhaven.

Waarom heeft de minister conform zijn toezegging op 31 oktober niet eerst de commissie-Korthals Altes laten oordelen over de verkiezingen van 7 maart 2007? Waarom heeft hij de goedkeuring van de NewVote opgeschort in plaats van ingetrokken? Een stemmachine die zoveel straling afgeeft, moet toch eigenlijk gewoon worden afgekeurd. Waarom heeft hij overhaast een brief aan de gemeenten geschreven waarin de verwachting werd gewekt dat de Sdu NewVote weer gebruikt zou kunnen worden? Worden de kosten van dit proces voor de gemeenten wederom vergoed? Mevrouw Gerkens heeft al met al de indruk dat er overhaast en onzorgvuldig te werk is gegaan.

Er is geen reden om te twijfelen aan het oordeel van de minister dat met de gebruikte stemmachines op 22 november 2006 een betrouwbare verkiezing heeft plaatsgevonden. Hij heeft kordaat opgetreden bij de voorbereiding van die verkiezingen. Kan hij nader aangeven wat uit de laatste testen van de NewVote door de AIVD naar voren is gekomen en waarom de minister heeft besloten, deze stemmachine sowieso niet toe te laten bij de verkiezingen van de provinciale staten van 7 maart aanstaande? Alle Nedap-stemmachines zullen opnieuw gecontroleerd en verzegeld worden teneinde ervan verzekerd te kunnen zijn dat de juiste software gebruikt wordt. De actiegroep «Wij vertrouwen stemcomputers niet» heeft echter aannemelijk gemaakt dat de software die in de machine zit, niet gekeurd is door TNO. Er zijn ook updates gemaakt die TNO kennelijk nooit getest heeft. De minister heeft al tijdens de begrotingsbehandeling aangegeven dat dit geen probleem is. Hij herhaalt nu zijn voornemen om de procedure te herzien en erkent hiermee in feite dat het tot nu toe een rommeltje is. Zijn uitspraak dat de goedkeuringen van de stemcomputers onaantastbaar zijn geworden, klopt niet. Deze computers worden immers voor 7 maart weer gekeurd. Het staat iedereen vrij om bezwaar te maken tegen het feit dat die essentiële software niet gekeurd is. Wat is de reactie van de minister hierop?

Het is betreurenswaardig dat de eerste alarmbellen van de actiegroep «Wij vertrouwen stemcomputers niet» niet serieus zijn genomen. Daarmee wordt toch een beetje het digitale bewustzijn van deze overheid gekenschetst. Dat baart zorgen met het oog op andere digitale processen zoals DigiD. Ook daarbij zouden beveiligingsproblemen kunnen optreden. Mevrouw Gerkens hoopt dat een volgend kabinet serieuzer zal omgaan met digitale processen, zodat beveiligingsproblemen in de toekomst beter worden aangepakt.

Het zit de SP echt hoog dat stemmen met een paspoort niet meer mogelijk is na de invoering van de stempassen. Het kan niet zo zijn dat een dergelijk grondrecht doorkruist wordt door regeltjes die het de overheid makkelijk maken! De problemen met het niet hebben van een stempas deden zich vanaf het eerste experiment met stemmen in een willekeurig stembureau (SWS) voor, maar zijn nooit goed aangepakt. Hoeveel mensen hebben als gevolg van het kwijtraken of het niet bezorgen van hun stempassen niet kunnen stemmen? Deze gegevens moeten worden meegenomen door de commissie-Korthals Altes. Het is een goede stap voorwaarts om de stempas in een enveloppe met een begeleidende brief mee te sturen, maar is het dan niet nog beter om hiervoor een bontgekleurde enveloppe te gebruiken? Hoe meer communicatie hoe beter! Mevrouw Gerkens vindt het ten slotte niet juist dat een vervangende stempas uiterlijk twee dagen voor de verkiezingen moet worden aangevraagd. Mensen zoeken niet twee dagen van tevoren naar hun stempas, dat doen zij helaas pas op de avond voor of de ochtend van de verkiezingen. In Zweden is dit probleem ondervangen en kunnen mensen dan gewoon met een identificatiebewijs stemmen. Kan Nederland dat systeem niet overnemen?


Mevrouw Van der Burg (VVD) spreekt haar waardering uit voor de inzet van de minister ten aanzien van de verkiezingen en de stemmachines. Het is van het grootste belang dat verkiezingen veilig, betrouwbaar en met stemgeheim kunnen plaatsvinden.

De minister geeft aan dat in 40 gemeenten alle Nedap-stemmachines zijn gecontroleerd na de verkiezingen van 22 november 2006. Bij 5 van de 1023 machines werden onverklaarbare afwijkingen geconstateerd. Nader onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) leverde geen aanwijzingen van manipulatie op. Kan de minister aangeven hoe die afwijkingen dan wel kunnen worden verklaard?

Mevrouw Van der Burg spreekt van een soap rondom de Sdu-stemmachines. Door het gebruik van verschillende prototypes bij de metingen van de AIVD en TNO is de goedkeuring wederom vertraagd en vervolgens is bij nieuwe metingen gebleken dat bij alle versies van de NewVote-stemmachine de straling nog steeds verder reikt dan 5 meter. Het is niet verantwoord om de NewVote-stemmachine in een race tegen de klok alsnog te gebruiken bij de komende verkiezingen van 7 maart. De beslissing van de minister om de stemmachine uit te sluiten, is derhalve een juiste.

Wat de Nedap-stemmachines betreft, vertrouwt mevrouw Van der Burg op de aangekondigde veiligheidsmaatregelen en controles. Het is verheugend dat het experiment «stemmen in een willekeurig stembureau» een succes is. Niet alle kiezers waren echter voldoende op de hoogte van de werking ervan en op de noodzaak van het kunnen tonen van een stempas. Een betere voorlichting is dan ook een goede zaak. Voorts is van belang dat de stempas duidelijk herkenbaar wordt verstuurd. Is een paspoort niet als noodmaatregel mogelijk als op de dag van de verkiezingen blijkt dat een stempas is verdwenen?

Mevrouw Van der Burg kan zich vinden in de geformuleerde opdracht voor de commissie-Korthals Altes en ziet de analyses en adviezen met belangstelling tegemoet.

Ook de verkiezingsdeelname van de kiezers in het buitenland is een belangrijk punt. De vermeende opkomst is momenteel veel te laag. De minister heeft in een brief aangegeven dat hij meer werk wil maken van de verhoging van de opkomst onder deze kiezers. Het is van groot belang dat mensen zich daarvoor laten registreren. Dat systeem moet dan wel veel toegankelijker en eenvoudiger worden. De initiatieven op dit gebied worden met belangstelling afgewacht, evenals de uitkomsten van het onderzoek om de criteria voor de deelnamegerechtigde kiezers in het buitenland te verruimen. Heeft de minister daar al concrete ideeën over?


De heer Duyvendak (GroenLinks) brengt in herinnering dat hij eind oktober 2006 de indruk had dat de problemen met de stemcomputers voor de minister compleet uit de lucht kwamen vallen. De minister heeft toen adequaat en snel gehandeld om ervoor te zorgen dat de burgers het vertrouwen in het stemproces zouden behouden. Hij heeft er toen ook niet voor teruggedeinsd om de Sdu-computers bij de verkiezingen te weren. Vervolgens zijn er twee commissies ingesteld: een commissie-Korthals Altes om advies uit te brengen over de inrichting van het verkiezingsproces en een commissie-Hermans om het verleden te onderzoeken.

De gang van zaken rond de NewVote-stemmachine van de Sdu maakt een amateuristische en rommelige indruk. Naar de mening van de heer Duyvendak is de minister te snel geweest met zijn positieve signalen over het gebruik van de NewVote bij komende verkiezingen. Er is wel gekeken naar het probleem van het kunnen volgen van het stemgedrag van de kiezer – wat schijnbaar was opgelost maar feitelijk niet – maar er is nooit goed gekeken naar de modems van de computers. Hoe kijkt de minister daar nu tegenaan?

De Sdu was vroeger van de Staat, maar is in december 2006 in eigendom overgegaan naar ABN AMRO, Capital en Allianz. De Kamer heeft al eerder gevraagd of in de contracten met betrekking tot de eigendomsoverdracht op de een of andere manier wordt gerept over de kwestie van de NewVote-stemcomputers. Deze vraag is echter nooit beantwoord. De waarde van het bedrijf wordt natuurlijk medebepaald door de bruikbaarheid van die computers. Zijn er wellicht voorwaarden gesteld bij de transactie? Staat er iets in de clausules met betrekking tot claims, verwachtingen, financiële vergoedingen en dergelijke? Dat zou de Staat wel eens in een ingewikkeld parket kunnen brengen.

De minister heeft in een eerder overleg aangegeven dat de commissie-Korthals Altes ook zou gaan kijken naar de verkiezingen van provinciale Staten. Toen de commissie eenmaal was ingesteld, bleek dat zij pas gaat werken vanaf de Statenverkiezingen. Wat is de reden daarvoor? De voorbereidingen van de Statenverkiezingen verlopen nogal rommelig en chaotisch. Is het in dat licht niet verstandig om de commissie-Hermans te verzoeken, de gang van zaken tot en met de huidige Statenverkiezingen erbij te pakken?

De heer Duyvendak kan zich vinden in de brede opdracht aan de commissie-Korthals Altes en hoopt dat de commissie zich goed van haar taak zal kwijten. Het zou goed zijn als de commissie ook expliciet kijkt naar de veiligheidsaspecten rondom het stemmen vanuit het buitenland en via het internet.

De actiegroep «Wij vertrouwen stemcomputers niet» heeft het ontbreken van de goedkeuring van de software rond de Nedap-computers aangekaart. De minister heeft dat in zijn brief impliciet bevestigd. Kan hij dat ook expliciet doen? De software die iedere keer ververst wordt, wordt wel getest maar niet iedere keer opnieuw goedgekeurd. Het baart zorgen dat de software nooit is goedgekeurd. Hopelijk kan de commissie-Korthals Altes daar snel naar kijken. Kan de minister een en ander toelichten?

De heer Duyvendak heeft ten slotte aan den lijve ondervonden dat de publiciteit rond de stempas tijdens de verkiezingen in november 2006 te wensen heeft overgelaten. Hij was zich indertijd helemaal niet bewust van de noodzaak van een stempas en ging naar het stembureau met zijn paspoort. De stempas is na lang zoeken gelukkig uiteindelijk nog op tijd boven water gekomen, zodat er alsnog gestemd kon worden. De heer Duyvendak gaat ervan uit dat heel veel mensen hetzelfde is overkomen. Er moet derhalve een goede voorlichtingscampagne worden gevoerd. Verder zou er toch een ontsnappingsroute op de dag zelf mogelijk moeten zijn, zodat stemmen niet verloren gaan.


De heer Brinkman (PVV) kan zich vinden in de onderzoeksvragen van de commissie-Korthals Altes waarmee een breed programma aan bod komt.

Minister Nicolaï heeft de problemen met de stemmachines in november jongstleden goed opgepakt en adequaat opgelost. Daarna brak echter een mindere periode aan. Waarom zijn de NewVote-stemmachines van de Sdu niet gewoon afgekeurd? Er was immers al een stemmachine die voldeed aan de normen op het gebied van straling. Gemeenten hadden, ook met het oog op de Statenverkiezingen in maart, gewoon moeten worden geholpen met de aanschaf van deze stemmachine.

De heer Brinkman wil weten wie zal opdraaien voor de kosten die gepaard gaan met de opschorting van de goedkeuring van de NewVote. Worden er nog kosten verhaald op de Sdu? De Sdu is immers medeverantwoordelijk voor een aantal problemen. Hoewel hij zich kan vinden in de opvatting dat een straling die niet verder reikt dan 5 meter aanvaardbaar is, hoopt hij dat de voortschrijdende techniek er in de toekomst voor zorgt dat die straling verder kan worden gereduceerd.

Er hebben hem geluiden bereikt dat stemmen tijdens de vorige verkiezingen verloren zijn gegaan. Mensen hadden op een bepaalde partij gestemd, maar na het tellen van de stemmen bleek die partij vervolgens geen enkele stem te hebben gekregen. Kan er niet worden overgegaan op een systeem met een stembevestiging, zodat mensen een bewijs van hun uitgebrachte stem hebben? Bovendien drukken mensen soms per ongeluk het verkeerde knopje in. Zij moeten zich dan kunnen realiseren dat zij een verkeerde stem hebben uitgebracht.

Ook de heer Brinkman spreekt zijn zorgen uit over de invoering van DigiD en het internetstemmen. Er moet voor worden gezorgd dat de problemen die nu spelen bij de invoering van de stemmachines, bij deze ontwikkelingen niet meer aan de orde zullen zijn.


Het stemt de heer Haverkamp (CDA) tevreden dat zich tijdens de verkiezingen van 22 november 2006, behoudens enkele technische storingen, geen noemenswaardige problemen hebben voorgedaan met de stemmachines en dat uit de genomen steekproef niet is gebleken dat enige manipulatie heeft plaatsgevonden. Na die verkiezingen was er in de opmaat naar de Statenverkiezingen echter al snel sprake van een herhaling van zetten. Ook de heer Haverkamp vindt het verstandig dat de Sdu-stemmachines niet zullen worden toegelaten tot het verkiezingsproces in maart 2007. Het is wel verwonderlijk dat het kennelijk niet mogelijk is gebleken om de afgekeurde machines in drie maanden zodanig te verbeteren dat zij wel gebruikt zouden kunnen worden. Verder was de gebrekkige communicatie daarover storend. Wellicht wilde de Sdu iets te snel van stapel lopen en een feestje vieren, maar dit had niet mogen gebeuren. Het is niet goed voor het vertrouwen in het stemproces als mensen de ene week in de krant lezen dat alle problemen zijn opgelost, terwijl de week daarna blijkt dat dit niet het geval is en dat zij waarschijnlijk toch weer met een rood potlood zullen moeten gaan stemmen.

De nonchalance waarmee sommige gemeenten zijn omgegaan met de beveiliging van de stemmachines in de aanloop naar de verkiezingen, heeft hem onaangenaam verrast. Kunnen er stappen worden ondernomen tegen gemeenten als blijkt dat zij tekortschieten in het nemen van de nodige maatregelen? Kan de minister inmiddels aangeven of deze nonchalance uitzondering of regel was bij de gemeenten?

In het verleden is met de ambtsvoorganger van deze minister gediscussieerd over de stempas. De heer Haverkamp, die beschikt over een jarenlange ervaring met het bemannen van een stembureau, heeft al eerder aangegeven dat het ontbreken van een stemregister op een stembureau toch wel een gemis is. Met zo’n register kon immers uitstekend worden bijgehouden hoe hoog de opkomst was. Bovendien bestond door zo’n register ook de mogelijkheid voor een stembureau om bij het tonen van een paspoort ter plekke een stempas uit te schrijven. Tijdens de laatste verkiezingen heeft het vervallen van deze mogelijkheid ook op zijn stembureau tot vervelende situaties geleid. De heer Haverkamp bepleit dan ook de mogelijkheid van een back-upsysteem.

Hij stelt vervolgens dat elke gemeente ertoe verplicht zou moeten worden om via huis-aan-huisbladen en dergelijke duidelijke informatie te geven over de noodzaak van het hebben van een stempas. Die informatie zou moeten worden verschaft in een grote advertentie, en niet zijdelings bij de gemeentelijke mededelingen. Mensen moeten ook weten welke actie zij kunnen ondernemen om alsnog een stempas te bemachtigen. Voorts moet het laatste moment waarop een stempas kan worden gehaald, in het gehele land hetzelfde zijn.

Wanneer zal worden gestart met de opkomstbevorderende campagne voor de Statenverkiezingen? Wordt er ook nog onderzoek gedaan naar de effectiviteit van dergelijke campagnes?

De heer Haverkamp mist ten slotte bij de geformuleerde vragen voor de commissie-Korthals Altes de vraag, welk orgaan belast zou moeten worden met de controle op de stemmachines en het elektronisch stemmen.


De heer Kalma (PvdA) stelt allereerst dat door de problemen met de stemmachines de werking van de democratische rechtsstaat in de praktijk tot uiting komt. Er is enige commotie, er zijn brieven van maatschappelijke organisaties en actiegroepen over de veiligheid en er is ten slotte een rechterlijke uitspraak. Die kritische aandacht vanuit de samenleving is erg belangrijk, omdat zeer zorgvuldig moet worden omgegaan met het gebruik van nieuwe technieken. Het uitgangspunt dat het gebruik van deze technieken echt een verbetering kan zijn, moet wel overeind blijven staan. Een voorbeeld is het internetstemmen vanuit het buitenland. Verder kunnen nieuwe technieken bijdragen aan een lastenverlichting en een beperking van fouten. De heer Kalma wijst op het gevaar van een dubbele moraal. Hij doelt in dit verband op de burger die zonder enige ongerustheid zijn financiële verkeer elektronisch regelt, maar die wel grote zorgen heeft als hij gaat om het elektronisch uitbrengen van zijn stem via stemcomputers.

De minister heeft naar aanleiding van de rechterlijke uitspraak over de stemcomputers van de Sdu aangegeven dat hij wel wil hertoetsen maar dat hij de computers niet wil gebruiken bij de Statenverkiezingen. Dat is een goede beslissing. De heer Kalma neemt aan dat de desbetreffende gemeenten hier op geen enkele manier schade van ondervinden.

De gemeenten hebben een zeer belangrijke taak op het gebied van voorlichting. Mensen moeten goed worden geïnformeerd over de noodzaak van een stempas. Ook moet de mogelijkheid om nog op korte termijn een stempas te bemachtigen, worden verbeterd.

De heer Kalma kan zich vinden in de brede taakstelling van de commissie-Korthals Altes. Misschien kunnen er nog enkele punten aan toegevoegd worden. Dat is allereerst de aanmelding van kandidatenlijsten bij gemeenteraadsverkiezingen die gepaard gaat met een ontstellende hoeveelheid informatie en formulieren. De gegevens van alle kandidaten moeten handmatig worden verstrekt en per floppy worden aangeleverd. Dat zou in het kader van de eenmalige gegevensverstrekking, met behulp van de GBA en de huidige mogelijkheden op het gebied van ICT toch wel anders en gemakkelijker moeten kunnen! Ten slotte is er de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die medewerkers van de Tweede Kamer moeten aanvragen bij Justitie om het gebouw te mogen betreden. Die verplichting geldt niet voor Kamerleden. Bestaat die mogelijkheid wel? Hoe kijkt de minister aan tegen de mogelijkheid voor politieke partijen om hun kandidaten om een VOG te verzoeken voordat zij definitief op de kandidatenlijst worden gezet? Hiermee kan de integriteit van het bestuur en de politiek worden bevorderd.

Antwoord van de minister

De minister bedankt de Kamer voor de complimenten over zijn rol tijdens de verkiezingen van november 2006 en onderschrijft de constatering dat deze goed zijn verlopen. Er zijn geen aanwijzingen dat de stemmachines of het ontbreken daarvan tot noemenswaardige problemen hebben geleid. Na deze verkiezingen zijn vijf machines voor verder onderzoek naar het NFI gebracht, omdat bij de controle afwijkingen werden geconstateerd die niet konden worden verklaard aan de hand van de referentiedocumentatie van de stemmachines. Er zijn daarbij geen aanwijzingen gevonden die duiden op fraude; er waren simpelweg fouten gemaakt met het noteren van de nummers van de zegels en bij één machine werd een post-it briefje van een monteur in het apparaat gevonden.

Naar aanleiding van het succesvolle verloop van de verkiezingen in november 2006 werd besloten om ten aanzien van de Statenverkiezingen in maart 2007 te kiezen voor een proces waarin de continuïteit en de beheersbaarheid centraal staan. De afspraken ten aanzien van extra maatregelen en garanties gelden dus ook voor deze Statenverkiezingen. De drie types Nedap-stemmachines zullen weer op dezelfde wijze worden ingezet. Deze drie types zullen worden getest met de geprogrammeerde stemgeheugens voor de twintig kieskringen. De verzegeling van de machines is inmiddels verbeterd en de gemeenten hebben werk gemaakt van de beveiliging van de machines. Het besef dat de machines achter slot en grendel horen te staan, is aanzienlijk toegenomen. Dat wordt ook door het ministerie gecontroleerd. Tijdens de komende verkiezingen is de beveiliging dus nog beter gegarandeerd.

In januari is het besluit genomen dat de NewVote-stemmachine van de Sdu tijdens de komende verkiezingen niet gebruikt zal kunnen worden. De rechter heeft vervolgens de eis van de Sdu dat de machines opnieuw getest zouden worden, toegewezen. Deze test door de AIVD heeft inmiddels plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat de NewVote-stemmachines nog steeds geheel niet voldoen aan de norm. De straling van deze machines is nog steeds veel te hoog. Zij varieert van 10 tot 50 meter en is dus van een totaal andere orde als de straling die de Nedap-machines afgeven.

De minister is het absoluut niet eens met de kritiek van enkele woordvoerders op de regering naar aanleiding van het rommelige proces rond de Sdu-stemmachines. Het ministerie heeft daarin zeer zorgvuldig gehandeld. De onduidelijkheid is inderdaad vooral veroorzaakt door voortvarende en enthousiaste berichten van de Sdu die vervolgens niet konden worden waargemaakt.

De Sdu heeft medio november al aangegeven dat zij dacht een oplossing te hebben voor de problemen met haar machines. Er was toen nog maar weinig tijd, want Amsterdam had toen bijvoorbeeld al laten weten dat er uiterlijk 1 januari uitsluitsel moest zijn over het gebruik van de machine tijdens de Statenverkiezingen. Het was in politiek opzicht inderdaad misschien wel beter geweest om toen al definitief te besluiten dat de Sdu-machines in maart niet zouden kunnen worden gebruikt, maar dat zou niet correct zijn geweest tegenover de Sdu. Immers, als de machines van de Sdu op tijd klaar zouden zijn en zouden voldoen aan de criteria, dan zouden zij moeten kunnen worden ingezet bij de verkiezingen. De Sdu heeft dus een kans gekregen. Op 13 december zijn vijf verschillende versies van de aangepaste Sdu-stemmachine door de AIVD aan metingen onderworpen en daaruit bleek dat één van de machines voldeed aan het criterium dat de straling niet verder dan 5 meter mag reiken. De Sdu heeft vervolgens aangegeven dat zij ervoor kon zorgen dat deze stemmachine overal zou kunnen worden ingezet. Daarop is de aangepaste stemmachine voor keuring aangeboden aan TNO. Naast die keuring ging het uiteraard niet alleen om de reikwijdte van de straling, maar juist ook om de fraudegevoeligheid en de andere garanties die eerder met de Kamer zijn overeengekomen. TNO heeft op 11 januari bericht dat het ter goedkeuring aangeboden stemsysteem voldeed aan de voorwaarden waaronder het prototype is goedgekeurd. Na deze keuring bleek echter dat om de problemen met de leesbaarheid van het scherm van de NewVote op te lossen, de programmatuur door de Sdu was aangepast om die leesbaarheid te verbeteren. Als gevolg daarvan moest de stralingsreikwijdte opnieuw worden gemeten door de AIVD. Rond half januari zijn dus wederom verschillende versies getest en is gebleken dat bij alle versies de stralingsgrens van 5 meter fors werd overschreden. Daarop vroeg de Sdu om een derde kans, omdat zij nog weer een andere machine zou hebben die wel aan de criteria zou voldoen. Ook die kans heeft zij gekregen, maar ook die machine bleek niet te voldoen. Vervolgens is de gemeenten op 17 januari gemeld dat de NewVote-stemmachines bij de komende verkiezingen niet gebruikt konden worden.

De minister geeft desgevraagd aan dat zo lang is gewacht met de definitieve beslissing, omdat er tijdens de vorige verkiezingen al ervaring was opgedaan met de overstap en de uitvoerbaarheid van het stemmen met het rode potlood. Er was dus wel iets meer speling. Hij is van mening dat er verantwoord en correct gehandeld is.

De minister weet niets over een eventuele link met de eigendomskwestie van de Sdu. Zo moet het ook zijn. Hij heeft zijn aanpak van dit dossier volstrekt gescheiden gehouden van de positie van de Sdu. Het is hem niet bekend welke informatie andere leden van het kabinet hierover hebben. Hij zal bij de desbetreffende collega nagaan of in de contracten met betrekking tot de eigendomsoverdracht iets wordt gezegd over de NewVote-stemcomputers. Die informatie zou overigens wel eens vertrouwelijk van aard kunnen zijn.

De minister erkent dat het aanvankelijk de bedoeling was dat de commissie-Korthals Altes ook zou kijken naar de Statenverkiezingen van maart 2007. Deze commissie, die in januari voor het eerst bij elkaar is gekomen, wil zich heel grondig en zorgvuldig inwerken in het dossier van het verkiezingsproces. In dat licht komen de Statenverkiezingen voor deze commissie veel te vroeg. Zij ziet overigens ook geen aanleiding om zich bezig te houden met deze verkiezingen.

De minister erkent dat het testen en goedkeuren van de software waarmee de stemgeheugens worden geprogrammeerd geen onderdeel uitmaakt van de formele keuring van de stemmachines. Dat is inderdaad een hiaat in de hele procedure. Aan de commissie-Korthals Altes is dan ook gevraagd om ervoor te zorgen dat er een dekkend systeem komt voor het testen en goedkeuren van die software. Er is echter geen reden tot zorg, omdat er geen enkele aanwijzing is dat er eerder iets mis is gegaan met de software.

Het verheugt de minister dat de meeste woordvoerders instemmen met de taakopdracht aan de commissie-Korthals Altes. Ook de vraag, welk orgaan belast zou moeten worden met de controle op stemmachines en elektronisch stemmen, maakt onderdeel uit van die taakstelling. Uiteraard is ook het internetstemmen een van de belangrijke varianten waar de commissie naar zal kijken. Dat geldt ook voor de mogelijkheid van een stembevestiging achteraf, zodat mensen zeker weten dat zij op de juiste persoon hebben gestemd. Voorts zal de commissie ook haar licht laten schijnen over de procedure van kandidaatstelling. Daarbij zal de vraag van de heer Kalma over de vereenvoudiging van de aanmelding van kandidatenlijsten kunnen worden betrokken. Advisering over het screenen van mogelijke kandidaten en het verzoek om een verklaring omtrent goed gedrag valt echter niet onder de taakopdracht van de commissie. De vragen van de heer Kalma hierover zullen worden doorgeleid naar de minister van BZK die veiligheid in zijn portefeuille heeft. Het is uiteraard aan het nieuwe kabinet om zich te buigen over dergelijke principiële vragen.

De minister kan zich vinden in de suggestie om de commissie-Hermans te laten terugkijken op het verkiezingsproces tot en met de Statenverkiezingen van maart 2007.

De opkomstbevorderende campagne voor de Statenverkiezingen is gestart. De frequentie waarmee de spotjes op radio en tv te horen en zien zijn, zal vanaf half februari oplopen. Er is nu nog sprake van een lage frequentie. Voorts is afgelopen dinsdag de website de lucht in gegaan. In de radiospotjes wordt overigens veel aandacht geschonken aan de stempas. De suggestie van mevrouw Gerkens om stempassen in een felgekleurde enveloppe te versturen, is een interessante.

De minister begrijpt dat sommige woordvoerders willen dat een vervangende stempas tot kort voor de verkiezingen verkrijgbaar moet kunnen zijn. Het is immers hoogst ongelukkig als mensen hun stem niet kunnen uitbrengen, omdat zij hun stempas kwijt zijn. Dit probleem is echter vooral een gevolg van een ontzettend goede stap vooruit: het experiment met het stemmen in een willekeurig stemlokaal. Deze mogelijkheid wordt zeer gewaardeerd door de stemmers en heeft ook geleid tot een hogere opkomst. Mensen zien het als een van de meest aansprekende voorbeelden van de reductie van de administratievelastendruk. Steeds meer gemeenten melden zich dan ook aan voor dit systeem. Driekwart van de gemeenten doet nu al mee. Dat zijn ruim 10 miljoen kiesgerechtigden. De minister wijst erop dat de uitgifte van vervangende stempassen een zaak van de gemeenten is. Hij deelt de zorgen van de verschillende woordvoerders hierover en vindt dat gemeenten in ieder geval zouden moeten kunnen regelen dat tot twee dagen voor de verkiezingen een vervangende stempas kan worden verkregen. Met de gemeenten is dan ook afgesproken dat zo veel mogelijk gemeenten die termijn van twee dagen zullen hanteren. Dat is in ieder geval korter dan de nu geldende termijn van vijf dagen. De minister stelt voor dat de commissie-Korthals Altes zich ook nader zal buigen over het experiment SWS en de uitgifte van vervangende stempassen. Deze commissie kan het Zweedse systeem daarbij betrekken. Ook op het ministerie zal men met belangstelling naar het Zweedse systeem kijken, omdat het stemproces daarmee wellicht vergemakkelijkt wordt.

De minister onderschrijft dat meer werk moet worden gemaakt van het stemmen vanuit het buitenland, omdat is gebleken dat veel mensen geen gebruik maken van dit recht. De opkomst is dankzij het experiment met het stemmen via internet en andere maatregelen al toegenomen. Er wordt momenteel gewerkt aan een lijst van concrete acties om die opkomst nog hoger te laten worden, zoals een gerichte informatie vanuit de ambassades en consulaten, een verkorting van de registratieprocedure en een vereenvoudiging van het registratieformulier. Voorts kan worden gedacht aan een uitbreiding van de groepen mensen die mógen stemmen. De evaluatie van het experiment van het stemmen via internet levert wellicht ook nog aanknopingspunten op. Niemand weet echter precies hoeveel stemgerechtigde Nederlanders zich in het buitenland bevinden en waar zij zich dan bevinden. Er is immers geen registratieverplichting. In ieder geval zal geprobeerd worden om meer zicht te krijgen op deze kiezersgroep. Dat kan onder andere door samenwerking met andere instanties, zoals de Belastingdienst.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Gerkens (SP) blijft van mening dat de minister eerder had moeten beslissen om de NewVote-stemmachine uit te sluiten van de Statenverkiezingen van maart 2007. De indruk wordt inderdaad gewekt dat de verkoop van de Sdu heeft meegespeeld. Er moeten lessen worden geleerd uit de gang van zaken met de NewVote, want ook de beveiliging van DigiD rammelt nog aan alle kanten. De elektronische beveiliging moet serieus worden genomen en onderdeel uitmaken van het overgangsdossier ten behoeve van de volgende minister die hiervoor verantwoordelijk wordt.

Zij vraagt nogmaals aandacht voor het Zweedse model dat zeer goed functioneert. Nederland zou daar eens moeten gaan kijken.

Zij wil ten slotte weten of de kosten die de gemeenten maken voor de twee stemsystemen naast elkaar, volledig worden vergoed.


Mevrouw Van der Burg (VVD) wil nog weten wat de totale kosten van al deze processen voor de overheid zijn. Is er een mogelijkheid om een deel van die kosten te verhalen op de Sdu?


De heer Duyvendak (GroenLinks) dankt de minister voor de toezeggingen en ziet met belangstelling uit naar het resultaat van het werk van beide commissies. In de brief van 2 januari aan de gemeenten wordt de indruk gewekt dat het met de Sdu-stemmachines zo goed als geregeld is. Er wordt nauwelijks iets gezegd over de brede keuring door TNO die nog moet volgen. De minister erkent nu zelf ook dat die keuring door TNO grondig is en vele punten omvat. Door die brief zijn veel mensen op het verkeerde been gezet. Die had veel voorwaardelijker moeten zijn.


De heer Haverkamp (CDA) wijst erop dat vanuit de landelijke overheid tot in detail wordt voorgeschreven hoe het verkiezingsproces geregeld moet worden. Er is op dat gebied dus geen sprake van een gemeentelijke autonomie. Hij vraagt voorts aandacht voor het proces-verbaal dat vaak verkeerd wordt ingevuld, omdat het zo’n ouderwets formulier is. Hij is van mening dat een termijn van twee dagen waarop nog een vervangende stempas kan worden aangevraagd, regel moet zijn. Op dat punt moeten met de VNG harde afspraken worden gemaakt.


De minister neemt volstrekt afstand van de suggestie dat er een relatie zou kunnen zijn tussen het handelen van de minister en de verzelfstandiging en de verkoop van de Sdu.

De elektronische beveiliging wordt uiteraard serieus genomen. Het is echter wel degelijk aardig om hier en daar te experimenteren, zodat de risico’s goed in kaart kunnen worden gebracht. De inschatting is overigens dat er bij het stemmen met stemmachines sprake zal zijn van minder fouten en ongeldige stemmen dan bij het stemmen met het rode potlood.

De extra kosten bij de verkiezingen van 22 november waren zo’n 8 mln. Dat is inclusief vergoedingen aan de gemeenten. Dat bedrag zal voor de komende verkiezingen een stuk lager zijn, omdat er kan worden doorgeborduurd op de ervaringen van de vorige verkiezingen. Op dit moment gaat men uit van zo’n 3 mln. De gemeenten krijgen de kosten vergoed voor het inzetten van de Nedap-machines die de Sdu-machines moeten vervangen. Dat zijn dezelfde gemeenten als bij de verkiezingen in november. Voorts worden de kosten van de stemhokjes en de stembiljetten vergoed. De potloodgemeenten krijgen daarbovenop nog een vergoeding per inwoner.

Intensief overleg met de VNG heeft geresulteerd in het streven om een termijn van twee dagen te hanteren voor het verkrijgen van een vervangende stempas. Er zal geen gelegenheid onbenut blijven om de gemeenten duidelijk te maken hoe de Kamer hierover denkt.

Toezeggingen

– De minister zal de vraag of er in de onderhandelingen over de verkoop van de Sdu überhaupt iets gewisseld is over de NewVote-stemmachines, doorgeleiden naar de minister van Financiën.

– De minister zal de vragen over de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) doorgeleiden naar de ministers van BZK en Justitie.

– Als de ervaringen met het Zweedse systeem voor SWS en de uitgifte van stempassen niet onder de taakopdracht van de commissie-Korthals Altes vallen, zal het ministerie het Zweedse systeem meenemen bij de evaluatie van de verkiezingen.

– Er komt na de Statenverkiezingen een brief waarin het verloop van de verkiezingen tot en met de Statenverkiezingen wordt geëvalueerd.


De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Leerdam

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Gier

1  Samenstelling:Leden: Van Beek (VVD), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Blok (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Slob (ChristenUnie), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Gerkens (SP), Spies (CDA), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, Griffith (VVD), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Jacobi (PvdA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Heerts (PvdA), Van Raak (SP), Kuiken (PvdA) en Leijten (SP).Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP) Weekers (VVD), Van de Camp (CDA), Cramer (ChristenUnie), Ormel (CDA), Van Gent (GroenLinks), Polderman (SP), Van Haersma Buma (CDA), Van Heugten (CDA), Koşer Kaya (D66), Van Hijum (CDA), Wolbert (PvdA), Zijlstra (VVD), Van Gerven (SP), Van der Veen (PvdA), Çörüz (CDA), Albayrak (PvdA), Ten Broeke (VVD), De Roon (PVV), Koenders (PvdA), Van Bommel (SP), Bouchibti (PvdA) en De Wit (SP).