Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2007

30800 IV 28 Brief van de staatssecretaris van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 28

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 26 april 2007


In uw brief van 22 maart jl. (07-NAAZ-B-04) vraagt u mij aan te geven op welke wijze ik aan de nog openstaande toezeggingen, op het terrein van Koninkrijksrelaties, die gedaan zijn in de periode van 1 januari 2005 tot en met heden zal voldoen. Met deze brief bericht ik uw Kamer hierover.

Toezeggingen uit het plenaire debat van 20 december 2006, inzake de behandeling van de begroting Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting (Koninkrijksrelaties)

1. De toezegging dat de Kamer voor 1 maart 2007 zal worden geïnformeerd over de problemen met betrekking tot de Zorgverzekeringen op Nederlandse Antillen is bij brief van 2 april 2007 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 800 IV, nr. 25) nagekomen.


2. Aan de toezegging dat de programma’s voor armoedebestrijding in 2007 zullen worden geëvalueerd zal als volgt inhoud worden gegeven. Uw kamer heeft in het bijzonder gevraagd naar de mate waarin beschikbare gelden voor de samenwerkingsprogramma’s met de Nederlandse Antillen worden besteed aan consultants. Op dit moment wordt de omvang van uitgaven aan consultants binnen het armoedebestrijdingsprogramma, het programma Onderwijs, het programma Bestuurlijke Ontwikkeling (BO) en het programma Duurzame Economische Ontwikkeling (DEO) in beeld gebracht. Dit gebeurt in overleg met de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA). In de zomer van dit jaar zullen de evaluaties van de samenwerkingsrogramma’s BO en DEO worden afgerond en zal uw kamer geïnformeerd worden over de omvang van uitgaven aan consultants binnen de eerdergenoemde programma’s.


3. Ter uitvoering van de toezegging aan uw Kamer om de voor- en nadelen van de UPG-status voor de kleine eilanden te onderzoeken, heeft mijn ambtsvoorganger op 1 februari 2007 een brief gezonden aan de commissaris Regio-Beleid van de Europese Commissie. In deze brief is de Europese Commissie gevraagd specifieke informatie te verstrekken over de toepasselijke Europese regelgeving op de huidige ultaperifere gebieden (UPG) van de Europese Unie. Op 16 april jongstleden heeft over dit verzoek ambtelijk een gesprek met de Europese Commissie plaatsgevonden. In dit gesprek heeft de Europese Commissie laten weten bereid te zijn dergelijke informatie uiterlijk begin juni van dit jaar te verstrekken en desgevraagd toe te lichten. Gelijktijdig en aanvullend worden voorbereidingen getroffen voor een wetenschappelijk onderzoek naar de voor- en nadelen van de UPG-status, vergeleken met behoud van de LGO-status. Dit onderzoek zal in het bijzonder ingaan op de juridische en economische impact van de UPG-status op elk afzonderlijk eilandgebied van de Nederlandse Antillen en op Aruba. Voorts zal in het onderzoek nagegaan worden wat de implicaties zullen zijn van een EU-buitengrens tussen de eilandgebieden voor het geval dat niet alle eilandgebieden dezelfde relatie met de EU willen aangaan. De verwachting is dat het onderzoek, na het aanbestedingstraject, in de zomer van dit jaar van start zal gaan.


4. Uw Kamer heeft ook gevraagd om na het tripartiete overleg in januari 2007 te worden geïnformeerd over een nieuw advies van de Raad van State op de voogdijregeling/terugstuurmogelijkheid. Het advies van de Raad van State over de terugkeerregeling is op 26 januari 2007 ontvangen. Het voorstel betreffende de terugkeerregeling is op 2 maart 2007 ingetrokken door het huidige kabinet. In een spoeddebat met uw Kamer op 8 maart 2007 over het voorstel betreffende de terugkeerregeling, heeft de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie uw Kamer hierover geïnformeerd. De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft in het debat aan uw Kamer gezegd dat het wetsvoorstel niet past in de preventieve maatregelen die dit kabinet voor ogen heeft. Tevens heeft de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie gezegd dat het wetsvoorstel zich bovendien richt op een heel beperkte groep. Met deze informatie aan uw Kamer tijdens het spoeddebat is aan de toezegging voldaan.


5. Het op 20 december 2006 gevraagde stappenplan van de drie kleine eilanden, Sint Maarten en het Land Nederlandse Antillen is bij brief van 13 februari 2007 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 800 IV, nr. 22) aan uw Kamer toegezonden. Ten aanzien van de rol van de Rekenkamer merk ik op dat thans met de Rekenkamer wordt overlegd over de gevolgen die de statuswijziging van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft voor de Algemene Rekenkamer. In de periodieke voortgangsrapportages over het staatkundige proces, die ik aan uw Kamer heb toegezegd tijdens het Algemeen Overleg met de Commissie NAAZ op 4 april jongstleden, zal ik hier te zijner tijd op terugkomen.

Toezegging uit het Algemeen Overleg van 13 december 2006 inzake de staatkundige verhoudingen

6. Op 13 december 2006 is aan uw Kamer toegezegd dat met betrekking tot Curaçao de consequenties voor initiatieven die samenhangen met de samenwerking die in het Slotakkoord zijn opgenomen, ook in financiële zin, inzichtelijk zullen worden gemaakt. Ik heb uw Kamer in het Algemeen Overleg met de Commissie NAAZ van 4 april jongstleden aangegeven dat het kabinet voornemens is door te gaan op de weg zoals afgesproken met Curaçao en Sint Maarten in de slotverklaring van 2 november 2006. Het proces is zodanig ingericht dat Curaçao op elk moment weer kan aansluiten bij het staatkundig proces. In de projectgroepen die uitwerking geven aan de samenwerking is Curaçao daarom als waarnemer betrokken. De verkiezingen op Curaçao zijn geweest. Op dit moment wachten wij de vorming van een nieuw bestuurscollege af en het bijbehorende beleidsprogramma. Indien Curaçao persisteert in de afwijzing van de slotverklaring zullen de gevolgen voor de afgesproken samenwerking inzichtelijk worden gemaakt in de voortgangsrapportages over het staatkundig proces die ik uw Kamer heb toegezegd tijdens het Algemeen Overleg met de Commissie NAAZ op 4 april jongstleden.

Toezegging uit het Algemeen Overleg van 22 november 2006 inzake de staatkundige verhoudingen

7. Op 22 november 2006 is aan uw Kamer toegezegd dat het stappenplan over de status van de kleine eilanden als openbaar lichaam, zo spoedig mogelijk na vaststelling door de betrokken partijen, aan uw Kamer zal worden toegezonden. Hierin zou ook worden ingegaan op het voorzieningenniveau (van sociale zekerheid) op Saint Martin. Het stappenplan over de status van de kleine eilanden is bij brief van 13 februari 2007 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 30 800 IV, nr. 22) aan uw Kamer toegezonden. De Nederlandse ambassade in Parijs zal voor 1 juli 2007 nagaan wat het voorzieningenniveau is op Saint Martin. Verder zullen eveneens voor 1 juli 2007 gesprekken hierover plaatsvinden met het Franse Ministerie voor Overzeese Gebiedsdelen. Ik zal u hierover zo spoedig mogelijk daarna informeren.

Toezegging uit het Algemeen overleg van 20 september 2006 inzake de staatkundige verhoudingen

8. Over de toezegging gedaan op 20 september 2006 dat uw Kamer zal worden geïnformeerd of er nog een andere oplossing is gevonden voor het inzetten van geld voor internationaal cultuurbeleid voor culturele uitwisseling tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba, bericht ik u als volgt. Sinds medio 2006 zijn de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) Cultuur middelen opengesteld voor de Nederlandse Antillen en Aruba in zoverre dat zij in het kader van regionale projecten, bij voorkeur met betrokkenheid van prioritaire landen zoals bijvoorbeeld Suriname en de VS, fondsen kunnen ontvangen. Voor culturele samenwerking tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba onderling kan geen aanspraak worden gedaan op de HGIS-Cultuurmiddelen, aangezien deze middelen niet bedoeld zijn voor samenwerking binnen het Koninkrijk. Ik ga ervan uit dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd.

Toezegging uit het wetgevingsoverleg van 7 juni 2005 inzake de behandeling van het Jaarverslag Hoofdstuk IV van het Rijksjaarverslag (Koninkrijksrelaties)

9. Over de toezegging dat zodra de quickscan van de UNDP ontvangen is, deze aan uw Kamer zal worden gestuurd, bericht ik u als volgt. Deze toezegging is reeds geëffectueerd bij brief van 30 januari 2006 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 300 IV, nr. 22) waarbij uw Kamer o.a. is geïnformeerd over de actuele ontwikkelingen inzake armoede en het onderzoek van UNDP. In deze brief is verzuimd u te melden dat het concept onderzoeksrapport van de UNDP niet naar uw Kamer is gestuurd, omdat, zoals in de brief vermeld, de kwaliteit van dit onderzoek onvoldoende was. Bij brief van 13 februari 2006 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006 30 300 IV, nr. 24) is uw Kamer bericht over de definitieve opzegging van de overeenkomst met UNDP. Vanwege de opzegging van de overeenkomst met UNDP is het definitieve onderzoeksrapport niet tot stand gekomen.


De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Th. B. Bijleveld-Schouten