Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2007

30800 XVI 142 Verslag van een algemeen overleg

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 142 Vastgesteld 21 mei 2007

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 heeft op 12 april 2007 overleg gevoerd met minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:

– de uitgangspunten van hun beleid in het licht van binnen de 100-dagentermijn door hen ontplooide activiteiten.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Agema (PVV) maakt de bewindslieden een compliment voor de voortvarendheid die uit hun brief spreekt. Daarin wordt onder meer aangekondigd dat de Kamer in mei of juni aanvullende voorstellen zal ontvangen om onverzekerdheid te voorkomen. In antwoord op Kamervragen van februari jongstleden is meegedeeld dat er nog steeds onvoldoende zicht bestaat op de wanbetaling. Ondanks de aangekondigde verzwaring van het incassosysteem zijn er geen sancties mogelijk om wanbetaling te voorkomen. Is het waar dat het nu mogelijk is dat mensen een zorgtoeslag ontvangen, maar geen premie betalen? Is het mogelijk om de zorgtoeslag niet langer aan de verzekerde, maar direct aan de zorgverzekeraar over te maken?

In antwoord op andere Kamervragen is opnieuw aangekondigd dat er een fonds voor illegalen zal worden ingesteld. De verzekeringsplicht luidt echter dat iedereen die in Nederland woont of werkzaam is, verplicht is een zorgverzekering af te sluiten. Mevrouw Agema wijst daarom de gedachte van een fonds af. In plaats daarvan zouden betrokkenen hun zorgrekening contant moeten voldoen.

Het kabinet kon eerder geen antwoord geven op de vraag hoeveel premie de zorgverzekeraars sinds 1 januari als gevolg van wanbetaling zijn misgelopen. Zij dringt erop aan dat die informatie bij de toegezegde notitie wordt gevoegd. Daarbij zou ook moeten worden aangegeven hoeveel mensen niet verzekerd zijn. Ook die informatie is van belang om het aantal onverzekerden te verminderen. Hoeveel premiegeld wordt er misgelopen door niet-betaling? Wat zou daarmee kunnen worden gefinancierd?

De bewindslieden willen bevorderen dat patiënten en cliënten invloed hebben op het zorginkoopbeleid van verzekeraars, maar de verzekeraars zijn verantwoordelijk voor het aanvullend pakket, niet de politiek. ONVZ heeft onlangs een aantal voorzieningen uit het aanvullende pakket geschrapt. Dat mag, maar kennelijk is er grote vraag naar die voorzieningen. Wat gebeurt er als alle verzekeraars dit voorbeeld volgen? Kunnen succesvolle behandelwijzen dan zo maar verdwijnen?

De bewindslieden stellen zich ten doel innovaties in de zorg sneller te ontwikkelen en in te voeren, maar wat heeft dit voor zin als een levensreddend medicijn tegen acute hartritmestoornissen wordt geschrapt? Biedt het elektronisch patiëntendossier een voldoende oplossing voor het voorkomen van zorgpasfraude? Hoe kan zorgpasfraude bij open grenzen worden voorkomen?

Mevrouw Agema herinnert aan haar suggestie om de hoge overhead in de zorg te beperken. Werknemers die nu een managementfunctie vervullen, zouden met behoud van salaris weer uitvoerende taken moeten kunnen vervullen. Zo komen er bij hetzelfde budget meer handen aan het bed. Zij dringt erop aan dat deze mogelijkheid opnieuw wordt bezien en besproken.


Mevrouw Schippers (VVD) denkt dat de positie van de minister van Volksgezondheid een geweldige uitdaging is, want mensen hechten zeer aan een goede gezondheid en dus ook aan goede zorg. Door schaarste zijn keuzes noodzakelijk, want er zijn veel wensen die onderling met elkaar op gespannen voet staan. Zij noemt: vrije toegankelijkheid, goede kwaliteit, innovatie en zorg op maat, maar ook: betaalbare premies, geen overconsumptie. Een zorg waar het plezierig werken is met zo min mogelijk formulieren, en ook: transparantie en inzicht voor de patiënt opdat hij kan kiezen. Over deze dilemma’s en de onvermijdelijke keuzes is nauwelijks iets terug te vinden in de brief van de bewindslieden. Die bevat veel universele wensen waar niemand tegen zal zijn, maar er wordt niet aangegeven hoe die zullen worden vervuld.

Zij veronderstelt dat de minister bij zijn aantreden in dit spanningsveld een, twee of misschien wel drie punten heeft onderscheiden die hij in ieder geval in zijn termijn wil realiseren. Over die agenda en over die ambitie zou dit overleg moeten gaan, maar de brief geeft daar geen aanleiding toe. De brief is vooral een lijstje waarop staat wanneer welke onderwerpen aan de orde zullen worden gesteld. Mevrouw Schippers vindt het ongemakkelijk dat er geen inhoudelijk debat kan worden gevoerd, terwijl er anderzijds via de media van alles wordt gemeld over ambities die later niet blijken te kloppen of moeten worden bijgesteld.

Bij de aanstelling van de minister zijn hoge verwachtingen gewekt. Hij wordt niet alleen door het CDA als architect van het nieuwe zorgstelsel aangewezen, tijdens een uitzending van Buitenhof heeft hij de veranderingen in het zorgstelsel een trofee van het CDA genoemd. Hij voegde hieraan toe dat het stelsel bekwaam door de heer Hoogervorst is ingevoerd. Zij vindt dit niet alleen een gotspe, maar ook een bijzondere opvatting van het begrip «samen» dat nu juist een van de grondslagen van dit nieuwe kabinet is.

Zij hoopt dat de Kamer met de minister een inhoudelijk debat op hoofdlijnen kan voeren als hij is uitgepraat met de maatschappij.


Mevrouw Van Miltenburg (VVD) citeert uit de brief van de bewindslieden: «Wij delen op onze beurt onze toekomstvisie, ideeën, plannen en zorgen met hen.» Waarom delen zij die toekomstvisie en ideeën nu niet met de Kamer?

Zij schrijven dat zij willen nadenken over de toekomst van de AWBZ en zo nodig nadere adviezen zullen inwinnen. Kunnen zij aangeven waarom het voor de AWBZ zo’n verbetering zou zijn dat de huidige staatssecretaris van PvdA-huize is? Overigens zijn er in de afgelopen jaren al vele adviezen gevraagd en verstrekt. Het enige advies dat nog ontbreekt, is een advies van de SER. De sociale partners hebben laten weten dat zij graag een actueel advies willen uitbrengen over de AWBZ. Wat wordt er gedaan aan de kapitaallastenproblematiek in de AWBZ?

In de afgelopen periode heeft de Kamer onder meer gevraagd om een consultatiebureau voor ouderen. Willen de bewindslieden toezeggen dat zij hier schriftelijk op terug komen?

Het onderwerp medische ethiek staat hoog op de agenda van dit kabinet. Er worden verschillende kabinetsreacties aangekondigd. Willen de bewindslieden daarnaast een beleidsbrief aan de Kamer schrijven over hun uitgangspunten? Hoe zullen zij de verschillende elementen wegen?

Voor het Fonds PGO moet een nieuwe subsidiebrief worden uitgebracht. Mevrouw Van Miltenburg vraagt of haar motie over levensbrede belangenbehartiging voor patiënten en consumenten daarvoor als uitgangspunt zal dienen.?


De heer Jan de Vries (CDA) is zeer content met de proloog. De bewindslieden leggen accenten die getuigen van visie en ambitie. Hij mist echter aandacht voor het vraagstuk van de menselijke maat en de daarbij behorende fysieke bereikbaarheid van de zorg, vooral op het platteland. Willen zij daarvoor voldoende waarborgen geven bij de verdere uitwerking van alle onderdelen van het beleid?

Patiënten en cliënten moeten kunnen kiezen op grond van kwaliteit en daarvoor is transparantie en invloed nodig. Hopelijk neemt de sector zelf het initiatief om hieraan te werken. Overheidsregulering is wel nodig om minimale waarborgen te kunnen bieden aan patiënten en cliënten. De heer De Vries pleit daarom voor een patiënten- en consumentenwet. Verder vraagt hij om een adequate subsidieregeling voor patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties.

Voor kwalitatieve zorg is de inzet van de professionele werkers hard nodig. Door de stijgende zorgvraag zijn er naar verwachting op termijn 500 000 extra arbeidsplaatsen nodig. Hij roept de bewindslieden op om ook te kiezen voor productiviteitsstijging en daarmee voor innovatie. Met minder bureaucratie en meer innovatie stijgt de productiviteit en wordt meer recht gedaan aan de professionaliteit van de werkers in de zorg.

Hij maakt zich met de bewindslieden zorgen over de betaalbaarheid van de zorg. De periode van 100 dagen moet ook worden gebruikt voor het uitwerken van concrete maatregelen bijvoorbeeld op het gebied van vrijeprijsonderhandelingen en de maatstafconcurrentie om tot een doelmatige besteding van de middelen en beheersbaarheid van de premieontwikkeling te komen. Als de betaalbaarheid van de zorg niet gereguleerd kan worden, zal dit ten koste gaan van de kwaliteit en dus ook van de toegankelijkheid van de zorg.

In het kader van het preventiebeleid moeten de burger, het bedrijfsleven en de maatschappelijke sectoren worden doordrongen van de noodzaak van ander gedrag en ander beleid. Als die overtuiging ontbreekt of zelfregulering mislukt, kan regulering de aangewezen weg zijn. De gestelde regels moeten in ieder geval strikt worden gehandhaafd. Overigens is er niets mis met een overheid die, evenals de huisarts in de spreekkamer, de waarschuwende vinger opsteekt en betrokkenen aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid.


Mevrouw Kant (SP) maakt zich zorgen over de beperkte financiële ruimte voor het beleid, want er komt geen cent bij en de eerste tegenvallers tekenen zich al af. In de boedelbrief is sprake van een tekort van 0,5 mld. over dit jaar, maar er schijnt nog een erfenis van 1 mld. van 2006 te zijn. Hoe zal het kabinet dit oplossen? Een nieuwe doelmatigheidskorting zoals voorgesteld in de brief van de bewindslieden, zal door de sector niet op prijs worden gesteld en ook niet kunnen worden verwerkt.

De opmerking in de brief dat de aanspraken kritisch zullen worden doorgelicht, wekt haar argwaan. Moet hieruit worden afgeleid dat er zal worden gesneden in het pakket of sluiten de bewindslieden die mogelijkheid uit? Hoe denkt de minister over de discussies over het pakket? Hoe zal hij de verschillende inbrengen wegen?

Voor de verpleeghuizen wordt wel extra geld uitgetrokken en dat is hard nodig. Er is 100 mln. beschikbaar, dat wil zeggen €4,50 per bewoner per week. Dit is veel te weinig gelet op de schrijnende situaties en de hoge werkdruk van het personeel. Bovendien lijkt het erop dat een groot deel van het geld door de sector moet worden opgebracht. Is dit waar?

Mevrouw Kant is verheugd over de passage in het regeerakkoord over de kleinschalige verpleeghuizen. Zij pleit ervoor dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen, ook als er verpleeghuiszorg nodig is. In januari jongstleden heeft de Kamer in een motie gevraagd om een plan van aanpak. Wanneer kan dit tegemoet worden gezien? Eigenlijk geldt hetzelfde voor mensen die verzorgingshuiszorg nodig hebben. Kan die meteen worden meegenomen in het plan van aanpak?

Zij vraagt de bewindslieden in het algemeen in te gaan op de huidige positie van verzorgingshuizen, omdat er zorgelijke signalen worden afgegeven. Er wordt zelfs gesproken over verkrotting.

Een ander punt van zorg betreft de marktwerking die onveranderd wordt voortgezet. Zij is verbaasd over het feit dat de Partij van de Arbeid hiermee heeft ingestemd, want tijdens de campagne werd nog ferm geroepen dat de marktwerking een halt zou worden toegeroepen. Marktwerking hoort niet thuis is de zorg, want de zorg is geen markt. Marktwerking staat goede samenwerking in de weg, geeft zorgverzekeraars te veel macht, zet de kwaliteit onder druk en maakt de zorg ook nog eens bureaucratisch en duurder. Waarom kiest de minister voor deze route? Uit de praktijk van de WMO blijkt dat marktwerking meer kapot maakt dan iedereen lief is.

In de brief wordt eerlijk gesproken over omzetting van de no-claimregeling en niet over afschaffing ervan. Is er dan in de afgelopen jaren niets geleerd van de no claim, de medicijnknaak, het specialistengeeltje of het eigen risico van Paars?


Mevrouw Koşer Kaya (D66) zegt dat haar fractie vertrouwt op de eigen kracht en ontwikkeling van mensen. Mensen moeten de mogelijkheid hebben om zelf te beslissen en zelf te kiezen. Het is de taak van de overheid om hen hierin te steunen en hiervoor ruimte te scheppen. De sleutel tot verandering ligt bij de mensen zelf. In plaats daarvan wordt in het coalitieakkoord en in de brief van de minister gekozen voor een christelijk geïnspireerd overheidsingrijpen. Zij verzet zich tegen deze inbreuk in het privéleven en het zelfbeschikkingsrecht van mensen. Zij begrijpt de problemen, maar deelt de oplossing niet.

De minister heeft in de media op allerlei incidenten gereageerd. Zou het niet beter zijn een doordacht volksgezondheidbeleid te formuleren?

In Nederland is het aantal cannabisgebruikers laag in vergelijking met andere landen, slechts 6%. Dit betekent dat de verkrijgbaarheid van cannabis via coffeeshops niet bepalend is voor de omvang van het gebruik en dat de veronderstelling van de minister dat de aanwezigheid van coffeeshops de vraag creëert, niet klopt. Mevrouw Koşer Kaya dringt erop aan dat hij uitdraagt dat Nederland het op het gebied van soft drugs goed doet, in plaats van het gebruik van cannabis op dogmatisch-ideologische gronden te verwerpen.

Een ander voorbeeld van symboolpolitiek is het happy hour. Waarom pakt de minister niet het echte probleem aan, want uit allerlei onderzoek blijkt dat juist het gemis aan feitelijke informatie het drankgebruik doet toenemen? Daarom moet er voorlichting worden gegeven aan de ouders en de kinderen en moet de handhaving worden verbeterd.

Dan is er nog de campagne voor donorregistratie waarin een schaars geklede dame figureerde. Het is inderdaad de vraag of dit de meest geijkte manier is om aandacht te vragen voor dit serieuze probleem, maar smaken verschillen en het doel heiligt de middelen. Mevrouw Koşer Kaya wijst erop dat D66 al jaren pleit voor een ja, tenzij variant. Er sterven mensen door een tekort aan donoren, maar het kabinet weigert om beleid te voeren. Het enige wat de minister doet, is de campagne afkeuren.

Dankzij de Wet afbreking zwangerschap heeft Nederland een van de laagste abortuscijfers ter wereld. Zij maakt bezwaar tegen het feit dat drie mannen tijdens de coalitiebesprekingen een beslissing voor de vrouwen hebben genomen. De vrouw moet die keuze zelf kunnen maken en het kabinet zou zich daarvoor moeten uitspreken zonder haar een schuldgevoel aan te praten.

Palliatieve zorg is geen alternatief voor euthanasie. Ook daarin moeten mensen een eigen keuze kunnen maken.

In de VS is ingestemd met embryonaal stamcelonderzoek. Hoe denkt de minister hierover?


Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) ziet de brief als een inhoudsopgave van het beleid voor de komende vier jaar. Zij stemt in met de prioriteiten die op de eerste bladzijde van de brief zijn verwoord en voegt hier nog een aantal aandachtspunten voor de 100-dagenperiode aan toe.

Zij vraagt in de eerste plaats aandacht voor de neveneffecten van de herziening van het zorgstelsel. Zo hebben verloskundigen in een petitie gewezen op het feit dat thuis bevallen op Walcheren niet langer verantwoord is nu ziekenhuizen bepaalde afdelingen afstoten. Kleinere ziekenhuislocaties die essentieel zijn voor de bereikbaarheid van basiszorg en/of acute zorg moeten gehandhaafd blijven.

In deze periode moeten de bewindslieden oog hebben voor de organisaties die bij de uitvoering van beleid een rol van betekenis kunnen spelen.

Op het gebied van welzijn en zorg zijn nog veel schotten. Mensen kunnen tussen de wal en het schip vallen doordat zij niet in een indicatie te vatten zijn. Verder worden organisaties met hun subsidieaanvragen van het kastje naar de muur gestuurd.

Het verbeteren van ketenzorg is ook een belangrijk agendapunt, aldus de proloog. Mevrouw Wiegman vindt de term naadloze zorg zoals die in België wordt gebruikt beter, want tussen ketens wil er nog wel eens iets wrikken.

Innovatie is inderdaad een belangrijke motor voor houdbare zorg, maar zij geeft nog een ander kernwoord mee, namelijk vertrouwen. De overheid moet haar greep versoepelen als organisaties goed presteren.

De knelpunten op de arbeidsmarkt kunnen niet alleen met betaalde arbeid worden opgelost. Zij wijst op het belang van vrijwilligers. Hun inzet moet in het beleid worden verweven.

Preventief beleid moet niet alleen bestaan uit voorlichting en informatie, er zullen situaties zijn waarin gezond gedrag moet worden afgedwongen. Ook dat is preventie. De aanpak van overmatig alcoholgebruik onder jongeren is terecht een speerpunt van beleid, maar de alcoholproblematiek van volwassenen verdient net zo goed aandacht.

Bij de voornemens voor de vrouwenopvang moet ook aandacht worden besteed aan de diversiteit van de slachtoffers en hun hulpbehoefte. Seksueel geweld omvat ook prostitutie en de slachtoffers van lover boys die om een andere opvang en begeleid wonen kunnen vragen.

Mevrouw Wiegman stemt in met de paragraaf over medische ethiek. In het regeerakkoord is sprake van anonieme registratie waarlangs vervolgonderzoek kan worden gedaan naar de noodsituatie van ongewenst zwangeren, maar dit komt niet in de brief terug.

Zij pleit voor het vergroten van kennis op het gebied van pijnbestrijding en de verspreiding van die kennis. Daarnaast is er ook een groeiende behoefte aan psychosociale en geestelijke zorg rondom het levenseinde van mensen.

In de brief wordt niet ingegaan op het extra geld dat in het regeerakkoord wordt aangekondigd voor verpleeghuiszorg. Hetzelfde geldt voor kraamzorg. Wanneer kan de Kamer een voorstel voor uitbreiding van het aantal uren tegemoet zien? In het regeerakkoord wordt gesproken over uitvoering van hoogwaardige verslavingszorg met onder andere meer verplichtende vormen van afkicken. Wanneer komt dit terug?


De heer Van der Vlies (SGP) stelt vast dat een veilig en gezond leven niet iedereen is gegeven. Daarom is de gezondheidszorg een vitaal onderdeel van de overheidsverantwoordelijkheid die grondwettelijk is verankerd. Dit vraagt om een hoge prioriteit voor dit beleidsterrein. Hij hoopt dat de financiële randvoorwaarden rustig zijn en blijven. De eerste signalen zijn echter niet hoopgevend.

Kernpunten van het beleid zijn solidariteit, toegankelijkheid en bereikbaarheid voor iedereen. De werkdruk, wachtlijsten en arbeidsmarktproblematiek zullen vooral de aandacht vragen. Het is goed dat er nu aandacht komt voor kleinschaligheid.

In toenemende mate is het inzicht ontstaan dat mantelzorg onmisbaar is, maar niet meer zo vanzelfsprekend. Daarom is er ondersteuning nodig. Op 1 januari aanstaande zal er een equivalent worden ingevoerd voor een mantelzorgforfait. Dit moet zodanig worden ingericht dat het werkelijk steun biedt aan de mantelzorgers.

De heer Van der Vlies betuigt zijn instemming met de paragraaf over de medische ethiek, maar hij voegt hieraan toe dat zijn ambitie verder reikt. Hij zal de aangekondigde voorstellen constructief, maar ook kritisch beoordelen. In dit kader stelt hij vast dat de uitlatingen van de staatssecretaris in een aantal interviews niet sporen met deze paragraaf. Haar wat badinerende opmerking over de flexibele bedenktijd (vijf minuten of vijf dagen) is contrair met de geest en misschien ook met de letter van de overeenkomst.

Het alcoholgebruik onder jongeren is een groot probleem en vraagt om daadkracht. Natuurlijk is dit een eigen verantwoordelijkheid van de jongeren en hun ouders, maar de overheid moet randvoorwaarden scheppen.

De vaste commissie voor VWS heeft in het zogeheten stadhouderloze tijdperk in informele sfeer een petitie aangenomen van ouders, jongeren, hulpverleners en horecaondernemers uit Friesland. Zij vinden dat gelegenheden waar alcohol wordt geschonken, vroeger in de avond moeten worden gesloten. De heer Van der Vlies heeft die petitie met toebehoren in ontvangst genomen en overhandigt die nu aan de bewindslieden.


Mevrouw Ouwehand (PvdD) heeft waardering voor de voortvarendheid die uit de proloog spreekt. Zij betreurt het dat er geen inhoudelijk debat kan worden gevoerd, maar stipt alvast een aantal punten aan die in vervolggesprekken aan de orde moeten komen.

Zij vraagt naar de visie van dit kabinet op preventie en dan met name naar de rol van voeding daarin.

Alle partijen, maar vooral de coalitiepartijen, hebben zich in de verkiezingstijd uitgesproken over dierproeven en alternatieven daarvoor. Daar is niets van terug te vinden in het regeerakkoord en ook niet in de uitgangspunten van het beleid. Was het diervriendelijke gezicht dat de partijen aan de kiezers hebben laten zien niet meer dan een masker?

In 2005 zijn bij de evaluatie van de Wet op de dierproeven harde noten gekraakt. Nu, twee jaar later, is er nog steeds geen inhoudelijk debat gevoerd. Wanneer zullen de bewindslieden daarvoor een aanzet geven?

De ambtsvoorganger van de minister heeft toegezegd dat de beleidsontwikkeling van alternatieven voor dierproeven aan het volgende kabinet wordt overgelaten. Wat stond er in zijn overdrachtsdossier? Waar wordt er budget gevonden voor dit beleid?


De heer Dibi (GroenLinks) zegt dat hij de minister vooral heeft gehoord over happy hours, paddo’s, roken in coffeeshops en blote buiken. Als directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA publiceerde hij een rapport over de eigen verantwoordelijkheid van de mens en de begrensde rol van de Staat, getiteld: Mens waar ben je. De heer Dibi vraagt nu: Minister, waar bent u. De nood in de zorg is hoog, waarom begint hij niet waar de nood het hoogst is?

De heer Dibi wil vandaag een aantal afspraken maken met de bewindslieden. De Kamer houdt hen de komende vier jaar aan die afspraken en zal hen aan het einde van de periode afrekenen op de doeltreffendheid van hun beleid.

De eerste afspraak heeft betrekking op de verpleeghuizen. Willen de bewindslieden garanderen dat alle verpleeghuizen over vier jaar voldoen aan de minimum normen voor verantwoorde zorg?

Hij onderschrijft de vraag naar een overzicht van het aantal onverzekerden. Mag de Kamer erop rekenen dat het aantal onverzekerden over vier jaar drastisch is afgenomen? Op welk resultaat richten de bewindslieden zich?

De derde afspraak gaat over betere zorg in de ziekenhuizen. Het openbaren van complicaties is daarvoor een teleurstellende eerste aanzet. Complicaties zijn immers niet hetzelfde als medische fouten. Ervaren artsen krijgen vaak complexere gevallen en dan neemt het aantal complicaties toe. Een impuls voor de capaciteit van de inspectie is een beter uitgangspunt. Is de minister daartoe bereid?

De positie van de chronisch zieken en gehandicapten is tijdens de verschillende kabinetten Balkenende zwaar verslechterd. Gaan zij er bij dit kabinet op vooruit? Kiest dit kabinet voor een breuk met het verleden of gaat het op dezelfde voet verder? De bezuiniging van 400 mln. op de buitengewone uitgaven biedt weinig uitzicht op een betere toekomst. De chronisch zieken en gehandicapten zouden worden uitgezonderd van het eigen risico, maar in de doorrekening van het Centraal Planbureau is met die positie geen rekening gehouden.


De heer Van der Veen (PvdA) wijst erop dat de gezondheidszorg zich uiteindelijk afspeelt in de spreekkamer en aan het bed. Alle beleid moet erop gericht zijn om die zorg te verbeteren, het moet de praktijk ondersteunen, zorgen dat de kwaliteit van de zorg goed is en dat die wordt geleverd door gemotiveerde hulpverleners. Hij zal het beleid dan ook toetsen op de bijdrage aan het zorgproces dicht bij de mensen. In dit verband pleit hij ervoor dat aan de mensen die in de zorg werken, wordt gevraagd of het beleid werkelijk bijdraagt aan een betere zorgverlening.

Hij hecht groot belang aan een goede verpleeghuiszorg. De sturing van de AWBZ baart hem zorgen en hij hoopt dat er op korte termijn duidelijkheid ontstaat over de vraag hoe een aantal zaken beter en overzichtelijker kan worden.

De plannen van de bewindslieden voor een preventiebeleid moeten worden vertaald in zo concreet en meetbaar mogelijke doelen. Dit geldt natuurlijk voor alle plannen. Over de onderwerpen die in de brief aan de orde worden gesteld, is al veel en vaak gesproken en er zijn ook al veel rapporten uitgebracht. Nu moet duidelijk worden op welke aandachtspunten het beleid wordt gericht en hoe de resultaten worden gemeten. De heer Van der Veen vraagt of de motie over preventie op recept kan worden meegenomen in de plannen.

Hij deelt de zorgen over het dreigende arbeidstekort. Kan het advies van de Raad voor Werk en Inkomen worden betrokken bij de opstelling van het plan van aanpak?

De IGZ heeft rapporten uitgebracht over de verpleeghuiszorg en over de ziekenhuiszorg, de zogenaamde preoperatieve fase. Uit die rapporten blijkt dat de zorg op een aantal punten tekortschiet en leidt tot onnodige vervolgschade en soms zelfs tot het overlijden van patiënten en bewoners. Hij dringt daarom aan op een voortvarende aanpak en maakt een vergelijking met het beleid voor het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers dat aantoonbaar succes heeft gehad.

Desgevraagd merkt hij op dat hij de brief niet heeft gelezen als een pleidooi voor marktwerking.

Antwoord van de bewindslieden

De minister wijst erop dat er in de afgelopen jaren met de stelselherziening niet alleen goede randvoorwaarden zijn geschapen voor kostenbeheersing, maar ook voor kwaliteit, innovatie, voor een meer centrale plaats voor consument en patiënt en voor meer ondernemingszin bij zorginstellingen en daarmee in beginsel ook voor de voorwaarden voor een aantrekkelijk werkklimaat in de zorg. Hij hecht eraan om zijn voorganger te bedanken voor het verdienstelijke werk dat is verzet. Het vorige kabinet beslechtte een debat over de inrichting van het verzekerings- en zorgstelsel dat ongeveer 20 jaar geleden begon met de publicatie van de commissie-Dekker. De naam van de heer Hoogervorst zal verbonden blijven met de stelselherziening van 2006. De minister zegt dit met enige nadruk, omdat hij overal tegen het beeld aanloopt dat hij de uitvinder c.q. de architect zou zijn van dit stelsel. Hij heeft er zeker aan bijgedragen dat het CDA in die richting koerste, maar dit neemt niet weg dat de wetgeving en alles wat daarbij hoort, stamt van het vorige kabinet en dat de heer Hoogervorst daarin een verdienstelijke voorhoedefunctie heeft vervuld.

Het is waar dat de notitie het karakter heeft van een agenda. Over de verschillende onderdelen van beleid wordt overleg gevoerd met de mensen in het veld en met de Tweede Kamer. Het kabinet heeft zich voorgenomen om met het bestaande zorgstelsel verder te gaan, in die zin dat de randvoorwaarden voor marktwerking zodanig zullen worden aangevuld dat er een kwalitatief goede zorg uit voortvloeit. Marktwerking is geen doel op zich, maar kan op veel onderdelen bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardige en tegelijkertijd houdbare en betaalbare zorg. Uit de kostenontwikkeling in het B-segment blijkt dat de kosten naar alle waarschijnlijkheid gematigder zullen zijn. Dit zijn eerste en nog wat magere bevindingen, maar die zullen wel nauwgezet worden gevolgd.

Een tweede belangrijk accent in het beleid is dat inzichtelijk wordt gemaakt waar kwaliteit geboden wordt opdat verzekeraars en zorgvragers weten bij wie zij terecht kunnen. Het gaat dus niet alleen om prijsverhoudingen. Het vorige kabinet heeft al belangrijke initiatieven in die richting genomen. Nu is er sprake van een accentverschuiving die voortvloeit uit deze fase van het zorgstelsel. Er wordt gestreefd naar transparantie en het uitwisselen van best practices. Er wordt hard gewerkt aan de totstandkoming van prestatie-indicatoren. Verder moet de registratie van de kwaliteit verbeteren. De IGZ zal er vooral op toezien dat er binnen zorginstellingen kwaliteitssystemen functioneren die eenduidige gegevens opleveren die aantonen welke kwaliteit er wordt geboden. De melding van complicaties is natuurlijk niet bedoeld om die te herleiden naar afzonderlijke artsen of een afzonderlijke specialist, maar om een generiek beeld te verschaffen van de zorginstellingen. Waar mogelijk zullen deze voornemens sneller worden uitgevoerd.

Ook op het terrein van innovatie gebeurt al veel, maar in samenwerking met de ministeries van Algemene Zaken en Economische Zaken wordt verkend of er een innovatieplatform zorg kan worden opgericht. Dit moet zich vooral ook richten op de arbeidsproductiviteit in de zorg, gelet op de gespannen arbeidsmarkt, en op preventie. Ook hier moet de versnippering worden weggenomen.

De Kamer zal in juni een plan van aanpak ontvangen voor het arbeidsmarktbeleid. Dit is een van de topprioriteiten voor de komende jaren.

Preventie zal een speerpunt van beleid zijn. Nog voor de zomer ontvangt de Kamer een brief van het kabinet over zijn voornemens. In dit kader wordt met name gezocht naar partners met dezelfde doelstellingen. Dit betekent dat preventie meer is dan voorlichting en een opgeheven vingertje. Zo’n opgeheven vingertje werkt vaker niet dan wel en daarom moet er worden aangeknoopt bij gerechtvaardigde belangen van scholen bij schooluitval, van bedrijven die het verzuim willen bestrijden en van gemeenten bij openbareordeproblemen.

De Kamer ontvangt binnenkort een notitie over wanbetalers; het punt van de zorgtoeslag wordt daarin zeker meegenomen. De minister zegt dat hij van meet af aan van mening is dat er een einde moet komen aan het feit dat mensen die geen premie betalen toch een zorgtoeslag krijgen.

Op verzoek van de Kamer is geregeld dat mensen die illegaal in Nederland verblijven, medisch noodzakelijke zorg krijgen. Daarom is er een voorstel gedaan voor een koppelingsfonds. Hiermee komt geen verandering in het systeem dat de kosten worden verhaald op de zorgontvanger. Pas als hij of zij niet kan betalen, wordt het koppelingsfonds ingeschakeld.

Binnenkort zal in een notitie worden ingegaan op de omvang en aanpak van zorgfraude.

Bij de besprekingen over het Fonds PGO zal uiteraard ook de motie van de Kamer worden betrokken. Hopelijk kan nog voor de zomer overleg worden gevoerd met de PGO-organisaties. De Kamer wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de subsidieregeling. De minister zegt dat hij groot belang hecht aan de positie van patiënten-, gehandicapten- en consumentenorganisaties binnen dit domein.

Er is inderdaad sprake van een fikse overschrijding, gebaseerd op 2005, doorgetrokken naar 2006 en 2007. Over de vraag hoe die kan worden opgevangen, vindt nog overleg plaats in het kabinet. Hij wil niet verhullen dat het er naar uitziet dat het tekort oploopt tot ongeveer 1 mld.

In aansluiting op het CVZ-advies wordt overwogen of er gesneden moet worden in het pakket. De criteria van CVZ worden vanzelfsprekend serieus genomen en er vindt steeds opnieuw een herijking van het pakket plaats. De voorstellen vloeien min of meer logisch voort uit de CVZ-systematiek, maar er wordt natuurlijk ook een politieke afweging gemaakt. Het kabinet zal binnenkort bekend maken waartoe die afwegingen hebben geleid.

De minister stelt met nadruk dat acute zorg altijd nabij moet en zal zijn. Als een ziekenhuis acute zorg wil schrappen, moet het altijd in overleg treden met andere ziekenhuizen en zorginstellingen in de naaste omgeving om die acute zorg te kunnen waarborgen.

In haar opmerkingen over de donorregistratie zei mevrouw Koşer Kaya dat het doel de middelen heiligt. Hij zegt dat dit nu juist de kern van zijn bezwaar is. Het is een prachtige poster, maar niet voor dit doel. Hij heeft liever een omstreden besluit van zijn kant, dan een omstreden campagne op zo’n aangelegen en gevoelig thema Een christelijk geïnspireerde achtergrond zal er overigens eerder toe leiden dat de overheid zich terughoudend uitlaat over de moraal, omdat moraal nu eenmaal een vaste overtuiging vergt en die kan de overheid niet afdwingen.

Ook de voornemens met betrekking tot het happy hour moeten worden gezien in het licht van het doel dat ermee wordt gediend, namelijk het terugdringen van het gebruik van alcohol door jongeren. Het is wel de vraag waarom er vervolgens in de media wordt gemeld dat het kabinet meent dat het happy hour als zodanig moet worden afgeschaft. Dat is zeker niet zijn intentie.

In de brief wordt al aangekondigd dat er wordt gestreefd naar meetbare doelen in het beleid gericht op veiligheid en patiëntenkwaliteit.

De Kamer kan binnen afzienbare tijd een brief tegemoet zien over de beleidsontwikkeling van alternatieven voor dierproeven. De Kamermoties worden bij die ontwikkeling betrokken.

De situatie op Walcheren wordt door een regionale werkgroep in kaart gebracht. Die zal op korte termijn haar bevindingen bekend maken.

Het is waar dat ketenzorg belangrijk is. De genoemde belemmeringen zijn onderkend en worden aangepakt, onder meer door multidisciplinaire richtlijnen en innovatie die over de schakels van de keten heen zijn beslag kan krijgen.


De staatssecretaris somt in het kort op welke thema’s zij in de komende periode centraal zal stellen: kwaliteitsverbetering, meer waardering en werkplezier voor de mensen in de zorg, maatschappelijke verbreding en sport. Zij voegt hieraan toe dat zij zich ten doel heeft gesteld om voor die thema’s concrete doelstellingen te formuleren.

De kwaliteit van in het bijzonder verpleeghuizen moet worden verbeterd. Inmiddels zijn er normen voor verantwoorde zorg ontwikkelt. Daarom wordt het beleid nu gericht op de naleving van die normen en de verspreiding van best practices. Er is al een grote verbeterslag gemaakt, want na de laatste IGZ-doorlichting zijn er nog twee stichtingen met in totaal vier locaties die niet voldoen aan de norm voor verantwoorde zorg. Het is haar ambitie dat aan het einde van deze periode alle instellingen voldoen aan de norm voor verantwoorde zorg. Dat is echter niet voldoende, want zij wil ook bereiken dat de cliënten tevreden zijn. Zij herinnert aan het voornemen dat zij eerder heeft geuit om te komen tot een meer persoonsvolgend systeem waarbij meer rekening wordt gehouden met de ervaring van cliënten.

De staatssecretaris is het ermee eens dat de kleinschalige verpleeghuizen een van de belangrijkste verbeteringen in de toekomst kunnen zijn, maar dit mag geen dogma worden. Mensen moeten zelf kunnen kiezen waar zij willen wonen. Overigens worden ook de verzorgingshuizen bij dit beleid betrokken. Daarom zou misschien wat algemener over zorghuizen moeten worden gesproken, want het onderscheid tussen verpleeg- en verzorgingsinstellingen wordt steeds diffuser. Ook hier worden de professionals in de zorg bij betrokken. De Kamer kan in juni een plan van aanpak tegemoet zien.

Het is haar ambitie om over vier jaar een toekomstbestendige AWBZ achter te laten. Daar is nog wel het een en ander voor nodig. Er zijn nog veel vragen over sturing en verantwoordelijkheden. Op de moties van de Kamer zal nog worden gereageerd.

De staatssecretaris zegt dat zij in gesprek is met de SER. Er liggen inderdaad al de nodige adviezen voor, maar die lopen soms ver uiteen. Voor de uitvoering van de AWBZ is het belangrijk dat er duidelijke grenzen worden getrokken tussen de mogelijkheden Zorgverzekeringswet enerzijds en die van de gemeenten en de WMO anderzijds. De zorg moet op een effectieve en goede manier worden georganiseerd, maar ook voldoen aan de eisen die eraan worden gesteld.

De mensen die het echte werk doen, met name in de gehandicaptenzorg en de verpleeghuizen en verzorgingsinstellingen, verdienen meer waardering en ook meer ruimte voor hun werk. Er wordt alles op alles gezet om ook in de AWBZ-sector op verschillende manieren meer mensen voor de zorg beschikbaar te krijgen. Dit kan soms worden bereikt door urenuitbreiding en het werven van nieuwe groepen mensen die nu nog niet in de zorg werken, maar ook door ICT en innovatie. Ook het RWI-advies zal hierbij een rol spelen.

Het grote belang van mantelzorg wordt algemeen onderkend, maar mantelzorg is niet altijd meer vanzelfsprekend. Daarom moet er naar nieuwe vormen worden gezocht om de mantelzorg in de toekomst aantrekkelijk te maken. Het SCP heeft recent een rapport uitgebracht waaruit blijkt dat de kwaliteit van de zorg in Nederland in vergelijking met andere landen nog niet zo slecht is en dit geldt ook voor de specifieke betekenis van de mantelzorg. Het SCP doet nu onderzoek naar de ervaringen van mantelzorgers en de verbeteringen die zij nodig achten. Verder wordt er overleg gevoerd met Mezzo. De Kamer krijgt in het najaar een brief met meer concrete standpunten over de toekomst van de mantelzorg.

De staatssecretaris onderschrijft de wens dat er in de vrouwenzorg aandacht wordt besteed aan de diversiteit van de slachtoffers en de verschillende groepen die worden opgevangen. Hoewel deze taak gedeeltelijk onder de WMO valt, zal dit onderwerp zeker ook nog terugkomen in brieven aan de Kamer.

De ervaring leert dat de tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU) ook bij mensen terecht komt die het niet nodig hebben, maar lang niet alle chronisch zieken en gehandicapten bereikt. Het moet mogelijk zijn om hierin verbetering te brengen.

Nederland behoorde vorige week tot de groep landen die als eerste het VN Verdrag over gehandicapten tekenden. Daaruit spreekt het grote belang dat het kabinet hecht aan de emancipatie en gelijke behandeling van gehandicapten en chronisch zieken. Dit zal ook tot uitdrukking komen in de uitbreiding van de Wet gelijke behandeling voor chronisch zieken en gehandicapten.

De staatssecretaris zegt toe dat de Kamer een brief zal ontvangen over de medische ethiek. Met het oog op de wetgeving die op stapel staat, onder andere de Embryowet en de werkingsduur van het moratorium, zal die brief als het enigszins mogelijk is nog voor het zomerreces worden verzonden. De berichtgeving in de media roept veel misverstanden op. Palliatieve zorg is geen alternatief voor een verzoek om levensbeëindiging, maar mensen die dit willen, moeten daar wel zelf voor kunnen kiezen. Mede daarom is het belangrijk dat de palliatieve zorg beter wordt georganiseerd. De hospices verdienen waardering en een impuls. Ook bij vragen over abortus en adoptie moet vertrouwen worden gesteld in de mensen die een besluit moeten nemen, dat wil zeggen de vrouw in overleg met de arts. De arts stelt vast of een vrouw goed heeft nagedacht over haar besluit en over eventuele alternatieven en ook of die alternatieven haalbaar zijn. Hierbij past de zinsnede uit het coalitieakkoord dat zal worden nagegaan of er voldoende mogelijkheden zijn voor adoptie als een vrouw daarvoor zou kiezen. Ook de voorzieningen voor tienermoeders lijken voor verbetering vatbaar. De staatssecretaris benadrukt dat het kabinet met dit alles geen oordeel geeft.

De overtijdbehandeling wordt onder de WAZ gebracht, maar met de flexibele bedenktermijn die kan variëren van vijf seconden tot vijf dagen. Dit komt bij de wetsbehandeling terug, maar ook hier moet toch worden uitgegaan van het vermogen van de vrouw en de arts om daarover een beslissing te nemen.

Tot slot zegt de staatssecretaris toe dat de Kamer nog geïnformeerd wordt over de consultatiebureaus voor ouderen.


De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Smeets

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Teunissen

1  Samenstelling:Leden: Van der Vlies (SGP), Vendrik (GroenLinks), Kant (SP), Blok (VVD), Ferrier (CDA), ondervoorzitter, Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Smeets (PvdA), voorzitter, Van Miltenburg (VVD), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Willemse-van der Ploeg (CDA), Van der Veen (PvdA), Schermers (CDA), Van Gerven (SP), Wolbert (PvdA), Heerts (PvdA), Zijlstra (VVD), Van Gijlswijk (SP), Ouwehand (PvdD), Agema (PVV), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie).Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Azough (GroenLinks), Van Velzen (SP), Neppérus (VVD), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Verdonk (VVD), Griffith (VVD), Atsma (CDA), Van der Ham (D66), Çörüz (CDA), Gill’ard (PvdA), Jonker (CDA), Langkamp (SP), Jacobi (PvdA), Arib (PvdA), Kamp (VVD), De Wit (SP), Thieme (PvdD), Graus (PVV), Luijben (SP), Hamer (PvdA) en Ortega-Martijn (ChristenUnie).