Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting van het Ministerie van VROM (XI) voor het jaar 2007

30800 XI 99 Verslag van een algemeen overleg

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 99 Vastgesteld 3 mei 2007

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1 en de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie2 hebben op 29 maart 2007 overleg gevoerd met minister Vogelaar voor Wonen, Wijken en Integratie over:

– de brief van de minister voor WWI d.d. 28 maart 2007 over informatie ten behoeve van het kennismakingsoverleg (30 800-XI, nr. 89).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Uiteenzetting door de minister

De minister geeft aan dat zij naast wonen, wijken en integratie verantwoordelijk is voor de Rijksgebouwendienst. De projecten «Van probleemwijk naar prachtwijk» en het «Deltaplan Inburgering» die voortvloeien uit het coalitieakkoord, hebben haar hoogste prioriteit. Zij verwacht uiterlijk in de tweede helft van april het plan van aanpak voor beide projecten naar de Kamer te sturen. De totaliteit van plannen voor alle projecten die door het kabinet in het kader van de zes pijlers worden ondernomen, zullen eind juni gepresenteerd worden.

De afgelopen jaren was de aandacht sterk gevestigd op de problemen en de belemmeringen die de integratie in de samenleving met zich mee brengt. Zonder de aandacht te veel op de problemen te vestigen, moeten ze wel worden benoemd en opgelost. De minister streeft naar het vormgeven van «modern burgerschap». Daarbij wil zij de pluriformiteit van de samenleving aanwenden en op zoek gaan naar de gemeenschappelijke belangen. Het integratiebeleid moet hiervoor de voorwaarden scheppen.

In het coalitieakkoord zijn twee ambities geformuleerd voor inburgering en integratie. De eerste ambitie is om het in de Wet inburgering opgenomen streefniveau te verhogen tot het niveau van de startkwalificatie.

De tweede ambitie is om het aantal deelnemers aan inburgering uit te breiden. Vooral in de eerste ambitie ligt een majeur vraagstuk. Zij is enorm geschrokken van de realisatiecijfers van het tot op heden met de inburgering bereikte niveau. Er is sprake van een groot kwaliteitsprobleem: 65% van de mensen die in 2005 een inburgeringscursus heeft afgerond, behaalt niet het vereiste examenniveau. Bovendien maken velen in taalniveau geen vooruitgang na de afronding van de inburgeringscursus. Zij wil eerst dit kwaliteitsvraagstuk oplossen voordat zij gaat werken aan de uitbreiding van het aantal mensen dat inburgert.

Zij verzoekt de leden het nog te verschijnen jaarrapport integratie als haar nulmeting te zien.

In de wijkaanpak gaat het om een extra inzet in die wijken waar de grootste problemen zijn. Haar ambtsvoorganger heeft gesteld dat in 140 wijken in Nederland sprake is van een cumulatie van problemen. Daarbinnen heeft hij een extra focus gelegd op de 40 wijken waar het beeld nog slechter was. Een groot aantal van deze wijken komt terug in de wijkenselectie van de minister, die op basis van achttien objectieve criteria is vastgesteld. Binnen deze wijken zal de inzet geconcentreerd worden op de terreinen van wonen, leren, werken, integreren en veiligheid.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Van Bochove (CDA) wenst de minister een goede periode toe waarin sprake zal zijn van een positieve en constructieve sfeer en een goede samenwerking.

Hij geeft de voorkeur aan het begrip prachtwijken in plaats van het door de minister geïntroduceerde begrip krachtwijken. Zijn voor de wijkenselectie alleen objectieve of ook subjectieve criteria gebruikt? Gaat het om actuele of verouderde criteria, zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten suggereert? Waarom is de Randstad zo oververtegenwoordigd? Hoe verklaart de minister dat een achterstandswijk die in hetzelfde postcodegebied valt als een aangrenzend mooi dorpje, niet tot de geselecteerde wijken behoort? Hoe legt de minister uit dat de door de ambtsvoorganger eerder genoemde probleemwijken nu geen probleemwijken meer zijn? Hoe is het mogelijk dat een gemeentebestuur over een wijk op de lijst van de minister zegt dat het de verkeerde wijk is?

Hoe staat de minister tegenover het voorstel om het geld niet over de wijken te verdelen, maar het in het fonds te laten en een vorm van trekkingsrecht te organiseren? Pas als het plan klaar is, kan het geld eruit worden gehaald. Hij zou niet weten waarom elke wijk evenveel moet hebben.

Hij verzoekt de minister om in de af te sluiten convenanten heldere afspraken te maken, uitgebreide verantwoordelijkheidstrajecten en papieren rompslomp te vermijden en daarbij alle stakeholders te betrekken.


Mevrouw Van Toorenburg (CDA) spreekt haar tevredenheid uit over de plaats van het integratiebeleid. De verbinding met wonen en wijken is veel krachtiger en kansrijker dan met vreemdelingenzaken en justitie.

Zij onderschrijft de aanpak van de minister voor de wijken en inburgering. Zij heeft veel belangstelling voor de invulling van het begrip modern burgerschap en is gelukkig met de benadering dat de pluriformiteit een gegeven is.

Is de minister voornemens om bij het inburgeringstraject ook het gedeelte dat in het buitenland wordt uitgevoerd, de vrijstellingstoets, de criteria of de financiering te betrekken? Wie moet inburgeren is altijd een heel belangrijke vraag.

Zij zal het jaarrapport integratie als nulmeting zien. Dan kan samen worden gebouwd aan een verbetering, gezien vanuit de kansen.


De heer Jansen (SP) vindt dat wijkentoer van de minister suggereert dat zij beter wil luisteren naar de mensen die de afgelopen vier jaren vooral het lijdend voorwerp van beleid waren. Hij hoopt dat die suggestie wordt waargemaakt, want dat is hard nodig.

Er bestaat enige kritiek dat de rekensom die op de selectie van de toekomstige prachtwijken volgt, niet klopt. Hij vraagt de minister deze rekensom te publiceren, omdat de transparantie zich ook op dat punt moet uitstrekken. Hij mist het accent op objectieve criteria zoals de aanwezigheid van groen-, speel- en sportvoorzieningen, die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van wijken.

Principiëler is de kritiek dat de minister met haar prachtwijken lijkt te kiezen voor een grofmazige benadering, terwijl de kwaliteit, de schaalgrootte van wijken en de schaal van problemen variëren. Bij zo’n glijdende schaal past een gereedschapskoffer waar je per geval meer of minder instrumenten uithaalt. De extra investeringen in de 40 geselecteerde wijken mogen er beslist niet toe leiden dat de 100 wijken die net buiten de boot vielen, verder achteruitgaan. Sterker nog, voor alle wijken in Nederland moet er een basisbeleid zijn om te voorkomen dat ze in de toekomst probleemwijk worden. Hij hoort graag van de minister welke initiatieven zij daartoe gaat ondernemen.

Hoe gaat de minister de eenzijdige witte, dure wijken in de randgemeenten gevarieerder maken? Ondanks de convenanten van minister Dekker uit juni 2005 is op dit punt nog vrijwel niets veranderd. In sommige regio’s is de tweedeling zelfs nog groter geworden. Wat gaat de minister met haar collega’s van onderwijs doen om gemengde scholen te bevorderen? Blijft het bij de twijfelachtige verbetering van één aanmeldingsdag of komt er op dat punt meer nieuws?

De aandacht voor de huurtoeslag mag niet ondersneeuwen in de aandacht voor de wijken. De uitvoering van de huurtoeslag is in handen van de staatssecretaris van Financiën. Onderschrijft de minister desondanks dat zij eindverantwoordelijk is voor de betaalbaarheid van het wonen en het huurbeleid in de breedste zin van het woord? In het regeerakkoord staat dat de corporaties een bijdrage moeten leveren aan de betaalbaarheid van wonen. Heeft dat alleen betrekking op het huurbeleid van de corporaties of is de regering van mening dat zij ook moeten gaan meebetalen aan de huurtoeslag? Is daarom de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen aangehouden en niet ingetrokken?

De splitsing van het huurjaar leidt tot extra bureaucratie en kans op fouten bij de uitvoering van de huurtoeslag. Is de minister het met hem eens dat het huurjaar zo snel mogelijk moet worden gelijkgetrokken met het huurtoeslagjaar? Zo ja, hoe gaat zij dat regelen?

Bij de Belastingdienst worden veel fouten gemaakt doordat mensen voor het doorgeven van wijzigingen worden doorverwezen naar de gemeente. Hij ziet deze regeling graag versoepeld zodat deze wijzigingen direct bij de Belastingdienst kunnen worden verwerkt.

Wat gaat de minister ondernemen om de organisatiegraad en professionaliteit in de koopcomplexen aan de onderkant van de markt te verbeteren?


De heer Poppe (SP) is van mening dat de sloop van betaalbare huurwoningen ter vervanging door dure huur- en koopwoningen een structurele woningnood heeft veroorzaakt. Waarom vindt hij wel het begrip wonen, maar niet het begrip woningnood in de stukken van de minister?

Komt de minister in haar wijkbezoeken positieve resultaten van het grotestedenbeleid (GSB) tegen? Kan zij een analyse geven waardoor de prachtwijken die na de oorlog met een toekomstvisie zijn gebouwd ondanks vier jaren GSB zijn verworden tot probleemwijken?

Welke plannen om betaalbare huurwoningen te slopen liggen bij de corporaties nog op de plank? De structurele woningnood voor de lagere inkomens zal hierdoor groter worden. Hoe staat dit in relatie tot de plannen van de minister voor de probleemwijken?


De heer Depla (PvdA) is trots op de grote ambities in het regeerakkoord op het gebied van integratie en het verbeteren van de positie van mensen in achterstandswijken. Nu moeten die ambities worden waargemaakt.

Hij is blij met de voortvarendheid van de minister en haar aanpak gericht op wonen, werken, veiligheid, leren en integreren in plaats van de eenzijdige focus op de fysieke aanpak. Hij is zeer tevreden over de navolging van het Engelse voorbeeld om wijken te selecteren op basis van objectieve criteria. Het is belangrijk dat er een focus is en geen verdelende rechtvaardigheid. Wat is er gebeurd met de wijken waarmee het vorige kabinet een alliantie was aangegaan?

Het gebruik van postcodes kan soms rare schaaleffecten hebben. Is de minister bereid om de lijst van wijken aan te passen als daartoe reden is?

Op het gebied van de wijkaanpak dienen de volgende uitgangspunten centraal te staan:

– Uitsluitend de plannen waar bewoners achter staan, worden uitgevoerd.

– De veiligheid staat voorop. Alleen dan kunnen goedwillende bewoners van hun buurt iets moois maken. Hij gaat ervan uit dat ook de minister van BZK deze wijken haar topprioriteit geeft en dat zij afspraken maakt met de politiekorpsen.

– Bij de uitwerking dient ontschotting van de potjes plaats te vinden.

– De wijkaanpak mag geen verantwoordingscircus worden.

– Goed gedrag moet worden beloond. Projecten die uitvoeringsgereed zijn, krijgen geld.

– Het geld mag niet worden besteed aan de apparaatskosten van gemeenten.

– Een succesvolle aanpak sluit aan bij de kansen en sterke punten van deze wijken.

– De minister moet zorgen voor meer betaalbare woningen in betere buurten en randgemeenten. Hij is blij dat zij het nieuwe huurbeleid ter hand heeft genomen.

Er is extra budget beschikbaar voor het waarmaken van de in het coalitieakkoord geformuleerde ambitie voor inburgering. De heer Depla wil waar voor dat geld, dus concrete, afrekenbare doelen en kwaliteit. Iedereen die zijn stinkende best doet, verdient een steuntje in de rug. Migranten moeten met de faciliteiten die anderen ook krijgen, voor het staatsexamen Nederlands kunnen gaan. Hij wil het beste uit mensen halen en ze niet meteen de arbeidsmarkt op sturen als zij nog niet aan de startkwalificaties voldoen. Ten slotte moet de belangrijke groep van ouders met jonge kinderen die nog geen of onvoldoende Nederlands spreken, voorrang hebben.


Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie) is blij met de geformuleerde ambities. Zij maakt zich echter zorgen over de gekozen combinatie van wonen, wijken en integratie, want dit wekt de indruk dat er sprake is van een maakbare samenleving. De oplossing van het integratieprobleem vraagt om een integrale aanpak en gaat verder dan het Deltaplan Inburgering. Heeft de minister genoeg slagkracht om de problemen op een integrale manier aan te pakken?

Het koppelen van wonen, wijken en integratie veronderstelt dat er bij de wijkaanpak niet alleen aandacht zal zijn voor de fysieke component van de wijkverbetering, maar ook voor de sociale component. De sociale samenhang is echter niet opgenomen in de lijst van achttien criteria. Worden alleen maatregelen genomen om de sociale problemen zoals vandalisme te bestrijden of wordt ook ingezet op preventieve maatregelen om de sociale samenhang in de wijken te verbeteren?

Hoe verklaart de minister de kritiek van de VNG op de manier waarop de samenstelling van de lijst tot stand is gekomen? Zijn de woningcorporaties bij de selectie betrokken geweest? Op welke termijn wil de minister concrete afspraken met woningcorporaties hebben gemaakt over de omvang van hun investeringsinspanningen? Kan de minister onderbouwen waarom middelgrote gemeenten buiten de boot vallen en er duidelijk sprake is van een concentratie in de Randstad? Klopt het dat de lijst kan worden uitgebreid? Zo ja, waarvan is dat afhankelijk?

Een daadwerkelijke verruiming van het woningaanbod kan alleen worden gerealiseerd wanneer dat gepaard gaat met het opknappen van oude stadswijken. Hoe gaat de minister de krapte op de woningmarkt voor studenten, starters, jonge gezinnen en ouderen aanpakken? Wat vindt de minister van het realiseren van woningen onder maatschappelijk gebonden eigendom (MGE)? Wat is de visie van de minister op het tekort aan seniorenwoningen en woon-zorgcomplexen? Hoe wil zij de maatregel uit het regeerakkoord om kleinschalige instellingen voor langdurige zorg meer in de wijken in te bedden, integreren in haar beleid?

Wordt bij de wijkaanpak ook gekeken naar het niveau van voorzieningen? Deze vormen een essentieel onderdeel voor het woonklimaat in wijken en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het bevorderen van de sociale samenhang.

Tot slot wenst zij de minister veel wijsheid en inspiratie toe.


Mevrouw Van der Burg (VVD) wenst de minister veel succes in deze periode.

Hoe verklaart de minister het commentaar op de geselecteerde wijken en op het ontbreken van overleg? Is de selectie niet te grofmazig waardoor wijken die erin horen, erbuiten vallen? Zijn de gebruikte cijfers gedateerd? Is de afgelopen jaren ondanks de investeringen niets bereikt in die wijken? Kan de minister een uitgebreidere uitwerking geven van de samenhang van de indicatoren?

Betekent het voornemen van de minister om tot afspraken met corporaties te komen dat de Kamer een kant-en-klaar afsprakenpakket voorgeschoteld krijgt? Welke rol hebben de woningcorporaties in relatie tot de andere partijen? Zij verzoekt de minister om geen onomkeerbare stappen te ondernemen alvorens overleg met de Tweede Kamer heeft plaatsgevonden.

Om te zien waar de budgetten vandaan komen en wie ervoor betaalt, ontvangt zij graag het overzicht van budgetten dat in het kennismakingsgesprek is toegezegd.

Waar is de rest van het volkshuisvestingsbeleid? Wat gebeurt er met de wijken die niet op de lijst staan en de wijken van ex-minister Winsemius? Hoe wordt voorkomen dat wijken probleemwijken worden? Wat gaat de minister doen aan het illegaal doorverhuren van woningen? Hoe krijgen starters en senioren toegang tot de markt? Wat doet de minister voor de hardwerkende burger die graag groter wil wonen, maar die het gat tussen huur- en koopmarkt niet kan overbruggen? Wat is het gevolg van de afgekondigde huurverhoging van 1,1% voor de noodzakelijke investeringen in de woningmarkt? Graag ontvangt zij voor het algemeen overleg over het huurbeleid een doorrekening van het Centraal Plan Bureau.

Zij is verheugd over het feit dat in deze kabinetsperiode niet aan de hypotheekrenteaftrek is gemorreld. Graag ziet zij deze mening door de minister bevestigd.


De heer Kamp (VVD) stelt dat het gevoel van optimisme dat de minister uitstraalt over de portefeuille integratie noodzakelijk is. Echter, realisme en het onder ogen zien van de problemen zijn noodzakelijk om optimistisch te blijven. Goed geslaagde immigranten mogen het beeld niet van een andere werkelijkheid afhouden.

Hij is niet enthousiast over de gemaakte koppeling met wonen en wijken. Integratie moet in de eerste plaats door de persoon zelf gedaan worden. Het hangt ervan af of iemand werk heeft, zich maximaal inzet en Nederlands spreekt. Daarom ligt een koppeling met werk of onderwijs meer voor de hand. De koppeling met immigratie was ook verstandiger, omdat te veel immigranten tot integratieproblemen leidt. De aandacht voor wonen en wijken mag niet te veel van de aandacht voor integratie afleiden.

Mevrouw Hirsi Ali heeft terecht veel aandacht gegeven aan de positie van met name islamitische migrantenvrouwen, omdat in die groep zich grote problemen voordoen. De overgang van een cultuur waar vrouwen vaak onderdrukt worden naar een cultuur waar vrouwen juist kansen krijgen, leidt tot spanningen in gezinnen. In Nederland is de positie van vrouwen goed geregeld. De groep moslimvrouwen moet daar ook van profiteren.

Hij brengt de minister onder de aandacht dat het laatste jaarrapport integratie uit verouderde cijfers bestond: onderwijsgegevens uit 2005, werk- en verdachteninformatie uit 2004, gegevens over gezondheid uit 2003 en informatie over sociale contacten uit 2002. Hij verzoekt de minister de nulmeting te baseren op cijfers van 1 januari 2007, zodat elke groep beschreven is en de effectiviteit van het beleid kan worden beoordeeld. (De heer Kamp overhandigt de minister een puntenlijst) Is de minister het met hem eens dat het belang van het reguleren en het beperken van de immigratie in beeld moet zijn voor het oplossen van de integratieproblematiek?

Hij verzoekt de minister om te analyseren welke oorzaken zijn aan te wijzen voor de geringe kwaliteit van de inburgering. Hij vermoedt dat het vaak aan de eigen inzet van migranten ligt. Deze oorzaken moeten worden aangepakt, zodat de gewenste resultaten worden bereikt.


De heer Madlener (PVV) wenst de minister beleefdheidshalve veel succes, want voor de Partij voor de Vrijheid is zij de verkeerde vrouw op de verkeerde plek. Hij ziet de relatie tussen wonen, wijken en integratie niet. Zij is eerder een minister van DKO: dweilen met de kraan open. De overheid kan geen oplossing bieden voor het grote probleem waarvoor Nederland staat. Het heeft geen modern burgerschap nodig, maar een moderne minister. Haar idealen zijn echter denkbeelden uit de jaren zestig. Het mengen van verschillende culturen levert grote spanningen en gevaren op voor de vrede in de maatschappij. De minister moet de immigratie stoppen.

Hoe denkt de minister te bereiken dat mensen zich thuis voelen in hun wijk? Hij heeft weinig vertrouwen in de vijf speerpunten van de minister. Het probleem in die wijken ligt in de cultuurverschillen, de grote misdaad en de hoge werkloosheid.

Er is een industrie ontstaan van instellingen die zich bezighouden met inburgering en integratie, maar dat leidt tot niets. Hij zal dat de komende vier jaar aan de hand van voorbeelden toelichten. Is de minister bereid om voor het reces met concrete doelstellingen te komen zodat haar beleid op onder andere de volgende punten kan worden beoordeeld: de in- en uitstroom, het aantal uitkeringen, de bevolkingssamenstelling, het aantal huwelijken die een eerste generatie niet-westerse allochtonen binnenhalen en de criminaliteit?

Is de minister bereid om op haar uitspraken over de boerka terug te komen? Is zij voornemens om met nieuwe wetgeving te komen om criminele Antillianen naar de Antillen terug te kunnen sturen?


Mevrouw Van Gent (GroenLinks) wenst de minister veel succes en hoopt op een krachtig debat en prachtige resultaten.

Gaat de minister voortvarend door met het geschikt maken van de leegstaande rijksgebouwen voor woningen?

Hoe is de wijkenselectie tot stand gekomen? Zij begrijpt dat een keuze moet worden gemaakt, maar vraagt zich af of de selectie geen postcodeloterij is. Als niet in alle wijken geïnvesteerd wordt, blijven of komen daar opnieuw problemen. Dat was het geval bij de sociale vernieuwing en bij het GSB. Zij verzoekt de minister om ook in de wijken die buiten de lijst vallen, blijvend te investeren.

Er is 400 mln. extra voor de wijkaanpak plus 150 mln. voor de lokale veiligheid, maar het Gemeentefonds wordt met 550 mln. gekort voor efficiency. Dat is per saldo nul, dus zij begrijpt het gevoel van een sigaar uit eigen doos bij gemeenten. Hoe wordt dat geld verdeeld? Krijgen die 40 wijken dan 10 mln. per jaar of wordt dat versnipperd?

Hoe zit het met de macht en middelen van de minister? Zij heeft immers met een heleboel andere ministeries te maken. Tijdens het kennismakingsbezoek op het ministerie heeft zij gezegd dat de budgetten niet worden uitgegeven zonder haar toestemming. Wanneer krijgt zij van de minister het toegezegde overzicht van de budgetten?

Hoe gaat de minister de woningnood van starters oplossen en invullen? Mevrouw Van Gent vindt de term krachtwijken heel goed, omdat krachtwijken uitgaan van de kracht van mensen en van het versterken van de sociaal-economische positie van de mensen in die wijk. Hoe gaat de minister de inspraak en zeggenschap van de bewoners meer gestalte geven?

De Rotterdamwet biedt mogelijkheden om bepaalde groepen te weren uit bepaalde wijken. Hoe succesvol vindt de minister deze wet in relatie tot de geringe woningproductie voor mensen met lage en middeninkomens in de randgemeenten?


De eerste ervaringen van de heer Dibi (GroenLinks) met de minister zijn goed, want zijn wijk staat op de lijst en de minister heeft korte metten gemaakt met het hysterische boerkaverbod.

De minister streeft naar modern burgerschap. Dat klinkt mooi, maar hoe gaat de minister daar concreet invulling aan geven? Hoe kijkt zij bijvoorbeeld naar burgers met twee paspoorten?

Hoe kijkt zij aan tegen de fikse dosis polarisatie in de samenleving die mede is veroorzaakt door het vorige kabinet? Ziet zij een taak om die balans te herstellen?

Hij maakt uit de woorden van de minister op dat er sprake is van een inburgeringsdrama en een groot kwaliteitsprobleem. Volgen mensen een inburgeringscursus zonder taalontwikkeling als resultaat? Zo ja, wat gaat de minister doen als het symboolpolitiek blijkt te zijn? Hij kan zich voorstellen dat de gebrekkige taalontwikkeling komt doordat migranten zich na die taalcursussen in de eigen omgeving terugtrekken. Wat vindt de minister van een taalstage, die mensen dwingt om de Nederlandse taal in de praktijk te spreken?

Antwoord van de minister

De minister hoopt waar te maken dat zij naast ambitieus ook realistisch is. Daarom heeft zij het kwaliteitsprobleem van de inburgering in de volle omvang op tafel gelegd. Vooral in het Deltaplan Inburgering moet aandacht worden besteed aan die noodzakelijke kwaliteitsslag. Dat leidt mogelijk tot andere prioriteiten. De ambitie om het aantal deelnemers aan inburgering uit te breiden, zal zij dus niet eenvoudig kunnen realiseren.

In het coalitieakkoord zijn stevige ambities opgenomen om het tekort op de woningmarkt weg te werken. Het streven is om per jaar 80 000 tot 100 000 nieuwbouwwoningen te realiseren. De minister hoopt in april met gegevens te komen over de in 2006 gerealiseerde woningbouwproductie. Het ziet ernaar uit dat dit aantal op 80 000 ligt. Dat is nog geen 100 000, maar het is een positief signaal. Binnenkort wordt een rapport uitgebracht over het WoON (WoonOnderzoek Nederland) en Socrates. Dit rapport zal inzicht geven in de vraag wat de waargenomen veranderingen kunnen betekenen voor de toekomstige ontwikkeling op de woningmarkt.

De startersproblematiek en de ouderenhuisvesting zijn heel grote problemen binnen de woningmarkt. In de komende periode zal de minister zich in ieder geval op die twee groepen concentreren.

De woningcorporaties geven inzicht in hun sloopplannen. De Kamer zal hierover worden geïnformeerd. De gemeenten maken met de woningcorporaties afspraken over sloop en nieuwbouw.

De minister is in gesprek met Aedes, de branchevereniging van woningcorporaties, over de invulling van de rol van de wooncorporatie als maatschappelijke onderneming. Haar inzet is erop gericht om met de corporaties tot meerjarige afspraken te komen over hun investeringen in in ieder geval de wijkaanpak en energiebesparing, de woningbouwproductie, de renovatieactiviteiten en de betaalbaarheid van het wonen, maar ook in de voorzieningen in de wijken. Zij hoopt hierover voor de zomer met hen tot overeenstemming te komen en de Kamer over het resultaat te informeren. Er zullen geen onomkeerbare stappen worden gezet voordat overleg met de Kamer heeft plaatsgevonden.

Voor het algemeen overleg over de wijkenselectie en de wijkaanpak zal de Kamer inzicht krijgen in de scores van de 140 wijken op de achttien criteria. De minister schetst in het kort de voorgeschiedenis van het ISV en het GSB. De Kamer zal worden geïnformeerd over de analyse van de oorzaken van de teruggang van de vroeg-naoorlogse wijken. De minister wijst daarbij op een uitgave van het ministerie van VROM «De krachtige stad».

In de 40 geselecteerde wijken wonen in vergelijking met het gemiddelde in Nederland meer mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Er bestaat een hoge correlatie tussen het inkomensniveau, opleidingsniveau en werkloosheid enerzijds en de niet-Nederlandse achtergrond anderzijds. De minister heeft bij de selectie zeker aandacht besteed aan deze samenhang. Echter, om dubbeltelling te voorkomen zijn niet beide criteria gebruikt.

Ter voorbereiding op de selectie is overleg geweest met de betrokken gemeenten en een delegatie van de VNG. De selectie van de wijken zelf heeft in overleg met de desbetreffende gemeenten plaatsgevonden. De minister wil niet de suggestie wekken dat er geen problemen zijn in de wijken die niet zijn geselecteerd. De wijkaanpak is een intensivering van de bestaande GSB/ISV-convenanten. Er komt een extra focus op de 40 wijken omdat daar de grootste cumulatie van problemen is.

De oververtegenwoordiging van de Randstad in de lijst heeft te maken met het feit dat daar volgens de gehanteerde criteria sprake is van een opeenstapeling van problemen. Tegen de achtergrond van de grote problemen in de Randstad, is dit absoluut geen onevenwichtige lijst.

Aan de hand van de achttien criteria is op postcodeniveau een selectie gemaakt. In overleg met de gemeenten zijn die postcodegebieden vervolgens geclusterd tot wijkniveau. De mogelijkheid bestaat dat een aantal postcodegebieden binnen één wijk specifiek worden benoemd. Dat betekent niet dat de hele wijk geselecteerd is. Een aantal gemeenten heeft de kritiek geuit dat niet de juiste of al hun probleemwijken geselecteerd zijn. Ook hebben enkele gemeenten aangegeven probleemwijken te hebben waarvan de postcode dezelfde is als van een goede wijk. Daardoor zou de probleemwijk positiever scoren dan nodig. De minister geeft aan open te staan voor aanpassing van de lijst, mits gemeenten met overtuigende argumenten komen en voldoen aan de geformuleerde criteria. De uitkomsten hiervan hoort de Kamer eind april bij het overleg over de wijkenselectie en de wijkaanpak.

In de aanvullende informatie over de onderliggende data voor de wijkenselectie zal tevens worden aangegeven hoe de verhouding is tot het early warning systeem. Dit systeem is nog in ontwikkeling en zal pas na de zomer operationeel beschikbaar zijn. Op basis van de beschikbare informatie zullen de verschillen worden aangegeven. Wellicht kan aan de hand van dat systeem binnen de geselecteerde wijken nog specifieker worden ingezoomd op de echte brandhaarden in die wijken, zodat de problemen in die wijken nog gerichter kunnen worden aangepakt.

Volgens de minister worden op centraal niveau geen afspraken gemaakt over de aanwending van middelen uit het Gemeentefonds voor de wijkaanpak. Pas nadat gemeenten de middelen via de verdeling van het Gemeentefonds hebben ontvangen, zal met hen worden gesproken over de extra intensivering van het budget op het lokale niveau in die wijken. De minister zal na overleg met haar collega van BZK schriftelijk terugkomen op de consequenties van de efficiencykorting op het Gemeentefonds voor de niet-geselecteerde wijken.

De over de diverse departementen verspreide budgetten voor wijkgericht beleid zullen inzichtelijk worden gemaakt. De minister heeft beginselafspraken met de betreffende bewindslieden gemaakt om serieus werk te maken van een participatiefonds. Daarin staat hoe de budgetten van het W-deel van de Wet werk en bijstand, de educatiebudgetten van het ministerie van OCW en de inburgeringsgelden samengebracht kunnen worden om op lokaal niveau een majeure slag te maken in de ontschotting van de budgetten en de verantwoordingsproblematiek. Het is dan essentieel om duidelijke prestatieafspraken te maken met de gemeenten.

Er komt geen nieuwe wetgeving die het mogelijk maakt om criminele Antillianen terug te sturen. Daaraan zitten veel juridische haken en ogen. Het kabinet zal met beleidsvoorstellen komen om de problematiek van Antilliaanse en Arubaanse jongeren krachtig ter hand te nemen. De minister kan nog niet overzien of daarvoor nieuwe wetgeving nodig is.

De minister heeft duidelijk aangegeven dat zij geen boerkafan is, maar er zitten juridische beperkingen aan een algemeen verbod voor het dragen van de boerka. Dat is enkel mogelijk in specifieke situaties en voor de bredere omschrijving van gezichtsbedekkende kleding. Dat standpunt wordt door het kabinet als uitgangspunt voor beleid gehanteerd.

Op de vragen over de toegenomen polarisatie in de samenleving en de paspoortenkwestie lijkt het de minister verstandiger om haar op haar optreden te beoordelen en daaraan conclusies te verbinden.

Toezeggingen

– De Kamer wordt in april geïnformeerd over de realisatie van de woningbouwproductie;

– De jaarrapportage integratie komt in oktober naar de Kamer. Daarin worden zo mogelijk elementen meegenomen zoals door een aantal leden zijn aangedragen;

– De concretisering van de afspraken over de wijkaanpak plus Deltaplan Inburgering komen voor het zomerreces naar de Kamer;

– De Kamer wordt geïnformeerd over de afspraken met de woningbouwcorporaties waarbij wordt toegezegd geen onomkeerbare stappen te nemen voordat er overleg is geweest met de Kamer;

– De Kamer wordt geïnformeerd over de analyse van de oorzaken met betrekking tot de teruggang van de vroeg-naoorlogse wijken, waarbij de minister heeft verwezen naar het boek «De krachtige stad»;

– De Kamer wordt nader geïnformeerd over de wijkaanpak ten behoeve van het AO dat eind april wordt gehouden. Daarin worden met name de budgetten inzichtelijk gemaakt. Er zal worden bezien wanneer de Kamer geïnformeerd wordt over de beleidsvoornemens met betrekking tot ontschotting en het Participatiefonds.


Tevens is met de minister de afspraak gemaakt dat zij de resterende vragen schriftelijk zal beantwoorden.


De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Koopmans

De voorzitter van de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie,
Van Gent

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Van der Leeden

1  Samenstelling:Leden: Van Gent (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), ondervoorzitter, Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Koopmans (CDA), voorzitter, Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Roefs (PvdA), Neppérus (VVD), Van Leeuwen (SP), Jansen (SP), Jacobi (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ouwehand (PvdD), Bilder (CDA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie).Plv. leden: Duyvendak (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Remkes (VVD), Crone (PvdA), Hessels (CDA), Koppejan (CDA), Ormel (CDA), Koşer Kaya (D66), Leijten (SP), Willemse-van der Ploeg (CDA), Kamp (VVD), Wolfsen (PvdA), Vos (PvdA), Zijlstra (VVD), Langkamp (SP), Gerkens (SP), Waalkens (PvdA), Van Beek (VVD), Schermers (CDA), Besselink (PvdA), Agema (PVV), Thieme (PvdD), Vietsch (CDA) en Ortega-Martijn (ChristenUnie).

2  Samenstelling:Leden: Van de Camp (CDA), Van Beek (VVD), Van Gent (GroenLinks), voorzitter, Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD), Arib (PvdA), Poppe (SP), Weekers (VVD), ondervoorzitter, Dijsselbloem (PvdA), Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Abel (SP), Jansen (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Wolbert (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Bouchibti (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD), Fritsma (PVV) en Van Toorenburg (CDA).Plv. leden: Bilder (CDA), Nicolaï (VVD), Dibi (GroenLinks), Schippers (VVD), Wolfsen (PvdA), Kant (SP), Blok (VVD), Bouwmeester (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Pechtold (D66), Karabulut (SP), De Wit (SP), Voordewind (ChristenUnie), Heijnen (PvdA), Zijlstra (VVD), Leerdam (PvdA), Ulenbelt (SP) en Madlener (PVV).