Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2007

30800 VII 60 Brief van de staatssecretaris van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 60

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 25 juni 2007


Tijdens het Algemeen Overleg van 24 mei 2007 (kamerstuk 30 800 VII, nr. 56) heeft de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mij verzocht te reageren op het OVSE-rapport naar aanleiding van de waarnemersmissie bij de Tweede-Kamerverkiezingen op 22 november 2006. Het rapport van de OVSE heb ik met mijn brief van 2 april 2007 aangeboden aan uw Kamer (kamerstuk 30 800 VII, nr. 45). De aanbevelingen zend ik nogmaals als bijlage mee1.


In mijn aanbiedingsbrief heb ik opgemerkt dat de OVSE over de inrichting van het verkiezingsproces en het elektronisch stemmen, een aantal aanbevelingen doet die erop neerkomen dat de transparantie en controleerbaarheid van het verkiezingsproces moet worden verbeterd. Dat komt volledig overeen met mijn benadering en het besprokene in eerdere overleggen met uw Kamer.


De aanbevelingen over de wettelijke vormgeving van het kiesproces (3), het stemmen bij volmacht (4 en 12), het kiesproces (6), de taken van de Kiesraad (7), stemmen via internet (8), het gebruik van stemmachines (9), het tellen van de stemmen (13) worden betrokken bij de werkzaamheden van de commissie Inrichting Verkiezingsproces. Zoals bekend zal deze commissie onder leiding van de heer mr. F. Korthals Altes voor 1 oktober 2007 haar advies uitbrengen.


Het OVSE-rapport bevat ook aanbevelingen over deelonderwerpen die minder in verband staan met de inrichting van het verkiezingsproces. De aanbevelingen over financiering van politieke partijen (1), financiering van de verkiezingscampagne (5), het campagnevoeren op de verkiezingsdag zelf (10) en de deelname van vrouwen uit (etnische) minderheidsgroepen (11) zijn alle onderwerpen die vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Een deel van de aanbevelingen zal worden betrokken bij de voorbereiding van het wetsvoorstel Financiering politieke partijen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal daarover overleggen met de (voorzitters van de) politieke partijen.


Ten aanzien van aanbeveling 3 (beperkingen van het kiesrecht) verwijs ik naar de brief die ik onlangs aan uw Kamer heb doen toekomen over het kiesrecht voor Antillianen en Arubanen (mijn brief van 6 juni 2007, kenmerk 2007–000 019 988 ). In deze brief heb ik gemeld voornemens te zijn het kiesrecht voor de verkiezingen van de leden van het Europees Parlement uit te breiden tot deze groep. Ten aanzien van het kiesrecht voor de Tweede Kamer ga sluit ik mij zoals bekend aan bij de uitspraak van de Raad van State over deze kwestie.


In de laatste aanbeveling (14) gaat de OVSE in op de mogelijkheden voor klachten en bezwaar in het kader van de verkiezingen. De OVSE constateert dat tegen een aantal beslissingen geen bezwaar mogelijk is. De meest fundamentele beslissing in dit verband betreft de vraag wie uiteindelijk beslist over de geldigheid van de uitslag. In het Nederlandse stelsel is dit de primaire verantwoordelijkheid van het gekozen orgaan zelf in het kader van het geloofsbrievenonderzoek. Nederland is niet het enige land binnen de OVSE waar het gekozen orgaan zelf de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid heeft over de uitslag van de verkiezingen. Ook in een aantal andere, vooral Noord-Europese landen is dit het geval. Dit principiële punt zal naar mijn mening in het kader van de discussie over de inrichting van het verkiezingsproces een prominente plaats dienen te krijgen.


Ik wijs erop dat momenteel al beroepsmogelijkheden bestaan bij de rechter voor onderdelen van het kiesproces, zoals bij de registratie als kiezer, de kandidaatstelling en de registratie van naamsaanduidingen van politieke partijen. In het kader van de herziening van de Kieswet zal ik nagaan of de bezwaar- en beroepsprocedures op een meer overzichtelijke wijze in de Kieswet kunnen worden opgenomen.


De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Th. B. Bijleveld-Schouten

1  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.