Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2007

30800 XIV 141 Brief van de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit

Vergaderjaar 2006-2007

Nr. 141

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 13 augustus 2007


Hiermee informeer ik u over het verloop van de 14e Conferentie van Partijen (CoP14) bij het CITES-Verdrag (Verdrag inzake de Internationale Handel in Bedreigde Dieren- en Plantensoorten). Deze door Nederland georganiseerde internationale conferentie vond plaats van 3 t/m 15 juni 2007, in het World Forum Congress Center (WFCC) in Den Haag. De bijeenkomst werd bijgewoond door ongeveer 1600 deelnemers, bestaande uit delegaties uit ruim 140 Partijstaten, vele waarnemers van Intergouvermentele Organisaties en Niet-Gouvermentele Organisaties.


Het CITES-verdrag werkt met drie bijlagen met verschillende beschermingsniveaus. Voor soorten geplaatst op bijlage I geldt een commercieel handelsverbod; bijlage II bestaan uit kwetsbare soorten waarvoor beperkte gereguleerde handel via een vergunningsystematiek wordt toegestaan; en bijlage III bestaat uit soorten die in minstens één land beschermd worden, dat verzocht heeft aan andere landen de handel te controleren. Zoals te verwachten was hebben met name de voorstellen voor de olifant, houtsoorten en mariene soorten, waaronder de Europese paling en haaien, de meeste aandacht getrokken. Voor wat betreft de algemene procedurele besluiten stonden de Strategische Visie, budget, handhaving en handel via internet en walvissen centraal.


Tevens heeft voor het eerst in de geschiedenis van CITES een Ministeriële rondetafelconferentie plaatsgevonden, hieraan hebben meer dan 50 ministers deelgenomen.

1. Besluiten over soortenvoorstellen

In bijlage 1 bij deze brief treft u een compleet overzicht aan van de genomen beslissingen over de soortenvoorstellen. Onderstaand ga ik in op enkele belangrijke beslissingen:

Olifanten

Sinds de jaren negentig is het Afrikaanse continent verdeeld over de manier waarop met de regulering van de internationale handel in olifanten moet worden omgegaan. Dit leidt traditiegetrouw tot sterk gepolariseerde posities.

Ook tijdens de veertiende Conferentie van Partijen waren de posities tussen verschillende Afrikaanse landen aanvankelijk sterk verdeeld. De 21 Afrikaanse landen onder aanvoering van Kenia en Mali streefden naar een 20-jarig moratorium op de handel in ivoor. De zuidelijke Afrikaanse landen onder aanvoering van Botswana en Namibië streefden een verruiming na van de handelsmogelijkheden. Een van de elementen van hun voorstellen was een jaarlijks in te stellen quotum ivoor. Beide groepen moesten van ver komen om een compromis te bereiken. Gedurende de gehele Conferentie hebben de Afrikaanse landen hard gewerkt om de schijnbaar onoverbrugbare verschillen te overwinnen. De Europese Unie en Nederland als voorzitter hebben zich actief ingezet bij het bereiken van een compromis. Dit is uiteindelijk gelukt en wordt door Partijstaten gezien als een historische doorbraak in CITES-verband.


Na 18 jaar verhitte discussies over dit dossier is uiteindelijk het door Tsjaad en Zambia geamendeerde voorstel met consensus van de Afrikaanse landen aangenomen. De kernonderdelen van het voorstel zijn dat er in een single sale alle legale ivoor in voorraad tot 31 januari 2007 verkocht mag worden, waarna een rustperiode van negen jaar wordt ingesteld. Gedurende deze periode mogen geen slagtanden en ruwe ivoor verhandeld worden. Overeenstemming is bereikt om een proces in te stellen om afspraken te maken hoe na die negen jaar verder gegaan wordt. Tevens wordt een fonds opgericht om de West- en Midden Afrikaanse landen te ondersteunen bij de bescherming van hun olifantenpopulaties. Ik heb als eerste toegezegd € 100 000 in dit fonds te storten.

Houtvoorstellen

De drie voorstellen over Ceder en Palissander, ingebracht door Duitsland namens de EU, zijn uiteindelijk ingetrokken. Nederland had gefaciliteerd bij het opstellen en indienen van de voorstellen. Opmerkelijk was dat de Latijns-Amerikaanse landen, waar deze houtsoorten voorkomen, en bloc tegen plaatsing waren van deze soorten op bijlage 2. Reden voor de afwijzing van de voorstellen voor opname op de bijlage van CITES is waarschijnlijk gelegen in de onvrede van Latijns-Amerika ten aanzien van mahonie, een al langer onder CITES beschermde houtsoort. Reeds enkele jaren voeren importlanden, onder aanvoering van de EU, druk uit op de regio om de exportquota van mahonie naar beneden bij te stellen en de handhaving te verbeteren. De regio heeft herhaaldelijk aangegeven er alles aan te doen wat in hun macht ligt. Hierdoor is het beeld ontstaan dat deze landen niet beloond worden voor hun inzet en dat keer op keer de duimschroeven verder worden aangedraaid. Om aan deze onvrede recht te doen is er een door alle partijen ondersteund compromis gevonden. De Partijen bij het CITES-verdrag hebben namelijk in een verklaring aangegeven bescherming en uiteindelijk opname van deze soorten erg belangrijk te vinden. Over het verloop van dit proces zijn heldere afspraken gemaakt. Dit zal hopelijk resulteren in voorstellen voor deze soorten, gedragen door de Latijns-Amerikaanse regio, voor een volgende CITES Conferentie.

Mariene voorstellen

Het voorstel van de EU, met actieve steun van Nederland voor opname van de Europese paling is met een grote meerderheid van stemmen aangenomen. Dit mag als een succes beschouwd worden. De palingstand is in 20 jaar tijd met ruim 95% achteruit gegaan. De handel in glasaal heeft desastreuze gevolgen voor de palingstand in de Europese wateren.

Het door de Partijstaten aangenomen voorstel verbindt strenge voorwaarden aan de internationale handel. Meer dan 50% van de internationale handel in glasaal is bestemd voor de Aziatische markt.

In samenhang met het onlangs in de Europese Visserijraad aangenomen herstelplan voor de paling heb ik er vertrouwen in dat de paling zich kan gaan herstellen tot een niveau dat ook het bedrijfsleven een duurzame toekomst biedt.


De twee haaivoorstellen, de doornhaai en de haringhaai, ingediend door Duitsland namens de EU, zijn niet aangenomen. De voorstellen beoogden de handel in het zeer gewilde vlees en vinnen te reguleren. De verwachting was dat het een lastige discussie zou worden gezien het feit dat beide soorten in de wateren van zeer veel landen voorkomen. Betrouwbare data inzake biologische status en handelsdata is over een dergelijk groot verspreidingsgebied zeer moeilijk te vergaren. Dit argument werd door diverse landen aangewend om de voorstellen uiteindelijk te verwerpen.

2. Algemene besluiten

Bij een groot aantal onderwerpen is stilgestaan. Met actieve steun van Nederland zijn tijdens de conferentie belangrijke afspraken gemaakt op het gebied van handhaving, handel via internet en de verbetering van de leefomstandigheden van lokale bevolkingsgroepen, die afhankelijk zijn van hun directe leefmilieu. Op deze dossiers is goede vooruitgang geboekt. Daar ga ik nu kort op in:

Verschillende agendapunten over handhaving zijn de revue gepasseerd waarbij onderwerpen besproken werden zoals nationale rapportage verplichtingen, richtlijnen voor compliance en over de implementatie van de Conventie. Over handhaving en internethandel heeft de EU twee documenten ingediend, beide roepen op om te komen tot een internationale workshop die concrete suggesties voor verbetering moeten voorbereiden en verdere aanbevelingen zullen doen die tijdens CoP15 in de vorm van een voorstel ter tafel gelegd zullen worden. Deze besluiten zijn beide aangenomen.


Het door de EU ingebrachte voorstel over CITES en de bijdrage die het kan leveren aan het verbeteren van de leefomstandigheden van lokale bevolkingsgroepen werd ook met overgrote meerderheid aangenomen. Hiermee wordt door de Partijstaten erkent dat CITES een belangrijke bijdrage kan leveren aan armoedebestrijding. Dit ondersteun ik volledig. De biologische- en handelscriteria die ten grondslag liggen aan de opname van soorten op de bijlagen verandert hierdoor niet. Door de aanname van dit voorstel zullen hulpmiddelen ontwikkeld worden voor het vaststellen van de effecten (positieve en negatieve) van de opname van soorten op de CITES bijlagen, op de leefomstandigheden van de allerarmsten. In samenhang hiermee worden vrijwillige richtlijnen uitgewerkt op welke manier deze effecten geminimaliseerd dan wel benut kunnen worden ten gunste van de allerarmsten. Ik ben van mening dat CITES hiermee een extra impuls kan geven aan armoedebestrijding en hiermee een aanvullende bijdrage levert aan de eerste doelstelling van de Millenium Ontwikkelings Doelen voor 2015, bestrijden van armoede.

Strategische Visie

Er is lang en intensief gediscussieerd over de Strategische Visie voor CITES voor de periode 2008–2013. Tot mijn grote tevredenheid is de doelstelling en structuur van het document grotendeels overeind gebleven.

Het doel is tweeledig: (1) verbeteren van de werking van de Conventie gericht op de toekomst; (2) zorgen dat het beleid van CITES wederzijds ondersteunend is aan internationale ontwikkelingen op milieugebied met inbegrip van nieuwe ontwikkelingen binnen het bestaande mandaat. De specifieke verwijzing dat CITES zich in de toekomst meer moet richten op commerciële hout- en mariene soorten is niet overgenomen met als argument dat CITES niet normatief soorten moet voordragen. In de ingestelde werkgroep is de verdere tekst, voor het merendeel bestaande uit de indicatoren van waaruit het te voeren beleid beoordeeld kan worden, met een stofkam doorgenomen. De werkgroep is er niet in geslaagd alles tijdig af te ronden. Het document is niettemin aangenomen met het voorstel om de overgebleven onbesproken indicatoren en marge van het Permanent Comité verder uit te werken.


In samenhang met de Strategische Visie vond de discussie plaats over het budget van CITES. Ook deze discussie verliep erg moeizaam gezien het feit dat een aantal landen niet in kon stemmen met een groei van de contributie. Nederland had ingezet op een hoger groei percentage maar landen als de VS, Japan en de meeste Zuid-Amerikaanse landen konden niet instemmen met een nominale groei van de contributie hoger dan 6%. Reëel gezien betekent dit een achteruitgang indien gecorrigeerd voor inflatie en wisselkoers verschillen.

Walvissen

Walvissen kwamen op twee manieren ter sprake. Allereerst het door Japan ingediende voorstel om alle walvissen die binnen het beheer van de IWC vallen door de bestaande CITES-processen te laten evalueren. Beoogde doel was om in het verlengde hiervan te komen tot voorstellen om (enkele) soorten over te hevelen van Bijlage I naar Bijlage II, waardoor op termijn handel tot de mogelijkheden zou horen. Dit voorstel heeft het niet gehaald.


In de lijst met taxa bestemd voor de periodieke herziening was ook de grijze vinvis opgenomen. In juli vorig jaar heeft het Dieren Comité hiermee met een nipte meerderheid ingestemd. Deze periodieke herziening heeft tot doel vast te stellen of soorten nog het juiste beschermingsniveau genieten of niet beter overgeheveld kunnen worden naar een lager beschermingsniveau. Dit onderwerp ligt daarmee in lijn met het voorstel dat ingediend was door Japan. Na een lang debat, vaak gefrustreerd doordat beroep werd gedaan op het Reglement van Orde is met meerderheid van stemmen besloten de grijze vinvis uit te sluiten van deze herziening. Als argument geldt dat de competentie en verantwoordelijkheid hiervoor bij de IWC ligt. Ook met deze beslissing ben ik erg ingenomen.

Ministeriële Ronde Tafel Conferentie

Voor het eerst in de meer dan 30-jarige geschiedenis van CITES is door Nederland tijdens de conferentie een ministeriële rondetafelconferentie georganiseerd. Op 13 juni kwamen meer dan 50 natuurministers uit de gehele wereld bijeen. Zij spraken op mijn initiatief over een drietal thema’s:

• de bijdrage van CITES aan de bredere duurzame ontwikkelingsagenda en de millenniumontwikkelingsdoelen;

• mogelijkheden ter versterking van de implementatie en naleving van CITES-afspraken;

• mogelijkheden van CITES om in een vroegtijdig stadium de handel in commerciële hout- en marinesoorten te reguleren, in samenwerking met bestaande verdragen en overeenkomsten.


De Ministeriële Ronde Tafel Bijeenkomst is succesvol verlopen. De aanwezige ministers hebben nadrukkelijke politieke richting gegeven op bovenstaande thema’s. Belangrijke uitkomst van de Ministeriële Ronde Tafel bijeenkomst is de erkenning dat CITES, binnen haar eigen mandaat, een goede bijdrage kan leveren aan de bredere ontwikkelingsagenda. Daarnaast waren de aanwezige ministers van oordeel dat CITES weliswaar één van meest effectieve milieuverdragen is, maar dat er verbetering mogelijk is op het gebied van implementatie en naleving van CITES afspraken. Hierbij zijn onder meer concrete aanbevelingen gedaan over de versterking van de internationale samenwerking op het gebied van naleving.


Voorts stelden de ministers dat CITES op het gebied van commerciële hout- en mariene soorten een belangrijke toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de bestaande institutionele context. Voorwaarde hierbij is dat CITES in een eerder stadium nadrukkelijker aansluiting zoekt bij bestaande instrumenten en organisaties.

De uitkomsten van de Ronde Tafel Bijeenkomst heb ik vastgelegd in Voorzitterschapsconclusies. Deze zijn door de Conferentie van Partijen met instemming verwelkomd (zie bijlage 2). Ik hoop dat CITES in de toekomst vaker gebruik maakt van een Ministeriële Ronde Tafel bijeenkomst om te waarborgen dat het politieke draagvlak voor de uitvoering niet alleen blijft behouden, maar ook verder wordt versterkt.

Tot slot

Partijstaten toonden zich bij de afronding van de Conferentie zeer tevreden met de uitkomsten. Ik sluit mij hierbij aan. Er is een doorbraak bereikt op het zeer lastige olifantendossier op een manier die recht doet aan de gevoeligheden die leven op het Afrikaanse continent. De uitkomsten worden gedragen door het gehele Afrikaanse continent wat ik als cruciaal beschouw voor een goede naleving.

Er ligt een mooi resultaat voor wat betreft de bescherming van de Europese paling. Verder zijn voor de houtsoorten met actieve steun van Nederland solide afspraken gemaakt met de oorsprongslanden. Een geleidelijke maar voorzichtige uitbreiding van CITES naar eveneens de regulering van commerciële soorten, waar nodig, is hiermee doorgezet.


De resultaten maken ook duidelijk dat we niet uit het oog moeten verliezen dat opname van soorten in de bijlagen van CITES geen doel op zich is. Politiek draagvlak, implementatie en naleving van de Conventie, een goede financiële onderbouwing van de Conventie om projecten uit te kunnen voeren, bewustwording, capaciteitsopbouw en technische assistentie zijn noodzakelijke voorwaarden om CITES in de toekomst effectief te laten zijn. De komende periode zal ik me op deze zaken blijven richten, deze elementen zijn daarmee onderdeel van het beleid dat ik wil voeren1.


De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg

Comité I: stand van zaken en genomen besluiten tot en met 14 juni 2007

VOORSTELLEN     Aangenomen Afgewezen In behandeling
FaunaZoogdieren            
1 Halfaapjes uit het geslacht Nycticebus Van App. II naar App. I x      
2 Rode lynx Verwijderen van App. II   x    
3 Luipaard trofeeën verhoging quotum voor Oeganda x      
4 Afrikaanse olifanten en ivoor       ingetrokken  
5 Afrikaanse olifanten en ivoor       ingetrokken  
6 Afrikaanse olifanten en ivoor       ingetrokken  
7 Afrikaanse olifanten en ivoor       Vooraf ingetrokken  
nieuw voorstel compromis ipv voorstellen 4, 5 en 6 handel in ruw en bewerkt ivoor X      
8 Vicuáa (kleine kameelachtige) wol van Boliviaanse populaties x      
9 Noord-Afrikaans edelhert Opname in App. I   x    
10 Cuviers gazelle Opname in App. I   x    
11 Dorcas gazelle Opname in App. I     ingetrokken  
12 Duingazelle Opname in App. I x      
andere dieren            
13 Zwarte kaaiman Overhevelen van App. I naar App. II x      
14 Guamalteekse korsthagedis Overhevelen van App. II naar App. I x      
15 Haringhaai Opname in App. II   x    
16 Gewone doornhaai Opname in App. II   x    
17 Zaagvisfamilie Opname in App. I x      
18 Europese aal (paling) Opname in App. II x      
19 Banggai kardinaalvis Opname in App. II     ingetrokken  
20 Caraïbische langoesten (2 soorten) Opname in App. II     ingetrokken  
21 Edelkoralen (Corallium-soorten) Opname in App. I x      
planten            
22 Arizona aloë Verwijderen van App. I x      
23 San Diego berengras Overhevelen van App. I naar App. II x      
24 Pereskia soorten (bladcactussen) Verwijderen van App. II x      
25 Pereskiopsis (bladcactus) Verwijderen van App. II x      
26 Annotatievoorschriften (#) 1, 4 en 8 Samenvoegen en aanpassen     ingetrokken  
27 Amendement op # van diverse geslachten Aanpassing x      
28 Oconee klokje Verwijderen van App. II x      
29 Amendement op # van Euphorbia soorten uitzondering voor enkele soorten     ingetrokken besluit aangenomen
30 Pernambuco of Brazielhout Opname in App. II x      
31 Palisander (Dalbergiasoorten) Opname in App. II     ingetrokken besluit aangenomen
32 Palisander (Honduras Dalbergia) Opname in App. II     ingetrokken besluit aangenomen
33 Cedersoorten (Cedrela geslacht) Opname in App. II     ingetrokken besluit aangenomen
34 Amendement op # van Orchideeën soorten aanpassing voor gekweekte hybriden   x    
35 Amendement op # van Orchideeën soorten aanpassing voor gekweekte hybriden x   (= 34 zonder Zuid-Amerikaanse soorten)
36 Amendement # van Taxus cuspidata aanpassing voor onderdelen en derivaten     ingetrokken besluit aangenomen
37 Amendement op # 10 van 4 Taxus soorten aanpassing voor onderdelen en derivaten x      

1  Het verslag van de 14e Conferentie van Partijen (CoP14) is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.