Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1. LEESWIJZER

Indeling van de begroting

Deze begroting is opgebouwd uit 4 beleidsartikelen en 1 niet-beleidsartikel. In beleidsartikel 1 komt de Eerste Kamer aan bod. De beleidsartikelen 2, 3 en 4 betreffen de Tweede Kamer.


De beleidsartikelen 1 en 3 zijn ingedeeld in de volgende paragrafen:

1. Algemene doelstelling

2. Speerpunten 2007

3. Context

4. Succesfactoren

5. Tabel budgettaire gevolgen van beleid en begrotingsvoorstellen College/kabinetsstandpunt

6. Operationele doelstellingen

7. Bedrijfsvoeringsparagraaf


Bovengenoemde indeling wijkt in verband met de bijzondere staatsrechtelijke positie van de Staten-Generaal op enkele punten af van het (voorgeschreven) sjabloon/richtlijnen. Hieronder wordt dit toegelicht.

Speerpunten

De Staten-Generaal kennen geen gezamenlijke beleidsagenda. In navolging van de ontwerpbegroting 2006 is bij de beleidsartikelen 1en 3 een paragraaf Speerpunten 2007 opgenomen. Deze dient als tegenhanger van de (departementale) beleidsagenda.

Context

Vanwege de staatsrechtelijke positie van de Staten-Generaal als Hoge Colleges van Staat is ervoor gekozen om de paragraaf «verantwoordelijkheid van de minister» te vervangen door de paragraaf met de ruimere omschrijving «context».

Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsvoorstellen/kabinetsstandpunt

Ingevolge de beheersafspraken die gelden tussen de Staten-Generaal en de minister van BZK wordt in deze subparagraaf zowel de begrotingsvoorstellen van het College als het daarbijbehorende kabinetsstandpunt inzichtelijk gemaakt.

Juridisch verplicht

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid is voor de Staten-Generaal geen regel met juridisch verplicht opgenomen. Met juridisch verplicht wordt bedoeld om inzichtelijk te maken welk deel van programmagelden juridisch verplicht is. Bij de Staten-Generaal zijn echter de verschillende budgetten te duiden als apparaatskosten.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

De Staten-Generaal geven in deze paragraaf de ontwikkelingen ten aanzien van de bedrijfsvoering. Voor de goede orde wordt vermeld dat tussen de Eerste en Tweede Kamer en het kabinet afspraken zijn gemaakt over het financieel beheer. Uitgangspunt daarbij is dat de Eerste- en Tweede Kamer in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het beheer en dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zich strikt beperkt tot de verantwoordelijkheden waarop hij aanspreekbaar is op basis van de Comptabiliteitswet.

Controle achteraf is daarbij het vangnet om te beoordelen of de Colleges en Kabinetten bij hun beheer binnen de grenzen blijven die de Comptabiliteitswet stelt. Daartoe worden de administraties van de jaarlijks gecontroleerd door de Auditdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze controle strekt zich ook uit tot de administratieve organisatie.

Afwijkende indeling artikel 2 en 4

Voor de artikelen 2 en 4 van de Tweede Kamer is gekozen van een afwijkende opbouw om herhaling van speerpunten en algemene/operationele doelstellingen (zie artikel 3) te voorkomen.

Niet numerieke volgorde artikelen Tweede Kamer

Omdat artikel 3 het centrale artikel van de Tweede Kamer betreft is artikel 3 in deze ontwerpbegroting voor artikel 2 geplaatst.


In zijn algemeenheid geldt dat in geval een paragraaf niet is ingevuld deze geheel is weggelaten.