Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1. LEESWIJZER

Deze memorie van toelichting betreft de begrotingsstaten voor het jaar 2007 van het Ministerie van Algemene Zaken (inclusief die van de baten-lastendienst Publiek en Communicatie), het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Bedoelde begrotingen komen in de paragrafen 2 tot en met 4 aan de orde.


De begroting van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ) sluit aan bij de uitgangspunten en structuur zoals beschreven in de kabinetsnota «Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording» (VBTB). Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan het beleid van het ministerie (paragrafen 2.1 tot en met 2.4), de baten-lastendienst Publiek en Communicatie (paragraaf 2.4) en de specifieke details van de voorgestelde begrotingsmutaties (paragraaf 2.5).

In afwijking van hetgeen is vermeld in de Rijksbegrotingsvoorschriften wordt in paragraaf 2.1 (de zgn. «Beleidsagenda») uit doelmatigheidsoverweging geen overzichtstabel gegeven met daarin de belangrijkste mutaties. De betreffende informatie is rechtstreeks terug te vinden in de verdiepingsparagraaf (paragraaf 2.5). Omtrent de mogelijkheden tot het vermelden van prestatiegegevens verwijs ik u naar mijn brief van 29 juni 2006 (Kamerstukken II, 2005/2006, 29 949, nr. 53).


In de toelichting bij de begroting van het Kabinet der Koningin wordt achtereenvolgens ingegaan op de algemene doelstelling (paragraaf 3.1), de taken en activiteiten (paragraaf 3.2) en de budgettaire gevolgen (paragraaf 3.3).


In de toelichting bij de begroting van de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten wordt kort aandacht besteed aan de doelstelling van de Commissie (paragraaf 4.1) en aan de budgettaire uitgangspunten (paragraaf 4.2).


In het Hoofdlijnenakkoord van het tweede kabinet Balkenende is een opdracht opgenomen om te komen tot «een grondig en gericht onderzoek ... naar de verschilldende modaliteiten van de versterking van het ambt van minister-president, diens bevoegdheden en diens democratische legitimatie, waaronder de argumenten voor en tegen diens rechtstreekse verkiezing». Op de resultaten van dit onderzoek wordt in paragraaf 5 ingegaan.


De toelichting eindigt met een overzicht van de (afhandeling van de) door de Tweede Kamer aanvaarde moties en de door de Minister-President gedane toezeggingen (paragraaf 6).