Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

2.1 De beleidsagenda

De Minister-President heeft een algemeen coördinerende taak ten aanzien van de uitvoering van het Beleidsprogramma van het kabinet. Daarnaast wordt een viertal meer zelfstandige prioriteiten onderscheiden, te weten:


– verantwoordelijkheid buitenlands beleid;

– gemeenschappelijk communicatiebeleid;

– Innovatieplatform;

– waarden en normen.


De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad en de contacten met zijn ambtgenoten. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse andere internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoeken aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee gediend is.

In 2007 zal nader gestalte worden gegeven aan de versterking van de politieke regie in het Europabeleid en de rol van de Minister-President en het ministerie van Algemene Zaken daarin. Deze rol wordt niet alleen ingegeven door de eindverantwoordelijkheid van de Minister-President voor de coördinatie en de eenheid van het regeringsbeleid, maar houdt ook verband met het feit dat Europees beleid en nationaal beleid steeds meer verweven raken.

Als lid van de Europese Raad is de Minister-President voorts intensief betrokken bij de discussie over de toekomst van Europa, die naar verwachting medio 2007 in een nieuwe fase zal belanden. De Nederlandse inzet in deze discussie wordt in nauw overleg met de coördinerende bewindspersonen van Buitenlandse Zaken en de ministerraad bepaald.

De versterkte rol van de Minister-President wordt beschreven in kabinetsstandpunten op onder andere het Rapport van de Gemengde Commissie «Sturing EU-aangelegenheden», het advies van de Raad van State over de gevolgen van de Europese arrangementen voor de positie en het functioneren van de nationale staatsinstellingen en hun onderlinge verhoudingen en de motie-Herben c.s. over de rol van de Minister-President en zijn ministerie inzake het Nederlandse Europa-beleid. Om de hierin beschreven agenderende en regisserende rol van de Minister-President gestalte te geven, staat hem een versterkt instrumentarium ter beschikking. Het gaat daarbij onder andere om een eigenstandige agenderingsbevoegdheid in de ministerraad, het frequenter bijeenroepen van de REIA (zo nodig in combinatie met een andere onderraad) en de mogelijkheid een ministeriële stuurgroep te convoceren om de politieke sturing en een goede behandeling van strategische onderwerpen in een onderraad dan wel direct in de ministerraad te bevorderen.


De overheidscommunicatie heeft de afgelopen jaren, mede onder invloed van verschillende studies en rapporten, een accentverschuiving ondergaan van afzonderlijke naar gezamenlijke communicatie. Daardoor heeft de overheidscommunicatie zich meer en meer ontwikkeld tot een volwaardig en breed inzetbaar beleidsinstrument. Beleidscommunicatie van het kabinet is immers meer dan een optelsom van de beleidspresentaties van de afzonderlijke departementen. Zo is de eerstelijns publieksvoorlichting ondergebracht bij Postbus 51 en werkt de Voorlichtingsraad nadrukkelijker samen aan de presentatie van kabinetsbreed beleid. De interdepartementale samenwerking maakt de onderlinge samenhang tussen de departementen en in de plannen van het kabinet meer zichtbaar.

Het kabinet onderstreept het belang van het bundelen en coördineren van gemeenschappelijke communicatie-activiteiten. Door interdepartementale samenwerking wordt efficiënter gewerkt. Deze interdepartementale samenwerking op het gebied van overheidscommunicatie krijgt dan ook een structureel karakter. In de jaren 2002–2006 zijn in het zogenaamde actieprogramma Wallage verschillende initiatieven ontwikkeld. Deze activiteiten worden voortgezet en uitgebouwd. De tijdelijke financiering van het actieprogramma wordt daartoe omgezet in een structurele financiering, die tot stand komt door een omslag van de geraamde uitgaven over de departementen. Het omzetten van incidentele financiering naar structurele financiering maakt het mogelijk om blijvend te investeren in interdepartementale samenwerking op het gebied van overheidscommunicatie.


Als we in de toekomst een samenleving wensen waar welvaart en welzijn belangrijk zijn, dan moeten we ons menselijk en economisch potentieel volledig benutten. Hiervoor is nodig dat we individuele prestaties en eigen initiatief gaan waarderen. De verschillende actoren in ons land moeten daarnaast hun keuzen beter op elkaar gaan afstemmen, meer gebruik maken van elkaars kennis en vaardigheden en elkaar stimuleren tot ambitie en ondernemerschap.

Sinds de start heeft het Innovatieplatform visies op de toekomst en het Nederlandse innovatiesysteem opgesteld en vele concrete acties geformuleerd. Het initiatief van het Innovatieplatform heeft al tot navolging geleid. In diverse regio’s is innovatie hoog op de agenda gezet en in sleutelgebieden zijn nieuwe tripartiete netwerken tot stand gekomen en bestaande versterkt. Verwacht mag worden, dat deze netwerken ook in de volgende kabinetsperiode een effectieve gesprekspartner zijn ter versterking van de innovatiekracht van Nederland.

In de tweede helft van 2006 en voor zover nodig nog in 2007 zal het platform zijn werkzaamheden afronden of overdragen aan bedrijven en kennisinstellingen en hun organisaties. Diverse activiteiten worden inmiddels gedragen door de betreffende organisaties zelf. Zo heeft het Innovatieplatform het initiatief genomen tot actie op het terrein van valorisatie.

Steeds meer universiteiten en kennisinstellingen zijn actief bezig om hun kennis, vindingen en octrooien beschikbaar te stellen aan het bedrijfsleven. Het Innovatieplatform ondersteunt dit. Samen met de direct betrokkenen worden kansen en belemmeringen op het terrein van valorisatie in kaart gebracht en wordt in januari 2007 een bijeenkomst georganiseerd.


Dit kabinet hecht groot belang aan respect en aan waarden en normen in de samenleving. Het debat en de acties rond waarden en normen sluiten nauw aan bij de breedgedragen behoefte van burgers om in hun eigen leefomgeving te werken aan leefbaarheid, respect en solidariteit. Het kabinet zal zijn inzet, gericht op het bevorderen van de omgang en betrokkenheid tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid voortzetten.

De inzet van dit kabinet op het terrein van waarden en normen is zichtbaar geworden in het beleid op het terrein van integriteit, grondrechten, veiligheid, jeugd, onderwijs en integratie, ook zonder dat de specifieke noemer «waarden en normen» wordt gebruikt. Dit betreft bijvoorbeeld burgerschap en de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs (in 2007 ontvangen alle scholen daarvoor € 15 000,–), gedragsregels in het openbaar vervoer, activering door sport en bestrijding van radicalisering. Met de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning krijgen gemeenten mogelijkheden om er voor te zorgen dat mensen daadwerkelijk mee kunnen doen. De aanpak die in 2006 in elf wijken is gestart en waarbij wonen, werken, leren, veiligheid en welzijn gebundeld worden opgepakt, zal worden voortgezet. Deze inzet van het kabinet op het gebied van waarden en normen zal ook volgend jaar onderdeel zijn van het beleid van de betreffende departementen.

In 2005 heeft het kabinet aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) een opdracht verleend om onderzoek te doen naar burgerschapsinitiatieven. De UvA heeft tevens de opdracht gekregen om samen met maatschappelijke organisaties een Open Source Database Burgerschap te ontwikkelen. Deze ligt in het verlengde van de website www.zestienmiljoenmensen.nl, die de afgelopen jaren een verzamelplaats van maatschappelijke initiatieven is geworden. Deze database bestaat uit informatie over wat burgers onder burgerschap verstaan en uit een groot aantal burgerinitiatieven. De database beschikt tevens over mogelijkheden om burgers in staat te stellen hun eigen burgerinitiatieven onder de aandacht te brengen. Ook biedt de website burgers volop ruimte om met andere betrokkenen in contact te komen. De database wordt vóór het einde van de lopende kabinetsperiode overgedragen aan een of meer maatschappelijke organisaties die zich toeleggen op vrijwilligerswerk en burgerschapsinitiatieven. Dit zal waarschijnlijk reeds plaatsvinden in november 2006.

2.2 Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid

De verantwoordelijkheid van de Minister-President, zoals neergelegd in de Grondwet en diverse regelgeving, is tot uitdrukking gebracht in de formulering van de algemene beleidsdoelstelling: «het bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid». In termen van activiteiten is deze doelstelling nader te clusteren in een drietal operationele doelstellingen:


– coördinatie van het algemeen regeringsbeleid;

– coördinatie van het algemeen communicatiebeleid;

– het leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid;


De Minister-President is in dit verband verantwoordelijk voor het instandhouden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad, onderraden, ministeriële commissies enz. Daarbij moet worden opgemerkt, dat de coördinerende verantwoordelijkheid van de Minister-President een ander karakter heeft dan die van andere ministers met een coördinerende taak. «Eenheid» en «algemeen regeringsbeleid» zijn hier staatsrechtelijke begrippen. Er is geen sprake van een beleidsveld.

2.2.1 Coördinatie van het algemeen regeringsbeleid

Motivering

De coördinatie van het algemeen regeringsbeleid kan worden gesplitst in een inhoudelijk aspect en een woordvoeringsaspect. Beoogd worden een adequate ambtelijke ondersteuning van de Minister-President (in zijn coördinerende rol) en het optimaal uitvoeren van de woordvoering van de Minister-President, de ministerraad en de leden van het Koninklijk Huis.

Instrumenten/activiteiten

De ambtelijke ondersteuning van de Minister-President bestaat uit de inhoudelijke advisering ter voorbereiding van de ministerraad en de onderraden. Deze advisering ligt voor het grootste gedeelte bij het Kabinet van de Minister-President.

De woordvoering is een taak van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). De RVD verzorgt de woordvoering voor de Minister-President en de ministerraad. In 2007 worden zowel de algemene website van het ministerie als de site regering.nl vernieuwd.

Ook is de RVD verantwoordelijk voor de communicatie over en de begeleiding van publieke optredens van de leden van het Koninklijk Huis. Bij de communicatie over en mediabegeleiding van publieke optredens van het Koninklijk Huis wordt zorg gedragen voor een goed evenwicht tussen tijdige en feitelijke voorlichting enerzijds en bescherming van de persoonlijke levenssfeer anderzijds.

2.2.2 Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid

Motivering

De RVD stimuleert de interdepartementale samenwerking op het gebied van de communicatie. In 2007 zal deze samenwerking verder worden versterkt. Deze samenwerking is gebaseerd op de adviezen van de commissie Toekomst Overheidscommunicatie («de commissie-Wallage») uit 2002. In 2005 is in een reactie op het advies van de Gemende commissie Communicatie (de commissie «Wolffensperger») aangegeven dat deze ontwikkeling moet worden voortgezet en uitgebouwd. Kernbegrippen zijn: versterking van de eenheid in de presentatie (zowel in inhoud als vorm), beter toegankelijke publieksvoorlichting en een intensiever gebruik van nieuwe media bij het ontsluiten en duiden van overheidsinformatie.

Instrumenten/activiteiten

Algemene beleidscommunicatie

Departementen werken nauw samen aan een eenduidige en toegankelijke presentatie van de beleidsplannen van het kabinet. In 2007 worden de ondersteunende en coördinerende werkzaamheden van de Voorlichtingsraad hiertoe voortgezet. Daarnaast is er speciale aandacht voor de monitoring van de informatiebehoefte en actuele «issues» onder burgers, hiervoor wordt in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau op kabinetsniveau een onderzoeksprogramma ontwikkeld.

Algemene presentatie van de rijksoverheid

Burgers moeten zich gemakkelijk tot de (Rijks)overheid kunnen wenden: om zelf informatie op te vragen, voor nadere uitleg, om gebruik te kunnen maken van de overheidsdiensten of om hun mening kenbaar te maken. Een toegankelijke en eenduidige presentatie van de verschillende onderdelen van de Rijksoverheid is daarbij gewenst. Ontwikkelingen om de overheid eenduidiger en toegankelijker te maken zijn het project om de internetsites van de departementen (de «Stijlgids») te uniformeren en de ontwikkeling van het Contact Center Overheid, hier kunnen burgers in de toekomst terecht met al hun vragen aan de overheid. En tot slot onderkent het kabinet dat een eenduidige presentatie van de rijksoverheid ook vanwege herkenbaarheid bij de burger gewenst is. Voorbereidingen hiervoor zijn getroffen, nadere besluiten zullen in 2007 worden genomen.

Publieksvoorlichting

De overheid wil zijn publieksvoorlichting zo effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren.

Om in het complexe medialandschap voldoende zichtbaar te blijven, moet de overheid haar publieksvoorlichting voortdurend blijven ontwikkelen. Enerzijds door meer samenhang in de publieksvoorlichting te bevorderen. Anderzijds moet de overheid haar publieksvoorlichting meer op specifieke doelgroepen (ouderen, jongeren, allochtonen, etc) richten dan op het algemeen publiek. De ministeries gaan daarom voortaan jaarlijks gezamenlijk campagne voeren om het publiek overzichtelijk en op maat te informeren over nieuwe wet- en regelgeving. Daarnaast experimenteert de overheid met aansprekende, toegankelijke en begrijpelijke vormen van publieksvoorlichting om alle groepen in de samenleving beter te bereiken.

Nieuwe media

De ontwikkelingen op het terrein van nieuwe media gaan snel. Interdepartementaal wordt samengewerkt aan productontwikkeling en innovatie. Deze samenwerking is essentieel om als overheid ook online eenduidig, toegankelijk en in samenhang te communiceren met burgers en bedrijven. Het op dit vlak ingezette beleid wordt in 2007 voortgezet.

Via de ontwikkeling van een zogenaamde «portalstructuur» werkt de overheid aan betere ontsluiting en vindbaarheid van overheidsinformatie. Onderlinge afstemming van de geboden informatie en afspraken over standaardisering gaan het mogelijk maken dat burger en bedrijf sneller en efficiënter geholpen worden. De wensen en vragen van de gebruiker zijn daarbij het uitgangspunt. Met de verdere uniformering van intranetten, websites van uitvoeringsorganisaties en doelgroepen-, campagne- en themasites wordt een volgende stap gezet naar een herkenbare, toegankelijke en gebruiksvriendelijke overheid op internet (zg. «Stijlgids»).

De aandacht voor de uiterlijke presentatie van de overheid (voorkant) gaat samen met aandacht voor de techniek (achterkant). Zo werken de ministeries samen aan de doorontwikkeling en implementatie van de technische systemen voor hosting, content management en zoekfuncties.

Uitvoering van beleid

De uitvoering van het beleid is voor een belangrijk deel ondergebracht bij de Dienst Publiek en Communicatie. Zo is de Dienst onder andere verantwoordelijk voor de media-inkoop van de rijksoverheid, de advisering over de gehele breedte van overheidscommunicatie en de beantwoording van niet-dossier gebonden vragen van burgers over vastgesteld overheidsbeleid. De deskundigheidsbevordering is eveneens een taak van de Dienst Publiek en Communicatie. Dat gebeurt door in- en extern kennismanagement en door het geven van cursussen en trainingen. Laatstgenoemde activiteiten worden uitgevoerd door de Academie voor Overheidscommunicatie, ook een onderdeel van de Dienst.

Prestaties

IndicatorStreefwaarde
Financieel voordeel collectieve inkoop van media-ruimte (versus afzonderlijke inkoop door de ministeries)Kostenbesparing van 26 procent bij een inkoopvolume van € 90 mln
Wachttijd voor burgers bij telefonische vragen aan Postbus 51Bellers worden na gemiddeld 40 seconden te woord gestaan
Klanttevredenheid over telefonische dienstverlening Postbus 51Klanten geven een 7,5 als rapportcijfer
Doorlooptijd e-mailbeantwoording Postbus 5180 procent binnen 48 uur beantwoord
Klanttevredenheid over dienstverlening Academie voor OverheidscommunicatieCursisten geven een 7 als rapportcijfer

2.2.3 Het leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid

Motivering

De ontwikkeling van het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in zaken die op langere termijn de samenleving kunnen beïnvloeden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) tracht op een wetenschappelijk gefundeerde manier aan dergelijke inzichten bij te dragen. De WRR heeft tot taak hierbij tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden in en te verwachten knelpunten voor het regeringsbeleid, probleemstellingen te formuleren over de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven aan te dragen. De WRR kan zich bezighouden met alle gebieden van (potentieel) regeringsbeleid.

Instrumenten/activiteiten

Werkprogramma

Aan het begin van elke raadsperiode legt de WRR zijn voorgenomen activiteiten neer in een werkprogramma. Dit werkprogramma wordt door de raad vastgesteld en later eventueel aangevuld, na overleg met de Minister-President, die hierover voorafgaand de meningen hoort in de ministerraad.

Op grond van het opgestelde werkprogramma wordt gedurende de raadsperiode wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. De huidige raadsperiode loopt van 2003 tot en met 2007.

Publicaties

Op grond van door de WRR geïnitieerd onderzoek worden Rapporten aan de regering uitgebracht waarop een regeringsreactie wordt gegeven, wat in voorkomende gevallen kan leiden tot beleidsontwikkeling en wetgeving. Het zal altijd van een politieke afweging afhangen of, en zo ja in hoeverre, inzichten van de WRR doorwerken in beleid en regelgeving. Door hun ressortoverstijgend karakter dragen sommige rapporten rechtstreeks bij aan de eenheid van het regeringsbeleid.

Achtergrondstudies die in het kader van WRR-rapporten tot stand zijn gekomen, worden als Verkenningen of als Webpublicaties gepubliceerd.

Raadsonderwerpen 2007

In 2007 zal de WRR zich onder andere bezighouden met de volgende thema’s: Identiteiten, Europa, Religie en publiek domein, Governance van vitale infrastructuren.

Bijdrage beleidsdialoog

De WRR draagt niet alleen via publicaties actief bij aan het debat tussen wetenschap en beleid, maar ook via het organiseren van conferenties, expertmeetings en de jaarlijkse WRR-lecture. Hiermee wil de WRR zowel de primaire doelgroep (regering en beleidsmakers) beter bedienen, alsook de maatschappelijke instellingen en het brede publiek beter bereiken. In 2007 zal tevens de debattenreeks Hollands Spoor, die sinds 2005 in samenwerking met het Strategieberaad Rijksbreed (RBR) wordt georganiseerd, worden voortgezet. Hierin wordt door discussies tussen ambtelijke top, senior strategen en wetenschappers de meningsvorming en strategiebepaling bij actuele, sectoroverstijgende thema’s verdiept.

Bijzondere activiteiten

In het kader van internationalisering van de werkzaamheden van de WRR wordt in het najaar een meerdaagse internationale conferentie over denktanks en beleid georganiseerd. Dit moment markeert tevens het 35-jarig jubileum van de WRR (sinds de instelling van de voorlopige WRR in 1972) en de afsluiting van de zevende raadsperiode.

Het project Identiteiten zal niet alleen uitmonden in een raadsrapport, maar mogelijk ook in een verfilming van het thema. Deze verfilming/documentaire vormt een zelfstandig product en kan als input worden gebruikt voor discussie en debat.

Prestaties

Het functioneren van de WRR kan in beperkte mate kwantitatief worden weergegeven. De beperking van een dergelijk overzicht is dat het meten van wetenschappelijke prestaties door middel van kwantitatieve outputindicatoren een discutabele zaak blijft. De effecten van het werk van denktanks als de WRR zijn immers veelal indirect en zichtbaar op de lange termijn.

 200520062007
Rapporten aan de regering257
Verkenningen352
Webpublicaties7310
Conferenties8108
WRR-lecture111
Overige publicaties433

Voor wat betreft evaluatie-onderzoek kan worden gemeld dat een evaluatie van de WRR plaatsvindt aan de hand van een periodieke externe visitatie. Deze evaluatie zal plaatsvinden in 2007 en zal uitmonden in een publicatie in 2008. Dit is een evaluatiemethode die gebruikelijk is bij soortgelijke instellingen als de WRR.

2.2.4 Budgettaire gevolgen van beleid

In onderstaande tabel zijn de programma-en apparaatsuitgaven voor de komende jaren opgenomen.

(x € 1 000)
Bevorderen van de eenheid van het algemeenregeringsbeleid2005200620072008200920102011
Verplichtingen51 27144 74651 96051 71551 61251 60451 599
Uitgaven50 59744 74651 96051 71551 61251 60451 599
Programma-uitgaven       
w.v. juridisch verplicht 1 9412 0182 0991 7481 818
– Coördinatie van het algemeen regeringsbeleid 1 6691 306674674674674
– Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid 10 47220 20220 20520 20520 20520 205
w.v. bijdrage baten-lastendienst Publiek en Communicatie 4 90010 99010 99010 99010 99010 990
– Bijdragen aan de langere termijn beleidsontwikkeling 652645646646646646
Apparaatsuitgaven 31 95329 80730 19030 08730 07930 074
Ontvangsten5 6995 4071 3441 3441 3441 3441 344

2.3 Nominaal en onvoorzien

 2005200620072008200920102011
Verplichtingen
Uitgaven
Loonbijstelling
Prijsbijstelling
Onvoorzien

Het niet-beleidsartikel «Nominaal en onvoorzien» is een administratief artikel, waarop geen verplichtingen, uitgaven of ontvangsten worden geraamd.

2.4 Baten-lastendienst Publiek en Communicatie

2.4.1 Begroting van baten en lasten

(x € 1 000)
 2005200620072008200920102011
Baten       
opbrengst moederdepartement4 9804 90010 99010 99010 99010 99010 990
opbrengst overige departementen36 06917 40020 31020 31020 31020 31020 310
opbrengst derden8374005 2005 2005 2005 2005 200
rentebaten
buitengewone baten
exploitatiebijdrage
Totaal baten41 88622 70036 50036 50036 50036 50036 500
Lasten       
apparaatskosten       
– personele kosten7 8908 60010 80010 80010 80010 80010 800
– materiële kosten33 04913 70025 55025 55025 55025 55025 550
rentelasten2300
afschrijvingskosten       
– materieel78100
– immaterieel
dotaties voorzieningen277
buitengewone lasten2
Totaal lasten41 29822 70036 35036 35036 35036 35036 350
        
Saldo van baten en lasten5880150150150150150

Toelichting

Baten

Opbrengst moederdepartement

Dit betreft de vergoeding c.q. bijdrage voor de uitvoering van collectieve taken voor de (in de VoRa) samenwerkende ministeries, zoals de Postbus 51 publieksvoorlichting, de monitoring van Postbus 51-campagnes en de beschikbaarheid als rijksbreed kennis- en expertisecentrum voor overheidscommunicatie. In verband met de nieuwe financieringsstructuur voor Publieksvoorlichting is er sprake van een verschuiving van de opbrengsten tussen moeder- en overige departementen.

Opbrengst overige ministeries

De opbrengst komt hoofdzakelijk uit consultancy (€ 7,4 mln), media-inkoop (€ 5 mln) en uit het in shared service gaan uitvoeren van campagnemanagement (€ 4,5 mln). Het overige is afkomstig uit monitoring (€ 1,6 mln), deskundigheidsbevordering (€ 1,3 mln.) en bijdragen van ministeries voor de uitvoering van overige Postbus 51-activiteiten (€ 0,5 mln).

Opbrengst derden

Dit vloeit voort uit feit dat besloten is dat mede-overheden met ingang van 2006 ook opdrachten tot media-inkoop kunnen verlenen aan de Dienst Publiek en Communicatie. Zo zijn voor de gehele overheid grotere doelmatigheidsvoordelen te behalen.

Lasten

Personele kosten

De dienst telt een formatie van 126,4 fte’s ambtelijk personeel en daarboven 26,5 tijdelijke formatieplaatsen voor het opvangen van werkpieken (de zogeheten «pool»). Per 2007 is er een volledige bezetting in verband met de uitvoering van shared service publieksvoorlichting en de uitvoering shared service campagnemanagement. Men name daardoor stijgen de kosten navenant. Dat geldt ook voor de materiële kosten.

Materiële kosten

De materiële kosten hebben voor € 21,2 mln. (83%) rechtstreeks betrekking op aan projecten en aan media-inkoop verbonden externe kosten die aan de opdrachtgevers worden doorberekend.

De dienst is gehuisvest in panden van het Ministerie van Algemene Zaken. De uitgaven voor de gebruikerszaken lopen via de begroting van dit ministerie en worden voor een deel aan het moederdepartement betaald via de vergoeding voor ontvangen ondersteuning.

Saldo van baten en lasten

Verwacht resultaat is dat de kosten volledig gedekt worden. Een eventueel batig saldo aan het einde van het begrotingsjaar wordt aan de exploitatiereserve toegevoegd. Wanneer de exploitatiereserve volgens de Regeling Vermogensvoorschriften 2001 de toegestane hoogte van het eigen vermogen overschrijdt, worden de tarieven navenant verlaagd.

2.4.2 Kasstroom

(x € 1 000)
 2005200620072008200920102011
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)6 7497 8498 3998 5498 6998 849
        
2. Totale operationele kasstroom5 172100150150150150150
        
3a -/- totaal investeringen– 23
3b +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen
3. Totaal investeringskasstroom– 23
        
4a -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement
4b +/+ eenmalige storting door moederdepartement1 6001 000400
4c -/- aflossing op leningen 
4d +/+ beroep op leenfaciliteit 
4. Totaal financieringskasstroom1 6001 000400
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. dep.) (1+2+3+4)6 7497 8498 3998 5498 6998 8498 999

Toelichting

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven en -ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar zullen komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik zal worden gemaakt cq. wordt gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen). De kasstroom 2007 bestaat uit de storting door AZ (€ 0,4 mln) en het positieve saldo van baten en lasten uit de operationele kasstroom (2007 € 0,150 mln).

2.5 De verdiepingsparagraaf

2.5.1 Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Opbouw verplichtingen/uitgaven (x € 1 000)
 2005200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006 41 09540 04539 78839 78439 778 
Mutatie eerste suppletore begroting 2006 2 340719717722722 
        
Nieuwe mutaties:       
1. Diverse overboeking van en naar de BZK- , de OCW- en de EZ-begroting 110– 368– 354– 458– 460 
2. Actieprogramma Overheidscommunicatie  – 3 000– 3 0003 000– 3 000 
3. Gemeenschappelijk communicatiebeleid  14 62814 62814 62814 628 
4. Digitale nieuwsvoorziening 1 284     
5. Toedeling loon- en prijsbijstelling 2006 aan de begrotingen van het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdienst – 61– 64– 64– 64– 64 
6. Toedeling eindejaarsmarge 2005 aan begroting Kabinet der Koningin – 22     
Stand ontwerpbegroting 200750 59744 74651 96051 71551 61251 60451 599

Toelichting op de nieuwe verplichtingen- en uitgavenmutaties

1. Diverse overboekingen naar de BZK-, de OCW- en de EZ-begroting

Overboeking naar de BZK begroting voor de financiering van het Rijksweb (2007: – 64; 2008 e.v.: – 50), rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie (2007 e.v.: – 28), de Top Management Groep (2007 e.v.: – 350) en het project Transparante Overheid (2009 e.v.: – 109). Overboeking van de begroting van BZK voor de financiering van de CAO Rijk 2005–2006 (2006: 111; 2007: 81; 2008: 76; 2009: 81; 2010: 79). Tevens een eenmalige (2007: – 5) overboeking naar de OCW-begroting voor uitgaven verbonden aan het Nationaal Archief. Ten slotte een compensatie ten gunste van de EZ-begroting in het kader van de taakstelling Programma Inkoop en Aanbesteding (2006: – 1; 2007 e.v.: – 2).

2. Actieprogramma Overheidscommunicatie

Het Actieprogramma Overheidscommunicatie eindigt ultimo 2006. Bij de start van het programma in 2002 is al gememoreerd dat sommige activiteiten wellicht een meer structureel karakter zouden krijgen en zouden moeten worden «ingebed» voor de jaren 2007 en verder. Inmiddels zijn voor 2007 en latere jaren diverse activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk communicatiebeleid gepland (zie ook hierna onder punt 2), welke logischerwijs in de plaats komen van de hiervoor genoemde «inbedding». De eerder geraamde bedragen in dat verband kunnen dus komen te vervallen. Zie ook de toelichting bij de ontvangsten.

3. Gemeenschappelijk communicatiebeleid

In augustus 2005 is de kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden op de vijftig aanbevelingen van de gemengde commissie Wolffensperger, naar aanleiding van de takenanalyse overheidscommunicatie. In deze reactie is aangegeven, dat het kabinet op voordracht van de Voorlichtingsraad nog de financiële consequenties van de plannen voor gemeenschappelijk communicatiebeleid in beeld zal brengen. De voorgenomen toevoeging houdt hiermee verband en wordt volledig gefinancierd door overboekingen van de begrotingen van BZK, Buitenlandse Zaken, Defensie, EZ, Financiën, Justitie, LNV, OCW, SZW, V&W, VWS en VROM. Zie verder ook de toelichting in paragraaf 2.1.

4. Digitale nieuwsvoorziening

Raming van de uitgaven, verbonden aan de contractafsluiting met diverse uitgevers voor digitale nieuwslevering. Deze rijksbrede levering komt in de plaats van de vroegere «knipselkranten» en wordt gefinancierd door overboekingen van de begrotingen van het Kabinet der Koningin, BZK, Buitenlandse Zaken, Defensie, Justitie, LNV, V&W, VWS en VROM. De structurele raming van de uitgaven voor 2007 en latere jaren is verwerkt in de raming voor gemeenschappelijk communicatiebeleid (zie punt 3).

Opbouw ontvangsten (x € 1 000)
 2005200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006 4 3754 3794 3794 3794 379 
Mutatie eerste suppletore begroting 2005 1 032– 35– 35– 35– 35 
        
Nieuwe mutatie:       
Actieprogramma Overheidscommunicatie  – 3 000– 3 0003 000– 3 000 
Stand ontwerpbegroting 20075 6995 4071 3441 3441 3441 3441 344

Toelichting nieuwe ontvangstenmutatie

Het per 2007 aflopende Actieprogramma Overheidscommunicatie werd gefinancierd door o.a. een opslag op de media-inkoop. De structurele «inbedding» van het programma voor 2007 en latere jaren is bij de start van het programma gebudgetteerd en daarmee ook de opslagen op de media-inkoop. Deze opslagen kunnen nu vervallen. Het in de plaats van het Actieprogramma komende gemeenschappelijk communicatiebeleid zal worden gefinancierd door budgetoverheveling van andere departementale begrotingen (zie ook de toelichting bij de uitgavenmutaties).

2.5.2 Nominaal en onvoorzien

Opbouw verplichtingen/uitgaven (x € 1 000)
 2005200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 2006 
Stand ontwerpbegroting 2007