Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

BELEIDSARTIKEL 6: BESCHERMD EN VERBETERD MILIEU

A. Algemene beleidsdoelstelling

Tegen een achtergrond van verdere globalisering, economische liberalisatie en toenemende schaarste aan en aantasting van natuurlijke hulpbronnen en het behalen van de MDG’s, draagt Nederland bij aan armoedebestrijding en aan het bevorderen van duurzaam gebruik en bescherming van milieu en water. De twee zijn immers onlosmakelijk verbonden.


Door veranderde consumptie- en productiesystemen in de westerse wereld en in de nieuwe economische machten, wordt een aanslag gepleegd op de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen, leefmilieu en ecosystemen. Met name ontwikkelingslanden ondervinden hiervan de nadelige gevolgen.


Aantasting van het milieu en uitputting van natuurlijke hulpbronnen veroorzaken ernstige schade aan de leefomgeving van de armsten in ontwikkelingslanden. Daarnaast hebben de productie/consumptiepatronen (vraag naar voedsel, zoet water, hout, vezels en energie) in de geïndustrialiseerde landen en de zich snel ontwikkelende landen als China en India grote gevolgen voor ontwikkelingslanden. Enerzijds zijn er negatieve gevolgen voor milieu en armoede, anderzijds zijn er ook kansen voor economische ontwikkeling door duurzame productie en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen. In dit verband zal aandacht worden gegeven aan vergroening van de economie en betalingen voor gebruik van milieudiensten. Voor het bereiken van deze doelstellingen wordt onder meer samenwerking gezocht met de private sector en maatschappelijke organisaties in publiek-private partnerschappen (PPP) voor duurzame ontwikkeling.


Nederland hecht grote waarde aan internationale afspraken en samenwerking opdat de mondiale aandacht voor milieubescherming niet verslapt. Zaken op het gebied van duurzame ontwikkeling, zoals energie, klimaat, een schone lucht, schoon water, productieve gronden en biodiversiteit kunnen alleen gezamenlijk worden aangepakt. Op dit moment hebben twee miljard mensen geen toegang tot energie. Het gebruik van energie heeft effecten op het milieu en de gezondheid van mensen. Energieinvesteringen dienen gericht te zijn op duurzaamheid, zowel in de westerse wereld, als in ontwikkelingslanden. Om klimaatverandering tegen te gaan dient de uitstoot van broeikasgassen gereduceerd te worden. Tegelijkertijd is adaptatie nodig omdat ontwikkelingslanden het zwaarst getroffen zullen worden. De Millennium Review Summit heeft het belang van energie en klimaat bevestigd. Nederland geeft prioriteit aan deze onderwerpen.


Volgens het in maart 2005 door de VN uitgegeven rapport Millennium Ecosystem Assessment vormt de aantasting van de ecosystemen een belangrijke hindernis voor het behalen van de MDG’s. Nederland blijft daarom bij haar streven om 0,1% van het BNP uit te geven aan internationaal milieu, natuur en water. De minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van het internationale milieubeleid.

Beleidsartikel 6 Beter beschermd en verbeterd milieu
Bedragen in EUR 10002005200620072008200920102011
Verplichtingen289 705615 703180 432174 296158 757158 757155 257
        
Uitgaven:       
        
Programma-uitgaven totaal282 676359 858371 339421 044383 579383 579375 079
        
6.1 Milieuen water215 651246 194237 409290 031260 316260 316251 816
Juridisch verplicht  68%45%24%22%20%
Overig verplicht  32%55%71%71%71%
Beleidsmatig nog niet ingevuld  0%0%5%7%9%
6.2 Water en stedelijke ontwikkeling67 025113 664133 930131 013123 263123 263123 263
Juridisch verplicht  41%29%18%16%14%
Overig verplicht  59%69%78%80%82%
Beleidsmatig nog niet ingevuld  0%2%4%4%4%

C. Operationele doelstellingen en instrumenten

Operationele doelstelling 1

Bescherming en duurzaam gebruik van milieu in de mondiale context en de nationale context in ontwikkelingslanden.

De hardnekkigste milieuproblemen kunnen alleen via een internationale aanpak, in combinatie met nationale programma’s, op effectieve wijze worden bestreden. Voorbeelden zijn klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, toename van aantasting van de kwaliteit van lucht en water en illegale handel in hout en mineralen. Naast het afsluiten en implementeren van milieuverdragen vergt dit ook de integratie van milieu-overwegingen in de besluitvorming op andere internationale beleidsterreinen, zoals het energiebeleid en het handelsbeleid. Zo laat de regering zich bij het ontwikkelen van het beleid gericht op het bevorderen van energievoorzieningszekerheid mede leiden door de noodzaak om het gebruik van alternatieve energiebronnen krachtig te stimuleren en de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd terug te dringen om de verwachte gevolgen van klimaatverandering te voorkomen en duurzame ontwikkeling te bevorderen.


De regering onderkent het belang van internationale verdragen op het gebied van milieu en ondersteunt de verdere ontwikkeling en uitvoering van internationale milieuverdragen. Daarbij geldt in het bijzonder dat de belangen van ontwikkelingslanden worden meegenomen en dat er een relatie met armoedebestrijding wordt gelegd.


In het kader van het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud (RTR) zal de inspanning onverminderd blijven gericht op het behoud en verbeterd beheer van bossen. De komende jaren zal een aantal programma’s worden ondersteund die een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de RTR doelstellingen en die fondsen van andere donoren, instellingen en private partijen kunnen aantrekken. Veel aandacht zal uitgaan naar aspecten van bestuurlijke ontwikkeling. In 2007 zal een evaluatie worden afgerond van activiteiten die onder het RTR zijn gefinancierd.


In nationale en lokale context is de relatie tussen milieu en armoede meer direct. Juist voor armen is een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen van levensbelang voor hun inkomen, bestaanszekerheid en gezondheid. Voor dat duurzaam beheer zal, waar nodig, een ecoregionale benadering worden gevolgd, bijvoorbeeld voor regio’s met een bijzondere waarde voor de wereldwijde biodiversiteit. Ook in deze context is het van belang dat milieu wordt geïntegreerd in macro-economisch en sectoraal beleid (vergroening van het beleid, betaling voor ecosysteemdiensten, duurzame productieketens via publiek-private samenwerking).


Nederland heeft tijdens de conferentie Energy for Development (E4D) toegezegd concreet bij te zullen dragen aan duurzame energievoorziening voor de armen. In het kader van deze toezegging zullen met Nederlandse ondersteuning tien miljoen mensen duurzaam toegang krijgen tot energie. Tevens zal Nederland de G8 en de Wereldbank bewegen een bijdrage te leveren aan het Energy for All initiatief.

MDG 7, waarborgen van een duurzame leefomgeving, kent een aantal indicatoren:

Doelstelling 9: Integreren van de beginselen van duurzame ontwikkeling in nationaal beleid en nationale programma’s en het keren van het verlies van natuurlijke hulpbronnen
IndicatorenSituatie 1990TussenstandCategorie
Aandeel land dat bedekt is met bos (%)30,3%29,6%Wereldwijd
Aandeel gebied dat beschermd wordt voor het in stand houden van biodiversiteit(%)11,0%12,6% (2004)Ontwikkelingslanden
Energiegebruik per eenheid BNP269 kg (kg. olie per $ 1000 BNP)217 kg (2002)Ontwikkelingslanden
Kooldioxide-uitstoot (per hoofd)1,68 (metrische tonnen CO2)2,07 (2002)Ontwikkelingslanden
Aandeel bevolking met biomassa als brandstofGeen gegevens54 (1996/2003)Wereldwijd

Na te streven resultaten

• In twaalf partnerlanden is het nationale milieubeleid verbreed met ondersteuning van Nederland; in vijf landen is de samenwerking tevens gericht op het vergroenen van de nationale begroting.

• Op basis van de ingezette benadering in het kader van de transitie biodiversiteit worden productieketens (palmolie, soja, vismeel, biomassa) verduurzaamd met belanghebbenden uit bedrijfsleven, overheid en NGO’s.

• In het kader van het behalen van de RTR-doelstelling worden regionale programma’s ondersteund in het Congobekken, het Grote Meren gebied en Amazonegebied. Illegale houtkap is met Nederlandse steun aangepakt in minimaal vier landen.

• In Afrika zal een ecologisch netwerk worden gesteund dat het bestaan van arme bevolkingsgroepen die afhankelijk zijn van ecosystemen, helpt veiligstellen.

• In 2015 zullen met Nederlandse ondersteuning tien miljoen mensen toegang hebben tot duurzame en moderne energie, met name in Afrika.

• Uitwerken van toegang tot moderne energiediensten voor de armen in ontwikkelingslanden in het kader van het investeringsraamwerk van de Wereldbank voor schone energie en ontwikkeling.

• Investeringsfonds voor toegang tot energie bij FMO.

• In tenminste veertien landen is met Nederlandse steun capaciteit ontwikkeld voor CDM en aanpassingen aan klimaatrisico’s. In 2007 zullen in drie landen c.q. regio’s casussen worden uitgewerkt om de ontwikkelingsagenda, en de steun van donoren daaraan, beter af te stemmen op klimaatrisico’s.

• Gewerkt wordt aan een effectieve coalitie gericht op een systeem van verplichte emissiereducties, dat zowel economisch efficiënt als milieu-effectief is. Technologische samenwerking, met bijvoorbeeld ontwikkelingslanden, wordt bevorderd. Nederland streeft naar een kosteneffectieve implementatie van de Kyoto-verplichtingen, inclusief Europese maatregelen voor de reductie van de uitstoot van de broeikasgassen door de luchtvaartsector.

• Het beheer van de Arctische en Antarctische gebieden is verbeterd door middel van de Polaire Samenwerking. Het Internationale Polaire Jaar 2007–2008 heeft geleid tot versterkte onderzoeksinspanningen in en verhoogde publieke aandacht voor de poolgebieden.

Instrumenten/activiteiten

Nederland draagt bij aan de integriteit en uitvoering van het stelsel van multilaterale milieuverdragen via een effectieve inzet op de Bijeenkomsten van Partijen en, in de tussenliggende periodes, in werkgroepen en bijeenkomsten van subsidiaire verdragsorganen. Veelal wordt deze onderhandelingsinzet in EU-verband voorbereid. De Nederlandse bijdragen aan de Global Environmental Facility (GEF) ondersteunen de implementatie van een aantal milieuverdragen.


De bilaterale samenwerking richt zich, op de uitvoering van de internationale milieuverdragen op nationaal niveau.Tevens zullen partnerlanden die algemene begrotingssteun ontvangen, worden geassisteerd bij het integreren van milieu in nationaal beleid. Bij de beleidsdialoog met de betrokken overheden en andere relevante actoren gaat de aandacht met name uit naar institutionele ontwikkeling, capaciteitsversterking, en een pro-poor en gendergerichte aanpak.


Een regionale benadering wordt gevolgd in gebieden waar milieuproblemen grensoverschrijdend zijn, zoals in de Hoorn van Afrika, de Grote-Meren regio, het Congo-bekken en de Balkan. Een rechtvaardig en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen zal bijdragen aan regionale stabiliteit.


Publiek-private partnerschappen vormen een belangrijk instrument voor het realiseren van de milieudoelstellingen. Nederland zal de uitvoering van PPP’s die uit de oproep tot ideeën van 2004 zijn voortkomen actief blijven ondersteunen en zal de ontwikkeling van nieuwe PPP’s voor duurzame ontwikkeling – rekening houdend met eerder opgedane ervaringen – stimuleren vanuit zowel het departement als de ambassades.


Om optimaal gebruik te maken van de Nederlandse expertise op het gebied van milieu zal actief worden deelgenomen aan interdepartementale programma’s zoals het Internationaal Beleidsprogramma Biodiversiteit. In 2007 is een vervolg voorzien op basis van de tussentijdse evaluatie. Nederland zal in EU- en VN-verband actief inzetten op het nader invullen van de elementen van een op termijn te realiseren uitvoeringsovereenkomst ter bescherming en duurzaam gebruik van de biodiversiteit van de diepzeebodem onder het UNCLOS OS Verdrag.

Operationele doelstelling 2

Duurzaam waterbeheer, een hoger percentage mensen dat duurzame toegang heeft tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen en een aanzienlijke verbetering van de levensomstandigheden van een significant aantal bewoners in sloppenwijken.

Met name de armen ontberen toegang tot (veilig) water. Dat betreft toegang tot betrouwbaar drinkwater en tot water voor de landbouw en productieve diensten. Toegang tot veilig drinkwater en adequate sanitaire voorzieningen zijn fundamenteel voor een gezonde leefomgeving. Het Nederlandse beleid is gericht op het vergroten van de beschikbaarheid en toegang van veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen voor 50 miljoen armen in 2015.


Tevens wonen vooral de armen in gebieden die vaak worden getroffen door droogte of overstromingen. Waar nodig zal een regionale benadering worden gevolgd om te komen tot een integrale aanpak van de waterproblematiek. Stroomgebieden vormen het uitgangspunt voor verbeterd waterbeheer en ook de basis voor regionale samenwerking en ontwikkeling. In de Hoorn van Afrika speelt grensoverschrijdend stroomgebiedbeheer een belangrijke rol bij conflictpreventie.


MDG 7, waarborgen van een duurzame leefomgeving, kent een doelstelling voor drinkwater en sanitaire voorzieningen:

Doelstelling 10: Het percentage mensen dat geen duurzame toegang heeft tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen moet in 2015 tot de helft zijn teruggebracht
IndicatorenSituatie 1990Tussenstand 2002Doel 2015Categorie
% van de bevolking met duurzame toegang tot veilig drinkwater71.0%79.0%85.5%Ontwikkelingslanden (zowel urbaan als ruraal)
% van de bevolking met duurzame toegang tot sanitaire voorzieningen34,0%49,0%67,0%Ontwikkelingslanden (zowel urbaan als ruraal)

Doelstelling 11: In 2020 moet het leven van 100 miljoen bewoners van sloppenwijken aanzienlijk verbeterd zijn
IndicatorenSituatie 1990Tussenstand 2001Categorie
Aandeel stadsbevolking dat in sloppenwijken woont (%)47,043,3Ontwikkelingslanden
Aantal sloppenwijkinwoners (mln)660,9860,1Ontwikkelingslanden

De VN en de Wereldbank rapporteren over deze indicatoren.

Na te streven resultaten

• In acht partnerlanden, waaronder Egypte en Vietnam, is de uitvoering van de plannen voor geïntegreerd waterbeheer geïntensiveerd.

• In zeven grensoverschrijdende stroomgebieden, waarvan vijf in Afrika, is een substantiële aanzet gegeven tot verbeterd waterbeheer. Het betreft de Ganges, Maputo-Incomati, Mekong, Nijl, Niger, Senegal en Zambezi (Mozambique en Zambia).

• Aan vijf miljoen mensen die thans verstoken zijn van veilig drinkwater en deugdelijke sanitaire voorzieningen zal duurzaam toegang worden verleend tot dergelijke voorzieningen; ultimo 2015 zullen dat er 50 miljoen zijn.

Instrumenten/Activiteiten

In partnerlanden waar Nederland de sector water ondersteunt, wordt deze steun voortgezet dan wel geïntensiveerd. In partnerlanden zonder sectoraal waterprogramma zal water zoveel mogelijk worden geïntegreerd in andere sectorale programma’s zoals volksgezondheid, productieve ontwikkeling en bestuurlijke ontwikkeling. Naast een resultaatgerichte benadering wordt gewerkt aan institutionele ontwikkeling, capaciteitsversterking en een pro-poor en gendergerichte aanpak.


Als gevolg van bevolkingsgroei en economische ontwikkeling wordt water als natuurlijke hulpbron steeds schaarser en wordt de kwaliteit aangetast. Dit leidt op nationaal en regionaal niveau tot spanningen en conflicten. In gebieden waar sprake is van grensoverschrijdende waterproblematiek, zoals in de Hoorn van Afrika en de Grote-Meren regio, zal door middel van rechtvaardig en verbeterd waterbeheer worden bijdragen aan regionale stabiliteit.


In vijftien partnerlanden wordt ernaar gestreefd via het bilaterale kanaal ondersteuning te geven aan de uitvoering van programma’s op het gebied van drinkwater en sanitaire voorzieningen. In enkele landen zal dit worden gerealiseerd door middel van samenwerking op het gebied van water met andere donoren in de vorm van stille partnerschappen (silent partnerships). Om de beschikbaarheid en duurzame toegang tot de genoemde voorzieningen voor de armsten blijvend te vergroten zal de Nederlandse ondersteuning zich met name richten op de duurzaamheid van de investeringen. Vergroten van gendergelijkheid vormt een belangrijk uitgangspunt. Hierbij zal een intensieve beleidsdialoog met de betrokken overheden, het maatschappelijk middenveld en andere donoren worden gevoerd en zal financiering beschikbaar worden gesteld.


Via het particuliere kanaal zal ondersteuning worden gegeven aan diverse Nederlandse en enkele internationale NGO’s. Multilateraal is er steun voor de drinkwater- en «sanitaire voorzieningenprogramma’s van onder andere de Wereldbank en UN-HABITAT. Voor het realiseren van de benodigde investeringen in de sector wordt gestreefd naar publiek-private samenwerking en betrokkenheid van drinkwaterbedrijven, banken en de lokale private sector. Hiervoor zal onder andere het ORET »waterluik« worden ingezet.


De uitvoering van publieke-private partnerschappen op het gebied van water die uit de oproep tot ideeën zijn gekomen zullen actief worden ondersteund. Tevens zal de ontwikkeling van nieuwe PPP’s worden gestimuleerd vanuit het departement en de ambassades. Om optimaal gebruik te maken van de Nederlandse expertise op het gebied van water en om het draagvlak hiervoor in Nederland te vergroten zal actief worden deelgenomen aan interdepartementale programma’s zoals Partners voor Water en zal worden samengewerkt met het Netherlands Water Partnership.

D. Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Operationele doelstellingTitel van de evaluatieJaar van afronding 
  200420052006200720082009
 Beleidsdoorlichtingen      
       
 Effectenonderzoekex post en overigevaluatieonderzoek      
6.1Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud (RTR)   X  
6.1Clean Development Mechanism (CDM)  X   
6.1Beleidsprogramma Biodiversiteit Internationaal (BBI)  X   
6.1Transitie Biodiversiteit  X   
6.1Energieen ontwikkelingssamenwerking   X  
6.2Impactevaluatiedrinkwater en sanitaire voorzieningen in geselecteerde landen   X