Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

LEESWIJZER

Met ingang van het jaar 2005 is de indeling van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken herzien. Het doel van de herindeling was en is een betere aansluiting bij de prioriteiten van het buitenlandbeleid, meer resultaatgerichtheid en een grotere toegankelijkheid. De begroting nieuwe stijl is goed ontvangen. Door de herziening van de begroting in 2005 zijn de gevolgen van het rijksbrede veranderingstraject (zie hiervoor de brief van de minister van Financiën TK 29 949, nr. 1) naar aanleiding van de VBTB-evaluatie voor de begroting 2007, net als voor 2006, minimaal. Voor Buitenlandse Zaken betreft het vooral wijzigingen die leiden tot verdere vereenvoudiging.


De uitwerking van beleidsartikelen in algemene en operationele doelstellingen van de begroting is gebaseerd op het actuele buitenlandbeleid van het kabinet Balkenende II. De algemene en operationele doelstellingen in de begroting 2007 zijn daarom niet of nauwelijks gewijzigd ten opzichte van 2006. Zo is ook de vergelijkbaarheid over de jaren heen geborgd. De beleidsartikelen weerspiegelen het geïntegreerde karakter van het buitenlandbeleid. Dit komt naar voren in de verschillende beleidsartikelen waar zowel ODA-doelstellingen en middelen als non-ODA doelstellingen en middelen worden verantwoord.

De begroting 2006 is consistent ingedeeld naar thema’s. Hierdoor is het mogelijk per thema inzichtelijk te maken welke doelen worden gesteld en welke middelen en instrumenten daar aan bijdragen. Door deze indeling is ook een verbeterde weergave ontstaan in de prioriteiten van ontwikkelingssamenwerking, zoals genoemd in de notitie Aan Elkaar Verplicht: basisonderwijs (basic education), milieu en water, hiv/aids en reproductieve gezondheid.

De beleidsartikelen worden voorafgegaan door een beleidsagenda waarin de beleidsprioriteiten van het Nederlandse buitenlandbeleid voor 2007 zijn aangegeven. In het onderdeel De begroting 2007 op hoofdlijnen zijn de belangrijkste beleidsmatige veranderingen ook in financiële termen toegelicht.

Opbouw van de beleidsartikelen

A: Algemene beleidsdoelstelling

Elk beleidsartikel kent dezelfde opbouw: allereerst wordt bij onderdeel A ingegaan op de algemene beleidsdoelstelling van het artikel. Per algemene doelstelling van het buitenlandbeleid wordt een korte toelichting gegeven.

Kritische succesfactoren

Volgens de Rijksbegrotingsvoorschriften kan in deze toelichting worden aangegeven welke «kritische succesfactoren» naast de Nederlandse inzet invloed hebben op de geformuleerde algemene en operationele doelstellingen en na te streven resultaten. Voor de beleidsartikelen 1 tot en met 6 en 8 geldt vanzelfsprekend dat het ministerie van Buitenlandse Zaken op het internationale toneel niet de enige actor is die bepaalt of een geformuleerde doelstelling wordt gerealiseerd. In Europese en andere internationale gremia moet vaak onderhandeld worden met andere partijen, waarbij de uitkomsten van die onderhandelingen in de regel compromissen zijn, gesloten in een complex onderhandelingsproces. De doelstellingen waarmee Nederland het onderhandelingsproces ingaat, zijn maar zelden identiek aan de uitkomst daarvan. De beoordeling van die uitkomsten gaat dan over de mate van acceptatie ten opzichte van eerder geformuleerde doelstellingen. Daarnaast geldt bij veel doelstellingen op het terrein van veiligheid en stabiliteit en op het terrein van ontwikkelingssamenwerking dat externe ontwikkelingen als terroristische dreigingen en natuurrampen een groot effect kunnen hebben op de realisatie van de geformuleerde doelstellingen. Ook interne ontwikkelingen in landen, bijvoorbeeld de politieke ontwikkelingen in de partnerlanden waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie heeft, en de capaciteit en bereidheid van relevante actoren in ontwikkelingslanden om met Nederland overeengekomen plannen en te behalen resultaten daadwerkelijk te verwezenlijken, kunnen van grote invloed zijn op het (al dan niet) behalen van de geformuleerde doelstellingen. Er is voor gekozen de hiervoor genoemde toelichting niet als «kritische succesfactoren» bij ieder beleidsartikel te herhalen, maar deze hier in de Leeswijzer op te nemen. Alleen bij het beleidsartikel 7 is vanwege het bijzondere karakter van dit artikel ervoor gekozen om een dergelijke korte toelichting over de «kritische succesfactoren» wel specifiek in de toelichting op de algemene beleidsdoelstelling op te nemen. Voor artikel 7 Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer geldt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken steeds vaker aangewezen is op andere organisaties binnen de (rijks)overheid.

B: Budgettaire gevolgen van beleid

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften, is in de tabellen «Budgettaire gevolgen van beleid» onder de beleidsartikelen, de budgetflexibiliteit verwerkt op het niveau van de operationele doelstellingen. Zoals voorgeschreven worden daarbij de juridisch verplichte uitgaven weergegeven. Daarnaast zijn ook de overig verplichte uitgaven opgenomen: uitgaven die weliswaar nog niet in juridische zin zijn verplicht, maar waar bijvoorbeeld reeds toezeggingen over zijn gedaan jegens derden, of uitgaven die reeds zijn gereserveerd op grond van een wettelijke regeling (bijvoorbeeld een subsidieregeling) of een beleidsprogramma waarmee de Tweede Kamer heeft ingestemd.

In de nieuwe begrotingsindeling is de koppeling tussen middelen en doelstellingen beter aan te geven dan voorheen. Echter net als in de begroting 2005 is door een aantal specifieke eigenschappen van het buitenlandbeleid een één-op-één -koppeling tussen operationele doelstellingen en middelen niet altijd mogelijk. Zo komen bijvoorbeeld de afdrachten aan de Europese Unie ook ten goede aan operationele doelstelling 3.2 een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen of regio’s, terwijl deze middelen zijn opgenomen bij de operationele doelstelling 3.1 een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht en veiligheid biedt en in staat is tot duurzame groei. Het is naar onze mening niet zinnig om de EU-afdrachten als het ware «op te knippen» over alle operationele doelstellingen waar de EU invloed op uitoefent.

C: Operationele doelstellingen

De algemene beleidsdoelstellingen zijn geformuleerd op een relatief hoog abstractieniveau. Onderdeel C laat daarom zien hoe de algemene beleidsdoelstellingen zich vertalen in een aantal operationele doelstellingen. Deze operationele doelstellingen zijn in het algemeen geformuleerd in termen van gewenste internationale maatschappelijke effecten.

Effectindicatoren

In deze begroting is evenals in 2006 invulling gegeven aan de motie Douma c.s. (TK 29 949, nr. 11) waarin de regering wordt gevraagd beleidsdoelen te formuleren in termen van te realiseren maatschappelijke effecten («outcome») en in daarvan afgeleide prestatiegegevens. De Tweede Kamer is hieromtrent reeds per brief geïnformeerd (TK 29 949, nr. 42).

De in totaal 36 operationele doelstellingen van de begroting vormen de meer concrete doorvertaling van de algemene beleidsdoelstellingen. Voor alle operationele doelstellingen zijn de beoogde maatschappelijke effecten («outcome») en/of de prestaties («output») concreet benoemd. Het behalen van de geformuleerde doelstellingen is overigens niet alleen afhankelijk van de Nederlandse inzet, maar ook van de inbreng van partners en andere partijen, bijvoorbeeld als het gaat om de uitkomst van onderhandelingen met andere landen of organisaties, dan wel de uitkomst van een gezamenlijk opgezet en gefinancierd programma. De relatie tussen door het ministerie van Buitenlandse Zaken uit te voeren activiteiten en te realiseren prestaties en/of effecten is dan ook vaak eerder een plausibele dan een causale relatie.

De in begrotingsjaar 2007 te realiseren prestaties worden vermeld onder na te streven resultaten. Indien de resultaten meerjarig van karakter zijn en naar verwachting later dan in 2007 gerealiseerd gaan worden, wordt dit expliciet aangegeven.

In alle gevallen zijn de beoogde effecten en/of prestaties voorzien van indicatoren aan de hand waarvan realisatie kan worden gemeten of getoetst. Voor het merendeel van de 36 operationele doelstellingen zijn kwantitatieve indicatoren opgenomen. Dit geldt voor met name voor de doelstellingen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking waarbij gebruik gemaakt kan worden van de indicatoren en streefwaarden die door de internationale gemeenschap worden gebruikt in het kader van de Millenniumontwikkelingsdoelen (Millennium Development Goals, MDG’s). In een beperkt aantal gevallen, met name op het politieke terrein, zijn deze indicatoren echter uitsluitend kwalitatief van aard, omdat de effectiviteit van het buitenlandbeleid vaak niet te meten is met behulp van kwantitatieve indicatoren.

Teneinde het aantal pagina’s van de begroting te beperken worden niet alle indicatoren uitputtend beschreven. Per operationele doelstelling worden slechts de meest belangrijke indicatoren genoemd. Daarbij moet er rekening mee gehouden worden dat deze cijfers vaak zijn gebaseerd op gegevens uit ontwikkelingslanden. Aangezien de statistische capaciteit en kwaliteit aldaar niet altijd hetzelfde niveau hebben als wij in Nederland gewend zijn, zijn deze cijfers vaak minder hard. Ze geven echter wel inzicht in de trend. Rapportage over de indicatoren vindt over het algemeen plaats via het jaarverslag en brieven aan de Tweede Kamer.

Onder het kopje Instrumenten/activiteiten wordt aangegeven welke instrumenten en activiteiten, overigens zonder in detail te treden, het ministerie van Buitenlandse Zaken gaat inzetten om de na te streven resultaten te bereiken.

D: Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid

In het onderdeel D wordt ingegaan op de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid. Hierin zijn de belangrijkste evaluaties per beleidsartikel opgenomen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds beleidsdoorlichtingen en anderzijds effectenonderzoek ex post en overig evaluatieonderzoek. In de MvT 2007 is de BZ Evaluatieprogrammering 2004–2009 integraal opgenomen, inclusief de IOB Programmering 2005–2009, die in september 2005 nog separaat aan de Kamer werd aangeboden. Separate aanbieding van (een geactualiseerde versie van) de IOB programmering is daarmee in 2006 niet meer nodig.

Overige onderdelen van de begroting

De acht beleidsartikelen worden gevolgd door drie niet-beleidsartikelen en vervolgens het Verdiepingshoofdstuk, de Bedrijfsvoeringsparagraaf en de Agentschapsparagraaf over de baten-lastendienst Centrum voor de Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (CBI). Het verdiepingshoofdstuk toont de budgettaire aansluiting tussen de begroting 2006 en de begroting 2007. In de begroting op hoofdlijnen komen alle belangrijke mutaties tussen begroting 2006 en begroting 2007 aan bod.

De relatie met de HGIS-nota

De HGIS omvat naast het grootste deel van de BZ-uitgaven (inclusief ontwikkelingssamenwerking) tevens de buitenlanduitgaven van de overige departementen. Deze bundeling bevordert de samenhang en samenwerking die voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid van belang zijn. Voor een overzicht van de belangrijkste programma’s en uitgaven ten behoeve van het buitenlandbeleid in de breedste zin wordt verwezen naar de nota over de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De HGIS-nota bevat ook een overzicht van de budgettaire ontwikkelingen binnen de HGIS en een aantal bijlagen waarin alle buitenlanduitgaven overzichtelijk worden gepresenteerd. Zo wordt een totaaloverzicht gegeven van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp («ODA») kwalificeren, alsmede een overzicht van de geraamde uitgaven aan de thema’s basisonderwijs, milieu en water, hiv/aids, tuberculose en malaria.

MISSIE

Elke dag en elk uur behartigt het ministerie van Buitenlandse Zaken de belangen van het Koninkrijk in het buitenland. Als naar buiten gericht land zet Nederland zich van oudsher in voor de internationale rechtsorde. Nederland bouwt mee aan een veilige, stabiele en welvarende wereld. Wij zetten ons in om conflicten, armoede en onrecht te bestrijden. Buitenlandse Zaken geeft, in overleg met andere ministeries, vorm aan het Europa van de toekomst en zorgt ervoor dat Nederland in de EU met één stem spreekt. Op meer dan 150 plekken in de wereld en in Den Haag doen landgenoten bedrijven en instellingen een beroep op de kennis van onze medewerkers. Buitenlandse Zaken – wereldwijd thuis.