Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

16 Integratie minderheden

Algemene doelstelling

Integratie van etnische minderheden in de Nederlandse samenleving resulterend in gedeeld burgerschap van etnische minderheden en autochtonen.

Budgettaire gevolgen van beleid
 x € 1 000 
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen218 329389 142400 094355 159351 065351 081351 083
        
Programma-uitgaven251 027388 442400 094355 159351 065351 081351 083
16.1 Inburgeringetnische minderheden204 459327 909331 315289 042289 395289 394289 395
Waarvan juridisch verplicht325 315289 042283 395283 394283 395
16.1.1 Gemeenten204 459327 909331 315289 042289 395289 394289 395
Waarvan niet-relevant27 07427 07427 07427 07427 074
16.2 Verkleinen van economische, sociale en culturele afstand46 56860 53368 77966 11761 67061 68761 688
Waarvan juridisch verplicht57 81555 15650 67850 69550 696
16.2.1 Sociale Verzekeringsbank (SVB)27 62930 49432 81235 82635 83435 85135 852
16.2.2 Overig18 93930 03935 96730 29125 83625 83625 836
        
Ontvangsten2 39545410 34521 97128 22828 22828 228
Waarvan niet-relevant9 89121 01727 07427 07427 074

N.B. Het niet-juridisch verplichte deel van het budget op dit beleidsartikel is gereserveerd. Het betreft hier de coördinatiekosten inburgering, uitgaven voor Lokaal Integratiebeleid, antidiscriminatie voorzieningen en segregatie.

Omschrijving van de samenhang in beleid

Het integratiebeleid is gericht op de minderheden zelf én op het autochtone deel van de samenleving. Beleidsmaatregelen voor minderheden zijn bedoeld om hen cognitief, sociaal en cultureel beter toe te rusten voor deelname aan de Nederlandse samenleving. Nieuwkomers en oudkomers moeten zich kennis en vaardigheden eigenmaken die nodig zijn voor optimale deelname aan de maatschappij. Inburgering is voor nieuwkomers en oudkomers het belangrijkste instrument voor een minimale toerusting. Voor de tweede generatie verloopt de toerusting in de eerste plaats via het onderwijs.

Het beleid is gericht op het vergroten van de openheid bij autochtonen van groepen, instellingen en voorzieningen voor minderheden en het versterken van de openheid van minderheden voor de aard van de Nederlandse samenleving en haar instellingen.


Integratie is dus een wederzijds proces. Minderheden zelf en de autochtone bevolking hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid.


Gedeeld burgerschap is het doel van het integratiebeleid. Het houdt in dat minderheden en autochtonen in gelijke mate deelnemen aan het sociale, het culturele en het economische leven in ons land.

Verantwoordelijkheid

De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft een eerste verantwoordelijkheid voor het inburgeringsbeleid en het remigratiebeleid. Bovendien heeft de minister een coördinerende verantwoordelijkheid voor de integratiecomponent in het beleid voor onderwijs, arbeid, wonen, emancipatie, gezondheid, welzijn, criminaliteit, radicalisering en religie. In haar coördinerende rol draagt zij er zorg voor dat de prioriteiten van het integratiebeleid vorm krijgen via de beleidsmaatregelen van de betrokken vakministers.

Succesfactoren

Een succesvol integratiebeleid hangt af van de betrokkenheid, medewerking en optimale inzet van gemeenten, uitvoeringsorganisaties, inburgeraars en andere relevante actoren die in het integratiebeleid een verantwoordelijkheid dragen.

Meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

Via de integratiekaart en de jaarnota integratie, die afwisselend elk jaar in oktober verschijnen, krijgt de Tweede Kamer jaarlijks inzicht in de mate waarin de beleidsdoelstelling van dit artikel is bereikt. Hierin zijn, naast demografische gegevens ook concrete gegevens opgenomen over onder andere arbeidsparticipatie, positie in het onderwijs, sociale en culturele integratie en emancipatie.

Operationele doelstelling 16.1

Het bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers hun inburgeringstrajecten afronden c.q. deelnemen aan het inburgeringsexamen

Motivering

Het doel van integratie is volwaardig en gedeeld burgerschap in Nederland. Burgerschap is meedoen. Om mee te kunnen meedoen is beheersing van de Nederlandse taal en kennis van waarden en normen nodig. Daarom wordt in 2007 een nieuw inburgeringsstelsel ingevoerd. Kern is de eigen verantwoordelijkheid van alle nieuw- en oudkomers voor het behalen van het inburgeringsexamen.

Actoren

Met de invoering van het nieuwe stelsel van inburgering verschuift de verantwoordelijkheid van de gemeente naar het individu. Het individu krijgt meer de regie over zijn eigen inburgering. Met inachtneming van deze eigen verantwoordelijkheid, zal de gemeente een spilfunctie voor de inburgering blijven vervullen. Daarnaast zal ook de Informatie Beheer Groep (IBG) een belangrijke rol in het nieuwe stelsel krijgen.

Instrumenten

• Gemeenten zullen in het nieuwe inburgeringsstelsel een spilfunctie vervullen. Die bestaat uit een informerende, handhavende en faciliterende rol. De informerende rol houdt in dat gemeenten informatie verstrekken over het inburgeringsstelsel. De handhavende rol van gemeenten houdt in dat gemeenten bewaken of de inburgeraars hun plichten op het gebied van inburgering naleven en als dat niet het geval is, de daarop van toepassing zijnde sancties toepassen. De faciliterende rol van gemeenten bestaat uit het kunnen aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan de zogenaamde bijzondere groepen. Eén van die bijzondere groepen zijn geestelijke bedienaren. Gezien de maatschappelijke voorbeeldfunctie, die zij hebben binnen hun geloofsgemeenschap, krijgen zij een specifiek op hen toegesneden aanbod, zodat zij een bijdrage kunnen leveren aan het bevorderen van aansluiting van hun gemeenschap met de Nederlandse samenleving.

Om al deze taken uit te kunnen oefenen ontvangen gemeenten een bijdrage van het Rijk.

Hiervoor zal vanaf 2007 jaarlijks een bedrag van circa € 230 miljoen beschikbaar zijn. Voor de G31 vindt beschikbaarstelling plaats via de BDU Sociaal, Integratie en Veiligheid.

• De IBG krijgt in het nieuwe stelsel de volgende uitvoeringstaken: de leenfaciliteit voor inburgeraars, die onvoldoende draagkrachtig zijn om de kosten van een inburgeringscursus te betalen, het vergoeden van het examengeld aan degenen die het inburgeringsexamen halen, het afnemen van examens en de informatievoorziening voor het nieuwe stelsel. Voor dit doel is een afzonderlijk Service Centrum Inburgering ingericht.

Met de IBG wordt een prestatiecontract gesloten waarin ook de financiering van deze taken (kredietverstrekking, uitvoering vergoedingenregeling, afnemen van examens en de informatievoorziening ten behoeve van het nieuwe stelsel) is geregeld.


• Marktwerking/vrijgeven cursusaanbod. Met het nieuwe inburgeringsstelsel wordt marktwerking bevorderd. Om de markt goed te laten functioneren is consumentenbescherming, transparantie en kwaliteit van het cursusaanbod van belang, met name voor de individuele inburgeringsconsument. Voor dit doel wordt in overleg met belanghebbenden een keurmerk ontwikkeld, met een hoge mate van zelfregulering door de branche. De overheid stelt daarbij randvoorwaarden, onder andere om de toegankelijkheid en kwaliteit van de markt voor nieuwe aanbieders te borgen.

De ontwikkelende partijen hebben het voornemen het beheer van het keurmerk en het toezicht te beleggen bij een onafhankelijke stichting, de Stichting Blik op Werk.


• Extra inburgeringstrajecten voor vrouwen. De commissie Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen (PaVEM) (2003–2005) is ingesteld om de gemeenten te ondersteunen in hun streven om meer vrouwen te laten participeren. In vervolg op de activiteiten van de Commissie PaVEM zijn voor de jaren 2006 en 2007 per jaar € 45 miljoen aan extra middelen vrijgemaakt voor extra inburgeringstrajecten voor allochtone vrouwen. Het gaat in beide jaren om 7 000 tot 10 500 trajecten.

Deze middelen zijn via een pilot inburgering voor vrouwen én via een regeling voor niet-G31-gemeenten en via BDU SIV voor G31-gemeenten ingezet.

Zes gemeenten (G4 + Nijmegen en Groningen) zijn uitgenodigd aan de pilot deel te nemen. Doel van de pilot is de inzet van extra inburgeringsvoorzieningen in combinatie met een rendementsverbetering. In 2007 zullen deze extra middelen via het nieuwe inburgeringsstelsel worden besteed.


• Examen buitenland. Ingevolge de Wet Inburgering Buitenland (TK 29 700, nr. 2) is het examen buitenland een extra vereiste om een MVV (Machtiging tot Voorlopig Verblijf) te krijgen. Het basisexamen, bestaande uit een taalcomponent en een component Kennis Nederlandse Samenleving, kan op alle buitenlandse posten in de herkomstlanden worden afgenomen. Er worden oefenpakketten in diverse talen op de markt gebracht, waarmee kandidaten zich kunnen voorbereiden op dit examen.


• Afbouw huidig inburgeringsstelsel. Nieuwkomers die nog onder de Wet Inburgering Nieuwkomers met een inburgeringsprogramma zijn gestart, krijgen de mogelijkheid dit traject in 2007/2008 af te ronden. Oudkomers die in 2006 zijn gestart met een inburgeringstraject moeten dit traject voor 1 januari 2008 afronden. Bij afronding van het traject ontvangen zowel de nieuwkomers als de oudkomers een inburgeringscertificaat, dat bij het behalen van de vereiste taalniveaus recht geeft op vrijstelling van het inburgeringsexamen.

Prestatiegegevens

BeleidsmaatregelIndicator200620072008200920102011
1. Inburgering Buitenland       
1.1 Basisexamen Inburgering in het buitenlandAantal afgelegde basisexamens11 40014 40014 40014 40014 40014 400
 Aantal geslaagden8 60010 80010 80010 80010 80010 800
        
2. Inburgeringoud stelsel       
2.1. Effectieve uitvoering WINAantal nieuwkomers dat een traject heeft afgerond.18 00015 000    
2.2 Effectieve uitvoering oudkomersregelingenAantal oudkomers dat een traject heeft afgerond.9 00011 000    

Bron van de gegevens nieuw stelsel: ramingsmodel en model Vreemdelingenketen

Bron van de gegevens huidig stelsel: monitor inburgering


Naar verwachting zullen in 2007 circa 74 000 mensen een begin maken met hun inburgering. Van de inburgeraars die in 2007 binnen het nieuwe stelsel met hun inburgering starten zal in 2007 nog maar een beperkt deel examen doen en slagen. Dit aantal zal in de daaropvolgende jaren geleidelijk oplopen.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
OmschrijvingStatusVindplaats
Beleidsdoorlichting  
Inburgeringetnische minderhedenaf te ronden in 2011n.v.t.
Effectenonderzoek ex post  
Wetenschappelijk Jaarrapport Integratie2005Afgerond in 2005 www.wodc.nl
Tussenevaluatie Bestuurlijke Arrangementen AntillianengemeentenStart in 2006 – idem –
Voorbereiding Evaluatie beleid Antilliaanse risicojongeren 2005–2008Afgerond in 2005 – idem –
Overig evaluatieonderzoek  
Research synthese onderzoeken op het terrein van migratie en integratieAf te ronden in 2006 - idem -
Longitudinaal onderzoek naar de integratievan uitgenodigde vluchtelingenAf te ronden in 2007 - idem -
Integratiekaart monitoring integratieAfgerond in 2005 - idem -
Integratiekaart monitoring integratie 2006Af te ronden in 2006 - idem -

Operationele doelstelling 16.2

Het verkleinen van de economische, sociale, en culturele afstand tussen allochtonen en autochtonen door het vergroten van de economische, sociale en culturele participatie.

Motivering

Allochtonen zijn ondervertegenwoordigd onder de deelnemers aan de arbeidsmarkt en oververtegenwoordigd onder de uitkeringsafhankelijken. Sociaal gezien leven allochtonen en autochtonen in hoge mate in gescheiden werelden. In cultureel opzicht hebben allochtonen en autochtonen weinig gemeenschappelijk. Sommige groepen allochtone jongeren zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteit. Dit zijn allemaal verschijningsvormen van de sociale, culturele en economische afstand tussen allochtonen en autochtonen. Die afstand is een belangrijke belemmering voor integratie. Vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid en doelmatigheid is een effectieve integratie van minderheden noodzakelijk.

Om dit te realiseren voert de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een integratiebeleid dat bestaat uit eigen beleidsonderdelen én uit elementen van beleid van andere bewindslieden. De belangrijkste andere departementen met beleidsonderdelen die relevant zijn voor integratie zijn: OC&W, SZW, VROM, VWS, BZK, Defensie, Justitie en EZ. Voor al deze beleidsonderdelen geldt dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie zorgdraagt voor de samenhang tussen de algemene uitgangspunten en doelstellingen van het integratiebeleid van het kabinet.

Actoren

Versterking van de binding en weerbaarheid, allochtone risicojongeren en participatie.

Bij de realisatie van de doelstelling zijn diverse maatschappelijke en lokale organisaties betrokken, zoals de Antidiscriminatievoorzieningen, Forum en de LOM-organisaties (Landelijk Overleg Minderheden) en gemeenten.

Daarnaast spelen de vakdepartementen natuurlijk een belangrijke rol, bijvoorbeeld als het gaat om arbeid, jeugd, onderwijs en segregatie. Vanuit een coöordinerende rol zal de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie met hen in gesprek gaan en gezamenlijk bijdragen aan projecten.

Remigratiewet

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft de wettelijke opdracht de voorzieningen van de Remigratiewet te verstrekken.

Instrumenten

In 2007 zal het accent liggen op versterking van de binding en weerbaarheid, allochtone risicojongeren en participatie.

Om de doelstellingen te bereiken wordt een mix van instrumenten toegepast. Daarbij gaat het niet alleen om subsidiëring van de betrokken maatschappelijke organisaties en (co)financiering van projecten, maar ook om eigen beleidsinitiatieven en overleg en samenwerking met eerstverantwoordelijke vakdepartementen.


• Versterking van binding en weerbaarheid. De ruimtelijke concentratie van niet-westerse allochtonen heeft tot gevolg dat er te weinig contact is tussen allochtonen en autochtonen. Gescheiden wonen leidt tot gescheiden leven en dit belemmert de integratie, het respect voor elkaar en de binding. Doel is daarom autochtone en allochtone burgers en hun organisaties te activeren en meer bij elkaar te betrekken. Contact en ontmoeting komen tot stand door gezamenlijk gebruik van (openbare) voorzieningen en gezamenlijke deelname aan duurzame activiteiten.

Daarom zet het kabinet in op het tot stand komen van lokale duurzame mogelijkheden voor contact via het initiatief binding en ontmoeting op lokaal niveau. De pilots van dit programma starten in 2006. Instellingen kunnen subsidie-aanvragen indienen voor lokale initiatieven. Er wordt ook een landelijk loket ingesteld dat als spin in het web fungeert, zodat kennis en ervaring breed kunnen worden verspreid. Het landelijk loket heeft tot taak het verzamelen en publiceren van good practices, uitwisselen van kennis en ervaring, optreden als helpdesk, opzetten en onderhouden van een website en de administratieve verwerking van subsidie-aanvragen. Hiervoor is jaarlijks een bedrag van € 4 miljoen beschikbaar.


Daarnaast wordt de subsidiëring aan de programma’s van de LOM-organisaties en van FORUM, die in 2006 waren ingezet om de weerbaarheid en binding te versterken en radicalisering tegen te gaan, in 2007 voortgezet. Het gaat dan om de uitvoering van het LOM-Masterplan «Niet naast, maar met elkaar» van 20 juni 2005 (TK 29 754, nr. 5) en de uitvoering van het programma «Democratische rechtsstaat, weerbare samenleving» van FORUM.


Binding wordt ook bevorderd door het belichten van positieve voorbeelden van interactie tussen autochtonen en allochtonen. Hierdoor worden zij dichter bij elkaar gebracht en staan de verschillende groepen meer open voor elkaar. Hiervoor is de integratie-campagne (&) opgezet, die ook in 2007 doorloopt. De campagne zal uit vier delen bestaan:

– Betaalde publiciteit met een prominente rol voor televisie;

– Specifieke campagnes ingezet op de zes sectoren;

– Er worden met diverse partners specifieke &-initiatieven ondernomen;

– Extra publiciteit om de campagne de nodige media-aandacht te geven, bijvoorbeeld door middel van ambassadeurs van het & initiatief.


Een wetsvoorstel tot wijziging van de Rijkswet voor de invoering van de naturalisatieceremonie en het afleggen van een verklaring van verbondenheid tijdens deze ceremonie is ingediend bij de Tweede Kamer en zal naar verwachting in 2007 in werking treden.


• Allochtone risicojongeren. Onverminderde aandacht blijft nodig voor allochtone jongeren die dreigen te marginaliseren of af te glijden naar de criminaliteit. Bekeken moet worden welke instrumenten het meest effectief zijn om het afglijden van sommige allochtone jongeren te voorkomen. Speciale aandacht blijft uitgaan naar de Antilliaanse en Marokkaanse jongeren. Daarom wordt de uitvoering van de Notitie Antilliaanse Risicojongeren (TK 26 283, nr 19)en het kabinetsstandpunt Marokkaanse jeugd (TK 28 684, nr. 89) voortgezet.


De notitie Antilliaanse Risicojongeren (TK 26 283, nr 19) gaat uit van een driesporenbeleid:

Bestuurlijke Arrangementen

Deze arrangementen zijn afgesloten met 21 Antillianengemeenten en lopen van 2005–2008. De Antillengemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de arrangementen. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie draagt ieder jaar, dus ook in 2007, financieel bij aan het uitvoeren van de gemeentelijke plannen. Deze plannen zijn bedoeld om de schooluitval, de jeugdwerkloosheid en de criminaliteit onder Antilliaanse jongeren terug te dringen. Begin 2007 is de eerste tussenevaluatie beschikbaar. Op basis hiervan kan het beleid eventueel worden bijgesteld.

Wet houdende aanvullende maatregelen Antilliaanse en Arubaanse Risicojongeren en inburgering

Deze wet zal naar verwachting in 2007 in werking treden. De aandacht gaat hierbij uit naar de werking en de uitvoering van de wetgeving in de praktijk en het oplossen van eventuele problemen die zich hierbij voordoen.

Verwijsindex Antilliaanse Risicojongeren (VIA)

De werking en functionaliteit van de VIA wordt in 2007 beoordeeld.

Daarnaast worden er bovenregionale activiteiten georganiseerd zoals onderzoek, het organiseren van themadagen voor gemeenten en uitvoerders van beleid en de afronding van de «experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren».


Voor de uitvoering van het kabinetsstandpunt Marokkaanse jongeren (TK 28 684, nr. 89) zijn de betrokken ministeries zelf verantwoordelijk. De genoemde doelen uit het kabinetsstandpunt en de daarvoor benodigde acties worden in samenspraak met de vakdepartementen en/of gemeenten uitgevoerd.


Naast ondersteuning en begeleiding van de jongere zelf zal ook meer aandacht geschonken moeten worden aan de gezinssituatie van de jongere. Deze doelstelling wordt vormgegeven via het vervolg van Operatie Jong. Hierin staat de effectiviteit van de jeugdzorg voor (allochtone) jongeren en hun ouders centraal.

Voor het vervolg van Operatie Jong wordt verbetering van het functioneren van de jeugdzorg bewerkstelligd in het implementatietraject van het sturingsadvies en via nadere uitwerking van 12 thema’s.


Onderwijs is een belangrijke sleutel tot integratie. Aandacht voor het voorkomen en verminderen van (taal)achterstanden speelt een belangrijke rol bij het tegengaan van voortijdig schoolverlaten. Daarbij is ook aandacht voor de docenten op zijn plaats. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie subsidieert de campagne «Leersuccessen in het vmbo/mbo». Via deze campagne wordt expertise opgedaan in de samenhang tussen docenten, leermethoden en de samenwerking tussen het vmbo- en mbo-onderwijs. Het doel is om via geïntegreerde trajecten, allochtone leerlingen binnen het vmbo te houden of zelfs een diploma op mbo-niveau te laten halen. De campagne wordt in 2007 afgerond. Bekeken wordt hoe de ervaringen met de campagne verder kunnen worden gebracht.

• Participatie. Op het terrein van arbeidsparticipatie wordt gestreefd om in 2007 allochtonen zoveel mogelijk aan het arbeidsproces te laten deelnemen. Niet alleen in absolute aantallen, maar ook naar leeftijd en opleidingsniveau. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de uitvoering van de afspraken van de werktop van 1 december 2005 over scholing en werk (TK 30 300, nr. 82 en 83). De belangrijkste thema’s hierbij zijn onder andere onderzoek op het terrein van discriminatie en kansen van hoger opgeleide allochtonen, allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt en stageplaatsen.


De doelstelling van het emancipatiebeleid is volwaardige participatie van vrouwen en meisjes uit etnische minderheden. In 2007 zal, als vervolg op het plan van aanpak Emancipatie en Integratie, ingezet worden op een gedifferentieerd emancipatiebeleid, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende fasen van het emancipatieproces waarin vrouwen kunnen zitten.

Discriminatie kan participatie van allochtonen in de weg staan. Discriminatie is een urgent maatschappelijk probleem, dat een stevige aanpak vereist. Daarom is het van belang dat er een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige en toegankelijke antidiscriminatievoorzieningen komt. Omdat gemeenten het best zicht hebben op de lokale omstandigheden en behoeften krijgen zij een sleutelrol. Aan hen de taak om voor inwoners een antidiscriminatievoorziening tot stand te brengen die laagdrempelig en toegankelijk is. Zij ontvangen hiervoor jaarlijks € 6 miljoen. Het wetsvoorstel voor de landelijke dekking antidiscriminatievoorziening wordt in 2007 naar het Parlement gestuurd. Omdat de huidige financieringssystematiek, waarbij gemeenten garant stonden voor antidiscriminatiebureaus (ADB’s), afgelopen is in 2006, komt er een tijdelijke voorziening om de periode te overbruggen totdat het wetsvoorstel in werking is getreden.


• Remigratie. Deze operationele doelstelling verantwoordt ook de uitgaven voor remigratievoorzieningen. Het Rijk faciliteert mensen van een etnische minderheid die daadwerkelijk willen remigreren maar deze wens niet zelfstandig kunnen realiseren. De SVB ontvangt een bijdrage van het ministerie van Justitie om de eenmalige vergoeding voor reis- en vervoerskosten, hervestiging en de periodieke uitkering om in de noodzakelijke kosten van bestaan in het land van bestemming te kunnen voorzien, te kunnen verstrekken.

Prestatiegegevens

1. integratiecampagne:

aantal &-initiatieven: Met een aantal partners, afkomstig uit de diverse sectoren van de campagne, worden specifieke &-activiteiten georganiseerd.

bekendheid positieve voorbeelden bij het publiek: Het aantal personen dat goede voorbeelden van positieve interactie tussen autochtoon-allochtoon kent, is toegenomen ten opzichte van de nulmeting zoals uitgevoerd in oktober 2005.

BeleidsmaatregelIndicator2005200620072008
IntegratiecampagneAantal &-initiatieven8814nvt
 Percentage respondenten dat aangeeft veel voorbeelden van positieve interactie tussen mensen met verschillende culturele achtergronden te kennen34,4% *37,6% **50%(campagne loopt tot half 2007)

* bron: nulmeting oktober 2005.

** bron: tussenmeting maart 2006.


2. remigratie:

Aantal gefaciliteerden met periodieke uitkering, dat wil zeggen het aantal personen dat recht heeft (gehad in het begrotingsjaar) op periodieke uitkering inclusief personen wier remigratievoorziening wordt gekort door samenloop met andere uitkeringen.

Aantal gefaciliteerden20052006*2007*2008*2009*2010*
Eenmalige reis- en vervoerskosten en kosten hervestiging344330330330340340
Periodieke uitkering**9 2169 4409 6709 94010 23010 550

* Prognose SVB.

** incl. remigratie-uitkeringen die (gedeeltelijk) worden weggekort.

Bron: de stukken die de SVB volgens Besluit begroting en verantwoording remigratiewet (maart 2000) en de regeling uitvoering en informatieverstrekking Sociale verzekeringsbank verplicht is te leveren.

Beleidsevaluatie-onderzoek

Soort onderzoekonderwerpstartAfgerond
Jaarrapport IntegratieStand van zaken effecten integratiebeleidseptember 2006september 2007