Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

HOOFDSTUK 7 RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK

Algemeen

In een jaarlijks stijgende stroom van zaken ligt de prioriteit bij de Rechtspraak in de eerste plaats bij het adequaat verwerken van die zaken, zonder dat de doorlooptijd oploopt bij (minimaal) gelijkblijvende kwaliteit. Het is hierbij vooral zaak dat de gerechten tijdig op deze taak zijn toegerust. Daarvoor is de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen een vereiste.


Tezelfdertijd heeft de Rechtspraak een ambitieuze innovatieve agenda in uitvoering. Het werk aan de realisatie van de doelstellingen van de Agenda van de Rechtspraak 2005–2008, die door de Raad voor de rechtspraak en de gerechten is vastgesteld, is in volle gang. De sectorprogramma’s en themaprogramma’s zijn daarvoor – hoewel niet de enige – de belangrijkste vehikels. Hieronder wordt een indruk gegeven van de resultaten tot nu toe en van de in de nabije toekomst te verwachten producten. De opsomming is niet volledig.


Van de Sectorprogramma’s zijn de Raad en de betreffende – civiele, bestuurs- dan wel straf- – sectoren de gezamenlijke opdrachtgevers. Deze programma’s behelzen projecten die strekken tot uniformering en stroomlijning van werkprocessen en de afstemming van de procesreglementen daarop, de invoering van kwaliteitsstatuten en de gebruikersinbreng waar het gaat om de ontwikkeling van nieuwe primaire processystemen. Daarnaast kent elk programma meer sectorspecifieke projecten.


De resultaten van het «programma strafsectoren» zijn in 2006 opgeleverd. Onder meer zijn in het kader van het project «keten OM-ZM» een landelijk aanhoudingenprotocol en een landelijk «modelconvenant» voor gerechten en parketten met betrekking tot de door het OM aan te brengen strafzaken ontwikkeld waardoor de afstemming tussen OM en ZM zal verbeteren. De werking hiervan in de praktijk zal intensief worden gevolgd. In mei 2006 is door de Raad het plan «In het belang van goede strafrechtspraak» gepresenteerd, waarin een pakket is opgenomen ter versterking van de rechterlijke oordeelsvorming in strafzaken. Het jaar 2007 zal voor wat de strafsectoren betreft voor een belangrijk deel in het teken van de uitvoering van dit plan staan.


Het «Programma civiele sectoren» heeft reeds een aantal belangrijke resultaten opgeleverd waaronder landelijke handleidingen voor civiele rechters ten aanzien van de «regie vanaf de conclusie van antwoord», «bewijslevering» en «het (voorlopig) deskundigenbericht/verhoor». In 2006 zal het grootste deel van de projecten kunnen worden opgeleverd. Een aantal projecten zal in 2007 nog doorlopen, waaronder het project «landelijk procederen». Dit project heeft ten doel om de civiele sectoren voor te bereiden op de afschaffing van het procuraat in de tweede helft van 2007. Verder zal 2007 onder meer in het teken staan van de voorbereiding van de invoering van het Europese Betalingsbevel in 2008.


In het kader van het «programma bestuurssectoren» zijn onder meer door de Raad en de (bestuurssectoren van de) onder de Raad ressorterende gerechten gezamenlijk met de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State «verbetervoorstellen» voor de wijze van procederen in bestuurszaken geformuleerd, die zich richten tot de rechtspraak en de Afdeling Bestuursrechtspraak zelf, alsmede tot de (overige «spelers» in de) rechtspraktijk en de wetgever. Verder wordt in het kader van dit programma door middel van (reeds in gang gezette) pilots bezien onder welke voorwaarden in de zeer nabije toekomst elektronisch procederen in bestuurszaken kan worden ingevoerd.


De projecten in het «programma bedrijfsvoering» en een aantal zelfstandige projecten daarbuiten zullen er in de nabije toekomst onder meer toe leiden dat meer dan thans het geval is inzicht kan en zal worden gegeven in (de ontwikkelingen in) het functioneren van de rechtspraak zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin.


Waar het gaat om de uitvoering van de themaprogramma’s kan het volgende worden gemeld. Het «programma Informatiemanagement» komt met de geleidelijke invoering van de nieuwe primaire processystemen ReIS (voor de civiele en bestuurssectoren) en GPS (voor de strafsectoren) in een cruciale fase. Het programma RechtspraaQ zal zich in de komende periode richten op de ontwikkeling en implementatie van het kwaliteitssysteem, op de verdieping van de inhoudelijke onderwerpen uit de kwaliteitsstatuten en verbreding van de aandacht voor kwaliteit.


Al met al vorderen de voornaamste innovatieve programma’s en projecten gestaag en zal in de komende jaren kunnen worden geoogst. De rechtspraak zal daarmee beter in staat zijn om blijvend te kunnen voldoen aan de veranderende eisen die de samenleving stelt.

Meerjarige begroting van baten en lasten

Sinds 1 januari 2005 voert de rechtspraak het baten-lastenstelsel. De Justitiebegroting 2007 is de eerste begroting waar bij het opstellen gebruik kan worden gemaakt van realisatiecijfers (2005) in dit stelsel. Onderstaand wordt de meerjarige begroting van baten en lasten gepresenteerd. Deze staat van baten en lasten is opgesteld conform de zienswijze van de Raad voor de rechtspraak. Hierin is tevens tot uitdrukking gebracht dat de Raad voor de rechtspraak, vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, de komende jaren extra aandacht wil geven aan behoud en verbetering van de kwaliteit van de rechtspraak. In de staat van baten en lasten heeft de Raad voor de rechtspraak dit, binnen de beschikbare financiële kaders, vooralsnog vertaald in hogere lasten. De Raad teert hierdoor in op haar eigen vermogen, dat in principe is bedoeld voor het opvangen van risico’s die zich in de bedrijfsvoering voordoen. Bij de komende kostprijsvaststelling voor de periode 2008–2010, zullen de meerjarige ontwikkelingen binnen de rechtspraak opnieuw tegen het licht worden gehouden. Kwaliteit en doelmatigheidsoverwegingen zullen daarbij uitdrukkelijk ook een rol spelen. Tot die tijd zal de Raad geen onomkeerbare besluiten nemen die de kostprijsbesprekingen op voorhand zullen beïnvloeden. In de begroting 2008 zullen deze nieuwe inzichten en de effecten daarvan op de baten en lasten van de rechtspraak worden gepresenteerd.

Meerjarige begroting van baten en lasten x € 1000
 Realisatie 2005200620072008200920102011
Baten       
Bijdrage Ministerie van Justitie780 107814 981823 592819 001817 661817 482817 785
Bijdrage derden*9 4228 8758 8758 8758 8758 8758 875
Rentebaten01 8511 8511 8511 8511 8511 851
bijdrage meer/minder werk2 187000000
Totaal baten791 716825 707834 318829 727828 387828 208828 511
        
Lasten       
Personele kosten521 334541 931555 468552 620549 235547 842546 817
Materiele kosten217 514251 520254 596251 053249 797249 636248 839
Afschrijvingskosten18 34118 8002200021 20021 60021 50022 100
Rentekosten1 8242 2002 9003 2003 6003 8004 100
Gerechtskosten4 8156 6566 6546 6546 6556 6556 655
Overige kosten1 540000000
Totale lasten765 368821 107841 618834 727830 887829 433828 511
        
Resultaat voor doelmatigheidsbijdrage tbv. egalisatierek.26 3484 600     
Doelmatigheidsbijdrage tbv. egalisatierek.7 30014 600     
Resultaat19 048– 10 000– 7 300– 5 000– 2 500– 1 2250

* Bijdrage derden in 2005 inclusief de rentebaten

Baten

Bijdrage ministerie van Justitie

De bijdrage van het ministerie van Justitie bestaat uit een productiegerelateerde bijdrage, een bijdrage voor gerechtskosten en een bijdrage voor overige taken. In de tabel «productieafspraken begroting 2007» wordt de productiegerelateerde bijdrage uitgesplitst naar de diverse producten met de bijbehorende kostprijs. Daarnaast bevat de bijdrage middelen voor taken die niet voortvloeien uit de Wet op de Rechterlijke Organisatie zoals tuchtrecht en de secretariële ondersteuning van de commissies van toezicht voor de justitiële inrichtingen.

Bijdrage derden

De bijdrage van derden heeft onder meer betrekking op opbrengsten in het kader van het project Mediation, opbrengsten uit de terugbetalingsregeling in het kader van pc-privé projecten en opbrengsten in het kader van het vervoersplan van de rechtspraak.

Rentebaten

Voor het jaar 2007 wordt rekening gehouden met een renteopbrengst van € 1,8 miljoen over het rekening-courantsaldo (1%) en de op deposito uitgezette middelen (2,7%).

Bijdrage meer- en minderwerk

De bijdrage meer- en minderwerk uit de egalisatierekening van de rechtspraak betreft het saldo van meer- en minderwerk ten opzichte van de productie zoals afgesproken met en gefinancierd door de minister van Justitie. Het meer- en minderwerk wordt afgerekend tegen 70% van de afgesproken tarieven. Meer- en minderwerk is onvoorzien: het komt tot stand door incidentele afwijkingen tussen geraamde en gerealiseerde productie. Zodoende is de bijdrage meer- en minderwerk vanaf 2006 op 0 geraamd.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn geraamd op basis van de component personeelskosten in de productgroepprijzen voor de jaren 2005–2007 en op basis van de productiegroei ten opzichte van 2005, het eerste jaar dat deze prijzen van kracht waren.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan onder meer uit ICT-kosten, huurkosten en onderhouds- en exploitatiekosten. De materiële kosten zijn geraamd op basis van de component materiële kosten in de productgroepprijzen voor de jaren 2005–2007 en op basis van de productiegroei ten opzichte van 2005, het eerste jaar dat deze prijzen van kracht waren.

Afschrijvingskosten

Materiële vaste activaAfschrijvingstermijn
Hard- en software3 jaar
Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines5 jaar
Audio- en visuele middelen en stoffering8 jaar
Verbouwingen, installaties en meubilair lang10 jaar

De afschrijvingskosten voor de rechtspraak zijn berekend door de totale afschrijvingskosten op de activa in een jaar te verminderen met de verwachte vrijval in dat jaar van de balanspost «Vooruit ontvangen bedragen OM». De post «Vooruit ontvangen bedragen OM» betreft de eerder door het OM verstrekte bijdrage in de aanschaf van activa die gemeenschappelijk worden gebruikt door OM én ZM. Met deze bijdrage in de aanschaf heeft het OM destijds zijn deel van de afschrijvingskosten voldaan. Naar verwachting zal het aantal gemeenschappelijk door OM en ZM gebruikte activa evenals de post «Vooruit ontvangen bedragen OM», de komende jaren afnemen. In 2005 bedroeg de bijdrage van het OM € 3 054 000, in 2006 naar verwachting € 2 131 000, in 2007 € 2 071 000 en in de jaren 2008–2011 zal deze gemiddeld € 720 000 per jaar bedragen.

Rentekosten

Voor de financiering van materiële vaste activa sluit de rechtspraak leningen af bij het ministerie van Financiën. Voor de berekening van deze kosten wordt rekening gehouden met de door Financiën afgegeven rentepercentages. Gemiddeld betreft dit een rentepercentage van 4%.

Gerechtskosten

Het gaat hier om de kosten die het gerecht in civiele en bestuurlijke zaken maakt gedurende of als gevolg van de behandeling van een aan de rechter voorgelegde zaak zoals advertentiekosten bij faillissementen, tolken en vertalers en deskundigen.

Overige kosten

In 2005 was sprake van dotaties aan voorzieningen bij SSR. Daarnaast zijn kosten voor onderzoek op het gebied van huisvestingsprojecten destijds als overige kosten opgenomen. Doordat genoemde dotaties eenmalig waren en doordat de kosten voor huisvestingsprojecten nu onder huisvestingskosten zijn gebracht, is er met ingang van 2006 geen sprake meer van overige kosten.

Doelmatigheidswinst

De Raad voor de rechtspraak en de minister van Justitie hebben bij de prijsafspraken voor de jaren 2005 t/m 2007 afspraken gemaakt over de jaarlijks te behalen doelmatigheidswinst. Deze afspraak houdt in dat de rechtspraak in 2005 een doelmatigheidswinst bij het geldende tarief heeft gerealiseerd van 1% van de productiegerelateerde bijdrage en deze in de egalisatierekening heeft gestort. In 2006 zal de rechtspraak bij het geldende tarief een doelmatigheidswinst ter grootte van 2% van de productiegerelateerde bijdrage realiseren. Het hiermee corresponderende bedrag (€ 14,6 miljoen) wordt eveneens in de egalisatierekening gestort.

Voor 2007 is destijds afgesproken dat 3% doelmatigheidswinst zal worden gerealiseerd. Hiervan wordt 1% toegevoegd aan het eigen vermogen en voor de resterende 2% zijn hogere productieafspraken gemaakt. Genoemde percentages worden gefinancierd uit een positief resultaat in 2006 en 2007 ten gevolge van lagere lasten. In deze jaren is er echter tevens sprake van een inhaalslag op uitgestelde kosten in voorgaande jaren alsmede van hogere kosten ten gevolge van een kwaliteitsimpuls. Deze kosten worden gefinancierd met eigen vermogen van de rechtspraak. Daardoor is er ondanks de doelmatigheidswinst sprake van een negatief resultaat in 2006 en 2007.

Eventuele afspraken over te behalen doelmatigheidswinst en de besteding daarvan in de periode 2008–2010 zullen in het kader van de prijsafspraken 2008–2010 gemaakt worden.

Bijdrage ministerie van Justitie

In de tabel opbouw bijdrage ministerie van Justitie is de bijdrage van het ministerie van Justitie gespecificeerd.

Opbouw bijdrage ministerie van Justitie (x € 1,–)
 200620072008200920102011
Productiegerelateerde bijdrage788 859 666797 357 421792 775 001791 424 040791 245 944791 548 913
       
Bijdrage voor gerechtskosten6 655 8766 654 3746 654 4616 654 5336 654 5416 654 541
       
Bijdrage voor overige uitgaven      
Bijzondere kamers rechtspraak5 891 4285 875 8925 876 4525 877 8025 877 5865 877 594
Megazaken11 159 27111 946 26812 151 52412 154 31512 153 86912 153 883
       
Bijdrage niet BFR 2005-taken      
Tuchtrecht2 535 2882 530 5202 528 9732 529 5542 529 4612 529 464
Cie. van toezicht4 227 9504 382 1904 370 3784 376 4854 376 3244 376 330
Overige taken6 377 5215 571 3365 370 2115 370 2695 370 2755 370 275
       
Opbrengst derden*– 10 726 000– 10 726 000– 10 726 000– 10 726 000– 10 726 000– 10 726 000
Bijdrage MvJ begroting 2007814 981 000823 592000819 001 000817 661 000817 482 000817 785 000

* Opbrengst derden heeft zowel betrekking op het productiegerelateerde deel als de overige uitgaven en niet BFR 2005-taken


De productiegerelateerde bijdrage is het meest omvangrijke onderdeel van de bijdrage van het ministerie van Justitie.

Deze bijdrage komt tot stand door de productieafspraken tussen Raad en minister te vermenigvuldigen met de afgesproken prijzen. De productieafspraken zijn gebaseerd op instroomprognoses die door de Raad en door de minister van Justitie worden onderschreven. Voor bijna elke productgroep geldt dat de productieafspraken toereikend zijn om de verwachte instroom af te kunnen doen. Alleen de meerjarenprognose voor vreemdelingenzaken is niet meerjarig volledig gefinancierd. De instroomontwikkelingen worden dan ook nauwgezet gevolgd. Begin volgend jaar wordt vervolgens bezien of er alsnog aanvullende middelen noodzakelijk zijn. Als de huidige instroomprognose zich daadwerkelijk manifesteert en er geen aanvullende middelen voor worden vrijgemaakt zal dit de komende jaren leiden tot oplopende werkvoorraden en doorlooptijden.

Productieafspraken begroting 2007 (absolute aantallen)
 Realisatie 20052006*20072008200920102011
Totaal1 740 4541 739 4111 822 0701 804 6711 801 8991 799 5251 795 293
        
Gerechtshoven       
Civiel13 04014 71215 55714 55814 83814 83414 830
Straf39 90539 83742 23443 43944 51145 35846 166
Belasting13 0796 0343 0993 5323 3453 3333 325
        
Rechtbanken       
Civiel256 347258 064272 991271 913267 979267 465267 096
Straf219 544240 223244 319246 002246 161245 732245 697
Bestuur (excl. Vreemdelingenkamers)50 91252 47255 22758 01758 59458 48958 413
Bestuur (Vreemdelingenkamers)71 40269 37163 07958 39856 90556 84157 237
Kanton1 059 6961 031 4391 097 5601 081 3001 082 1851 080 1011 075 164
Belasting8 79618 80418 99218 89818 87318 87118 870
        
Bijzondere colleges       
Centrale Raad van Beroep7 7338 4559 0128 6138 5088 5018 496
College van beroep voor het bedrijfsleven**pmpmpmpmpmpmpm

* Afspraak op basis van de 1e suppletore begroting

** Het College v. Beroep voor het bedrijfsleven wordt lump sum gefinancierd


De productgroepprijzen zijn in 2004 vastgesteld voor de periode 2005 tot en met 2008. Met ingang van 2006 zijn de prijzen aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen 2005. In 2007 worden de prijzen voor de periode 2008–2010 vastgesteld. Behalve de gerealiseerde productgroepprijzen in de periode 2005–2007 spelen daarbij ook verwachte ontwikkelingen in de komende periode een rol zoals prijseffecten van nieuwe wetgeving, overwegingen van doelmatigheid alsmede de beoogde kwaliteitsimpuls van de rechtspraak.

Overzicht tarieven per productgroep
ProductgroepTarief 2007*(x € 1,–)
Gerechtshoven 
Civiel3 541,72
Straf1 221,77
Belasting1 027,50
  
Rechtbanken 
Civiel763,01
Straf580,53
Bestuur1 659,79
Vreemdelingen969,16
Kanton121,97
Belasting1 027,50
  
Centrale Raad van Beroep2 803,14
College van beroep voor het bedrijfsleven** 

* De tarieven zijn gebaseerd op loon- en prijspeil 2005

** Het College van beroep voor het bedrijfsleven wordt lump sum gefinancierd

Ontwikkeling eigen vermogen

Op 1 januari 2005 is de rechtspraak gestart met een eigen vermogen van circa € 16 miljoen. In 2005 is dit eigen vermogen toegenomen, met name doordat gerechten door onbekendheid met het nieuwe bekostigingssysteem terughoudend waren met het maken van kosten. In de periode 2006/2010 zal het eigen vermogen geleidelijk afnemen tot een bedrag van circa € 10 miljoen als gevolg van een kwaliteitsimpuls en doordat kosten die in 2005 waren uitgesteld vanaf 2006 alsnog worden gemaakt.

Ontwikkeling eigen vermogen x € 1000
 realisatie 2005200620072008200920102011
Eigen vermogen per 1–116 17736 72526 72519 42514 42511 92510 700
Storting Min van Justitie1 500      
Resultaat19 048– 10 000– 7 300– 5 000– 2 500– 1 2250
Eigen vermogen per 31–1236 72526 72519 42514 42511 92510 70010 700

Ontwikkeling egalisatierekening

Om incidentele afwijkingen tussen productieafspraken en feitelijke productie op te vangen is de egalisatierekening voor de rechtspraak in het leven geroepen. De feitelijke kosten of opbrengsten van meer- en minderwerk in een jaar komen tot uitdrukking op deze rekening. De vooraf begrote meer- of minderproductie is per definitie 0 zodat de omvang van de rekening na 2006 gelijk blijft.

Ontwikkeling egalisatierekening x € 1000
 realisatie 2005200620072008200920102011
Egalisatierekening per 1–121 90027 01341 61341 61341 61341 61341 613
Bijdrage Raad uit doelmatigheidswinst7 30014 600     
Verrekening meer- minderwerk– 2 187      
Egalisatierekening per 31–1227 01341 61341 61341 61341 61341 61341 613

Doorlooptijden

Op basis van de instroomramingen van de rechtspraak en de aanvullende productieafspraken zoals die mogelijk zijn met de aanvullende middelen verwacht de Raad dat de doorlooptijden voor de sectoren civiel, bestuur en straf gemiddeld vrijwel stabiel kunnen blijven. Bij de vreemdelingenkamers wordt bij de financiering vooralsnog afgeweken van de meerjarige instroomraming en zullen, wanneer de instroomramingen worden bewaarheid, de doorlooptijden uiteindelijk fors kunnen gaan oplopen als er niet tijdig middelen worden beschikbaar gesteld (32% in 2008 ten opzichte van 2005).

Kwaliteitsindicatoren rechtspraak

Een van de doelstellingen van de agenda 2005–2008 van de Rechtspraak is het vergroten van de transparantie van de rechtspraak. In het kader van deze doelstelling heeft de Raad in 2006 onder andere een aantal kwaliteitsindicatoren vastgesteld. De scores op deze kwaliteitsindicatoren zullen samen met een aantal andere kengetallen opgenomen worden in het jaarverslag van de rechtspraak. De eerste kengetallen zullen opgenomen worden in het jaarverslag 2006. Ook in het jaar 2007 wordt gewerkt aan de realisatie van de voorwaarden die opname van kwaliteitsindicatoren mogelijk maakt zoals het opzetten van een betrouwbare registratie van de benodigde gegevens.

Kasstroomoverzicht

x € 1000
Omschrijving2005200620072008200920102011
1. Rekening courant RHB 1 januari064 72780 42773 12768 12765 62764 402
        
2. Totaal operationele kasstroom68 8359 38711 50014 40017 90019 57521 300
        
3a – Totaal investeringen (-/-)15 92623 00023 00023 00023 00023 00023 000
3b + Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)0000000
3. Totaal investeringskasstroom– 15 926– 23 000– 23 000– 23 00023 000– 23 000– 23 000
4a – Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)60 111000000
4b + Eenmalige storting door moederdepartement (+)12 70023 51300000
4c – Aflossingen op leningen (–/–)16 80817 20018 80019 40020 40020 80021 300
4d + Beroep op leenfaciliteit (+)76 03723 00023 00023 00023 00023 00023 000
4. Totaal financieringskasstroom11 81829 3134 2003 6002 6002 2001 700
        
5. Rekening courant RHB 31 december*64 72780 42773 12768 12765 62764 40264 402

* inclusief Rekening Courant Egalisatierekening

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen, mutaties in eventuele voorzieningen en in mutaties in het netto werkkapitaal.

Investeringskasstroom

Om de kapitaalgoederenvoorraad stand van 1 januari 2005 op peil te kunnen houden is een jaarlijkse vervangingsinvestering van € 23 miljoen nodig. In bovenstaand kasstroomoverzicht is nog geen rekening gehouden met het feit dat om die reden de lagere investeringen in 2005 in toekomstige jaren gecompenseerd zullen moeten worden. Evenmin is rekening gehouden met de noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen ten gevolge van de groei van de rechtspraak vanaf 2005. Mocht het meerjarige leenplafond ontoereikend blijken te zijn dan zullen deze ontwikkelingen worden betrokken bij de volgende begrotingsvoorbereiding.

x € 1000
InvesteringenType 
Hard- en softwareVervanging14 230
Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachinesVervanging 2 451
Audio- en visuele middelen en stofferingUitbreiding993
Verbouwingen, installaties en meubilair langUitbreiding5 326
Totaal 23 000

Financieringskasstroom

Dit betreffen de kasstromen die voortvloeien uit het beroep op de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën voor investeringen en de aflossingen op de leenfaciliteit.