Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1 B Openstaande moties

Indiener(s)KamerstukOmschrijvingStand van zaken
Aartsen, J.J. van (VVD) Dittrich, mr. B.O. (D66) Verhagen, drs. M.J.M. (CDA) 28 689 XX, nr. 30 verzoekt de regering maatregelen te treffen waarmee kan worden voorkomen dat ouders die behoren tot de doelgroepen van het inburgeringsbeleid hun kinderen in het land van herkomst naar de middelbare school sturen, en de Tweede Kamer daarover te informeren vóór de behandeling van de Justitiebegroting 2005.De ACVZ is in deze om advies gevraagd. Dit advies is bij brief van 28 april 2006 aan de Tweede Kamer gezonden. De reactie hierop is in voorbereiding, en zal naar verwachting augustus 2006 aan de Tweede Kamer worden gezonden.
Hirsi Ali, mw. A. (VVD) Laan, mw. mr. L.W. van der (D66) Sterk, mw. W.R.C. (CDA) Vlies, ir. B.J. van der (SGP) 28 345 I, nr. 30 overwegende, dat op dit moment volgens de federatie vrouwenopvang ongeveer honderd vrouwen bedreigd worden door eerwraak; verzoekt de regering in vervolg op de motie-Hirsi Ali/Bakker ingediend op 16 maart 2004 (29 203, nr. 5) in overleg met de federatie vrouwenopvang en de betreffende gemeenten de maatregelen te nemen die nodig zijn om deze vrouwen te beschermen en de Kamer hierover op korte termijn te berichten.De Tweede Kamer zal in september 2006 met de halfjaarlijkse voortgangsrapportage aangaande het project Eergerelateerd Geweld worden geïnformeerd.
Varela, drs. J.M. (LPF) 19 637 XX, nr. 980 verzoekt de regering in toekomstige rapportages naast onderscheid tussen nationaliteiten ook cijfers te rapporteren, waarin inzichtelijk wordt gemaakt of het een vreemdeling of een allochtoon betreft.De IND verricht hiertoe onderzoek naar aantallen ongewenstverklaringen en verblijfsbeëindigingen op grond van openbare orde aspecten. De Tweede Kamer zal hierover naar verwachting eind september 2006 worden bericht.
Haersma Buma, mr. S. van (CDA) Laan, mw. mr. L.W. van der (D66) Weekers, mr.drs. F.H.H. (VVD) 30 300 VI, nr. 42 overwegende, dat het kabinet in het programma versterking van opsporing en vervolging van 11 november 2005 voorstellen heeft gedaan voor verbeteringen in het proces van opsporing en vervolging; overwegende, dat het kabinet bij brief van 14 november 2005 heeft aangegeven dat voor de jaren 2006 en volgende risico’s bestaan van oplopende achterstanden bij de gerechten; verzoekt de regering beide stukken op zo kort mogelijke termijn te voorzien van een financiële paragraaf en aan te geven hoe zij de financiering wil regelen.Bij de begrotingsvoorbereiding zijn de recente instroomontwikkelingen in de rechtspraak meegenomen in de begroting van de Raad voor de Rechtspraak. Zowel door het kabinet als door het Ministerie van Justitie zelf zijn middelen gevonden om de instroomontwikkelingen (vrijwel) conform de financieringsafspraken te financieren. In de voorjaarsnota 2006 is reeds een eerste beeld geschetst aan de Tweede Kamer. In de begroting 2007 kan dit inzicht pas volledig worden gegeven.
Fessem, W.M.M. van (CDA) Laan, mw. mr. L.W. van der (D66) Weekers, mr.drs. F.H.H. (VVD) 29 754 XX, nr. 47 verzoekt de Nederlandse regering in Europees verband blijvend aan te dringen op het stroomlijnen van de Europese terrorismesamenwerking.De Tweede Kamer zal zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd.
Dam, ir. M.H.P. van (PvdA) Gerkens, mw. A.M.V. (SP) 26 671 XX, nr. 18 verzoekt de regering een voorstel uit te werken dat leidt tot de verplichting van bedrijven, overheden en andere organisaties om burgers en bedrijven te informeren dat hun gegevens ontvreemd zijn, of dat de systemen van de organisatie gehackt zijn en hiermee voor 1 juni 2006 naar de Kamer te komen.Er is nader overleg benodigd. Naar verwachting zal de Tweede Kamer het eerste kwartaal van 2007 geïnformeerd worden.
Dijsselbloem, ir. J.R.V.A. (PvdA) Lambrechts, mw. drs. E.D.C.M. (D66) 29 754 XX, nr. 32 verzoekt de regering met een dekkend programma te komen voor training en coaching van personeel van onderwijsinstellingen, te beginnen in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs, teneinde tijdig en adequaat te kunnen reageren op uitingen van radicalisme.De Tweede Kamer is door de Minister van Onderwijs Wetenschap en Cultuur bij brief van 2 maart 2006 met medeondertekening door de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie geïnformeerd over de actuele stand van zaken en de voornemens (kenmerk: 5406606/06). Daarnaast zal de Tweede Kamer in de tweede helft van 2006 geïnformeerd worden over de uitkomsten van de gesprekken met de BVE-raad, HBO-raad en VSNU.
Weekers, mr.drs. F.H.H. (VVD) Wolfsen, dhr. A. (PvdA) 30 300 VI, nr. 135 verzoekt de regering het daarheen te leiden dat in instructies aan openbaar ministerie en politie als uitgangspunt wordt gehanteerd dat het opnemen van verhoren van verdachten, aangevers of getuigen op geluidsdrager wordt voorgeschreven en dat van opname alleen kan worden afgezien in verband met de geringe toegevoegde waarde daarvan;en de Kamer voor 1 juni aanstaande over de voorgenomen aanwijzing te rapporteren.De Tweede Kamer zal in de tweede helft van 2006 worden geïnformeerd.
Wolfsen, dhr. A. (PvdA) 30 300 VI, nr. 137 overwegende, dat met een zekere regelmaat de behoefte wordt gevoeld om eveneens, en systematischer dan nu, strafzaken te evalueren die niet hebben geleid tot een onherroepelijke veroordeling (bijvoorbeeld vrijspraken, niet-ontvankelijkverklaringen of zaken die zijn geëindigd door de dood van de verdachte), of hebben geleid tot een andere veroordeling dan door het OM beoogd;verzoekt de regering te bewerkstelligen dat ook voor dit type zaken een evaluatiemechanisme wordt ontworpen waarbinnen desgewenst en desgevraagd op een soortgelijke wijze zoals nu is besloten met betrekking tot onherroepelijke veroordelingen kan en gaat worden geëvalueerd.De Tweede Kamer zal in de tweede helft van 2006 worden geïnformeerd.
Dittrich, mr. B.O. (D66) 30 300 VI, nr. 138 verzoekt de regering te onderzoeken op basis van welke criteria op korte termijn een experiment gestart kan worden met de advocaat bij het politieverhoor;verzoekt de regering voorts de Kamer hierover vóór 1 juli aanstaande een voorstel toe te sturen.De Tweede Kamer zal in de tweede helft van 2006 worden geïnformeerd.
Wolfsen, dhr. A. (PvdA) 30 300 VI, nr. 136 verzoekt de regering te bewerkstelligen dat in de toekomst op een zodanige wijze wordt gerapporteerd dat altijd ook materiaal en informatie dat/die op enigerlei wijze ontlastend voor de verdachte zou kunnen zijn, alsmede eventueel daarop gebaseerde twijfel aan de schuld van de verdachte, worden gemeld.De Tweede Kamer zal in de tweede helft van 2006 worden geïnformeerd.
Laan, mw. mr. L.W. van der (D66) Timmer, mw. A.J. (PvdA) 30 072 XX, nr. 4 constaterende, dat een kind recht heeft op omgang met beide ouders in een veilige omgeving; verzoekt de regering zorg te dragen voor uitbreiding van het aantal beveiligde omgangshuizen.De Tweede Kamer zal in augustus 2006 door de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport worden geïnformeerd.
Heteren, mw. drs. G.M. van (PvdA)19 637 VI, nr. 1052 Brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Adviescommissie Vreemdelingenzaken over gezinsvorming.De ACVZ heeft het verzoek nog niet mogen ontvangen. Als de ACVZ de aanvraag krijgt, verwacht zij dit in het najaar 2006 te kunnen beantwoorden.
Heteren, mw. drs. G.M. van (PvdA) 29 517 VI, nr. 16 verzoekt de regering de compensatieregeling voor zowel de brandweerfuncties, de GHOR- als de aanpalende GGD-functies voor Amsterdam-Amstelland naar de aard van het risicoprofiel te verhogen, en niet slechts de structurele, maar ook de incidentele kosten reëel mee te wegen.Deze motie is overgedragen aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Brandweer.
Heteren, mw. drs. G.M. van (PvdA) 29 517 VI, nr. 17 verzoekt de regering de Kamer op korte termijn een historisch overzicht te sturen van de accidentafhandeling in de laatste vijf jaar met als extrapolatie een prognose van hoe vaak men percentueel denkt de veiligheidsregioals bestuurlijke eenheid de komende tijd nodig te hebben, tegenover lokale afhandeling of doorschaling naar het landelijke niveau.Deze motie is overgedragen aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Brandweer.
Dittrich, mr. B.O. (D66) 27 017 VI, nr. 20 verzoekt de regering te onderzoeken of op korte termijn bij politie en openbaar ministerie een registratiesysteem ingevoerd kan worden, waarmee de homofobe achtergrond van een delict ook daadwerkelijk wordt geregistreerd.De Minister van Justitie is hierover in overleg met het Openbaar Ministerie, immers het nieuwe PGS systeem – opvolger van Compas – maakt registratie van commune delicten met een discriminatoire achtergrond mogelijk. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is hierover in gesprek met de Politie.
Rouvoet, mr. A. (ChristenUnie) Staaij, mr. C.G. van der (SGP) 30 300 VI, nr. 160 verzoekt de regering om de verdere uitbouw en toepassing van de technische mogelijkheden tot het blokkeren, filteren of afsluiten van kinderpornografisch materiaal op internet en andere media te bevorderen en de Kamer daarover nader te berichten.De Tweede Kamer zal na het zomerreces 2006 worden geïnformeerd.
Weekers, mr.drs. F.H.H. (VVD) 30 300 VI, nr. 162 verzoekt de minister van Justitie te bevorderen1. dat via de aanwijzingen van het college van Procureurs-Generaal een beleid wordt ingezet om strengere straffen te eisen in kinderpornozaken;2. de mogelijkheden te openen, respectievelijk uit te breiden om parallel aan gevangenisstraf ook te behandelen.De Tweede Kamer zal na het zomerreces 2006 geïnformeerd worden.
Camp, mr.ing. W.G.J.M. van de (CDA) Hirsi Ali, mw. A. (VVD) Kant, mw. dr. A.C. (SP) 30 300 VI, nr. 84 verzoekt de regering te bevorderen dat de onderwijsinspectie bij elk redelijk vermoeden dat er sprake is van handelen door de school dat strijdig is met de kernwaarden van de democratische rechtsstaat, komt tot een herhaald en onaangekondigd inspectieonderzoek; en verzoekt de regering de Kamer jaarlijks op de hoogte te stellen van de bevindingen van de inspectie op dit gebied.Dit zal worden meegenomen in het jaarlijkse verslag van de staat van het onderwijs dat de Onderwijsinspectie uitbrengt. Het eerstvolgende Onderwijsverslag verschijnt in april 2007.
Dittrich, mr. B.O. (D66)TK 1999/2000 26 732, nr. 76verzoekt de regering te bevorderen dat de Vreemdelingenwet 2000 drie jaar na inwerkingtreding zal worden geëvalueerd op in ieder geval de in de motie genoemde onderdelen en vervolgens elke vijf jaar.Het aanbieden van het eindrapport door de voorzitter van de evaluatiecommissie aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratiestaat gepland op 29 augustus 2006. Naar verwachting zal het eindrapport medio september 2006 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Griffith, mw. mr. L.J. (VVD) Kalsbeek, mw. mr. N.A. (PvdA) Laan, mw. mr. L.W. van der (D66)29 200verzoekt de regering de gedachte uit te werken dat een gezinsvoogd, omwille van de continuïteit van de hulp in een gezin, ook mogelijkheden krijgt om hulp te verlenen, indien met andere kinderen uit datzelfde gezin problemen ontstaan, c.q. dat een gezinsvoogd de hulp aan een gezin op vrijwillige basis kan voortzetten, bijvoorbeeld als gezinscoach, en de resultaten daarvan zo spoedig mogelijk aan de Kamer toe te zenden.De Tweede Kamer zal voor 1 oktober 2006 worden geïnformeerd.
Wilders, G. (groep Wilders) 29 754 XX, nr. 41 verzoekt het kabinet het openbaar gebruik van de burka in Nederland te verbieden.Naar verwachting zal de Tweede Kamer voor 1 november 2006 worden geïnformeerd.
Weekers, mr.drs. F.H.H. (VVD) 30 164 VI, nr. 19 constaterende, dat het Wetboek van Strafvordering slechts een beperkte regeling voor een tegemoetkoming bij schade ten gevolge van strafvorderlijk optreden kent;overwegende, dat de regering heeft aangekondigd prioriteit toe te kennen aan de voorbereiding van een algemene wettelijke regeling ter zake, mede op basis van de voorstellen gedaan in het kader van het onderzoeksproject Strafvordering 2001;van mening, dat de verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven grotere risico’s van schade door strafvorderlijk overheidsoptreden meebrengt, hetgeen de wenselijkheid van een snelle totstandkoming van een dergelijke algemene en brede wettelijke schadevergoedingsregeling onderstreept;verzoekt de regering zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor 1 oktober 2006, een conceptwetsvoorstel dienaangaande ter consultatie voor te leggen aan de gebruikelijke adviesorganen, teneinde nog voor het einde van het jaar een wetsvoorstel voor te leggen aan de Raad van State.Het wetsvoorstel is momenteel in voorbereiding. Er wordt gestreefd naar indiening in december 2006.
Berg, G. van den (SGP) Hamel, drs. J. (PvdA) Lans, drs. J.J.M. van der (GL) Schouw, dr. A.G. (D’66) Slagter-Roukema, mw. drs. T.M. (SP) Stoutendijk-van Appeldoorn, mw. mr. M.J. (CDA) 28 168 Fconstaterende, dat de Wet op de Jeugdzorgzeer bureaucratisch van opzet is en nog steeds uitgaat van diverse naast elkaar lopende financieringsstromen voor de verschillende onderdelen van de Jeugdzorg; van mening, dat de Jeugdzorg nog duidelijk verbetering behoeft in het terugdringen van de bureaucratisering, de eenduidige financiering en aansturing; verzoekt de regering de Kamer binnen twee jaar te rapporteren over de mede door de provincies en grootstedelijke regio’s bereikte voortgang in de organisatie en stroomlijning van de Jeugdzorg en over de mede bij de provincies en grootstedelijke regio’s opgedane ervaring bij de implementatie van de wet alsmede over de stand van zaken met betrekking tot de aanpassing van de Wet op de Jeugdzorg ten aanzien van de eenduidige financiering en aansturing, opdat over 4 jaar de beoogde samenhang en doelmatigheid in de Jeugdzorg ook daadwerkelijk is gerealiseerd.De Tweede Kamer zal eind 2006 door de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport worden geïnformeerd.
Luchtenveld, mr. R. (VVD) Wolfsen, dhr. A. (PvdA) 28 781, nr. 10 gelezen de reactie van de Minister van Justitie in zijn brief van 8 december 2004; verzoekt de regering wetgeving in voorbereiding te nemen waardoor directe naasten en werkgevers de door hun geleden inkomens- en andere schade beter dan nu kunnen verhalen op de veroorzaker.Het conceptvoorstel zal in juli 2006 ter consultatie naar verschillende organisaties worden verzonden. Na ontvangst van de reacties, tot 15 oktober 2006, gaat het voorstel naar de ministerraad.
Arib, mw. drs. K. (PvdA) 30 300 VI, nr. 159verzoekt te regering een onderzoek in te stellen naar de aard en de omvang van seksueel misbruik van kinderen van Marokkaanse afkomst en daaraan indien nodig conclusies te verbinden in de zin van concrete actiepunten.De Tweede Kamer zal in mei 2007 worden geïnformeerd.