Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

HOOFDSTUK 2 BELEIDSAGENDA 2007

Inleiding

Samenleven gaat niet zonder inspanningen. Inspanningen om elkaar de ruimte te geven om te leven zoals we willen en regels te stellen waar nodig. Dit vergt de inzet van velen; van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid. Daarbij vervult Justitie een belangrijke, complementaire rol. Die rol komt tot uiting in de verantwoordelijkheid van Justitie voor bijvoorbeeld de rechtsorde en het integratiebeleid. De rechtsorde biedt ruimte aan mensen en maatschappelijke verbanden om zich te ontplooien en werkt samenbindend waar zij uitdrukking geeft aan gedeelde waarden en normen. Het integratiebeleid draagt eraan bij dat mensen beter bekend zijn met de normen, waarden en gebruiken in ons land en dat zij betere kansen hebben om zich zelfstandig te redden in deze maatschappij. Op deze wijze wil Justitie bijdragen aan de condities waaronder burgers vreedzaam kunnen samenleven en vruchtbaar kunnen samenwerken. Deze ambitie vindt zijn weerslag in de hoofdlijnen van het beleid.


De rechtsorde moet een bruikbare rechtsorde zijn. Het bevorderen van een maatschappelijke ordening die ruimte schept voor burgers en bedrijven, is daarom een hoofdlijn van het Justitiebeleid. Het recht geeft duidelijkheid over posities van burgers en bedrijven, vergemakkelijkt transacties. Die duidelijkheid verkleint de kans op geschillen. Als er toch geschillen ontstaan, moeten geschillen snel en langs zo min mogelijk belastende weg worden beslecht. Een bruikbare rechtsorde vergt regels waar burgers en bedrijven in de praktijk mee uit de voeten kunnen. Onnodig belastende regels worden afgeschaft of vervangen door betere. Het gaat om minder én betere regels, met verlaging van administratieve lasten als gevolg.


Mensen moeten zich veilig kunnen voelen in hun omgeving. Sociale veiligheid is een breed gevoelde maatschappelijke prioriteit. Het tegengaan van onveiligheid is een tweede hoofdlijn van beleid. Het gaat daarbij om onveiligheid in brede zin, commune criminaliteit, verloedering, onveiligheid in de buurt, geweld. Dankzij het «Veiligheidsprogramma» is grote vooruitgang geboekt. Daarnaast moet de rechtsorde worden beschermd tegen krachten die erop zijn gericht haar te ondermijnen. Hierbij past een beleid gericht op terrorismebestrijding en het tegengaan van radicalisering. Dit vergt misschien wel de zwaarste inspanningen, niet alleen van de overheid, maar van de hele maatschappij: het leren accepteren van elkaars levenswijze, het bevorderen van de weerbaarheid tegen radicalisering en het nadrukkelijk optreden van overheidswege wanneer mensen met geweld anderen willen dwingen anders te leven.


In de afgelopen kabinetsperiode is een grote inspanning geleverd om via het inburgerings- en integratiebeleid allochtonen én autochtonen meer te betrekken bij de samenleving. Gedeeld burgerschap maakt ons bewust van het brede scala aan normen en waarden die er bestaan in deze samenleving. Tegelijk geldt dat naast het wederzijds respect dat men moet hebben voor elkaar, ook minimumnormen worden gesteld aan gedrag. Dit geeft, net als bij de rechtsorde, duidelijkheid over wat men van elkaar kan en mag verwachten en verkleint de kans op fricties.

Een grote inspanning wordt geleverd om te bereiken dat mensen die naar Nederland komen al voor hun komst een basiskennis hebben van onze samenleving. De Inburgeringstoets in het buitenland werd begin 2006 ingevoerd en werpt al zijn vruchten af op individueel niveau. De komende jaren zal blijken dat ook op het maatschappelijke niveau resultaten worden geboekt. Mensen die voorheen een moeilijke start hadden, zullen vanaf nu een goede basis hebben om zich zelfstandig te redden in onze maatschappij.

Daarnaast wordt ook actie ondernomen voor en met mensen die hier al langer verblijven. Dat zij de Nederlandse taal voldoende machtig zijn, voldoende scholing hebben om een baan te vinden en er begrip bestaat voor omgangsnormen die maken dat iedereen zich in het sociale leven goed kan bewegen.

Met name deze laatste factor is erg belangrijk. Het is niet alleen zaak mensen economisch zelfstandig te laten functioneren. Het is minstens zo belangrijk dat die maatschappelijke binding tot stand wordt gebracht. Daarvoor is het noodzakelijk dat alle maatschappelijke organisaties de handen ineen slaan en een bijdrage leveren aan die integratie. De talrijke initiatieven die de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie daartoe heeft ondernomen, van het Breed Initiatief Maatschappelijke Binding waarbij organisaties werden uitgenodigd aan tafel bij de Ministerraad tot het stimuleren van een netwerk van allochtone vrouwen, zijn slechts het begin daartoe. Het komende jaar zullen derhalve opnieuw een aantal inspanningen worden geleverd om de integratie verder te bevorderen.

Veiligheid, handhaving en sanctietoepassing

Veiligheidsprogramma

De afgelopen jaren is met het «Veiligheidsprogramma 2002–2006» veel energie gestoken in het verbeteren van de sociale veiligheid door bijvoorbeeld een gerichte aanpak van veelplegers en risicojeugd. Dit heeft zijn vruchten afgeworpen. Het percentage burgers dat zich wel eens onveilig voelde is in de periode 2002–2005 gedaald van 31% naar 24%. Vermogens- en geweldscriminaliteit zijn met ca. 10% gedaald. De dalende trend lijkt zich door te zetten.

In 2006 heeft het kabinet de contouren voor het « Veiligheidsprogramma»1 tot 2010 gepresenteerd. In 2007 zal al worden gestart met de uitvoering daarvan. In het bijzonder zal aandacht worden besteed aan de buurt (waaronder de aanpak van overlast en verloedering), jeugd, geweld, effectiever straffen en het bedrijfsleven. Op deze thema’s wordt nadrukkelijk de verbreding gezocht die met de « Midterm Review»2 is ingezet. Hierbij worden andere ministeries (zoals VROM, VWS, V&W, OC en W, EZ en Financiën) betrokken, om vooral aan de preventieve aanpak van criminaliteit en overlast verder invulling te geven. Onder coördinerende verantwoordelijkheid van Justitie zullen de thema’s financieel-economische criminaliteit en cybercrime worden opgepakt. Daarnaast zullen de technologische kanten en bedreigingen meer aandacht krijgen onder de vlag van het«Veiligheidsprogramma».

Criminaliteitsbestrijding

Nieuw in het «Veiligheidsprogramma tot 2010» zijn de thema’s financieel-economische criminaliteit, cybercrime en nieuwe technologie. In de bestrijding van financieel-economische criminaliteit zal met name worden ingezet op de aanpak van de gronddelicten, het volgen van de financiële sporen, witwassen en ontneming van criminele vermogens. Bij de bestrijding van cybercrime zal een meersporentraject worden gevolgd. In de politieafspraken 2007/2008 wordt voor deze speerpunten bijzondere aandacht gevraagd. Onder de regie van het Nationaal Platform Criminaliteitsbestrijding wordt gewerkt aan de niet-strafrechtelijke bestrijding van cybercrime. De versterking van de informatie-uitwisseling, samenwerking en coördinatie tussen publieke en private partijen staat hierin centraal. Waar het gaat om lokale, nationale en internationale criminaliteit en het terrorisme zullen politie en OM hun inspanningen intensiveren. Daarnaast zal de rechtspraak op het gebied van complexe fraudezaken en cybercrime aandacht besteden aan juridische kennisverdieping en de toegankelijkheid van kennisbronnen.

Een sector die bijzonder gevoelig is voor identiteitsfraude, is de strafrechtsketen. Verdachten en veroordeelden hebben er alle belang bij om zich voor een ander uit te geven. Het belang van zorgvuldige vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden staat daarom de komende jaren hoog op de agenda. Daarbij zal meer dan tot dusver gebruik gemaakt worden van technische mogelijkheden zoals het nemen van vingerafdrukken en foto’s.

Criminaliteitspreventie

Vanaf de start van het «Veiligheidsprogramma 2002–2006» wordt gestreefd naar het vergroten van de veiligheid in het bedrijfsleven. Concrete afspraken met het bedrijfsleven over preventieve maatregelen zijn gemaakt in het « Actieplan Veilig Ondernemen»3 en in convenanten met de detailhandel. Uitvoering van de gemaakte afspraken ligt op schema. Het kabinet is het bedrijfsleven ook behulpzaam op het terrein van de integriteit van werknemers en zakenpartners. In 2007 wordt nieuwe regelgeving voor het toezicht op rechtspersonen ingevoerd. Essentie hiervan is het vervangen van de preventieve toetsing bij de oprichting van een vennootschap door een aantal toetsingen tijdens de levensloop van een rechtspersoon.

Geweld

Vanwege de toenemende zorg over geweld in de samenleving is als onderdeel van het «Veiligheidsprogramma 2002–2006» het « Actieplan tegen geweld»4 opgesteld. De maatregelen in het actieplan richten zich op verschillende leefgebieden (verkeer, sport, openbaar vervoer, uitgaan, wijk, werk en school). Daarnaast wordt ingezet op de aanpak van risicofactoren voor geweld (alcohol, wapenbezit en geweldsbeelden in de media).

In 2006 lag de nadruk op de risicofactor wapenbezit. In 2007 ligt de nadruk op de beide andere risicofactoren: alcohol en schadelijke geweldsbeelden in de media. Op basis van experimenten in 2006 zal een besluit worden genomen over alcoholregistratie bij geweldsdelicten. Daarnaast zullen afspraken worden gemaakt met aanbieders van beeldmateriaal (zoals operators van mobiele telefoons en internetproviders) over hun toepassing van de Kijkwijzer. Verder zijn de behoeften van slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven in 2006 onderzocht. Op basis daarvan zal in 2007 de doorverwijzing en opvang van deze slachtoffers en de mogelijkheden tot het verkrijgen van schadevergoeding worden verbeterd.

Huiselijk geweld

In de afgelopen kabinetsperiode is de aanpak van huiselijk geweld op de maatschappelijke agenda gezet. Er is een landelijk expertisepunt huiselijk geweld opgericht en inmiddels zijn circa 35 adviesen steunpunten huiselijk geweld opgezet. De doelstelling voor 2007 is dat bij 250 gemeenten sprake is van een gerichte lokale aanpak op het gebied van huiselijk geweld. In 2007 treedt het wetsvoorstel «Tijdelijk huisverbod» in werking; de implementatie hiervan is in gang gezet. Daarnaast treedt het wetsvoorstel «Voorkomen geweld in de opvoeding» in werking.

Effectiviteit opsporing en vervolging

Met het verschijnen van het evaluatierapport over het opsporingsonderzoek in de zaak van de Schiedammer parkmoord, is het bewustzijn dat de kwaliteit van de opsporing en vervolging continue aandacht behoeft, aanzienlijk versterkt. Politie en Justitie hebben naar aanleiding van de aanbevelingen uit de evaluatie het « Programma versterking opsporing en vervolging»5 opgesteld dat aanhaakt bij eerder ingezette ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg en zelfs verder gaat dan de aanbevelingen.

De ambities uit dat programma wil Justitie verwezenlijken door het uitwerken van vier centrale thema’s:

– Algemene eisen stellen aan de opsporing, vertaald in goede en bindende normen die dienen als randvoorwaarden voor de professionaliteit van de opsporing;

– Het gezag over de opsporing, betreft het creëren van duidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden van OM en politie. Op basis van bindende afspraken tussen OM en politie worden algemene kwaliteitseisen gesteld aan de uitvoering van opsporingsonderzoeken.

– De versterking van het vakmanschap, onder andere het intensiveren van opleidingen gericht op opsporing, vervolging en forensische expertise;

– Een cultuur van tegenspraak en reflectie en permanente kwaliteitsontwikkeling. Binnen het OM zal deze tegenspraak ontwikkeld worden. De kwaliteit van de forensische opsporing zal worden verhoogd door het uitvoeren van het Meerjarenprogramma Versterking forensische opsporing. Dit zal zich onder andere uiten in standaardisering van werkprocessen, het oprichten van een Landelijk team forensische opsporing en het invoeren van een tracking en tracing systeem van sporen en sporendragers door de gehele strafrechtketen.

Sanctiebeleid

Het project «Modernisering sanctietoepassing» ligt op koers. Voor het gevangeniswezen en de reclassering is nu voldoende capaciteit voor handen. Er behoefde in 2006 geen Incidenteel Versneld Ontslag te worden toegepast (wat ook tot doel wordt gesteld in 2007), het Wetsvoorstel «Voorwaardelijke Invrijheidstelling» werd ingediend bij de Tweede Kamer, pilots Terugdringen recidive vonden plaats en het project «Vernieuwing forensische zorg in strafrechtelijk kader» startte naar aanleiding van de motie Van de Beeten. Dit biedt ruimte voor meer aandacht voor de effectiviteit van sanctietoepassing en de aansluiting op maatschappelijke voorzieningen.


In 2007 gaat het gevangeniswezen landelijk werken volgens de uitgangspunten van detentie en behandeling op maat (DBM). Daarbij wordt de gedetineerdenpopulatie verdeeld in drie domeinen op grond van insluittitel en verblijfsduur: preventieven, kortverblijvenden en langverblijvenden. Het regime van de verschillende domeinen wordt afgestemd op het doel van de vrijheidsbeneming en de mogelijkheden gegeven de verblijfsduur. In het domein langverblijvenden worden aan daarvoor in aanmerking komende gedetineerden programma’s gericht op gedragsverandering aangeboden. Voor zowel kortverblijvenden als langverblijvenden wordt de praktische voorbereiding op de terugkeer en aansluiting op de nazorg verbeterd. Over de programma’s voor bijzondere groepen (zoals tbs en volwassenen die bijzondere zorg en/of beveiliging vereisen) en bestuursrechtelijke vreemdelingen wordt de Kamer op een later moment nader geïnformeerd.


De belangrijkste conclusie van het parlementaire onderzoek naar het tbs-systeem en de kabinetsreactie daarop, is dat de opzet van het huidige tbs-stelsel blijft bestaan en dat het kabinet vasthoudt aan het principe dat tbs gericht moet zijn op terugkeer in de samenleving. De aanbevelingen van de parlementaire commissie moeten leiden tot meer differentiatie binnen het tbs-systeem, zodat de toezichts- en behandelprogramma’s nog beter op de individuele tbs-gestelde kunnen worden afgestemd. Daarom zal worden onderzocht op welke wijze het beste vorm kan worden gegeven aan de aanbeveling om bepaalde tbs-gestelden na hun behandeling langer in de gaten te houden nadat ze de kliniek hebben verlaten. Daarnaast neemt het verbeteren van de aansluiting tussen justitiële voorzieningen en de reguliere zorg een belangrijke plaats in. Mede naar aanleiding van het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie TBS worden maatregelen getroffen om in de behoefte, gelijk aan 350 TBS-plaatsen, te voorzien.

Politiebestel

De Nederlandse politie moet een grotere eenheid vormen. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor een effectievere en efficiëntere samenwerking tussen de politiekorpsen en daarmee voor een betere politiezorg. Met name de bestrijding van de bovenlokale criminaliteit zal hier profijt van hebben. Ook moet er een betere balans ontstaan tussen lokale, regionale en landelijke prioriteiten. Met het oog hierop is het wetsontwerp «Versterking bevoegdheden op rijksniveau» ingediend. Dit wetsvoorstel gaat nog uit van het huidige regionale politiebestel. Daarnaast is op basis van het kabinetsstandpunt naar aanleiding van de evaluatie van de politie in 2006 een concept voor een nieuwe politiewet geschreven. Kern van de nieuwe politiewet is het creëren van één landelijke politieorganisatie met een eigen rechtspersoonlijkheid. Deze organisatie bestaat uit 25 regionale korpsen, een landelijk korps, een gezamenlijke beheersdienst en een directieraad. Door het oprichten van één landelijke politieorganisatie wordt de eenheid van de Nederlandse politie verzekerd. Het gezag over de politie wijzigt niet in de nieuwe politiewet. Met dit nieuwe politiebestel verbetert de democratische inbedding van de politie. Ook schept de nieuwe politiewet randvoorwaarden voor een betere balans tussen lokale, regionale en landelijke prioriteiten.

Jeugd

Gedragsbeïnvloeding jeugdigen

Voor een strafrechtelijke aanpak van jongeren gericht op (her)opvoeding bestaan te weinig mogelijkheden in het huidige jeugdstrafrecht. Daarom stelt het kabinet in het wetsvoorstel «Gedragsbeïnvloeding jeugdigen» onder andere een nieuwe sanctie voor: de gedragsmaatregel. Deze duurt zes tot twaalf maanden. De rechter geeft in zijn uitspraak aan hoe de maatregel er uitziet; deze is opgebouwd uit strafrechtelijke modules maar kan tevens jeugdzorg omvatten, al naar gelang het individuele geval. De maatregel biedt uitkomst als de rechter een voorwaardelijke straf of een taakstraf in een bepaald geval te licht vindt, maar een PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen) te zwaar.

Doorlooptijden jeugdketen

In 2005 is een traject gestart gericht op het voorkomen van dubbel onderzoek en snelle en adequate informatie-uitwisseling tussen de Bureaus Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en rechters. In 2007 wordt een normtijd ingevoerd voor de doorlooptijd van besluiten over de kinderbeschermingsmaatregel, en het zo nodig doen opstarten van hulpverlening via Bureau Jeugdzorg.

Project gesloten jeugd-voorzieningen

In 2005 zijn de voorbereidingen gestart om stapsgewijs de civiele crisisplaatsingen in de justitiële jeugdinrichtingen te beëindigen en elders in de jeugdzorg alternatieven te realiseren. Het voornemen is om met ingang van 2007 gesloten behandeling voor civielrechtelijke jeugdigen mogelijk te maken onder de verantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In 2006 dient het kabinet hiertoe een wetsvoorstel in dat in 2007 in werking zal treden.

Operatie Jong

Met de Operatie Jong wil het kabinet uitval van jeugdigen zoveel mogelijk voorkomen. Hiermee wordt ook vanwege de preventieve werking een bijdrage geleverd aan verwezenlijking van de doelstelling van het Veiligheidsprogramma, namelijk het terugdringen van Jeugdcriminaliteit. In het sturingsadvies van Operatie Jong worden voorstellen gedaan tot vereenvoudiging en verbetering van de aansturing van het jeugdbeleid. In de kabinetsreactie op dit sturingsadvies onderschrijft het kabinet het belang van het onderscheid in de uitvoering van hulpverlening in een vrijwillig en hulpverlening in een gedwongen kader. Ouders en kinderen dienen zonder schroom van de jeugdzorg gebruik te kunnen maken. In aanvulling daarop moet het ministerie van Justitie dwang kunnen inzetten wanneer een kind in zijn ontwikkeling wordt bedreigd of zelf zijn boekje ernstig te buiten gaat. In het advies van Jong wordt een bundeling voorgesteld van de taken voor de (gezins-)voogdij en de jeugdreclassering. Het kabinet acht de samenvoeging van deze justitiële taken een logische keuze, maar wenst de in het najaar van 2006 beschikbaar komende evaluatie van de Wet op de jeugdzorg af te wachten, alvorens in 2007 met voorstellen te komen.

Maatregelen kwaliteits-verbetering PIJ

Een aantal maatregelen wordt doorgevoerd om de kwaliteit van PIJ te verbeteren: Voor deze doelgroep wordt de groepsgrootte op termijn teruggebracht van 12 naar 8 pupillen, met 2 groepsleiders per groep. Vooruitlopend daarop wordt het aantal groepsleiders verhoogd van normatief 1 op 6 naar 1 op 4 PIJ-pupillen. Daarnaast wordt het opleidingsniveau van de groepsleiders verhoogd. In samenwerking met de ketenpartners wordt aandacht besteed aan de verbetering van nazorg. Daarnaast worden middelen ingezet gericht op uitbreiding van het aantal jeugdpsychiaters/gedragsdeskundigen werkzaam in de sector.

Terrorismebestrijding

Radicalisering

Terroristische uitingen en radicalisme vormen een aanhoudende bedreiging voor de rechtsorde en de integratie. In de nota’s «Radicalisme en radicalisering» en «De lokale en justitiële aanpak van radicalisme en radicalisering» is aangegeven op welke wijze de overheid en de samenleving radicalisering kunnen voorkomen en tegengaan. Het beleid is erop gericht de weerbaarheid van personen tegen radicalisering te versterken. Ter bestrijding van radicale en terroristische uitingen die via het internet en satellietzenders worden verspreid, wordt gewerkt aan intensivering van monitoring en surveillance, een optimaal functioneren van het meldpunt cybercrime en een versterkte internationale aanpak. In Europees verband wordt gewerkt aan de uitvoering van het EU-Actieplan «Radicalisering en Rekrutering». Ter preventie van radicalisering wordt ingezet op het vergroten van expertise onder bestuurders en professionals, op het weerbaarder maken van vooral moslimjongeren en op het versterken van maatschappelijke binding in de samenleving als geheel. Het beleid is uiteengezet in de nota «Weerbaarheid en Integratiebeleid».

Informatie-uitwisseling

Onder regie van de NCTb en in samenwerking met de ministeries van BZK en Defensie worden projecten op het gebied van het verbeteren van informatie-uitwisseling gecoördineerd. De belangrijkste hiervan is het interdepartementale project «Veiligheidsverbetering door Information Awareness» (VIA). Daarbij worden methoden en technieken ontwikkeld, die ook in andere veiligheidssectoren bruikbaar zijn. Andere activiteiten zijn gericht op innovatief cameratoezicht, mogelijkheden van datafusie en technologische verbetering van het alerteringssysteem.

CBRN dreiging6

De gecoördineerde inspanningen op het gebied van CBRN-terrorismebestrijding die in 2005 zijn gestart worden in 2007 gecontinueerd. Deze inspanningen zijn in het bijzonder gericht op het afschermen van middelen en kennis tegen ongeoorloofd gebruik, optimaliseren van CBRN-grenscontrole en gerichte en zorgvuldige communicatie en optimalisatie van CBRN-intelligence. De activiteiten leveren concrete en duurzame producten, werkwijzen en inzichten op die een vaste plek krijgen in werkprocessen van de betrokken publieke en private organisaties.

Cameratoezicht

De dreiging van terrorisme doet de vraag naar monitoring exponentieel toenemen. Ook internationaal is die trend, mede op basis van ervaringen met aanslagen en andere vormen van criminaliteit, duidelijk waarneembaar. In samenwerking met de ministeries van V&W en BZK, wordt er een forse impuls gegeven aan de beveiliging van infrastructurele hotspots (onder andere Schiphol) door grootschalige toepassing van camerasystemen. Deze impuls is een eerste aanzet. Deze systemen dragen er toe bij dat terroristische aanslagen worden voorkomen, er bij incidenten en aanslagen daadkrachtiger kan worden opgetreden en een krachtige bijdrage kan worden geleverd aan de opsporing van verdachten van criminaliteit en/of terrorisme.

Publiek-private samenwerking bij terrorismebestrijding

Terroristische uitingen en radicalisme blijven een aanhoudende dreiging voor de rechtsorde waardoor de ingeslagen weg met kracht voortgezet moet worden. Informatieuitwisseling, samenwerking en coördinatie tussen de bij terrorismebestrijding betrokken partijen waaronder de ministeries van BZK, Defensie en V&W zijn ook in 2007 belangrijke aandachtspunten.

In 2007 zal de uitvoering van het traject «Terrorisme en bedrijfsleven» ter hand worden genomen. Met het traject wordt beoogd het bewustzijn bij bedrijven voor dreigingen, risico’s en kwetsbaarheden te vergroten. Daarnaast willen de publieke en private sectoren elkaar beter informeren over (concrete) dreigingen en de maatregelen die worden getroffen om deze dreigingen het hoofd te bieden. Gewerkt wordt aan het verbeteren van informatieverzameling tussen de private en publieke sectoren, alsook het bieden van een concreet handelingsperspectief (maatregelen) voor bedrijven. Daarvoor zal tevens aansluiting worden gezocht bij de publiekscampagne «Nederland tegen terrorisme».

Rechtsbestel

Bruikbare rechtsorde en vermindering van regeldruk

Ook in 2006 is in het kader van het programma «Bruikbare rechtsorde» veel bereikt. Een bijzondere gebeurtenis was de maatschappelijke regeldrukconferentie die plaatsvond in maart 2006 met vertegenwoordigers van het kabinet, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Deze conferentie werd gevolgd door de Catshuissessie over regeldruk, waarin het kabinet een extra impuls voor het bestrijden van regeldruk aankondigde. Hoofdlijnen hiervan waren dat de overheid meer vertrouwen moet geven en meer moet denken vanuit degenen op wie de regels van toepassing zijn. Concreet betekent dat dat uitvoeringsorganisaties, bedrijven en burgers meer en vroeger worden betrokken bij de voorbereiding van nieuwe regelgeving en dat meer gebruik gemaakt wordt van openbare internetconsultaties. Komende periode zullen deze punten in overleg met bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties worden uitgewerkt. Ook in de toetsing van nieuwe regelgeving door Justitie zal het beheersen en verminderen van regeldruk een centrale plaats behouden.

Toegang tot het rechtsbestel

Een functioneel rechtsbestel biedt de burger toegang tot voorzieningen om geschillen of conflicten op te lossen. Op dit punt zijn de afgelopen jaren veel vorderingen geboekt. Er zijn juridische loketten gekomen waar burgers terecht kunnen met hulpvragen en er worden buitengerechtelijke afdoeningsmogelijkheden bevorderd en gefaciliteerd zoals mediation en de uitbreiding van consumentengeschillencommissies. In 2007 wordt in het vervolg hiervan het project «Delta G» (Geschilbeslechting) gerealiseerd. Doel van dit project is de burger met een juridisch geschil, door middel van een speciaal ontworpen website, in staat te stellen het juridische geschil te verhelderen, te kiezen voor de meest passende oplossing en zonodig contact te leggen met een hulpverlener.

Nu de eerstelijns rechtshulp is versterkt zal in 2007 aandacht worden besteed aan de tweedelijns rechtshulp, de kwaliteit en integriteit van de juridische beroepsbeoefening, het toezicht daarop en het van toepassing zijnde tuchtrecht. Voor tolken en vertalers zal 2007 primair gericht zijn op de implementatie van de Wet Tolken en Vertalers en het oprichten van een kwaliteitsinstituut.

Slagvaardige rechtspleging

Een functioneel rechtsbestel wordt gekenmerkt door een slagvaardige rechtspleging. De afgelopen jaren werden meer strafzaken afgedaan door de politierechter, tevens is het mogelijk geworden om getuigen te horen via teleconferentie en is het aantal aanhoudingen van zittingen teruggedrongen. Ook is de afgelopen jaren gewerkt aan een slagkrachtiger rechterlijke organisatie. Hieraan heeft bijgedragen de «Moderniseringsoperatie rechtspraak in de 21e eeuw». Meer zaken worden afgedaan en doorlooptijden zijn teruggedrongen. Naast het streven om de doelmatigheid verder te bevorderen zullen de inspanningen de komende jaren ook gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit. Thans wordt de moderniseringsoperatie geëvalueerd, waarover de commissie Deetman in 2007 zal rapporteren. In dit kader vindt een visitatie van de Rechtspraak plaats naar onder meer de kwaliteit van het primaire proces en de professionaliteit van de rechter. Ook bij de komende kostprijsonderhandelingen, die in 2007 moeten resulteren in prijzen voor de jaren 2008–2010, zal de kwaliteit en doelmatigheid van de rechtspraak een belangrijke rol spelen.

Bestuursrecht en Civiel recht

In maart 2006 is het eindrapport over de fundamentele herbezinning van het burgerlijk procesrecht uitgebracht. De onderzoekers pleiten voor een ruimere erkenning van afspraken op het niveau van de direct betrokkenen om beter rekening te houden met de behoefte aan verduidelijking van bestaande regels en met veranderende omstandigheden. Een kabinetsstandpunt over het eindrapport is in voorbereiding. Ook op andere terreinen van het burgerlijk recht wordt meer ruimte bepleit voor nieuwe vormen van samenwerking en ingezet op uitwerking van regels in de kring van direct betrokkenen. De commissie insolventierecht, die tot taak heeft een nieuwe Faillissementswet voor te bereiden en in het najaar 2006 zal adviseren, signaleert de behoefte aan uitwerking van regels door anderen dan de wetgever of de rechter. Door betrokken partijen is recent een code ontwikkeld voor de afwikkeling van letselschade in het buitenwettelijke traject. Een ander voorbeeld is de code Tabaksblat die een verantwoordingsplicht legt op het bestuur van de vennootschap over de naleving van een code die gezaghebbende opvattingen over goed ondernemingsbestuur (corporate governance) weerspiegelt.

Op het gebied van het algemeen bestuursrecht zal de wetgeving ook in 2007, in de lijn met de nota «Naar een slagvaardig bestuursrecht»7, in het teken staan van stroomlijning, dejuridisering en vergroting van de effectiviteit van het bestuurs(proces)recht. Het gaat hierbij onder meer om vergroting van coördinatiemogelijkheden bij besluitvorming, een meer definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter en verdere codificatie op het gebied van bestuurlijke geldschulden en bestuurlijke handhaving, mede met het oog op deregulering en vermindering administratieve lasten.

Internationale samenwerking

Haags programma en de JBZ-samenwerking

Justitie zet niet in op méér Europa, maar op verbetering van de huidige juridische samenwerking binnen Europa. «Het Haags Programma», dat onder het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2004 is vastgesteld, is hiervoor richtinggevend. De belangrijkste thema’s die op de agenda staan zijn de verbetering van de informatie-uitwisseling tussen opsporingsdiensten, de verbetering van de werking van Europol, samenwerking bij de bestrijding van criminaliteit en terrorisme, kennismigranten in relatie tot legale migratie en buitengrensbewaking. Met betrekking tot integratie staat kennisopbouw centraal; dit om bij te dragen aan het creëren en verbeteren van de aanpak van integratie in alle lidstaten van de EU. Een belangrijke vernieuwing in 2007 vormt de uitvoering van de «Financiële Programma’s 2007–2013» op het terrein van de JBZ-samenwerking. De EU-subsidiegelden die hiermee zijn gemoeid zullen substantieel hoger liggen dan in de afgelopen periode. Justitie stelt zich tot doel deze gelden beter te benutten en zal daartoe de eigen organisatie aanpassen. Het ministerie van Justitie zal vanaf 2006 de centrale internationale functie versterken, zodat gerichter acties kunnen worden ondernomen op voor Nederland belangrijke dossiers. De ministers kunnen zo in diverse vormen van overleg tussen groepen van EU-lidstaten hun positie versterken.

Integratie

Inburgering

Op 15 maart 2006 is de Wet inburgering buitenland in werking getreden. Sindsdien moet door bepaalde categorieën vreemdelingen die naar Nederland willen komen het basisexamen worden behaald als extra voorwaarde voor het verkrijgen van een MVV. Naar verwachting treedt de nieuwe Wet inburgering op 1 januari 2007 in werking. Doel is om een betere beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving van nieuw- en oudkomers te bevorderen. Communicatie in het Nederlands tezamen met kennis van de Nederlandse samenleving is van wezenlijk belang voor het goed kunnen functioneren in deze maatschappij. De vernieuwing van het inburgeringsstelsel is dan ook een belangrijke prioriteit. De huidige inspanningsverplichting wordt in het nieuwe stelsel voor bepaalde groepen omgezet in een resultaatverplichting. De gemeenten krijgen een spilfunctie in het nieuwe stelsel. Andere uitvoeringstaken worden belegd bij de Informatie Beheer Groep. Daarnaast wordt marktwerking ingevoerd ten aanzien van de inkoop van inburgeringscursussen.

Integratie van twee kanten

Een effectief inburgeringsstelsel biedt de garantie dat nieuwkomers en oudkomers een basistoerusting hebben voor deelname aan de samenleving. Maar voor integratie is meer nodig dan toerusting. Er zijn tal van belemmeringen die de integratie van minderheden in de weg staan. Allochtone jongeren slagen er veel minder dan autochtone jongeren in om aan het werk te komen en te blijven. De sociale integratie van allochtonen en autochtonen stagneert. Cultureel is er weinig uitwisseling tussen allochtonen en autochtonen. Ruimtelijke segregatie van allochtonen en autochtonen heeft tot gevolg dat etnische groepen gescheiden van elkaar leven. Allochtone vrouwen hebben te maken met cultureel bepaalde vormen van achterstelling en dwang.

Voor een daadwerkelijke integratie is het niet voldoende dat allochtonen hun achterstand inlopen. Integratie moet van twee kanten komen. Het gaat erom een basis van gemeenschappelijkheid te vinden waarin allochtonen en autochtonen met elkaar omgaan als gelijkwaardige participanten aan de samenleving. Daarom heeft het kabinet gedeeld burgerschap voor allochtonen en autochtonen tot kern van zijn integratiebeleid gemaakt.

Gedeeld burgerschap

Ter bevordering van gedeeld burgerschap zijn de laatste jaren verschillende initiatieven genomen. Om het belang en de betekenis van het Nederlanderschap te onderstrepen is de naturalisatieceremonie ingevoerd. Op initiatief van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wordt in een aantal gemeenten extra ingezet op de integratie van Antilliaanse jongeren. Voor allochtone vrouwen is een aanpak in ontwikkeling die hen moet beschermen tegen uitwassen als eerwraak en huiselijk geweld. Om de integratie van moslims te stimuleren is er een structureel overleg tot stand gekomen tussen de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie en vertegenwoordigers van moskeeorganisaties. Met ingang van het schooljaar 2006–2007 zijn er verschillende opleidingsmogelijkheden voor islamitische geestelijke bedienaren. Het is de verwachting dat hieruit op termijn één of meer Nederlandse imamopleidingen voortkomen.

Binding

Bij de implementatie van het vernieuwde integratiebeleid is duidelijk geworden dat de ruimtelijke concentratie van niet-westerse allochtonen in toenemende mate een belemmering vormt voor een succesvolle integratie. De concentratie heeft tot gevolg dat er te weinig contact is tussen allochtonen en autochtonen. Inzet op binding is van belang om te voorkomen dat etnische groepen verder uit elkaar groeien en sociale spanningen groter worden.

Contact en ontmoeting komen tot stand door gezamenlijk gebruik van (openbare) voorzieningen en gezamenlijke deelname aan duurzame activiteiten. Daarom is het initiatief genomen voor een segregatiedoorbrekende aanpak. Met het initiatief binding en ontmoetingen op lokaal niveau, dat nog in 2006 van start zal gaan, wordt een breed scala aan lokale initiatieven op gang gebracht die leiden tot meer contact en uitwisseling tussen etnische groepen.

Discriminatie

Respect voor elkaar en binding worden ook bevorderd als burgers op gelijkwaardige wijze kunnen participeren en zich beschermd weten tegen discriminatie. Daarvoor is een goede professioneel werkende landelijke dekking van voorzieningen voor de behandeling van discriminatieklachten nodig. Burgers moeten toegang hebben tot laagdrempelige voorzieningen zodat zij met hun klacht terecht kunnen in de eigen gemeente. Dit is nu nog lang niet overal het geval. Daarom neemt de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie het initiatief tot een landelijk dekkend netwerk van antidiscriminatievoorzieningen.

Eergerelateerd geweld

Met het programma Eergerelateerd geweld wordt beoogd om de samenhang in de aanpak van eergerelateerd geweld verder te verbeteren en de problematiek verder inzichtelijk te maken. Dit sluit aan bij de vraag van de Tweede Kamer om meer helderheid te krijgen van de gedragingen met betrekking tot eergerelateerd geweld en om inzicht in de aard en omvang van de problematiek. Daarnaast is de aanpak gericht op maatschappelijke preventie van eergerelateerd geweld, het adequaat bieden van hulp en opvang van slachtoffers en een strafrechtelijke aanpak van de daders. Met de « Startnotitie Eergerelateerd geweld»8 is een basis gelegd voor een intensivering van de aanpak van eergerelateerd geweld. In de septemberrapportage is een uitgebreid planningsdocument van het programma voor de komende jaren opgenomen.

Vreemdelingenbeleid

Organisatie van de toelating

De beleidsnotitie «Naar een modern migratiebeleid»9 is in mei 2006 aan de Tweede Kamer gestuurd. Het migratiebeleid wordt gemoderniseerd door het restrictieve toelatingsbeleid te combineren met een grotere mate van selectiviteit. Het nieuwe beleid zal meer gebaseerd zijn op de behoefte aan migranten die in de Nederlandse samenleving bestaat.

Verder worden de toelatingsprocedures versneld en vereenvoudigd, onder meer door centralisatie van de behandeling van verblijfsaanvragen en digitalisering en vereenvoudiging van aanvraagprocedures. In het nieuwe migratiebeleid krijgen instellingen en bedrijven op basis van contracten met de overheid op het terrein van studie- en arbeidsmigratie een grotere rol in de toelatingsprocedures.

Ten slotte wil het kabinet het systeem van verblijfsvergunningen zoals dat binnen de Vreemdelingenwet 2000 bestaat aanzienlijk vereenvoudigen. In de huidige wetgeving bestaan 26 verblijfsdoelen, waartussen nauwelijks samenhang bestaat en waarbij regelmatig aanpassingen nodig zijn. In het nieuwe toelatingsmodel wordt dit aantal teruggebracht tot vijf typen, de zogeheten kolommen, te weten: Uitwisseling en Arbeid Tijdelijk, Studie en Arbeid Regulier, Kennis en Arbeid Hoogwaardig, Familie/Gezin en Humanitaire redenen. Het implementatietraject is in 2006 gestart en loopt door in 2007. Daarin worden de gemaakte beleidskeuzes nader uitgewerkt, worden wijzigingen van de relevante wet- en regelgeving voorbereid, waaronder de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000, en wordt de invoering van nieuwe toelatingsprocedures voorbereid.

Asiel

De afgelopen kabinetsperiode is de Vreemdelingenwet 2000 op een aantal punten gewijzigd. Zo is de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengd van drie naar vijf jaar. Daarmee kan beter worden beoordeeld of de situatie in het land van herkomst nog steeds zodanig slecht is dat vreemdelingen uit dat land op permanent verblijf in Nederland zijn aangewezen en sluit het asielstelsel beter aan bij de situatie in de ons omringende landen. Ook is de situatie met betrekking tot de rechterlijke toetsing van vrijheidsontnemende maatregelen van vóór de Vreemdelingenwet 2000 grotendeels hersteld. Dat was nodig omdat de behandeling van beroepen tegen vrijheidsontnemende maatregelen een belangrijk deel van de capaciteit van de vreemdelingenkamers in beslag nam, waardoor achterstanden waren ontstaan bij de behandeling van beroepen in verblijfsprocedures.

In de afgelopen jaren is het aantal asielverzoeken gedaald tot ruim 12 300 asielverzoeken in 2005. Het aantal asielaanvragen tot en met april 2006 bedroeg circa 6 500.

Visumwet

De visumbepalingen worden geïntegreerd in de Vreemdelingenwet 2000. Naar verwachting wordt het wetgevingsproces spoedig afgerond, waarna implementatie en inwerkingtreding zullen volgen. Hiermee gaat de bevoegdheid voor het verlenen van visa over van de minister van Buitenlandse Zaken naar de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, waarmee concreet invulling wordt gegeven aan de verantwoordelijkheid van deze minister voor toelating, ook als het gaat om kort verblijf.

Rechtsmiddelen reguliere toelatingsprocedure

In 2007 zal het accent van het toelatingsbeleid meer worden verlegd naar het reguliere toelatingsbeleid. In navolging van de wijziging in de asielprocedure, waar in afwijking van de Awb de bezwaarprocedure is vervangen door een voornemenprocedure, wordt ook in het reguliere toelatingsbeleid een dergelijke wijziging voorbereid. Tegenover de afschaffing van de bezwaarprocedure staat de verplichting voor de IND om (in de meeste gevallen), indien men voornemens is een aanvraag af te wijzen, dit schriftelijk aan de vreemdeling kenbaar te maken, zodat de vreemdeling hierop kan reageren. De efficiency en kwaliteit van het proces van rechtsbescherming zijn bovendien gebaat bij de nieuw te introduceren «ex-nunc» toetsing in beroep. Er wordt naar gestreefd deze wijzigingen nog deze regeerperiode aan de Tweede Kamer ter behandeling aan te bieden.

Inrichting Vreemdelingenketen

Begin 2006 is gestart met het realiseren van een nieuw in te richten Terugkeerorganisatie welke naast de IND zal worden gepositioneerd. Daarnaast wordt de omvorming van de IND tot enige toelatingsorganisatie nauwgezet bewaakt, evenals de overige verbeteringen in de vreemdelingenketen.

Na de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 is veel aandacht besteed aan de verbetering van de uitvoering van de regelgeving. Daarbij zijn de verschillende betrokken organisaties steeds meer als keten gaan optreden. Naast een verduidelijking van de overlegstructuur en de (prestatie)afspraken in de keten zijn instrumenten ontwikkeld zoals de gezamenlijke vreemdelingendatabase en simulatie- en prognosemodellen. Daarnaast is planning en verantwoording van de uitvoering in ketenverband mogelijk geworden. In de komende periode zullen de gezamenlijke doelen van de keten worden uitgewerkt, alsmede de bijdragen die de verschillende ketenorganisaties aan de realisatie ervan zullen leveren. Een belangrijk vraagstuk voor de komende periode is de wijze waarop de keten kan worden bestuurd. Hierbij zal de vraag beantwoord moeten worden of de huidige sturingsmogelijkheden en -instrumenten toereikend zijn, of dat een wijziging van de sturing in de keten noodzakelijk is. Hierbij worden de ontwikkelingen elders (bijvoorbeeld ten aanzien van het politiebestel) nauwlettend gevolgd.

Terugkeer(organisatie)

Een concrete stap in het kader van de verbetering van de sturing in de vreemdelingenketen is de oprichting van de Terugkeerorganisatie. De Terugkeerorganisatie dient vanaf januari 2007 volledig operationeel te zijn.

Daarnaast is in de afgelopen kabinetsperiode een aantal maatregelen genomen ter verhoging van de effectiviteit van het terugkeerbeleid, conform de Terugkeernota 2003.10 Te denken is aan versterking van de samenwerking met landen van herkomst en maatregelen op het terrein van het grensbeheer en de herziening van de opvang.


Ook is het beleid ter ontmoediging van illegaal verblijf aangescherpt. In dat kader zijn het vreemdelingentoezicht en controles op illegale tewerkstelling en bewoning geïntensiveerd en zijn de sancties op dit terrein verzwaard. In 2007 zullen de aanscherping van het beleid met betrekking tot de ongewenstverklaring van vreemdelingen én het verwijderen van vreemdelingen die de openbare orde verstoren, worden geïmplementeerd.


Tevens is met de uitvoering van het Project Terugkeer hard gewerkt om vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een (eerste) asielaanvraag hebben ingediend, onherroepelijk niet in aanmerking zijn gekomen voor een verblijfsvergunning en nog geen gehoor hebben gegeven aan hun zelfstandige vertrekplicht, intensief te faciliteren bij het bewerkstelligen van het vertrek uit Nederland. Omdat een deel van de doelgroep zich nog in een vreemdelingrechtelijke procedure bevond en bevindt zijn en worden er ook verblijfsvergunningen verstrekt aan vreemdelingen vallend onder de doelgroep van het Project. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft toegezegd dat binnen de projectduur van 3 jaar 26 000 aanvragen afgehandeld zouden worden.


Ten slotte hebben de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie tijdens de afgelopen kabinetsperiode beleid ontwikkeld op het grensvlak tussen ontwikkelingssamenwerking en migratie. Een beleidskader, met bijbehorende financiën in de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken, is gecreëerd voor de uitvoering van projecten die zowel ontwikkeling van landen van herkomst als het migratiebeheer in Nederland dienen, zoals de tijdelijke terugkeer van gekwalificeerde migranten en capaciteitsversterking voor migratiemanagement.

Vreemdelingentoezicht

In de afgelopen jaren is de capaciteit bij politie en Koninklijke Marechaussee voor de uitvoering van het vreemdelingentoezicht uitgebreid. De Kmar heeft niet alleen op het gebied van vreemdelingen toezicht een belangrijke functie maar levert ook een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen van Justitie door zijn rol op het gebied van grensbewaking, het toezicht op Schiphol en bij bestrijding van terrorisme en ter bevordering van de veiligheid. Anderzijds zijn met de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie de potentiële doelgroepen van het vreemdelingentoezicht veranderd en is voor enkele van deze groepen de focus van de handhaving van de vreemdelingenwetgeving verschoven naar handhaving van bijvoorbeeld de arbeidswetgeving. In deze situatie zijn concrete afspraken gemaakt met de uitvoerders van het vreemdelingentoezicht over te behalen resultaten. In de komende periode wordt extra aandacht besteed aan (her-)definiëring van de toezichtstaken van de verschillende uitvoerders in de vreemdelingenketen. Dit in het verlengde van de vorming van de Terugkeerorganisatie en de overdracht van de reguliere frontofficetaken van gemeenten aan de IND.

Overzichtstabel met belangrijkste beleidsmatige mutaties

Onderstaande tabel bevat de belangrijkste budgettaire mutaties sinds de begroting 2006 (inclusief de 1e suppletore begroting 2006).

Belangrijkste beleidsmatige mutaties (Ontwerpbegroting) x € 1 000
 Beleidsartikel200620072008200920102011
1) Rechterlijke macht1228 46124 42323 98923 98923 98923 989
2) Vreemdelingenkamers123 94621 13316 02914 58214 52014 904
3) Gevolgen Schipholbrand: Brandpreventie inrichtingen DJI135 4129 2219 0009 0009 0009 000
4) Eerwraak131 9252 7302 6402 6402 640
5) Terrorismebestrijding132 0006 6006 6006 6005 6005 600
6) Bijdrage financiering Dienst Speciale Interventies (DSI) (naar BZK)13– 3 900– 7 500– 7 500– 7 500– 7 500– 7 500
7) Bescherming Vitale Infrastructuur (FES)131 2003 3002 7002 3001 200
8 Cameratoezicht134 5007 0007 0007 0005 500
9) Verdeling middelen verbeterprogramma opsporing en vervolging (Posthumus): NFI139 60011 96511 96511 76511 76511 765
OM134 00010 43513 93516 63516 63516 635
10) Overheveling opsporingsgerelateerde deel van de gerechtskosten (naar BZK)13– 25 500– 25 500– 25 500– 25 500– 25 500
11) Uitbreiding TBS-voorzieningen131 58713 46736 41655 01671 41671 416
12) Zorg in detentie1310 60030 51444 90055 70055 700
13 Kwaliteitsverbetering TBS136 8007 9008 70010 50011 400
14) Overheveling budget forensische zorg (van VWS)13213 800213 800213 800213 800213 800
15) Jeugd1414 00030 00030 00030 00030 00030 000
16) PIJ-maatregel149 70014 50017 90022 30022 500
17) Asiel: IND instroom1524 42015 9004 2001 4001 4001 400
18) Asiel: Bezetting COA1533 10021 90025 6002 800100100
19) Terugkeerorganisatie157 47911 4355 1861 825
20) Project Terugkeer159 70015 000
21) Vernieuwing IND1520 10014 1007 600
22) Asiel: Ontvangsten ODA15– 24 806– 22 884– 12 863– 13 083– 13 429– 13 429
23) Extra integratietrajecten allochtone vrouwen (Taaltotaal PaVEM)1622 50022 500
24) Educatiemiddelen inburgering (van OC&W)1670 50070 50070 50070 50070 500
25) Breed Initiatief Maatschappelijke Binding (BIMB)1610 00010 00010 00010 00010 00010 000
26) Wet Inburgeringinvoeringskosten1623 100

Toelichting op de overzichtstabel belangrijkste beleidsmatige mutaties

1) Rechterlijke macht

De Raad voor de rechtspraak (Rvdr) verwacht de komende jaren een verdere toename van de instroom ten opzichte van 2005. De instroom van zaken stijgt met name in de sectoren civiel, bestuur en kanton. Tevens zullen er naar verwachting extra megazaken in behandeling moeten worden genomen. In het licht van deze ontwikkelingen zijn hiertoe door het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld. Afgezien van de vreemdelingenkamers is over de jaren heen de verwachte instroom nagenoeg gefinancierd. Wel is hierbij een spreiding over de jaren aangebracht, omdat het niet realistisch wordt geacht dat nog in 2006 veel extra capaciteit wordt aangetrokken. Een deel van de dekking (€ 5 miljoen in 2006 en € 7,3 miljoen structureel) wordt gevonden in de, met de toenemende zaaksinstroom samenhangende, verwachte hogere griffierechtenopbrengsten. Tenslotte wordt in 2006 een eenmalige storting in het eigen vermogen van de Raad verwerkt van € 9 miljoen.


2) Vreemdelingenkamers

Ook voor de productie bij de vreemdelingenkamers zijn aanvullende middelen noodzakelijk. Enkele eerder ingeboekte structurele besparingen blijken zich niet, in mindere mate of pas later voor te doen waardoor ook de capaciteitsafbouw in de vreemdelingenkamers anders zal moeten verlopen om geen achterstanden te laten ontstaan. Daarnaast blijken in de ketenprognoses een aantal doorwerkingfactoren anders uit te pakken dan eerder werd verondersteld, waardoor extra werklast voor de vreemdelingenkamers wordt verwacht. De ontwikkelingen in de asielketen worden nauwgezet gevolgd waardoor naar verwachting tijdig kan worden gereageerd op gewijzigde behoeften in de vreemdelingenkamers.


3) Gevolgen Schipholbrand: Brandpreventie inrichtingen DJI

Als gevolg van de brand op Schiphol-Oost wordt DJI nu ook voor de andere inrichtingen geconfronteerd met striktere eisen van de brandweer en andere lokale instanties aan de brandveiligheid van justitiële inrichtingen. Om te voorkomen dat inrichtingen door deze eisen buiten gebruik gesteld moeten worden, is het treffen van additionele maatregelen onontkoombaar. Het gaat hierbij om gebouwelijke maatregelen (o.a. automatische branddetectiesystemen) en om organisatorische maatregelen (o.a. het versterken van de personele bezetting in de nachtelijke uren). Vanaf 2006 wordt hiermee een start gemaakt.


4) Eerwraak

Voor de opzet van een programma-organisatie die de verdere uitwerking van de projecten rond «Eergerelateerd geweld» voor haar rekening moet nemen, zijn tot en met 2010 middelen aan de Justitiebegroting toegevoegd. De «eergerelateerde» beleidsdossiers hebben ondermeer betrekking op eerwraak, genitale verminking en huiselijk geweld (voor zover eergerelateerd). Het programma wordt vormgegeven door drie projecten gericht op maatschappelijke preventie, bescherming en strafrechtelijke aanpak.


5) en 6) Terrorisme

In het kader van terrorismebestrijding zijn structureel middelen aan de Justitiebegroting toegevoegd. Voor de oprichting van de Dienst Speciale Interventies (DSI), als onderdeel van de KLPD, worden structureel middelen overgeheveld naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.


7) Bescherming Vitale Infrastructuur (FES)

Vanuit de Fes-meevaller 2005 zijn middelen aan Justitie toegekend. Deze middelen worden ingezet voor projecten op het terrein van de bescherming van vitale infrastructuur, onder meer voor de veiligheidsverbetering door information awareness, het project 3D-camerabeelden en het verbeteren van de CBRN-security.


8) Cameratoezicht

Het kabinet Balkenende II heeft € 31 miljoen beschikbaar gesteld voor cameratoezicht in de vervoerssector. In samenwerking met partners en de sectoren (publiek-private samenwerking) worden plannen uitgewerkt voor een meerjarige aanpak van installatie van (intelligente) camerasystemen. Ontwikkeling en implementatie van software voor grootschalige toepassingen maken eveneens onderdeel uit van deze aanpak.


9) Verbeterprogramma opsporing en vervolging (Posthumus)

Naar aanleiding van de evaluatie van de Schiedammer parkmoord is het verbeterprogramma «Versterking Opsporing en Vervolging» opgesteld. De doelen van dit programma zijn:

– versterking van het vertrouwen in politie en Openbaar Ministerie;

– versterking kwaliteit en professionaliteit, teneinde de criminaliteit daadkrachtig en effectief te kunnen bestrijden;

– een zichtbaar transparante en integere werkwijze.

Daartoe wordt bij het OM vooral geïnvesteerd in capaciteit voor complexe onderzoeken, het organiseren van tegenspraak en review en forensische opsporing.

Bij het NFI hebben de investeringen vooral betrekking op capaciteit voor duidelijker rapporteren, versterking kwaliteit plaats delict en forensische intake, de invoering van de landelijke sporendatabank en de organisatie van 24 uurs-beschikbaarheid.


10) Overheveling opsporingsgerelateerde deel van de gerechtskosten

Het gerechtskostenbudget wordt tot op heden geheel verantwoord op de begroting van Justitie. Het bestaat uit een opsporings- en een vervolgingsdeel. De ministeries van BZK en Justitie zijn overeengekomen het opsporingsgerelateerde deel van de gerechtskostenbudget aan BZK over te dragen. Dit zijn de kosten van telefoontaps en het opvragen van verkeersgegevens waarbij politie als vragende partij optreedt. Het uitgangspunt is dat de beheersbaarheid van het budget groter wordt als de vragende partij verantwoordelijk is voor het budget. Met deze overheveling is een structureel bedrag van € 25,5 miljoen vanaf 2007 gemoeid.


11) Uitbreiding TBS-voorzieningen

De middelen worden, mede in het kader van de aanbevelingen uit het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie TBS, zodanig ingezet, dat aan de voorziene behoefte aan TBS-voorzieningen, zoals die begin dit jaar is geprognosticeerd op niveau 2010, kan worden voldaan.


12) Psychiatrische zorg in detentie

In het kader van de verbetering van de forensische zorg in detentie, naar aanleiding van het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie TBS, worden 700 celplaatsen in het Gevangeniswezen geschikt gemaakt voor het verlenen van (extra) psychische zorg. Het betreft een opwaardering van het zorgniveau. Het totaal aantal celplaatsen in het Gevangeniswezen blijft gelijk.


13) Kwaliteitsverbetering TBS

Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie TBS bevat een groot aantal voorstellen tot verbetering van het TBS-systeem. De kosten gemoeid met deze voorstellen bedragen in 2007 € 6,8 miljoen, oplopend tot € 11,4 miljoen in 2011.


14) Overheveling budget forensische zorg (van VWS)

Per 1 januari 2007 wordt een bedrag van € 213,8 miljoen overgeheveld vanuit het AFBZ naar de Justitiebegroting. Het betreft de structurele overdracht van het budget van forensische zorg in strafrechtelijk kader. Deze overdracht vindt plaats in het kader van de uitvoering van de motie Van de Beeten. Het bedrag is berekend op basis van de begrotingsstand 2006. In 2007 wordt gestart met een objectieve registratie en monitor van de daadwerkelijk financiering van forensische zorg in strafrechtelijk kader. Dit met het oog op een herberekening en definitieve vaststelling van de structureel over te hevelen bedragen. Zonodig zal dit in 2008 leiden tot een correctie op de begroting van het Ministerie van Justitie en VWS.


15) Jeugd

Op diverse deelgebieden binnen het jeugdbeleid zijn structureel middelen beschikbaar gesteld. De Enveloppe jeugd betreft voor de jaren 2007 en verder in totaal € 30 miljoen. Deze middelen worden als volgt verdeeld:

• Voor beschermingsonderzoeken bij de Raad is € 1,4 miljoen beschikbaar in 2007 aflopend tot€ 0,6 miljoen in 2011;

• Voor de uitvoering van basis- en vervolgonderzoeken en taakstraffen bij de Raad is € 7,6 miljoen beschikbaar in 2007 aflopend tot € 6,4 miljoen in 2011;

• Daarnaast worden er in het kader van geconstateerde tekorten ten aanzien van jeugdstraf capaciteit DJI de komende jaren concrete acties en plannen uitgewerkt om nieuwbouw te realiseren. Deze zullen vanaf 2009 kunnen worden opgeleverd. Hiervoor is in 2007 € 30 000 beschikbaar, oplopend tot € 13,3 miljoen in 2011;

• Ook worden middelen ingezet voor de groei van aantal ondertoezichtstellingen bij de BJZ’s. Het gaat hier om 1 244 extra zaken. Hiervoor is in 2006 € 7,1 miljoen en in 2007 € 13,7 miljoen beschikbaar, aflopend tot € 6,1 miljoen in 2011;

• Als laatste worden middelen ingezet voor de groei van het aantal zaken jeugdreclassering (inclusief samenloop). Totaal gaat het om 1 821 extra zaken. Hiervoor is in 2006 € 6,9 miljoen en in 2007 € 7,3 miljoen beschikbaar, aflopend tot € 3,6 miljoen in 2011.


16) PIJ-maatregel

Een aantal maatregelen wordt doorgevoerd om de kwaliteit van PIJ te verbeteren. Voor deze doelgroep wordt de groepsgrootte op termijn teruggebracht van 12 naar 8 pupillen, met 2 groepsleiders per groep. Vooruitlopend daarop wordt het aantal groepsleiders verhoogd van normatief 1 op 6 naar 1 op 4 PIJ-pupillen. Daarnaast wordt het opleidingsniveau van de groepsleiders verhoogd. In samenwerking met de ketenpartners wordt aandacht besteed aan de verbetering van nazorg. Daarnaast worden middelen ingezet gericht op uitbreiding van het aantal jeugdpsychiaters/gedragsdeskundigen werkzaam in de sector.


17) Asiel: IND instroom

Vanaf 2006 wordt een structureel hogere asielinstroom verwacht van 500 asielzoekers en daarmee komt de asielinstroom op structureel 10 500. Daarnaast is in 2006 sprake van een tijdelijke extra instroom van asielbeoordelingen van 3 700 als gevolg van «14–1 brieven» en bezwaren. Dit vergt extra capaciteitsinzet in 2006 met naijleffecten in 2007.


18) Asiel: Bezetting COA

De bezetting in de COA-opvang is hoger dan geraamd. De bezetting is voor 2006 (op basis van de realisatie over 2005) naar boven bijgesteld, wat tevens een doorwerking heeft voor latere jaren. De belangrijkste oorzaak van de hogere bezetting is de aanmerkelijk lagere uitstroom uit de opvang. Deze is lager uitgevallen, omdat de uitplaatsing van de statushouders en het aantal verwijderingen lager is.


19) Terugkeerorganisatie

Door het kabinet Balkenende II is besloten dat er een project-DG wordt aangesteld voor de herinrichting van de vreemdelingenketen. De daarmee samenhangende afzonderlijke terugkeerorganisatie moet onder andere leiden tot een betere sturing van de keten en minder versnippering in de werkprocessen.


20) Project Terugkeer

De caseload aan vreemdelingen die vallen onder de werkwijze van Project Terugkeer zal als gevolg van onder andere zij-instromers (ex-amv’ers en Iraki) worden uitgebreid van 26 000 naar 38 500. Voor de goede orde: de 26 000 dossiers zullen binnen de projectduur worden afgehandeld, dat wil zeggen voor 1 juli 2007. Waar het hier om gaat zijn de 12 500 resterende dossiers die ook onder de werking van het Project Terugkeer vallen.


21) Vernieuwing IND

Naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer (TK 30 240 nrs. 1–2) heeft het kabinet Balkenende II ingestemd met een aantal verbetermaatregelen. Bij de 1e suppletore begroting 2006 is als onderdeel van het verbeterprogramma een verhoging aangebracht van € 14,5 miljoen ten behoeve van de reductie van beslistermijnen en programmakosten. Er zijn tevens middelen beschikbaar gesteld voor de meerjarige doorwerking van de overige maatregelen. Deze maatregelen hebben betrekking op programmakosten, overdracht front-office en fraudebestrijding.


22) Asiel: Ontvangsten ODA

De kosten van de eerstejaars opvang van asielzoekers worden ten laste van het ODA-budget gebracht. De gemiddelde verblijfsduur van de eerstejaars opvang is op basis van realisatiegegevens aangepast van 11 maanden naar 9 maanden. Onder andere als gevolg hiervan wordt de ontvangstenraming neerwaarts bijgesteld.


23) Extra integratietrajecten allochtone vrouwen (Taaltotaal PaVEM)

De commissie Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen (PaVEM) is ingesteld om de gemeenten te ondersteunen in hun streven om meer vrouwen te laten participeren. Voor de jaren 2006 en 2007 zijn extra middelen vrijgemaakt voor de emancipatie van allochtone vrouwen via inburgering. Dit budget was bedoeld als co-financieringsbudget voor gemeenten. Vanwege het wegvallen van ESF-financiering is door het kabinet besloten dit budget in de jaren 2006 en 2007 beschikbaar te stellen als compensatie.


24) Educatiemiddelen inburgering

Met het ministerie van OC&W is afgesproken dat met inwerkingtreding van het nieuwe inburgeringstelsel – Wet Inburgering – een deel van het educatiebudget, namelijk het deel dat bestemd is voor de voor inburgering relevante NT-2 niveaus, overkomt naar Justitie en wordt toegevoegd aan het totale inburgeringsbudget. Een deel hiervan wordt uiteindelijk via de Brede Doeluitkering Sociale integratie van veiligheid van het GSB toebedeeld aan gemeenten.


25) Breed Initiatief Maatschappelijke Binding (BIMB)

In het kader van Breed Initiatief Maatschappelijke Binding (BIMB) worden middelen beschikbaar gesteld voor een uitbreiding van het aantal antidiscriminatievoorzieningen en voor landelijke integratie-activiteiten.

Bij het inrichten van een landelijk dekkend netwerk van antidiscriminatievoorzieningen wordt aan gemeenten, die het best zicht hebben op de lokale omstandigheden en behoeften, een sleutelrol toegekend. Zij krijgen de taak om voor inwoners een antidiscriminatievoorziening tot stand te brengen die laagdrempelig is.

Met landelijke integratie-activiteiten wordt het gezamenlijke gebruik van voorzieningen en de gezamenlijke participatie aan activiteiten – door allochtonen en autochtonen – aangemoedigd.


26) Wet Inburgering invoeringskosten

Als gevolg van het nieuwe inburgeringsstelsel wordt een aantal actoren geconfronteerd met invoeringskosten. Daarom zijn middelen aan de Justitiebegroting toegevoegd.

1  TK 28 684, nr. 85

2  TK 28 684, nr. 44

3  TK 28 684, nr. 24

4  TK 28 684, nr. 65

5  TK 30 300 VI, nr. 32

6  Chemische, biologische, radiologische en nucleaire dreigingen

7  TK 29 279, nr. 11

8  TK 30 388, nr. 6

9  TK 30 573, nr. 1

10  TK 29 344, nr. 1