Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

11 Nederlandse rechtsorde

Algemene doelstelling

Een goed functionerende rechtsorde, waarbinnen samenleving en burger tot hun rechtkomen.

Budgettaire gevolgen van beleid
 € 1 000 
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen12 22012 97010 44310 32810 36110 41210 411
        
Apparaat-uitgaven12 31512 97010 44310 32810 36110 41210 411
11.1 (Nationale) wetgeving5 6585 2605 0385 2135 2345 2605 259
11.1.1 Directie Wetgeving5 6585 2605 0385 2135 2345 2605 259
11.2 Wetgevingskwaliteitsbeleid6 6577 7105 4055 1155 1275 1525 152
11.2.1 Directie Wetgeving6 6577 7105 4055 1155 1275 1525 152
        
Ontvangsten21000000

Operationele doelstelling 11.1

Het tot stand brengen van wet- en regelgeving ter uitvoering van de grondwettelijke opdracht het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk- en strafprocesrecht in algemene wetboeken en algemene regels van bestuursrecht bij wet vast te leggen, het tot stand brengen van regelgeving ter realisering van de beleidsdoelen van Justitie, de adequate implementatie van internationale regelgeving in de Nederlandse rechtsorde.

Actor

Directie wetgeving

Straf- en sanctierecht

Motivering

De afgelopen periode stond wat de wetgeving op het terrein van het straf- en sanctierecht aangaat, in het teken van de realisatie van de volgende doeleinden:

• Het recht, in het bijzonder het straf- en strafprocesrecht, dient blijvend te zijn toegesneden op een adequate bestrijding van terrorisme;

• Een strafprocedure en een sanctierecht die niet efficiënt zijn, vormen geen bijdrage aan een bruikbare rechtsorde;

• Een Wetboek van Strafvordering en een Wetboek van Strafrecht die niet voldoen aan de eisen van deze tijd, bijvoorbeeld in verband met nieuwe technologische ontwikkelingen, gewijzigde inzichten of in verband met de internationale ontwikkelingen, kunnen geen adequate functie vervullen;

• De Wetboeken van Strafvordering en Strafrecht, alsmede bijzondere wetten, zoals de Penitentiaire en andere Beginselenwetten behoeven continu groot en klein onderhoud, willen zij voor de rechtspraktijk een bruikbare functie kunnen blijven vervullen;

• De invloed van Europa op het strafrecht is niet meer weg te denken. Een substantieel deel van de werkzaamheden op het terrein van de wetgeving m.b.t. het straf- en sanctierecht blijft bestaan uit bijdragen aan de totstandbrenging van bindende internationale instrumenten, zoals verdragen, richtlijnen en EU-Kaderbesluiten. Deze internationale regelgeving heeft haar doorwerking in de nationale rechtsorde en dient daartoe – tijdig en adequaat – uitgevoerd te worden.


Vele wetsvoorstellen zijn met het oog op het bereiken van deze vijf doelstellingen reeds wet geworden en in werking getreden. Voor het resterende deel van deze kabinetsperiode kunnen – niet uitputtend- de volgende concrete wetsvoorstellen worden genoemd.

Activiteiten

1. Wetgeving ter bestrijding van het terrorisme

Een adequate bestrijding van het terrorisme blijft op onderdelen aanpassing van de wetgeving vergen. De verruiming van de mogelijkheden van opsporing en vervolging van terroristische misdrijven treedt 1 januari 2007 in werking; ook de regeling die de mogelijkheid creëert om afgeschermde getuigen in een strafproces te laten optreden, is inmiddels in werking getreden. Voor het komende jaar kan nog genoemd worden:

De inwerkingtreding van een partiële wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de verruiming van de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep, alsmede de strafbaarstelling van het deelnemen aan een trainingskamp.

2. Bevordering van de efficiency in de strafprocedure en in het sanctierecht

De afgelopen periode zijn al vele voorstellen, voortvloeiend uit het «Veiligheidsprogramma» en uit het programma inzake de modernisering van de sanctietoepassing verwezenlijkt. Hieronder worden de nog resterende voorstellen genoemd.

Strafprocesrecht

De hieronder opgesomde wetsvoorstellen beogen vooral een werklastvermindering van de rechtsprekende macht door de strafprocedure efficiënter in te richten en door buitengerechtelijke afdoening van zaken, als de in het geding zijnde belangen dat toelaten te bevorderen.

• Inwerkingtreding van het wetsvoorstel invoering videoconferentie in het strafrecht (najaar 2006);

• Inwerkingtreding van het wetsvoorstel OM-afdoening voorjaar 2007.

Materieel strafrecht

• Inwerkingtreding van de wet tot wijziging van het jeugdstrafrecht in verband met de invoering van een gedragsbeïnvloedende maatregel.

Penitentiair en sanctierecht

De onderstaande wetsvoorstellen beogen onder andere de wettelijke grondslag te bieden voor vergroting van efficiency in het gevangeniswezen. Verder komen het komende jaar aan de orde de wetsvoorstellen ter uitvoering van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie tbs.

• Parlementaire afronding van het wetsvoorstel voorwaardelijke invrijheidstelling;

• Parlementaire behandeling van het wetsvoorstel huisdetentie;

• Indiening van het wetsvoorstel Beginselenwet tbs in verband met particuliere inrichtingen;

• Wetswijzigingen, voortvloeiend uit de aanbevelingen van de Tijdelijke onderzoekscommissie tbs.

3. Modernisering van de Wetboeken van Strafvordering, Strafrecht en bijzondere wetten Strafprocesrecht

Doel van de twee hieronder genoemde wetsvoorstellen is de erkenning van het slachtoffer als deelnemer aan het strafproces. Beoogd wordt in 2007:

• Inwerkingtreding van de wet positie van het slachtoffer in het strafproces;

• Parlementaire behandeling van het wetsvoorstel verplichte HIV-test;

• Consultatie van voorstellen in het kader van de herziening Strafvordering 2011.


Bijzondere wetgeving: Wet politiegegevens

Het wetsvoorstel voor een nieuwe Wet politiegegevens is inmiddels door de Tweede Kamer aanvaard. Als ook de Eerste Kamer dit wetsvoorstel voortvarend afhandelt, kunnen al per 1 januari 2007 onnodige belemmeringen in de informatie-uitwisseling binnen de politie en tussen de politie en derden, die een effectieve aanpak van de criminaliteit bemoeilijken, weggenomen zijn.

4. Bijdragen aan de internationale rechtsorde en uitvoering van internationale verplichtingen

Ook op het terrein van het straf- en strafprocesrecht dient in 2007 de nodige Europese regelgeving te worden geïmplementeerd dan wel een aanvang met deze implementatie te worden gemaakt. Van belang zijn met name:

• Inwerkingtreding van de uitvoeringswet van het Kaderbesluit inzake toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties ( en confiscatie van opbrengsten van een misdrijf);

• Indiening van het wetsvoorstel tot uitvoering van het Kaderbesluit inzake het Europees bewijsverkrijgingsbevel.

Staats- en bestuursrecht

Wat willen we bereiken met de wetgeving op het gebied van het staats- en bestuursrecht? De doelen van de wetgeving op dit gebied zijn als volgt:

• een doelmatig en handhaafbaar systeem van regels voor immigratie en integratie, dat met eerbiediging van de mensenrechtelijke beginselen en met inachtneming van in internationaal verband vastgestelde verplichtingen, gericht is op beheersing van de internationale migratiestromen naar Nederland en integratie van nieuwe burgers in de Nederlandse samenleving;

• efficiënte regelgeving die de overheid, in het bijzonder opsporingsen vervolgingsinstanties en inlichtingendiensten, in staat stelt een adequaat en doelmatig veiligheidsbeleid (criminaliteitsbestrijding en voorkoming van terrorisme) te voeren;

• een slagvaardig bestuursrecht, waarin de basisbeginselen van de democratische rechtstaat zijn verankerd en dat ook is toegesneden op de behoeften van de praktijk;

• op de eisen van deze tijd toegesneden regels op het terrein van rechtspleging, juridische beroepen en rechtsbijstand, die de toegang tot het rechtsbestel waarborgen en reguleren;

• het op orde en in overeenstemming met het Europees recht houden van de regelgeving inzake bescherming van persoonsgegevens;

• de modernisering van de regelgeving op het gebied van kansspelen;

• een adequate behandeling van mensenrechtenklachten tegen het Ministerie van Justitie bij het EHRM en andere internationale gremia alsmede toetsing van nieuwe wetgeving aan internationale verplichtingen op grond van mensenrechten-verdragen.

1. Immigratie en integratie

Voorop staat een volwaardige deelname aan de Nederlandse samenleving en reële kansen op ontplooiing voor iedereen, ongeacht zijn of haar afkomst. Dat brengt mee een gericht inburgerings- en integratiebeleid, waarbij de beginselen van het Haags Programma in acht worden genomen.

Kenmerken van het nieuwe inburgeringsstelsel zijn eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige, een op de markt verkrijgbaar aanbod van inburgeringcursussen, toepassing op zowel oud- als nieuwkomers, een uitgebalanceerd systeem van sancties en stimuli alsmede een spilfunctie voor de gemeenten. De wetgeving faciliteert hierbij. Het gaat daarbij om:

• inwerkingtreding van het wetsvoorstel inburgering (inburgeringexamen als voorwaarde voor het verkrijgen van een permanente verblijfsstatus).


De regelgeving op het gebied van vreemdelingenrecht is geen rustig bezit. Het streven is vanaf 1 januari 2007 regels te introduceren op het gebied van onder andere reguliere toelating, toepassing van biometrische kenmerken, vreemdelingenbewaring en procedurele stroomlijning, rekening houdend met de uitkomsten van de evaluatie van de Vreemdelingenwet. Voorts zal ook in 2007 veel aandacht worden besteed aan implementatie van in Europees verband afgesproken regels.

2. Veiligheid/criminaliteitsbestrijding/organisatie politie

De bevordering van de veiligheid in de samenleving vergt aanpassing en aanscherping van verschillende stukken wetgeving op dit terrein. Het betreft de wetgeving die zich richt op de organisatie, slagvaardigheid en bevoegdheden van de politie en op bestrijding van terrorisme, zoals de doorzettingsmacht voor de Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van coördinerend minister van terreurbestrijding en een wettelijke regeling voor een meldplicht en een gebiedsverbod (bestuurlijke maatregelen).

• Parlementaire behandeling voorstel doorzettingsmacht Minister van Justitie;

• Parlementaire behandeling voorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid;

• Parlementaire behandeling voorstel nieuwe Politiewet (2007);

• Indiening en parlementaire behandeling voorstel wijziging Wet Wapens en Munitie in verband met uitbreiding bevoegdheden preventief fouilleren;

• Inwerkingtreding voorstel wijziging Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (inclusief instelling functioneel Openbaar Ministerie);

• Parlementaire behandeling voorstel tot wijziging van de Politiewet 1993 in verband met een nadere taakaanduiding van de KMAR en het eventuele verlenen van bijstand aan de KMar.

3. Algemeen bestuursrecht

Op het gebied van het algemeen bestuursrecht zal de wetgeving ook in 2007 in het teken staan van stroomlijning, dejuridisering en vergroting van de effectiviteit van het bestuurs(proces)recht. Het gaat hierbij onder meer om vergroting van coördinatiemogelijkheden bij besluitvorming, een meer definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter en verdere codificatie op het gebied van bestuurlijke geldschulden en bestuurlijke handhaving, mede met het oog op deregulering en vermindering van administratieve lasten.

Prioriteit zal worden gegeven aan de uitvoering van het wetgevingsprogramma dat is neergelegd in de nota «Naar een slagvaardig bestuursrecht» (TK 2003/04, 29 279, nr. 16). Dit omvat onder meer:

• Indiening van het wetsvoorstel aanpassing bestuursprocesrecht, met daarin opgenomen onder meer de invoering van de zogenaamde bestuurlijke lus, die het bestuur de mogelijkheid zal geven om in sommige gevallen gebreken in een besluit nog hangende de beroepsprocedure te herstellen om zo vernietiging van het besluit te voorkomen;

• Parlementaire behandeling van het wetsvoorstel samenhangende besluiten, dat bundeling van procedures voor verschillende besluiten voor één activiteit mogelijk maakt;

• Parlementaire behandeling het wetsvoorstel vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (algemene regels inzake bestuurlijke boete en bestuursrechtelijke geldschulden), alsmede bijbehorende aanpassingswetgeving;

• Indiening van een voorstel tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met algemene regels inzake schadevergoeding en nadeelcompensatie, naar aanleiding van het advies van een daartoe ingestelde studiegroep;

• Standpuntbepaling naar aanleiding van de derde wettelijk verplichte evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht.

4. Rechterlijke organisatie, juridische beroepen en rechtsbijstand

In 2007 zal gevolg worden gegeven aan de evaluatie van de wetgeving modernisering rechterlijke organisatie. Los van de evaluatie zal de wetgeving worden aangepast in verband met de afronding van de derde fase herziening van de rechterlijke organisatie, de externe oriëntatie van de gerechten, de vergroting van de slagvaardigheid van de rechtspleging en de flexibilisering en aanpassing van de rechtspositionele regelgeving. Voorts is sprake van achterstallig onderhoud van die wetgeving.

• Indiening voorstel rechtseenheidskamer (afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, Centrale Raad van Beroep en College van Beroep voor het Bedrijfsleven);

• Parlementaire behandeling voorstel herverkaveling bestuursrechtspraak;

• Parlementaire behandeling voorstel extern klachtrecht rechterlijke organisatie.


De wetgevingsvoornemens ten aanzien van de juridische beroepen staan in het teken van vervolgacties naar aanleiding van de evaluaties van de Notariswet en de Advocatenwet, alsmede van de introductie van de notaris in dienstbetrekking en een register voor gerechtstolken en vertalers. Voorts is sprake van een stelselherziening van de rechtsbijstand.

• Indiening en parlementaire behandeling voorstel tot wijziging van de Notariswet naar aanleiding van evaluatie (Commissie Hammerstein);

• Indiening voorstel wijziging Notariswet in verband met toezicht en borging kwaliteit;

• Inwerkingtreding voorstel notaris in loondienst;

• Indiening voorstel tot wijziging van de Advocatenwet naar aanleiding van evaluatie (Commissie Van Wijmen);

• Inwerkingtreding voorstel wijziging Wet op de rechtsbijstand (stelselwijziging; één loket);

• Inwerkingtreding voorstel gerechtstolken en vertalers;

• Inwerkingtreding voorstel tuchtrecht accountants.

5 Overige onderwerpen

Tot staats- en bestuursrecht behoren ook de regelgeving inzake toezicht op rechtspersonen, justitiële gegevens, bescherming persoonsgegevens en de kansspelen.

• Parlementaire behandeling en inwerkingtreding voorstel tot wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens in verband met administratieve lasten;

• Inwerkingtreding voorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met internet;

• Parlementaire behandeling voorstel algehele herziening van de Wet op de kansspelen en algehele herziening van het kansspelbesluit;

• Indiening en parlementaire behandeling van een wetsvoorstel tot afschaffen van de verklaring van geen bezwaar en het introduceren van permanent toezicht op rechtspersonen;

• Parlementaire behandeling en inwerkingtreding voorstel tot wijziging van de Luchtvaartwet in verband met de verduidelijking en uitbreiding van bevoegdheden en de Wet wapens en munitie in verband met preventief fouilleren.

6. Implementatie EU-maatregelen

Op het gebied van het vreemdelingenrecht, dient in 2007 een aantal Europese richtlijnen in de wetgeving te zijn geïmplementeerd. Het betreft:

• de richtlijn minimumnormen definitie vluchteling;

• de richtlijn minimumnormen asielprocedures;

• richtlijn studie;

• richtlijn wetenschappers.

Op het terrein van veiligheid wordt gestreefd naar inwerkingtreding (na goedkeuring) van het Verdrag Benelux-grensoverschrijdend politieoptreden en de wijzigingen van de Europol-overeenkomsten. Voorts is op het terrein van de privacy aandacht voor evaluatie van de EU-richtlijn bescherming persoonsgegevens en voor de verschillende instrumenten ter regulering van informatie omtrent passagiersverkeer tussen landen van de EU en derde landen.

Privaatrecht

De doelstellingen op het terrein van de privaatrechtelijke wetgeving kunnen in drie thema’s worden onderscheiden:

• (Her)codificatie gericht op toegankelijkheid van de wet en praktische hanteerbaarheid, zoals in 2007 de nieuwe titels voor, het pachtrecht en de personenvennootschap en een nieuw boek 10 (internationaal privaatrecht);

• Aanpassing aan veranderende omstandigheden en opvattingen, zoals de programma’s voor modernisering van het insolventierecht, de modernisering van het vennootschapsrecht en het rechtspersonenrecht, de fundamentele herbezinning op het burgerlijk procesrecht en de wijzigingen in het aansprakelijkheidsrecht;

• Bijdragen aan de internationale rechtsorde en de uitvoering van internationale verplichtingen.

1. Burgerlijk procesrecht

Uitwerking zal moeten worden gegeven aan het kabinetsstandpunt over de fundamentele herbezinning op het burgerlijk procesrecht. Andere wetsvoorstellen tot wijziging van het burgerlijk procesrecht:

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel afschaffing procuraat;

• Indiening wetsvoorstel deelgeschillen letselschade;

• Indiening wetsvoorstel eenvoudige procedure voor eenvoudige zaken;

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel competentieverdeling rechtbank en sector kanton in zaken van personen- en familierecht.

2. Aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht

Het verzekeringsrecht heeft in 2006 belangrijke veranderingen ondergaan met de nieuwe verzekeringstitel in boek 7 BW. De aandacht zal in 2007 vooral gericht zijn op het aansprakelijkheidsrecht. Dat betreft onder meer:

• Indiening wetsvoorstel verhaal van kosten van verzorging door naasten;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel affectieschade.

3. Vennootschapsrecht

De uitvoering van de notitie modernisering van het ondernemingsrecht heeft geleid tot een groot aantal wetgevende initiatieven:

• Inwerkingtreding wetsvoorstel personenvennootschap (titel 7.13 BW)

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel vereenvoudiging bv-recht;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel uitvoering richtlijn openbare biedingen;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel goedkeuring NGO-verdrag;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel moderne communicatiemiddelen in de algemene vergadering;

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel monistische bestuurssysteem/ bestuur grote vennootschappen;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel toezicht financiële verslaggeving.

4. Algemeen vermogensrecht

Op onderscheiden terreinen van het algemeen vermogensrecht vinden omvangrijke vernieuwingen plaats:

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel nieuwe pachttitel;

• Indiening wetsvoorstel overeenkomst van goederenvervoer per spoor.

• Parlementaire behandeling UNESCO-verdrag teruggave cultuurgoederen.

5. Faillissementsrecht

De door de minister van Justitie ingestelde commissie insolventierecht heeft advies uitgebracht over een wetsvoorstel tot integrale herziening van het insolventierecht. Een kabinetsstandpunt over dat advies zal moeten worden voorbereid. Daarnaast kan worden genoemd:

• Inwerkingtreding wetsvoorstel aanpassing WSNP.

6. Wetgeving over de positie van natuurlijke personen

Op verschillende andere terreinen van het personen- en familierecht en het nationaliteitsrecht zijn wetsvoorstellen aanhangig of in voorbereiding:

• Inwerkingtreding wetsvoorstel aanpassing huwelijksgoederenrecht;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel geweldsverbod in de opvoeding;

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel uithuisplaatsing pleger huiselijk geweld;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel wijziging verzoek gezamenlijk gezag;

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel voortgezet ouderschap en zorgvuldige echtscheiding;

• Inwerkingtreding wetsvoorstel wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap in verband met dubbele nationaliteit en ontneming nationaliteit wegens terroristische misdrijven;

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel verklaring verbondenheid bij verlenging Nederlanderschap;

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel terugkeerregeling Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren;

• Parlementaire behandeling wetsvoorstel wijziging wet opneming buitenlandse pleegkinderen ter adopties;

• Indiening wetsvoorstel verbetering kinderbeschermingsmaatregelen.

7. Internationale privaatrecht

• Indiening wetsvoorstel conflictenrecht goederenrecht;

• Indiening wetsvoorstel consolidatie van wetgeving op het gebied van internationaal privaatrecht.

8. Implementatie EU-maatregelen

Een belangrijk deel van het wetgevingsprogramma bij het privaatrecht vormt de uitvoering van Europese maatregelen in het nationale recht. Hieronder zijn de onderwerpen vermeld, waarvan de minister van Justitie de eerste ondertekenaar is, met vermelding van de uiterste implementatiedatum:

• Uitvoering verordening Europese Coöperatie (18 augustus 2006);

• Uitvoering richtlijn openbare biedingen ( 20 mei 2006);

• Uitvoering richtlijn handhaving i.e.-rechten (29 april 2006);

• Uitvoering 5e WAM-richtlijn (11 juni 2007);

• Uitvoering richtlijn oneerlijke handelspraktijken (12–12–2007);

• Uitvoering richtlijn internationale fusies (15–12–2007);

• Uitvoering verordening Europees betalingsbevel (2 jaar na publicatie);

• Uitvoering wijziging 2e richtlijn inzake kapitaalbescherming (1 januari 2008);

• Uitvoering wijziging 4e en 7e richtlijn inzake jaarrekeningrecht (1 januari 2008);

• Amvb verhoging grensbedragen jaarrekeningrecht (1 januari 2007).

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
OmschrijvingStatusVindplaats
Beleidsdoorlichting  
Nationale wetgeving en WetgevingskwaliteitsbeleidAf te ronden in 2011 www.wodc.nl
Effectenonderzoek ex post  
Derde evaluatie AWB (+ deelonderzoeken)Af te ronden in 2006 idem
Evaluatie «Wet openstelling huwelijk» en van het geregistreerd partnerschapAf te ronden in 2006 idem
Evaluatie Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) – 1e fase  idem
Evaluatie Wet pensioenverevening bij echtscheiding (WVPS)Af te ronden in 2007Toezegging: Handelingen TK, 5 april 2005, p.68–4301. Bevestigd in een brief van Minister SZW aan TK d.d. 30 juni 2005.
Evaluatie Overleveringswet Toezegging: artikel 73 Overleveringswet: stb 2004, 195
   
Overig evaluatieonderzoek  
Researchsynthese van wetsevaluatiesAf te ronden in 2006 www.wodc.nl

Operationele doelstelling 11.2

Het bevorderen van de bruikbaarheid van wet en regels, van de onderlinge samenhang en consistentie van de wetgeving, alsmede van een beheerste ontwikkeling van wet- en regelgeving.

Actor

Directie Wetgeving

Kwaliteit van wetgeving

Motivering

Het wetgevingskwaliteitsbeleid is erop gericht te bereiken, dat wetgeving voldoet aan eisen van rechtmatigheid, de verwerkelijking van rechtsbeginselen, subsidiariteit en proportionaliteit, effectiviteit en efficiency, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, onderlinge afstemming en eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid.

Deze kwaliteitseisen zijn algemeen van aard. Zij moeten telkens opnieuw tot gelding worden gebracht. Dat heeft plaats door toetsing van nieuwe regelgeving, door onderzoek van bestaande wetgevingscomplexen, door voorzieningen aan te bieden die het ontwerpen van regelgeving vereenvoudigen en door interdepartementale structuren voor de behandeling van wetgevingsvraagstukken in stand te houden.

In het programma « Bruikbare rechtsorde» (TK, 29 279, nr. 9) is uiteengezet, dat wetgeving met het oog op haar functie in de samenleving mee moet ontwikkelen met de voortdurend veranderende maatschappelijke omstandigheden. Dat programma geeft lijnen waarlangs wetgeving beter bruikbaar kan worden gemaakt. Met het oog daarop wordt een aantal wetgevingscomplexen onderzocht op hun actuele functionaliteit. Verder heeft kwaliteitsbevordering plaats door ontwerpregelgeving – zoals wetten en algemene maatregelen van bestuur – te toetsen aan kwaliteitscriteria. Daarnaast heeft kwaliteitsbevordering plaats door ervoor te zorgen dat het proces van voorbereiding zo goed mogelijk is ingericht en dat de ontwerpers de nodige hulpmiddelen ter beschikking staan. Door de instandhouding van vaste interdepartementale overlegstructuren wordt continuering van de zorg voor kwaliteitsaspecten gewaarborgd.

In dat verband moet ook de Visitatiecommissie Juridische Functie en Wetgeving worden vermeld. Deze startte in 2005 met haar werkzaamheden. Die zijn niet alleen, zoals eerder het geval was, gericht op de wetgevingsfunctie, maar ook op de juridische functie bij de departementen in brede zin. Zij komt in 2006 met de resultaten van haar onderzoek.

Activiteiten

1. Bruikbare rechtsorde: bezinning op de bestaande wetgeving en het gebruik van alternatieve wetgevingsmodellen.

Het beleid van het kabinet is erop gericht de regeldruk over een breed front te verminderen. In dat kader biedt het programma Bruikbare rechtsorde mogelijkheden voor structurele veranderingen in de wetgeving door wetgevingsconcepten beschikbaar te maken die ruimte bieden voor diversiteit en dynamiek en door meer verantwoordelijkheid bij de burger te leggen. Ook in de toetsing van nieuwe regelgeving door Justitie zal het beheersen en verminderen van regeldruk een centrale plaats krijgen.


In het kader van het programma Bruikbare rechtsorde wordt thans met name langs drie lijnen verder gewerkt op de ingeslagen weg, en wel door:

• nieuwe projecten gericht op de vermindering van regeldruk;

• communicatie: voortgezette maatschappelijke dialoog over ervaringen met regeldruk;

• nieuw onderzoek dat gericht is op de vergroting van kennis over regeldruk.


Het programma werkt aan de afronding van de tweede en de start van de derde reeks projecten, die moeten leiden tot het ontwikkelen en gangbaar maken van alternatieve reguleringsconcepten, de verbetering van het wetgevingsinstrumentarium en voortgaande interdepartementale samenwerking op dit vlak. De nieuwe projecten zijn mede geïnspireerd op de uitkomsten van maatschappelijke regeldrukconferentie en de Catshuissessie die in het voorjaar van 2006 hebben plaatsgevonden. Hoofdlijnen hiervan waren dat de overheid meer vertrouwen moet geven en meer moet denken vanuit degenen op wie de regels van toepassing zijn. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat uitvoeringsorganisaties meer nog en ook vroeger worden betrokken bij nieuwe regelgeving en dat meer gebruik gemaakt wordt van openbare internetconsultaties. Nieuwe wetgeving zou bij voorkeur op een paar vaste momenten in het jaar in werking moeten treden en van een adequate invoeringstermijn worden voorzien. Ook zou gedetailleerde wetgeving vaker vervangen kunnen worden door open normen en andere vormen van zelfregulering.


Oogmerk van de genoemde conferentie was mede de dialoog met de samenleving aan te gaan en de communicatie hierover te versterken. Komende periode zal in dialoog met bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties verder gekeken worden hoe deze punten kunnen worden geoperationaliseerd. Maatregelen tegen regeldruk kunnen immers niet alleen van de overheid worden verwacht. Gezamenlijk zullen alternatieven voor gedetailleerde overheidswetgeving moeten worden bedacht, die voldoen aan de maatschappelijke behoefte aan regels, maar niet tot onnodige lasten leiden.


Vanuit het programma Bruikbare rechtsorde is in de achterliggende periode opdracht gegeven tot, of bijgedragen aan onderzoeken waarmee onze kennis wordt vergroot over regeldruk. Ook in 2007 zal onderzoek verricht worden over de mechanismen die regeldruk veroorzaken of juist terugdringen. Verder zullen bij gelegenheid van het voortgangsoverzicht van het programma weer gegevens worden geleverd over de kwantitatieve ontwikkeling van de in Nederland geldende regelgeving.

2. Reductie administratieve lasten

In april 2006 is aan de Tweede Kamer gerapporteerd over de voortgang van alle lopende voorstellen ter vermindering van administratieve lasten (TK 2005/06, 29 515, nr. 136). De uitvoering van een deel van de voorstellen, met name op het terrein van privacy, toezicht op vennootschappen en particuliere beveiliging is opgeschoven. Het doel blijft echter realisering van deze voorstellen in 2007.

De belangrijkste reducties zullen in 2007 worden gerealiseerd op het terrein van het jaarrekeningrecht, door invoering van de Nederlandse XBRL-taxonomie en in het verlengde daarvan, het creëren van de mogelijkheid voor met name kleine ondernemers om de vennootschappelijke jaarrekening op fiscale grondslag samen te stellen en deponeren. Het Nederlandse Taxonomie Project (NTP), waarin de ministeries van Justitie en Financiën samenwerken, heeft in juni de definitieve versie van de taxonomie opgeleverd. Daarnaast is veel inzet gepleegd op realisering van de benodigde infrastructuur voor gegevensverkeer van en naar de overheid in XBRL-formaat.

Het bewerkstelligen van de lastenverlichting door inzet van XBRL is een gezamenlijke aangelegenheid van overheid en marktpartijen. Deze gezamenlijkheid is in juni bekrachtigd door het sluiten van een convenant tussen alle betrokken partijen (verantwoordelijke bewindslieden, accountantskantoren, softwareleveranciers) waarin de wederzijdse verplichtingen en verwachtingen vastgelegd zijn. Concreet spreekt de overheid zich uit voor tijdige realisatie en blijvend onderhoud van taxonomie en infrastructuur, en het bedrijfsleven voor grootschalig gebruik van de taxonomie en het doorgeven van daarmee behaalde efficiencyvoordelen aan de klant, de ondernemers. Beroeps- en ondernemersorganisaties hebben door medeondertekening expliciete steun verleend aan het convenant. Hiermee wordt een waarborg geschapen voor daadwerkelijke lastenverlichting door inzet van de Nederlandse taxonomie.


De uitvoering van de voorstellen op het terrein van administratieve lastenverlichting voor burgers, zoals neergelegd in de brief van juli 2005 (TK II 2004/05, 29 362, nr. 40) loopt op schema. Bezien wordt waar ruimte bestaat voor verdere reducties op het terrein van Justitie, bijvoorbeeld door aansluiting op initiatieven in het kader van de elektronische overheid.

Administratieve lastenverlichting voor bedrijven:Beoogde realiseringGeraamde reductie €
Electronische communicatie in de vergadering van aandeelhouders BV/NV200769,2 mln
Jaarrekeningenrecht – XBRL2007350 mln
Jaarrekeningenrecht – Samenval fiscale en Vennootschappelijke jaarrekening2007325 mln
Verhoging grensbedragen jaarrekeningenrecht200785,9 mln
Preventief toezicht vennootschappen20077 mln
Wet bescherming persoonsgegevens20072,8 mln
Implementatie richtlijn overnamebiedingen2007– 1,5 mln
Afschaffing verplichting procuraat20070,1 mln
Implementatie richtlijn oneerlijke handelspraktijken2007– 10,1 mln
Wet particuliere beveiligingsorganisaties20074,1 mln
Besluit Inburgering2007– 2,7 mln

Administratieve lastenverlichting voor burgers:Beoogde realiseringMogelijke reductie (uren)Mogelijkereductie(kosten)
Wet schuldsanering natuurlijke personen20075 000 
Wet op het notarisambt (marktwerking notariaat)2007 52 mln
Vreemdelingenwet o.a. vereenvoudigingen regulier toelatingsbeleid2007176 900 

3. Toetsing van wetgeving

In 2007 wordt de toetsing van ontwerp-amvb’s, wetsvoorstellen, nadere rapporten (bij een kritisch advies van de Raad van State) en nota’s van wijziging op de gebruikelijke wijze voortgezet. Naar verwachting zullen circa 500 dossiers worden aangeboden voor de wetgevingstoets. Evenals in voorgaande jaren is de inzet om voor alle ter toetsing aangeboden regelgeving binnen de afgesproken termijn vóór behandeling in de ministerraad dan wel indiening bij de Tweede Kamer (bij nota’s van wijziging) overeenstemming te krijgen over de aanpassingen die nodig zijn om de ontwerpen – zoveel als mogelijk – aan de geldende kwaliteitseisen te laten voldoen. Indien geen overstemming wordt bereikt, dan worden de geschilpunten aan de ministerraad voorgelegd.

De ex ante beoordeling van regelgeving op effecten voor uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (inclusief effecten voor OM en rechterlijke macht) zijn een belangrijk aandachtspunt bij de toetsing. Ten behoeve hiervan wordt samengewerkt met het OM en de Raad voor de rechtspraak. Het ligt in de bedoeling om procedure en instrumentarium voor effectbeoordeling van voorgenomen regelgeving op andere aspecten (bedrijfseffectentoets, milieueffectentoets, administratieve lasten) in samenwerking met de Ministeries van EZ, Financiën en VROM te verbreden tot een integrale afweging van aspecten die bepalend zijn voor regeldruk. De nadruk zal daarbij liggen op het in staat stellen van de ministeries om deze afweging binnen het departementale totstandkomingsproces van beleid en wetgeving zelf goed te maken en te verantwoorden, zodat de procedurele last tot een minimum kan worden beperkt

4. Vergemakkelijken en verbeteren van de voorbereiding van regelgeving

Beoogd wordt de voorbereiding van regelgeving te vergemakkelijken en te verbeteren door het in stand houden van netwerken van wetgevingsjuristen werkzaam bij de rijksoverheid en de Raad van State, het ontwikkelen van gereedschappen voor de wetgevingspraktijk en het verzamelen, ontwikkelen en verspreiden van kennis.

4.1 Kenniscentrum wetgeving

Het Kenniscentrum Wetgeving (KCW) biedt ondersteuning bij de voorbereiding van wetgeving. De website van het KCW vervult daarbij een belangrijke functie. Daarop staan een «gereedschapskist» voor de wetgevingsjuristen (met onder meer een Wie Weet Wat van wetgevingsjuristen, een overzicht van toetsen en checklists, en links naar belangrijke sites), dossiers over brede onderwerpen (zoals toezicht en deregulering) en een forum waar wetgevingsjuristen kennis en ervaringen kunnen delen. De site is eveneens toegankelijk voor de medewerkers van het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer en voor beleidsmedewerkers werkzaam bij de rijksoverheid. De taken van het KCW worden eveneens uitgevoerd door kenniskringen, een instrumentendag en de tweejaarlijkse Dag van de Wetgeving te houden.

Voorts worden diverse projecten uitgevoerd over het proces en de inhoud van het wetgevende werk. Alle activiteiten van het KCW worden in interdepartementaal overleg en in samenhang met de activiteiten van de Academie voor Wetgeving vastgesteld.


De in 2007 te ondernemen activiteiten betreffen in elk geval:

• de instandhouding en verrijking van de KCW-site;

• het bevorderen van een actief communicatiebeleid gericht op uitwisseling van kennis en op samenwerking, via de site en door het organiseren van bijeenkomsten;

• de organisatie van de derde Dag van de Wetgeving;

• het bevorderen van onderzoek en instrumentontwikkeling op het terrein van wetgeving, in nauwe betrokkenheid met wetgevingsjuristen;

• het uitvoeren van diverse projecten.

4.2 Academie voor Wetgeving

De Academie voor Wetgeving gaat in september 2007 haar zevende jaar in. Sinds haar oprichting in 2001 heeft de Academie voor Wetgeving jaarlijks een lichting afgestudeerde juristen tot de opleiding toegelaten, na uitvoerige selectie. De deelnemers aan deze tweejarige opleiding doen naast de opleiding hun eerste wetgevingservaring op aan een van de departementen of de Raad van State waar zij voor de duur van de opleiding zijn aangesteld. Indien zij de opleiding met succes doorlopen en in de praktijk hebben aangetoond bekwaam wetgevingsjurist te zijn, krijgen de deelnemers gewoonlijk een vaste aanstelling. In 2007 zal, evenals de voorgaande jaren, gestreefd worden naar een aanbod van minimaal 15 startersplaatsen.


Naast deze startersopleiding verzorgt de Academie diverse opleidingen voor zittende wetgevingsjuristen. Centraal in de opleidingen staat de vakgerichtheid. Daarbij komen ook bestuurlijke en politieke aspecten aan de orde alsmede de persoonlijke effectiviteit. Ook wordt veel aandacht besteed aan het Europees recht. Er is de afgelopen jaren een stijgende lijn te zien geweest in het aantal cursisten. Gestreefd wordt deze stijgende lijn in 2007 door te zetten.


Justitie is sinds 2004 verantwoordelijk voor de instandhouding van de Academie. Dit betekent dat de vaste kosten, zoals de kosten voor het personeel en de huisvestingskosten, voor rekening van Justitie komen. De deelnemende departementen nemen de cursuskosten, zoals het lesmateriaal en de vergoedingen voor docenten, voor hun rekening. Tevens dienen zij de loonkosten van de cursisten zelf te betalen.

4.3 Universiteit van Maastricht

Met de Universiteit van Maastricht is de instelling overeengekomen van twee deeltijdleerstoelen voor respectievelijk de relatie tussen Europees recht en nationaal en decentraal bestuursrecht en voor de Wetgevingskwaliteit. Het bij die leerstoelen behorende onderwijs en onderzoek zal in 2007 worden voortgezet. De daarmee verband houdende kosten komen ten laste van het ministerie van Justitie.

4.4 Interdepartementale commissies

Om het interdepartementale overleg over wetgevingsvraagstukken te bevorderen en continuering van de zorg voor kwaliteitsaspecten te waarborgen wordt de Interdepartementale Commissie voor Constitutionele aangelegenheden en Wetgevingsbeleid (ICCW) in stand gehouden.

De ICCW heeft een tweeledige functie. Het is in de eerste plaats een forum voor wetgevingsvraagstukken en andere aspecten van algemeen wetgevingsbeleid. Bij de uitoefening van deze taak wordt de ICCW ondersteund door een vaste subcommissie, het Interdepartementaal wetgevingsberaad (IWB). In de tweede plaats fungeert de ICCW als voorportaal voor de Raad voor de Veiligheid en de Rechtsorde. Het IWB dient ook als forum voor de ontwikkeling en actualisatie van gereedschappen voor de wetgevingsjurist, zoals de Aanwijzingen voor de regelgeving en elektronische hulpmiddelen bij het wetgeven (LEDA). De activiteiten in beide interdepartementale commissies worden in 2007 voortgezet.

4.5 Kwaliteit en doorwerking van Europese regelgeving

Kwalitatieve gebreken in Europese regelgeving werken direct door in de nationale rechtsorde.

De Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER) behandelt vraagstukken van afstemming van Europees en nationaal recht. De ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor vervulling van het voorzitterschap en het secretariaat van de Commissie en haar drie subcommissies. Daartoe hebben de volgende activiteiten plaats:

• Analyse van de belangrijkste (15 tot 25) uitspraken van het Europese Hof en van het Gerecht in eerste aanleg;

• Beoordeling van nieuwe voorstellen van de Commissie op de wenselijkheid van nadere Europeesrechtelijke advisering;

• Drie tot vijf grote adviezen over meer fundamentele Europeesrechtelijke vraagstukken;

• Tien tot twintig kleinere adviezen;

• Praktische juridische ondersteuning bij onderhandelingen in Europees verband.

5. Visitatiecommissie Juridische Functie en Wetgeving

De Visitatiecommissie Juridische Functie en Wetgeving startte in 2005 haar werkzaamheden, gericht op de kwaliteit van de juridische functie op de ministeries. De aandacht voor de juridische functie is nieuw ten opzichte van eerdere visitatierondes die uitsluitend op de wetgevingsfunctie waren gericht. De commissie onderzoekt het hele scala van juridische werkzaamheden die, naast het ontwerpen van wetgeving, binnen de departementen plaatsvinden, tezamen wel worden aangeduid als de juridische functie. Naar verwachting zal de Visitatiecommissie in 2006 de volgende aandachtpunten aanvoeren:

• De organisatie en het op peil houden van de kwaliteit van de juridische functie en de capaciteit die nodig is om het juridische werk te verrichten;

• De wijze waarop de juridische kwaliteit geborgd kan worden;

• De vastlegging van kerngegevens over juridische werkzaamheden (bijvoorbeeld doorlooptijden en uitkomsten van bezwaarschriftenprocedures) en het gebruik daarbij van ICT;

• Het vele uitbesteden van juridische werkzaamheden, wat ten koste kan gaan van juridische kennis en kunde binnen de rijksoverheid;

• De verbetering van interdepartementale samenwerking op het gebied van kennisontwikkeling en kennismanagement binnen de juridische functie.

Deze aandachtspunten laten zich vertalen in eisen, die aan de juridische functie bij de departementen gesteld moeten worden. Voldoen aan deze eisen is nodig om te bereiken dat de juridische werkzaamhedenbij het rijk zoveel mogelijk door de departementen zelf verricht worden en zo weinig mogelijk worden uitbesteed.

De meeste activiteiten die uit deze aandachtspunten zullen voortvloeien zijn een verantwoordelijkheid van de afzonderlijke departementen. In het kader van kennisontwikkeling is de Academie voor Wetgeving is inmiddels gestart met een leergang voor juristen, belast met juridische advisering en de behandeling van bezwaar en beroep.

Met name de systematische interdepartementale samenwerking op het terrein van kennismanagement is, anders dan bij de wetgevingsfunctie, maar op beperkte schaal sprake. Dat is een tekortkoming omdat er zeer veel gemeenschappelijke vragen zijn die door samenwerking beter en sneller kunnen worden beantwoord. Om dat te bewerkstelligen wordt een interdepartementaal kenniscentrum voor overheidsjuristen opgezet, vergelijkbaar met het kenniscentrum Wetgeving (KCW). In dat kader is eerste prioriteit het opzetten, vullen en onderhouden van een website voor overheidsjuristen, vergelijkbaar met de KCW-site.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
OmschrijvingStatusVindplaats
Beleidsdoorlichting  
Nationale wetgeving en WetgevingskwaliteitsbeleidAf te ronden in 2011 
Effectenonderzoek ex post  
Derde evaluatie AWB (+ deelonderzoeken)Af te ronden in 2006 www.wodc.nl
Evaluatie remigratiewetAfgerond in 2005 TK 2005–2006, 30 546, nr. 1