Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

14 Jeugd

Algemene doelstelling

Het beschermen van jeugdigen tegen aantasting van een goede opvoedings- en leefsituatie, en het bestrijden en voorkomen van jeugddelinquentie.

Budgettaire gevolgen van beleid
 x € 1 000 
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen704 076756 520788 624810 354813 481817 077816 817
        
Waarvan garanties80 83887 07383 94380 67377 25573 68669 957
        
Programma-uitgaven713 583756 520788 624810 354813 481817 077816 817
        
14.1 Uitvoering jeugdbescherming277 572318 514330 666341 333336 550335 673334 309
Waarvan juridisch verplicht330 121334 311325 105320 004314 924
14.1.1 RvdK – civiele maatregelen109 331110 911104 301106 262106 035105 922105 821
14.1.2 Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen(LBIO)5 6474 2784 0003 9623 9663 9623 960
14.1.3 Bureau’s jeugdzorg – (gezins) voogdij150 749172 257182 410184 931180 371179 611178 850
14.1.4 Overig11 84531 06839 95546 17846 17846 17845 678
14.2 Tenuitvoerlegging justitiele sancties jeugd370 666391 295424 311440 114451 784456 268457 372
Waarvan juridisch verplicht419 582430 258436 796436 068435 598
14.2.1 DJI – jeugd293 884298 965320 434336 049352 086356 482357 536
14.2.2 RvdK – strafzaken27 87730 16238 09439 18336 87137 12937 359
14.2.3 HALT11 23312 01112 14112 45012 52512 52512 525
14.2.4 Bureau’s jeugdzorg – jeugdreclassering37 67250 15753 64252 43250 30250 13249 952
14.3 Voogdijama’s65 34546 71133 64728 90725 14725 13625 136
Waarvan juridisch verplicht33 64728 90725 14725 13625 136
14.3.1 NIDOS – opvang49 91235 52723 87519 51315 41315 40215 402
14.3.2 NIDOS – voogdij15 43311 1849 7729 3949 7349 7349 734
        
Ontvangsten9 97815 26315 26315 26315 26315 26315 263

N.B. Het niet-juridische verplichte deel op dit beleidsartikel is gereserveerd. Dit budget is bestemd ter dekking van wetten die aan de Staten-Generaal ter besluitvorming zijn voorgelegd, zoals huisverbod en gedragsbeïnvloedende maatregel. Daarnaast is een gedeelte van het budget complementair noodzakelijk en bestemd voor activiteiten op het gebied van jeugdreclassering en tevens voor landelijke uitvoering van activiteiten als herstelbemiddeling, waarover definitieve besluitvorming door de Staten-Generaal nog moet plaatsvinden.

Omschrijving van de samenhang in beleid

Doel van het beleid is het tot stand brengen en instandhouden van een systeem van jeugdbescherming dat met inzet van juridische dwangmiddelen, jeugdigen op een effectieve manier beschermt tegen voor hun opvoeding en ontwikkeling bedreigende situaties. Doel van het beleid is ook het tot stand brengen en instandhouden van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit, waar preventie onderdeel van uit maakt.

Verantwoordelijkheid

Justitie initieert het totstandkomen van doelgericht beleid en coördineert de samenwerking van alle betrokken partners. Justitie heeft voor de meest relevante organisaties een bestuurlijke verantwoordelijkheid via regelgeving, kaderstelling en financiering. Bij andere betrokken organisaties zoals bijvoorbeeld de Bureaus Jeugdzorg is echter sprake van een bestuurlijke tussenschakel van gemeenten en provincies. Justitie heeft ook een signaleringsfunctie op het moment dat blijkt dat de keten onvoldoende functioneert en daardoor de aanpak van jeugdbescherming en jeugdcriminaliteit niet voldoende is.

Succesfactoren

Justitie stimuleert dat de uitvoeringsorganisaties op het gebied van jeugdbescherming en de aanpak van jeugdcriminaliteit gezamenlijk in een zo vroeg mogelijk stadium bedreigende situaties voor jeugdigen signaleren en in dat geval passende maatregelen nemen. Om de doelstelling te realiseren is een krachtig gezamenlijk optreden van andere ministeries zoals bijvoorbeeld Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, gemeentelijke overheden en overige belanghebbenden noodzakelijk. Verder is een belangrijke doelstelling van Justitie en VWS samen, dat er voor de hele keten op termijn zoveel mogelijk effectieve gedragsinterventies worden ingezet.

Tabel algemeen recidivecijfer jeugd
 1997199819992000200120022003
onvw. vrij67,565,361,861,862,457,057,7
werkstraf32,634,134,537,635,636,637,6
leerstraf39,537,435,939,438,238,841,9
Vw vrij46,145,643,447,044,744,639,6
geldstraf25,124,222,723,325,526,024,6
beleidssepot32,532,435,331,630,535,637,3
Totaal jeugd33,633,934,435,135,136,537,9

Toelichting op tabel

De cijfers in de tabel zijn afkomstig uit de WODC-Recidivemonitor, een project waarin jaarlijkse metingen worden gedaan onder uiteenlopende groepen justitiabelen. De tabel heeft betrekking op de algemene recidive. Hieronder wordt verstaan: een nieuwe strafzaak naar aanleiding van een misdrijf, niet afgedaan met een vrijspraak, een technisch sepot of een andere technische uitspraak.


In de tabel wordt voor zeven opeenvolgende jaren weergegeven welk percentage van de daders binnen twee jaar na de uitvoering van de straf opnieuw met Justitie in aanraking is gekomen. Hoe langer men de daders volgt, des te hoger zullen de recidivepercentages zijn. Hier duurde de observatieperiode dus twee jaar. De percentages zijn onderscheiden naar sanctietype. Bij gecombineerde vonnissen bepaalde het zwaarste onderdeel in welke categorie de straf werd ingedeeld. De cijfers in de tabel geven alleen de globale trends in de uitstroomresultaten van de sancties weer die in Nederland worden opgelegd. Met «totaal jeugd»wordt bedoeld: het totale aantal jeugdigen dat binnen twee jaar na de uitvoering van de straf opnieuw met Justitie in aanraking komt.


In bovenstaande tabel komen de invloeden van recente beleidsintensiveringen, zoals in het kader van het programma Jeugd terecht nog niet tot uitdrukking. De Tweede Kamer zal bij de aanbieding van de voorliggende begroting nader worden geïnformeerd over de recidivemetingen van het WODC.

Operationele doelstelling 14.1

Effectieve bescherming van jeugdigen, tegen voor hun opvoeding en ontwikkeling bedreigende situaties, met inzet van juridische dwangmiddelen, en de zorgvuldige behandeling van internationale kinderbeschermingszaken.

Motivering

Kinderen hebben recht op een gezonde en evenwichtige ontwikkeling en groei naar zelfstandigheid. Dit basisrecht is opgenomen in het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind. De eerste verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ouders. Kunnen ouders deze verantwoordelijkheid niet aan, dan is het de plicht van de overheid om in actie te komen. De rechter kan dit doen door het opleggen van diverse kinderbeschermingsmaatregelen, die diep kunnen ingrijpen in het persoonlijke leven van ouders en kinderen. De minister van Justitie is verantwoordelijk voor uitvoeren van deze maatregelen die zijn opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. De minister is daarnaast verantwoordelijk voor het zorgvuldig uitvoeren van verdragen inzake interlandelijke adoptie, internationale kinderontvoering en internationale kinderbescherming.

Actoren

• Raad voor de Kinderbescherming

• Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

• Bureaus Jeugdzorg- (gezins)voogdij

• Overige, Gemeenten, provincies/grootstedelijke regio’s

Instrumenten

De genoemde activiteiten worden uitgevoerd binnen programma’s, of zijn reguliere activiteiten.

Jeugdbescherming

In 2007 ontvangt de Tweede Kamer het eindrapport over de uitvoering van het programma «Beter Beschermd» (TK 2005–2006, 29 815, nr 76).

De minister van Justitie bepaalt samen met VWS en de provincies op welke wijze de via dit programma ingezette veranderingen verder ontwikkeld en/of ingevoerd zullen worden. De volgende belangrijke verbeteringen worden in 2007 voortgezet:

• De in de zeven regio’s in 2006 gestarte proefprojecten gericht op efficiënte ketensamenwerking worden eind 2006 geëvalueerd. Doel van de proefprojecten is: het ontwikkelen en beproeven van werkwijzen waarin de samenwerking tussen de ketenpartners zodanig efficiënt is dat besluitvorming over al dan niet inzetten van kinderbeschermingsmaatregelen in kort tijdsbestek plaatsvindt én de feitelijke start van de hulpverlening aan de jeugdige of diens gezin binnen te kortst mogelijke tijd op gang komt. Het doel is om in 2007 tot landelijke invoering over te gaan van de beste werkwijzen.

Om de effectiviteit van kinderbeschermingsmaatregelen te kunnen meten, wordt in 2007 de ontwikkeling van een wetenschappelijk gevalideerd instrument voor het meten van de effectiviteit van de jeugdzorg (VWS) en de jeugdbescherming afgerond.

• In het kader van het Deltaplan is een nieuwe werkmethode gezinsvoogdij ontwikkeld. De scholing voor en implementatie van deze werkwijze bij alle bureaus jeugdzorg en Nidos vindt in 2007 plaats. De implementatie zal in 2008 volledig afgerond zijn. Volgens de nieuwe werkmethode moeten vooraf concrete doelen gesteld worden en moet achteraf aangetoond worden of hieraan is voldaan. Hiermee zal de effectiviteit van de werkmethode toenemen.

• De MO-groep, de brancheorganisatie voor de jeugdzorg, en Nidos zijn in 2006 gestart met het ontwikkelen van een nieuwe werkwijze voor voogdijwerkers. Deze methode wordt in 2007 afgerond en uitgetest.

• In 2007 wordt een wijzigingsvoorstel van de kinderbeschermingswetgeving (boek 1 Burgerlijk Wetboek) ingediend. Hiermee wordt de mogelijkheid om een ondertoezichtstelling op te leggen verruimd.

• In de begroting voor het jaar 2009 zullen prestatie-indicatoren opgenomen worden voor het meten van de effectiviteit binnen de jeugdbeschermingsketen.

Huiselijk geweld en jeugdprostitutie

Op basis van de in 2002 uitgebrachte kabinetsnota «Privé Geweld-Publieke Zaak» voert het ministerie van Justitie, samen met andere departementen, de VNG, de politie, het Openbaar Ministerie en andere partners een meerjarig programma uit om huiselijk geweld effectief te bestrijden en, waar mogelijk, te voorkomen.

• In 2007 wordt een wetsvoorstel tijdelijk huisverbod ingevoerd.

• In 2007 wordt een landelijke publiekscampagne huiselijk geweld uitgevoerd. De boodschap van de campagne is dat huiselijk geweld niet acceptabel is en met geen enkel excuus kan worden gerechtvaardigd.

• Via de VNG worden gemeenten verder gestimuleerd om een gerichte lokale aanpak huiselijk geweld te ontwikkelen. In 2007 is bij 250 gemeenten sprake van een gerichte lokale aanpak van huiselijk geweld.

• In 2007 treedt het wetsvoorstel verbod geweld in de opvoeding (TK 2004–2005, 29 815, nr. 3) in werking.

• In 2007 wordt op basis van de eindrapportage van het informatiepunt jeugdprostitutie besloten of en in welke vorm een landelijk expertisecentrum jeugdprostitutie van start gaat.

Interlandelijke adoptie

• Op basis van de in 2006 aan de Tweede Kamer voorgestelde wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (TK 2006,28 457) treedt naar verwachting in 2007 de gewijzigde wet in werking. Daarmee wordt een aantal zaken geregeld: 1) de mogelijkheid van adoptie door paren van gelijk geslacht, 2) de verlenging van de geldigheidsduur van een beginseltoestemming, 3) de mogelijkheid tot afgeven van een beginseltoestemming voor twee kinderen tegelijkertijd, 4) versterken van het toezicht binnen de adoptieketen, 5) doorberekening van de kosten van het gezinsonderzoek en 6) de verruiming van de leeftijdsgrens van adoptiefouders.

Illegale overdracht van kinderen

• Het komt met enige regelmaat voor dat een kind ongeoorloofd in een gezin in Nederland verblijft of wordt opgenomen. In 2007 komt er een verbeterde aanpak van de illegale overdacht van kinderen. Deze aanpak is gericht op het tegengaan van de illegale overdracht, het verbeteren van de signalering en van de handelwijze bij betrokken gevallen.

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

• Afhankelijk van het vertraagde wetstraject over de uitbreiding van het aantal modaliteiten voor de ouderbijdrage, stelt het LBIO een plan van aanpak op voor het innen van deze bijdrage;

• Het kabinet is voornemens het wetsvoorstel herziening kinderalimentatiestelsel (TK, 29 480, nrs. 1–3) in te trekken.

Prestatiegegevens

Prestatiegegevens RvdK (civiel)
 realisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Aantal afgedane zaken*       
beschermingsonderzoek13 92715 12515 57315 57315 57315 57315 573
scheidings- en omgangsonderzoek6 5176 6906 5546 5546 5546 5546 554
overig civiel, w.o. adoptie-onderzoek2 3332 7752 5392 5392 5392 5392 539
        
percentage zaken binnen norm voor doorlooptijden       
beschermingsonderzoek (norm is 115 dagen)50%60%60%60%60%60%60%
scheidings- en omgangsonderzoek (norm is 135 dagen)51%60%60%60%60%60%60%
overig civiel, w.o. adoptie-onderzoek (norm is 105 dagen)55%60%60%60%60%60%60%

* Met ingang van 1-1-2007 wordt dit vertaald naar kindzaken i.p.v. gezinszaken (omrekening van gezinszaken naar kindzaken op basis van het gemiddeld aantal kinderen).


Jeugdbeschermingrealisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Aantal instroom voogdij1828800750750750750750
Aantal instroom voorlopige voogdij1607600600600600600600
Aantal instroom ondertoezichtstelling17 5127 9008 3008 0007 8007 7007 700
Percentage maatregelen met een doorlooptijd tot de mededeling aan de jeugdige binnen de norm (7 dagen)8890100100100100100
Percentage maatregelen met een doorlooptijd tot opgesteld plan van aanpak binnen de norm (30 werkdagen)79808590100100100
Duur OTS in jaren3,53,53,33,23,13,03,0

1 In verband met de inwerkingtreding van de Wet op de jeugdzorg worden de cijfers vanaf 2005 geregistreerd van oktober (t-1) tot oktober (t).

Toelichting

De norm van de doorlooptijden is vooralsnog op de wettelijke termijn gesteld (100 %). In het kader van Beter Beschermd wordt bezien of en zo ja op welke wijze deze doorlooptijden duurzaam kunnen worden gerealiseerd.

De geraamde daling van de instroom OTS berust op de verwachting dat na een jarenlange stijging van het aantal zaken het niveau geleidelijk weer zal dalen tot het niveau van 2005. De verwachting is mede gebaseerd op de inzet van het kabinet om problematische situaties in een zo vroeg mogelijk stadium aan te pakken.


De Raad werkt met de eerder toegekende extra middelen hard aan het verbeteren van de doorlooptijden. Een van de complicerende factoren daarbij is de aanhoudende extra instroom van zaken. Bij brief (TK 2005–2006, 29 815 en 24 587, nr 82) heeft de minister van Justitie de Tweede Kamer geïnformeerd over een aantal aanvullende maatregelen om de wachtlijst weg te werken. Met de wachtlijstreductie verbeteren de doorlooptijden van de Raad en is 60 % binnen de norm haalbaar.

Prestatiegegevens Interlandelijke adoptierealisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Aantal voorgelichte aspirant-adoptief ouders1 1041 3001 6001 6001 6001 6001 600
Gemiddelde wachttijd voor in behandeling nemen aanvraag beginseltoestemming (in maanden)19171515151515

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
OmschrijvingStatusVindplaats
Beleidsdoorlichting  
Wet op de JeugdzorgAf te ronden in 2011 
   
Effectenonderzoek ex post  
Internationale kinderontvoeringAfgerond in 2005 www.wodc.nl
Evaluatie pilots gezinsvoogdijAfgerond in 2005 www.wodc.nl
Vereenvoudiging adoptieprocedureAfgerond in 2005 www.wodc.nl
Evaluatie pilots verkorten doorlooptijden jeugdhulpverleningAf te ronden in 2006 www.wodc.nl
Evaluatie AMK-wetgevingAf te ronden in 2006 www.wodc.nl
Vervolg evaluatie nieuwe methode gezinsvoogdijAf te ronden in 2006 www.wodc.nl
Evaluatie Communities that Care 2Af te ronden in 2006 www.wodc.nl
Overig evaluatieonderzoek  
Situatie kinderen bij scheiding niet gehuwdenAf te ronden in 2006 

Operationele doelstelling 14.2

Het bewerkstelligen van een effectieve aanpak van jeugddelinquenten.

Motivering

Het jeugdstrafrecht heeft ten doel te voorkomen dat jongeren (eerste) delicten plegen èn als zij dat wel doen, niet in herhaling vervallen (het verminderen van recidive). Hierbij is een effectieve aanpak van jeugddelinquenten belangrijk. Bij het opleggen van straf aan jongeren moet nadrukkelijk worden gekeken naar het pedagogisch effect. Wat is nodig, om naast het signaal dat het gedrag niet getolereerd wordt, de jongere weer terug te brengen op het rechte pad. Belangrijke factor bij het verlagen van recidive onder jongeren is een goede resocialisatie, waaronder nazorg.

Actoren

• DJI-sector Justitiële Jeugdinrichtingen

• Raad voor de Kinderbescherming

• Halt

• Bureaus Jeugdzorg-jeugdreclassering

• Overige, zoals OM en politie.

Instrumenten

De activiteiten zijn onderdeel van een aantal programma’s en themagewijze aanpak.


Programma Jeugd terecht

Het vierjarige kabinetsprogramma Jeugd terecht, dat onderdeel is van het Veiligheidsprogramma, wordt in 2006 afgesloten. De aandacht voor de aanpak van jeugdcriminaliteit wordt onverminderd voortgezet. Dat is ook noodzakelijk om de doelstelling van het Veiligheidsprogramma, de vermindering van de subjectieve onveiligheid met 20 tot 25% in 2008–2010, te halen. Het zwaartepunt ligt bij beschikbare opvoedingsondersteuning voor ouders van risicojongeren, het realiseren van kind- en ketengerichte screening en risicotaxatie, effectieve gedragsinterventies, snelle doorlooptijden volgens vastgestelde normen, een afdoeningsbeslissing genomen in het justitieel casusoverleg, en nazorg na verblijf in een justitiële jeugdinrichting. Daarnaast is er gerichte aandacht voor groepen die oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers.

In 2007 wordt specifiek aandacht besteed aan de volgende onderwerpen.

• De aanpak van jeugdige veelplegers (TK, 2002–2003, 28 684, nr. 10) wordt in 2007 per arrondissement versterkt door afstemming binnen de justitieketen en de lokale driehoek, waarbij het OM de uitvoering nauwlettend zal volgen.

• De samenwerking tussen OM, politie en Raad voor de Kinderbescherming wordt verder versterkt door het gebruik van het Justitieel-casusoverleg-supportsysteem.

• Op basis van het besluit in 2006 om «herstelactiviteiten» bij jeugdige daders aan te bieden, wordt dit in 2007 aanvullend op de strafafdoening gefaseerd ingevoerd. In 40% van de zaken waar «herstelactiviteiten» aangeboden worden, zal daadwerkelijk een herstelactiviteit plaatsvinden.

• Het Handboek methode jeugdreclassering leidt in 2007 tot verdere professionalisering via training van jeugdreclasseringmedewerkers en eenvormig gebruik van deze methodieken. Naar verwachting werkt de jeugdreclassering begin 2008 volledig volgens de voorgeschreven methode.

• De uitvoerende organisaties in de jeugdstrafrechtketen beschrijven in 2007 gedragsinterventies die tot recidivevermindering moeten leiden. Dit verslag wordt vervolgens ingediend bij de (externe) Erkenningscommissie Gedragsinterventie Justitie. Het streven is eind 2007 zoveel mogelijk interventies te hebben beschreven en beoordeeld. De verwachting is dat een groot aantal van de huidig toegepaste interventies niet direct zal worden erkend. In 2007 wordt prioriteit gegeven aan het beschrijven, verbeteren en eventueel ontwikkelen van nieuwe interventies. Het uiteindelijke doel, het alleen nog financieren van (voorlopig) erkende gedragsinterventies, zal dus pas op termijn kunnen worden gerealiseerd.

• Een instrumentarium voor screening, signalering en risicotaxatie in de jeugdstrafrechtsketen is onmisbaar, opdat jongeren op het juiste moment de juiste interventies krijgen. Aan de hand van een vastgesteld landelijk kader wordt het huidige instrumentarium in 2007 zonodig aangepast. Daarbij worden afspraken gemaakt over de uitwisseling van gegevens tussen de betrokken ketenpartners en over de eisen voor de informatiesystemen.

• In het kader van het grote stedenbeleid heeft het Rijk voor het terugdringen van de oververtegenwoordiging van allochtone jongeren in de criminaliteitscijfers gekozen voor een intensivering van de lokale aanpak in de vier grote steden. Hiervoor zijn extra financiële middelen beschikbaar. Het doel van de aanpak is het verminderen van de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongeren in de criminaliteit, in het bijzonder door versterking van de binding van «jongeren uit de doelgroep» aan de samenleving. De G4 hebben prestatieafspraken gemaakt met het Rijk die in 2009 behaald moeten zijn. Ook wordt gemonitord hoe de deze oververtegenwoordiging zich in de steden ontwikkelt. Dit geeft een indruk van het effect van de extra inspanningen, zodat deze zonodig bijgestuurd kunnen worden.


Wetsvoorstel gedragsbeïnvloeding jeugdigen

• Het kabinet stelt in het wetsvoorstel Gedragsbeïnvloeding jeugdigen een nieuwe sanctie voor: de gedragsmaatregel van minimaal zes maanden en maximaal één jaar. De gedragsmaatregel is een strafrechtelijke maatregel maar kan ook jeugdzorg bevatten, dit hangt af van het individuele geval.


De maatregel biedt uitkomst als de rechter een voorwaardelijke straf of een taakstraf in een bepaald geval te licht, maar een PIJ-maatregel te zwaar vindt. In 2007 zal het wetsvoorstel in werking treden. Hierdoor ontstaat een goede juridische basis voor het opleggen van programma’s die jeugdige delinquenten helpt hun gedrag aan te passen. Via een meerdere jaren doorlopend WODC-onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de wetswijziging beantwoordt aan het gestelde doel en welke financiële consequenties dit heeft voor de ministeries van Justitie en VWS.

DJI-sector JJI

• In 2007 wordt een wetsontwerp voor het aanpassen van de Beginselenwet Justitiële jeugdinrichtingen aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel geeft een antwoord op praktische en procedurele knelpunten in de uitvoering.

• De Tweede Kamer wordt in 2007 geïnformeerd over gerealiseerde en in gang gezette acties voor de verkorting van de doorlooptijden, verbetering van de afstemming met de GGz en vergroting van de veiligheid voor jongeren met ernstige psychiatrische problematiek. In 2007 wordt gewerkt aan de verbetering van de uitvoering van de PIJ-maatregel (TK 2005–2006, 24 587, nr. 183).

• In 2005 zijn de voorbereidingen aangevangen om stapsgewijs de civiele crisisplaatsingen in de justitiële jeugdinrichtingen te beëindigen en elders in de jeugdzorg alternatieven te realiseren. Met de wijziging van de Wet op de jeugdzorg in 2007 wordt het ook mogelijk om civielrechtelijk geplaatste jongeren in een «gesloten setting» te laten behandelen onder verantwoordelijkheid van VWS. Het bijbehorende budget wordt naar rato van de capaciteitstoedeling voor de bestaande justitiële jeugdinrichtingen integraal verdeeld tussen Justitie en VWS.

• In 2007 is het eindrapport en de methodiekbeschrijving van de module herstelopvoeding (confrontatie met het delict en zo mogelijk het slachtoffer) gereed. Deze module zal vervolgens worden ingediend bij de Erkenningscommissie Gedragsinterventie Justitie.

• In de jeugdinrichtingen wordt in 2007 voor de personeelsleden een opleidingsmodule «Signalering en aanpak radicalisering in justitiële jeugdinrichtingen» ingevoerd.

• Jongeren kunnen in de laatste fase van hun verblijf deelnemen aan een scholings- en trainingsprogramma (STP). Op basis van een onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg naar de uitvoering van de STP’s, worden in 2007 maatregelen afgerond voor de bevordering van de instroom en een verbetering van de samenwerking tussen betrokken ketenpartners.

• Het kabinet streeft ernaar dat in 2007 alle jongeren die hun straf hebben uitgezeten en de justitiële jeugdinrichting verlaten nazorg krijgen aangeboden op het gebied van wonen, werken, sociale omgeving, vrijetijdsbesteding en psychosociale hulp. In 2006 is vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is bij het aanbieden van nazorg. Om te vermijden dat vrijwillige nazorg een te vrijblijvend karakter krijgt, wordt gestimuleerd dat begeleiding waar mogelijk als een (bijzondere) voorwaarde in een strafmaatregel wordt opgenomen. Prestatie-indicatoren nazorg worden in de begroting 2009 opgenomen.

Kwaliteitsverbetering PIJ:

Een aantal maatregelen wordt doorgevoerd om de kwaliteit van PIJ te verbeteren: voor deze doelgroep wordt de groepsgrootte op termijn teruggebracht van 12 naar 8 pupillen, met 2 groepsleiders per groep. Vooruitlopend daarop wordt het aantal groepsleiders verhoogd van normatief 1 op 6 naar 1 op 4 PIJ-pupillen. Daarnaast wordt het opleidingsniveau van de groepsleiders verhoogd. In samenwerking met de ketenpartners wordt aandacht besteed aan de verbetering van nazorg. Daarnaast worden middelen ingezet gericht op de uitbreiding van het aantal jeugdpsychiaters/gedragsdeskundigen werkzaam in de sector.

Halt

De afronding van de herstructurering van de Halt-bureaus in 2006 is een basis voor onderzoek naar de kostprijs van de Halt-afdoening en de Stop-reactie. Dit onderzoek start eind 2007.

Prestatiegegevens

Prestatiegegevens DJI
 realisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Stand ontwerpbegroting 20062 6052 6842 7452 7992 7992 7992 799
– correctie aangehouden cap.; zie begroting 2006 68     
– opt. Zorgaanbod overb. onderprod. naar VWS – 94     
– opt. Zorgaanbod overb. bestaande cap. naar VWS  PMPMPMPMPM
inzet PMJ gelden; uitbreiding strafrechtelijke cap.    81144144
uitvoeringsverschillen– 24      
        
Stand ontwerpbegroting 20072 5812 6582 7452 7992 8802 9432 943
verdeeld naar:       
– Rijks jeugdinrichtignen1 117      
– Particuliere jeugdinrichtingen1 392      
– Inkoopplaatsen72      
        
Gemiddelde prijs per plaats/per dag (x € 1,–):293300313321323323323
        
Bezettingsgraad (in %)92,395,095,095,095,095,095,0
Pij-passanten binnen 3 maand geplaatst na onherroepelijk worden vonnis (in%)40%40%50%60%65%70%70%
        
Scholing- en trainingsprogramma’s (extramuraal, substutie-effect)       
        
Stand ontwerpbegroting 200654898989898989
– uitvoeringsverschillen4      
Stand ontwerpbegroting 200758898989898989
Gem. prijs per plaats/per dag (x € 1,–):323232323232

Prestatiegegevens RvdK (straf)
 realisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Aantal afgedane zaken*       
Aantal taakstraffen20 05821 57024 67025 58426 45027 34528 287
percentage geslaagde taakstraffen86%85%85%85%85%85%85%
basis onderzoek Raad31 35332 41833 36733 82734 10734 77835 881
Vervolgonderzoek Raad2 7712 8532 8362 8752 8992 9563 050
        
percentage zaken binnen norm voor doorlooptijden       
basis onderzoek Raad (norm is 40 dagen)63%70%80%80%80%80%80%
vervolgonderzoek Raad (norm is 115 dagen)81%86%80%80%80%80%80%
taakstraf Raad (norm is 160 dagen)78%80%80%80%80%80%80%

* Met ingang van 1-1-2007 wordt gemeten in kindzaken ipv gezinszaken (omrekening van gezinszaken naar kindzaken op basis van het gemiddeld aantal kinderen)


Prestatiegegevens HALT
 realisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Aantal Halt-afdoeningen22 91325 70026 10026 40026 60026 90026 900
– waarvan Stop-reacties1 5972 1002 2002 3002 4002 5002 500
Percentage geslaagde Halt-afdoeningen tov het totaal aantal Halt-afdoeningen91%91%91%91%91%91%91%

Jeugdreclassering
 realisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Aantal instroom reguliere jeugdreclassering17 6909 2009 9009 8009 3009 3009 200
Aantal instroom ITB Harde kern1305350350350350350350
Aantal instroom Criem1652700725725725725725
Percentage maatregelen met een doorlooptijd tot de mededeling aan de jeugdige binnen de norm6870758090100100
Percentage maatregelen met een doorlooptijd tot opgesteld plan van aanpak binnen de norm435060708090100

1 In verband met de inwerkingtreding van de Wet op de jeugdzorg worden de cijfers vanaf 2005 geregistreerd van oktober (t-1) tot oktober (t).


Met ingang van 2008 is een daling zichtbaar bij het aantal maatregelen jeugdreclassering. Verwachting is dat de instroom van zaken de komende jaren zal afnemen vanwege een verkorting van de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen.

De norm van de doorlooptijden bedraagt 100 % binnen het gestelde aantal dagen. In 2007 wordt bekeken of deze normen realistisch zijn. Het betreft a. de doorlooptijd van de in kennisstelling van het BJZ (de dag waarop BJZ de inkennisstelling ontvangt) totdat de mededeling aan de jeugdige is gedaan en b. de doorlooptijd van de in kennisstelling van BJZ totdat een plan van aanpak is opgesteld door het BJZ voor de jeugdige.

Prestatiegegevens Doorlooptijden Jeugdstrafketen
  realisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
1e verhoor – haltverwijzing7 dagen66808080808080
1e verhoor – ontvangst pv1 maand71808080808080
1e verhoor – start halt afdoening2 maanden66808080808080
Melding Raad – rapport basisonderzoek40 dagen63808080808080
1e verhoor afdoening MO3 maanden75808080808080
1e verhoor vonnis ZM6 maanden58808080808080
Melding Raad – afronding taakstraf160 dagen78808080808080

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
OmschrijvingStatusVindplaats
Beleidsdoorlichting  
Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugdAf te ronden in 2010 
Effectenonderzoek ex post  
Evaluatie Justitieel Casusoverleg (JCO)Afgerond in 2005 www.wodc.nl
Nachtdetentie in het kader van voorlopige hechtenisAf te ronden in 2006idem
Effectiviteit STOP maatregelStart in 2006idem
Evaluatie van nieuwe werkwijze op basis van het landelijke kader forensische diagnostiek jeugdStart in 2006idem
Tenderplaatsen jeugdige veelplegersStart in 2006idem
Praktijk en effecten Halt-afdoeningAf te ronden in 2006idem
Evaluatie effectiviteit aanpak van Jeugdinrichting Den EnghAfgerond in 2005TK 2004–2005, 24 587, nr. 127
Evaluatie Intensieve Traject BegeleidingAfgerond in 2005 www.wodc.nl
Recidivemeting JeugdreclasseringAfgerond in 2005idem
Tussenevaluatie Wet op de jeugdzorgAf te ronden in 
2006idem 
Nulmeting landelijk kader forensische diagnostiek (deel 2)Af te ronden in 2006idem
Meerpersoonskamergebruik jongerenAf te ronden in 2006idem
SchoolverzuimAf te ronden in 2007idem
Evaluatie gedragsmaatregel jeugdstrafrechtAf te ronden in 2010idem
Effectiviteit leerstraffenStart in 2006idem
Evaluatie na herstelbemiddelingAf te ronden in 2006idem
Overig evaluatieonderzoek  
Actualisering recidivemeting Justitiële JeugdinrichtingAf te ronden in 2006 www.wodc.nl
Recidiveonderzoek Glen Mills SchoolAf te ronden in 2006idem

Operationele doelstelling 14.3

Voorzien in de voogdij van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Motivering

Justitie is verantwoordelijk voor een adequate voogdijvoorziening van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Actoren

• NIDOS

Instrumenten

Justitie subsidieert de stichting NIDOS.

• Er wordt een nieuwe werkwijze voor voogdij opgesteld om de kwaliteit van de uitvoering van voogdijen te verbeteren (programma «Beter Beschermd» TK 2005–2006, 29 815, nr. 76). Daarbij wordt in het bijzonder rekening gehouden met de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen. In 2007 wordt gestart met implementatie van deze nieuwe werkwijze bij Nidos.


Wat de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen betreft, wordt verder verwezen naar operationele doelstelling 15.2

Prestatiegegevens

Prestatiegegevens Nidos (voogdij)
 realisatie 2005verm. uitkomst 200620072008200920102011
Aantal amv’s onder voogdij aan het begin van het jaar4 5353 2532 5032 0031 6531 4031 203
Aantal instroom amv’s onder voogdij412350350350350350350
Aantal uitstroom amv’s onder voogdij1 6941 100850700600550500
Gemiddelde bezetting voogdij3 8942 8782 2531 8281 5281 3031 128
Gemiddelde bezetting opvang door Nidos3 4452 5902 0281 6451 3751 1731 015
Gemiddelde prijs voogdij per amv3 6393 4643 4643 4643 4643 4643 464
Gemiddelde prijs opvang per amv (inclusief voogdij)15 03114 83414 83414 83414 83414 83414 834

De daling van de gemiddelde prijzen houdt in het bijzonder verband met het afschaffen van het lesgeld voor 16/17 jarigen.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
OmschrijvingStatusVindplaats
Beleidsdoorlichting  
Voogdijamv’sAf te ronden in 2010 www.wodc.nl