Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

B.2.3. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

12. Algemeen

Algemene beleidsdoelstelling 12

Op dit artikel worden díe uitgaven verantwoord die betrekking hebben op de ondersteuning van het BZK-beleid. Met ondersteuning worden alle beheersmatige taken binnen BZK bedoeld. In de ondersteuning wordt voorzien door de staf.

Tevens wordt op dit artikel de bijdrage van BZK aan de functionele kosten Koninklijk Huis verantwoord. Aan dit begrotingsartikel zijn geen kwantificeerbare prestatiegegevens gekoppeld.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
Artikel 12: Algemeen2005200620072008200920102011
Verplichtingen95 57186 31990 427114 93190 52990 53090 582
        
Uitgaven91 83686 31990 427114 93190 52990 53090 582
12.1 apparaat79 63476 06580 448105 05380 65180 65280 703
12.2 bijdrage functionele kosten Koninklijk Huis12 20210 2549 9799 8789 8789 8789 879
        
Ontvangsten2 2161 357983983983983983

De uitgaven zijn volledig juridisch verplicht.

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 12.1

De staf wil op professionele wijze diensten verlenen aan haar klanten, i.c. de bewindspersonen en de organisatie. Deze dienstverlening kenmerkt zich door in een integrale, grotendeels vraaggerichte aanpak waarbij resultaatgericht en kostenbewust opereren centraal staan. Enkele van de stafdiensten richten zich deels op de beleidsaspecten en nemen zodoende een bijzondere positie in. Auditdienst (AD) en Financieel-Economische Zaken (FEZ) zijn hier, mede door hun wettelijke vastgelegde positie, voorbeelden van.

De staf heeft naast haar dagelijkse dienstverlening een aantal speerpunten voor 2007, die een bijdrage leveren aan bovenstaande doelstelling. De belangrijkste speerpunten zijn:

• Evaluatie van het in 2004 gerealiseerde BZK-brede verbetertraject Leeuwensprong, waarin de verbetering van de bedrijfsvoering centraal stond.

• Uitvoeren van het traject Radar om de media-alertheid en politiek-bestuurlijke sensitiviteit van BZK-medewerkers verder te ontwikkelen.

• Professionalisering van de communicatiefunctie, zowel ten aanzien van de interne communicatie als de externe communicatie.

Operationele doelstelling 12.2

Op grond van de Wet van 10 december 1970, Stb. 573, houdende herziening van het financieel statuut voor het Koninklijk Huis, komen een aantal uitgaven van het Koninklijk Huis ten laste van de begroting van BZK. Het betreft een bijdrage in de functionele kosten Koninklijk Huis en een subsidie aan de Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam.

13. Nominaal en Onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
Artikel 13: Nominaal en onvoorzien2005200620072008200920102011
Verplichtingen02 017 25910 408319– 260– 1 139– 1 930
        
Uitgaven017 25910 408319– 260– 1 139– 1 930
13.1 loonbijstelling0000000
13.2 prijsbijstelling0000000
13.3 onvoorzien017 25910 408319– 260– 1 139– 1 930

17. VUT-Fonds

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
Artikel 17: Vutfonds2005200620072008200920102011
Verplichtingen0000000
        
Uitgaven00800 000300 000900 00000
17.1 Vutfonds00800 000300 000900 00000
        
Ontvangsten   27 68038 24072 02271 434

De uitgaven zijn volledig juridisch verplicht.

Motivering

De onderhandelingen tussen de sociale partners bij de overheid over Vut/prepensioen/levensloop (VPL) zijn in het najaar 2005 afgerond. Vanwege de dubbele lasten van enerzijds de omslaggefinancierde regeling voor 56-plussers en anderzijds de structurele kosten van de kapitaalgedekte nieuwe regeling ontstaat in de periode 2007–2012 een tekort ten opzichte van een stabiel premiepad. Dit tekort wordt in de periode 2013–2016 geheel ingelopen.


Het Vut-fonds heeft in de eerste periode een financieringsbehoefte van € 2 miljard, waarin zal worden voorzien door een rentedragende lening die in de periode 2007–2009 in drie tranches wordt verstrekt en die in de periode 2014–2016 zal worden afgelost (met de mogelijkheid van vervroegde aflossing). De exacte omvang van de verschillende tranches is in de leenovereenkomst vastgelegd. Deze lening is daarmee een cruciaal onderdeel van het VPL-akkoord. De uitgaven die hiermee samenhangen, worden in de begrotingen voor 2007–2009 opgenomen. In de ontwerpbegrotingswet 2007 is de eerste tranche van de hoofdsom van de lening opgenomen (€ 800 mln.). Daarnaast worden in de meerjarencijfers (2007 t/m 2011) de geraamde uitgaven (inclusief de tweede en derde tranche) en ontvangsten (rente) gemeld. De autorisatie voor de verplichting voor het aangaan van de lening door de Staat is voorgelegd aan de Staten-Generaal bij suppletore begroting BZK 2006.


Vanwege de rol van de minister van BZK als coördinerend bewindspersoon voor het overheidspersoneelsbeleid, is in overleg met de minister van Financiën ervoor gekozen om de lening via een artikel op de begroting van BZK te laten lopen. Tussen de ministers van BZK en Financiën is afgesproken dat wanneer het Vut-fonds onverhoopt in gebreke blijft bij de aflossing van de lening en/of de rentebetaling, dit tekort zal worden afgeroomd van de jaarlijkse arbeidsvoorwaardenbijdrage aan de sectoren.


De tussen de Staat en het VUT-Fonds overeengekomen afspraken rond de lening zijn in het eerste kwartaal van 2006 door de respectieve partijen en hun juridisch adviseurs vertaald naar de leenovereenkomst, die eind april 2006 door beide partijen is ondertekend.


Op 18 april 2006 is door de minister van BZK een brief naar de Tweede Kamer16 gestuurd, waarin de Kamer op de hoogte wordt gebracht van de uitvoering van het VPL-akkoord en over de budgettaire gevolgen hiervan voor de begroting van BZK in 2007 en volgende jaren.

16  Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, kamerstukken 29 760, nr. 70.