Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

B.2.1. DE BELEIDSAGENDA

1. Inleiding

De kabinetten Balkenende I en II stelden zich meer veiligheid ten doel, een toegankelijker overheid met minder regels en vergroting van de betrokkenheid van burgers bij het bestuur. Met het nieuwe kabinet zetten we deze lijn voort, terughoudend en zorgvuldig, zoals benadrukt in de Regeringsverklaring.


De inspanningen van de laatste jaren hebben resultaat opgeleverd: Nederlanders voelen zich minder onveilig en het aantal slachtoffers van gewelds- en vermogensdelicten daalt gestaag. Rijksoverheid, lokale overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en burgers werken beter samen aan de bestrijding van terrorisme en radicalisering.

Burgers kunnen de overheid beter bereiken, ook digitaal. Meer dan 55% van de publieke dienstverlening is ondertussen mogelijk via digitale kanalen. Daarmee zijn onomkeerbare stappen in de richting van een elektronische overheid gezet.

Ook is er in de grote steden minder werkloosheid onder jongeren en allochtonen.


Nu de resultaten van dit beleid zich aftekenen, willen we dat beleid voortzetten op onze centrale thema’s: Veiligheid en bestuur; Bestuur en democratie; Publieke dienstverlening en openbare sector.

Kort samengevat: in 2007 gaan we door met de uitvoering van het veiligheidsprogramma èn met de invoering van de nieuwe politieorganisatie. We blijven werken aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving in achterstandswijken, èn bereiden een aanpassing voor van de wijze waarop het provinciale en regionale bestuur zijn georganiseerd. Uiteraard zetten we alle zeilen bij om de administratieve lasten voor de burger te verminderen en dus voor digitale bereikbaarheid van de overheid.

2. Veiligheid en Bestuur

We investeren in de veiligheidsorganisaties om zo een nog betere werking van de veiligheidsketen te bereiken. De bestuurlijke inrichting bepaalt immers de slagvaardigheid op alle niveaus.

In het veiligheidsprogramma is de afgelopen jaren de samenwerking tussen de diverse schakels in de veiligheidsketen beter op elkaar afgestemd. Veel is geïnvesteerd in handhaving en versterking van politie en strafrechtketen. Het stellen van duidelijke grenzen werkt. In 2007 leggen we een nog sterker accent op het voorkomen van criminaliteit en overlast. Samen met nationale en lokale partners verbeteren we de kwaliteit van de leefomgeving en gaan we radicalisering tegen. Ook het toenemende geweld tegen werknemers van (semi)publieke diensten zoals politie, brandweer, ambulance, leraren en sociale diensten zal daarbij worden aangepakt, bijvoorbeeld door samen met het ministerie van Verkeer en Waterstaat door te gaan met het plan Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer.

a. Slagvaardige organisatie

Politie

Met het oog op verdere verhoging van de doelmatigheid en effectiviteit van de politieorganisatie is een wetsvoorstel voor een nieuwe Politiewet in voorbereiding. Met het voorstel beoogt het kabinet – in lijn met het kabinetsstandpunt Evaluatie Politieorganisatie – een betere balans tussen lokale, regionale en landelijke sturing van de politie. Het voorstel zal zorgen voor meer eenheid in de organisatie en de democratische inbedding verstevigen. Hierdoor kan de politie beter functioneren «van wijk tot wereld». In het beheer ontstaat meer eenheid, zodat de Nederlandse politie slagvaardiger en efficiënter kan opereren.

Voorgesteld wordt samenvoeging van alle 26 korpsen tot één landelijke politieorganisatie met aan het hoofd een directieraad die leiding geeft aan de nieuwe politieorganisatie, en die verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld inkoop, het financiële beheer en de ICT van de politie. De directieraad legt verantwoording af aan de beide politieministers, zodat ook de politieke verantwoordelijkheid en controle is geborgd.

In de gewijzigde organisatie houden de burgemeester en de officier van Justitie het gezag op lokaal niveau over de politie in de 25 regio’s die al het «werkgebied» van de korpsen zijn. De gemeenten krijgen een sterkere rol. Na behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer zullen voorbereidingen worden getroffen om de Nederlandse politie anders te organiseren.


Onder de naam Verbetering Opsporing gaan we de kwaliteit van het politiewerk verder verbeteren. Bij het Korps Landelijke Politiediensten wordt de Dienst Speciale Interventies gevormd en de Zeehavenpolitie in Rotterdam wordt uitgebreid. Ook komt er een nieuwe verdeelsystematiek voor het budget van de politie. Voor deze onderwerpen samen is in 2007 € 83,1 miljoen beschikbaar. Deze financiële impuls zal leiden tot meer en betere politiezorg, omdat de politie hierdoor extra kan worden uitgebreid met ruim 1500 arbeidsplaatsen in 2014. Hierover worden nog dit najaar met de korpsen afspraken gemaakt.

Daarnaast is voor de gemeentelijke activiteiten op het gebied van openbare orde en veiligheid € 220 miljoen extra beschikbaar binnen het Gemeentefonds.

Veiligheidsregio’s

We geven verder vorm aan de veiligheidsregio’s. Een conceptwetsvoorstel tot wettelijke verankering van de veiligheidsregio’s is voor commentaar aan de partners in het veld gezonden; dit najaar wordt het wetsvoorstel aan de Raad van State voorgelegd. Vooruitlopend op deze wet gaan we experimenteren met prestatieafspraken met de nieuwe regio’s. In 2007 wordt besloten over de bekostigingsstructuur van de veiligheidsregio’s en verder gewerkt aan het verwerken van de plannen in opleidingen, instructies en oefeningen.

Per 1 januari 2008 zullen de besturen van de veiligheidsregio en de politieregio zijn geïntegreerd. Dit vergroot de samenhang tussen alle veiligheidsaspecten.

Ook vinden in 2007 op rijksniveau twee crisisoefeningen plaats. Bij één er van, de grootschalige oefening Voyager, wordt samengewerkt met het bestuur en het bijdrijfsleven van Rotterdam en het ministerie van Defensie, dit laatste om de sterk geïntensiveerde civiel-militaire samenwerking die in deze begroting zijn beslag krijgt, te testen.

b. Overlast en verloedering bestrijden

Krachtige buurt: sociale herovering en Nieuwe coalities voor de wijk

Voor probleemwijken ontwikkelen we nieuwe initiatieven. Dit is een impuls vanuit het grotestedenbeleid bovenop de prestatieconvenanten die we eerder hebben gesloten met 31 grote steden. In 2006 en 2007 leggen we meer accent op sociale herovering van wijken die aantoonbaar achterblijven, waar de problemen zo groot zijn dat mensen het opgeven en wegtrekken.

Sociale herovering betekent dat overlast en verloedering worden tegengegaan, zodat bewoners zich veiliger voelen op straat. Er komt meer aandacht voor het handhaven van gedrags- en rechtsregels in probleemwijken, voor maatschappelijke waarden en vaardigheden. Denk aan maatregelen om de sociale kwaliteit te verbeteren, om bewoners meer perspectieven te bieden door scholing, om schooluitval te voorkomen, en om begeleiding naar werk te verbeteren.

Om dit te bereiken hebben we 12 steden uitgenodigd plannen te maken, waaruit in ieder geval betrokkenheid en activering van bewoners spreekt en andere lokale partijen, zoals zorginstellingen en ondernemingen.

Hiervoor is in 2006 en 2007 in totaal € 25 miljoen beschikbaar. Eind 2007 zullen de resultaten van de plannen zichtbaar zijn in de uitgekozen wijken.


Samen met het ministerie van VROM en andere ministeries zijn we begonnen met pilots onder naam «Nieuwe coalities voor de wijk», om de samenhang te verbeteren tussen verschillende beleidsterreinen op lokaal en landelijk niveau. In stadswijken waar de kwaliteit van de leefomgeving steeds meer in het geding komt, gaan we met 11 gemeenten intensief samenwerken en stimuleren we vitale coalities tussen scholen, bedrijven, corporaties en welzijnsorganisaties. Zo worden wonen, werken, leren, welzijn en veiligheid in samenhang aangepakt.


De voorwaarde is dat lokale partners zich verbinden aan de uitvoering van de plannen. Zo leveren woningbouwcorporaties bijdragen aan de lokale voorzieningen gericht op kwaliteit van de leefomgeving, en worden plannen gemaakt voor een goede aansluiting tussen het onderwijs en het bedrijfsleven.

De verschillende overheidsinstanties bundelen hun inspanningen om overlap te voorkomen en vermijden bureaucratische lasten tussen bestuurslagen.

Veiligheid en leefomgeving

Criminaliteit, overlast en verloedering zijn beter bestreden door de gezamenlijke aanpak met andere departementen, lokale overheden, de politie, burgers en bedrijven. Het Veiligheidsprogramma 2002–2006 werpt zijn vruchten af. Mensen zijn minder vaak slachtoffer van vermogens- en geweldsdelicten en voelen zich minder onveilig.

Overlast en verloedering hebben een negatieve invloed op het gevoel van veiligheid en het welbevinden van burgers. Om de sociale veiligheid verder te verbeteren, gaan we nog meer aandacht geven aan preventie van criminaliteit, onaangepast gedrag in het verkeer, overlast door hangjongeren en geluid. De bestuurlijke handhaving geschiedt vooral door de gemeenten, onder meer met behulp van bestuurlijke boetes en gedragsaanwijzingen. Daarbij zijn ook de bijdragen van andere lokale en private organisaties nodig, omdat niet alleen politie en Justitie de veiligheid bewaken. De lokale aanpak staat voorop. We ondersteunen de gemeenten hierin via het Project Veilige Gemeenten.

We willen op lokaal niveau bindende afspraken maken met gemeenten. We zullen de leidende rol van gemeenten voor het integrale veiligheidsbeleid wettelijk vastleggen.

Om de doelen van het Veiligheidsprogramma te verwezenlijken in 2008–2010 zullen we meer aandacht geven aan delicten die minder zichtbaar zijn, maar die de samenleving kunnen ontwrichten zoals financieel-economische criminaliteit en cybercrime. We willen de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld doorbreken, onder andere door de inzet van nieuwe technologie. We hebben over deze onderwerpen nieuwe prestatieafspraken met de Nederlandse Politie gemaakt, waarin preventie centraal staat.

Prestatieafspraken Politie

We sluiten voor 2007 nieuwe prestatieafspraken af met de regionale politiekorpsen, het Korps Landelijke Politiediensten en de Politieacademie. De korpsen hebben de opgave om in 2007 criminaliteit en overlast verder te verminderen en het vertrouwen van burgers in de politie te vergroten. De prestatieafspraken staan in het teken van de vier thema’s opsporing, dienstverlening, toezicht en handhaving, en kwaliteit van de politie.

• Opsporing: hierbij gaat het onder meer om de kwaliteit van de opsporing, de aanpak van de zware georganiseerde criminaliteit, de afhandeling van rechtshulpverzoeken en de aanpak van veelplegers. Daarnaast komen er afspraken over de informatie die de politie heeft over de veiligheidssituatie en over criminele netwerken, en cybercrime en financieel-economisch rechercheren.

• Dienstverlening: de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van de politie en de tevredenheid van burgers over de politie.

• Toezicht en Handhaving: via overlastbestrijding en gebiedsgebonden politiezorg heeft dit thema een grote invloed op de veiligheidsbeleving van burgers. De oog- en oorfunctie van de politie in de wijk wordt verstevigd.

• De kwaliteit van de Politie: om goed te presteren moeten de prestaties en de zorg voor het personeel in balans zijn. De sterktedoelstelling wordt verhoogd als gevolg van de intensiveringen voor asiel en opsporing, de nieuwe verdeelsystematiek voor het politiebudget en terrorismebestrijding. In het najaar van 2006 maken we over de sterkte afspraken met de korpsen.

c. Crisisbeheersing en bestrijding van radicalisering en terrorisme

Om crises te voorkomen en om erop te reageren is meer dan ooit samenwerking nodig tussen alle partijen die verantwoordelijk zijn voor de nationale veiligheid. Nationale veiligheid is aan de orde als vitale belangen van onze samenleving in het geding zijn en sprake is van (potentiële) maatschappelijke ontwrichting. Onder «Nationale Veiligheid» zijn crisisbeheersing, Bescherming Vitale Infrastructuur en intensivering van de civiel-militaire samenwerking bijeengebracht. Een strategisch concept tot Nationale Veiligheid zal begin 2007 gereed zijn.

Bestrijding van terrorisme en radicalisering

Ook in 2007 blijven terrorismebestrijding en het tegengaan van radicalisering een topprioriteit. De aanpak vergt zowel preventieve als repressieve maatregelen.

Om radicalisering en terrorisme in een vroeg stadium te bestrijden blijft het van belang ook niet direct zichtbare risico’s tijdig te onderkennen en aan te pakken. We zullen daarbij informatie en kennis gericht delen met andere organisaties op dit beleidsterrein. Ook gaan we de bestuurlijke mogelijkheden uitbreiden met het wetsvoorstel Bestuurlijke maatregelen Nationale Veiligheid. We kunnen dan dus eerder ingrijpen, zonder te hoeven wachten op strafrechtelijke feiten.


We gaan meer doen om radicalisering en terrorisme te voorkomen. Daarom onderzoeken we welke mogelijkheden er nog meer zijn voor een breder spectrum aan preventieve bestuurlijke en bestuursrechtelijke maatregelen op het terrein van de veiligheid, met behoud van de fundamentele rechtstatelijke waarborgen.

Samenwerking en informatie-uitwisseling, nationaal en internationaal

Nationale en internationale samenwerking en informatie-uitwisseling zijn essentieel om de bedreigingen en risico’s goed te kunnen aanpakken. De informatieverstrekking wordt verbeterd met de uitvoering van de aanbevelingen van de Werkgroep gegevensverstrekking lokaal bestuur (de commissie Holtslag). Via publicaties en voorlichtingsbijeenkomsten krijgt het lokale bestuur algemene informatie over terrorismebestrijding en de aanpak van radicaliseringprocessen.


We versterken de samenwerking met Defensie. In 2006 hebben we nieuwe afspraken gemaakt met de minister van Defensie over de structurele rol van de krijgsmacht bij crises en rampen. Niet langer heeft Defensie een rol als vangnet, maar er is sprake van een minimaal gegarandeerde inzet van de krijgsmacht, die stijgt van 3000 tot 4600 militairen.


De Contraterrorisme Informatiebox (CT-infobox), een samenwerkingsverband tussen AIVD, MIVD, IND, OM en FIOD-ECD, onder regie van de AIVD, zal in 2007 verder worden ontwikkeld, in het project «Veiligheidsverbetering door Information Awareness» (VIA).


Ook in EU-verband vormt de uitwisseling van informatie tussen politie- en andere handhavingdiensten de ruggengraat van de samenwerking. In 2007 gaan we door met de invoering van het EU-meerjarenprogramma ter versterking van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht in de Unie (Haagse programma).

In 2007 zal Nederland samen met de buurlanden Duitsland, België, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk de grensoverschrijdende bevoegdheden van de politie op Europees niveau uitbreiden voor een betere grensoverschrijdende crisis- en rampenbeheersing. Met deze landen gaan we gemeenschappelijke patrouilles uitvoeren, we zetten een «joint hit team» op met Duitsland en we verbeteren de samenwerking tussen crisiscentra.


Voorstellen die aan de Tweede Kamer worden gestuurd:

• Wijziging Gemeentewet inzake meldingsplicht voetbalhooligans.

• Wijziging Gemeentewet inzake meldingsplicht en gedragsaanwijzing ordeverstoring (n.a.v. motie van Schijndel).

• Wet bevoegdheden informatie-inwinning openbare orde.

• Wetgeving crisisbeheersing nationaal.

• Wetsvoorstel Veiligheidsregio’s.

• Bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding.

3. Bestuur en democratie

Mensen hebben meer vertrouwen in de politiek als het beleid de gewenste effecten heeft en als zij zich betrokken voelen bij het bestuur, bijvoorbeeld van hun eigen gemeente. Vandaar dat we mensen uitdrukkelijk betrekken bij een eventuele herziening van het kiesstelsel en andere staatsrechtelijke hervormingen. En vandaar dat we kritisch kijken naar de organisatie van het middenbestuur.

We willen het draagvlak voor de democratische rechtsstaat verstevigen. Daarom is het belangrijk dat alle Nederlandse burgers betrokken zijn bij de grondslagen en de werking van de democratische rechtsstaat. Kennis van het verleden en van de ontstaansgeschiedenis van onze democratische instituties kan het begrip van het heden ondersteunen en denken over de toekomst bevorderen. Samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaan we daarom door met de voorbereidingen voor een Nationaal Historisch Museum.

Bestuurlijke drukte, Middenbestuur en Interbestuurlijk toezicht

Er zijn beleidsterreinen waar teveel bestuurders bezig zijn met besluitvorming en beleidsuitvoering. Deze zogeheten bestuurlijke drukte gaat ten koste van de bestuurlijke kracht en belemmert de oplossing van maatschappelijke problemen. Wij werken daarom samen met de andere ministers en met de bestuurders van andere overheden om deze drukte te verminderen, bijvoorbeeld rond voor- en naschoolse opvang, het jeugdbeleid, in de waterketen en bij de reconstructie van landelijke gebieden. Ook is de positie van de regio Randstad belangrijk voor Nederland. Die willen we versterken door mogelijke beperkingen uit de bestuurlijke structuur weg te nemen.


In het middenbestuur -alles tussen Rijk en wijk- spelen veel onderwerpen die om een integrale visie vragen. Om het bestuur herkenbaar te houden, democratisch gelegitimeerd, en de bestuurlijke drukte te verminderen, moeten de verantwoordelijkheden primair liggen bij de bestaande lagen van de bestuurlijke hoofdstructuur. De voordelen van allerlei functionele samenwerkingsverbanden wegen we af tegen mogelijke consequenties voor de democratische controle en de transparantie van het binnenlandse bestuur.

In de Nota Middenbestuur die we in het najaar van 2006 aan de Tweede Kamer sturen, zullen we een aantal scenario’s presenteren voor een eventuele herordening van het openbaar bestuur. Een volgend kabinet kan op basis hiervan besluiten nemen.


Ook kijken we naar het interbestuurlijk toezicht. Zo lichten we in dit verband de komende maanden de bestaande toezichtsarrangementen door. In 2007 werken we aan de implementatie van de uitkomsten van deze doorlichting. Op deze manier wordt bijgedragen aan de vermindering van administratieve lasten voor overheden.

Lokaal bestuur

In de financiële verhouding tussen rijk en medeoverheden blijven de ontwikkeling van de fondsen en de informatie en communicatie daarover met de medeoverheden actueel. In 2006 wordt de normeringssystematiek geëvalueerd. Het evaluatierapport zal in het najaar van 2006 worden afgerond, zodat het beschikbaar is voor een volgend kabinet. Eventuele besluiten tot aanpassing van de normeringssystematiek zullen in 2007 worden genomen.

In 2007 kunnen gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen hun verantwoordingen over 2006 voor 23 specifieke uitkeringen voor het eerst inrichten volgens de principes van «Single information en single audit». Dit betekent een daling van de administratieve lasten en verantwoordingsbureaucratie voor de gemeenten en provincies.


De Vernieuwingsimpuls Dualisering gemeentebestuur wordt in 2006 volgens plan beëindigd. Voor een goed lokaal bestuur blijven activiteiten noodzakelijk om de kennis en kunde bevorderen bij de lokale bestuurders. Dit gebeurt onder andere in overleg met de VNG.

Het voorstel voor de grondwetsherziening wegens de invoering van de gekozen burgemeester ligt ter stemming in de Tweede Kamer.

We sturen een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer voor een nieuwe beloningsstructuur voor politieke ambtsdragers en een verdergaande harmonisatie van een aantal rechtspositionele aangelegenheden. Dit voorstel komt voort uit het advies van de adviescommissie Rechtspositie politieke ambtsdragers (commissie Dijkstal).

Europa en het binnenlands bestuur

We streven er naar in 2007 het wetsvoorstel Wet Toezicht Europese regelgeving in te dienen. Dit wetsvoorstel bevat een aantal interventie-instrumenten, zoals de bevoegdheid een aanwijzing te geven als een provincie of gemeente bepaalde Europese regels niet naleeft.

Ook zullen we de gemeentelijke en provinciale regelgeving toetsen op de vereisten die voortvloeien uit de Europese dienstenrichtlijn.

Ten slotte zullen we stimuleren dat het subsidiarititeitsbeginsel uitdrukkelijk ook wordt toegepast op Europese regelgeving die consequenties heeft voor decentrale overheden.

Democratische Vernieuwing

Met het burgerforum en de nationale conventie heeft de discussie over het kiesstelsel en andere belangrijke aspecten van de politieke en bestuurlijke vernieuwing een nieuwe impuls gekregen. De resultaten hiervan kunnen worden gebruikt voor de verdere ontwikkeling van beleid.


Voorstellen die aan de Tweede Kamer worden gestuurd:

• Wetsvoorstel beloningsstructuur voor politieke ambtsdragers en harmonisatie van rechtspositionele aangelegenheden (Dijkstal II).

• Wetsvoorstel Toezicht Europese regelgeving.

• Beleidsvisie Europese bestuurskracht.

• Resultaten doorlichting interbestuurlijke toezichtsarrangementen.

• De adviezen van het burgerforum en van de nationale conventie.

4. Publieke dienstverlening en openbare sector

Het kabinet werkt aan een andere, betere overheid. Dat is een overheid die de burger en het bedrijf -als afnemer van publieke diensten- goed bedient, die integer en transparant is georganiseerd en die weinig administratieve lasten oplegt. Daarom ontwikkelt BZK instrumenten, zoals uitbreiding van de ICT-toepassingen en de Good Governance Code. BZK stimuleert dat andere organisaties in de openbare sector deze instrumenten gebruiken.

Administratieve lasten en toezicht

De administratieve lasten voor burgers moeten in 2007 met een kwart zijn verminderd. In 2007 worden de reductieplannen uitgevoerd die in 2006 zijn vastgesteld. In die plannen krijgen specifieke doelgroepen extra aandacht, zoals chronisch zieken en mensen met een handicap. De administratieve lasten worden verminderd bij indicatiestellingen, de persoonsgebonden budgetten en de toepassing van de arbeidsomstandighedenwet.

Omdat de vermindering van de administratieve lasten deels door andere departementen en overheidsinstanties moeten worden gehaald, hebben de gezamenlijke overheden op 18 april 2006 een Verklaring ondertekend om extra voortgang te bereiken bij de vermindering van administratieve lasten voor burgers en bedrijven.

Om nieuwe administratieve lasten te beperken, gaan we nieuwe voorstellen van alle ministers toetsen aan de hand van de in 2006 afgesproken maximale niveaus voor administratieve lasten.


Het kabinet heeft in 2005 de Kaderstellende Visie op Toezicht uitgebracht met als centraal motto: minder last, meer effect. Dit is de basis om verder te gaan met het verminderen van de toezichtlast die ondernemingen ervaren, zonder dat dit tot onverantwoorde risico’s leidt. Deels wordt dit bereikt door er voor te zorgen dat inspecties bedrijven gecoördineerd benaderen, niet één voor één maar zo veel mogelijk samen.

Basisregistraties

Begin 2007 zal worden gestart met de GBA (Gemeentelijke Basisadministratie van Persoonsgegevens) als basisregistratie. Dat betekent dat mensen in beginsel nog maar één keer hun gegevens hoeven te verstrekken, waarna alle bestuursorganen gebruik kunnen maken van deze gegevens.

Het BurgerServiceNummer (BSN), het unieke nummer van burgers en bedrijven, dient ervoor die raadpleging optimaal te laten verlopen. Het BSN kan vermoedelijk nog in 2006 zijn wettelijke basis krijgen, waarna de invoering in 2007 kan plaatsvinden. Daarmee worden de technische barrières om te komen tot eenmalige gegevensverstrekking en efficiënte raadpleging voor een groot deel weggenomen.


Samen met gemeenten werken we nu al aan de voorbereiding van de modernisering van de GBA, waaronder het nieuwe burgerzakensysteem en het centrale verstrekkingensysteem. Een begin 2007 aan de Kamer te zenden wetsvoorstel legt een wettelijke basis onder deze modernisering.

ICT

ICT is een belangrijk instrument in het streven naar een andere, betere overheid. Het doel voor 2007 is dat 65% van de publieke dienstverlening elektronisch mogelijk is. Dat zal vooral gebeuren door overheidsorganisaties te stimuleren meer gebruik te maken van bestaande elektronische mogelijkheden.

Er komt een landelijk netwerk van telefoonnummers waar burgers terecht kunnen met hun vragen over de overheid. Eind 2007 zal bij acht gemeenten een pilot draaien met een helpdesk die algemene vragen van burgers beantwoordt, en doorverwijst.

We willen overheidsorganisaties stimuleren ICT binnen de eigen organisatie in te zetten. Om hen hierin te ondersteunen zetten wij in 2007 de zogeheten Implementatieteams (iTeams) in. Deze teams zullen overheidsorganisaties gaan helpen bij het maken van ICT-implementatieplannen, zodat niet iedere overheidsorganisatie opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.


Een instrument waarmee burgers gemakkelijker diensten van de overheid kunnen afnemen is DigiD. Door middel van DigiD kan een gebruiker van elektronische dienstverlening zich op een betrouwbare manier legitimeren, zodat de overheid voldoende zeker weet dat de gebruiker van DigiD is wie hij zegt te zijn. Dat is ook belangrijk voor het vertrouwen dat de burger in de elektronische overheid heeft. Steeds meer burgers maken gebruik van DigiD. Medio 2006 waren dat er 1,2 miljoen.

Reisdocumenten

Naast het stimuleren van bestaande ICT-toepassingen werken we aan nieuwe voorzieningen, zoals de elektronische functionaliteit op de Nederlandse Identiteitskaart (E-nik). Met deze functionaliteit kan een houder zich elektronisch legitimeren, elektronisch vertrouwelijke berichten versturen en een elektronische handtekening zetten. Het wetsvoorstel dat de E-nik mogelijk maakt, kan begin 2007 bij de Tweede Kamer worden ingediend. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de voor E-nik noodzakelijke technologische en organisatorische voorzieningen.


Per 26 augustus 2006 bevatten het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart een chip met daarin persoonsgegevens en een gezichtsopname. Uiterlijk 28 juni 2009 moeten ook vingerafdrukken in de Nederlandse reisdocumenten worden opgenomen. Om dat te bereiken zullen we in 2007 starten met de ontwikkeling van de voorzieningen die de uitgevende instanties van de reisdocumenten moeten hebben om elektronisch vingerafdrukken op te kunnen nemen.

Good Governance

Een klantgerichte oriëntatie staat centraal bij de rijksoverheid, en bij andere organisaties in de (semi-) publieke sector. Om dat te stimuleren is in 2006 een richtinggevend kader voor Good Governance vastgesteld. Hierin in zijn de principes geformuleerd waar (semi-) publieke organisaties aan moeten voldoen.

Het ministerie van BZK biedt ook in 2007 een breed aanbod aan ondersteuningsmiddelen waaruit overheidsorganisaties kunnen kiezen, mede gebaseerd op initiatieven die organisaties zelf ontwikkelen. Een voorbeeld is de Internetspiegel, een online onderzoeks- en benchmarkinstrument voor medewerkeronderzoek. Ondertussen gebruiken 100 organisaties in de publieke sector dit instrument.

Een belangrijke norm voor publieke organisaties is integriteit. In 2006 is het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector opgericht, dat een cruciale rol zal spelen bij het bevorderen van integriteit in de gehele openbare sector.

Onderdeel van het stimuleren van Good Governance is het streven naar transparantie in het beloningsbeleid. De inwerkingtreding van de Wet openbaarheid publieke topinkomens (WOPT) is een opmaat voor normering en matiging van de inkomens in de (semi-) publieke sector. Wij zullen de uitvoering van deze wet in 2007 nauwlettend bewaken.

Hervorming Rijksdienst

Het kabinet constateert dat een aantal ingrijpende besluiten moet worden genomen om er voor te zorgen dat de rijksoverheid slagvaardig is georganiseerd rond actuele maatschappelijke problemen. Dit najaar zal het kabinet een discussienotitie uitbrengen waarin voorstellen staan om dit te bereiken. Een volgend kabinet kan op basis hiervan besluiten nemen.

Management

De minister van BZK is per 1 april 2006 de werkgever van de topambtenaren van het Rijk, de topmanagementgroep. Om bij te dragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken zal BZK sterker sturen op de beste match tussen organisatiebehoefte en managementkwaliteiten via strategische opvolgingsplanning en gerichte ontwikkelingsacties binnen de Rijksdienst. Via het volledige werkgeverschap voor de topmanagementgroep krijgt de minister van BZK in 2007 een grotere taak om dit maatwerk in te vullen.

Ook diversiteit blijft aandacht vragen: in 2010 dient 25% van de leidinggevenden bij het Rijk vrouw te zijn.


Gender

Wij hanteren als uitgangspunt bij ons beleid de gelijkheid van vrouwen en mannen en de verbetering van de positie en deelname van vrouwen in de samenleving. Zo is het beleid binnen Rijk, Brandweer en Politie erop gericht de personele samenstelling van deze sectoren te laten aansluiten aan de eisen en de opgaven die de samenleving stelt. Daarnaast is een vervangingsregeling bij zwangerschap en bevalling in voorbereiding. Deze regeling neemt belemmeringen weg voor vrouwen bij het kiezen te kiezen voor het ambt van bestuurder bij gemeente, provincie en waterschap. In het Veiligheidsprogramma wordt blijvend aandacht besteed aan de positie van vrouwen als het gaat om huiselijk geweld en sociale veiligheid.


Voorstellen die aan de Tweede Kamer worden gestuurd:

• Notitie Hervorming Rijksdienst.

• Wetsvoorstel E-nik.

• Wijziging Paspoortwet voor vingerafdrukken in reisdocumenten.

5. Overzichtstabel met belangrijkste uitgavenmutaties

De onderstaande tabel bevat de belangrijkste mutaties sinds de begroting van 2006 (inclusief de 1e suppletore begroting 2006).

bedragen x € 1 000
 Beleidsartikel200620072008200920102011
1. Budgetverdeelsysteem Politie2.224 00048 00038 00044 00046 00036 000
2. Verbeterprogramma opsporing en vervolging2.223 90035 10037 00039 00039 50045 400
3. Asiel: politie2.213 78516 93413 36313 18513 18513 185
4. Brandweer Haarlemmermeer16.28 2006 50011 50011 50011 50011 500
5. Terrorismebestrijding2.33 9007 5007 5007 5007 5007 500
6. Zeehavenpolitie2.2 3 6005 0005 0005 0005 000
7. Krachtige buurt9.310 00015 000    
8. E-overheid7.28 10019 80016 3005 0902 190– 110
9. Nationale identiteitskaart7.4– 10 446– 3 379    
10. Afkoop specifieke uitkering9.3– 26 449– 28 322– 28 322– 28 322– 28 322– 30 793
11. Lening Vutfonds17.1 800 000300 000900 00000
12. Compensatie postactieve ambtenaren10.5 56 90040 60032 500  
13. Basisinfrastructuur gegevensuitwisse- ling bedrijven7.27 000     

Toelichting op de overzichtstabel belangrijkste uitgavenmutaties

1. Budgetverdeelsysteem politie (BVS)

Met ingang van 1 januari 2007 wordt het budgetverdeelsysteem voor de politie herzien. De korpsen die op grond van het herziene BVS vanaf 2007 een groter aandeel van het politiebudget krijgen, zullen gefaseerd over het extra geld kunnen beschikken. De korpsen die een kleiner aandeel krijgen, ontvangen een compensatie zodat zij niet in budget zullen dalen.

2. Verbeterprogramma opsporing en vervolging

Ter implementatie van de aanbevelingen van de commissie Posthumus is het programma «Versterking opsporing en vervolging» opgesteld. Voor de politie gaat het om een intensivering voor tegenspraak en review, de Teams Grootschalige Opsporing, het opnemen van verhoor en verhoging van het opleidingsniveau van rechercheurs.

3. Asiel politie

Het budget voor de asielgerelateerde taken van de politie wordt op basis van de recente asielramingen verhoogd.

4. Brandweer Haarlemmermeer

In het belang van een goede rampenbestrijdingsorganisatie voor Schiphol wordt de brandweercapaciteit versterkt in de regio Kennemerland.

5. Terrorismebestrijding

Op landelijk niveau wordt de Dienst Speciale Interventies (DSI) opgericht. Dit samenwerkingsverband tussen politie/KLPD en Defensie heeft tot taak grof geweld en terrorisme te voorkomen en te bestrijden.

6. Zeehavenpolitie

De taken van de Zeehavenpolitie (regiokorps Rotterdam/Rijnmond) op het gebied van grensbewaking worden uitgebreid. Hiermee is een capaciteitsuitbreiding gemoeid van 70 fte’s.

7. Krachtige buurt

Voor de jaren 2006 en 2007 wordt in totaal € 25 miljoen uitgetrokken voor de aanpak van sociale cohesieproblematiek in buurten. Met de financiële ondersteuning van het rijk zal op initiatief van de steden samen met haar bewoners en andere partijen in een beperkt aantal wijken een slagvaardiger aanpak voor de komende twee jaar worden opgezet.

8. E-overheid

Om de invoering van de elektronische overheid bij decentrale overheden en andere overheidsorganisaties en de daarmee samenhangende administratieve lastenverlichting te versnellen, worden i-teams ingezet. Daarnaast wordt het project «transparante overheid» gestart om het voor burgers en bedrijven eenvoudiger te maken overheidsinformatie te raadplegen en te gebruiken.

9. Nationale Identiteitskaart

De biometrische kenmerken op het reisdocument worden later ingevoerd dan oorspronkelijk was geraamd (28 augustus t.o.v. 1 januari). Door deze vertraging vallen de kosten van het bevriezen van de prijs van de Nationale Identiteitskaart in 2006 en 2007 lager uit dan geraamd.

10. Afkoop specifieke uitkeringen

In het kader van de implementatie van het kabinetsstandpunt op het rapport van de Stuurgroep Brinkman «Anders gestuurd, beter bestuurd», zijn in 2005 de specifieke uitkeringen «Impuls leefbaarheid, veiligheid en stadseconomie» en «Werkgelegenheidimpuls» afgekocht. De structurele gevolgen van de afkoop worden nu verwerkt.

11. Lening VUT fonds

In de zomer van 2005 hebben de sociale partners bij de overheid een akkoord gesloten over VUT/prepensioen/levensloop (VPL). De Staat der Nederlanden verstrekt een rentedragende lening van € 2 miljard aan het VUT -fonds voor overheidspersoneel om kastekort, voortvloeiend uit het akkoord, in de jaren 2007–2009 op te lossen. In de jaren 2014–2016 zal het VUT-fonds deze lening aflossen.

12. Compensatie postactieve ambtenaren

Met de inwerkingtreding van de zorgverzekeringswet (Zvw) is het onderscheid tussen ziekenfonds en particulierverzekerden komen te vervallen. Daarmee verviel voor het kabinet en de sociale partners de ratio om gepensioneerde ambtenaren tegemoet te komen in de ziektekosten. De regelingen werden afgekocht of afgebouwd. Met de compensatie in de jaren 2007–2009 kunnen de inkomenseffecten voor deze groep geleidelijker en evenwichtiger worden.

13. Basisinfrastructuur gegevensuitwisseling bedrijven

De basisinfrastructuur voor gegevensuitwisseling vereenvoudigt de gegevensuitwisseling van financiële verantwoordingsinformatie tussen overheid en bedrijven. Hiermee worden de administratieve lasten van het bedrijfsleven gereduceerd.