Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

B.2.2.3. PUBLIEKE DIENSTVERLENING EN OPENBARE SECTOR

7. Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector

Algemene beleidsdoelstelling 7

Het verhogen van het presterend vermogen van de overheid door het bevorderen van de inzet van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de innovatie van werkprocessen.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het Innovatie en Informatiebeleid richt zich direct op overheidsorganisaties, burgers – ook Nederlanders in het buitenland –, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Samenhang, snelheid en transparantie, kortom: kwaliteit is kenmerkend voor dit beleid. Met verschillende programma’s maakt de rijksoverheid dit beleid concreet en bewaakt de samenhang tussen de basisvoorzieningen die noodzakelijk zijn voor de structuur van de elektronische overheid. Om de samenhang tussen deze basisvoorzieningen te bevorderen wordt kennis over de elektronische overheid gebundeld ontsloten via een kenniscentrum. De rijksoverheid voert de regie op de implementatie van de elektronische overheid door het bieden van ondersteuning aan andere overheden bij hun invoering van elektronische dienstverlening. De reeds bestaande gezamenlijke ondersteuningsorganisatie zal overheidsorganisaties in een hoog tempo helpen bij het elektronisch maken van hun dienstverlening. Het «Programma Administratieve Lastenvermindering voor burgers»8 zorgt ervoor dat de afhandeling van transacties met de overheid zo eenvoudig, zo inzichtelijk en zo goedkoop mogelijk wordt.

Verantwoordelijkheid van de minister

De minister is verantwoordelijk voor:

• de regie over de ontwikkeling, de toepassing en de samenhang van basisvoorzieningen van de elektronische overheid;

• het faciliteren van overheidsorganisaties, in het bijzonder de rijksoverheid, bij de vermindering van de administratieve lasten voor burgers;

• het stimuleren en ondersteunen van overheidsorganisaties bij de innovatie van werkprocessen en bij de toepassing van ICT voor complexe ketenvraagstukken.

Succesfactoren

De minister voor BVK is coördinerend minister voor het informatiebeleid in de openbare sector. Voor het slagen van de algemene beleidsdoelstelling wordt nauw met de andere departementen, zelfstandige bestuursorganen, gemeenten, provincies en waterschappen samengewerkt.

Het behalen van de (algemene) doelstellingen hangt af van:

• de mate en kwaliteit van de samenwerking met andere actoren;

• het verenigen van prioriteiten, belangen en verantwoordelijkheden van de diverse actoren in één gemeenschappelijke agenda;

• het gebruik van de basisvoorzieningen door burgers en bedrijven.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
Artikel 7: Innovatie- en informatiebeleid openbare sector2005200620072008200920102011
Verplichtingen129 396162 049102 63782 59780 89279 87175 567
        
Uitgaven94 382176 296106 80582 76581 06079 87175 567
7.1 apparaat3 9174 4514 2743 2243 2243 2233 223
        
Programma-uitgaven  102 53179 54177 83676 64872 344
waarvan juridisch verplicht  62 51933 14633 33533 53619 335
        
7.2 verbeteren ICT-voorzieningen30 40539 32546 39344 41142 18441 00036 700
waarvan juridisch verplicht  22 779    
* Bijdrage baten-lastendiensten BPR  (1 643)(1 643)(1 643)(1 643)(1 643)
        
7.3 instandhouden, en optimaliseren ICT-voorzieningen15 48926 01923 10422 61223 11723 11223 109
waarvan juridisch verplicht  7 261    
* Bijdrage baten-lastendiensten CAS (4 778)(4 407)(4 655)(4 655)(4 655)(4 655)
        
7.4 reisdocumenten en GBA-stelsel44 571106 50133 03412 51812 53512 53612 535
waarvan juridisch verplicht  32 479    
* Bijdrage baten-lastendiensten BPR (57 787)(32 479)(12 321)(12 321)(12 321)(12 321)
        
Ontvangsten41 87660 21200000

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 7.2

Het verbeteren van de publieke dienstverlening, vergroten van de toegankelijkheid van overheidsinformatie en het verminderen van de administratieve lasten voor burgers door het realiseren van een adequate en betrouwbare ICT-infrastructuur voor de openbare sector en het innoveren van de werkprocessen binnen de overheid.

Motivering

Burgers en bedrijven willen een overheid die toegankelijk en servicegericht is, efficiënt werkt en de administratieve lasten voor hen minimaliseert. In het «Programma Andere Overheid» en in de Rijksbrede ICT-agenda wordt op hoofdlijnen aangegeven hoe het kabinet invulling wil geven aan de ambities op het terrein van elektronische dienstverlening aan burgers en bedrijven en aan de vermindering van de administratieve lasten. Verbetering van de dienstverlening en op termijn dienstverlening via eenmalige gegevensverstrekking staan voorop. Deze doelen kunnen alleen worden gerealiseerd indien een aantal belangrijke basisvoorzieningen is ontwikkeld en wordt toegepast door overheden en uitvoeringsorganisaties, maar vooral door het gebruik door burgers en bedrijven. Niet alleen burgers en bedrijven hebben baat bij een elektronische overheid. De invoering van elektronische dienstverlening en de verandering in de bedrijfsvoering die dit kan veroorzaken is per saldo ook voordelig voor de overheidsorganisatie zelf.

Instrumenten/activiteiten

De overheid bevordert de ontwikkeling van de elektronische dienstverlening door:


De ontwikkeling van basisvoorzieningen:

• Ontwikkeling van de basisvoorzieningen is primair de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid. De rijksoverheid betrekt andere overheden zo bij de ontwikkeling van deze voorzieningen dat deze hierop ter zijner tijd eenvoudig kunnen aansluiten.

• Het stelsel van basisregistraties wordt verder doorontwikkeld om te zorgen dat eenmalige gegevensverstrekking werkelijkheid wordt. Voor de volgende basisregistraties zal het wetsvoorstel in 2007 of later bij de Tweede Kamer worden ingediend; Lonen, Arbeids- en Uitkeringsverhoudingen, Inkomens, Niet-Ingezetenen (RNI), Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN), Basisregistratie voor de Nederlandse Ondergrond en WOZ-registratie. Over de voortgang wordt naar de Kamer gerapporteerd door middel van de voortgangsrapportage.

• Het contactcenter overheid (CCO) bestaat uit een samenhangend stelsel van telefonische loketten bij gemeenten Hier kunnen burgers met al hun vragen aan de overheid terecht. Eenvoudige vragen worden direct beantwoord, meer specialistische vragen worden doorverwezen naar het juiste loket bij de rijksoverheid, de gemeente of een uitvoeringsorganisatie. Het CCO start begin 2007 met een leeromgeving met 9 gemeenten Eind 2007 beschikken deze gemeenten over een draaiende telefonische gidsfunctie. Met de opgedane kennis en ervaring wordt de verdere uitrol voorbereid.

• Door middel van een pilot wordt onderzocht of het haalbaar is om via een Persoonlijke Internet Pagina (PIP) op het Internet zaken te doen en informatie uit te wisselen met overheidsorganisaties, op elk gewenst moment en op elke gewenste plek.

• Het is de bedoeling dat het Burgerservicenummer (BSN) per 1 januari 2007 wordt ingevoerd. Het BSN is een uniek identificerend persoonsnummer voor iedereen die ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) of de nog te vormen registratie voor niet-ingezetenen. Het BSN maakt het mogelijk om persoonsgegevens eenvoudig uit te wisselen wanneer dat wettelijk is toegestaan. Meervoudig gebruik van gegevens wordt daarmee gefaciliteerd. De Landkaart van het BSN biedt inzicht in de aard van de gegevens die organisaties met behulp van het BSN opslaan en uitwisselen.

• De technische en organisatorische voorzieningen voor het realiseren van de elektronische identiteitskaart (eNIK) worden afgerond. Het wetsvoorstel dat de basis biedt voor de uitgifte en het gebruik van de eNik wordt begin 2007 aan de Tweede Kamer aangeboden.


Het bevorderen van transparantie:

• Om overheidsinformatie beter toegankelijk te maken wordt het mogelijk gemaakt om officiële publicatiebladen van de rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen en de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie via internet rechtsgeldig te publiceren. Ten behoeve van de rechtsgeldige bekendmaking op internet van deze officiële publicaties is een wetsontwerp in voorbereiding. Het wetsvoorstel wordt begin 2007 aan de Tweede Kamer gezonden.

• Er wordt verder gewerkt aan de uitrol van decentrale regelingenbanken, vergunningen en bekendmakingen op internet. Met ondersteuning van BZK worden deze publicaties in 2007 bij ten minste vijftig decentrale overheden gerealiseerd.


Administratieve lastenreductie:

• De administratieve lasten voor burgers moeten in 2007 met een kwart zijn verminderd. In 2007 worden de reductieplannen uitgevoerd die in 2006 zijn vastgesteld. In die plannen krijgen specifieke doelgroepen, zoals chronisch zieken en mensen met een handicap, extra aandacht omdat zij te maken hebben met een stapeling van administratieve lasten. De administratieve lasten worden o.a. gereduceerd door vermindering van regeldruk bij indicatiestellingen, de persoonsgebonden budgetten en de toepassing van de arbeidsomstandighedenwet.

• De ontwikkelingen op het terrein van de administratieve lastenreductie voor burgers wordt gemonitord door het programma administratieve lastenverlichting burgers.

• Bij de administratieve lastenreductie voor burgers worden alle actoren betrokken die een rol spelen bij het verlenen van een dienst (de zogenaamde ketenaanpak). Afspraken tussen de minister voor BVK, de VNG en IPO om ook de administratieve lasten van burgers veroorzaakt door gemeenten en provincies te reduceren, worden gemaakt in bestuurlijke overleggen (Code Interbestuurlijke Verhoudingen, Programma Andere Overheid). De minister voor BVK coördineert de kabinetsbrede aanpak.


Innovatie:

• Aan het stimuleren van innovatie binnen de gehele overheid blijft behoefte. De commissie InAxis wordt derhalve gecontinueerd. Organisaties uit alle lagen van het openbaar bestuur kunnen subsidie aanvragen voor vernieuwende projecten. De kennis die daarbij ontstaat, wordt actief verspreid. Zelfs het overnemen van innovaties – het «slim jatten» – wordt in 2007 beloond. De commissie gaat tevens hindernissen bij vernieuwing aanpakken. De praktijkgerichte aanpak van de commissie wordt voorbereid en uitgevoerd door een klein programmabureau.


Ontwikkelingen samen met andere overheden:

• De overheid biedt burgers en bedrijven eenvoudig toegang tot diensten en informatie, zowel via internet, per telefoon als aan de balie. Vele overheidsdiensten worden via meerdere kanalen bereikbaar. Door regie op de programma’s, die consequenties hebben voor het informatiebeleid, wordt gegarandeerd dat de gerealiseerde basisvoorzieningen door departementen, andere overheden en zelfstandige bestuursorganen ook gebruikt worden ten behoeve van een verbetering van dienstverlening en bedrijfsvoering. Om die regie in te bedden wordt structureel overleg gevoerd tussen de betrokken overheden.

• In de Verklaring tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen over lastenreductie en verbetering van dienstverlening zijn concrete afspraken gemaakt over wat wanneer klaar en ingevoerd is. Prioriteiten hierbij zijn achtereenvolgens de realisatie van basisvoorzieningen, de aansluiting op deze basisvoorzieningen en de toepassing daarvan in dienstverleningsproducten. Samen met VNG, IPO en de UvW zijn de i-teams in het leven geroepen die overheidsorganisaties helpen bij voorbereiding van de invoering van de basisvoorzieningen en het elektronisch maken van hun dienstverlening.

• In samenwerking met VNG en IPO wordt binnen de programma’s Elektronische Gemeenten (EGEM) en e-Provincies gewerkt aan verbetering van de gemeentelijke en provinciale dienstverlening.

• Bij de uitvoering van de activiteiten vindt afstemming plaats over Europese en mondiale ontwikkelingen.

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 200520062007
1. Percentage van totale dienstverlening dat elektronisch uitvoerbaar isBasiswaarde: 55% (2005)55%60%65%
Bron: Overheids.nl Monitor (www.advies.overheid.nl)   
2. Vermindering van de administratieve lastenBasiswaarde: 0% (2002)7% 25%
Bron: Voortgangsrapportage AL   
3. Het aantal provincies/gemeenten dat ten minste één relevante categorie vergunningen integraal op internet ontsluitBasiswaarde: 2/11 (2005)2/118/5012/100
Bron: Overheids.nl Monitor (www.advies.overheid.nl)   

Operationele doestelling 7.3

Optimaliseren en instandhouden van bestaande overheidsbrede ICT-voorzieningen, alsmede het gebruik hiervan bevorderen.

Motivering

De overheid moet zorgen dat de toegang tot haar informatie, het behoud van de aanwezige kennis en de veiligheid van de aangeboden voorzieningen altijd kan worden gewaarborgd.

Instrumenten/activiteiten

Naast (verder) te ontwikkelen ICT-voorzieningen, is er ook een aantal voorzieningen, die tot stand zijn gebracht in het kader van het inmiddels afgeronde actieprogramma Elektronische Overheid9. Deze hebben inmiddels een structurele organisatorische inbedding bij de rijksoverheid gekregen, gefaciliteerd door de stichting ICTU en de Gemeenschappelijke Beheerorganisatie (GBO). Deze programma’s en het GBO zijn van groot belang voor de toegankelijkheid van overheidsinformatie, kennisuitwisseling en het waarborgen van de veiligheid van de aangeboden voorzieningen die deel uitmaken van de e-overheid. De voorzieningen zullen structureel beheerd en in stand gehouden worden. Het streven is hierbij om de prestaties te optimaliseren en het gebruik te bevorderen. De volgende voorzieningen zijn opgenomen in het GBO:

• GOVCERT.nl, het Computer Emergency Response Team van de Nederlandse overheid. Dit team ondersteunt de overheid bij preventie en afhandeling van ICT-gerelateerde veiligheidsincidenten.

• PKI-overheid, de Public Key Infrastructure die ontworpen is voor betrouwbare elektronische communicatie binnen en met de Nederlandse overheid.

• OverheidsTransactiePoort (OTP), deze maakt onderdeel uit van de te realiseren gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsinfrastructuur. Verder geeft GBO invulling aan het programma van Eisen zoals dat is opgesteld in het kader van het GEIN project (Generieke Infrastructuur voor de uitwisseling van informatie tussen overheid en bedrijven). Het GEIN-project wordt onder regie van de minister van Economische Zaken uitgevoerd.

• DigiD; overheidsinstellingen kunnen met de DigiD de identiteit verifiëren van de klanten die gebruik maken van haar elektronische diensten.

• Overheids Open standaarden, wat het gebruik van zo veel mogelijk (open) standaarden voor de gegevensuitwisseling tussen overheden, burgers en bedrijven bevorderd waardoor gegevens door meerdere partijen kunnen worden gebruikt.

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 20052006
1. Overheid.nl77
2. Het kenniscentrum e-overheid77
3. GOVCERT.nl77
4. Policy Authority PKI77
Basiswaarde voor alle bovenstaande gegevens is 7 in 2004  

Voor de programma’s Overheid.nl, Kenniscentrum e-overheid, GOVCERT.nl en de Policy Authority PKI is een kwaliteitsindex ontwikkeld waarbij – onder andere – gebruik en klanttevredenheid worden gemeten. Het streven is voor elk van deze voorzieningen een constant kwaliteitsniveau te realiseren van tenminste 7 op een schaal van 10. Dit streven wordt als voldoende ambitieus beschouwd omdat de wensen en eisen van gebruikers en het aantal en de vorm van de te leveren diensten jaarlijks toenemen. Het realiseren van een 7 op een schaal van 10 geeft een kwaliteitsverbetering weer.

Operationele doelstelling 7.4

Het instandhouden en optimaliseren van de reisdocumentketen en het stelsel van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) zoals neergelegd in de Paspoortwet en de wet GBA.

Motivering

De reisdocumentenketen en het stelsel van de GBA hebben een belangrijke maatschappelijke functie. De reisdocumentenketen voorziet in paspoorten en identiteitskaarten voor identificatie in het maatschappelijk verkeer en bij grensoverschrijding. De GBA legt persoonsgegevens van ingezetenen vast en stelt deze beschikbaar aan gebruikers die deze nodig hebben voor het uitvoeren van hun wettelijke taak. De uitvoering hiervan ligt bij de baten- en lastendienst Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR). In 2007 ligt de nadruk op het implementeren en grotendeels afronden van twee grote projecten.

Instrumenten/activiteiten

• De modernisering van de GBA heeft als doel om beter aan te sluiten bij de wensen van gebruikers en de ontwikkeling van de GBA tot de basisregistratie voor authentieke persoonsgegevens10 In 2007 wordt gestart met de implementatie van de GBA als basisregistratie bij gemeenten in samenwerking met de I-teams. Rijk en gemeenten hebben een akkoord bereikt over de realisatie van een compleet burgerzakensysteem dat goed aansluit op de gemeentelijke gegevens- en applicatiehuishouding11 Op 1 juli 2007 is er een standaard GBA database beschikbaar inclusief de benodigde specificaties voor de overige onderdelen van het nieuwe burgerzakensysteem dat naar alle gemeenten kan worden uitgerold.

• Het reisdocumentenprogramma heeft als belangrijkste doel het invoeren van de elektronische reisdocumenten. In 2007 wordt de invoering van de vingerafdruk op de reisdocumenten voorbereid. Daarnaast wordt er een opzet uitgewerkt van een centrale reisdocumentenadministratie (CRA) met de aanpassing van de relevante wetgeving12

• Jaarlijks groeit het aantal vermiste en gestolen reisdocumenten (zie brief over productie-, aanvraag en uitgifteproces Nederlandse reisdocumenten, Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, kamerstukken 25 764). Een aanpak wordt ontwikkeld om misbruik van reisdocumenten waar mogelijk te voorkomen en aan te pakken. Deze aanpak moet leiden tot een aantal maatregelen. Als eerste wordt de circulaire inzake de weigeringsgronden voor een nieuw paspoort bij vermoeden van misbruik aangescherpt. Daarnaast wordt een pilot gestart om na te gaan hoe de ketenaanpak (gemeente – politie – justitie) bij veelvermissers kan worden versterkt. De bedoeling is dat na de pilot hierover afspraken op bestuurlijk niveau worden gemaakt. Verder worden de relevante informatiesystemen verbeterd.

• Er wordt een nieuwe systematiek voor de GBA-audit ontwikkeld. Met betrokkenheid van de gemeenten worden daarvoor kwaliteitscriteria opgesteld.

• Tot de reguliere activiteiten van BPR behoort het beheer van de GBA, de beheervoorziening voor het Burger Service Nummer (BSN) en de reisdocumentenketen bij een kostendekkende exploitatie. Het ministerie van BZK is de opdrachtgever van BPR voor deze taken.

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 2005200620072008200920102011
1. Percentage van de gemeenten dat in één keer slaagt voor GBA-audit (Basiswaarde is 33% in 2004; streefwaarde is 65%).61%65%65%65%65%65%65%

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

OnderwerpDoelstellingStartAfgerond
Beleidsdoorlichting   
• Stelsel van reisdocumenten en GBA7.420092009
    
Effectenonderzoek ex-post   
• Monitor elektronische dienstverlening7.220072008
• Monitor dienstverlening op basis van eenmalige gegevensverstrekking7.220072008
• Voortgang reductie administratieve lasten7.220072008
    
Overige evaluatieonderzoeken   
• E-overheid voortgangsrapportage7.220072007
• Kwaliteitsmeting beheerprogramma’s7.320072008
• Evaluatie prijsbevriezing NIK7.420072007

10. Arbeidszaken overheid

Algemene beleidsdoelstelling 10

Ervoor zorgen dat de inzet van arbeid in de publieke sector bijdraagt aan meer legitimiteit en betere prestaties van overheidsorganisaties

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het streven naar betere prestaties van overheidsorganisaties moet direct merkbaar zijn voor de burgers in de zin van voldoende handen aan het bed, voldoende gediplomeerde leraren/onderwijzers voor de klas en dergelijke. Aandacht voor en beleid ten aanzien van arbeidsvoorwaardenvorming en arbeidsmarkt draagt daaraan bij. Door gericht maatschappelijke verantwoordingsinformatie beschikbaar te stellen wordt beoogd de legitimiteit van het overheidshandelen te vergroten. De kwaliteit van de bedrijfsvoering van overheidsorganisaties draagt bij aan zowel betere publieke prestaties als aan het vergroten van de legitimiteit.

Verantwoordelijkheid van de minister

De minister is verantwoordelijk voor:

• het vaststellen van de arbeidsvoorwaardelijke ruimte;

• het formuleren van speerpunten bij de arbeidsvoorwaardenvorming;

• het onderhouden van het betreffende systeem/overlegstelsel binnen de openbare sector;

• voor het bevorderen van integriteit en transparantie binnen de openbare sector;

• het beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel tegen verantwoorde loonkosten.

Succesfactoren

Behalen van deze algemene doelstelling hangt af van:

• Loonontwikkeling in de markt

• Startkwalificaties werkzoekenden

• De mate waarin verantwoordings- en toezichtslast een negatieve invloed heeft op de ruimte voor professionals/uitvoering van de primaire taak

• Imago ontwikkeling als gevolg van politiek/media

• Commitment binnen de publieke sector om zich te verbeteren

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
Artikel 10: Arbeidszaken overheid2005200620072008200920102011
Verplichtingen62 97865 938112 186100 01289 40755 07255 071
        
Totale uitgaven62 20265 695112 186100 01289 40755 07255 071
10.1 apparaat11 05911 0639 32310 43310 43110 43010 429
        
Programma-uitgaven  102 86389 57978 97644 64244 642
waarvan juridisch verplicht  100 00979 42068 54934 08934 089
        
10.5 uitkeringsregelingen40 28044 56494 38377 98567 36932 90932 909
waarvan juridisch verplicht  94 383    
        
10.6 randvoorwaarden sectoren/overheid10 86310 06800000
        
10.7vergroten aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever 06 1676 5626 5756 7016 701
waarvan juridisch verplicht  5 261    
        
10.8 verbeteren kwaliteitdienstverlening 07331 8571 8571 8571 857
waarvan juridisch verplicht  65    
        
10.9 verbeteren kwaliteitbedrijfsvoering 01 5803 1753 1753 1753 175
waarvan juridisch verplicht  300    
        
Ontvangsten1 5391 299619619619619619

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 10.5

Uitvoeren van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen en het uitvoeren van een tijdelijke maatregel waarbij het koopkrachtverlies – dat ontstaan is door het afbouwen of afkopen van de tegemoetkoming in de ziektekosten van gepensioneerden van 65 jaar en ouder – geleidelijker en evenwichtiger wordt.

Motivering

De verantwoordelijkheid voor de pensioenen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen liggen van oudsher bij het ministerie van BZK. Het gaat hierbij om de verantwoordelijkheid voor het onderhoud en het beheer van de regelingen en het adequaat uitbetalen van de uitkeringen. Het uitkeren van de pensioenen zelf is uitbesteed aan de hiervoor opgerichte Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP).


Met de inwerkingtreding van de zorgverzekeringswet (Zvw) is het onderscheid tussen ziekenfonds en particulierverzekerden komen te vervallen. Daarmee verviel voor het kabinet en de sociale partners de ratio om gepensioneerde ambtenaren tegemoet te komen in de ziektekosten. De regelingen werden afgekocht of afgebouwd. De Tweede Kamer en het kabinet zijn van mening dat de afbouw geleidelijker en evenwichtiger vorm gegeven moet worden. Daartoe wordt een afbouwtraject vormgegeven dat tot doel heeft de inkomenseffecten geleidelijker en evenwichtiger te laten optreden13.

Instrumenten/activiteiten

• Inhoudelijke en beleidsmatige ondersteuning van de SAIP.

• Het beschikbaar stellen van voldoende middelen voor het kunnen uitvoeren van de betreffende werkzaamheden en voor het kunnen uitbetalen van de uitkeringen.

• Een tijdelijke compensatiemaatregel voor inkomenseffecten als gevolg van de afbouw of afkoop van de tegemoetkoming in de ziektekosten voor 65 plussers.

Operationele doelstelling 10.7

Het bevorderen dat de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever (arbeidsinhoud, primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, imago), de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie worden vergroot om voldoende aanbod van goed gekwalificeerd overheidspersoneel te genereren. Dit alles met de nadrukkelijke in achtname van de noodzaak tot kostenbeheersing.

Motivering

De toenemende arbeidsmarktkrapte mede als gevolg van de vergrijzing zal mogelijk op vrij korte termijn leiden tot productieproblemen of beter gezegd een overheid die haar taken niet meer kan vervullen. De openbare sector is van oudsher zeer arbeidsintensief. Door de toenemende vraag naar kwalitatief hoogwaardige diensten en de nog steeds te beperkte productiviteitswinst door ICT e.d. is een gericht arbeidsmarktbeleid noodzakelijk om de dreigende problemen op te lossen. Samengevat dient er daarom beleid te worden ontwikkeld om de volgende problemen op te lossen.

1. Dreigende tekorten op de arbeidsmarkt.

2. Tekortkomingen in kwalitatieve zin van het personeel binnen de openbare sector.

Instrumenten/activiteiten

A) Bevorderen van de aanwezigheid van voldoende en gekwalificeerd personeel

• Specifieke knelpunten signaleren (arbeidsmarktbeleid)

• Sectoren stimuleren om arbeidsvoorwaardenpakket aantrekkelijk/prikkelend te maken

• Sectoren stimuleren om arbeidsuitval tegen te gaan

• Sectoren stimuleren om arbeidsproductiviteit te vergroten

B) Bevorderen van kostenbeheersing/beperking

• Bevorderen van een gematigde loonontwikkeling

• Bevorderen van de betaalbaarheid van pensioenen

• Beperking van arbeidsuitval door ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en vervroegde uittreding zoveel mogelijk te verminderen

• Bevorderen van de reductie van ondoelmatigheid (bijvoorbeeld reductie van overhead binnen de openbare sector).


Voor het onder A en B gestelde worden onder meer de volgende acties uitgevoerd:

• sturen op de toedeling van arbeidsvoorwaardenruimte;

• formuleren van speerpunten/prioriteiten;

• overreding vaak via bestuurlijk overleg;

• waarneming gedurende CAO-overleggen;

• bevorderen van afstemming tussen sectoren (o.a. door subsidiering Verbond Sectorwerkgevers Overheid (SVO));

• in stand houden van een adequaat overlegstelsel (o.a. door subsidiering SVO en CAOP);

• ontwikkelingen in de openbare sector inzichtelijk maken op sectoraal niveau (onder meer via de Trendnota Arbeidszaken Overheid);

• tevens daarbij signaleren van ondoelmatigheden.

Meetbare gegevens/kengetallen

Kengetallen
 2005200620072008200920102011
1. Percentage uitstroom naar inactiviteit in groep 50+ werknemers12776665
Bron: UWV, VUT-fonds, Kerngegevens Overheid       
Driejarig gemiddelde afwijking loonontwikkeling overheid ten opzichte van de markt in procenten;– 0.3– 0.4– 0.10000
Bron: CPB       
3. Verhouding actieven/inactieven. Indexcijfer ontwikkeling verhouding inactieven (arbeidsongeschikt, ziek, werkeloos)100959186817671
Bron: Kerngegevens, UWV       

Operationele doelstelling 10.8

Het bevorderen van klantoriëntatie, integriteit en transparantie van publieke diensten ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening door overheidsorganisaties

Motivering

De legitimiteit van de overheid is de afgelopen jaren zo sterk onder druk komen te staan dat naast impulsen ter versterking van de democratische legitimering ook de organisaties binnen de openbare sector zelf actief moeten meewerken aan het herstel van dit vertrouwen. Er dient daarom beleid te worden ontwikkeld om de volgende problemen op te lossen.

1. Niet integer handelen

2. Geringe transparantie en rekenschap in de bedrijfsvoering.

Instrumenten/activiteiten

C) Bevorderen van klantoriëntatie

• Bevorderen van het gebruik van kwaliteitshandvesten

• Bevorderen van het gebruik van klanttevredenheidsonderzoek (waaronder mystery guests)

D) Bevorderen van integriteit binnen de openbare sector

• Bevorderen van het gebruik van integriteitsprotocollen

• Bevorderen van het gebruik van integriteitsscans

E) Bevorderen van transparantie

• Bevorderen van het gebruik van kwaliteitshandvesten (zie ook onder bevorderen van klantoriëntatie)

• Bevorderen van het gebruik van integriteitsprotocollen (zie ook onder bevorderen integriteit)

• Bevorderen codificatie van organisaties binnen de openbare sector

• Bevorderen openbaarheid topinkomens


Voor het onder C, D en E gestelde worden onder meer de volgende meer concrete acties uitgevoerd.

• Beschikbaar stellen van diverse laagdrempelige analyse-instrumenten

• Beschikbaar stellen van voorbeelden (modellen/codes/protocollen, best practices e.d.)

• Kennis en informatieoverdracht (leergang governance, benchmarkgaming, diverse internetsite’s, leerplatforms)

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 200620072008200920102011
1. Percentage van het aantal organisaties in de publieke sector dat haar klanttevredenheid meet15%20%25%30%40%55%
2. Percentage van het aantal organisaties in de publieke sector dat kwaliteitshandvesten gebruikt1%6%11%16%26%41%
3. Percentage van het aantal organisaties in het openbaar bestuur + politie dat integriteitschendingen registreert5%15%25%35%45%55%
4. Percentage van het aantal organisaties in de publieke sector (cf WOPT) dat melding maakt over topinkomens50%70%75%80%85%85%

Operationele doelstelling 10.9

Het bevorderen van leiderschap en leervermogen ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van de bedrijfsvoering binnen overheidsorganisaties.

Motivering

De openbare sector heeft door het ontbreken van een marktmechanisme een aantal kenmerken, zoals beperkte omgevingsgerichtheid, risicomijding en een beperkt evaluatief en innovatief vermogen, die continue om aandacht vragen

Instrumenten/activiteiten

F) Bevorderen van de ontvankelijkheid voor leren

• Bevorderen van benchmarken

• Bevorderen van het gebruik van onder meer:

a. Klanttevredenheidsonderzoek

b. Medewerkerstevredenheidsonderzoek

c. Stakeholderstevredenheidsonderzoek

• Bevorderen van het gebruik van best-practices

G) Bevorderen van leiderschap

• Bevorderen van het gebruik van best-practices


Voor het onder F en G gestelde worden onder meer de volgende meer concrete acties uitgevoerd.

• Beschikbaar stellen van diverse laagdrempelige analyse-instrumenten

• Beschikbaar stellen van voorbeelden (modellen, best practices e.d)

• Kennis en informatieoverdracht (leergang governance, diverse internetsite’s, leerplatforms)

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 200620072008200920102011
1. Percentage van het aantal organisaties in de publieke sector dat benchmarkt5%7%9%11%15%21%
2. Percentage van het aantal organisaties in de publieke sector dat haar medewerkerstevredenheid meet10%15%20%25%35%50%

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

OnderwerpDoelstellingStartAfgerond
Beleidsdoorlichting   
• Uitvoeren van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.10.520072007
• Het bevorderen van klantoriëntatie, integriteit en transparantievan publieke diensten ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening door overheidsorganisaties10.820082008
    
Effectenonderzoek ex-postGeen NvtNvt
    
Overige evaluatieonderzoeken   
• Sectorenmodel10.720082008
• Wijziging van de Ambtenarenwet (integriteit)10.720082008
• Subsidie CAOP10.720082008

11. Kwaliteit Rijksdienst

Algemene beleidsdoelstelling 11

Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel, het management en de organisatie van het Rijk en de informatievoorziening binnen het Rijk.


Het gaat om het zodanig verbeteren van de kwaliteit van de inrichting en werking van het Rijk, dat het door het kabinet gewenste presterend vermogen van het Rijk ten behoeve van de maatschappij wordt gerealiseerd.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

De verbetering van de inrichting en werking van de Rijksoverheid is een belangrijk aandachtspunt van het kabinet, en vormt één van de pijlers van het programma Andere Overheid. Deze verbetering is geen doel op zich, maar moet te merken zijn in de prestaties van het Rijk voor burger en samenleving. Deze verbetering vergt onder meer maatregelen in de sfeer van personeelsbeleid, management development, organisatiebeleid en informatievoorziening. Algemene noemer voor de activiteiten op dit vlak is «Het Rijk als Concern». Door meer als één organisatie op te treden kan het Rijk zijn presterend vermogen vergroten, maar ook kosten besparen.


Onder de noemer «Concern Rijk» wordt in 2007 gewerkt aan onder meer de implementatie van de nieuwe geharmoniseerde arbeidsvoorwaardenregelgeving, aan de implementatie van de kaderwet ZBO’s, en aan de verdere uitbouw van interdepartementale samenwerking op het vlak van bedrijfsvoering, zoals de realisatie van Rijksweb en P-Direkt.

Verantwoordelijkheid van de minister

De minister van BZK is verantwoordelijk voor:

• Het Rijksbrede personeelsbeleid van de sector; de Minister is sectorwerkgever.

• Kaderstelling voor subwerkgevers binnen de sector inzake het personeelsbeleid.

• De primaire arbeidsvoorwaarden van de sector Rijk.


De minister voor BVK is verantwoordelijk voor:

• Het organisatie- en informatiebeleid van de rijksoverheid.

• Het stellen van kaders voor de (vak)ministers opdat zij hun eigen verantwoordelijkheid inzake de goede inrichting en werking van hun organisatie, inclusief de daaraan gelieerde inspecties, uitvoeringsorganisaties en adviescolleges, kunnen invullen.

• Het ontwikkelen en beheren van Rijksbrede voorzieningen op gebied van personeelszorg (bijvoorbeeld P-Direkt), organisatie en informatie (bijvoorbeeld Rijksweb)

Succesfactoren

Behalen van deze doelstellingen hangt af van:

• Het draagvlak bij het management en bij de medewerkers van de Rijksoverheid.

• De steun en instemming van de centrales van overheidspersoneel voor het personeelsbeleid.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
Artikel 11: Kwaliteitrijksdienst2005200620072008200920102011
Verplichtingen113 438136 20957 18745 28645 30745 36145 520
* Garantieverplichtingen 801704635538460404
        
Uitgaven102 796134 85957 18745 28645 30745 36145 520
11.1 apparaat14 07513 54712 87110 14610 32010 31610 315
        
Programma-uitgaven  44 31635 14034 98735 04535 205
waarvan juridisch verplicht  24 46219 98219 66118 95518 805
        
11.2 professioneel topmanagement3 5265 20214 09213 92013 57713 57713 577
waarvan juridisch verplicht  12 187    
        
11.5 garantieregelingen0000000
        
11.6 goed functionerend personeel47 37883 48915 04013 14213 98914 04714 207
waarvan juridisch verplicht  3 878    
        
11.7 goed functionerende organisatie4213 3081 217992335335335
waarvan juridisch verplicht  65    
        
11.8 goed functionerende informatie voorziening en HRM-functie37 39629 31300000
* Bijdrage baten-lastendiensten P-Direkt (6 359)(4 926)(2 412)(–)(–)(–)
        
11.9 kwaliteit informatievoorzieningRijk 06 5676 5676 5676 5676 567
waarvan juridisch verplicht  6 032    
11.10 bevorderen kwaliteitHRM-functie 07 400519519519519
waarvan juridisch verplicht  2 300    
        
Ontvangsten1 647767367367367367367

Toelichting: De garantieverplichtingen worden toegelicht onder operationele doelstelling 11.5, de uitvoering van de Garantieregelingen.

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 11.2

Het bevorderen van de kwaliteit van het management van het Rijk


Het Rijk beschikt nu en in de toekomst over kwalitatief topmanagement, dat vorm en inhoud geeft aan de invulling van de taken en opdrachten waar het rijk voor staat ten behoeve van het oplossen van de maatschappelijke vraagstukken.

Motivering

Voor de hedendaagse en toekomstige maatschappelijke vraagstukken dienen op goede en efficiënte wijze oplossingen worden aangedragen en uitgevoerd. Eén van de sleutels ligt in kwaliteit van het management, herkenbaar leiderschap en flexibele inzet van personeel. Het management schept kaders, heeft invloed op de werkwijze en resultaten en zijn in persoon belangrijke cultuurdragers. Het voeren van management development (MD) voor het concern Rijk is daarom van wezenlijk belang voor het slagen van de veranderwensen van de omgeving en het effectief functioneren van het Rijk ten behoeve van de maatschappij.


Door een intensieve rijksbrede samenwerking en goede taakverdeling komt MD binnen de rijksdienst tot wasdom. Dit creëert een situatie waarin het Rijk ook in de toekomst kan blijven beschikken over kwalitatief goed management dat uitvoering geeft aan het door het kabinet gewenste beleid. Professioneel MD investeert ook in 2007, vanuit de behoefte van de organisatie, in het concernbrede inzicht op talent en levert specifieke ontwikkeltrajecten voor managers waardoor de selectie voor en de opvolging op cruciale posities in het Rijk gewaarborgd is.

Instrumenten/activiteiten

• Realiseren van de ABD-schouw 2007 en daarmee, in het licht van organisatie ontwikkelingen, beter zicht krijgen op de behoefte aan managers in de rijksdienst en de kwaliteit en het ontwikkelpotentieel van managers waardoor strategische planning mogelijk wordt.

• Professionaliseren van MD-beleid op centraal en decentraal niveau en samenwerking met onder andere de Hoge Colleges van Staat, de gemeentes Den Haag, Amsterdam en Rotterdam, een aantal ZBO’s en internationale equivalenten van het Bureau Algemene Bestuurs Dienst (BABD).

• Invulling geven aan de rol van werkgever voor de topmanagementgroep ten aanzien van benoeming, beloning en ontslag.

• Adviseren in vacaturevervulling van ABD-functies, waarbij inzichten uit de ABD-schouw als belangrijk uitgangspunt dienen.

• Realiseren van ABD-Interim opdrachten door ABD-leden, wat bijdraagt aan flexibilisering, de terugdringing van externe inhuur en het behouden van kennis binnen de rijksdienst.

• Coördineren en bevorderen van de plaatsing van Nederlanders op (top)posities in de Europese Instellingen.

• Adviseren over en aanbieden van ontwikkelactiviteiten voor de ABD doelgroep, zoals loopbaanbegeleiding, opleiding, coaching, Intercollegiale Consultatie (ICC), ontwikkel-, thema- en netwerkbijeenkomsten.

• Uitvoering geven aan de strategische keuzes in het licht van de hervormingen van de Rijksoverheid.

• Uitvoeren van het diversiteits- en «verzilverings»beleid.

• Uitvoeren van het Kandidatenprogramma; waarmee managementtalent wordt ontwikkeld naar ABD-niveau.

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicator
 Basiswaarde (2002)Streefwaarde (2007)
Herkomst benoemingen: verhouding ABD/overig rijk/markt.6 : 3 : 16 : 3 : 1

Operationele doelstelling 11.5

De uitvoering van de Garantieregelingen

Motivering

In 1974 heeft de toenmalige minister van Binnenlandse zaken de mogelijkheid geschapen om een hypotheekgarantie te verlenen. Voor het burgerlijk rijkspersoneel is deze met ingang van 8 december 1990 ingetrokken, zodat deze regeling in principe geen uitvoeringskosten meer met zich meebrengt. Wel is er sprake van een theoretisch risico op toegekende garanties. Daarom wordt de voortgang van de aflossingen van de hypotheken en het uitstaan nog gevolgd. Aangenomen wordt dat, indien niet aan een aflossingsverplichting wordt voldaan, de opbrengst van gedwongen verkoop voldoende is om de resterende schuld te voldoen. Daarom wordt € 0,7 miljoen als totaal theoretisch risico beschouwd per 1 januari 2007.

Operationele doelstelling 11.6

Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel van het Rijk

Motivering

Voor zijn dienstverlening aan burger en politiek dient het Rijk steeds te beschikken over hoogwaardig en flexibel inzetbaar personeel. Daarvoor zijn moderne arbeidsvoorwaarden en een toekomstbestendig personeelsbeleid nodig. Daarbij is ook van belang dat het Rijk een beleid voert dat op onderdelen als integriteit, arbeidsongeschiktheid en diversiteit als voorbeeld kan dienen voor andere werkgevers.

Instrumenten/activiteiten

Moderne arbeidsvoorwaarden

• In 2007 rondt BZK het overleg af met de Centrales van Overheidspersoneel over een nieuwe Arbeidsvoorwaardenregeling Rijkspersoneel. Deze regeling is van belang om blokkades voor interdepartementale mobiliteit weg te nemen, concurrentie tussen ministeries te voorkomen en interne administratieve lastendruk te reduceren.

• In 2007 past BZK de bovenwettelijke uitkeringsregelingen aan de gewijzigde Werkloosheidswet.

• De sector Rijk zal zich voorbereiden op de verdere normalisering van de arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden.

Toekomstbestendig personeelsbeleid

• Met het oog op toekomstige arbeidsmarktkrapte zal het Rijk verder investeren in duurzame en flexibele inzetbaarheid van het zittende personeel. Het Rijk streeft daarbij onder meer naar inperking van de te vaak lange functieverblijfsduur (meer dan 15 jaar). In overleg met de Centrales van Overheidspersoneel werkt BZK hiervoor maatregelen uit. In 2007 geeft BZK uitvoering aan het in 2006 te sluiten Arbeidsmarktconvenant, met afspraken over het te voeren loopbaanbeleid als kernthema.

• Op het terrein van integriteit zal de nadruk vooral liggen op cultuuraspecten. Het in 2006 ontwikkelde instrument om integriteitsschendingen te registreren zal in 2007 in gebruik worden genomen.

• Op het terrein van Arbeidsomstandigheden implementeert het Rijk het met de Centrales van Overheidspersoneel gesloten «Arboplus-convenant».

• In interdepartementaal verband wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een geïntegreerd diversiteitbeleid, zodat doelstellingen voor de verschillende doelgroepen op elkaar afgestemd zijn en herkenbaar bijdragen aan de doelstellingen van de organisaties.

• Op basis van de beleidsevaluatie uit 2006 van het beleid gericht op terugdringing van externe inhuur zal BZK zonodig aanvullende maatregelen ontwikkelen.

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 200520062007
1. Percentage allochtonen    
Basisjaar 2005    
Basiswaarde: 9,3%   
Meeteenheid: Percentage allochtone medewerkers9,3%11%13%
Bron: Sociaal Jaarverslag van het Rijk 2005, 2006, 2007   
2. Ziekteverzuim5,8%5,5%5,2%
Basisjaar 2005   
Basiswaarde 5,8%   
Meeteenheid: Percentage medewerkers dat ziek is geweest   
Bron: Sociaal Jaarverslag van het Rijk 2007   
3. Vrouwen in hogere functies   
Basisjaar: 2005   
• Meeteenheid: percentage vrouwen in schaal 11–1429%31%34%
• Meeteenheid: percentage vrouwen in schaal 15 en hoger17%19%21%
Bron: Tweejaarlijkse Monitor Personeels en mobiliteitsonderzoek   
4. Gehouden functioneringsgesprekken67,4%70%75%
Basisjaar: 2005   
Basiswaarde: 67,4%   
Meeteenheid: Percentage medewerkers dat een Functioneringsgesprek heeft gehad.    
Bron: Sociaal Jaarverslag van het Rijk 2005, 2006, 2007   
5. Baantevredenheid (kengetal)  80%
Basiswaarde nog onbekend.   
Basisjaar = 2006.   
Meeteenheid: Percentage medewerkers dat tevreden is met hun baan   
Bron: Tweejaarlijkse Monitor Personeels en mobiliteitsonderzoek   
6. Werkgeverstevredenheid  60%
Basiswaarde nog onbekend   
Basisjaar 2006   
Meeteenheid: percentage medewerkers dat tevreden is met hun werkgever.   
Bron: Tweejaarlijkse Monitor Personeels en mobiliteitsonderzoek   

De indicatoren geven aan of het Rijk een toekomstbestendig personeelsbeleid voert. Bovengenoemde streefwaarden zijn extrapolaties op basis van tijdreeksen. Met extra maatregelen en inspanningen zijn deze cijfers omhoog te krijgen (tevredenheid, aandeel allochtonen, vrouwen) of omlaag (ziekteverzuim).

In een aantal gevallen wordt 2006 het nieuwe basisjaar omdat de opzet van het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek is verbeterd, waarbij de definities zijn aangepast en niet meer vergelijkbaar met het verleden.

Operationele doelstelling 11.7

Het bevorderen van de kwaliteit van de organisatie van het Rijk

Motivering

Het kabinet heeft zich als doel gesteld om de toezichtlast te verminderen en de dienstverlening aan burgers en bedrijven zo goed mogelijk te maken. Wat betreft het adviesstelsel zet het kabinet in op een grotere transparantie en flexibele inrichting om beter gebruik te maken van de kennis van de adviescolleges. Maatschappelijke sectoroverstijgende vraagstukken worden beter onderzocht. Daarnaast worden (departementale) topstructuren transparanter gemaakt. Tenslotte wordt een goede en kostenbewuste bedrijfsvoering bij het Rijk nagestreefd. De genoemde vraagstukken hebben alle te maken met een goede inrichting en werking van de rijksoverheid.

Instrumenten/activiteiten

BZK implementeert de actiepunten uit de Kaderstellende Visie op Toezicht en adviseert daartoe ministeries en hun toezichthouders bij de ontwikkeling van hun departementale toezichtvisie en bij de ontwikkeling van strakke en heldere toezichtarrangementen. Hierbij worden de zes principes van goed toezicht (selectief, slagvaardig, samenwerkend, onafhankelijk, transparant en professioneel) geoperationaliseerd (actiepunt 1). Het kabinet wil een forse vermindering van de toezichtlast bij bedrijven en instellingen tot stand brengen door de samenwerking tussen rijksinspecties op een aantal beleidsterreinen te verbeteren (actiepunt 2). De motie Aptroot c.s.14 verwoordt de wens van de Kamer in dezen. BZK participeert in de activiteiten van het kabinet op dit terrein.


De bureaucratie in instellingen zoals ziekenhuizen en scholen wordt eveneens aangepakt. Het kabinet werkt aan de uitvoering van de motie Koopmans 15 over de vermindering van monitors en registratieverplichtingen bij instellingen. Doel is om onnodige monitor- en registratieverplichtingen te schrappen, zodat professionals meer tijd over houden voor hun eigenlijke werk.


De uitkomsten van de takenanalyse geven mede richting aan het programma van eisen voor het herontwerp van de rijksdienst. Hoe is de effectiviteit van de overheidsorganisatie zo te verbeteren dat zij zich maximaal op maatschappelijke problemen kan oriënteren? De samenleving moet ervan op aan kunnen dat de overheid maatschappelijke vraagstukken centraal stelt en niet de departementale kokers, de verschillende bestuurslagen, of regels en procedures. In september 2006 is een notitie met voorstellen aan de Tweede Kamer uitgereikt met verschillende modellen voor herontwerp van de rijksdienst. Deze kunnen leidend zijn bij de kabinetsformatie van 2007.


Op basis van het Kabinetstandpunt op het rapport Kohnstamm en de Kaderwet Zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) zijn de eisen aan de organisatorische en bestuurlijke inrichting van de publieke taken van ministeries en van de mate waarin en de wijze waarop deze taken verzelfstandigd kunnen worden aangescherpt. Hiermee moet worden bereikt dat er duidelijkheid wordt gecreëerd over de reikwijdte van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de (verzelfstandigde) publieke taken, alsmede dat voorzien is in voorwaarden voor een optimale publieke dienstverlening aan burgers en bedrijven. BZK begeleidt de ministeries bij het onderbrengen van hun ZBO’s onder de Kaderwet ZBO’s en beheert het ZBO-register.


In 2006 heeft het kabinet afspraken gemaakt over een sober en doeltreffend adviesstelsel. BZK verwerkt deze afspraken in de Kaderwet Adviescolleges en toetst voorstellen van ministeries voor het instellen van adviescolleges.


Een goede organisatorische en bestuurlijke inrichting van de topstructuur van de ministeries en van de primaire (beleids)processen is de randvoorwaarde voor een goede uitoefening van de taken waarvoor een minister verantwoordelijkheid draagt. De ministeries worden hierin ondersteund door een door BZK ontwikkeld actueel beleidskader voor de inrichting van een ministerie en een visie op de organisatie van de rijksdienst als geheel. Jaarlijks toetst BZK de departementale topstructuren aan deze kaders en rapporteert daarover via het Sociaal Jaarverslag van het Rijk aan de Tweede Kamer.


Een zo efficiënt mogelijke interdepartementale bedrijfsvoering door bedrijfsvoeringstaken, daar waar mogelijk, te bundelen en rijksbreed uit te voeren. BZK doet voorstellen om de (strategische) sturing, governance op het terrein van interdepartementale samenwerking door de politieke en ambtelijke top te versterken. Voorts reikt BZK (innovatieve) producten en diensten ter verbetering van de (organisatie)inrichting van bedrijfsvoering aan. Daarnaast treft BZK een voorziening in het laten delen van (inter)departementale relevante kennis en ervaring.

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 200620072008200920102011
1. Aantal toezichtdomeinen waarin de besluitvorming over de vorming van een front-office is afgerond.039   
Basiswaarde: 0 domeinen in 2006      
Bron: Gegevens aan te leveren door betrokken organisaties en de ministeries      
2. Het aantal strategische adviescolleges151515151515
Basiswaarde: 15 colleges in 2006       
Bron: Gegevens aan te leveren door betrokken organisaties en de ministeries      
3. Het aantal eenmalige en ad-hoc colleges101212121212
Basiswaarde: 10 colleges in 2006       
Bron: Gegevens aan te leveren door betrokken organisaties en de ministeries      
4. Aantal ministeries dat hun topstructuur met bijbehorende topformatie hebben vastgesteld in overeenstemming met BZK100%100%100%100%100%100%
Basiswaarde: 100% in 2006      
Bron: Gegevens aan te leveren door betrokken organisaties en de ministeries      

Operationele doelstelling 11.9

Het bevorderen van de kwaliteit van de informatievoorziening binnen het Rijk

Motivering

Om efficiënt, doelmatig en kwalitatief hoogwaardig te kunnen werken en de burger tegemoet te kunnen treden als «één overheid» is het voor het Rijk steeds belangrijker dat op het vlak van de informatievoorziening departements- en onderdeelsoverstijgend wordt samengewerkt. Daarnaast is het van belang dat het Rijk dienstverlenend en op een transparante manier optreedt naar burgers en bedrijven. Om dat te bereiken zijn voor het begrotingsjaar 2007 de volgende beleidsprioriteiten gesteld:

• Het organiseren en faciliteren van rijksbrede sturing op IT-aangelegenheden.

• Het ontwikkelen van en sturen op een gemeenschappelijke set van afspraken voor informatiebeveiliging.

• Het verder opbouwen van een rijksoverheidsintranet en een netwerkinfrastructuur die de interdepartementale samenwerking en interdepartementale informatie-uitwisseling ondersteunen.

• Het bevorderen dat ministeries hun informatievoorziening op een transparante manier inrichten, gebruik makend van de reeds ontwikkelde bouwstenen in het kader van de elektronische overheid en van de digitalisering van werkprocessen.

• Het bevorderen dat ministeries op een goede manier alle vormen van burgercorrespondentie afhandelen.

• Het maken van afspraken en standaards zodat uitwisselbaarheid van informatie wordt gerealiseerd tussen ministeries.

Instrumenten/activiteiten

Het opzetten van een rijksoverheidsintranet en een netwerkinfrastructuur die het interdepartementale samenwerken en de interdepartementale informatie-uitwisseling ondersteunt.

• Rijksweb: in 2005 is een programmaorganisatie ingericht die optreedt als vraagbundelaar en makelaar, die al bestaande rijksbrede applicaties en infrastructuur beheert en die nieuwe producten ontwikkelt.

• Haagse Ring: in 2005 is één netwerk gerealiseerd onder de Haagse vestigingen van de ministeries. Een zo efficiënt mogelijke benutting van de bestaande overheidsnetwerken in het gehele land wordt bevorderd, onder meer door de mogelijke koppeling van netwerken.

• Het maken van afspraken en standaards zodat uitwisselbaarheid van informatie wordt gerealiseerd tussen ministeries.

• In 2007 wordt onderzocht waar en hoe het beheer van de standaards kan worden georganiseerd.


Het bevorderen dat ministeries hun informatievoorziening op een transparante manier inrichten, op basis van een samenhangende architectuur en gebruik makend van de reeds ontwikkelde basisvoorzieningen in het kader van de elektronische overheid (E-overheid) en van de digitalisering van werkprocessen.

• Een implementatieplan voor de rijksdienst voor de diverse instrumenten die in de rijksdienst zelf toepasbaar zijn, zoals DigiD, BSN, elektronische formulieren.

• Implementatieprojecten door de ministeries.

• Kenniscentrum digitalisering


Het bevorderen dat ministeries op een goede manier alle vormen van burgercorrespondentie afhandelen.

• Interdepartementale platforms gericht op samenwerking en uitwisseling van best practices op dit terrein, o.a. via een intranetsite.

• Tracking- en tracingsysteem, generiek inzetbaar en gebaseerd op zo veel mogelijk hergebruik van reeds ontwikkelde instrumenten.


Het organiseren en faciliteren van rijksbrede sturing op IT-aangelegenheden.

• Overlegfora van plaatsvervangende secretarissen-generaal, directeuren Informatievoorziening en hun medewerkers.

• Onderzoek naar de governance van grote IT-projecten.

• Pilot gericht op het opzetten van een standaard-reviewmethodiek voor bedrijfsvoeringsprojecten (w.o. IT), de zgn. gatewayreviews.

• Aangepast Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR), een daarop gebaseerde interdepartementale baseline en acties gericht op een cultuurverandering op dit punt.

Operationele doelstelling 11.10

Het bevorderen van de kwaliteit van de Human Rersources Management (HRM)-functie van het Rijk

Motivering

In 2006 zijn de voorbereidingen gestart om alsnog, na de breuk in de contractrelatie met IBM, P-Direkt als shared service center (SSC) voor de Personeelsregistratie & Salarisadministratie te realiseren, welke heeft geleid tot een besluit van de Ministerraad over een nieuw scenario.

Instrumenten/activiteiten

• In 2007 zal een verdere versterking plaatsvinden van de Rijksbrede ontwikkel- en expertisetaken inzake HRM.

• De activiteiten ter versterking van de HRM-functie van de Ministeries gericht op de strategische kwaliteit van de HRM-adviseur zullen worden gecontinueerd.

• In vervolg op het herontwerp van het werkproces van de personeelsregistratie en salarisadministratie zal in 2007 de administratieve procesinrichting van het HRM domein interdepartementaal verder worden vereenvoudigd en geüniformeerd.

• In 2007 zal het HR – portaal met zelfbedieningsfunctionaliteiten verder ontwikkeld worden. De basis hiervan is de rijksbrede vereenvoudigde en geüniformeerde procesinrichting. De implementatie bij de ministeries van dit HR-portal (P-Direkt startpagina), de zogenoemde click-faciliteit, via een webpagina specifiek voor HR zal verder voortgang krijgen. Hiervoor zal een technische koppeling met de locale HR systemen worden gerealiseerd.

• In 2007 zal de decentrale Record Management Applicatie (RMA) voor de digitale personeelsdossiers bij een aantal ministeries verder zijn vervangen door de rijksbrede centrale RMA.

• In aanloop naar één rijksbrede salarisverwerking zal in 2007 de ministeries van Buitenlandse Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door middel van een technische koppeling worden aangesloten op het centrale salarissysteem.

• De ontwikkeling naar één SSC zal verder worden ondersteund door de mogelijke samenwerking van diverse departementale salarisbureaus en de verdere uniformering van de locale HR-systemen.

Meetbare gegevens/kengetallen

Prestatie-indicatoren
 20052006200720082009
1. Vereenvoudigde en geüniformeerde P&S processen0012  
Basiswaarde: 2005, 0     
2. SAP Portal/Zelfbediening001  
Basiswaarde: 2005, 0     
3. CRMA001  
Basiswaarde: 2005, 0     
4. Aansluiting SAP Payroll (FSC)445pm12
Basiswaarde: 2005, 4 ministeries     
Bron: Gegevens aan te leveren door de deelnemende ministeries     
5 Tevredenheid Managers met HRM-ondersteuning  60%  
Basiswaarde: 50% (2004)     
Bron: Tweejaarlijkse Monitor Personeels en Mobiliteitsonderzoek     

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

OnderwerpDoelstellingStartAfgerond
Beleidsdoorlichting   
• Onderzoek naar redenen voor verloop onder allochtonen11.620062007
• Het bevorderen van de kwaliteit van de organisatie van het Rijk.11.720092009
• Het bevorderen van de kwaliteit van de informatievoorziening binnen het Rijk. 11.920102010 
• Het bevorderen van de kwaliteit van de HRM-functie van het Rijk.11.1020102010
    
Effectenonderzoek ex-post   
• Onderzoek naar effecten Europeanisering op het werk bij het Rijk.10.620072007
• Tracking Campagne Werken bij het Rijk ter evaluatie/effectmeeting campagne.10.620062007
• Enquête Sociaal Jaarverslag10.6jaarlijksjaarlijks
• Evalueren van principes van toezicht in visie en arrangementen van ministeries en hun toezichthouders10.720062007
    
Overige evaluatieonderzoeken   
GeennvtnvtNvt

8  Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, kamerstukken 29 362, nr. 17.

9  Tweede Kamer, vergaderjaar 1998–1999, kamerstukken 26 389, nr. 1.

10  Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, kamerstukken 30 514, nr. 1 t/m 4, Wijziging van de Wet GBA in verband met de aanpassing aan de eisen die gelden voor basisregistraties

11   Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, kamerstukken 27 859, nr. 5, Brief over de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg met de VNG op 6 juli en 3 november 2005 over modernisering GBA.

12  Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, kamerstukken 25 764, nr. 29, Brief minister over centrale opslag reisdocumentgegevens.

13  Doelgroep: Gewezen ambtenaren uit de kabinetssectoren, die op 31 december 2005 65 jaar of ouder waren en die voor het jaar 2005 een tegemoetkoming in de ziektekosten (ZVO-regelingen) aanvroegen, of verzekerd waren tegen de ziektekosten bij de GVP (Geneeskundige Verzorging Politie), en in 2006 op grond van de Politie CAO in aanmerking komen voor de distorsietoeslag ziektekosten (DTZ).

14  Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, kamerstukken 29 362, nr. 77.

15  Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, kamerstukken 29 362, nr. 17.