Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

ARTIKEL 15. MEDIA

15.1 Algemene beleidsdoelstelling: waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod, bestaande uit radio, televisie, kranten en internetdiensten, dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolking

Omschrijving

Media hebben een cruciale rol in het functioneren van de democratie. Zij hebben maatschappelijke effecten die de individuele productie en consumptie ervan overstijgen. In de 21e eeuw dient mediabeleid zo min mogelijk onderscheid te maken naar technische verspreidingswijzen, echter zonder verschillen tussen afzonderlijke media en mediamarkten te ontkennen. De publieke omroep is cruciaal voor de bescherming van publieke waarden in de media: onafhankelijkheid, verscheidenheid, kwaliteit en toegankelijkheid. Burgers maken niet alleen gebruik van publieke kanalen. Daarom is het zaak deze waarden daarnaast ook te stimuleren in commerciële media en via maatschappelijk initiatief.

Media zijn cruciale dragers van informatievoorziening en meningsvorming in de democratie. Dankzij kranten, radio, televisie, internet kunnen burgers zich informeren over gebeurtenissen en standpunten. Ten tweede geven media (mede) vorm aan culturele identiteit en diversiteit. Het zijn middelen voor betekenisverlening en zingeving op diverse niveaus; internationaal, nationaal, lokaal en binnen subculturen. Ten derde dragen media bij aan individuele ontplooiing van mensen. Burgers leren een leven lang, niet alleen in het onderwijs en op het werk, maar ook via media – meestal overigens spelenderwijs terwijl zij zich ontspannen. Ten vierde dragen media bij aan economische groei.

Media hebben soms ook negatieve effecten; schadelijke effecten voor de jeugd, onzorgvuldige berichtgeving, hypes, haat zaaien en beschadiging van personen in de media en vermenging van redactionele inhoud met belangen van adverteerders en sponsors, die burgers op het verkeerde been kan zetten.

Verantwoordelijkheid van de minister

• Voorwaarden scheppen die positieve maatschappelijke effecten van media in de samenleving begunstigen en negatieve tegengaan.

• De minister van OCW is verantwoordelijk voor het geheel van het publieke omroepbestel in Nederland: wereldomroep, landelijk, regionaal en lokaal.

• De resultaatverantwoordelijkheid voor de landelijke publieke omroep is belegd bij de Nederlandse Omroep Stichting (NOS), van de regionale publieke omroep bij de provincies en van de lokale publieke omroep bij de gemeenten.

Kritische succesfactoren

• Pluriform aanbod met gebruik van diverse (digitale) media en kanalen, toegankelijk voor een breed en divers publiek.

• Concurrentie tussen distributeurs die een pluriform en betaalbaar aanbod brengen.

• Een pluriforme pers.

• Gezonde markt voor audiovisuele productie en producten.

• Maatschappelijke verantwoordelijkheid die wordt genomen door commerciële aanbieders (omroepen).

• Ontwikkelingen in het aanbod op de dagbladmarkt (bijvoorbeeld nieuwe titels zoals NRC Next)

• Multimediale ontwikkelingen van mediabedrijven.

Meetbare gegevens

Tabel 15.1
 20042005200620072008
1. Kijktijdaandeel (basiswaarde = 36% in 2004)36%35%33%33%33%
Bron: Jaarverslag Stichting Kijkonderzoek     
2. Luistertijdaandeel (basiswaarde = 29% in 2004)29%28%33%33%33%
Bron: IntomartGFK Continu Luisteronderzoek     
3. Zelfstandige dagbladconcerns (maximaal marktaandeel)   35%35%

Toelichting

1. en 2. Dit zijn de marktaandelen van de publieke televisie- en radiozenders in verhouding tot het totaal van Nederlandse televisie- en radiozenders. De percentages vanaf 2006 zijn streefwaarden.

3. Het maximeren van het marktaandeel van de dagbladconcerns heeft tot doel mediaconcentraties tegen te gaan en de pluriformiteit van de pers in stand te houden.

15.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 15.2 budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
 200620072008200920102011
Verplichtingen739 808769 107771 589766 458771 473773 538
Waarvan garantieverplichtingen
Totale uitgaven736 261759 036761 389766 458771 473773 538
       
Programma-uitgaven736 261759 036761 389766 458771 473773 538
       
Gevarieerd media-aanbod729 110748 216753 176758 239763 254767 319
• Mediawet729 110748 216753 176758 239763 254767 319
       
Evenwichtige representatie3 7403 7773 7773 7773 7773 777
• BekostigingMTNL en FunX3 7403 7773 7773 7773 7773 777
       
Electronische infrastructuur3424 1042 1482 1482 148148
• Uitvoeringskosten Zero-base342204148148148148
• Switch-over 3 9002 0002 0002 000 
       
Programmakosten overig3 0692 9392 2882 2942 2942 294
• Overige uitgaven (geen Mediawet)3 0692 9392 2882 2942 2942 294
Ontvangsten223 870212 681212 999212 999253 335175 218

Tabel 15.3 budgetflexibiliteit per operationele doelstelling (x € 1 000)
 20072008200920102011
Programma-uitgaven759 036761 389766 458771 473773 538
Totaal juridisch verplicht758 589760 994765 341770 357772 422
Totaal bestuurlijk gebonden249249967967967
Totaal niet juridisch of bestuurlijk gebonden198146150149149
      
Gevarieerd media-aanbod748 216753 176758 239763 254767 319
Waarvan juridisch verplicht748 216753 176758 239763 254767 319
      
Electronische infrastructuur4 1042 1482 1482 148148
Waarvan juridisch verplicht4 1042 1482 1482 148148
      
Evenwichtige representatie3 7773 7773 7773 7773 777
Waarvan juridisch verplicht3 777    
Waarvan bestuurlijk gebonden 3 7773 7773 7773 777
      
Programmakosten overig2 9392 2882 2942 2942 294
Waarvan juridisch verplicht2 4921 8931 1771 1781 178
Waarvan bestuurlijk gebonden249249967967967
Waarvan niet juridisch of bestuurlijk gebonden198146150149149

15.3 Operationele doelstellingen

15.3.1 Het met voldoende draagvlak op open netten aanbieden van een gevarieerd, kwalitatief hoogstaand radio-, televisie- en internetaanbod voor alle leeftijds- en bevolkingsgroepen.

Motivatie

In een overvol medialandschap is het van belang dat er onafhankelijke nieuws- en informatievoorziening is. Het kabinet kiest ervoor deze te laten verzorgen door de publieke omroep. De publieke omroep moet alle burgers kunnen bereiken via diverse platformen en zo zijn taken en functies vervullen.

De taken van de publieke omroep zijn het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van een pluriform en kwalitatief hoogstaand aanbod van programma’s voor algemene omroep op het gebied van informatie, cultuur, educatie en verstrooiing en deze in ieder geval door middel van omroepzenders te verspreiden naar alle huishoudens in het verzorgingsgebied waarvoor de programma’s zijn bestemd. Het aanbod moet toegankelijk zijn voor de gehele bevolking, bijdragen aan de ontwikkeling en verspreiding van de pluriformiteit en culturele diversiteit van Nederland, onafhankelijk zijn van commerciële en overheidsinvloeden en gericht zijn op zowel een breed en algemeen publiek als op bevolkings- en leeftijdsgroepen van verschillende omvang en samenstelling.

Instrumenten en activiteiten

• Mediawet

• AMvB over ondertiteling van programma’s

• Prestatieovereenkomst publieke omroep

• AMvB neventaken

Meetbare gegevens

Tabel 15.4
 20042005200620072008
1. Programmavoorschriften     
• Informatie en educatie (minimaal 35% voor alle omroepverenigin- gen samen) 58%35%35%35%
• Cultuur inclusief kunst (minimaal 25% voor alle omroepverenigin- gen samen ) 31%25% 25%25%
Bron: rapporten Programmavoor- schrift en Classificatie Radiopro- gramma’s     

Toelichting

1. De publieke omroepen moeten aan een aantal programmavoorschriften voldoen; deze zijn weergegeven in een percentage van de totale programmering van de omroepen. Deze percentages moeten een gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod garanderen.

15.3.2 Een evenwichtige representatie van de verschillende bevolkingsgroepen in het media-aanbod

Motivatie

In het media-aanbod moeten alle lagen van de bevolking worden bereikt. Om dat evenwicht te bereiken is soms extra inspanning nodig. Dit geldt met name voor bepaalde groepen zoals jongeren en minderheden. In het traditionele media-aanbod worden zij in mindere mate bereikt.

Instrumenten en activiteiten

• Bekostiging MTNL en FunX.

• Convenantsafspraken met vier grote gemeenten.

• Samenwerking FunX en landelijke publieke omroep.

• Prestatieovereenkomst publieke omroep.

• Toezien op naleving programmavoorschrift en ontwikkeling meetinstrumenten voor diversiteit.

Meetbare gegevens

Tabel 15.5
 20042005200620072008
1. Percentage minderhedenprogrammering TV (minimum 20% programmeringNPS) 23%20%20%20%
Bron: rapport Programmavoorschrift     
2. Percentage minderhedenprogrammering (minimum 25% programmeringNPS)radio 24%25%25%25%
Bron: rapport Classificatie Radio- programma’s.     

Toelichting

De programmering van de NPS moet minimaal voor bovengenoemde percentages bestaan uit minderhedenprogramma’s voor TV en radio om het media-aanbod toegankelijk te maken voor alle lagen van de bevolking.

15.3.3 Instandhouden van de pluriformiteit van de pers, in het bijzonder van de dag- en nieuwsbladen en opinietijdschriften

Motivatie

De zorg van de overheid voor de pluriformiteit van het medialandschap strekt zich ook uit tot de pers. De afgelopen jaren is hier sprake van toenemende concentratie van aanbieders en titels. Om ook op dit terrein de pluriformiteit te waarborgen, met het oog op het belang voor de democratie, gaat de zorg vooral uit naar de dag- en nieuwsbladen en opinietijdschriften.

Instrumenten

• Financiële steun aan persorganen, die vallen binnen de werkingssfeer van het Bedrijfsfonds voor de Pers (BvdP) (artikel 129 van de Mediawet).

• Stimuleringsregeling ten behoeve van minderheden in ons land en de Regeling voor journalistieke informatieproducten via het internet (BvdP).

• Pluriformiteitstoets mediaconcentraties (CvdM en NMa). De NMa (of de Europese Commissie bij grensoverschrijdende concentraties) blijft voorgenomen concentraties op basis van het generieke concentratietoezicht toetsen. Bij de behandeling van een aangemelde mediaconcentratie zal de NMa een advies vragen aan het Commissariaat voor de Media over de gevolgen van de betreffende concentratie voor de pluriformiteit. Op basis van dat advies zal de NMa besluiten of de concentratie al dan niet is toegestaan, op grond van de voorgestelde wettelijke regeling.

Meetbare gegevens

Tabel 15.6
 2004200520062007
1. Aantal redactioneel zelfstandige bladen landelijk (basiswaarde 7 in 2003)7777
Bron: PersmediamonitorDagbladen    
2. Aantal redactioneel zelfstandig bladen regionaal (basiswaarde 24 in 2003)24181414
Bron: Persmediamonitor Dagbladen.    

Toelichting

De streefwaarde voor het aantal redactioneel zelfstandige bladen heeft tot doel mediaconcentraties tegen te gaan en de pluriformiteit van de pers in stand te houden.

15.3.4 Beschermen van de consument bij het wijzigen van de elektronische infrastructuur

Motivatie

Het mediabeleid strekt zich uit over het totale medialandschap. Wetgeving, zelfregulering, subsidiering en het tegengaan van ongewenste mediaconcentraties zijn de ingrediënten van het brede mediabeleid die zich ook op het commerciële domein richten.


Het ideaal is dat alle burgers voldoende mogelijkheden hebben om informatie (en cultuur) tot zich te nemen. Het aanbod moet daarom voor iedereen toegankelijk zijn. Het overheidsbeleid stimuleert daarom algemene beschikbaarheid, betaalbaarheid, spreiding en deelname aan media. De digitalisering van de elektronische infrastructuur vindt voor een groot deel plaats in het commerciële domein (kabel, ether, internet). Deze infrastructuren zijn van groot belang voor de ontvangst van de programma’s van het media-aanbod, in het bijzonder dat van de publieke omroep. Voor de burgers is het van belang dat hun belangen in de relatie met die aanbieders gewaarborgd worden, in het bijzonder ten aanzien van de prijs en samenstelling van het aanbod. De omschakeling van analoge naar digitale ethertelevisie (switch-over) zal ongecodeerd en zonder smartcard plaatsvinden. Voor de financiering van deze free-to-air variant is voor de periode 2007 tot en met 2010 zorggedragen in deze Rijksbegroting.

Instrumenten

• Invoering nieuw model van consumenteninvloed op de samenstelling van het kabelaanbod (co-regulering) (aangekondigd in kabinetsreactie op WRR rapport «Focus op Functies», Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 29 692, nr. 14).

• Tariefstelling van de kabel.

• Publieke omroep via digitale ether.

15.4 Overzicht evaluatieonderzoeken

Algemene/operationele doelstellingOnderwerpPlanning onderzoekSoort onderzoek
Evenwichtige representatieBereik en functioneren van MTNL2007Ex-post evaluatieonderzoek
Gevarieerd media-aanbodEvaluatie Commissariaat voor de Media (doeltreffendheid en doelmatigheid)Begin 2007Ex-post evaluatieonderzoek