Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.2 Financiële Markten

3.2.1 Algemene doelstelling

Een integer financieel stelsel waarin de financiële markten goed functioneren, voldoende toegankelijk en transparant zijn en een gunstige internationale concurrentiepositie kennen.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om de keuze aan financiële producten tegen gunstige voorwaarden en concurrerende prijzen te stimuleren en het vertrouwen in het financiële stelsel te bevorderen zorgt de minister voor wet- en regelgeving voor het toezicht op de financiële sector en voor een ongestoorde muntvoorziening. Goed functionerende en internationaal concurrerende financiële markten en een integer financieel stelsel kenmerkt zich doordat marktverstoringen worden voorkomen of opgelost, de financiële sector niet misbruikt wordt voor witwassen of de financiering van terrorisme en dat het betalingsverkeer goed functioneert.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

• De wet- en regelgeving voor het toezicht op de financiële sector;

• Een ongestoorde voorziening van voldoende munten.

Wat betreft de uitvoering van het toezicht op de financiële sector is er een gedeelde verantwoordelijkheid voor de minister met De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling is onderhevig aan politieke, economische en internationale ontwikkelingen.

3.2.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen171 60783 66160 94360 26660 26560 01460 014
Waarvan garantieverplichtingen 17 000     
        
Uitgaven154 92266 66160 94360 26660 26560 01460 014
Programma-uitgaven148 52557 93254 43254 43254 43254 43254 432
Juridisch verplicht  3 52732323232
Doelst. 1 Goed functionerende financiële markten       
Bijdrage toezicht AFM16 874220002200022000220002200022000
Bijdrage toezicht DNB op verzekeraars/pensioenen4 386      
Bijdrage toezicht DNB47 69517 00017 00017 00017 00017 00017 000
Maatschappelijk overleg betalingsverkeer 200200200200200200
Rechtspraak Financiële Markten445001 0001 0001 0001 0001 000
Doelst. 2 Integer financieel stelsel       
Caribbean Financial Action Taskforce30323232323232
Doelst. 3 Ongestoorde muntcirculatie       
Muntcirculatie13 36314 20014 20014 20014 20014 20014 200
Retouren guldenmunten3 9114 000     
Afname munt in circulatie62 222      
        
Apparaatsuitgaven6 3978 7296 5115 8345 8335 5825 582
        
Ontvangsten13 95327 89625 64625 51825 51825 51825 518
Totaal programma-ontvangsten13 95327 89625 64625 51825 51825 51825 518
Doelst. 1 Goed functionerende financiële markten       
Overige programma-ontvangsten4 5692 700450322322322322
Doelst. 3 Ongestoorde muntcirculatie       
Ontvangsten muntwezen9 3845 1845 1845 1845 1845 1845 184
Toename munten in circulatie 20 01220 01220 01220 01220 01220 012

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen

Garantie t.b.v. de AFM

Als deelneemster aan geïntegreerd middelenbeheer maakt de AFM gebruik van een kredietfaciliteit bij de schatkist. Het ministerie garandeert de terugbetaling van de hoofdsom en van de verschuldigde rente.

Via de kredietfaciliteit worden onder meer de kosten die de AFM maakt wanneer zij zich voorbereidt op een nieuwe toezichttaak voorgefinancierd. De AFM zal een beroep doen op een separaat afgegeven garantie indien deze voorbereidingskosten niet, zoals te doen gebruikelijk is, op termijn kunnen worden doorberekend aan derden. Een beroep op die garantie leidt tot een navenant lager debetsaldo van de AFM bij de schatkist.

Vrijwaringsregelingen

Tussen het Ministerie van Financiën en de AFM en de voormalige Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK, thans DNB) gelden vrijwaringsregelingen. Op grond van deze regelingen dragen AFM en DNB een bepaald eigen risico indien zij tot schadevergoeding worden veroordeeld als gevolg van aansprakelijkheid voor falend toezicht. Boven dit eigen risico geldt onder voorwaarden vrijwaring door de Staat.

Uitgaven

Bijdrage toezicht

De overheidsbijdrage aan het toezicht op financiële markten is ter ondersteuning van de activiteiten die een algemeen belang dienen. Aan de hand van een in de eerste helft van 2003 uitgevoerd onderzoek is vastgesteld dat het daarbij gaat om:

a. een deel van de toezichtactiviteiten dat gericht is op het naleven van regels en het voorkomen van overtredingen op die regels (de zogenaamde preventieve handhaving);

b. toezichtactiviteiten die gebaseerd zijn op een redelijk vermoeden van een strafbaar feit of het overtreden van een bestuursrechtelijk gestelde norm (de zogenaamde repressieve handhaving dat erop gericht is om een ongewenste activiteit in de markt te onderdrukken met de bedoeling om herhaling te voorkomen dan wel op zijn minst te bemoeilijken).

Daarnaast neemt de Staat nog andere kosten van het toezicht voor haar rekening. Dit zijn de kosten die niet kunnen worden doorberekend (toezicht op de heterogene groep van publicisten) en de kosten waarvan besloten is om deze niet aan marktpartijen door te berekenen (zoals een deel van de kosten van het toezicht op emissies). De kosten van het Financieel Expertisecentrum worden eveneens door de Staat vergoed.

Muntcirculatie

Muntcirculatie bestaat uit uitgaven die betrekking hebben op de muntproductie en de subsidie aan het Geld- en Bankmuseum en de vergoeding van de kosten van het Nationaal Analysecentrum voor Munten (NACM). De muntproductie in de jaren 2007 en verder is afhankelijk van de ontwikkelingen in de muntvraag.

Ontvangsten

Ontvangsten muntwezen

De ontvangsten muntwezen hebben betrekking op de uitgifte van bijzondere euromunten, de afdracht van de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) aan de Staat van de totale nominale waarde van uitgegeven muntsets, de bijzondere euromunten en van royalty’s. Royalty’s zijn een vergoeding die de Staat ontvangt voor dukaten die KNM produceert en verkoopt. De ontvangsten muntwezen hebben tevens betrekking op verkocht metaalschroot; dit betreft metaal van vernietigde euromunten die als gevolg van beschadiging niet meer bruikbaar zijn voor de circulatie. In 2006 zullen er ontvangsten van verkocht metaalschroot zijn van ingeleverde guldenmunten.

Toename munten in circulatie

Het in omloop brengen van reguliere euromunten leidt tot ontvangsten voor de Staat en tegelijkertijd tot een schuld aan het publiek. Vanwege de uitbreidings- en vervangingvraag naar munten is doorgaans sprake van een netto-ontvangst voor de Staat.

Grafiek budgetflexibiliteit



kst99338_2_04.gif

Toelichting bij operationele doelstelling 1

De uitgaven voor deze doelstelling zijn geen van alle juridisch verplicht, echter wel bestuurlijk gebonden. De overheid heeft zich middels het rapport «Maat Houden» gecommitteerd om bij te dragen aan de kosten van het toezicht door middel van het bekostigen van alle repressieve handhavingskosten. De rijksoverheid bekostigt tevens de toezichtskosten die voort vloeien uit de wetten MOT, Wid en de Sanctiewet 1977 vanwege het algemene belang dat gediend is met de aanpak van overtreders.

Toelichting bij operationele doelstelling 2

De uitgave betreft een bijdrage in de kosten van een regionale organisatie die in het Caribische gebied witwassen en het financieren van terroristen bestrijdt. Nederland betaalt mee uit hoofde van de overzeese gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden. Nederland heeft toegezegd om in ieder geval tot 2012 bij te dragen aan de kosten voor het lidmaatschap.

Toelichting bij operationele doelstelling 3

Muntcirculatie bestaat uit uitgaven die betrekking hebben op de productie van munten en de subsidie aan het Geld- en Bankmuseum evenals een vergoeding van de kosten gemaakt door het Nationaal Analysecentrum voor Munten. Deze uitgaven zijn juridisch verplicht. De overige uitgaven zijn beleidsmatig gereserveerd en zijn nodig voor de aankoop van metaal voor reguliere circulatiemunten en bijzondere munten, alsmede de ontwerp-, distributie- en promotiekosten bij de uitgifte van een bijzondere munt.

3.2.3 Operationele doelstellingen

3.2.2.1 Operationele doelstelling 1

Goed functionerende, stabiele financiële markten die voldoende toegankelijk en transparant voor de gebruikers en internationaal concurrerend zijn.

Motivering

Om marktverstoringen te voorkomen respectievelijk weg te nemen. Beoogde effecten van dit beleid zijn onder meer: stimuleren dat de door transparantie beschikbare informatie (beter) wordt benut en daarmee de huidige regelgeving effectiever is; schuldenproblematiek tegengegaan; (reeds bestaande) initiatieven ter verbetering van de financiële geschooldheid bundelen, stimuleren en meer toegankelijk maken; bevorderen dat de consument de eigen verantwoordelijkheid beter waar kan maken.

Instrumenten

Wet- en regelgeving waarbij met name gedacht kan worden aan de volgende (voorbereidings)activiteiten:

• Het implementeren van de Wet op het financieel toezicht en samen met DNB en de AFM de sector begeleiden bij de introductie hiervan door ondermeer het organiseren en het deelnemen aan seminars (zie Kamerstukken II 2004/05, 29 708, nr. 6 t/m 59);

• De Europese infrastructuur verbeteren door onder meer de implementatie van richtlijnen voortvloeiend uit het actieplan financiële diensten. Onderhandelingen over een voorstel voor een nieuw rechtskader voor betalingsverkeer in de Interne Markt. Dit voorstel vloeit voort uit het Actieplan Financiële Diensten en moet resulteren in efficiëntere betaaldiensten, meer gelijke concurrentieverhoudingen, een afdoende bescherming van gebruikers van betalingsdiensten en veilige betaalproducten op Europees niveau;

• Zorgdragen voor een adequaat prudentieel toezichtregime. In 2007 wordt onder andere gewerkt aan de invoering van Basel II richtlijn in de nationale wetgeving. Verder wordt een bijdrage geleverd aan de Europese discussie over op risico gebaseerde kapitaaleisen voor verzekeraars (solvency II);

• Ontwikkelen van crisismanagementprocedures. Er wordt verder gewerkt aan het harmoniseren van de nationale procedures voor crisismanagement en financiële stabiliteit binnen de EU. Dit brengt met zich mee dat ook in Nederland opnieuw naar de procedures zal worden gekeken;

• Stimuleren van het Nederlandse vestigingsklimaat voor financiële instellingen. Niet alleen voor buitenlandse ondernemingen, maar ook een gezond klimaat voor al in Nederland gevestigde instellingen en het goed functioneren van de financiële markten in Nederland. De doelstelling voor beleid is het treffen van de juiste balans tussen consumentenbescherming en marktwerking, dus adequaat functionerende financiële markten. De ambitie is om tenminste als leidende secundaire financiële markt in Europa actief te zijn, en daarnaast toonaangevend te zijn in een aantal nichemarkten. Nederland dient ook als zodanig in de beeldvorming te worden neergezet;

• Het verzekerbaar maken van rampscenario’s. Enige jaren geleden is voor de verzekering van terrorismerisico’s de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden opgericht. Hierdoor heeft de private verzekeringssector haar verantwoordelijkheid voor de dekking van deze risico’s weer binnen acceptabele randvoorwaarden op zich kunnen nemen. In samenhang met het kabinetsstandpunt inzake de Commissie Tegemoetkoming bij Rampen en Calamiteiten zal onder verantwoordelijkheid van de minister van Financiën bekeken worden onder welke randvoorwaarden private verzekeringen van ramprisico’s gestimuleerd kunnen worden (zie Kamerstukken II 2005/06, 29 507, nr. 30 e.v.);

• Het aanpakken van schuldenproblematiek. In 2006 is met de inwerkingtreding van de Wet financiële dienstverlening een aantal maatregelen ingevoerd die erop gericht zijn om overkreditering te voorkomen. In 2007 zal worden onderzocht of deze maatregelen de gewenste effecten sorteren.


Informeren van het publiek:

• Het transparant maken van financiële informatie voor de consument. Doel daarvan is om de consument beter in staat te stellen om afgewogen financiële beslissingen te nemen. In aansluiting op het eerder gevoerde beleid zal Financiën zich daarom de komende jaren, in samenwerking met onder meer marktpartijen, consumentenorganisaties, andere ministeries en wetenschappers, richten op het vergroten van het financieel inzicht van de Nederlandse consument;

• Stimuleren dat de door transparantie beschikbare informatie wordt benut en daarmee de huidige regelgeving effectiever is; schuldenproblematiek tegengegaan; initiatieven ter verbetering van de financiële geschooldheid bundelen, stimuleren en meer toegankelijk maken; bevorderen dat de consument de eigen verantwoordelijkheid beter waar kan maken. Dit zal Financiën doen aan de hand van onderzoek en communicatie/inzet middelen.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatorBasiswaarde (2005)Streefwaarde 2007
Implementatie Europese richtlijnen175% (1 december 2005)100%
Toepassing code Corporate Governance288%100%

1 Gebaseerd op het halfjaarlijkse scorebord van de interne markt van de Europese Commissie. Het percentage geeft aan welk deel van de Europese richtlijnen uit het Actieplan Financiële Diensten (FSAP), die op dat moment van kracht zijn, zijn omgezet in nationale wetgeving.

2 Gebaseerd op de bevinding van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. Onder toepassing van de code en code bepaling wordt verstaan: het één op één naleven van een codebepaling of het geven van uitleg bij afwijking daarvan.

3.2.3.2 Operationele doelstelling 2

Een integer financieel stelsel dat de toegang van de onderwereld tot de legale economie ontzegt.

Motivering

Om misbruik van de financiële sector door witwassen en financiers van terrorisme tegen te gaan. Een integer financieel stelsel zorgt voor vertrouwen van burgers en ondernemingen in de financiële markten, onzekerheid en wantrouwen kunnen leiden tot een verstoring van de markt. Dit is schadelijk voor de economische ontwikkeling van een land en de welvaart van burgers en ondernemers. Opsporing van de criminele gelden kan politie en justitie op het spoor brengen van de criminele activiteiten en tevens kan worden voorkomen dat de criminele gelden opnieuw kunnen worden geïnvesteerd. Met criminele gelden kan ook in de officiële economie invloed in bedrijven worden gekocht of invloed worden verworven in het bestuur.

Instrumenten

Juridische en beleidsmatige instrumenten waarbij gedacht kan worden aan de volgende activiteiten:

• Implementatie derde witwasrichtlijn en het integreren van de wetten MOT en Wid tot één witwaswet;

• De Wet geldtransactiekantoren wordt herzien naar aanleiding van de evaluatie van deze wet;

• De boetebepalingen in de verschillende financiële toezichtwetten worden vervangen door één boetewet conform de nota van 19 mei 2005 inzake het boetestelsel in financiële wetgeving ( Kamerstukken II 2004/05, 30 125, nr. 2);

• Nagaan of en hoe financiële instellingen het Burger Service Nummer (BSN) kunnen gebruiken om de betrouwbaarheid van de identificatie van cliënten te verhogen ( Handelingen 2005–2006, nr. 23, p. 1549 d.d. 30/11/2005). Dit kan in 2007 leiden tot een wetsvoorstel;

• Nederland dient zich voor te bereiden op de zogenaamde «mutual evaluation» door de Financial Action Task Force (FATF). Deze zal naar verwachting in 2008 plaatsvinden en is daarmee een belangrijke evaluatie voor deze operationele doelstelling.

Meetbare gegevens

Kengetal2002200320042005
Aantal ingeschreven WGT-instellingen26323028
Meldingen o.b.v. de subjectieve indicatoren als percentage van het totaal aantal gemelde transacties. 20%17%23%30%
Aantal opgelegde boetes door DNB en AFM14201419
Aantal dwangsommen door DNB en AFM425155160131

1 Deze prestatie-indicatoren laat het aandeel zien, binnen het totaal aantal meldingen, die gedaan zijn door meldplichtige instellingen op basis van hun eigen risicoafweging. In het verleden stond deze eigen afweging niet centraal. Het grootste deel van de meldingen vond toen plaats op basis van (door de regelgever bepaalde) parameters.

3.2.3.3 Operationele doelstelling 3

Ongestoorde muntcirculatie door middel van muntvoorziening met als randvoorwaarde kosteneffectiviteit alsmede het uitbrengen van bijzondere herdenkingsmunten.

Motivering

Om een goede werking van het betalingsverkeer te bevorderen wordt voldaan aan de muntvraag van het publiek en verder worden bijzondere euromunten uitgegeven.

Instrumenten

• Op grond van de Muntwet 2002 worden uitsluitend in opdracht van de Staat munten vervaardigd en uitgegeven;

• Opdrachten voor vervaardiging en uitgifte van munten aan KNM;

• DNB mandateren voor de distributie en in circulatie brengen van de munten.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatorBasiswaarde (2004)Streefwaarde 2007
Muntvoorziening t.o.v. de marktvraag100%100%
Uitgifte bijzondere munten22

Als permanent aan de marktvraag wordt voldaan is de voorziening ten opzichte van de vraag 100%. In de praktijk zullen ook voorraden en buitenlandse in en uitstromingen hun invloed hebben op de daadwerkelijke productie van munten.

Productie euromunten 2003–2007 (aantallen x 1000)
 2003200420052006*2007*
2 euro749245332288288
1 euro950235332288288
50 eurocent810269510363363
20 eurocent57 82120 430510363363
10 eurocent818262510363363
5 eurocent87430680 60550 41350 413
2 eurocent150 750115 622595413413
1 eurocent57 660113 906545413413
Totaal270 432251 27583 93952 90452 904

* raming.


Voorraden euromunten Muntdepot 2003–2007 (jaarultimo; aantallen x 1000)
 2003200420052006*2007*
2 euro50 79058 85376 52685 00085 000
1 euro74 68885 367110 665122000122000
50 eurocent95 11796 447117 635110 000102000
20 eurocent17 22973 98475 3505200029 000
10 eurocent152 546135 179109 56270 00030 000
5 eurocent148 498105 07760 44255 00050 000
2 eurocent11 94365 953143 226185 000210 000
1 eurocent33 73053 230115 171150 000175 000
Totaal584 541674 090808 577829 000803 000

* raming.

3.2.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 200620072008200920102011
Algemene beleidsdoelstelling       
Evaluatie code corporate governance     
Operationele doelstelling 1      
Evaluatie fusie DNB-PVK     
Evaluatie toezicht op verslaggeving     
Evaluatie toezicht op accountants     
Evaluatie risico-georiënteerd toezicht     
Evaluatie Wet financiële dienstverlening     
Evaluatie doorberekening toezichtskosten     
Evaluatie overheidsbijdrage aan de kosten voor financieel toezicht     
Bemiddeling financiële diensten      
Goede verhuisservice banken     
Beleidsdoorlichting OD 1     
Operationele doelstelling 2      
Beleidsdoorlichting OD 2     
FATF-evaluatie     
Evaluatie Wet geldtransactiekantoren     
Evaluatie meldplicht grootwaardehandelaren     
Operationele doelstelling 3      
Evaluatie muntendistributie     

♦ Overig evaluatie-onderzoek

□ Beleidsdoorlichting