Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

3.5.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een zo compleet mogelijke markt voor verzekering van risico’s die zijn verbonden aan export en investeringen in het buitenland.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

De markt kan bepaalde risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland niet of niet tegen acceptabele voorwaarden verzekeren. De Staat kan door zijn omvang en «lange adem» wel een (groot) deel van deze risico’s verzekeren. Door de producten binnen de exportkredietverzekeringsfaciliteit van de overheid (EKV) op niet-marktverstorende wijze aan te bieden, vult de Staat de markt aan en faciliteert zo het Nederlandse bedrijfsleven. Daarbij wordt op internationaal niveau gestreefd naar het voorkomen van concurrentieverstoring tussen landen en overheidssteun in de vorm van subsidiëring.

Verantwoordelijkheid

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het doelmatig en doeltreffend functioneren van de herverzekeringsfaciliteiten. De minister van Economische Zaken is medebeleidsverantwoordelijk, De Nederlandsche Bank (DNB) is adviseur en Atradius Dutch State Business voert de faciliteit uit.

Succesfactoren

Het behalen van de doelstelling hangt af van ontwikkelingen in de private verzekeringsmarkt en de afspraken gemaakt in verschillende internationale fora. Daarnaast zijn ook de stroomlijning van de uitvoering en de naleving van de opgestelde richtlijnen met betrekking tot de EKV van belang.

3.5.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen4 529 12611 953 03811 953 03711 953 03611 953 03611 953 03611 953 036
waarvan betalingsverplichtingen12 12616 98216 98116 98016 98016 98016 980
        
waarvan garantieverplichtingen4 517 00011 936 05611 936 05611 936 05611 936 05611 936 05611 936 056
EKV4 441 00011 332 27611 332 27611 332 27611 332 27611 332 27611 332 276
TRhi76 000453 780453 780453 780453 780453 780453 780
MIGA0150 000150 000150 000150 000150 000150 000
        
Uitgaven50 18797 982112 481117 480127 480137 480137 480
Programma-uitgaven35 66281 00095 500100 500110 500120 500120 500
Juridisch verplicht 76 95090 72590 45093 92596 40090 375
Doelst. 1 Herverzekeringsfaciliteiten       
Schade-uitkering EKV35 66280 00095 000100 000110 000120 000120 000
Schade-uitkering TRhi01 000500500500500500
Schade-uitkering MIGA0000000
        
Apparaatsuitgaven14 52516 98216 98116 98016 98016 98016 980
Personeel en materieel9251 1261 1251 1241 1241 1241 124
Uitvoeringskosten DNB-EXIM2 4003 0003 0003 0003 0003 0003 000
Kostenvergoeding Atradius DSB11 20012 85612 85612 85612 85612 85612 856
        
Ontvangsten570 688959 25079 25079 25069 25069 25069 250
Programma-ontvangsten570 688959 25079 25079 25069 25069 25069 250
Doelst. 1 Herverzekeringsfaciliteiten       
Premies EKV21 182100 00040 00040 00040 00040 00040 000
Premies TRhi1 6141 2501 2501 2501 2501 2501 250
Schaderestituties EKV547 892858 00038 00038 00028 00028 00028 000

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling zien van het totaal door de Staat (her)verzekerde bedrag. Dit bestaat uit het cumulatief uitstaande obligo voor exportkredietverzekeringen en investeringsgaranties. Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar definitieve en voorlopige verzekeringen, dat wil zeggen polissen respectievelijk dekkingstoezeggingen.

Grafiek 3.5.1. Uitstaande verzekeringen



kst99338_2_07.gif

De meerjarenramingen van de schade-uitkeringen EKV zijn gebaseerd op verwachtingen over de verzekeringsportefeuille. Op basis van de actuele situatie en verwachte korte termijn ontwikkelingen zijn de schattingen voor 2007 e.v. bijgesteld.


De ontvangsten bestaan uit premies en provenu’s. De premieontvangsten zijn geraamd op basis van de resultaten van de afgelopen jaren. De provenu’s komen voornamelijk voort uit schuldenregelingen die in het kader van de Club van Parijs (CvP) gesloten zijn. In de CvP zijn afspraken gemaakt over de vervroegde aflossing van een aantal landen, waardoor in 2005 en 2006 grote bedragen zijn ontvangen.

Grafiek budgetflexibiliteit



kst99338_2_08.gif

Toelichting

Van de programmagelden uit operationeel doel 1 is 95% juridisch verplicht. De geraamde uitgaven zijn niet direct juridisch verplicht, maar wel een direct gevolg van eerder gedane toezeggingen en op basis van eerder afgesloten overeenkomsten wel verplicht. De geraamde uitgaven hebben het karakter van een verzekering: het ontstaan en het moment van uitgave staan niet volledig vast, maar in geval van schade is de Staat op basis van eerdere overeenkomsten verplicht uit te keren.

3.5.3 Operationele doelstellingen

3.5.3.1 Operationele doelstelling 1

Het aanbieden van herverzekeringsfaciliteiten voor risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland, die door de markt niet kunnen worden aangeboden.

Motivering

In de markt is het niet mogelijk om alle risico’s af te dekken die zich voordoen bij export en investeringen in het buitenland. De Nederlandse Staat biedt herverzekeringsfaciliteiten aan om deze aanvaardbare risico’s tegen bepaalde voorwaarden in dekking te nemen. Dit betekent dat de Staat niet alle risico’s herverzekert. Zo moet er wel een gerede kans op terugbetaling zijn. Uitgangspunt bij herverzekering is dat aanvragen op gelijke basis en zo transparant mogelijk worden behandeld. Met uitvoerder Atradius DSB zijn afspraken gemaakt welke categorieën risico’s in aanmerking komen voor herverzekering door de Nederlandse Staat. Onderdeel bij de acceptatie van risico’s is het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Projecten dienen te voldoen aan internationale afspraken op het gebied van MVO om in aanmerking te komen voor herverzekering. Een ander belangrijk onderdeel is de schuldhoudbaarheid van landen. Landen met een hoge schuld mogen niet in de problemen komen door de Nederlandse herverzekeringsfaciliteiten.

Instrumenten

• Exportkredietverzekering (EKV);

• Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen (TRhi);

• MIGA, via een herverzekeringsovereenkomst met de Wereldbank.


In de uitvoering van de faciliteit is de afgelopen jaren een sterke efficiency-slag gemaakt door het Pauwenhofproces. Dit heeft geleid tot een gestroomlijnder uitvoering en grotere klantgerichtheid. Zo zijn de doorlooptijden verkort en zullen deze in de toekomst naar verwachting verder teruglopen. Ook heeft het aanvraagproces aan transparantie gewonnen. Ondernemers weten sneller waar ze aan toe zijn. In 2006 vindt de afronding van dit proces plaats, 2007 staat daarom vooral in het teken monitoring van de vernieuwde uitvoeringsstructuur. Een ander onderdeel van het Pauwenhofproces is de verdere professionalisering van het risicomanagement, zoals actief sturen op het risicoprofiel van de portefeuille. Daarbij zal ook verder worden gewerkt aan het analyseren en uitwerken van de samenwerkingsmogelijkheden die de herverzekerings- en kapitaalmarkt kan bieden in het beheren van risico’s in de portefeuille.


Tevens wordt in 2007 bekeken op welke wijze de SENO en de GOM-regeling beleidsmatig kunnen worden gestroomlijnd, waarbij het de intentie is over te gaan tot budgettaire integratie. Tegelijkertijd wordt bezien hoe de beoordelingsactiviteiten in het ORET-traject en het GOM-traject beter op elkaar kunnen worden afgestemd.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatorBasiswaarde (2004)2005200620072008200920102011
Doorlooptijden van verzekeringsaanvragen5555525248484848

3.5.3.2 Operationele doelstelling 2

Het minimaliseren van concurrentieverstoring tussen landen met als inzet het creëren en handhaven van een gelijk speelveld voor bedrijven, waarbij wordt gestreefd naar kostendekkendheid van de exportkredietverzekeringsfaciliteiten.

Motivering

Om een gezonde concurrentiepositie voor Nederlandse exporteurs en investeerders te creëren. Dit houdt in dat internationaal een gelijk speelveld moet bestaan en dat subsidiëring van export wordt voorkomen. Het streven naar het op kostendekkende wijze uitvoeren van de faciliteit voorkomt daarbij subsidiëring.

Instrumenten

• Actieve deelname aan internationale fora;

• Benchmark-exercitie;

• Bedrijfseconomische Resultaatsbepaling (BERB).


Voor 2007 zijn in de verschillende internationale fora waarin Nederland participeert enkele onderwerpen van belang. In OESO-verband wordt gewerkt aan grotere convergentie en transparantie van debiteurenpremies van de exportkredietverzekeraars. Zo wordt concurrentieverstoring op het gebied van premies zo veel mogelijk tegengegaan. Nederland blijft zich er daarnaast voor inzetten dat OESO-lidstaten de financiële rapportages over de kostendekkendheid van hun faciliteiten verbeteren, om een beter inzicht te krijgen in hoeverre landen proberen subsidiëring van hun export te voorkomen.


De maatregelen op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen richten zich op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de bestrijding van omkoping en de bescherming van het milieu. Exporteurs en banken moeten zich inspannen om de OESO-richtlijnen na te komen en mogen niet betrokken zijn bij omkoping. Daarnaast wordt bij de beoordeling van aanvragen ook een milieubeoordeling gemaakt conform (inter)nationale afspraken. De afspraken op het gebied van omkoping en milieu zijn in 2006 herzien en worden in 2007 opgenomen in het beleid.

Meetbare gegevens

Nederland houdt zelf zicht op haar kostendekkendheid door een model voor bedrijfseconomische resultaatbepaling. Dit model sluit nauw aan bij modellen die internationaal ontwikkeld zijn. In het model worden kosten en opbrengsten toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Ook wordt, naast de ontvangen rente op vorderingen, de financieringsrente in het resultaat verwerkt. De eerste uitkomsten van dit model worden in 2006 verwacht en in 2007 wordt de werking verder gemonitord.


Model bedrijfseconomische resultaatbepaling:

+ verdiende premie

– uitvoeringskosten

+/-  wijziging voorziening verwachte schade

– oninbare bedragen verwachte schade

+/-  wijziging voorziening vorderingen

– oninbare vorderingen

+/- financieringsrente

+ ontvangen rente op vorderingen

resultaat


Om inzichtelijk te maken hoe het gesteld is met de concurrentiepositie van de EKV, is in 2003 een set indicatoren ontwikkeld. Hiermee wordt het Nederlandse instrumentarium vergeleken met het instrumentarium van zeven specifiek voor Nederland belangrijke exportkredietverzekeraars (België, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Spanje, Zweden en Italië). De set indicatoren bestaat uit «acceptatiebeleid», «dekking», «aangeboden assortiment» en «premies» . Deze indicatoren zijn bepalend voor het EKV-beleid en dus indicatief voor de concurrentieverhouding. De meetresultaten van de indicatoren kunnen aanleiding geven tot beleidsmaatregelen. Deze benchmark-exercitie wordt in 2006 geëvalueerd. Momenteel is deze exercitie vooral kwalitatief, voor de toekomst wordt gestreefd naar een meer kwantitatieve presentatie van de uitkomsten.

3.5.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 200620072008200920102011
Algemene doelstelling      
De evaluatie van de EKV- en TRhi-faciliteit    
Operationele doelstelling 2
Benchmark indicatoren

□ Beleidsdoorlichting

♦ Overig evaluatie-onderzoek