Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2.2 Beleidsprioriteiten

2.2.1 Houdbare overheidsfinanciën; trendmatig begrotingsbeleid

Het EMU-saldo beweegt zich in de goede richting. Dit komt vooral door het aantrekken van de economische groei en meevallende gasbaten door de aanhoudend hoge olieprijs. Het tekort dat in 2003 nog boven de 3% lag daalt in rap tempo. Ook de prognose voor 2007 verbetert flink. Vorig jaar werd er nog een tekort verwacht van 1,8% BBP in 2007, nu is dat een overschot van 0,2% BBP.


Doelstelling van dit kabinet is voorts het bereiken van een houdbaar pad van de overheidsfinanciën, waarbij de staatsschuld op termijn aanzienlijk wordt verkleind en tegelijkertijd wordt voldaan aan de Europese vereisten van het Verdrag en Het Stabiliteits- en Groeipact. Om dit houdbare pad van de overheidsfinanciën te bereiken, beoogt het kabinet het structurele EMU-tekort, dat is het tekort geschoond voor conjuncturele effecten, terug te brengen tot ½ % BBP in 2007. Voor 2007 wordt nu structureel begrotingsevenwicht verwacht. Dit ligt ruimschoots binnen de doelstelling.

2.2.2 Corporate Governance

Het kabinet heeft zich in zijn beleidsprogramma 2003–2007 ten doel gesteld het Nederlandse bedrijfsleven in de kopgroep te brengen op de gebieden «rechten en plichten van aandeelhouders», «transparantie» en «board structuur en kwaliteit». De door de ministers van Financiën en Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken ingestelde Monitoring Commissie Corporate Governance Code heeft in december 2005 haar eerste rapport uitgebracht. Daarin is geconstateerd dat de corporate governance code in hoge mate wordt nageleefd, en worden op onderdelen waar de naleving minder hoog is aanbevelingen gedaan voor verbetering. Wereldwijd wordt Nederland samen met het Verenigd Koninkrijk door het Engelse onderzoeksbureau Ethical Investment Research Services aangewezen als koploper als het gaat om het ontwikkelen van een corporate governance code. De bevindingen van de Monitoring Commissie en de hoge internationale positie die Nederland daarmee heeft verworven zijn hoopgevend voor een relatief kort in werking zijnde code, maar uiteindelijk volstaat alleen een score van 100%. Het uiteindelijke doel is natuurlijk dat de code door de beursgenoteerde ondernemingen op alle onderdelen wordt toegepast, waarbij steeds geldt dat uitleg moet worden gegeven indien van een codebepaling wordt afgeweken.


In 2007 zal door het ministerie van Financiën voorts worden gewerkt aan een evaluatie van het instrument van de corporate governance code, die dan 3 jaar van kracht is, als alternatief voor «klassieke» wetgeving. Dit zal geschieden mede aan de hand van de rapporten van de Monitoring Commissie. Verder zal (nadere) aandacht worden gericht op de (machts)balans tussen (actieve) aandeelhouders en de andere belanghebbenden bij beursgenoteerde ondernemingen, waaronder de board, én op de rol van private equity fondsen op de financiële markten. Deze beide onderwerpen zijn zodanig van belang geworden voor de financiële markten dat een visie erop vanuit de overheid gerechtvaardigd is.


Ook in 2007 zal de Staat als aandeelhouder ook zijn deelnemingen kritisch blijven volgen op de toepassing van de corporate governance code.

2.2.3 Reductie Administratieve Lasten door Financiën

In 2007 zal het programma voor vermindering van administratieve lasten voor bedrijven verder worden uitgevoerd, overeenkomstig de titel van de kabinetsbrief die in april 2006 aan de Tweede Kamer is aangeboden: «De ondernemer centraal». Volgens de planning zal eind 2007 25% van de per 31 december 2002 gemeten € 16,3 mld. aan administratieve lasten zijn gereduceerd. Dit bespaart het bedrijfsleven jaarlijks ruim € 4 mld. kosten.

Belangrijkste maatschappelijk effect van de vermindering van administratieve lasten voor bedrijven met een kwart is een versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie. Volgens berekeningen van het CPB leidt dit – via een besparing op kosten – tot een extra groei van het BBP van 1,5%.

Het op deze wijze stimuleren van het ondernemerschap in Nederland levert op termijn meer welvaart, werkgelegenheid en consumptie per hoofd van de bevolking op. In een maatschappelijke sector als de zorg leidt een vermindering van de administratieve lasten met een kwart – volgens het CPB – tot een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening voor de patiënt. 24 000 arbeidsjaren worden niet meer ingezet voor het invullen van formulieren, maar aan het verlenen van zorg («handen aan het bed»).

In 2007 moet de volle kwart, ofwel € 4,1 mld., worden gerealiseerd. Door Financiën wordt met de betrokken departementen het komende jaar tevens gewerkt aan de verdere verankering van de aanpak van administratieve lasten. Op die manier kan worden verzekerd dat de administratieve lasten op duurzame wijze worden verlaagd.


Zie voor een verdere uitwerking van de coördinatie van de administratieve lastenreductie voor het bedrijfsleven operationele doelstelling 3.8.3.4.


In de kabinetsbrief «De Ondernemer Centraal » van april 2006 ( Kamerstukken II 2005/06, 29 515, nr. 135) is een totale reductie gemeld van administratieve lasten tot en met 2007 op het fiscale terrein en het terrein van de financiële markten van € 882 mln. Daarvan zal in 2007 – rekening houdend met enkele verschuivingen naar 2007 en nieuwe ontwikkelingen – nog circa € 129 mln. in 2007 worden gerealiseerd zoals blijkt uit het hierna opgenomen overzicht.


De mutaties in de maatregelen ten opzichte van het beeld in april 2006 betreffen enkele posten voor 2006:

• Wetsvoorstel omzetting BPM-teruggaaf bestelauto’s ondernemers in vrijstelling: reductie van € 2,5 mln. in 2006;

• Vervallen douaneverplichtingen door toetreding nieuwe lidstaten in 2004 minus toename intrastatverplichtingen: reductie van € 18,7 mln. – minus toename van € 0,5 mln. = € 18,2 mln. in 2006;

• BTW-verplichtingen door toetreding nieuwe lidstaten in 2004: toename van € 6,0 mln. in 2006.


Het totale netto beeld tot en met 2007 van de reductie administratieve lasten bedrijfsleven van Financiën is door deze mutaties verbeterd en staat nu op € 915 mln.

Overzicht voorgenomen reductie administratieve lasten in 2007 voor het bedrijfsleven

Reductie (x € 1 mln.)
VennootschapsbelastingVolstaan met fiscale jaarrekening voor kleine rechtspersonen (vervallen commerciële jaarrekening)75
VennootschapsbelastingWetsvoorstel Werken aan Winst– 9,2
LoonbelastingWetsvoorstel Paarse Krokodil35
LoonbelastingWetsvoorstel Wijziging Wet kinderopvang12,7
LoonbelastingBelastingplan 2007 (afdrachtvermindering onderwijs, persoonlijke dienstverlening, artiesten- en beroepssportersregeling)5,9
AccijnzenVervallen bunkervergunning etc. en digitaliseren vergunningen3,1
BPM/MotorrijtuigenbelastingBelastingplan 2007 (autohuur buitenland)– 0,2
GedragstoezichtBeperken insiderbegrip in complianceregeling Wte5,5
GedragstoezichtAfschaffen doorlopende verplichting buitenbeursinstellingen Wte8,2
Prudentieel toezichtVerhogen van de rapportagefrequentie voor verzekeraars– 1,8
Prudentieel toezichtImplementatie richtlijn kapitaalakkoorden Bazel 2– 6,4
IntegriteitstoezichtVersoepelen identificatie- en verificatieplicht Wid4
IntegriteitstoezichtIdentificatie buitenlandse rechtspersonen Wid0,1
IntegriteitstoezichtDerde witwasrichtlijn– 3
IntegriteitstoezichtBanken (en eventueel andere dienstaanbieders) aansluiten op NAW (naam,adres en woonplaats)-administratie Wid0,3
Totaal 129,2

Implementatie vereenvoudiging vergunningen

In het hiervoor geschetste beeld is het resultaat van de vereenvoudiging van vergunningstelsels begrepen. Voorzover daarvoor wetgeving moet worden gewijzigd, zijn of worden er wetsvoorstellen in 2006 ingediend. In een aantal gevallen is wijziging van uitvoeringsbesluiten of uitvoeringsregelingen nodig. Deze wijzigingen zullen tot stand worden gebracht met ingang van 1 januari 2007 of de ingangsdatum van de relevante wetgeving zoals in het geval van de herziening van de Wet belastingen op milieugrondslag. Het beschikbaar stellen van formulieren in de accijns- en douanesfeer op internet vindt gefaseerd plaats.

2.2.4 Impuls Belastingdienst

De Belastingdienst verricht momenteel extra inspanningen om de burger (nog) beter te bedienen in het voldoen van zijn belastingverplichtingen. Daarbij wordt de Belastingdienst onder andere gedreven door de wens de burger minder te belasten met administratieve zaken. Ook wordt de Belastingdienst geconfronteerd met een complexer wordende bedrijfsvoering. Om deze inspanningen mogelijk te maken, zijn meerjarig extra middelen uitgetrokken. Deze middelen hebben vooral betrekking op de vermindering van de complexiteit in de automatisering, op de Vooringevulde Aangifte (VIA) en op een capaciteitsimpuls in het Toezicht. De complexiteitreductie in de automatisering richt zich vooral op de bedrijfsvoering en wordt derhalve in de bedrijfsvoeringparagraaf verder toegelicht (zie p. 85).

Vooringevulde aangifte inkomstenbelasting (VIA)

De idee van de vooringevulde aangifte is dat de Belastingdienst de aanwezige informatie op het aangiftebiljet vermeldt. Bedoeling is een beperking van de administratieve lasten voor de burger. De vooringevulde aangifte houdt nauw verband met de ontwikkeling van een Basisregistratie inkomen bij de Belastingdienst. Besloten is om in 2008 (belastingjaar 2007) een eerste stap te zetten naar een vooringevulde aangifte inkomstenbelasting, waarvoor de voorbereidingen reeds in 2006 beginnen.

Toezicht

Versterking van het toezicht is nodig omdat burgers en bedrijven verwachten dat de Belastingdienst toezicht uitoefent, met als voornaamste kenmerken: risicogericht, zichtbaar, resultaatgericht en krachtig waar het de aanpak van malafide belastingplichtigen betreft. De Belastingdienst zal scherper de maatschappelijke uitstraling van zijn optreden meewegen. Dat betekent dat de fysieke controles ter plaatse de komende tijd zullen worden opgevoerd om zo meer evenwicht te bewerkstelligen tussen de aantallen controles en de selectie op risico’s en belang.

2.2.5 Afgeronde beleidsprioriteiten

Invoeren huur- en zorgtoeslag

Per 1 januari 2006 voert de Belastingdienst de huur- en zorgtoeslag uit. Dit is niet zonder problemen verlopen. De eerste periode is de inspanning er vooral op gericht geweest dat een ieder die er recht op heeft ook daadwerkelijk een toeslag ontvangt. In de rest van 2006 heeft de focus gelegen op het toekennen van het juiste bedrag van de toeslag. Tegelijkertijd zijn oplossingen gezocht voor de knelpunten in de automatisering. In 2007 wordt teruggekeken op de bereikte resultaten in 2006 en de betekenis hiervan voor de jaren erna.

Modernisering Vennootschapsbelasting

In mei 2006 is het wetsvoorstel «Wet werken aan winst» aan de Tweede Kamer aangeboden (zie Kamerstukken II 2005/06, 30 572, nr. 1). Dit wetsvoorstel is o.a. het resultaat van de besprekingen eind december 2005 met de vaste kamercommissie voor Financiën over de visie van het kabinet in de Nota «werken aan winst, naar een laag tarief en een brede grondslag» (zie Kamerstukken II, 2005/06, 30 107, nr. 2). Per 1 januari 2007 zal dit wetsvoorstel in werking treden en bijdragen aan de verbetering van de concurrentiepositie van het bedrijfsleven en daarmee het Nederlandse vestigingsklimaat.