Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.1 Belastingen

3.1.1. Fiscaal beleid en wetgeving

3.1.1.1 Algemene beleidsdoelstelling

Het ontwerpen van beleid gericht op het genereren van inkomsten en het realiseren van niet-fiscale doelstellingen van het overheidsbeleid.

Omschrijving van de samenhangin het beleid

Het beleid is er op gericht om inkomsten te genereren voor de financiering van overheidsbeleid, om structuurversterkende maatregelen te nemen en om het fiscale instrument in te zetten voor de realisatie van niet-fiscale doelstellingen van het overheidsbeleid.

Verantwoordelijkheid

De minister en staatssecretaris van Financiën zijn verantwoordelijk voor:

• Het opstellen van fiscale wet- en regelgeving;

• Het vaststellen van de belastinggrondslagen;

• Het internationaal behartigen van de Nederlandse fiscale belangen.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van:

• De kwaliteit van de fiscale wet- en regelgeving;

• Politieke ontwikkelingen;

• De belastingmoraal (compliance).

3.1.2. Operationele doelstellingen

3.1.2.1 Operationele doelstelling 1

Het genereren van inkomsten

Motivering

Om de overheidsuitgaven te financieren.

Instrumenten

Het ontwerpen van fiscale wet- en regelgeving, zoals het Belastingplan.

Meetbare gegevens

De realisatie van geplande inkomsten (Belastingontvangsten). Deze zijn opgenomen in de Tabel Budgettaire gevolgen van Beleid.

3.1.2.2. Operationele doelstelling 2

Het realiseren van niet-fiscale doelstellingen

Motivering

Het inzetten van het fiscale instrument is er op gericht om de niet-fiscale doelstellingen van het kabinetsbeleid te realiseren. Dit beleid handelt om het aanbod van bepaalde voorzieningen te stimuleren, om maatschappelijk ongewenst gedrag tegen te gaan, om structuurversterkende maatregelen te nemen om het vestigingsklimaat aantrekkelijker te maken. Hierbij is ook van belang om door de Basisregistraties inkomen en WOZ de administratieve lasten te verminderen, dienstverlening te verbeteren en te komen tot een efficiëntere en effectievere gegevenshuishouding.

Instrumenten

• Aanpassing fiscale wet- en regelgeving;

• Afsluiten en uitvoeren van bilaterale belastingverdragen.

Meetbare gegevens

Het inzetten van het fiscale instrument is er op gericht om de niet-fiscale doelstellingen van het kabinetsbeleid te realiseren, dit zijn grotendeels doelstellingen van andere departementen. De mate van doelbereiking wordt door de betreffende departementen verantwoord, hierover worden derhalve geen meetbare gegevens opgenomen binnen begroting IXB.

3.1.2.3. Operationele doelstelling 3

Het verzorgen van wetgeving ter ondersteuning van de uitvoering van de taken door de Belastingdienst.

Motivering

De fiscale wet- en regelgeving zorgt voor ondersteuning en vergemakkelijking van de uitvoering van de taken door de Belastingdienst. Tevens dient deze regelgeving een vermindering van de administratie lasten burger.

Instrumenten

• Ontwerp van wetgeving in het kader van invoering van de vooringevulde aangifte;

• Het ontwerpen van de uitvoeringsmaatregelen Algemene douanewet.

Meetbare gegevens

De mate van doelbereiking komt tot uiting bij de meetbare gegevens van de Belastingdienst.

3.1.2.4. Operationele doelstelling 4

Het evalueren van fiscale wet- en regelgeving

Motivering

Met het evalueren van fiscale wet- en regelgeving wordt bezien of beoogde doelstellingen en uitgangspunten ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.

Instrumenten

• Evaluatieonderzoek;

• Beleidsdoorlichting.

Meetbare gegevens

Het ministerie van Financiën verricht in nauwe samenwerking met de betrokken departementen in een vijf jaarlijkse cyclus evaluaties van alle belastinguitgaven zoals opgenomen in bijlage 5 van de Miljoenennota. In genoemde bijlage wordt elk jaar een overzicht gegeven van de afgeronde evaluaties in het afgelopen jaar en komt ook de mate van doelbereiking tot uiting.

3.1.3. Belastingdienst

3.1.3.1 Algemene Beleidsdoelstelling

Burgers en bedrijven zijn bereid hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

Omschrijving van de samenhang in het beleid

De Belastingdienst bevordert compliance door goede dienstverlening, adequaat toezicht en zonodig strafrechtelijk afgedwongen naleving.

Verantwoordelijkheid

De minister en staatssecretaris van financiën zijn verantwoordelijk voor:

• de uitvoering van de heffing en inning van de rijksbelastingen en de douanerechten

• de controle op de invoer, doorvoer en uitvoer van goederen

• de uitvoering van de premieheffing en -inning van de werknemers- en volksverzekeringen

• handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit

• de uitvoering van de vaststelling en de uitkering van toeslagen.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van de kwaliteit van de dienstverlening en de effectiviteit van het toezicht en de opsporing.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicator (in %)Basiswaarde 2004Waarde 2005Streefwaarde 2006Streefwaarde 2007
Belastingontduiking is onaanvaardbaar88848888
Zelf belasting ontduiken is vrijwel uitgesloten75717575
Belasting betalen betekent iets bijdragen58526060

Toelichting

• Ten aanzien van de bovenstaande compliance-indicatoren geldt dat deze teruglopen. De Belastingdienst wil de komende jaren deze trend keren en de mogelijkheden om belasting te ontduiken verminderen. De Belastingdienst intensiveert het toezicht en stuurt op verbetering van de dienstverlening.

• Het percentage belastingplichtigen dat aangeeft zelf belastingontduiking vrijwel uitgesloten te vinden, is licht gedaald. Daarbij gaat het zowel om het wíllen als om het kúnnen ontduiken. De Belastingdienst stuurt erop deze trend te keren en de mogelijkheden om te ontduiken te verminderen. De Belastingdienst intensiveert het toezicht en stuurt op verbetering van de dienstverlening. Door als overheid te gaan werken met basisregistraties en meer koppelingen tot stand te brengen met gegevensstromen van derden zullen vooral de mogelijkheden om belasting te ontduiken voor particuliere belastingplichtigen verder afnemen.

Voor een verdere toelichting op de compliance-indicatoren wordt verwezen naar Bedrijfsplan Belastingdienst 2006–2010, blz. 28 en Beheersverslag Belastingdienst 2005 blz. 11 (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr. 34).

3.1.4 Operationele doelstellingen

3.1.4.1 Operationele doelstelling 1

Belastingplichtigen, premieplichtigen en rechthebbenden van toeslagen dienstverlening aanbieden op de manier die hen past.

Motivering

Met dienstverlening bevordert de Belastingdienst de zelfredzaamheid, zodat burgers en bedrijven aangiften en aanvragen goed begrijpen en makkelijk invullen. Hierdoor kunnen zij een juiste aangifte of aanvraag tijdig indienen.

Instrumenten

• Verdere ontwikkeling van de telefonische dienstverlening gericht op goede telefonische bereikbaarheid en kwalitatief goede afhandeling;

• Snellere en eenduidige informatieverstrekking via de drie kanalen (telefoon, balie en Internet) van dienstverlening;

• Ontwikkeling van de vooringevulde aangifte voor de inkomstenbelasting van particuliere belastingplichtigen;

• Verder bouwen aan een samenwerkingsverband met organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van de toeslagen. Hierdoor kan de Belastingdienst een brede dienstverlening aan de burger bieden;

• Training van medewerkers gericht op het verbeteren van hun schriftelijke communicatie met burgers en bedrijven.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicator (in %)Basiswaarde 2004Waarde 2005Streefwaarde 2006Streefwaarde 2007
Afgehandelde telefoongesprekken67808080
Ervaren duidelijkheid correspondentie81828484
Ervaren snelheid afhandeling71637270
Ervaren bereikbaarheid60437070
Nakomen van afspraken87838787

Toelichting

• Nadat het percentage afgehandelde telefoongesprekken in het voorjaar van 2005 een dieptepunt had bereikt, is besloten de telefonische dienstverlening ingrijpend te herzien. De (kwantitatieve) norm en realisatie ligt daardoor weer op gemiddeld 80 procent, een percentage dat gebruikelijk is voor professionele callcentra. Het verbeterproces wordt in 2006 voortgezet. Voor wat betreft het binnen 48 uur nakomen van de terugbelafspraak in verband met vragen van belastingplichtigen die niet direct telefonisch beantwoord kunnen worden is de realisatie over 2005 uitgekomen op 84 procent. De over 2007 te bereiken norm bedraagt minimaal 95 procent.

• In 2005 kwalificeerde ruim 80 procent van de belastingplichtigen de brieven en aangiftemedia (biljet, diskette, programma) als duidelijk. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de komende jaren de waardering nog licht zal toenemen. Enerzijds doordat meer belastingplichtigen en toeslaggerechtigden van de elektronische aangifte gebruik gaan maken, anderzijds omdat de schriftelijke communicatie meer aandacht zal krijgen.

• De waardering voor de afhandelingsnelheid is al jaren vrij constant, hoewel er in 2005 sprake was van een daling, onder meer als gevolg van de latere oplegging dan gewoonlijk van definitieve aanslagen Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting. De komende jaren werkt de Belastingdienst aan verbetering van de logistieke processen.

Voor een verdere toelichting op bovenstaande instrumenten en prestatie-indicatoren wordt verwezen naar Bedrijfsplan Belastingdienst 2006–2010, blz. 16 t/m 18 en 29 en Beheersverslag Belastingdienst 2005, blz. 13 t/m 15 en 39 t/m 40 (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr. 34) en Verslag van een schriftelijk overleg, blz. 11 t/m 12 en 20 (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr. 40).

3.1.4.2. Operationele doelstelling 2

Door toezicht en opsporing bevordert de Belastingdienst dat belastingplichtigen en premieplichtigen hun wettelijke verplichtingen nakomen.

Motivering

De Belastingdienst wil toezicht uitoefenen met als voornaamste kenmerken risicogericht, zichtbaar, resultaatgericht en krachtig waar het de aanpak van malafide belastingplichtigen betreft. Het draait om de inhoud en de resultaten. Het is daarom niet voldoende alleen te sturen op de aantallen, maar vooral ook het maatschappelijke effect te monitoren. Maar de aantallen blijven wel degelijk ook van belang. De Belastingdienst moet immers zichtbaar aanwezig zijn: er moeten genoeg controles worden uitgevoerd om een verantwoord rakingpercentage te garanderen. In 2007 wil de Belastingdienst een beter evenwicht creëren tussen de aantallen controles en het selecteren op risico en belang.


Daarnaast speelt dat de Belastingdienst niet alleen wil kijken naar aangiften van bekende belastingplichtigen, maar vooral ook naar de groep die zich buiten het blikveld van de Belastingdienst probeert te houden, het zogenoemde grijze/zwarte circuit, en naar onbekende belastingplichtigen. De Belastingdienst zal het aantal diepgaande en materiële controles opvoeren. Controles zullen steeds vaker samen met andere handhavingorganisaties worden uitgevoerd. Handhavingcommunicatie zal nadrukkelijker als instrument worden ingezet om duidelijk te maken waar de Belastingdienst mee bezig is en welke resultaten worden behaald.

Voor nadere informatie over de versterking van het toezicht, onder meer door intensivering van het aantal boekenonderzoeken, wordt verwezen naar de brief van 15 mei 2006 van de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer over de reorganisatie en taakstelling van de Belastingdienst (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr 39) en naar het Verslag van een wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Financiën, blz. 23 (Kamerstukken II 2005/06, 30 550 IXA en IXB, nr. 6). Daarnaast is een brief aan de Tweede Kamer over de versterking van het toezicht in voorbereiding.

Instrumenten

• Risicobeheersing gericht op fiscale risico’s, financieel belang en maatschappelijke relevantie, blijft bepalend voor de aanpak van het toezicht;

• Meer aandacht voor de groep belastingplichtigen die zich buiten het blikveld van de Belastingdienst probeert te houden, het zogenoemde grijze/zwarte circuit, en voor onbekende belastingplichtigen. Zie hiervoor ook de brief van de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer over contra legem en vrijplaatsen van 3 juni 2004 (Kamerstukken II 2003/04, 29 643, nr. 2);

• Afsluiten van convenanten in het kader van horizontaal toezicht. Zie ook de brief van de staatssecretaris van Financiën van 15 april 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 643, nr. 4);

• Landelijke acties (in samenwerking met andere handhavingorganisaties);

• Inzetten van handhavingcommunicatie;

• Intensivering van de invordering.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatorBasiswaarde 2004Waarde 2005Streefwaarde 2006Streefwaarde 2007
Correctiepercentage IB (excl. navorderingsaanslagen)4,95,76,56,5
Correctiepercentage Vpb (excl. navorderingsaanslagen)7,56,06,56,5
Percentage nihilscores veldtoetsen (IB/Vpb/LB/OB)26262523
Aantallen boekenonderzoeken41 00031 50040 00050 000
Correctiepercentage invoerrechten/accijnzen13141414
Percentage achterstand invordering3,73,13,52,7
Percentage processen-verbaal dat leidt tot veroordeling/transactie80798690
Door belastingplichtige ervaren pakkans (in %)66677071

Toelichting

• Een controle met nihilscore is een controle die geen resultaat oplevert. Een laag percentage nihilscores is een indicatie voor effectief toezicht. Via een verbetering van de risicoselectie wil de Belastingdienst de stijgende trend in de nihilscores veldtoetsen keren. Daarentegen wil de Belastingdienst ook meer controles gaan uitvoeren om de zichtbaarheid te verhogen. De prestatie-indicator nihilscores heeft betrekking op boekenonderzoeken die worden uitgevoerd gericht op fiscaal risico en/of financieel belang;

• De afgelopen jaren is het aantal boekenonderzoeken sterk teruggelopen en is de kans dat een ondernemer door de Belastingdienst wordt gecontroleerd sterk afgenomen. Het keren van deze negatieve trend heeft prioriteit. De zichtbaarheid van de dienst moet omhoog. In het najaar van 2006 zal de Tweede Kamer middels een brief nader geïnformeerd worden over het toezichtplan van de Belastingdienst voor de komende jaren;

• De verwachting is dat het percentage correcties invoerrecht/accijns op termijn licht zal toenemen. Het illegale vervoer van accijnsgoed blijft een speerpunt en zal daarom bijdragen aan de verwachte stijging. Doordat de douane bonafide partijen gaat certificeren, wordt de groep die hij fysiek moet controleren, kleiner. Dit, in combinatie met een verbeterde risicoselectie, zorgt ervoor dat het correctiepercentage naar verwachting zal stijgen;

• Op basis van het actieplan Aanpak achterstand invordering is de inrichting van het invorderingsproces herzien. Vanaf 2008 zal dit door een nieuw invorderingssysteem worden ondersteund;

• Het percentage processen-verbaal dat tot veroordeling/transactie leidt, is gebaseerd op de jaarproductie van het OM. Dit percentage vertoont een stijgende lijn sinds 2003, toen het OM met een inhaalslag is begonnen. In 2006 moet 86 procent van de zaken tot een transactie of dagvaarding leiden, oplopend tot 90 procent in 2007, waarna het niveau stabiel blijft;

• De Belastingdienst streeft ernaar de ervaren pakkans te verbeteren. Dit ondermeer door het koppelen van basisregistraties van de overheid, uitbreiding van de gegevensstromen van derden, digitalisering van het aangifteproces, intensivering van risicogerichte en zichtbare controles, een hogere prioriteit voor het opsporen van onbekende en malafide belastingplichtigen en meer samenwerking met andere handhavingorganisaties.

Voor een verdere toelichting op de beoogde versterking van het toezicht, op bovenstaande instrumenten en prestatie-indicatoren wordt verwezen naar Bedrijfsplan Belastingdienst 2006–2010, blz. 18 t/m 21 en 30 t/m 31, Beheersverslag Belastingdienst 2005, blz. 19 t/m 29 (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr. 34) en Verslag van een schriftelijk overleg, blz. 12 t/m 15 (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr. 40).

3.1.4.3. Operationele doelstelling 3

Het leveren van een bijdrage aan de bescherming van de samenleving tegen ongewenste goederen.

Motivering

Om de risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid, economie en milieu (VGEM) beheersbaar te maken. Daarbij wordt voldaan aan de internationale regelgeving ten aanzien van de bescherming van de gemeenschappelijke buitengrens op VGEM-gebied.

Instrumenten

• Verbreden en intensiveren van het toezicht op de hele logistieke keten, bij grensoverschrijdend goederenverkeer;

• Certificering van ondernemingen;

• Ontwikkelen van een intelligence-functie gericht op de beheersing van VGEM-risico’s bij het grensoverschrijdende goederenvervoer;

• Intensiveren van de samenwerking met de douanediensten binnen en buiten de EU;

• Intensiveren van de samenwerking met Nederlandse handhavingorganisaties op VGEM-gebied;

• Continuering 100% passagierscontroles.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatorBasiswaarde 2004Waarde 2005Streefwaarde 2006Streefwaarde 2007
% Correcties Douane bij VGEM1,71,723
Aantal correcties VGEM bij passagierscontrole Douane13 60011 60011 25011 000
Aantal processen verbaal Douane bij VGEM14 40023 50018 00022 500
Aantal processen verbaal FIOD-ECD niet-fiscaal310318275270

Toelichting

• Door het certificeren van ondernemingen kan de controlecapaciteit gerichter ingezet worden op de grote risico’s. Door verbetering van de risicoselectie en door het intensiveren van de samenwerking met andere diensten zal het correctiepercentage stijgen;

• De streefwaarde van de FIOD-ECD ten aanzien van het aantal processen verbaal ligt op een iets lager niveau dan in 2005 vanwege de focus op grotere zaken;

• De norm en de realisatie voor het aantal processen verbaal Douane bij VGEM vertoont een wat grillig verloop. Dit is ontstaan doordat de realisatie in 2004 en 2005 ver boven de streefwaarden (7 900 en 8 050) bleek uit te komen. Bij de planning voor deze jaren was nog geen rekening gehouden met de inzet voor de 100% controles op Schiphol en de vogelgriep in 2005.

Voor een verdere toelichting op bovenstaande instrumenten en prestatie-indicatoren wordt verwezen naar Bedrijfsplan Belastingdienst 2006–2010, blz. 22 t/m 23 en 31 en Beheersverslag Belastingdienst 2005, blz. 31 t/m 34 (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr. 34) en Verslag van een schriftelijk overleg, blz. 19 (Kamerstukken II 2005/06, 30 300 IXB, nr. 40).

3.1.5. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000)
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen3 261 2473 491 0633 411 8593 446 3053 391 2453 371 3623 369 998
        
Uitgaven3 244 5743 491 0033 411 7993 446 3053 391 2453 371 3623 369 998
Programma-uitgaven564 195798 753785 315786 697771 69777 1 697771 695
Doelstelling 2 Door toezicht en opsporing bevordert de Belastingdienst dat belastingplichtigen en premieplichtigen hun wettelijke verplichtingen nakomen.       
Programma75 42566 25355 31556 69756 69756 69756 695
Heffing- en invorderingsrente488 770732 500730 000730 000715 000715  000715 000
        
Apparaatsuitgaven2 680 3792 692 2502 626 4842 659 6082 6 19 5482 599 6652 598 303
        
Ontvangsten106 850 958108 951 633114 431 068120 320 684124 942 257128 492 931132 397 011
Programma-ontvangsten106 802 400108 922 661114 405 596120 295 212124 916 785128 467 459132 371 539
Algemene beleidsdoelstelling       
Belastingontvangsten105 872 334107 647 538113 070 773118 955 389123 591 962127 142 636131 046 716
Doelstelling 2 Door toezicht en opsporing bevordert de Belastingdienst dat belastingplichtigen en premieplichtigen hun wettelijke verplichtingen nakomen.       
Programma287 692305 123304 823304 823304 823304 823304 823
Heffing- en invorderingsrente642 374970 0001 030 0001 035 0001 020 0001 020 0001 020 000
        
Apparaatsontvangsten48 55828 97225 47225 47225 47225 47225 472

Toelichting op de budgettaire gevolgen van beleid

De belastingontvangsten in de tabel budgettaire gevolgen zijn netto-ontvangsten na aftrek van de ontvangsten die ten behoeve van het Gemeentefonds en het Provinciefonds (op grond van de financiële verhoudingswet) en het BTW-Compensatiefonds worden afgezonderd. In onderstaande tabel staat de aansluiting van de Miljoenennota 2007 met IXB. Een toelichting op de belastingontvangsten wordt gegeven in de Miljoenennota.

Tabel aansluiting belastingontvangsten Miljoenennota 2007 met IXB (x € mln.)
 2005200620072008200920102011
Totale belastingontvangsten Jaarverslag 2005/Miljoenennota120 743 135124 040 599130 890 790136 831 910141 592 199145 200 903149 172 219
Afdracht Gemeentefonds11 996 80313 367 54514 704 13214 672 06914 721 73414 721 73414 723 735
Afdracht Provinciefonds1 004 0141 085 5271 110 2371 110 2371 110 2371 110 2371 110 237
Afdracht BTW-Compensatiefonds1 870 9841 939 9892 005 6482 094 2152 168 2662 226 2962 291 531
        
Belastingontvangsten IXB105 872 334107 647 538113 070 773118 955 389123 591 962127 142 636131 046 716

Grafiek budgetflexibiliteit



kst99338_2_03.gif

Toelichting

In de programma-uitgaven van de Belastingdienst zit geen budgetflexibiliteit aangezien het om uitgaven gaat die 100% juridisch verplicht zijn, zoals de programma-uitgaven voor heffing- en invorderingsrente, de Wet kosten bezwaarfase voor proceskosten en uitgaven voor de WOZ. Deze uitgaven vloeien voort uit bestaande wettelijke regelingen dan wel uit uitspraken van het Europese Hof van Justitie.

3.1.6 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 200620072008200920102011
Fiscaal beleid en wetgeving
Belastinguitgaven
Monitor inkomsten uit lokale heffingen
Beleidsdoorlichting operationele doelstelling 4     
       
Belastingdienst      
Algemene beleidsdoelstelling      
Fiscale Monitor (compliance)
Joint audit Reorganisatie Belastingdienst     
       
Operationele doelstelling 1      
Fiscale Monitor (dienstverlening)
       
Operationele doelstelling 2      
Doorlichting uitvoering Toezicht     
Fiscale Monitor (toezicht)
       
Periodieke audits project Toeslagen     
       
Periodieke audits project samenwerking UWV-Belastingdienst (SUB)     
       
Audit vrijplaatsen en contra legem     
       
Periodieke audits project herziening invordering     
       
Periodieke audits implementatie project zorgverzekeringswet bij Belastingdienst    
       
Audit P-direct     
       
FIX
Audit vooringevulde aangifte      
Audit complexiteitsreductie     
       
Audit Risicobeheersingorganisatie     
       
Certificeringonderzoeken Aandacht voor Risicobeheersing, Gegevensbeveiliging en Integriteitaspecten (ARGI)     
       
Overige audits processen, dienstverlening aan derden en kleine middelen (niet FIX) 
       
Operationele doelstelling 3      
Audits handhavingplannen dienstverlening aan derden (VGEM)    

□ Beleidsdoorlichting

• Effecten onderzoek ex-post

♦ Overig evaluatieonderzoek (bedrijfsvoeringonderzoeken)