Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.6 Defensie Materieelorganisatie (DMO) – beleidsartikel 25

3.6.1. Algemene doelstelling

Modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

De Defensie Materieelorganisatie (DMO) levert materieellogistieke ondersteuning op het gebied van aanschaf, instandhouding en afstoting voor de gehele krijgsmacht en is beleidsverantwoordelijk voor het defensiebrede materieellogistieke beleid en het beleid met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling.


Aan alle operationele gebruikers wordt modern en kwalitatief hoogwaardig materieel geleverd dat voldoet aan de operationele eisen, tijdig beschikbaar is en voldoende bescherming biedt voor het defensiepersoneel. Dit materieel wordt op zorgvuldige, kosteneffectieve, doelmatige en rechtmatige wijze verworven. De DMO levert tijdig producten en diensten op basis van bindende afspraken en tegen redelijke prijzen.


In de boxen zijn voorbeelden van projecten opgenomen die betrekking hebben op de diverse beleidsartikelen. De projecten betreffen de beleidsdoelstelling verbreding en versnelling van de inzetbaarheid van de krijgsmacht.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf, het instandhouden en het afstoten van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Succesfactoren

Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van de mate waarin voldaan kan worden aan de door de interne klant gestelde eisen met betrekking tot de factoren product, tijd en geld. Hierbij zijn onder meer van belang: de productiecapaciteit van de leveranciers, de aanwezigheid van nationale defensie-industrie en mogelijkheden tot internationale samenwerking.

Verder is de personele invulling mede afhankelijk van de mate waarin de arbeidsmarkt voorziet in de beschikbaarheid van capabel (technisch) geschoold personeel. Ook zijn de toegang en uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling en de stand van de techniek met betrekking tot het gewenste materieel van grote invloed op het behalen van de algemene doelstellingen.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen, die ter beschikking van de DMO staan voor de realisatie van de doelstellingen, zijn in de onderstaande tabel opgenomen.

Bedragen x € 1 000
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen1 696 8524 681 4602 991 5142 156 0392 180 5152 327 0522 221 198
Uitgaven       
Programmauitgaven       
waarvan juridisch verplicht per 31-12-2006  2 161 0871 406 1651 166 1211 012 184789 456
Investeringen zeestrijdkrachten317 205354 714340 766333 164368 858358 006302 736
Investeringen landstrijdkrachten513 819583 409606 013595 382487 797549 288489 911
Investeringen luchtstrijdkrachten393 181178 006439 016454 121457 847471 599514 075
Investeringen Koninklijke marechaussee36 24423 92421 41020 35517 20617 81718 417
Investeringen overig47 79321 32213 33413 48714 48613 58913 525
Logistieke ondersteuning zeestrijdkrachten205 934148 987161 595151 113155 564159 607161 136
Logistieke ondersteuning landstrijdkrachten318 729138 342170 496178 032176 136176 036176 136
Logistieke ondersteuning luchtstrijdkrachten314 220288 599251 849248 644241 943241 902241 902
Totaal programmauitgaven2 147 1251 737 3032004 4791 994 2981 919 8371 987 8441 917 838
Apparaatsuitgaven       
Staf DMO171 986354 216303 014315 928310 514305 675303 360
Bijdragen aan baten-lastendiensten       
Totaal apparaatsuitgaven171 986354 216303 014315 928310 514305 675303 360
Totaal uitgaven2 319 1112 091 5192 307 4932 310 2262 230 3512 293 5192 221 198
Totaal ontvangsten19 60464 45579 74173 69873 69873 69873 698

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1:

Voorzien in nieuw materieel

Motivatie

Om de defensieonderdelen te voorzien van inzetgereed materieel dient tijdig nieuw materieel te worden aangeschaft. Hieronder valt ook de vervanging van bestaand materieel.

Instrumenten

Het Defensie Materieelproces (DMP) bevat regels voor het per project uitwerken en voorzien in de behoefte aan militair materieel, informatievoorzieningssystemen en infrastructuur vanaf € 5 miljoen. Het DMP markeert politieke besluitvorming op belangrijke keuzemomenten in projecten en zorgt voor ambtelijke en politieke sturing gedurende de gehele looptijd van de projecten. Het DMP is in 2006 geëvalueerd. Projecten met een financiële omvang van groter dan € 25 miljoen doorlopen in principe vier fasen: de behoeftestelling (fase A), de voorstudie (fase B), de studie (fase C) en de verwervingsvoorbereiding (fase D). Na de D-fase begint de realisatie. Deze fasen zullen zoveel mogelijk gecombineerd worden doorlopen. De informatievoorziening aan de Kamer via separate brieven is gericht op strategische materieelprojecten. Informatie over overige (bedrijfsvoerings)projecten verloopt via de begroting.

Investeringen zeestrijdkrachten

Tabel projecten in uitvoering (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen zeestrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver-plichten in 2007Project-volumeFasering tot
LC-FregattenRealisatie  1 484,443,930,01 562,32009
LCF WalreserveRealisatie  29,46,44,537,52008
LCF MunitieRealisatie  240,325,0 404,82017
LPD-2Realisatie  263,58,94,2272,62008
NH-90Realisatie  348,0156,170,31 011,52013
Cup OrionRealisatie  184,92,2 187,12007
Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM)Realisatie  138,720,08,7193,72010
Milsatcom lange termijnfase defensie breedRealisatie  51,026,226,7132,22012
NIMCISRealisatie  70,519,71,996,02008
Verwerving gepantserde Terrain VehicleRealisatie  55,920,24,579,02008

Tabel projecten in voorbereiding (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen zeestrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering
PatrouilleschepenVoorbereidingAD<25<25>250>2502006–2013
Instandhouding M-fregattenVoorbereidingA  <25<2550–1002007–2012
Vervanging Hr.Ms. ZuiderkruisVoorbereidingAD<2525–50100–250>2502006–2011
TACTOM (modificatie 2 LCF en verwerving missiles)VoorbereidingA  <2550–10050–1002006–2013

Tabel nieuwe projecten (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen zeestrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering
Instandhouding Walrus-klasse onderzeebotenNieuw     50–1002011–2016
Instandhouding Hr. Ms. AmsterdamNieuw A   25–502009–2010
Nieuwe generatie identificatiesystemen (IFF Mode 5/Mode S)Nieuw     25–502011–2014
Helicopter Air to Surface Missiles (HASM’s) NH-90Nieuw     25–502011–2014
Verbetering Mk48- torpedoNieuw     50–1002011–2015
Low Frequency Acoustic Sonar (LFAS)Nieuw     <252009–2012
Vervanging capaciteit vrachtauto’s 7,5 kNNieuw A   50–1002010–2015
Instandhouding GoalkeeperNieuw A   25–502009–2013
Vervanging Mk 46 torpedoNieuw A   25–502009–2011
Herintroductie mijnenveegcapaciteitNieuwA    100–2502009–2012
Kwantitatieve versterking MarnsbatsNieuwA <25<25<2525–502006–2010
Verwerving 2e batch IISS reservedelen NH-90Nieuw     25–502011–2013

NH-90

Het helikopterproject NH-90, een NAVO-samenwerkingsproject, waaraan inmiddels vijf landen deelnemen, behelst de ontwikkeling en productie van een middelzware helikopter in een maritieme variant en een tactische transportvariant voor operaties op het land. Ook wordt nauw samengewerkt met Noorwegen, Zweden en Finland. Het huidige Nederlandse contract – dat nog uitgaat van twintig maritieme helikopters, waarvan veertien met een volledig missiesysteem en zes met voorzieningen voor de inbouw van een dergelijk systeem – wordt gewijzigd. De bijgestelde behoefte is twaalf maritieme helikopters met een volledig missiesysteem (NFH) en acht maritieme transporthelikopters, geschikt voor transport over land en zee (plus een optie op twee). Hierover wordt de Kamer separaat geïnformeerd. De NH-90-helikopters worden naar verwachting vanaf eind 2007 of begin 2008 opgeleverd. Op basis van het huidige contract zullen twintig NH-90-helikopters in 2012 zijn afgeleverd.


Projecten Marinestudie 2005

De Marinestudie 2005 behelst een pakket aan maatregelen waarmee de samenstelling en de middelen van het CZSK beter worden afgestemd op de toekomstige taken. Door vier M-fregatten af te stoten, ontstaat de benodigde financiële ruimte voor de verwerving en de uitbreiding van verschillende capaciteiten. Dit betreft achtereenvolgens de verwerving van een joint logistiek ondersteuningsschip ter vervanging van de Hr.Ms. Zuiderkruis, de verwerving van patrouillevaartuigen, de verbetering van de Walrusklasse-onderzeeboten (veiligheidsaanpassingen aan de sonar), de uitbreiding van de inzetmogelijkheden van de LC-fregatten voor de bestrijding van landdoelen met langeafstandsraketten (Tactom), de herintroductie van de mijnenveegcapaciteit en de versterking van de manoeuvrebataljons van het Korps mariniers. Op termijn wordt de uitbreiding van de inzetmogelijkheden van het LCF voor de verdediging tegen tactische ballistische raketten daar mogelijk aan toegevoegd.

Over deze eerste zes behoeftestellingen is of wordt de Kamer in 2006 geïnformeerd.

De resultaten van de verwervingsvoorbereiding van de patrouillevaartuigen, het joint logistiek Support Ship en Tactom kunnen waarschijnlijk in de eerste helft van 2007 worden aangeboden aan de Kamer. De patrouillevaartuigen komen naar verwachting vanaf eind 2009 of begin 2010 in de vaart en het joint logistiek Support Ship vanaf medio 2012.

Investeringen landstrijdkrachten

Tabel projecten in uitvoering (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen landstrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering tot
Verbetering mobiliteit StingerplatformRealisatie  12,419,50,543,92008
Fennek (licht-verkennings-/bewakingsvoertuig)Realisatie  177,771,81,6265,32008
Fennek (MRAT en AD versie)Realisatie  55,450,91,0192,32009
Groot pantservoertuig (ontw. fase)Realisatie  103,85,26,2113,02008
IGV (productie) plus trainingRealisatie  72,0184,829,51 012,82010
Medium Range Anti-Tank (MRAT)Realisatie  201,11,01,0216,32010
Tactical Indoor Simulation (TACTIS)Realisatie  55,013,44,683,22008
Pantzer Haubitze 2000 (PzH 2000)Realisatie  161,6100,86,0483,42010
Wissellaadsysteem 165 kNRealisatie  228,00,5 228,52007
Short Range Anti-Tank (SRAT)Realisatie  51,614,5 66,62008
Soldier Modernisation- programme (SMP)Realisatie  38,88,28,2324,92015
TitaanRealisatie  109,515,60,7130,02008

Tabel projecten in voorbereiding (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen landstrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering
Groot pantservoertuig (productie), eerste batchVoorbereidingD    >2502010–2015
FGBADS (deel 1 fase 2, (BMC4I FOC) + Deel 2 (SSC))VoorbereidingD <25<5025–50100–2502006–2012
Verv. brugleggende tankVoorbereiding   <2550–10050–1002007–2013
Verv. genie- en doorbraaktankVoorbereidingD <25<25 50–1002008–2012
Battlefield Management- system (BMS)VoorbereidingCD<25<2550–10050–1002006–2011
Verv. tenten en kachelsVoorbereiding   <2525–5025–502007–2008
Verhoging grondmobiliteit 11 AMB/verv. LSVVoorbereidingA    50–1002009–2012
Verv. deelsysteem TitaanVoorbereiding   <2525–5050–1002007–2021
Verbeterd zicht (deel II) VoorbereidingA   <2525–5025–502007–2012

Tabel nieuwe projecten (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen landstrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering
Verv. lichte vrachtauto MBNieuw     100–2502011–2016
Verv. vrachtauto 100kNNieuw     >2502010–2015
Verv. Mortieropspo-ringsradar (MOR)NieuwA    100–2502010–2013
Verv. amfibisch overgangssysteem (vouwbrug)NieuwA    25–502009–2013
Verv. licht indirect vurend wapensysteemNieuw     100–2502011–2014
Verv. HF/VHF-radio (ECB/FM9000)Nieuw     100–2502011–2015
Verwerving CE-pakketten IGVNieuw A   50–1002011–2013
Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO)Nieuw  <25<2525–5025–502006–2010
Combat identification (Combat ID)Nieuw     50–1002009–2014
CUP EOVNieuw A   25–502010–2014
CUP Remotely Piloted Vehicle (RPV)Nieuw A   25–502010–2013
Verwerving precision guided ammunitionNieuw     50–1002009–2012
Vervanging KL-standaard shelter (KLSS)Nieuw A   50–1002010–2015
Vervanging A/B/C-sheltersNieuw A   50–1002010–2015
Leopard II Airco’sNieuw D   25–502009–2011

Future Ground Based Air Defense System (FGBADS)

Met FGBADS wordt invulling gegeven aan de in de Prinsjesdagbrief 2003 beschreven luchtverdediging «nieuwe stijl», bestaande uit een aantal aanvullende capaciteiten die, samen met de grondgebonden luchtverdedigingseenheden van het CLSK, de gewenste evenwichtige luchtverdediging moeten vormen. Het project is opgebouwd uit twee delen. Het eerste deel betreft een commandovoeringssysteem dat zorgt voor de aansturing van de lanceerinrichtingen en de integratie met andere wapensystemen, zoals Stinger en Patriot. Het tweede deel van het project betreft de aanschaf en integratie van de benodigde lanceerinrichtingen.


Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig (LVB «Fennek»)

Met de aanschaf van 202 Fennek-voertuigen in verschillende varianten vormen deze voertuigen «de ogen en oren» van het CLAS. De hoofdtaak van 148 voertuigen is het verzamelen van gevechtsinlichtingen. Daarnaast zijn 48 voertuigen specifiek toegerust ten behoeve van doelopsporing en de geleiding van grondgebonden vuursteun (48 stuks voorwaartse waarnemer) en worden zes voertuigen toegerust voor doelgeleiding van vliegtuigen en helikopters.

Naast de behoefte aan een licht verkennings-/bewakingsvoertuig is in het programma «Vervanging Pantservoertuigen» ook de behoefte aan 208 licht gepantserde voertuigen onderkend. De Fennek fungeert hierbij als platform voor het Medium Range Anti Tank-wapen (MRAT), waarvoor behoefte bestaat aan 96 stuks. Verder zullen 18 stuks fungeren als platform voor het Stinger-wapensysteem, zullen 39 stuks dienen als afvuurplatform voor het 81 mm mortier en zullen 55 stuks worden aangeschaft voor algemene doeleinden.


Groot Pantser Wielvoertuig (GPW, «Boxer»)

Dit project betreft de internationale ontwikkeling en de seriebouw van een nieuw pantserwielvoertuig, dat Boxer wordt genoemd. Na de uittreding van het Verenigd Koninkrijk is de projectfasering geactualiseerd, waardoor de afronding van het ontwikkeltraject door Nederland en Duitsland nu begin 2007 wordt voorzien. Voor de productie van de serie hebben Nederland en Duitsland overeenstemming bereikt over bilaterale voortzetting van het project. Wegens het uittreden van het Verenigd Koninkrijk is de oorspronkelijke serieprijs vervallen en is parallel een marktonderzoek uitgevoerd naar alternatieven. In maart 2006 heeft het Arctec-consortium een nieuwe serieprijs voor de Boxer voorgesteld, die echter als «onacceptabel» werd bestempeld. Op basis van een hernieuwde offerte heeft de Auditdienst Defensie een onderzoek verricht. Daarna is overeenstemming bereikt met de industrie over de leveringsomvang en de prijs, zodat de verwervingsvoorbereiding kon worden voortgezet. De productie zal de versies voor commandovoering, gewondentransport, vracht en genie omvatten. De serie betreft de verwerving van 200 voertuigen. Met de brief «Voortzetting deelproject Groot Pantserwielvoertuig (PWV)» van 23 juli 2006 is de Kamer hieromtrent geïnformeerd.


Infanterie GevechtsVoertuig (IGV, «CV-90»)

Naast de Fennek (MRAD/AD) en het Groot Pantserwielvoertuig is dit het derde deel van het overkoepelende project Vervanging Pantservoertuigen. Dit deelproject betreft de vervanging van de technisch en operationeel verouderde YPR-PRI door een nieuw infanteriegevechtsvoertuig. Met dit nieuwe infanteriegevechtsvoertuig wordt voldaan aan de operationele eisen van het moderne optreden: betere bescherming, grote mobiliteit en goede vuurkracht. Eind 2004 is het contract voor levering van de CV-90 getekend. Op basis van de huidige leverplanning zal de serielevering vanaf medio 2007 aanvangen en eind 2010 worden voltooid.


Binnen het IGV-project wordt rekening gehouden met een uitbreiding van het gecontracteerde TACTIS-systeem (tactische simulator). Tevens is rekening gehouden met de verwerving van de initiële munitie, de uitbreiding van Tactis voor IGV-opleidingen, de verwerving van de IGV-rijsimulator en de verwerving van overige specifieke opleidingsmiddelen, initiële reservedelen en speciale gereedschappen.


Battlefield Management System (BMS)

Het project geeft invulling aan de C2 (Command and Control) ondersteuning van grondgebonden eenheden van de CLAS. Met het Battlefield Management System (BMS) wordt beoogd de operationele informatievoorziening en daarmee de commandovoering op het niveau peloton, compagnie en bataljon te verbeteren door vooral de situational awareness bij deze eenheden te verbeteren. Het systeem is onderdeel van het grotere geheel van operationele commandovoeringssystemen dat is gebaseerd op C3I-architectuur. BMS werkt tevens als Blue Force Tracker.

Investeringen luchtstrijdkrachten

Tabel projecten in uitvoering (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen luchtstrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering tot
F-16 link 16Realisatie  87,019,74,1120,62010
F-16 verb. luchtgrondbewapeningRealisatie  33,112,24,062,82009
F-16 verv. System Design and DevelopmentRealisatie  524,8115,523,5784,72012
F-16 luchtverkenningssysteemRealisatie  18,711,90,641,12009
AH-64 MTADSRealisatie  36,521,82,4109,42009
Patriot Update PAC III (launchers en missiles)Realisatie  43,321,10,3117,22009
3e DC-10Realisatie  42,80,7 43,52007
Aanschaf 3e en 4e C-130Realisatie  32,022,06,254,02007
F-16 M5 modificatieRealisatie  9,89,72,059,02011
F-16 vervanging NL projectenRealisatie  15,79,49,248,12009
Heli’s Luchtmobiele brigadeRealisatie  659,74,7 667,72008
F-16 Targeting-podsRealisatie  8,416,816,237,92008

Tabel projecten in voorbereiding (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen luchtstrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering
CHINOOK uitbreiding en versterking (4+2)VoorbereidingD <2550–100>250>2502006–2011
AGSVoorbereidingA <25<2550–100100–2502006–2016
Unmanned Reconnaissance Aerial VehicleVoorbereidingA en B/C <25<25<25>2502006–2014
Verv. F-16 productieVoorbereidingD  <25<25>2502007–2021
F-16 zelfbeschermingVoorbereiding   <25<2550–1002007–2011
F-16 verbetering lucht-grond bewapening (fase II)VoorbereidingAB/C <25<25100–2502009–2013
F-16 Mode 5 IFFVoorbereiding     <252009–2011
AH-64 Zelfbescherming (ASE)VoorbereidingAD   100–2502009–2013
Patriot verv. COMPATRIOTVoorbereiding   <25<2525–502007–2010
Verv. Medium Power Radar (Wier)Voorbereiding A   25–502011–2013
Cougar midlife updateVoorbereiding     25–502011–2013
AH-64 longbowVoorbereiding     50–1002011–2015
AH-64 upgradeVoorbereiding A   100–2502011–2013
Patriot modificatie PDB7/ISD7Voorbereiding     <252008–2012

Tabel nieuwe projecten (bedragen x € 1 miljoen)
Investeringen luchtstrijdkrachtenDMP-faseDocumenten verwacht in 2006Documenten verwacht in 2007Verwachte uitgaven t/m 2006Verwachte uitgaven in 2007Verwacht te ver- plichten in 2007Project-volumeFasering
F-16 infrarood geleide lucht-lucht raketNieuw     25–502009–2012

PSDF MoU

Nederland neemt sinds 2002 als level 2 partner deel aan de System Development & Demonstration-fase (SDD-fase) van het Joint Strike Fighter-programma. Nederland heeft zich in het Memorandum of Understanding (MoU) voor de SDD-fase verplicht tot een financiële bijdrage van $ 800 miljoen, waarvan $ 50 miljoen mag worden besteed aan door Nederland geïnitieerde projecten. Voor de deelneming aan de SDD hebben de overheid en de industrie eenbusiness case opgesteld. Na de ontwikkeling van de JSF volgen de productie-, de instandhoudings- en doorontwikkelingsfasen van het toestel. Voor de inrichting van deze fasen gedurende de gehele levensduur van het toestel hebben de partnerlanden een MoU over de Production, Sustainment and Follow-on Development (PSFD) opgesteld. Het MoU verplicht de partnerlanden mee te betalen aan non recurring costs voor onder meer de inrichting van de productielijn. Deze verplichting kan volledig binnen de geprojecteerde reeks worden geaccommodeerd. Het kabinet zal het parlement in het najaar van 2006 een besluit voorleggen over de ondertekening van dit MoU.


C-130

Eind november 2005 is een contract getekend tot levering van twee vliegtuigen, die echter nog gecompleteerd, gereviseerd en gemodificeerd moeten worden tot luchtwaardige toestellen. In 2006 vindt levering van ontbrekende componenten en onderhoud plaats. Eind 2006/begin 2007 worden de vliegtuigen voorzien van een nieuwe cockpit (identiek aan het Cockpit Update Programma voor de huidige C-130 vloot). Operationele testen, opleidingen en evaluatie vinden plaats in 2008, waarna oplevering plaatsvindt. Betalingen vinden plaats in 2006, 2007 en 2008 na levering van componenten c.q. afronding van fasen in het geplande revisie-/modificatieprogramma.


Chinook

De in 2005 voltooide studie «Helikoptercapaciteit Defensie» geeft een totale behoefte aan van twintig Chinook-helikopters. De in 2005 vastgestelde behoefte voorziet in de verwerving van vier extra Chinooks en de standaardisatie van de huidige helikopters (na het verongelukken van twee toestellen, nu nog 11 helikopters).

Door de hoge eisen die worden gesteld aan operaties met Special Forces (SF) zijn verbeteringen c.q. uitbreidingen van de Chinook nodig op het gebied van zelfbescherming, sensoren, verbindingen en inrichting van het passagiersgedeelte.

Het project voorziet tevens in beveiligde langeafstandverbindingsmiddelen voor de Chinook, teneinde de verbindingen in de inzetgebieden te verbeteren. Ten behoeve van de training van de Chinook-vliegers wordt gebruik gemaakt van een simulator in het Verenigd Koninkrijk. Met de introductie van de nieuwe Chinooks is aanpassing van de simulator noodzakelijk. De aanpassing van de simulator is onderdeel van het project aangaande de uitbreiding en standaardisatie van de extra Chinooks.

Ten behoeve van zowel de uitbreiding als de standaardisatie wordt ofwel de Avionic Control en Management System (ACMS)-cockpits softwarematig op standaard (block 6) gebracht of wordt aansluiting gezocht bij de Amerikaanse cockpitconfiguratie (CAAS). Het standaardisatieprogramma van de huidige vloot vangt pas aan nadat de nieuwe helikopters zijn geleverd. Rekening houdend met de gewenste levering, is begin 2006 een Pre-Production Agreement (PPA) met Boeing afgesloten voor de ontwikkeling, reservering van de productie-lots en het bestellen van longlead-items. Aangezien het beschikbare budget ontoereikend lijkt voor de huidige behoefte vindt er op dit moment onderzoek plaats naar de mogelijke wijzen van vervolg van het project. Het huidige onderzoek heeft er toe geleid dat het PPA is verlengd. Door deze verlenging is de noodzakelijke ruimte gecreëerd voor het onderzoek, maar kan de eerste helikopter niet meer voor eind 2008 worden geleverd. De eerste levering is nu midden 2009 voorzien.

Investeringen Koninklijke marechaussee

Dit betreft de investeringsprojecten – voor zover niet in infrastructuur en informatievoorziening – ten behoeve van de Koninklijke marechaussee. Geen daarvan is groter dan € 25 miljoen.

Investeringen overige

Dit betreft de investeringsprojecten ten behoeve van enkele overige Defensieonderdelen, zoals het Commando Dienstencentra (CDC), de Bestuursstaf (BS) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

Operationele doelstelling 2:

Instandhouding van materieel

Motivatie

Teneinde de operationele output van de operationele eenheden zeker te stellen, dienen deze te beschikken over voldoende inzetbaar materieel. Hierin voorziet de DMO door enerzijds zorg te dragen voor (hoger) onderhoud aan de wapensystemen en de componenten hiervan. Anderzijds voorziet de DMO hierin door het op peil houden van de benodigde hoeveelheid reservedelen.

Instrumenten

De instandhouding van materieel wordt hoofdzakelijk verzorgd door het Marinebedrijf in Den Helder, het landelijk bevoorradingsbedrijf – dat is gevestigd op diverse locaties in het land – en het Logistiek Centrum Woensdrecht. Het door deze bedrijven uitgevoerde hoger onderhoud valt uiteen in preventief, modificatief en correctief onderhoud. Met het preventief onderhoud wordt de geplande technische en economische levensduur van wapensystemen en componenten gerealiseerd. Met correctief onderhoud worden geconstateerde klachten van gebruikers verholpen en met modificatief onderhoud worden door de gebruiker gewenste aanpassingen, alsmede door de leverancier voorgeschreven technische verbeteringen van de wapensystemen, uitgevoerd. Verder beschikt de DMO over afdelingen die zorgdragen voor het bevoorradingsproces van de krijgsmacht, zowel in Den Haag als op de genoemde locaties in het land. Dit proces beslaat de stappen verwerven, in ontvangst nemen, op voorraad houden en verstrekken van materieel aan de gebruikers. Daarbij wordt een onderscheid aangebracht tussen repareerbaar en verbruiksmaterieel. Het repareerbare materieel komt, na een periode van intensief gebruik, terug naar de betreffende eenheid van de DMO. Daar wordt bezien of het op de eigen onderhoudslocatie kan worden behandeld of dat dit bij de industrie moet plaatsvinden. Na reparatie komt het materieel weer terug in het bevoorradingsproces en wordt het uiteindelijk wederom aan de operationele gebruiker verstrekt.


Prestatiegegevens DMO

De DMO heeft conform de toezeggingen in de defensiebegroting 2006 de methodiek van prestatiemeting verder verfijnd.

De ondersteuning door de DMO aan de defensieonderdelen vindt plaats op basis van dienstverleningsovereenkomsten.

De actuele situatie bij de DMO-bedrijven wordt maandelijks inzichtelijk gemaakt door meting van en rapportage over de materiële- en personele gereedheid en de behaalde servicegraad. Daarnaast is een begin gemaakt met de meting van en de rapportage over de materiële instandhouding per hoofdwapensysteem. In het Jaarverslag 2007 zal, gebruikmakend van de bovengenoemde prestatiegegevens, over de prestaties van de DMO worden gerapporteerd.

Operationele doelstelling 3:

Afstoting overtollig materieel

Motivatie

De DMO is binnen Defensie belast met de afstoting van overtollig verklaarde roerende zaken. Onder afstoting wordt verstaan het verkopen, inruilen, schenken of vernietigen van materieel. Indien overtollige zaken niet voor hergebruik in aanmerking komen dienen zij in principe via Domeinen te worden verkocht. De verkoopopbrengsten zijn in beginsel bestemd voor Defensie op grond van de middelenafspraak met het ministerie van Financiën. Pas daarna komt inruil, schenking of vernietiging aan de orde. Uitvoering van deze werkzaamheden vindt plaats binnen de DMO bij de Directie Projecten en Verwerving.

Instrumenten

Bij het afstoten van roerende zaken wordt onderscheid gemaakt tussen strategische en niet-strategische zaken, waarop verschillende procedures van toepassing zijn. Het afstoten geschiedt door middel van verkoop, inruil, schenking of verschroting.


Overtollige niet-strategische zaken worden aan de dienst Domeinen van het ministerie van Financiën overgedragen. De goederen worden door Domeinen in de regel openbaar verkocht.

Voor de afstoting van overtollig strategisch defensiematerieel zijn aanvullende regelingen vastgesteld. Vanwege het specifieke karakter van dit materieel is voor elke voorgenomen afstoting een voorafgaande schriftelijke instemming van of namens de Staatssecretaris vereist. Verkoop vindt in de regel plaats op basis van government-to-government-overeenkomsten. Voorts is een exportvergunning vereist. Verder wordt iedere voorgenomen verkooptransactie vooraf in de Commissie Verkoop Defensiematerieel behandeld. Hierin zijn de departementen van Financiën, Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Defensie vertegenwoordigd.


Verkoop van fregatten aan Chili

Als gevolg van de operatie «Nieuw evenwicht» werd een groot aantal wapensystemen overtollig. Overtollige waardevolle wapensystemen kunnen niet in de bestaande staat worden verkocht. Dat is voor de klant onacceptabel. Ze worden dan ook in de door de klant gewenste staat gebracht. Een succesvol voorbeeld van een dergelijke verkoop zijn de overeenkomsten met Chili over de verkoop van vier overtollige fregatten, te weten twee luchtverdedigingfregatten van de Heemskerckklasse en twee multi purposefregatten van de Doormanklasse.


De vier fregatten zijn op 26 maart 2004 verkocht aan Chili. In het verkoopcontract, met het bijbehorende Technical and Logistic Support Memorandum of Understanding, is een aantal Chileense wensen opgenomen.


Voor het opleveren van fregatten in operationele conditie bleek het geven van extra onderhoud noodzakelijk. Dit wordt door het Marinebedrijf uitgevoerd. Het opleiden van de Chileense bemanningen geschiedt op de diverse opleidingsinstituten van het Commando zeestrijdkrachten. Gedurende de opleidingsperiode levert het CZSK een zogenaamde overdrachtsbemanning, die aan boord de nog niet door de Chilenen overgenomen werkzaamheden uitvoert.


De eerste twee fregatten, één van elk type, werden in december 2005 overgedragen aan Chili. Het derde fregat volgde in juli 2006 en de overdracht wordt voltooid met het vierde fregat in april 2007.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
Soort onderzoekOnderwerpStartAfgerond
BeleidsevaluatieBeleidsdoelstellingen Defensie MaterieelorganisatieSeptember 2007Februari 2008