Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.1. Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties – beleidsartikel 20

3.1.1. Algemene doelstelling

Duurzame internationale rechtsorde en stabiliteit.

Omschrijving van de samenhang in beleid

In deze tijd van mondialisering en open grenzen zijn interne en externe veiligheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het open karakter van onze samenleving en de internationale oriëntatie van onze economie maken een stabiele en vreedzame internationale omgeving voor Nederland van levensbelang. De krijgsmacht is bij uitstek geschikt om zowel in internationaal als nationaal verband de veiligheid van de burger en de belangen van ons land te bevorderen, zowel binnen de landsgrenzen als (ver) daarbuiten. Het uitvoeren van crisisbeheersingsoperaties draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen van het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid. Nederland voert daartoe een actief veiligheidsbeleid dat zich uitstrekt tot breed opgezette conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van het besluit tot uitzending, dat wil zeggen de daadwerkelijke inzet van militaire capaciteit bij crisisbeheersingsoperaties.

Succesfactoren

Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van de ernst en achtergronden van het conflict, de betrokkenheid van de internationale gemeenschap, de samenwerking met hulporganisaties, de steun van de plaatselijke bevolking en de opstelling van de conflictpartijen.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Ten laste van dit beleidsartikel worden de additionele uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties geraamd en verantwoord, als onderdeel van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Budgettaire gevolgen beleidsartikel 20 Crisisbeheersingsoperaties
Bedragen x € 1 000Realisatie 2005Begroting 2006Begroting 2007Begroting 2008Begroting 2009Begroting 2010Begroting 2011
Verplichtingen213 799303 762195 500195 500195 500195 500195 500
Uitgaven       
Operaties       
EUFOR tot 2 juni 200729 23626 00018 000    
EUPM0250     
KFOR23100     
Stabilisatiemacht Irak (SFIR)41 7645 000     
NTM-I426650300    
ISAF PRT Afghanistan14 18713 800     
ISAF Afghanistan Apaches/F-1625 80713 50013 50015 700   
ISAF/HQ ISAF1 2962 5001 2001 000   
ISAF STAGE III 142 300134 600130 700   
Enduring Freedom16 81311 000     
SRF16 7717 700     
CTF1508139 300     
Overige operaties3 3923 6623 7003 7003 7003 7003 700
Contributies       
VN-contributies52 96360 000     
PSO/EU-contributies5 4424 0005 0005 0005 0005 0005 000
Afdracht premie/koopsom pensioenen4 5814 0004 0004 0004 0004 0004 000
Subtotaal213 514303 762180 300160 10012 70012 70012 700
Voorziening crisisbeheersingsoperaties1 590015 20035 400182 800182 800182 800
Totale uitgaven215 104303 762195 500195 500195 500195 500195 500
Ontvangsten       
Restitutie VN-contributie3 047      
Ontvangsten VN/NAVO-partners7 5961 4071 4071 4071 4071 4071 407
Totaal ontvangsten10 6431 4071 4071 4071 4071 4071 407

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1:

Vrede en stabiliteit in Europa

Motivatie

Nederland levert een bijdrage aan de vrede en veiligheid in Europa (conform het kabinetsbesluit op basis van de «Art. 100-brief»).

Instrumenten

EUFOR operatie Althea

Sinds 2 december 2004 heeft de EU van de NAVO de SFOR-operatie in Bosnië-Herzegovina overgenomen. Deze operatie heeft de naam «Althea» en de uitvoering geschiedt door EUFOR. De Nederlandse bijdrage aan deze EU-geleide operatie was met ongeveer 450 militairen initieel gelijk aan de («oude») SFOR-bijdrage. Het accent van de internationale betrokkenheid bij Bosnië-Herzegovina is geleidelijk verlegd van de militaire naar de civiele aspecten van het vredesproces. In mei 2006 heeft het kabinet besloten om de Nederlandse militaire deelname aan de EU-geleide troepenmacht EUFOR per 2 juni 2006 met 12 maanden te verlengen. Aangezien jaarlijks besluitvorming plaatsvindt over de Nederlandse bijdrage aan EUFOR geldt dit besluit tot 2 juni 2007. De additionele uitgaven voor de verlenging met een jaar tot 2 juni 2007 zijn geraamd op € 25 miljoen, waarvan € 7 miljoen ten laste van het begrotingsjaar 2006. Als efficiencymaatregel is Dutch Base Bugojno per 1 mei 2006 ontmanteld. De daar gestationeerde eenheden zijn overgebracht naar Banja Luka. Hiermee is de Nederlandse bijdrage gereduceerd tot ongeveer 300 militairen.


De Nederlandse eenheden dragen binnen de Multinational Task Force North West bij aan een Safe and Secure Environment met Liaison and Observation Teams (LOT’s), een Normal Framework Operations (NFO) company en een support company. De NFO company is verantwoordelijk voor het ondersteunen van de lokale autoriteiten bij operaties, voornamelijk gericht tegen illegaal wapenbezit, illegale houtkap en smokkelactiviteiten. De support company zorgt voor de bevoorrading van de militairen in het gebied. Een belangrijke component van de Task Forces zijn de LOT’s. Deze teams opereren in specifiek toegewezen gebieden. De LOT’s zijn voor de Bosnische bevolking het meest zichtbare deel van de EUFOR-troepenmacht. De teams bestaan uit acht tot zestien militairen. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de situational awareness van EUFOR in het inzetgebied. Doel hiervan is inzicht te verkrijgen in sociale, politieke, economische, militaire en veiligheidszaken. Bovendien fungeren de teams als liaison tussen EUFOR en internationale organisaties. De LOT’s opereren vanuit woongemeenschappen en zijn gehuisvest tussen de lokale bevolking. Daarnaast levert Nederland een bijdrage aan diverse hoofdkwartieren en de Integrated Police Unit (IPU).

PSO/EU-contributies

De gemeenschappelijke uitgaven voor de EU-operaties worden door de EU-landen gefinancierd in de vorm van een EU-contributiebijdrage. Nederland draagt bij in de uitgaven van operatie Althea (EU-operatie in Bosnië-Herzegovina) en in de gemeenschappelijke uitgaven van de NAVO voor de NATO Peace Support Operations (PSO).

Operationele doelstelling 2:

Vrede en stabiliteit in Afghanistan

Motivatie

Nederland levert een bijdrage aan de vrede en veiligheid in Afghanistan (conform het kabinetsbesluit op basis van de «Art. 100-brief»).

Instrumenten

International Security Assistance Force (ISAF)

De door de NAVO geleide International Security Assistance Force (ISAF) heeft van de VN een mandaat gekregen om de Afghaanse overgangsregering in geheel Afghanistan te assisteren bij het handhaven van de veiligheid. Aanvankelijk was ISAF alleen actief in Kabul en later ook in de noordelijke provincies. Sinds 1 juni 205 maken ook de westelijke provincies deel uit van het operatiegebied en op 31 juli 2006 is een uitbreiding naar de zuidelijke provincies gevolgd. De hoeksteen van de geografische uitbreiding wordt gevormd door de zogenaamde Provincial Reconstruction Teams (PRT). Voor de uitbreiding van het operatiegebied met de zuidelijke en – later – de oostelijke provincies heeft de NAVO een nieuw operatieplan opgesteld. Vanwege de aanzienlijke inspanning die Nederland gaat leveren in de zuidelijke provincie Uruzgan wordt de deelname met een PRT in de noordelijke provincie Baghlan op 1 oktober 2006 beëindigd. Hongarije zal dit PRT overnemen.

ISAF stage III (Zuid-Afghanistan)

De uitbreiding van het operatiegebied van ISAF naar het zuiden en het oosten maakt deel uit van het streven om op termijn de NAVO in heel Afghanistan als stabilisatiemacht op te laten treden en op die manier wederopbouw van het land mogelijk te maken.


Nederland levert vanaf augustus 2006, voor een periode van twee jaar, een taakgroep in het kader van de ISAF-inzet in Zuid-Afghanistan. De taakgroep is opgebouwd rond een Provincial Reconstruction Team (PRT) en treedt initieel alleen op in het zuidelijke deel van de provincie Uruzgan.


Gezien de veiligheidssituatie is het noodzakelijk het PRT te ondersteunen met een forse militaire aanwezigheid. De Nederlandse taakgroep is samengesteld uit een scala van eenheden van de krijgsmacht. Voor deze missie stelt Nederland ongeveer 1 400 militairen beschikbaar aan de NAVO.

Vanaf het begin van de opbouwoperaties (maart 2006) staan zes Nederlandse Apache (AH-64D)-gevechtshelikopters, vijf Cougar-transporthelikopters en zes Nederlandse F-16’s ter beschikking. De taken van de F-16’s en de Apache-helikopters bestaan uit het uitvoeren van verkenningen, het tonen van een dominante aanwezigheid (show of force), het geven van luchtsteun aan grondtroepen van ISAF en, in noodgevallen, het geven van luchtsteun aan troepen van de operatie Enduring Freedom.

Het regionale multinationale hoofdkwartier en de ondersteunende eenheden zijn gestationeerd op de vliegbasis van Kandahar. Dit hoofdkwartier wordt door Nederland geleid in de periode november 2006 tot mei 2007. Daarna neemt het Verenigd Koninkrijk het commando over tot november 2007. In de periode dat Nederland het hoofdkwartier leidt zullen in Kandahar nog eens 200 Nederlandse militairen worden ingezet.


Nederland kan een impuls geven aan de wederopbouw en verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking. Onmiddellijk na de ontplooiing wordt, in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken, begonnen met CIMIC-activiteiten die gericht zijn op het ondersteunen van het draagvlak voor de Nederlandse aanwezigheid.


De bijstelling van de personele omvang van de missie en de verhoging van de toelagen voor de uitgezonden militairen leiden mede tot een verhoging van de additionele uitgaven naar € 407,6 miljoen, exclusief de F-16’s.

Operationele doelstelling 3:

Vrede en stabiliteit in Afrika en overige kleine missies.

Motivatie

Nederland levert een bijdrage aan de vrede en veiligheid in Afrika en aan VN- en EU-missies.

Instrumenten

NAVO-trainingsmissie in Irak (NTM-I)

Op 23 juni 2006 heeft de ministerraad ingestemd met de verlenging, voor de duur van zes maanden (van medio augustus 2006 tot medio februari 2007), van de huidige Nederlandse militaire bijdrage aan de NAVO-trainingsmissie in Irak. De omvang van de bijdrage bedraagt 15 militairen.

Overige operaties

Onder de begrotingspost «Overige operaties» worden onderstaande operaties verantwoord en worden verder alle individueel uitgezonden militairen verantwoord. Meerjarig wordt rekening gehouden met een aantal van ongeveer 30 militairen dat wordt toegevoegd aan EU- dan wel UN-missies.

SUDAN/UNMIS

Op 18 november 2005 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het regeringsbesluit een Nederlandse bijdrage te leveren aan de United Nations Mission in Sudan (UNMIS). Nederland levert 15 militaire waarnemers, 15 politiefunctionarissen en een aantal stafofficieren voor de duur van één jaar. De militaire waarnemers zullen hun werkzaamheden uitvoeren in kleine teams, dikwijls vergezeld van vertegenwoordigers van de voormalige strijdende partijen Zij voeren gesprekken met betrokken partijen, doen hun waarnemingen en rapporteren daarover via de VN-lijn aan de Force Commander en de Police Commissioner. Op 22 april 2006 zijn de eerste waarnemers vertrokken naar Soedan. De additionele uitgaven voor de gehele uitzendperiode bedragen voor de militaire bijdrage € 1,5 miljoen.

EUBAM RAFAH

Het Commando Koninklijke marechaussee zal voor een periode van een jaar namens de Europese Unie onafhankelijk toezicht houden op de openstelling van grensovergang Rafah tussen Gaza (Israël) en Egypte. De drie marechaussees zullen toezicht houden op de Palestijnse grensbewakers en adviseren in het kader van de EU Border Assistance Mission (EUBAM). De additionele uitgaven voor de gehele uitzendduur bedragen € 0,2 miljoen.


In de tabellen bij de Commando’s zeestrijdkrachten, landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten en Koninklijke marechaussee (begrotingsartikelen 21 tot en met 24) is de inzet van eenheden opgenomen.


Operationele evaluatie

De inzet van operationele eenheden van de krijgsmacht is onderhevig aan een continu evaluatieproces. Hiermee wordt bereikt dat nieuwe ervaringen tijdig worden onderkend en dat hieruit defensiebreed lering wordt getrokken. Bij het bepalen van het resultaat van de inzet is het lastig de exacte relatie aan te geven tussen de maatschappelijke effecten en de Nederlandse inzet. Bovendien is de opzet van de operaties dermate verschillend (geografische locatie, wijze van militair optreden, geweldsniveau) dat een eenduidige meetsystematiek nauwelijks mogelijk is. Na afloop van elke inzet wordt in de eindevaluatie (waar mogelijk) ingegaan op het resultaat van de operatie (wat was beoogd en wat is uiteindelijk met welke inspanning bereikt). Gelijktijdig met het jaarverslag 2007 wordt in de periodieke evaluaties ingegaan op het verloop van de nog lopende operaties.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de vergoedingen van de NAVO-partners voor de door Nederland geleverde diensten.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
Soort onderzoekOnderwerpStartAfgerond
Overig evaluatieonderzoekToets internationale militaire samenwerkingFebruari 2007Juli 2007