Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.3. Commando landstrijdkrachten – beleidsartikel 22

3.3.1. Algemene doelstelling

Operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Voor de grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht, dient het Commando landstrijdkrachten eenheden operationeel gereed te stellen en te houden. Landstrijdkrachten zijn zowel voor expeditionaire als voor nationale taken inzetbaar.


De veranderingen in de veiligheidssituatie en de deelname aan een diversiteit aan missies hebben aangetoond dat bij landoptreden geen sprake meer is van strikte schotten binnen het totale geweldsspectrum. Specifiek bij landoptreden is vaak sprake van zeer uiteenlopende natuurlijke, sociale, culturele en economische omstandigheden. Daarbij moet soms enerzijds een opponent met een hoog geweldsniveau (high intensity) worden bestreden, terwijl anderzijds een stabiliteitsoperatie wordt uitgevoerd, of humanitaire hulp worden geboden dan wel wederopbouwactiviteiten worden uitgevoerd. De landstrijdkrachten moeten daarom de flexibiliteit hebben om bij operaties in het full spectrum of operations snel over te schakelen van een laag naar een hoog geweldsniveau. Deze veelzijdige inzetbaarheid op het land met sterk wisselende rollen betreft zowel de organisatie als geheel als de kleinere eenheden en de individuele militair. Het opleiden en trainen voor gevechtsoperaties in het hoogste deel van het geweldsspectrum is daarbij de grondslag voor een effectieve inzet in de lagere delen van het geweldsspectrum bij alle soorten van operaties, met inbegrip van de uitvoering van nationale taken.


De verschillende soorten militaire operaties waarvoor landstrijdkrachten nodig zijn, laten zich niet geografisch afbakenen. Daarom moeten de eenheden van de landstrijdkrachten voorbereid zijn op een wereldwijde inzet en onder moeilijke klimatologische omstandigheden. Het vermogen tot snelle ontplooiing over grote afstanden, het beschikbaar hebben van snel inzetbare middelen en een adequate logistieke ondersteuning zijn daarbij essentieel.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor het vaststellen van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het Commando landstrijdkrachten.

Succesfactoren

Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van het beschikken over voldoende opgeleid, geoefend en gemotiveerd personeel, voldoende materieel dat voldoet aan alle operationele vereisten en de mogelijkheden hiermee realistisch op te leiden en te oefenen. De personele vulling wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren zoals de demografische ontwikkeling en de economische situatie. Het kunnen beschikken over het gewenste materieel wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren zoals de stand van de techniek en de mogelijkheden en beperkingen van de industrie. De geoefendheid van grondgebonden eenheden is afhankelijk van voldoende oefen- en trainingsmogelijkheden in binnen- en buitenland waarbij zowel intern, met andere operationele commando’s (joint) als met buitenlandse eenheden (combined) wordt getraind.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het Commando landstrijdkrachten ter beschikking staan voor de realisatie van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen.

Bedragen x € 1 000
 2005200620072008200920102011
Verplichtingen1 306 7771 633 7051 329 5931 311 2101 300 7871 348 9161 347 714
Uitgaven       
Programmauitgaven       
waarvan juridisch verplicht per 31-12-2006  1 033 3431 001 838977 296958 649939 075
Operationeel Commando LAS1 193 0891 209 4101 118 2571 104 6331 099 0861 101 9431 102 006
Totaal programmauitgaven1 193 0891 209 4101 118 2571 104 6331 099 0861 101 9431 102006
Apparaatsuitgaven       
Staf Commando LAS288 707231 465235 517227 349220 268213 708210 208
Bijdragen aan baten-lastendiensten36 75029 51533 26533 26533 26533 26535 500
Totaal apparaatsuitgaven325 457260 980268 782260 614253 533246 973245 708
Totaal uitgaven1 518 5461 470 3901 387 0391 365 2471 352 6191 348 9161 347 714
Totaal ontvangsten52 83733 32418 21518 21518 21518 21518 215

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1:

Operationele grondgebonden expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet.

Motivatie

Operationeel gereedgestelde eenheden worden ingezet voor internationale en nationale operaties om zo bij te dragen aan de uitvoering van de drie hoofdtaken van Defensie.

Instrumenten

Dit zijn de organieke eenheden uit de tabel met operationele doelstellingen voor de landstrijdkrachten.

Operationele doelstelling 2:

Beschikbare operationeel gerede grondgebonden expeditionaire eenheden.

Motivatie

Om met grondgebonden eenheden direct te kunnen bijdragen aan de drie hoofdtaken van Defensie, is een gedeelte van de eenheden operationeel gereed. Deze eenheden zijn personeelsgereed, materieelgereed en geoefend.

Instrumenten

Dit zijn de organieke eenheden uit de tabel met operationele doelstellingen voor de landstrijdkrachten. Onderdelen van de Air Manoeuvre Brigade, de 101 Gevechtssteun Brigade en de 1 Logistieke Brigade zijn toegezegd ten behoeve van de EU Battle Group (BG) in de eerste helft van 2007 en om die reden in die periode niet voor andere doeleinden inzetbaar. Natresbataljons zijn voortdurend operationeel gereed en permanent beschikbaar in het kader van de CMBA.

Operationele doelstelling 3:

Voortzettingsvermogen voor grondgebonden eenheden.

Motivatie

Om een aantal typen grondgebonden eenheden gereed te hebben gedurende een langere periode is een groter aantal van dat type eenheden noodzakelijk. Hierdoor is het mogelijk om eenheden te laten recupereren, reorganisaties door te voeren, nieuw materieel in te voeren en het personeel opleidingen te laten volgen. Grondgebonden eenheden doorlopen een opwerkprogramma tot het niveau «operationeel gereed» is bereikt.

Instrumenten

Dit zijn de organieke eenheden uit de tabel met operationele doelstellingen voor de landstrijdkrachten.

Operationele doelstelling 1, 2 en 3 Commando landstrijdkrachten 2007
   Totaal aantal operationeel gerede eenheden 
      
GroepOrganieke eenheidTotaal aantal eenhedenGeplande inzet OD1Operationeel gereed OD2Voortzettingsvermogen OD3
HRF(L)HQNL deel staf HRF HQ1 1 
 CIS battalion1 1 
 Staff support battalion1 1 
      
Korps Commando troepenCommandotroepencompagnie312 
      
Air Manoeuvre BrigadeBrigadestaf + Stafstafcompagnie11  
 Infanteriebataljon Luchtmobiel3111
 Gevechtssteun eenheden3½ 
 Logistieke eenheden3 3 
      
Gemechaniseerde Brigades (13, 43Brigadestaf + Stafstafcompagnie22  
Mechbrig)Pantserinfanterie/tankbataljon6123
 Brigade verkenningseskadron21 1
 Afdeling veldartillerie21/32/31
 Pantsergeniebataljon21 1
 Logistieke eenheden4½2
      
101 Gevechtssteun Kernstaf Geniebrigade1 1 
BrigadeGeniebataljon11/6½1/3
 ISTAR bataljon/ISTAR compagnie3111
 Commando Luchtdoelartillerie1 ½½
 CIS-bataljon1 ½½
      
1 Logistieke BrigadeKernstaf Logistieke brigade1 1 
 Bevoorradings- en transportbataljon2½½1
 Geneeskundig bataljon/Geneeskundige compagnie3111
 Herstelcompagnie3111
Regionaal Militair Commando Nationale Reserve Bataljon5 5 
      
Explosieven- opruimingsdienstNationale Operaties peloton/Expeditionair peloton/Ruimploeg4112

Internationale inzet

Korps Commando troepen. Drie compagnieën worden achtereenvolgens ingezet in ISAF in Afghanistan.


Air Manoeuvre Brigade. De brigadestaf luchtmobiel wordt in de tweede helft van 2007 ingezet als staf van de Taskforce Uruzgan in ISAF. Eén van de infanteriebataljons zal, onder andere ondersteund door gevechtsteun en logistieke eenheden, worden ingezet als Battle Group in ISAF.


Gemechaniseerde Brigades (13, 43 Mechbrig). De brigadestaf van 13 Mechbrig wordt in eerste helft van 2007 ingezet als staf van de Taskforce Uruzgan. De drie manoeuvrebataljons (Pantserinfanterie-/Tankbataljon) van 13 Mechbrig zullen, onder andere ondersteund door gevechtsteun en logistieke eenheden, achtereenvolgens worden ingezet als Battle Group en PRT in ISAF. Kleinere onderdelen van 13 Mechbrig, ondersteund door elementen uit de logistieke brigade, vormen het contingent EUFOR-5. De staf van 43 Mechbrig wordt vanaf november 2006 tot en met mei 2007 ingezet als brigadestaf van het Regional Command South in ISAF.


101 Gevechtssteun Brigade. Diverse subeenheden van de Gevechtssteun Brigade worden ingezet in ISAF en EUFOR.


1 Logistieke Brigade. Onderdelen van één van de Bevoorradings- en Transportbataljons alsmede onderdelen van de Herstelcompagnieën en het Geneeskundig bataljon worden ingezet in ISAF. Vanuit de logistieke brigade worden tevens logistieke elementen toegevoegd aan eenheden die zijn ingezet in EUFOR en er zijn eenheden toegezegd aan EUBG.


Explosievenopruimingsdienst. Ploegen van de explosievenopruimingsdienst ondersteunen in 2007 de ingezette eenheden in ISAF.

Nationale inzet

Personeel. Personele ondersteuning in het kader van het convenant Civiel-Militaire Bestuursafspraken (CMBA). Hiervoor kunnen alle eenheden van het CLAS worden ingezet.


Algemeen. Naast personeel stelt het CLAS ook materiële, verbindings-, logistieke en geneeskundige ondersteuning beschikbaar in het kader van militaire bijstand of steunverlening. De staf van 101 Gevechtssteun Brigade kan bovendien een kern beschikbaar stellen voor de commandovoering bij Nationale Operaties.


Regionaal Militaire Commando’s (RMC’s). De drie RMC’s zijn aanspreekpunt voor lokale en regionale autoriteiten tijdens de voorbereiding, planning en inzet bij calamiteiten en dreigingen in het kader van militaire bijstand. Zij leveren tevens ondersteuning met specialistische kennis en advies voor de ontwikkeling en beoefening van rampenplannen.


Natresbataljons. De Natresbataljons zijn naast de CMBA-afspraken beschikbaar/operationeel gereed voor tal van binnenlandse, operationele activiteiten zoals de beveiliging van militaire en civiele complexen en gastlandsteun.


Explosievenopruimingsdienst. De explosievenopruimingsdienst verricht civiele werkzaamheden in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van het ministerie van Justitie of van gemeenten. Het betreft verkennende zoekacties alsmede het opsporen en ruimen van conventionele of geïmproviseerde explosieven. Voorts wordt preventief onderzoek verricht van locaties. Voor noodgevallen zijn ruimingsploegen op afroep beschikbaar.