Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 4. Optimaliseren van de ruimtelijke afweging

4.1. Algemene beleidsdoelstelling

4.1.1. De ruimtelijke afweging organiseren door het beheren en ontwikkelen van het ruimtelijk instrumentarium

Omschrijving

De ruimtelijke afwegingsprocessen worden zo ingericht en onderhouden dat in Nederland de economische, ecologische en sociaal-culturele waarden van de ruimte worden versterkt en duurzaam ontwikkeld.

Zie ook de Nota Ruimte deel 4 Tekst na parlementaire behandeling, kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153, De uitvoeringsagenda Nota Ruimte, kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nr. 3 en de tegelijk met de begroting uit te komen Uitvoeringsagenda 2006.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor:

• Het stellen van nationale kaders en regels en het doorvertalen van relevante Europese beleidskaders;

• Beïnvloeden van de ruimtelijke impact van de Europese regelgeving;

• De coördinatie van de uitvoering van het ruimtelijk beleid;

• Doorwerking van het rijksbeleid in decentraal beleid;

• Afstemming van het Nederlandse ruimtelijk beleid op dat van de buurlanden.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van de mate waarin andere overheden in staat zijn hun ruimtelijke afweging op een ordentelijke manier te maken. Het nationaal ruimtelijk beleid en de Europese relevante kaders zijn hierbij afgestemd.

Meetbare gegevens

Het behalen van deze doelstelling heeft als effect dat ruimtelijke afwegingen integraal en gecoördineerd plaatsvinden, zowel verticaal (tussen bestuurslagen) als horizontaal (tussen departementen).


De sturingsfilosofie wordt regelmatig geëvalueerd, waarbij ook gekeken wordt of gemeenten en provincies voldoende geïnstrumenteerd zijn om uitvoering te geven aan de Nota Ruimte.

Tabel 4.1. Overzicht evaluaties
EvaluatieWaarde 2006Streefwaarde 2008
Horizontale sturing:  
Sturen aan sturing (Royal Haskoning, 2006)PositiefPositief
Verticale sturing:  
Functieverandering buitengebied (Royal Haskoning, 2006)PositiefPositief
Bundeling en verstedelijking (Lysias, 2006)PositiefPositief
Nationale landschappen (B&A, 2006)PositiefPositief
Grondbeleid en grondbeleidsinstrumenten (OTB, 2006)PositiefPositief

Tabel 4.2. budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:15 97717 87114 56414 07012 78411 75911 669
Uitgaven:16 80323 25822 34820 25816 43811 96211 161
Waarvan juridisch verplicht  8 0807 6852 99200
Programma:12 39514 12913 57811 6667 8203 3462 549
Ruimtelijk instrumentarium ontwikkelen en beheren:12 39514 12913 57811 6667 8203 3462 549
FESICES/KIS6 9406 0006 0006 0002 99200
MonitoringNota Ruimte1 3021 3931 2451 3411 1711 1951 420
Subsidies algemeen9361 5131 095768460460597
Overige instrumenten algemeen3 2175 2235 2383 5573 1971 691532
Apparaat artikel 4 (DGR)4 4089 1298 7708 5928 6188 6168 612
Ontvangsten:23 4247 1356 0006 0002 99200

Grafiek 4.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_04.gif

Toelichting:

De juridische verplichting bestaat in hoofdzaak uit een aangegane verplichting voor het FES project Habiforum van 90,3 mln in 2003. Daarnaast worden dit jaar alle verplichtingen aangegaan voor de WKPB (Wet Kenbaarheid Publiekrechterlijke Beperkingen). Een deel daarvan komt in 2006 tot betaling.

4.2. Operationele doelstelling

4.2.1. Ruimtelijk instrumentarium ontwikkelen en beheren

Motivering

• Om ruimtelijk relevante wet- en regelgeving te onderhouden;

• Om ruimtelijke afwegingsprocessen te coördineren en optimaliseren;

• Om decentrale overheden in staat te stellen hun ruimtelijke beleid uit te voeren;

• Om het Nederlandse belang in te brengen in Europese kaders die van invloed zijn op de ruimtelijke afweging.

Instrumenten

De belangrijkste zijn:

Wet -en regelgeving

a. Herziening Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO)

b. Wet grondexploitatie

c. Wet voorkeursrecht gemeenten

Kaderstelling

d. Streekplannen

Financieel

e. Subsidie Interdepartementale Commissie Economische Structuurversterking/Kennisinfrastructuur (ICES/KIS);

Bestuurlijk

f. Programma-aanpak (zie ook Programma-aanpak Nota Ruimte, kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 16.)

g. Gemeenschappelijk ontwikkelingsbedrijf

Communicatie

h. Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen (DURP)

i. Agenda gebiedsontwikkeling


De doelstelling en instrumenten zijn gericht op het proces. VROM heeft hier een systeemverantwoordelijkheid. Het gaat daarbij om het bereiken van een goed ruimtelijk systeem door middel van samenhangende besluitvorming.

ad a. Het invoeren van de WRO.

Het verrichten van begeleiding t.b.v. de WRO.

Invoeringswet WRO: het in werking laten treden van het besluit op de ruimtelijke ordening.

ad b. Het opstellen van wetgeving voor kostenverhaal en kwaliteitseisen bij locatieontwikkeling.

ad c. Het vereenvoudigen van de wetgeving grondverwerving door gemeenten en het toekennen van bevoegdheden aan provincie en Rijk.

ad d. Het beoordelen van streekplannen.

ad e. Het verkrijgen van voldoende wetenschappelijke output in het kader van vernieuwend ruimtegebruik. Het opzetten van uitvoeringsgerichte proeftuinen.

ad f. Het coördineren van de programma-aanpak «over-all», d.w.z. zorgdragen dat het tot uitvoering komt van complexe projecten in de Ruimtelijke Hoofdstructuur die zijn opgenomen in de programma’s Nota Ruimte.

Het doen van een voorzet voor de nieuwe kabinetsperiode m.b.t. het instrument programma-aanpak.

ad g. Het sneller, beter of goedkoper realiseren van rijksdoelen in concreet benoemde gebiedsontwikkelingsprojecten. Een professioneel en ontwikkelingsgericht optreden van het Rijk en inbreng van rijksbelangen in gebiedsontwikkelingen.

ad h. Het bouwen van een DURP portaal waarin digitale ruimtelijke plannen beschikbaar worden gesteld.

ad i. Het verankeren van het gedachtegoed gebiedsontwikkeling op lange termijn.

Doelgroepen

Gemeenten, provincies, andere departementen, marktpartijen, maatschappelijke organisaties.

Meetbare gegevens

Tabel 4.3. Overzicht Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardeStreefwaarde
ad a.  
Wel/niet invoeren WRO.Het organiseren van informa- tiebijeenkomsten voor decen- trale overheden.Het besluit op de ruimtelijke ordening wordt aan de Tweede en Eerste Kamer gestuurd.NVTEind 20071 informatiebijeenkomst per provincie.Inwerkingtreding eind 2007.
   
ad b.  
Wet in het Staatsblad,Wetsvoorstel is in behandeling bij het parlement.Inwerkingtreding eind 2007.
   
ad c.  
Wet in het Staatsblad,Een conceptwetsvoor- stel opgesteld.Inwerkingtreding eind 2007
   
ad d.  
Over vijf jaar zijn alle streekplannen beoordeeld.Continu procesRuimtelijke plannen zijn niet ouder dan 10 jaar en er is sprake van een goede doorvertaling van de Nota Ruimte in de streekplannen.
   
ad e.  
Evaluatie van het programma door Commissie van Wijzen.NVTPositieve evaluatie
   
ad f.  
De Minister van VROM zorgt voor goede afstemming tussen de programma’s en zorgt ervoor dat het Kabinet en parlement goed op de hoogte blijven van de voortgang en resultaten van de program- ma’s.NVTAan het einde van de kabinetsperiode zijn zoveel mogelijk besluiten genomen bij de genoem- de projecten zodat vast- gesteld kan worden dat de programma-aanpak geslaagd is. De eind-evaluatie moet aangeven of Rijk en regio tevreden zijn met de genomen besluiten en of de pro- gramma-aanpak daar een bijdrage aan heeft kun- nen leveren.
ad g.  
Het hebben bijgedragen als adviseur en opdrachtgever aan het in kaart brengen van de rijksmogelijkheden in gebiedsontwikkelingen en het hebben besloten over de inzet van het GOB.Ontwikkelde business cases voor een gebied zijnde het financieel sluitende plan dat de instemming van alle partners heeft.De rijksinzet op basis hiervan in een gebiedsontwikkeling en de rijksbetrokkenheid bij de uitvoering.Ca 7 projecten worden verkend inzake moge- lijke inzet GOB. Het GOB werkt aan 4–6 projecten voor een mogelijk pro- jectbesluit.Afhankelijk van de be- stuurlijke processen is het streven om voor minimaal 5 projecten te besluiten of het GOB daar inzet op gaat plegen en voor 1–3 projecten tot een projectbesluit te komen.
   
ad h.  
Operationeel zijn van het DURP portaal en de vulling hiervan met digitale plannen.NVTIn 2007 is een eerste versie van het DURPportaal operationeel met een minimale vulling met digitale plannen.
   
ad i.  
Het organiseren van een forum gebiedsontwikkeling. Het instellen van een praktijkleer- stoel aan TU Delft.Het inzetten van experts.Eind 2006 worden concrete afspraken gemaakt met provincies en gemeenten om het gedachtegoed gebiedsontwikkeling goed te verankeren.NVTRealisatie voornemens.

4.3 Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 4.4. Overzicht beleidsonderzoeken
EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Monitoren doelbereiking*September 2008
Beleidsdoorlichting Nota Ruimte2006/2007
Overige beleidsevaluaties (waaronder ex ante): 
Evaluatie verbreding Wet voorkeursrecht gemeenten2007
Evaluatie programma-aanpak2007

* Dit betreft een tweejaarlijkse rapportage over de mate van doelbereiking Nota Ruimte