Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

5.1. Algemene beleidsdoelstelling

5.1.1. Gebiedsontwikkeling stimuleren en de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur realiseren

Omschrijving

Om de internationale concurrentiepositie te versterken, om krachtige steden en vitaal platteland te bevorderen en om (inter)nationale ruimtelijke waarden te borgen en ontwikkelen.

Zie ook de Nota Ruimte deel 4 Tekst na parlementaire behandeling, kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153, de Uitvoeringsagenda Nota Ruimte, kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nr. 3 en de tegelijk met de begroting uit te komen Uitvoeringsagenda 2006.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor de ruimtelijke aspecten van de uitvoering van het rijksbeleid m.b.t.:

• Verstedelijking, stedelijke netwerken en centrumvorming (Nieuwe Sleutel Projecten);

• Landschappelijke ontwikkeling (o.a. nationale landschappen en rijksbufferzones);

• Rivieren, grote wateren en kust;

• Rijksinfrastructuur.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van de mate waarin de lagere overheden in staat zijn te komen tot gedragen uitvoeringsplannen.

Meetbare gegevens

Het behalen van de Ruimtelijke Hoofdstructuur Nationale doelstelling heeft als effect dat de nationale stedelijke netwerken, rijksbufferzones, en nationale landschappen als onderdelen van de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur worden gerealiseerd.

Het behalen van de doelstelling gebiedsontwikkeling heeft als effect dat voorgenomen gebiedsontwikkelingsprojecten tot concrete uitvoering komen.

Tabel 5.1. Overzicht evaluaties
EvaluatieStreefwaarde 2007
Evaluatie doelbereiking ruimtelijke kwaliteitlandelijk gebiedPositief
Evaluatie doelbereiking ruimtelijke kwaliteit stedelijk gebiedPositief

Tabel 5.2. budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:41 556313 07674 29018 55111 95412 47911 598
Uitgaven:100 471224 920276 229111 54344 21035 92132 780
Waarvan juridisch verplicht  216 71087 47825 77822 96223 200
Programma:94 234221 925273 366108 73841 39533 10829 972
Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:86 306206 387228 11199 62933 51024 66123 642
FESBIRK70 086103 07731 99057 7578 7219 18720 654
FESnieuwe sleutelprojecten9 00093 600180 27825 80014 30010 9000
Onderzoekstedelijk gebied29241128100100100100
Subsidies stedelijk gebied3 6365 09011 78312 4967 6321 599342
Overige instrumenten stedelijk gebied7321 1041 0871 008688687685
Interreg2 8233 2752 8452 4682 0692 1881 861
        
Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:7 92815 53845 2559 1097 8858 4476 330
FESBirk       
Onderzoeklandelijk gebied       
Subsidies landelijk gebied453511510520757575
Overige instrumenten landelijk gebied9301 310390400410410410
Bufferzones6 54511 1908 3606 0725 2835 8455 845
Belverdere 2 5272 1172 1172 1172 1170
Het Waddenfonds  33 878    
Apparaat artikel 5 (DGR)6 2372 9952 8632 8052 8152 8132 808
Ontvangsten:62 612206 977214 46885 75723 02120 08720 654

Grafiek 5.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_05.gif

Operationeel doel:

1. Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen

2. Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen

Toelichting:

Bij «Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen» bestaat de juridische verplichting in hoofdzaak uit € 32 mln voor FES projecten BIRK (Budget Investeringen Ruimtlijke Kwaliteit) en 180 mln voor de FES Nieuwe sleutelprojecten. Daarnaast zijn de kasreserveringen voor «Overige instrumenten stedelijk gebied» en Interreg volledig verplicht. Bij «Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen» is € 15 mln bestuurlijk verplicht. Het betreft € 11 mln voor bufferzones dat is toegezegd aan de provincies in het kader van ILG en € 2,5 mln Belvedere dat in het kader van bestuurlijke afspraken jaarlijks wordt overgeboekt naar het ministerie van OCW.

5.2. Operationele doelstelling

5.2.1. Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen

Motivering

• Om de leefbaarheid in de steden en de sociaal economische positie van steden te verbeteren;

• Om de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden te versterken;

• Om bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond steden te realiseren;

• Om nationale stedelijke netwerken te versterken.

Instrumenten

Financieel

a. Subsidies Nieuwe Sleutelprojecten (NSP)

Het ontwikkelen en versterken van 6 centra in nationale stedelijke netwerken.

b. Subsidie Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK)

Het ontwikkelen en versterken van 6 centra in nationale stedelijke netwerken met accent op kwaliteitsaspecten.

Bestuurlijk

c. Programma Zuidvleugel

Versterking van het ruimtelijk-economisch profiel van de Zuidvleugel.

d. Strategische agenda Randstad

Het opstellen van een redenering/visie op de lange termijn ontwikkelingen (2040) van de Randstad (people, planet, profit) en de bijbehorende investeringen.

e. Nationale stedelijke netwerken

Het gericht ondersteunen door het Rijk van de nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra.

f. Kabinetsstandpunt Schiphol

Het uitvoeren van het actieprogramma uit het kabinetsstandpunt.

Doelgroepen

Andere departementen, provincies, gemeenten en bedrijfsleven.

Meetbare gegevens

Tabel 5.3. Overzicht prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardeStreefwaarde
ad a.  
Intensiteit en diversiteit ruimtegebruik in de omgeving van NSP.Intensiteit wonen en werken:23,4 woningen per ha150,4 werkzame perso- nen per haFunctiemenging:6,4 werkzame personen per woning.Meer dan de basiswaarde.
   
ad b.  
IdemIdemIdem
   
ad c.  
Versterking van de economie.Verbetering van de bereikbaarheid.Versterking van het woon- en leefklimaat in de ZuidvleugelDe reeds genomen Rijks- besluiten over investeringen in de fysieke leefomgeving in de ZuidvleugelRealisatie van de doelen zoals nog te formuleren in de Zuidvleugelbrief die behandeld wordt in de Ministerraad van septem- ber 2006 en vervolgens wordt doorgestuurd naar de Tweede Kamer.
   
ad d.  
Begin 2007 zal de visie op de Randstad aan de Eerste kamer en de Tweede Kamer worden aangeboden.De moties Lemstra zijn het uitgangspunt.Het kunnen anticiperen op lange termijn ontwik- kelingen, zoals bevol- kingsontwikkeling, klimaatverandering, macro-economische ontwikkelingen, verkeer en vervoer.
ad e.  
Het aantal stedelijke netwerken dat een ontwikkelingsagenda heeft opgesteld.Het aantal stedelijke netwerken waarmee het Rijk afspraken heeft gemaakt en het scala van afspraken.Het aantal stedelijke netwerken dat een lange termijn visie en een lange termijn opgave in beeld heeft gebracht.Nagenoeg de helft van alle stedelijke netwerkenheeft al een ontwikke- lingsagenda, afspraken gemaakt met het Rijk en een lange termijn visie en een lange termijn opgave in beeld gebracht.Alle stedelijke netwerken.
   
ad f.  
Schiphol mag groeien indien het stiller wordt.Aantal woningen in het bin- nengebied (58Lden en 20Ke).Aantal woningen in het buitengebied (48Lden). Het vrijspelen van locaties van de ruimtelijke beperkingen die voortvloeien vanuit het gebruik van Schiphol.Het door Externe veiligheid en geluid geboden beschermingsniveau zoals vastge- legd in de eerste lucht- havenbesluiten 2004.Huidige ligging van het beperkingengebied en de 20Ke.Het aantal woningen in het binnen- en buitengebied verkleinen. Het qua ligging verklei- nen van het beperkingengebied en de 20Ke-con- tour (of de L-den equiva- lent daarvan), opdat er, zonder aantasting van de capaciteit op Schiphol, meer ontwikkelingsruimte voor de omgeving ontstaat.

5.2.2. Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen

Motivering

• Om bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden te borgen en ontwikkelen;

• Om natuurwaarden te borgen en ontwikkelen;

• Om bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond te steden te versterken;

• Om variatie tussen stad en land te versterken.

Instrumenten

Wet- en regelgeving

a. Wet grondexploitatie;

Financieel:

b. Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK);

c. Belvedere;

d. Bufferzones;

Kaderstelling

e. Permanente bewoning recreatiewoningen.


ad a. Het behouden en versterken van de balans tussen rood en groen/blauw.

ad b. Het laten aansluiten van samenhangende oplossingen voor functiecombinaties met water.

Het versterken van ecologische waarden.

Het laten toenemen van recreatiemogelijkheden voor stedelingen bij de structuurdragers in het gebied, zodanig dat gebiedseigen kenmerken worden behouden en deze meer identiteit worden gegeven.

ad c. Het versterken van bijzondere landschappelijke kwaliteit.

ad d. Het versterken van de recreatieve functie van bufferzones door het aankopen van gronden.

ad e. Het tegengaan van oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen.

Doelgroepen

Andere departementen, provincies, gemeenten en bedrijfsleven

Meetbare gegevens

Tabel 5.4. Overzicht prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardeStreefwaarde
ad a.  
Oppervlakte groen bij nieuwe woningen: ex-post evaluatie naar of rood en groen worden verevend. 75 m2 groen per nieuw gebouwde woning.
   
ad b.  
De kwaliteitsdragers uit de monitoringsrapportages van de gemeenten.NVTper project gerealiseerd
   
ad c.  
De opname van doelen en ambities op het gebied van cultuurhistorie in de uitvoe- ringsprogramma’s van alle 20 nationale landschappen.NVTIn de uitvoerings-pro- gramma’s van alle 20 nationale landschappen zijn doelen en ambities op het gebied van cul- tuurhistorie opgenomen.
   
ad d.  
Het oppervlak aangekochte gronden in Rijksbufferzones.Verworven per 1 januari 2005:7453 ha waarvan 5539 ha recreatie en 1914 ha natuur.Restanttaakstelling:In 2014 moet nog eens 1975 ha zijn aangekocht, waarvan 913 ha natuur en 1062 ha recreatie.
   
ad e.  
Het aandeel recreatiewoningen dat onrechtmatig permanent wordt bewoond.2005:19% onrechtmatig bewoonde recreatiewoningen.Het onrechtmatig gebruik moet worden verminderd.

5.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 5.5. Overzicht beleidsonderzoeken
EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Monitoren doelbereiking Nota Ruimte*September 2008
Beleidsdoorlichting Nota Ruimte2006/2007
Belevingsmonitor Nationale Landschappen2007
  
Overige beleidsevaluaties (waaronder ex ante): 
Evaluatie regionale afstemming bedrijventerreinen2007
Evaluatie verstening landelijk gebied2007
Monitoringsonderzoek bouwen voor eigen bevolkingsaanwas2007
Evaluatie recreatief groen in en om de stad2007
Evaluatie landschappelijke kwaliteit2007

* Dit betreft een tweejaarlijkse rapportage over de mate van doelbereiking Nota Ruimte