Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 7. Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem

7.1. Algemene beleidsdoelstelling

7.1.1. De verbetering van de milieukwaliteit van water en bodem bevorderen

Omschrijving

Om een duurzame milieukwaliteit van het bodem- en watersysteem te realiseren. En om in samenhang daarmee:

• Gebiedsspecifieke rijksmilieudoelen te realiseren;

• Een ecologisch duurzame landbouw te realiseren;

• Een optimale waterketen veilig te stellen;

• Een verantwoord gebruik van de bodem te garanderen;

• Een duurzaam gebruik van de biodiversiteit te bevorderen en ecosystemen in te zetten voor het realiseren van milieukwaliteitsdoelen in bijvoorbeeld de landbouw.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van generiek en gebiedsspecifiek rijksbeleid en het faciliteren van de uitvoering daarvan door andere overheden, burgers en bedrijven. Voor water betreft dit vooral de normstelling voor grond- en oppervlaktewater; de beheersverantwoordelijkheid ligt bij de Minister van V&W.

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor de milieukwaliteit van de EHS en VHR. Voor wat betreft de landbouw gaat het vooral om de milieukaders die voortvloeien uit de normstelling voor bodem en grond- en oppervlaktewater, alsmede om duurzaam gebruik van biodiversiteit.

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor de realisatie van de EHS en voor het sectorale beleid Duurzame Landbouw (implementatie van het mestbeleid en beleid voor gewasbeschermingsmiddelen).

De Minister van VROM is medeverantwoordelijk voor beleidsvoorstellen van andere ministers, waar deze consequenties hebben voor de milieukwaliteit van het bodem- en watersysteem.

De Minister van VROM coördineert de kabinetsbijdrage aan het Europees milieubeleid en aan beleid ten dienste van duurzame ontwikkeling op mondiaal niveau (bijvoorbeeld duurzaam gebruik bodem en water als natuurlijke hulpbronnen).

Meetbare gegevens

Meetbare effectgegevens zijn opgenomen bij de operationele doelen.

Tabel 7.1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:637 112165 097190 279157 608160 853321 674339 678
Uitgaven:179 504168 168174 174184 153187 613215 871233 675
Waarvan juridisch verplicht  154 600134 400135 700159 7004 600
Programma:174 450163 509169 561179 538182 997211 256229 060
Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem:1 3602 1402 1942 2262 2262 2332 233
        
Saneren van verontreinigde bodems:167 647155 529135 764141 371142 297167 078194 173
        
Verbeteren van de milieukwaliteit van water:5141 36413 72413 70513 70213 70913 709
        
Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied:51485913 10217 62821 66525 87216 796
        
Bevorderen van duurzame landbouw:4 4153 6174 7774 6083 1072 3642 149
Apparaat artikel 7 (DGM)5 0544 6594 6134 6154 6164 6154 615
Ontvangsten:39 14534 30015 10015 00013 5002000

Grafiek 7.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_07.gif

Operationeel doel:

1. Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem

2. Saneren van verontreinigde bodems

3. Verbeteren van de milieukwaliteit van water

4. Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied

5. Bevorderen van duurzame landbouw

Toelichting

Bij het operationeel doel «Verbeteren van de milieukwaliteit van water» zitten de bestuurlijk gebonden bedragen met name in de uitvoeringssfeer, bijvoorbeeld de uitvoering van de wettelijke taak van de Commissie van Deskundigen ex artikel 17 van het Waterleidingbesluit. Bij het operationeel doel «Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied» zijn de bestuurlijk gebonden bedragen de gelden die beschikbaar zijn voor de herstructurering van de melkveehouderij.

7.2. Operationele doelstellingen

7.2.1 Verbeteren milieukwaliteit bodem

Motivering

• Om de chemische, fysische en biologische bodemkwaliteit te realiseren, die vereist is voor een optimale benutting van de kansen van het bodemsysteem. Dat wil zeggen geen nadelige effecten meer van handelingen op de bodem en «de juiste functie op de juiste plek» om onnodige beheerskosten en functieverlies van de bodem te voorkómen;

• Om nieuwe verontreinigingen en aantastingen van het bodemsysteem «zoveel als redelijkerwijs mogelijk» te voorkómen;

• Om de gebruiksmogelijkheden van de al verontreinigde(water)bodems te optimaliseren. Daarbij is essentieel dat de gewenste bodemkwaliteit bestuurlijk wordt vastgesteld.

Instrumenten

• Actualisatie Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten;

• Oplevering van een handreiking met referenties voor een goede bodembiologische kwaliteit van landbouwgronden en natuurgebieden en maatregelen om die te bereiken;

• Vaststellen contouren digitaal bodemfunctie- en bodemkwaliteitskaartsysteem.

Meetbare gegevens

Tabel 7.2. Prestatie-indicatoren milieukwaliteit bodem
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefw. 1PeriodeStreefw. 2Periode
Monitoring gegevens bodemkwaliteitHuidige kwaliteit op grond van milieubalans en landsdekkend beeld2006Ten minste standstill2007Ten minste standstill2008
Aantal, % vastgelegde gebieden op bodem-kwaliteitskaarten0 (0%)200620 (5%)2007100 (25%)2008

7.2.2. Saneren van verontreinigde bodems

Motivering

Om gezondheidsrisico’s weg te nemen of te beheersen en om beperkingen voor grondgebonden en economische ontwikkelingen weg te nemen (zie ook brief Voortgang bodemsanering, kamerstukken II, 2004–2005, 28 199 XI, nr. 11).

Uiterlijk in 2015 zullen in alle gevallen waarbij op basis van het huidige gebruik onaanvaardbare risico’s zijn geconstateerd, maatregelen zijn genomen om die risico’s weg te nemen of te beheersen.

Het rijk zal vanuit het bodemsaneringsbeleid tot uiterlijk 2030 het wegnemen van beperkingen bij grondgebonden ruimtelijke en economische ontwikkelingen faciliteren. Criterium daarbij is dat door de aanwezigheid van bodemverontreiniging geen stagnatie mag optreden in gewenste ontwikkelingen.

Vanuit het FES is voor 2006 € 12,5 mln en voor 2007 t/m 2009 wordt € 37,5 mln extra beschikbaar gesteld voor de sanering van spoedeisende gevallen van bodemverontreiniging. Het gaat in al deze gevallen om het versneld wegnemen van ernstige verontreinigingen die economische ontwikkelingen in de weg staan. In concreto gaat het onder andere om projecten gerelateerd aan de ontwikkeling van de Stormpolder in Krimpen a/d IJssel (EMK-terrein), de herinrichting van delen van de Brabantse en Limburgse Kempen en de uitbreiding van een bedrijfsterrein in Olst.

Instrumenten

• Uitvoeren, onderhouden en ontwikkelen van de Wet bodembescherming en daarop gebaseerde besluiten. In 2007 zullen in wet- en regelgeving instrumenten worden opgenomen voor een gevalsoverstijgende aanpak en voor beheer van de ondergrond met name het grondwater (Toekomstagenda);

• Verlenen van subsidies in het kader van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing en Investeringsbudget Landelijk Gebied. Verlenen van subsidies aan provincies en gemeenten op grond van de Wet bodembescherming, subsidieregeling voor de sanering van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen, convenant met de textielbranche;

• Kennisontwikkeling en kennisoverdracht door de Stichting Kennisontwikkeling en -overdracht Bodembeheer (SKB) en kennisoverdracht en ondersteuning aan het midden- en kleinbedrijf door het Bodemcentrum;

• Ondersteuning van het Bevoegd Gezag door Bodem+ bij de uitvoering van het bodemsaneringsbeleid;

• Ondersteunen en faciliteren van lokale overheden bij het invullen van hun (decentrale) bodembeleid door het subsidiëren van de ontwikkeling van een handreiking voor het invullen van lokale bodemambities en de instrumenten voor de implementatie hiervan. Betreft zogeheten risicobeoordelingsmethodieken.

Meetbare gegevens

Tabel 7.3. Indicatoren kennisontwikkeling bodemkwaliteit
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefw. 1PeriodeStreefw. 2Periode
– Percentage informatie-inwinningen over bodemkwaliteit bij onroerend-goed transacties01-1-200537%200775%2010
– Aantal geregistreerde gebruikers handleiding beheer en herstel bodem-kwaliteit (max. 2000)01-1-20051 250 (63%)20072000 (100%)2010

Tabel 7.4. Indicatoren Bodemonderzoeken en bodemsaneringen
Prestatie-indicator:WerkvoorraadPeildatumTe realiseren productiePeriodeStreefw 2Periode
– Oriënterende onderzoeken in stedelijk gebied (ISV)30 0001-1-200550020072030
– Oriënterende onderzoeken in landelijk gebied (Wbb)30 0001-1-200540020070 2030
– Oriënterende onderzoeken in eigen beheer100 0001-1-2005600200702030
– Nadere onderzoeken in stedelijk gebied (ISV)7 5001-1-2005130200702030
– Nadere onderzoeken in landelijk gebied (Wbb)7 5001-1-2005100200702030
– Nadere onderzoeken in eigen beheer60 0001-1-20051 100200702030
– Saneringen in stedelijk gebied (ISV)3 0001-1-200550200702030
– Saneringen in landelijk gebied (Wbb)3 0001-1-200530200702030
– Saneringen in eigen beheer54 0001-1-20051 000200702030

7.2.3. Verbeteren milieukwaliteit water

Motivering

Om de milieukwaliteit van het water te verbeteren, benaderd vanuit de facetten watersysteem en watergebruik.


Watersysteem:

Om de milieukwaliteit van water voor nu en in de toekomst te kunnen waarborgen, is het noodzakelijk dat de gewenste kwaliteit (algemeen of passend bij de functie) van het water wettelijk en/of bestuurlijk wordt vastgelegd. De vast te stellen doelen vloeien voort uit Europese waterrichtlijnen (Kaderrichtlijn Water, Grondwater-richtlijn, Richtlijn Prioritaire Stoffen, Zwemwaterrichtlijn). De doelstellingen bestaan uit biologische, fysische, chemische en bacteriologische componenten. Tevens moet verontreiniging van het water en ontstaan van afvalwater «zo veel als redelijkerwijs mogelijk is» worden voorkomen.


Watergebruik:

Om voor het watergebruik een duurzame veiligstelling van een optimale waterketen (de drink- en industriewatervoorziening, riolering en afvalwaterzuivering) op een transparante wijze te waarborgen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Daarbij dienen de publieke belangen (gezondheid, milieu en bescherming gebonden klanten) eveneens goed te zijn gewaarborgd.

Instrumenten

• Rapportage uitbrengen over mogelijke impulsen voor anders omgaan met regenwater;

• Uitvoeren informatiecampagne ter versterking van het handelingsperspectief van de consument over watergebruik;

• Integraal uitvoeringsprogramma voor de aanpak van diffuse waterverontreiniging;

• Inwerkingtreding van het Besluit lozingen niet-inrichtingen;

• Opstellen rapportage drinkwaterkwaliteit 2006;

• Van kracht worden Drinkwaterwet en bijbehorend besluit (ter vervanging van Waterleidingwet en -besluit);

• Juridische implementatie Zwemwaterrichtlijn (Besluit hygiëne en veiligheid baden en zwemgelegenheden (Bhvbz) en Besluit waterkwaliteit).

Meetbare gegevens

Tabel 7.5. Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaardePeriode
– Percentage meetresultaten dat voldoet aan de wettelijke normen voor drinkwaterkwaliteit99,9%200499,9%2007
     
– Percentage nieuwe materialen en chemicaliën die in contact staan met drinkwater t.o.v. het totaal aantal nieuwe materialen en chemicaliën met erkende kwaliteitsverklaringen 100%2007
     
– Mate van voldoen van drinkwaterbedrijven aan basisbeveiligingsniveau50%2003100%2007
     
– Gemeten voortgang (o.b.v. een nog te ontwikkelen systematiek) in de samenwerking in de waterketen Nader te bepalen 
     
– Percentage gesaneerde huishoudelijke lozingen in het buitengebiedca. 5%2002100%2007
     
– Aantal oppervlakte- en grondwaterlichamen (in ha) t.o.v. het totaal van oppervlakte- en grondwaterlichamen waarvan de gemeten waarden (ecologische, chemische en kwantitatieve parameters) voldoen aan de geldende normen in KRW en EMSNader te bepalen2015
     
– Percentage locaties t.o.v. het totaal aantal locaties, waarvan de actuele waterkwaliteit voldoet aan de geldende normen die gesteld zijn aan de gestelde gebruiksfunctie van de locatieNader te bepalen2015
     
– Percentage zwemlocaties die voldoen aan Zwemwaterrichtlijn 92% zoet99% zout20052005100%100%20152015

7.2.4. Bevorderen gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijk gebied

Motivering

• Om de vereiste milieucondities voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de Vogel Habitat Richtlijn-gebieden (VHR) en de waterwingebieden te realiseren;

• Om het gewenste gebruik van biodiversiteit buiten de EHS te behouden of te verkrijgen;

• Om het gewenste duurzame gebruik van de bodem te bevorderen;

• Om een duurzame productie in de landbouw en andere sectoren te bevorderen.

Instrumenten

• Programma voor een versterking van de onderbouwing en uitvoering van het regionale milieu- en waterbeleid (inclusief verdrogingsbestrijding) voor de EHS- en VHR-gebieden;

• Vormgeving van een kennis en leertraject rondom ILG-pilots duurzaam bodemgebruik en duurzame productie in de landbouw, in samenwerking met LNV en LTO;

• Opstarten onderzoeks- en communicatieprogramma voor de ecobalans;

• Opstarten programma «Biodiversity & Business».

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren:

• Prestatie-indicatoren, basiswaarde en streefwaarde worden tot nu toe veelal op landelijk schaalniveau geformuleerd en zijn terug te vinden in onder andere de jaarlijkse Milieubalans van het MNP en de website Milieu- en Natuurcompendium;

• In het kader van ILG brengen de provincies de milieukwaliteit van de EHS en VHR-gebieden in beeld voor de vochttoestand (verdroging), zuurgraad (verzuring) en voedselrijkdom (vermesting). De Kaderrichtlijn Water bepaalt dat de waterbeheerders de (chemische) waterkwaliteit in de EHS en VHR-gebieden in beeld brengen.


Basiswaarden:

• De provincies hebben in 2006 een nulmeting uitgevoerd van de milieukwaliteit in de EHS en VHR-gebieden. Voor de milieuthema’s verdroging, verzuring en vermesting geven ze aan hoe groot het milieukwaliteitstekort is uitgedrukt in klassen: zeer ernstig, ernstig, matig, geen. Het milieukwaliteitstekort is het verschil tussen de actuele milieukwaliteit en de streefwaarde.


Streefwaarden:

• De streefwaarde is de milieukwaliteit die noodzakelijk is om de instandhoudings-doelstellingen van de VHR te realiseren of de natuurdoeltypen van de EHS. Elke instandhoudingsdoelstelling en elk natuurdoeltype heeft zijn eigen streefwaarden voor vochttoestand, zuurgraad en voedingstoestand.


Planning:

Tabel 7.6. Indicatoren milieukwaliteit in het landelijke gebied
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefw. 1PeriodeStreefw. 2Periode
Milieukwaliteit EHS/VHRNulmeting door provincies2006Milieukwaliteit in overeenstemming met instandhou-dingsdoelstellingen VHR2015Milieukwaliteit in overeenstemming met natuurdoeltypen EHS2027

7.2.5. Bevorderen van duurzame landbouw

Motivering

Om een ecologisch duurzaam gebruik en beheer van bodem, water, lucht en overige natuurlijke hulpbronnen door de agrarische sector te bevorderen, met een «juiste» ruimtelijke inpassing in het landelijk gebied en een goede kwaliteit van de leefomgeving.

Instrumenten

Ammoniak en geur:

• Verkleining van het areaal natuur waarop de zoneringsmaatregelen van toepassing zijn overeenkomstig het Regeerakkoord 2003;

• Modernisering algemene regels voor landbouwbedrijven (in het kader van de modernisering/herijking VROM-regelgeving);

• Samenvoegen bestaande AMvB’s en uitbreiden werkingssfeer met belangrijk deel van de intensieve veehouderij (opheffen vergunningplicht voor circa 11 000 (intensieve) veehouderijen).


Gewasbescherming:

• Vaststellen van beleidsconclusies die voortvloeien uit de tussenevaluatie van de Nota duurzame gewasbescherming die heeft plaatsgevonden in 2006 en de brief terzake aan de Tweede Kamer.


Mest/Nitraat:

• Evaluatie van de Meststoffenwet en uitbrengen van beleidsconclusies (waaronder concreet: vaststellen van de stikstof-gebruiksnormen voor akkerbouwgewassen voor het zandgebied voor 2008 en 2009);

• In het kader van het Derde Nederlandse Actieprogramma inzake de Nitraatrichtlijn (91/676/EEG) dient Nederland de Europese Commissie uiterlijk 15 juni 2008 te rapporteren over de resultaten van het beleid in de periode december 2003 tot en met december 2007. Voorbereidingen voor deze rapportage starten in 2007;

• Aan het eind van 2007 zal een bijgewerkte, en zo nodig aangepaste, versie van het Derde Actieprogramma worden uitgebracht.

Meetbare gegevens

• Ammoniak: Afname ammoniakemissie en zonering rondom natuurgebieden;

• Gewasbeschermingsmiddelen: Vermindering milieubelasting;

• Meststoffen: daling van nitraatgehalte in grondwater en vermindering eutrofiëring;

• Voor de basis- en streefwaarden per jaar wordt verwezen naar tabel 7.7.

Tabel 7.7. Indicatoren duurzame landbouw
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefw. 1PeriodeStreefw. 2Periode
– Ammoniak; totale emissie van alle doelgroepen (bron: Milieubalans2005)130 kiloton2003128 kiloton2010 (Europees)100 kiloton2010 (nationale inspanning NMP-4)
– Gewasbeschermingsmiddelen; procentuele vermindering van de milieubelasting t.o.v. 1998 (bron: Nota duurzame gewasbescher- ming) en realiseren van een milieu-kwaliteit voor oppervlakte-water die een stap verder gaat dan MTR50%200175%200595%2010
– Meststoffen; nitraatgehalte in het grondwater (bron: Milieu-balans 2005)90 mg/l zandgrond 200250 mg/l2009  

Planning

De transitie naar een duurzame landbouw is in 2030 gerealiseerd.

7.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 7.8. Overzicht onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid:
Soort onderzoekOnderwerp onderzoekAlg.doel/ Op.doelA. StartB. Afgerond
BeleidsdoorlichtingEffectiviteit beleid inzake:  
 – verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodemAD 7.1.1B. 2011
 - verbeteren milieukwaliteit bodemOD 7.2.1B. 2011
 – maatschappelijke kosten/baten-analyse bodemsaneringOD 7.2.2A. 2006
 - verbeteren milieukwaliteit waterOD 7.2.3B. 2007
 – bevorderen gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijk gebiedOD 7.2.4B. 2007B. 2011
 – bevorderen duurzame landbouwOD 7.2.5B. 2011
    
Effecten onderzoek ex postProgramma Vergroten doelmatigheid en transparantie in de waterketenOD 7.2.3B. 2007
    
Overig evaluatie-onderzoek:   
– Jaarverslag Bodemsanering 2006– Resultaten van uitgevoerde bodemsaneringen 2006OD 7.2.2B. 2007
– Meststoffenwet– Bijdrage aan duurz. landbouwOD 7.2.5B. 2007