Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving

8.1. Algemene beleidsdoelstelling

8.1.1. De lokale luchtkwaliteit verbeteren en de overlast door geluid verminderen en voorkomen, met bijzondere aandacht voor het verkeer

Omschrijving

Om de schadelijke effecten van luchtverontreiniging en geluidhinder op de gezondheid en het welzijn van mensen te beperken en voorkomen.

Om de juiste condities te scheppen voor een goede milieukwaliteit in de bebouwde omgeving.

VROM realiseert dit door:

• Kaders (regelgeving) te stellen en financiële middelen beschikbaar te stellen;

• Gemeenten en provincies te faciliteren bij de uitvoering van een integraal milieubeleid;

• Bij te dragen aan de transitie naar duurzame mobiliteit.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor:

• De implementatie van de EU-richtlijnen ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit;

• De regelgeving en facilitering op genoemde beleidsvelden;

• De financiering van de andere overheden voor geluidssanering als bedoeld in de Wet geluidhinder;

• Het samen met andere overheden opstellen en uitvoeren van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL);

• Ontwikkeling of aanpassing van instrumenten ten behoeve van een integrale aanpak van het milieubeleid.


De Minister van VROM is mede-verantwoordelijk voor:

• Het beheer en onderhoud van de regelgeving op de beleidsvelden mobiliteit en luchtvaart.

Succesfactoren

Het behalen van de doelstellingen is sterk afhankelijk van de wijze waarop de provincies, gemeenten, samenwerkingsverbanden, infrabeheerders en uitvoeringsorganisaties hun taken en verantwoordelijkheden waarmaken. Een tweede factor is adequate normstelling voor (onderdelen van) voertuigen in EU- of UN/ECE-verband.

Meetbare gegevens

Concrete effectgegevens zijn waar mogelijk opgenomen bij de operationele doelen.

Spontane naleving

Via Infomil wordt op de milieuterreinen van lucht, bodem en geluid voorlichting gegeven over wet- en regelgeving.

De uitvoeringsorganisaties op het terrein van bodem en op het terrein van geluid organiseren regionale voorlichtingsbijeenkomsten waarin onder andere uitleg en toelichting op wet- en regelgeving wordt gegeven.

Onderdeel van de accountfunctie bij het «geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden» (8.2.1) is gerichte advisering en ondersteuning van gemeenten en provincies. Belangrijk onderdeel daarvan is het adviseren en toelichten van wet- en regelgeving, zoals bijvoorbeeld met de handreiking «Beheer en herstel bodemkwaliteit».

Tabel 8.1. budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 0002005200620072008200920102011
Verplichtingen:40 867119 941164 21474 79752 75258 01937 919
Uitgaven:47 683129 315170 88877 74852 66258 01937 919
Waarvan juridisch verplicht  93 9008 1004 6004 6004 600
Programma:42 797124 168166 26773 12448 03753 39533 295
Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden:8 35047 09860 7245 3085 3085 3085 158
        
Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit:0000000
        
Verminderen van geluidhinder:34 44742 27029 14327 61626 02927 18728 137
        
Bevorderen van duurzame mobiliteit:034 80076 40040 20016 70020 9000
Apparaat artikel 8 (DGM)4 8865 1474 6214 6244 6254 6244 624
Ontvangsten:3 79783 636127 81440 20016 70020 9000

Grafiek 8.1. budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2007



kst99340_2_08.gif

Operationeel doel:

1. Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden

2. Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit

3. Verminderen van geluidhinder

4. Bevorderen van duurzame mobiliteit

Toelichting

Bij het operationeel doel «Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit» zitten de bestuurlijk gebonden uitgaven deels in de uitvoeringssfeer, bijvoorbeeld kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van regelingen. Bij het operationeel doel «Bevorderen van duurzame mobiliteit» zijn de bestuurlijk gebonden bedragen de gelden die beschikbaar zijn voor maatregelen in het kader van verbetering van de luchtkwaliteit.

8.2. Operationele doelstellingen

8.2.1. Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden

Motivering

Om door het aanreiken van instrumenten andere overheden in staat te stellen om het milieubeleid integraal en gecoördineerd aan te pakken en een goede (zo mogelijk beter dan het minimumniveau) milieukwaliteit in de bebouwde omgeving gebiedsgericht te realiseren, in stand te houden en te verbeteren.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving opstellen gericht op uitvoering en handhaving van het gebiedsgerichte milieubeleid, bijv. het stroomlijnen van toetsen bij ruimtelijke planvorming;

• Kennisoverdracht en kennisontwikkeling verzorgen in de vorm van handreikingen om te komen tot samenhangend gebiedsgericht milieubeleid zoals de actualisatie van de «milieukwaliteit in de leefomgeving» (MILO);

• Implementeren van de EU-richtlijn Inspire;

• Leveren van een bijdrage aan een aantal leefbaarheidsprojecten als onderdeel van het Project Mainport Rotterdam ter verbetering van de milieukwaliteit, de ruimtelijke kwaliteit en het aanbod van natuur- en recreatiegebied in de regio Rotterdam;

• Vanuit de in 2006 beschikbaar gestelde FES-middelen wordt in 2007 een bijdrage ad € 51,4 mln beschikbaar gesteld aan lokale overheden, waarmee zij in staat gesteld worden lokale maatregelen op te stellen en uit te voeren, ter verbetering van de luchtkwaliteit. Deze bijdrage is een onderdeel van de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Meetbare gegevens

Bij de activiteiten die op deze doelstelling worden gedaan, gaat het vooral om stimuleren en faciliteren om te komen tot een samenhangend lokaal/regionaal milieubeleid. Gegeven de aard van de werkzaamheden is het niet zinvol hier prestatie-indicatoren aan te verbinden. De realisatie van het beleid valt af te lezen aan de uitvoering van de prestaties en de instrumenten.

8.2.2. Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit

Motivering

Om de luchtkwaliteit te verbeteren om zodoende een bijdrage te leveren aan de verbetering van de gezondheidssituatie en voor het doorgang laten vinden van ruimtelijke en infrastructuur plannen. Bij dit doel gaat het om het verbeteren van de lokale luchtkwaliteit in algemene zin. Bij het doel 8.2.4 (bevorderen van duurzame mobiliteit) gaat het om specifieke maatregelen gericht op het terugdringen van de uitstoot door het verkeer.

Instrumenten

• Het uitvoeren en onderhouden van wet- en regelgeving zoals de Wet luchtkwaliteit en de daaraan gerelateerde onderliggende regelgeving, de Wet ruimtelijke ordening, Tracéwet, Wet luchtvaart, Luchtvaartwet en Europese emissienormstelling;

• Uitvoeren en faciliteren van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit;

• Wijzigen van de Wet luchtkwaliteit ter implementatie van de nieuwe EU-richtlijn;

• Periodiek rapporteren over de luchtkwaliteit aan de EU.


(Deze opsomming van prestaties gaat ervan uit dat in najaar/winter van 2006 de parlementaire behandeling van de Wet luchtkwaliteit wordt afgerond en het NSL wordt vastgesteld.)

Meetbare gegevens

Tabel 8.2. Luchtkwaliteit knelpunten, uitgedrukt in μg/m3 per stof
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefw. 1Periode
NO2 (jaarbasis)48 μg/m3200640 μg/m32010
PM10(jaarbasis)  40 μg/m32005
PM10 (dagbasis; grenswaaarde is max. 35 dagen overschrijding per jaar)  50 μg/m3 (24 uurs-gemiddelde)2005

Prestatie-indicator is de mate waarin binnen de normstelling gebleven kan worden. Voor NO2 moet de normstelling uiterlijk met ingang van 2010 gerealiseerd worden. Voor PM10 is de EU-grenswaarde op basis van EU-normstelling vanaf 2005 van kracht.

8.2.3. Verminderen van geluidhinder

Motivering

Om te zorgen voor een goede akoestische kwaliteit en in elk geval het voorkomen en verminderen van kansen op gezondheidsschade als gevolg van overmatige geluidsniveaus. Dit wordt bij voorkeur gerealiseerd via bronbeleid.

Instrumenten

• Uitvoeren en ontwikkelen van Wet geluidhinder en Wet milieubeheer met onderliggende regelgeving;

• Subsidie verlenen voor de sanering verkeerslawaai en voor de toepassing van stille technieken bij laden en lossen;

• Begeleiden van de andere overheden bij het maken van geluidkaarten ter uitvoering van de EU-richtlijn geluid en bij het opstellen van actieplannen, en op basis hiervan rapporteren aan de EU.

Meetbare gegevens

M.b.t. verkeerslawaai worden de volgende prestatie-indicatoren gehanteerd:

(1) Voor het urgente deel van de sanering is de uitvoering gericht op afronding in 2023.

Tabel 8.3.a. Aantal te saneren woningen vallend onder het urgente deel van de sanering
 65–70 dB>70 dBtotalen
Totaal te saneren (per 1-3-1986)290 00016 500306 500
Per 1-1-2006 gesaneerd152 0007 500159 500
Restant te saneren t/m 2023138 0009 000147 000

Tabel 8.3.b. Voortgang saneringsprojecten
Prestatie-indicatorAantal projectenAantal betrokken woningen1
VOORBEREIDING  
in voorbereiding eind 2006373 841
in voorbereiding genomen 200791 045
voorbereiding afgehandeld in 2007/in uitvoering genomen 2007302 567
totaal in voorbereiding einde 2007162 319
   
UITVOERING  
in uitvoering eind 20064110 830
in uitvoering genomen 2007302 567
afgehandeld 2007225 785
totaal in uitvoering eind 2007497 612
   
totaal in voorbereiding en uitvoering eind 2007659 931
   
Afgewezen projecten385 415

Bron: Bureau Sanering Verkeerslawaai

1 een school is als 1 woning geteld


Uitgangspunt prognose: Verplichtingen 2006: € 18,621 mln, verplichtingen 2007: € 24,771 mln.


(2) Alle knelpuntsituaties in de rijksinfrastructuur met een geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden (weg) en 70 dB Lden (spoor) zijn vóór 2020 met vooral bronmaatregelen opgelost.


(3) De oppervlakte EHS met geluidsniveaus kleiner dan of gelijk aan 38 dB Lden vanwege de rijksinfrastructuur moet in 2010 minimaal gelijk zijn aan die van 2000, vooral door het treffen van maatregelen aan de bron.

8.2.4 Bevorderen van duurzame mobiliteit

Motivering

Om schadelijke gezondheidseffecten weg te nemen en om te voorkomen dat toekomstige generaties met de milieugevolgen van mobiliteit worden opgezadeld. Dat impliceert dat de emissies door verkeer teruggebracht worden tot op het «no-effect level», oftewel het schoon, stil en zuinig maken van het verkeer.

Instrumenten

• Uitvoeren beleid en invoering wetgeving m.b.t. biobrandstoffen (bezien van de mogelijkheden en waar mogelijk implementatie van een certificeringsysteem, regeling betere biobrandstoffen en kansen voor Nederland). Dit beleid moet er toe leiden dat in 2007 2% en in 2010 5,75% van de brandstoffen bestaat uit biobrandstof. In september 2006 is V&W in het kader van het CO2-reductieplan Verkeer en Vervoer gestart met het stimuleringsprogramma Innovatieve Ontwikkelingen Biobrandstoffen;

• Uitvoeren maatregelen Nota Verkeersemissies en aanvullend pakket maatregelen (€ 400 mln uit FES voor 2006–2010). Het gaat om subsidies en fiscale maatregelen voor onder meer vervroegde marktintroductie van Euro-5 vrachtauto’s, roetfilters op bestaande voertuigen (o.a. vrachtauto’s, personenauto’s, bestel-auto’s, vuilnisauto’s, binnenvaartschepen), roetfilters op nieuwe bestelauto’s en taxi’s;

• In Europees verband zet VROM in op het z.s.m. van kracht worden van de Euro-6 norm waarmee benzine- en dieselvoertuigen nagenoeg geen luchtverontreinigende stoffen meer uitstoten;

• Faciliteren van gemeenten bij flankerend beleid voor stimuleringsmaatregelen schone en stille voertuigen (bijvoorbeeld milieuzones);

• Onderhandelen in EU over CO2-emissies personenauto’s na 2008, emissie-grenswaarden voor voer- en vaartuigen en klimaatmaatregelen voor luchtvaart;

• Uitvoeren nationale maatregelen CO2-reductie (o.a. CO2-differentiatie BPM, Het Nieuwe Rijden, snelhedenbeleid);

• Vaststellen met V&W van kabinetsbesluiten, Trajectnota/MER’s in het kader van de Tracéwet;

• Vormgeven met V&W van prijsbeleid wegverkeer;

• Uitvoeren met V&W van het kabinetsstandpunt over evaluatie Schiphol.

Meetbare gegevens

• Algemeen: indicator zijn de emissieniveaus voor broeikasgassen en voor de diverse verzurende en luchtverontreinigende stoffen; zie ook artikel 6. Voor de middellange termijn tot 2010 zijn tussendoelen vastgesteld voor luchtkwaliteit en emissies;

• Voor de sector verkeer gelden voor het jaar 2010 de volgende plafonds (tevens grenswaarden, die niet overschreden mogen worden):

Tabel 8.4. Meetbare gegevens
 Emissie in 2004:Plafond in 2010:
CO238,8 Mton/jr38,7 Mton/jr
NOx239 Kton/jr158 Kton/jr
NMVOS64 Kton/jr55 Kton/jr

• Wanneer de verkeersemissies tot het «no-effect level» zijn teruggebracht is er sprake van duurzame mobiliteit. Op weg daar naar toe:

1. Worden de gemiddelde geluidemissies van wegverkeervoertuigen, personen- en goederentreinen en vliegtuigen verlaagd. Voor wegverkeer wordt gestreefd naar een reductie met 2 dB(A) in 2010, voor spoorgoederenvervoer naar een reductie van 7 dB(A) in 2010 bij een meerderheid van de wagons, ten opzichte van goederentreinen met gietijzeren remblokken;

2. Worden de milieukosten in de prijs van mobiliteit verdisconteerd (2010 en verdere jaren);

3. Wordt vanaf 2010 een absolute ontkoppeling ingezet tussen de groei van het verkeer en de emissie van broeikasgassen, in de transitie naar duurzame mobiliteit;

4. Zijn de milieuaspecten in de uitvoering van mobiliteitsbeleid verwerkt;

5. Functioneert vanaf 2006 Schiphol binnen de in de wet- en regelgeving vastgelegde milieugrenzen.

8.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 8.5. Overzicht onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid:
Soort onderzoekOnderwerpAlg.doel/Op.doelA. StartB. AfgerondEventuele vindplaats
Beleidsdoorlichting onderzoek    
Effecten onderzoek ex post– Wettelijk stelsel SchipholOD 8.2.3A. 2005B. 2006AO 2e Kamer, april 2006
 – Nationaal luchtkwaliteitsplanOD 8.2.2A. 2006B. 2007